Tag: Groninger Museum

  • Hoe Van Gogh naar Groningen kwam

    Het is een kapstok. Om een tentoonstelling en een bijbehorende catalogus aan op te hangen. Of een kabinet om het in weg te leggen. De naam Van Gogh beroert de gemoederen, daardoor wordt de interesse gewekt wanneer zijn naam in een titel verschijnt. Maar eigenlijk is het een lokker, een kop in avontuurlijke typografie op de voorpagina van een roddelblad – binnenin blijkt dat de vlag de lading nauwelijks dekt. Zo zwart-wit wil ik het hier echter niet stellen, want “Hoe Van Gogh naar Groningen kwam” is een kleurrijk onderwerp dat door het Groninger Museum serieus is onderzocht. Het item is gelaagd en door de instelling diepgaand uitgeplozen en doorgespit.

    Vincent van Gogh heeft in zijn leven nooit Groningen bezocht, hij kwam niet verder dan Zweeloo in Drenthe. De titel van boek en tentoonstelling doelt dan ook op het werk van de schilder. Schilderijen en tekeningen werden door zes studenten naar Groningen gehaald. Het was de eerste grote overzichtstentoonstelling van Van Gogh in Nederland. Men wist 128 werken los te krijgen om in de bovenzalen van het Groninger Museum van Oudheden ten toon te stellen. Groningen was tot dan, we spreken over het jaar 1895, een cultureel slapende stad. Met een serie van acht tentoonstellingen met op dat moment hedendaagse en moderne kunst en kunstenaars werd Groningen wakker geschud. De tentoonstellingen trokken naar verhouding veel bezoekers. De inwoners van Groningen wilden maar wat graag kennis maken met deze nieuwe lichting.

    Tijdsbeeld voor de belle epoque

    In de rij uitstallingen is het werk van Van Gogh een onderdeel. In de catalogus neemt het eveneens maar een geringe plaats in. Maar het is wel van belang, want het zet de stad en de provincie in culturele zin op de kaart. Het is daarom ook dat het zwaartepunt op dit gegeven komt te liggen. In overleg met de schoonzuster van Vincent, die na de dood van haar man de volledige nalatenschap van haar zwager in beheer kreeg, is de tentoonstelling destijds ingericht en aangekleed. In de serie van acht was dit het derde evenement. En op de achtste en laatste tentoonstelling werden tekeningen en aquarellen van Vincent van Gogh in Groningen getoond. Daarna was het afgelopen, want de studenten gingen na afronding van hun studie ieder een eigen weg. Maar de steen in de vijver had een rimpeling veroorzaakt, er werd nog lang daarna gesproken en geschreven over het initiatief.

    Het boek en de tentoonstelling nu behandelen na intensief onderzoek tevens de andere tentoonstellingen in de twee reeksen die destijds in de jaren van 1895 tot 1897 plaats vonden. De kunstenaars waarvan werk werd gepresenteerd krijgen in het huidige Groninger Museum ook volop aandacht naast de zaal waarin het werk van Van Gogh te zien is. Het zet zich karakteristiek af tegen het tijdsbeeld van net voor de belle epoque. De bezoeker krijgt een mooie inkijk in de kunst van het postimpressionisme, een stijl die reageerde op wat was en vooruitliep op wat komen ging. Vooral het ervaren van de omgeving staat centraal en dat op eigen gevoel weergeven daarvan. Emotionele expressie en levendige kleuren. Maar ook grepen kunstenaars nog wel terug op klassieke stijlen om het realisme van de wereld te verkennen. Ook in deze periode had de symbolistisch geënte kunst navolgers. Het was een rumoerige tijd, waarin schijnbaar voorvoelt werd wat er nadien stond te gebeuren. Alsof men al droomde van expressionisme, constructivisme en neoplasticisme. Maar de tijd was nog niet rijp voor abstractie en non-figuratie. De kunstenaars van dat moment lieten de werkelijkheid nog figureren in de composities, maar deze werd wel al naar eigen hand gezet.

