Tag: Groningen

  • Hoe Van Gogh naar Groningen kwam

    Het is een kapstok. Om een tentoonstelling en een bijbehorende catalogus aan op te hangen. Of een kabinet om het in weg te leggen. De naam Van Gogh beroert de gemoederen, daardoor wordt de interesse gewekt wanneer zijn naam in een titel verschijnt. Maar eigenlijk is het een lokker, een kop in avontuurlijke typografie op de voorpagina van een roddelblad – binnenin blijkt dat de vlag de lading nauwelijks dekt. Zo zwart-wit wil ik het hier echter niet stellen, want “Hoe Van Gogh naar Groningen kwam” is een kleurrijk onderwerp dat door het Groninger Museum serieus is onderzocht. Het item is gelaagd en door de instelling diepgaand uitgeplozen en doorgespit.

    Vincent van Gogh heeft in zijn leven nooit Groningen bezocht, hij kwam niet verder dan Zweeloo in Drenthe. De titel van boek en tentoonstelling doelt dan ook op het werk van de schilder. Schilderijen en tekeningen werden door zes studenten naar Groningen gehaald. Het was de eerste grote overzichtstentoonstelling van Van Gogh in Nederland. Men wist 128 werken los te krijgen om in de bovenzalen van het Groninger Museum van Oudheden ten toon te stellen. Groningen was tot dan, we spreken over het jaar 1895, een cultureel slapende stad. Met een serie van acht tentoonstellingen met op dat moment hedendaagse en moderne kunst en kunstenaars werd Groningen wakker geschud. De tentoonstellingen trokken naar verhouding veel bezoekers. De inwoners van Groningen wilden maar wat graag kennis maken met deze nieuwe lichting.

    Tijdsbeeld voor de belle epoque

    In de rij uitstallingen is het werk van Van Gogh een onderdeel. In de catalogus neemt het eveneens maar een geringe plaats in. Maar het is wel van belang, want het zet de stad en de provincie in culturele zin op de kaart. Het is daarom ook dat het zwaartepunt op dit gegeven komt te liggen. In overleg met de schoonzuster van Vincent, die na de dood van haar man de volledige nalatenschap van haar zwager in beheer kreeg, is de tentoonstelling destijds ingericht en aangekleed. In de serie van acht was dit het derde evenement. En op de achtste en laatste tentoonstelling werden tekeningen en aquarellen van Vincent van Gogh in Groningen getoond. Daarna was het afgelopen, want de studenten gingen na afronding van hun studie ieder een eigen weg. Maar de steen in de vijver had een rimpeling veroorzaakt, er werd nog lang daarna gesproken en geschreven over het initiatief.

    Het boek en de tentoonstelling nu behandelen na intensief onderzoek tevens de andere tentoonstellingen in de twee reeksen die destijds in de jaren van 1895 tot 1897 plaats vonden. De kunstenaars waarvan werk werd gepresenteerd krijgen in het huidige Groninger Museum ook volop aandacht naast de zaal waarin het werk van Van Gogh te zien is. Het zet zich karakteristiek af tegen het tijdsbeeld van net voor de belle epoque. De bezoeker krijgt een mooie inkijk in de kunst van het postimpressionisme, een stijl die reageerde op wat was en vooruitliep op wat komen ging. Vooral het ervaren van de omgeving staat centraal en dat op eigen gevoel weergeven daarvan. Emotionele expressie en levendige kleuren. Maar ook grepen kunstenaars nog wel terug op klassieke stijlen om het realisme van de wereld te verkennen. Ook in deze periode had de symbolistisch geënte kunst navolgers. Het was een rumoerige tijd, waarin schijnbaar voorvoelt werd wat er nadien stond te gebeuren. Alsof men al droomde van expressionisme, constructivisme en neoplasticisme. Maar de tijd was nog niet rijp voor abstractie en non-figuratie. De kunstenaars van dat moment lieten de werkelijkheid nog figureren in de composities, maar deze werd wel al naar eigen hand gezet.

