Tag: Harry de Jong

  • Harry de Jong kijkt terug op 30 jaar De Kast

    De tiid hâldt gjin skoft’ had een terechte titel voor het nieuwe album kunnen zijn. Maar de band schaart de verzameling liedjes onder de noemer ‘Fierder’. Want zeker, de tijd heeft vleugels en geen teugels, de doortikkende klok laat zich niet afremmen. De dagen, maanden en jaren vervliegen in het leven. Maar de muzikale vrienden die in het nieuwe boek van popjournalist Harry de Jong worden beschreven willen verder. Niet van daar af waar ze ooit gebleven waren. Die vlag op de top van de berg, de roem en de uitzinnige fans, dat hebben ze allemaal wel gezien. Dat heen en weer gereis van hot naar her om hun muziek aan de mens te brengen, dat is nu wel klaar.

    image

    Ze vinden zichzelf terug na de stormachtige hectiek van het bekende Nederlander zijn. Door de druk liepen ze hard tegen de ander aan en vergaten waarvoor ze eigenlijk op de planken stonden. Na een tijd van rust waarin de storm is gaan liggen willen ze vooruit zien. Met ‘Fierder’ is het elan terug. De drang om te componeren. De lust om te spelen. Geen randverschijnselen meer. Niet spelen omdat het moet maar omdat het mag. Door ervaringen rijk is de geest van De Kast terug, de band die voor de roem nog leuk was. En natuurlijk hebben de mannen genoten van die tijd, maar ze zijn nu weer de jongens die spelen omdat ze niet anders kunnen.

    image

    Met scheermesjes achter de ellenbogen

    In de uitgave ‘Op eigen kracht’ kijkt Harry de Jong terug op de 30 jaar dat de Nederlandstalige Friese popgroep met hun muziek door het land trekt. Hij heeft de groep vanaf het eerste begin tot aan het laatste optreden en daarna gevolgd. Was getuige van de hoogtepunten, maar maakte ook de dieptepunten mee. Het verhaal in negen delen is derhalve een verslag uit de eerste hand. Het is een uitgebreide biografie van een bijzondere band, een vriendengroep, op een transparant leesbare manier geschreven. Een schrijfstijl die toevertrouwd is aan De Jong.

    Harry de Jong weet als geen ander de sfeer van het moment te pakken. En net als het boek de titel ‘Op eigen kracht’ draagt zou het schrijverschap van De Jong ook aldus bestempelt kunnen worden. Op eigen kracht en met doorzettingsvermogen is hij gekomen waar hij als popjournalist nu is. Met scheermesjes achter de ellenbogen en de voet tussen de deur gestoken heeft hij het onderste uit de kan van menig wereldburger weten te krijgen. Vooral zijn gesprekken met de groten der aarde op popmuziekgebied zetten deze selfmade schrijver op eenzame hoogte in het rijtje van popjournalisten. In Friesland is hij een autoriteit en daarom het meest geschikt om de groepsbiografie van De Kast samen te stellen.

    Sprankelende pianoklanken

    Meteen al in de proloog zet Harry de Jong zijn handtekening. Met een scherpe blik en even scherpe pen weet hij het moment te fixeren op de juist passende stemming. Deze vertelling vooraf is een karakteristiek DeJong-verhaal. Het zet de toon van het boek. “Duizenden armen zwaaien heen en weer boven evenzoveel deinende lichamen, ogen glinsteren als lichtjes in een kerstboom en omhooggestoken mobieltjes registreren onverbiddelijk elke seconde. Het publiek lijkt samen te smelten tot één groot koor dat elk woord vol overtuiging meezingt.” De Jong heeft hier de 15e december van het jaar 2019 vastgelegd. Want hij was erbij toen de zanger in een gele vonkenregen de Friese vlag boven zijn hoofd liet wapperen en de sprankelende pianoklanken van het intro van In Nije Dei over de massa woei. Het optreden is de aftrap van een jubileumtour.

    De Kast bestaat 30 jaar en wil dat niet ongehoord voorbij laten gaan. De proloog van De Jong beschrijft de sfeer voor en achter de schermen van dat memorabele optreden. Want overal kun je Harry vinden met zijn blocnote en pen in de aanslag, alles wat hem opvalt in vlugschrift noterend. Die kladblokjes zullen een schat aan kennis en informatie herbergen. De Jong heeft er een stapel vol geschreven om de pophistorie zichzelf te laten beleven. Hij laat in deze uitgave zijn eigen geschiedenis als popjournalist ook niet ongemoeid. Ieder hoofdstuk van het boek laat De Jong inleiden door een dwarsdoorsnede van het muziekveld van dat moment. Hij toont zijn kunde van de muzikale wereld door artiesten op te laten draven waarmee hij ooit een gesprek had. En ook kan hij putten uit talloze reportages die hij voor diverse kranten schreef. Ze fleuren het boek op. Zo is het niet alleen 30 jaar De Kast, maar evenzeer 30 jaar De Jong. De biografie van de eigenzinnige popgroep schuurt tegen de levensbeschrijving van deze markante schrijver.