    De woeste culturele gronden lieten zich na het initiatief van de studenten ontginnen. Er bleek daar wat loos te zijn op het platteland ver van het tumult in de randstad. De ogen waren opeens op het noorden gericht. En dat noorden liet zich inspireren door Van Gogh. De niet lang daarna opgerichte kunstenaarsvereniging vond wortels in de rossige Brabander. Op dat postimpressionisme bouwde de groep de eigen stroming, men ploegde de voren in de Groningse akker. Het was voor hen het startpunt om de kunst van en uit Groningen een boost te geven. Maar niet alleen Van Gogh gaf stof tot nadenken en was een bron van inspiratie. Ook andere kunstenaars die door de zes studenten naar stad werden gehaald gaven de Groningse schilders voedingsbodem. Met het initiatief van de studenten was een jonge boom geplant die in de eeuw erna tot wasdom kwam en vrucht droeg. Groningen telde opeens mee in het Nederlandse kunstlandschap.

    Historische kant van het verhaal

    Het boek en daarmee de tentoonstelling gaat in op de geschiedenis van dat culturele leven, het ontstaan van het Groninger Museum en de academie voor beeldende kunsten Minerva. En de zes studenten worden in onderzoek en uitgave gevolgd. Ook de kunstenaars waarvan zij werk naar Groningen wisten te halen krijgen aandacht. Want uiteraard is voor catalogus en uitstalling het verhaal van Van Gogh in Groningen om niet te zeggen enigszins mager. Vincent is op dat moment, 1895, nog niet zolang uit de tijd. Immers op 29 juli 1890 stierf hij aan de hemzelf toegebrachte verwonding. Ook broer Theo liet het leven kort daarna. Weduwe Johanna Bonger kreeg de nalatenschap van haar zwager in beheer. De studenten hadden met haar schriftelijk contact, zij was het die feitelijk die Van Gogh naar Groningen bracht.

    Niet alleen is de kunst in de uitgave aanwezig, ook memorabilia als foto’s die vooral de historische kant van het verhaal uitbeelden. Advertenties in de stedelijke en provinciale courant die de tentoonstellingen kenbaar maken. De correspondentie tussen studenten en de weduwe Van Gogh. Interessant daarbij is de lijst van bruiklenen voor de Van Gogh tentoonstelling. Het maakt het verhaal dat eigenlijk een vertelling is levendig en zet de historische werkelijkheid op scherp. Welbeschouwd gaat het boek meer over het onderzoek, de onderliggende speurtocht naar het hoe en waarom. Wordt de kunst van toen belicht en krijgen de kunstenaars van destijds in beschrijving de aandacht. Het lijkt minder te draaien om de kunstwerken zelf. Deze zijn een treffende illustratie bij het verhaal. Niet los te zien, want daar draait het tenslotte om. Ook in het museum schijnt de kunst minder van belang te zijn. Er zijn veel mooie werken te zien. De tentoonstelling echter leest als een tekststrip, het verhaal onder het plaatje. Het tekstbord geeft niet alleen naam en titel, maar tevens en vooral de achtergrond van de beleving. Of eigenlijk staan die woorden de onbevangen ervaring in de weg. De tekst zou in het boek gelaten moeten zijn, om nog eens door te bladeren en lezen wanneer de tentoonstelling na 5 mei is afgelopen en uitgeruimd.

    Het verhaal past in de serie Verborgen Verleden, een Ongekende Geschiedenis van Groningen. Dat van Vincent die naar stad kwam is een draadje dat gevolgd kan worden. En waaraan legio andere zaken geknoopt kunnen worden. Zo is het een interessant onderwerp, waardoor het Groningse verhaal veel facetten heeft en diverse auteurs zich erover hebben gebogen – van conservator tot historicus. Het boek is daarom een boeiend naslagwerk dat niet alleen de kunst en het culturele leven als punten van behandeling heeft. Het museum belicht daarop de kant van de afbeeldingen, dus het tonen van de besproken kunst. Maar de tentoonstelling bezwijkt dan onder dat verhaal, zoals hierboven is beschreven.