    De woeste culturele gronden lieten zich na het initiatief van de studenten ontginnen. Er bleek daar wat loos te zijn op het platteland ver van het tumult in de randstad. De ogen waren opeens op het noorden gericht. En dat noorden liet zich inspireren door Van Gogh. De niet lang daarna opgerichte kunstenaarsvereniging vond wortels in de rossige Brabander. Op dat postimpressionisme bouwde de groep de eigen stroming, men ploegde de voren in de Groningse akker. Het was voor hen het startpunt om de kunst van en uit Groningen een boost te geven. Maar niet alleen Van Gogh gaf stof tot nadenken en was een bron van inspiratie. Ook andere kunstenaars die door de zes studenten naar stad werden gehaald gaven de Groningse schilders voedingsbodem. Met het initiatief van de studenten was een jonge boom geplant die in de eeuw erna tot wasdom kwam en vrucht droeg. Groningen telde opeens mee in het Nederlandse kunstlandschap.

    Historische kant van het verhaal

    Het boek en daarmee de tentoonstelling gaat in op de geschiedenis van dat culturele leven, het ontstaan van het Groninger Museum en de academie voor beeldende kunsten Minerva. En de zes studenten worden in onderzoek en uitgave gevolgd. Ook de kunstenaars waarvan zij werk naar Groningen wisten te halen krijgen aandacht. Want uiteraard is voor catalogus en uitstalling het verhaal van Van Gogh in Groningen om niet te zeggen enigszins mager. Vincent is op dat moment, 1895, nog niet zolang uit de tijd. Immers op 29 juli 1890 stierf hij aan de hemzelf toegebrachte verwonding. Ook broer Theo liet het leven kort daarna. Weduwe Johanna Bonger kreeg de nalatenschap van haar zwager in beheer. De studenten hadden met haar schriftelijk contact, zij was het die feitelijk die Van Gogh naar Groningen bracht.

    Niet alleen is de kunst in de uitgave aanwezig, ook memorabilia als foto’s die vooral de historische kant van het verhaal uitbeelden. Advertenties in de stedelijke en provinciale courant die de tentoonstellingen kenbaar maken. De correspondentie tussen studenten en de weduwe Van Gogh. Interessant daarbij is de lijst van bruiklenen voor de Van Gogh tentoonstelling. Het maakt het verhaal dat eigenlijk een vertelling is levendig en zet de historische werkelijkheid op scherp. Welbeschouwd gaat het boek meer over het onderzoek, de onderliggende speurtocht naar het hoe en waarom. Wordt de kunst van toen belicht en krijgen de kunstenaars van destijds in beschrijving de aandacht. Het lijkt minder te draaien om de kunstwerken zelf. Deze zijn een treffende illustratie bij het verhaal. Niet los te zien, want daar draait het tenslotte om. Ook in het museum schijnt de kunst minder van belang te zijn. Er zijn veel mooie werken te zien. De tentoonstelling echter leest als een tekststrip, het verhaal onder het plaatje. Het tekstbord geeft niet alleen naam en titel, maar tevens en vooral de achtergrond van de beleving. Of eigenlijk staan die woorden de onbevangen ervaring in de weg. De tekst zou in het boek gelaten moeten zijn, om nog eens door te bladeren en lezen wanneer de tentoonstelling na 5 mei is afgelopen en uitgeruimd.

    Het verhaal past in de serie Verborgen Verleden, een Ongekende Geschiedenis van Groningen. Dat van Vincent die naar stad kwam is een draadje dat gevolgd kan worden. En waaraan legio andere zaken geknoopt kunnen worden. Zo is het een interessant onderwerp, waardoor het Groningse verhaal veel facetten heeft en diverse auteurs zich erover hebben gebogen – van conservator tot historicus. Het boek is daarom een boeiend naslagwerk dat niet alleen de kunst en het culturele leven als punten van behandeling heeft. Het museum belicht daarop de kant van de afbeeldingen, dus het tonen van de besproken kunst. Maar de tentoonstelling bezwijkt dan onder dat verhaal, zoals hierboven is beschreven.