    In Nije Dei. Dat is met voorsprong de meest bekende song van de vijf muzikale heren. Zij schreven zichzelf daarmee in op de Friese canon. De Kast: vijf mannen die al jaren in staat zijn het beste van elkaar naar boven te halen en muziek maken die tegen een stootje van de tijd kan. Ik citeer Harry de Jong, die vanaf het podium op die decemberdag in 2019 terugkijkt op 30 jaar De Kast. Vanaf het prille begin. Toen er bij lange na nog geen sprake was van De Kast, maar de groep zich in die samenstelling wel al aan het vormen was. Het succes stond in de steigers. Het doopceel van de muzikanten wordt gelicht. Voor de fans altijd fijn te weten hoe hun idolen in elkaar steken. De mannen zijn openhartig over het wel en wee, hoe en waarom, de start en finish. Harry de Jong is dan ook een vriendelijke en amicale ondervrager. Na alle jaren dat hij met de groep meeloopt is de journalist geen persmuskiet meer, maar drinkt zo nu en dan ook eens een biertje met de jongens aan de bar. Die ‘ouwe jongens krentenbrood’ sfeer leest tussen de regels door en maakt het boek goed leesbaar. Het is geen opsomming van feiten en ervaringen, maar het dient zich aan als een avontuurlijk jongensboek.

    foto © Marcel R Fotografie

    Het hek van de dam

    Iedere beginnende band, zwoegend op covers in de garage, zal graag in de schoenen staan van De Kast. Zij hebben de zelfkant van de roem geproefd. Zijn begonnen als de spreekwoordelijke krantenbezorger om op te klimmen tot miljonair. En alles hebben ze gedaan op eigen kracht. Wel hier en daar met enige hulp van een ervaringsdeskundige, maar ze hebben hun eigen identiteit altijd bewaakt en gewaarborgd. In eerste instantie dachten de jongens groots en hadden ze niets met regionale acts. Maar toen filmregisseur Steven de Jong hen vroeg de titelsong voor één van zijn rolprenten te schrijven was het hek van de dam. Het werd het meest bekende nummer van de Friezen. Daarna zouden er naast het Nederlandstalige repertoire nog vele Friese composities volgen. Het verhaal is bekend en staat nog eens dunnetjes overgeschreven in dit boek van Harry de Jong. De speelse tekst wordt nog verlevendigd door talloze foto’s van optredens en groepsportretten uit eigen archief. We zien de jongens in beeld opgroeien en in hun rol als bekende Nederlander vallen. En natuurlijk is voor de liefhebbers een uitgebreide discografie aan de biografie toegevoegd. Want daar draait het natuurlijk allemaal om: de muziek.

    Op eigen kracht, 30 jaar De Kast. Tekst Harry de Jong. Uitgeverij Louise, 2023.

  • De evangelist Wilkens hangt een bord uit voor de beerenburg

    Met het beerenburg evangelie wil Piter Wilkens zijn passie voor de kruidendrank over de wereld uitgieten. Te beginnen in Friesland, Fryslân, de provincie waar hij is geboren en getogen. Hikke en tein zoals de Friezen dat zelf zeggen. Om die goede boodschap te verspreiden heeft hij journalist Harry de Jong als geschiedschrijver in de arm genomen en fotograaf Niels Westra als plaatjesmaker erbij betrokken. Het trio Pieter, Harry en Niels trekt door stad en land om de wortels van kruid en drank te zoeken en te vinden. Van de bevindingen en uitkomsten stellen ze een boekje samen, dat onlangs is verschenen bij Uitgeverij Louise in Grou.