    Hoe Van Gogh naar Groningen kwam. Mariëtte Jansen, Belle de Rode, Anneke de Vries. Met bijdragen van Lieuwe Jongsma, Anton van der Lem, Kees van der Ploeg, Juliette van Uhm. Uitgave WBOOKS i.s.m. Groninger Museum, 2024.

  • Van meesterdrukker tot kunstenaar-drukker

    Werkman, zijn naam had hij mee. Hendrik Nicolaas was ambachtsman, zijn vak vereist ondervinding en kennis. Eerst was hij handelsdrukker, een brooddrukker met tal van mensen in loondienst. Later toen zijn drukkerij failliet ging en hij op kleine schaal zonder werknemers doorstart werd hij kunstenaar-drukker. In het reguliere drukkersvak leerde hij de fijne kneepjes van de grafische technieken, die hij later als kunstenaar kon gebruiken en uitbuiten. Hij was een meester in het samenstellen van de drukplaat met loden letters. Op een ambachtelijke manier, zoals men dat voor de automatisering in de drukkerij deed. Dat letterzetten echter heeft Hendrik nooit achter zich gelaten, ook niet toen andere en nieuwere  mogelijkheden het vak van drukker minder handig en meer eenvoudig maakten. Hij bleef bij zijn leest en buitte voor de kunsten het letterzetten tot aan de grenzen van de techniek uit.

    Hendrik Werkman, Peter Jordans, WBOOKS

    De uitgave ‘Hendrik Werkman, het druksel en de kunst’ zet de handwerksman af tegen zijn tijd. Middels diverse essays wordt de drukker die kunstenaar werd in de kunsthistorie geplaatst. Hij heeft drukkerspapieren, maar in de beeldende kunst is hij autodidact. Zijn werken waarin hij letters onorthodox deed drukken en stempelen noemde hij druksels. De letter werd tot vorm en minder belangrijk onderdeel van een woord. De letter werd figuur en beeldmerk in de drukkunst. Letters en cijfers werden kunstwerken. Werkman’s gebruiksdrukwerk werd autonoom drukwerk, druksels dus. Vanuit het constructivisme leende hij de wiskundige grondvormen vierkant en cirkel, rechthoek. Door drukletters als letters te drukken maar ook zijkanten en achterkanten te gebruiken in een bepaalde samenstelling, en handmatig geïnkt waardoor er afvlakking van kleur ontstond het stempelen zo eigen, kwam er een abstracte vormgeving op papier. De constructivistische typografie werd vooral toegepast in de reclame, maar Hendrik Werkman gebruikte deze vorm in de eerste plaats om zijn maatschappelijke betrokkenheid uitdrukking te geven.

    Van bovenkast en onderkast, van kapitaal tot cursief

    Het boek plaatst H.N. Werkman in zijn tijd wanneer hij aansluiting zoekt bij constructivistische kunstenaars, maar er eigenlijk geen gehoor vond met zijn eigenzinnige druksels. Op allerlei manieren gebruikte en welhaast misbruikte hij de mogelijkheden van het drukkersvak. Pas later, na zijn wrede dood in het zicht van de bevrijding in het laatste oorlogsjaar 1945, worden zijn kunstwerken op waarde geschat en vinden navolging bij andere kunstenaars. Vooral doet zijn werk zich in de kunst inspireren. Maar in zijn werkzame jaren ploeterde Werkman zich eenzaam in zijn tot atelier omgevormde drukkerij een eigen kenmerkend oeuvre. Vanuit dat drukken om den brode, waarin hij van de hoed en de rand  wist – van bovenkast en onderkast – van kapitaal tot cursief, ontstond gaandeweg een eigen beeldtaal omdat hij de kunst wilde integreren in zijn werk. Kunstenaar wilde hij zijn, de kunst trok hem en het vak van drukker bleek daarvoor de voedingsbodem.