    Hoe Van Gogh naar Groningen kwam. Mariëtte Jansen, Belle de Rode, Anneke de Vries. Met bijdragen van Lieuwe Jongsma, Anton van der Lem, Kees van der Ploeg, Juliette van Uhm. Uitgave WBOOKS i.s.m. Groninger Museum, 2024.

  • Er gaat niets boven stad als inspiratie

    Hij woont in stad. De kunst ligt voor hem op straat. Stapt hij uit de deur loopt hij zo tegen de inspiratie aan. Die stad, de grachten, de straten, het plein, vertaalt hij in voor hem herkenbare beelden. Daarin herken ik niet de Akerk, de Korenbeurs of de Martinitoren. Die zijn er niet in te ontdekken. Jochem Hamstra is geen stadsschilder. Hij maakt geen romantische plaatjes van schilderachtige plekken. Wel zie ik hem langs de straat slenteren met een schetsboekje, wat potloden en een stukje krijt. Zittend op een terras achter een goed glas bier tekent hij de stad voor zich uit. Zo’n dromerig beeld kan ik mij voor de geest halen. Maar honderd om een haalt Hamstra zijn beelden tijdens kloeke stadswandelingen. Slaat deze op in gedachten en werkt ze thuis uit in het atelier. De vertaalslag wordt dan niet op papier gemaakt maar in zijn hoofd. Het is niet de zichtbare werkelijkheid, maar een afdruk van het idee bij een plek.

    Hoogbouw belemmert een weidse blik

    Er kunnen ook gebouwen en straten samenvallen in een enkele compositie. Niet als collage, juist meer of minder een abstracte verwerking van de realiteit. Maar altijd met die werkelijkheid als ondergrond, als basis waarop de schildering groeit naar een figuratie die neigt naar abstractie. Want het figuurlijke gevoel, de letterlijke emotie, is een aftreksel van de werkelijkheid. Een uittreksel of liever een doorsnee daarvan. Het is het uitdrukken van een basisstructuur, het gevoel en de idee is daar nog wel in te herkennen. De werkelijkheid laat Hamstra niet helemaal los. Alleen met de neus op de feiten raakt de realiteit uit beeld. Ook heeft hij uitzicht vanuit zijn atelier, op de zolder van het Lamme Huiningegasthuis, over de daken van de stad. Maar hoogbouw belemmert een weidse blik. Wel bekijkt hij het grote geheel, beziet de boten in de gracht, beschouwt de monumentale gebouwen. Onderdelen daarvan vind ik terug in de composities. Echter kan ik deze niet terug leggen op de plekken waar ze zijn ontstaan. Omdat Hamstra een universele omgeving schept. Een stad die niet alleen Groningen is, maar ook best Amsterdam of Utrecht kan zijn. Maar dit oord, deze plaats, is de stad waar hij zijn inspiratie opdoet en daarom losvast verbonden aan Groningen.

    Hij woont op het platteland. De kunst groeit natuurlijk in zijn tuin. Gaat hij naar buiten valt hij met de neus in de boter. Maar zo werkt dat niet bij Martin de Jong. Hij is geen landschapschilder. Bij hem geen huisje, boompje, beestje. Hij houdt van de stad. Hoe groter, hoe beter. Hoe hoger, hoe mooier. Zakelijke gebouwen, woontorens, met in de gevels rijen gerangschikte ramen. Complexiteit daagt hem uit. In de stad heb je geen last van de horizon. Daar staat het landschap overeind – hoe hoger de gebouwen des te verticaler de blik. Op afstand werd hij erdoor geprikkeld. Zijn schilderijen inspireerde hij op New York, het zijn portretten van deze metropool. De architectuur losgelaten in speelse beelden. Afgeleide realiteit om het imposante gevoel beeld te geven. Een wiskundige opbouw gevat in strakke verticalen en rechtlijnige horizontalen. De regelmaat onderbroken door rijen ramen die in cadans donker of verlicht zijn.