    Passie voor de beerenburg

    Het lijkt alsof de achtergrondinformatie Piter in de mond worden gelegd door de schrijver. De feitelijkheden lijken zo uit een naslagwerk of geschiedenisboek te zijn overgeschreven. Maar misschien is Pieter naast begeesterd muzikant en gepassioneerd drinker ook wel een wandelende encyclopedie. Want ergens verderop in het boek lees ik dat hij belangrijke historische data precies in z’n hoofd heeft door zijn natuurlijke interesse voor geschiedenis. Bij elke voor hem belangrijke datum zoekt hij een feit dat alles in een historisch perspectief zet. Veel van deze voorbeelden doorspekken de teksten. Het geeft een duidelijk zicht op de historie van waaruit het drankje is ontstaan. Want er is door de schrijver veel onderzocht en uitgespit, dat is hem wel toevertrouwd als verslaggever. Wilkens is, vanwege zijn passie voor de beerenburg, de kapstok om de jas aan op te hangen. Een droge opsomming van de gegevens zou een gortdroog verhaal opleveren, dat dan wel weer gelaafd kan worden met de kruidendrank natuurlijk. Maar in handen van De Jong is voor deze speelse opzet gekozen van duidelijke vraag en helder antwoord. Zo is een interessante en leesbare uitgave gemaakt waar iedereen wat aan heeft.

    Pieter Wilkens, beerenburg, Harry de Jong, Uitgeverij Louise

    Door een luchtige en lyrische manier van schrijven word ik meteen het verhaal ingezogen, en leest het boek zich in een ommezien uit. Nog voordat ik mijn derde glaasje heb ingeschonken ben ik al toe aan de recepten achterin het boek. Want de tekst maakt wel dorstig, althans krijg ik zeker zin in een slokje of wat. En dat is de bedoeling van ambassadeur Piter Wilkens, want er moet gedronken worden vindt hij maar dan vooral genipt: “Beerenburg is om te proeven, niet om te zuipen”.

    Beeldend beschrijven

    Het schrijven van Harry de Jong leest plezierig. In enkele treffende regels, puntige notities en spitse observaties, kan hij de romantiek van het moment vatten. Hij omschrijft wat zichtbaar en hoorbaar kan zijn daar en dan, laat daardoor de tekst tot leven komen. Ik zie de omgeving waarin Wilkens ronddwaalt op zoek naar de wortels van de beerenburg zo voor me. Soms lijkt de verbeelding wat overdreven, maar De Jong blijft ondanks alles de dichter wanneer hij poëtische omschrijvingen op papier zet. Met de foto’s van Westra daarbij wordt de zoektocht treffend geïllustreerd. Een beeldend beschrijven en een beschrijvend beelden. Zo is in en door het boek een levendige documentaire ontstaan, waarin de Friese troubadour op de voet wordt gevolgd.

    Pieter Wilkens, beerenburg, Harry de Jong, Uitgeverij Louise

    Halverwege het vierde hoofdstuk genaamd ‘De Fakkeldragers’ gaat De Jong schriftelijk helemaal los wanneer Wilkens stelt dat beerenburg ook rock and roll is. Dat is een kolfje naar zijn hand, zodat de schrijver de vergelijking kan doortrekken naar West-Texas. Daarmee zit hij zomaar zelf op de praatstoel en vertelt honderduit. Over Buddy Holly, Terry Allen en Joe Ely, want daar ligt zijn passie. Hoewel hij ook niet vies is van een slokje, gaat Harry helemaal voor de muziek; de blues, de rock’n’roll.

    Piter vergelijkt op zijn beurt het bedenken en maken van de beerenburg met het schrijven en componeren van een lied. Een song die een hit wordt, want de beerenburg is een topper gebleken. Wilkens is niet voor niets muzikant om deze overeenkomst te zien. Maar eigenlijk is hij dat niet, zegt hij zelf bescheiden. Geen zanger, geen gitarist, hij schrijft liedjes. Dat is zijn talent. “De vakkundig vormgegeven liedjes balanceren behendig op het snijvlak van Amerikaanse rock, blues en country”, typeert Harry de Jong Piters talent. “Maar dan wel met de visie van iemand die is geboren en getogen op het Friese platteland.”

    Pieter Wilkens, beerenburg, Harry de Jong, Uitgeverij Louise

    De beerenburg doet Piter Wilkjens niet alleen naar de fles grijpen, maar ook naar de pen om enkele ballades te schrijven speciaal voor deze uitgave. Trekt Harry de wereld over om muziekcoryfeeën voor een gesprek aan de praat te krijgen, Piter doorkruist het landschap met gitaar en zang van eigen liedjes, terwijl Niels de omgeving onveilig maakt om deze fotografisch vast te leggen. Een bijzonder driemanschap, een trio dat als drie-eenheid zich buigt over het gedachtegoed van het “Fryske slokje”.