    Hendrik Werkman, Peter Jordans, WBOOKS

    Uit het typografische constructivisme leende Hendrik Werkman vormen en beeldmerken om te gebruiken in zijn eigen taal. Met zijn uitdrukkingen bevond hij zich op de scheidslijn van autonome en toegepaste kunst. Van de letter als figuur gebruiken en de letter als boodschapper inzetten. Ook in zijn kunst gaf hij uitdrukking aan sociale gevoelens en de idee dat dingen anders moesten. Ook al is de letter en het cijfer minder boodschapper en meer een vorm in een spel van lijn en vlak. Later gebruikte hij drukvormen, zetmateriaal en sjablonen meer in schilderachtige composities. De letter en het cijfer raken het karakter van middel om te communiceren kwijt en spreken in getransformeerde vormen als koppen en paardenmanen. De handrol om met uitrollen verschillende gradaties in kleur  te krijgen werd zijn kwast. Met de rolkant maakte hij getekende lijnen, het gereedschap werd zijn potlood of penseel.

    Werkman werkt door

    In de uitgave “Het druksel en de kunst” laat redacteur en emeritus hoogleraar Peter Jordens diverse auteurs uitweiden over Hendrik Werkman als persoon en over de latere invloed van zijn werk in de kunst. Andragoge Conny Schumacher schetst een beeld van zijn artistieke nalatenschap. Deze kreeg vorm en beeld in de tentoonstelling ‘Werkman werkt door’ in het Grafisch Museum Groningen.  Vele kunstenaars met hem en na hem “hebben zich laten inspireren door het eigenzinnig kunstenaarschap en de onafhankelijke geest van Werkman die borg staat voor een even herkenbare als authentieke stijl”. Herinneringen aan één van die kunstenaars haalt conservator Han Steenbruggen naar voren door zijn persoonlijke ontmoetingen te beschrijven met meesterdrukker Ben Joosten. Letters en tekens dragen een boodschap, soms verborgen en poëtisch, citeert beeldend kunstenaar en schrijver Erik Timmermans collega kunstenaar Ewald Spieker die de fascinatie van Werkman voor de kracht van letters bewondert. Bij hem gaan de letters een eigen leven leiden, worden daar door deze kunstenaar toe gedwongen en tekenen in hun symboliek het zijn.

    Hendrik Werkman, Peter Jordans, WBOOKS

    Vanuit historisch perspectief beeld van het drukkersvak

    Kunstenaar Harry Wolfkamp noemt zichzelf geen schilder meer nadat hij de magie van het schilderdruksel heeft ontdekt. In een bijdrage van sociaal ondernemer Lenny Bulthuis worden deze druksels in werkwijze en afbeelding omschreven en wordt de tekst geïllustreerd door fullcolour voorbeelden. Anneke de Vries, kunsthistoricus gespecialiseerd op Kunstkring De Ploeg, belicht het materiaal van Werkman – de cijfers en letters in lood en hout en het materiaal om deze op papier te krijgen, een interessant hoofdstuk voor met name de drukker. Kunsthistoricus Marije Sennema sluit daarbij aan door haar onderzoek naar het gebruik van het zetmateriaal in Werkman’s vrije oeuvre. In zijn experimenten ontdekte hij vele nieuwe grafische mogelijkheden. Tussen deze bijdragen door probeert Peter Jordens zelf het stukgelopen contact tussen Piet Zwart en Hendrik Werkman te duiden. Zwart was ontwerper van reclame die de creativiteit van het autonome kunstenaarschap categorisch afwees, terwijl Werkman juist beoefenaar van autonome kunst was die streefde naar erkenning van zijn kunstenaarschap.

    De uitgave “Hendrik Werkman, het druksel en de kunst” geeft niet alleen een goede kijk op de drukker die kunstenaar werd, maar schetst tevens vanuit historisch perspectief een beeld van het drukkersvak en de daaruit ontstane constructivistische typografie. Dat het woord beeld kan zijn, de letter kunst is.

    Hendrik Werkman, het druksel en de kunst. Redactie Peter Jordens. Uitgave WBOOKS in samenwerking met Stichting De Ploeg en het Groninger Museum, 2022.