    Grootsheid van het verticale landschap

    Na het sterven van zijn vader verzette De Jong zijn bakens. In de nalatenschap vond hij houtbewerkingsmateriaal. Op eigen kracht schoolde hij zich om tot timmerman. Nu maakt hij collages, gefiguurzaagde houtvlakken, met nog telkens de stad als uitgangspunt. Daarin kan hij nog beter met de vlakken spelen, door uitsparingen doorzichten geven, restvlakken dynamisch maken. Hij maakt zijn eigen blokkendoos om lustig met de volumes te spelen. Meer dan in het schilderij zie ik het imposante van de inspiratie. De grootsheid van het verticale landschap. De wandobjecten ademen nog de stad. De reliëfs associëren aan het stadsgezicht dat gezien is in de schilderijen. Een collage van figuren gezaagd in en uit hout. Soms onbeschilderd gelaten of de sporen van eerder gebruik dragend. Maar ook geverfd met acrylverf of kleur gegeven door verf en epoxyhars. De Jong neemt in het hout afstand van het traditionele stadsgezicht. Door het samenvoegen van gezaagde contouren van torenflats en wolkenkrabbers kan een soort van kroonluchter ontstaan, een perpetuum mobile.

    Te eigenaardig om niet te citeren

    Al meer dan 30 jaar kiezen deze opmerkelijke kunstbroeders hun eigen weg, maar verliezen elkaar nooit uit het oog. Oorspronkelijk en zichzelf, altijd zoekend naar een onconventionele manier van benaderen. Het levert al jaren verrassende beelden op. Beide oeuvres lopen parallel aan elkaar. En nu dus samen in één uitzonderlijke tentoonstelling bij Kunsthandel Peter ter Braak in Groningen. Conservator en museumdirecteur Han Steenbruggen opende de bijzondere expositie eerder met een dadaïstische oprisping. Inhoudelijk ging hij niet op de heren in en liet het werk al helemaal buiten beschouwing zo leek het.

    De schilder zwijgt tussen de verstrooide splinters, om galg en schot. Een kooi 3 meter breed 5 meter lang. Zijn oog tot dakraam, zijn hand een zaag strooit hij de blik naar verten tussen lood en steen. Langs vensters, het gordijn waarachter schimmen samensmelten, voorbij de wolkenkrabber. (…) Een flits van vroeger raaskalt in de bloeddoorlopen verf of platen, planken, platte planken wrikkend om de sleutelgaten. Zij de lege luchten, boven chemischgroene raaigrasvelden, zij de strakgetrokken horizonten. Wij het kletsen van de klinkers, wij de helle gevels torens en de putten naar de onderbuiken waar het zuipt en kruipt achter de kieren en het sijpelt langs de kromme ellebogen…” Te poëtisch om in de vergetelheid te laten wegzakken. Te eigenaardig om niet te citeren. Even vreemd en eigenzinnig als STAD, daar gaat niets boven.

    STAD. Een uitzonderlijke tentoonstelling met twee opmerkelijke kunstenaars. De straatcultuur als inspiratie. Kunsthandel Peter ter Braak, Noorderhaven 50, Groningen. Expositie van 8 tot en met 29 oktober 2023.

  • Het paard in de kunst als spiritueel kunststuk

    Als paardenmeisje ging de jonge Suzanne helemaal op in haar fascinatie voor het edele dier. Zij was te groot voor het hobbelpaard, maar nog te klein voor een paard. Dus verzorgde zij een pony. Tussen servet en tafellaken. Maar de viervoeter kreeg een verzorging als een volbloed draver in de koninklijke stallen. Het werd geborsteld en bereden, gevoerd  en verzorgt, maar vooral geknuffeld, veel. Het dier is meer dan een vriend voor het meisje. Het is een kameraad die haar stemmingen aanvoelt. Haar humeuren doorziet. Na verloop van tijd zijn meisje en pony een twee-eenheid. Voelen ze elkaar naadloos aan in de stal en op de  dressuurbaan. Dichterbij kan de mens niet bij het dier komen. Welhaast zou zij dat dier willen zijn, wilde Suzanne die pony zijn.

    Wat doe je als paard. Ben je een centaur, half mens half paard. Of een hippantroop, nessus. Dan zou je een fabeldier zijn. Maar het meisje wil de pony zijn, het paard. Zitten in zijn vel, schrapen met de hoeven, slaan met zijn staart. Kunnen kijken door zijn ogen met een blik van verstandhouding. ’s Nachts droomt zij van een weidse steppe om daar te draven met de andere paardenmeisjes, die dan ook paarden zijn. In volle galop over de velden rennen. Overdag gaat zij op in de verzorging en fluistert lieve woordjes in zijn oren.

    Suzanne Vellema, Als ik een paard was, Galerie Noord

    De droom is waarheid geworden

    Zo’n paardenmeisje is Suzanne Vellema eigenlijk nog. Door haar kunst kan zij als paard tot leven komen. In de kunst lijkt het paard een truttig thema. Maar gezien haar werk bij Galerie Noord vat zij het onderwerp volwassen bij de horens. In fotografische composities kan Vellema het beeld zo manipuleren dat zij het paard is. Nergens acteert zij als het figuur mens in het beeld. Alleen haar armen en handen zijn zichtbaar. Het geeft de afbeeldingen een mysterieus karakter. De mens hierin is werkelijk één met het dier. Ermee versmolten. Alsof het paard extra ledematen heeft gekregen, uit eigen hand eet. Mens en dier maken verbinding, er is een wisselwerking. De droom is waarheid geworden.

    In het paard vindt Vellema een onuitputtelijke bron van inspiratie. “Ik heb het paard als onderwerp in mijn kunst naar me toe getrokken. En vind dat ik dat ook mag neerzetten zonder dat ik me daarvoor hoef te schamen.” Deze uitspraak is te lezen op het bij de tentoonstelling horende tekstblad. Het is de verantwoording van het waarom, wat en hoe. De biografie van het paardenmeisje. Zo verbonden met haar eigen paard dat ze als het ware een kunstenaarsduo vormen. Ze reageren op elkaar en maken samen het beeld. Voor Vellema is het een spiegel. Het contact zorgt voor introspectie en troost. Edda is haar allesie, haar muze. Ze gaat letterlijk op in het dier. ‘Tegearre as ien’, samen één, is dan ook een veelzeggende titel voor een van de werken.

    Suzanne Vellema, Als ik een paard was, Galerie Noord

    Dromen zijn geen bedrog

    In ruimtelijke objecten gebruikt Vellema onderdelen van het paard. Het kunstwerk bestaat dan uit een opgezette paardenstaart, in zwart of wit. In polyester gegoten hoefijzers. Of een object dat op een stuk huid lijkt met rondom paardenhaar. Het meest tot de verbeelding sprekend in Galerie Noord is de synergie van beeldende kunst en poëzie. Collega beeldend kunstenaar Frieda de Witte schreef een gedicht over het zijn van het wezen paard. Deze woorden droeg zij op aan Suzanne Vellema. Op haar beurt borduurde Suzanne de letters op gene zijde van een paardendeken. Het begint met de titel van de expositie ‘als ik een paard was’ en eindigt met ‘eeuwig in galop’. Dromen zijn geen bedrog.

    Maar werkelijk kunstzinnig is Vellema bezig wanneer zij het thema een paard te zijn loslaat. Als ze het paard gebruikt als materiaal voor een schildering. Paardenharen mengt met acrylverf. Zwart van het Friese stamboek verwerkt in het donkerste pigment. ‘Swarte skim’ misstaat niet in een zero tentoonstelling. Bij deze uiting is ze op het positieve nulpunt van haar kunnen geraakt. Dicht op de huid van het paard en het persoonlijke wezen, zichzelf. Een monochrome compositie waarin kunst en paard perfect samengaan. Het is geen herkenning wanneer de kennis van het materiaal ontbreekt. Het is een gevoel dat spreekt door de huid van het schilderij. In dit werk doorleeft Vellema het sjamanistische gedachtengoed waarmee ze tijdens aan de academie in aanraking kwam. Ze had het altijd al zo gevoeld, maar daarin vindt ze het bewijs dat het paard een middel is om in contact te komen met hogere krachten. De kunst is daar een manier voor, want als kunstenaar raak je van de wereld. Om te kunnen creëren zweef je geïnspireerd boven jezelf. Met dit onderwerp stijgt Vellema tweemaal zo hoog. En komt tot spirituele verwerkingen.

    Als ik een paard was. Expositie werken van Suzanne Vellema bij Galerie Noord, Nieuwstad 6 in Groningen. Te zien tot en met 27 juli 2023.

    Suzanne Vellema, Als ik een paard was, Galerie Noord
  • The Collager, onverwacht knippen en plakken

    Op dit moment worden Galerie Noord in Groningen werken van collagekunstenaars getoond. Curator is Peter Boersma, zelf actief als kunstenaar en vrijwilliger bij deze galerie. Hij nodigde een zevental door hem bewonderde kunstenaars uit binnen- en buitenland uit. En voegde zijn eigen werk daaraan toe. Een lang gekoesterde wens ging daarmee in vervulling. Want Boersma liep al jaren rond met het plan een tijdschrift over collagekunst te starten. De tentoonstelling vormde de aanleiding om dit plan tot uitvoering te brengen. Als aanvulling op het getoonde werk bij Galerie Noord stelde hij het eerste nummer samen van The Collager – Pasting the unexpected.

    In het blad zijn de kunstenaars via hun werk met elkaar in gesprek. In de galerie zijn de composities per kunstenaar gegroepeerd. Ieder een eigen wand, een eigen plek. Om voor zich te spreken. En dat doen ze overtuigend. De blik van de bezoeker kan echter maar lastig de aandacht delen. Iedere wand heeft een eigen aantrekkingskracht. Het werk is zo boeiend dat het mysterie van de uitdrukking niet eenvoudig te vatten is. Doordat iedere salon hanging een eigen verhaal heeft zijn de werken afzonderlijk op kunstenaar goed te beschouwen. En naar waarde te schatten.

    The Collager, Galerie Noord

    Vormen de verhaallijnen in de expositie aparte hoofdstukken, in het tijdschrift lopen deze door elkaar. Het magazine heeft naast de tentoonstelling daarom een dimensie meer. De werken zijn niet gerubriceerd naar maker, maar presenteren zich als groep. Ze hopen niet op maar lopen door elkaar. Om met elkaar te communiceren, de ander aan te spreken. Zo ontstaan interessante wisselwerkingen. Nieuwe zienswijzen zijn mogelijk. Kunnen andere standpunten worden ingenomen.

    Met elkaar communicerende tweetallen

    De expositie is de aanleiding voor het magazine. Het is te bekijken als de catalogus bij de tentoonstelling. Alle werken in Groningen getoond staan afgedrukt. Door vormgeving en opmaak staat de uitgave echter op zichzelf. Het is in wezen een kunstwerk, een collage om door te bladeren. De expositie is een samengestelde reeks, van voorbijgaande aard. Terwijl het tijdschrift eeuwigheidswaarde heeft. Met het karakter van de collage in gedachten is het design speels en dwars van alle conventies opgezet. Samengesteld uit diverse formaten vellen en verschillende soorten papier krijgt het karakter van de inspiratie vorm.

    The Collager

    De met elkaar communicerende tweetallen in het hart van het blad zijn zorgvuldig gekozen en rijmen klinkend samen. Deze nemen de meeste ruimte in en beslaan de grootste vellen. Op de kleinere omslagbladen is de compositie eveneens stemmig afgewogen. De lay-out is in balans. Het ruwe tussenformaat, waaromheen de glossy pagina’s zijn gevouwen en waarin het ‘expositie’ katern steekt, herbergt teksten over en van de acht kunstenaars die hun samengestelde werken tonen. Deze woorden en zinnen zijn in onregelmatige kolomblokken gedrukt om aan de collagestijl te passen. De woorden waarin de naam van de kunstenaar is gezet heeft een samenstelling van verschillende lettertypes. De maker van het blad heeft zich kunstenaar waardig creatief uitgeleefd met de expositie en de collagekunst beide als aanleiding in gedachten.

    Een moodboard van zelfexpressie

    De collage, dat is een oud verhaal in een nieuwe jas. Bestaande fragmenten die uit een verhaal zijn gelicht en met andere delen een nieuwe vertelling vormen. Een hergebruik van uitgeknipte of gescheurde beelden. Flarden realiteit die abstract sprekende beelden maken. Niet bij elkaar passen maar toch aansluiten. Een moodboard van zelfexpressie. “Collages zijn een deel van ons dagelijks leven”, zegt Eduard Bezembinder. Hij is één van de kunstenaars op dit moment in Galerie Noord. “We worden gebombardeerd met beelden. Zelfs onze dromen zijn collages, flarden van belevenissen en emoties waar we weer volstrekt nieuwe beelden van maken.”

    The Collager

    De beelden die de collagekunstenaars samenstellen hebben de idee van gedroomde voorstellingen. Het samensmelten van surrealistische momenten. Gerelateerd aan het zijn, de natuur, het verleden, reizen in het bestaan. Om de wereld te duiden en handzaam te maken wordt deze juist overhoop gehaald. Bestaande herkenbare beelden worden uit elkaar getrokken en gemengd tot een abstract realistische omgeving. Daarbij wordt uiterst zorgvuldig omgegaan met compositie, vorm en kleur. In de collagetechniek is niets wat het lijkt. Door de bestaande beelden te mengen hervormen de uiterlijkheden zich en sta je als beschouwer zelden op het goede been. De visuele woordspelingen, contrasten om verschillen en overeenkomsten zichtbaar te maken, lichtvoetige verrassingen door technische foefjes maken van het resultaat een interessante samenstelling.

    Knippen, omvormen en plakken

    Beleeft Herman Fontein de wereld als verknipte ansichtkaart om de horizon te verbreden, herleeft Jannie Hiskes de gescheurde persoonlijke familiegeschiedenis en gebruikt Josefien Alkema oude onafgemaakte tekeningen uit de eigen ladekast. “Een beeld kan het onzichtbare met het zichtbare verbinden”, meent Alkema, “het moment met de oneindigheid.” Jens Wortmann op zijn beurt is gefascineerd door de drie essentiële fasen die het maken van een collage omvat: deconstructie, transformatie en wedergeboorte. Ofwel knippen, omvormen en plakken – het reconstrueren van een eens gepresenteerde afbeelding. Het scheppen van een nieuwe uit de oude wereld.

    Voor Peter Boersma maken kleuren en geuren van oude documenten, de structuur van verschillende papiersoorten en de historie van verhalen en afbeeldingen het creëren van collages tot een zintuiglijke ervaring. Harri Kalha drukt met visuele creatie ideeën, denkbeelden en fantasieën uit. Hij beschouwt het maken van collages als het nemen van beslissingen; opties uitsluiten, lievelingen aan de kant zetten. Zijn werk heeft een mystieke onderbouwing, waarin denken en zien twee verschillende waarden hebben. Het werk van Anke Roder heeft de natuur als bron. Op haar composities stralen abstracte knipsels in wolkende kleuren, waarover bloemdelen lijken getekend. De fragmenten van foto’s zijn zo gekozen dat ze de oorspronkelijke betekenis en uitdrukking hebben verloren. Opgaan in een nieuwe uitleg.

    The Collager, Galerie Noord

    In Galerie Noord is als aanvulling op de tentoonstelling een stuk gelaagd golfkarton op schragen gelegd. Het dient als tafel voor een tweetal leporello’s van de hand van Roder. Uitgelegd zijn dit filmstroken waarop een onbekende maar interessante wereld zich voordoet. Zo vullen expositie en magazine elkaar aan. Heeft de één meer en toont de ander een extra dimensie. Uitkijkend naar een tweede nummer blader ik dit eerste met toenemend enthousiasme door.

    The Collager, Tentoonstelling van collagekunst bij Galerie Noord, Nieuwstad 6 in Groningen. Tot en met 29 juni 2023. Tijdschrift The Collager, pasting the unexpected, No.1, Summer 2023.