    Ontstaan en herkomst

    Bij dat verhaal over het ontstaan en de herkomst van de beerenburg worden allerlei voorvallen gesleept, die schijnbaar niets met het drankje op zich van doen hebben. Gebeurtenissen die op dat moment belangrijk zijn in de wereld, bijgezet worden in de geschiedschrijving door historici. Maar ook wetenswaardigheden die de reguliere geschiedenisboeken nauwelijks halen en dreigen weg te zakken in het moeras van de vergetelheid. Deze wijsheden maken het boek voor de lezer meer dan interessant, want door een verhaal over enkel de drank op zich zou de uitgave het formaat van een schrift hebben. Van het evangelie kun je nog wat opsteken, omdat de schrijver niet dieper in het glas kijkt maar verder dan zijn neus lang is. De toestand van de wereld blijft niet onbesproken. Het is een verkapte geschiedenisles, waarvan ik nog wat op kan steken.

    Pieter Wilkens, beerenburg, Harry de Jong, Uitgeverij Louise, Weduwe Joustra

    Dat slokje heeft zijn oorsprong overigens helemaal niet in Friesland. Er zijn wel Friese vaandeldragers, in het boek dragen ze overigens een fakkel om als een olympiër het vuur van de kruidendrank door te geven. Het zijn Friese distilleerders die hun kruiden mengen en op jenever laten trekken. Harry en Piter leggen uit hoe dat komt. Maar Hendrik Beerenburg maakte de mixdrank voor het eerst aan de Stromarkt in Amsterdam, ontdekten ze. Het vocht ging zijn naam dragen, maar het feitelijke recept nam hij in zijn graf mee. Daarom vult een ieder de fles op een eigen manier, er is dan ook geen enkele beerenburg die eenzelfde smaak heeft. Elke stoker geeft het een eigen karakter en sfeer mee.

    Geneeskrachtige planten

    Het trio toog eerstens naar de hoofdstad om deze informatie te vorsen. Ook gingen ze op zoek naar de kruiden die de beerenburg zo’n avontuurlijke smaak geven. Want het slokje is op de keper beschouwd toch simpelweg een kruidendrank met een voor de gezondheid heilzame werking. Want als we last hebben van een of andere ziekte, infectie, kwaal of virus, dan biedt Moeder Natuur ons genoeg middelen om de strijd aan te gaan. De beerenburg mag nu een genotsmiddel zijn, in vroeger dagen werd het gedronken bij verkoudheid en griep bijvoorbeeld. Het heeft een keur aan geneeskrachtige planten in zich om als drankje zomaar in de voorraad van een kwakzalver te belanden – met een ander etiket uiteraard. Voor Wilkens is beerenburg een drug, beter dan een lijntje snuiven of een naald zetten: “Je voelt je niet fit, gaat even liggen, neemt een paar borreltjes en gaat weer door. (…) Ik heb geen medicijn nodig, ik heb beerenburg.”

    Pieter Wilkens, beerenburg, Harry de Jong, Uitgeverij Louise
    Fotograaf Niels Westra, uitgever Eddy van der Noord, evangelist Piter Wilkens en schrijver Harry de Jong bij de presentatie van het boek

    Om het boek extra kruidig te maken zijn de notoire drinkebroers Anker ingevoegd. Als fans van het eerste uur zetten zij deze drank in 1995 na een uit de hand gelopen avond stappen t in de beklaagdenbank. Het was de schuld van de beerenburg dat ze zichzelf te buiten waren gegaan vonden zij. Het slokje kreeg levenslang, ze stapten over naar jenever want dat houdt lijf en leden jong en de gedachten helder. In het boek komen ze terug op hun vernietigende oordeel en rehabiliteren de beerenburg.

    Het Beerenburg Evangelie volgens Piter Wilkens is vooral een goed uithangbord voor de drank. Een treffende pr voor de nog bestaande destilleerders die de kruidendrank brouwen. Welke kruiden ze precies mengen maakt het boek niet duidelijk, want dat is het geheim van de smid. Het wekt wel de nieuwsgierigheid op, maar er moet toch ook wat mysterie rond het verhaal blijven. Iedere drinker zal een andere kruid proeven, want je kunt de beerenburg proeven en drinken als wijn. Het aroma ruiken, het vocht nippen en door je mond rollen, de smaak tot je nemen voordat je het slokje doorslikt. De afdronk is het moment van euforie om in extase te raken voor de volgende slok. Drink bewust, geniet, maar drink met mate. En zelf kan ik dan nog wat zaken mengen tot een heerlijke cocktail, lekker bakje koffie of smaakvol gerecht met de recepten waar natuurlijk beerenburg een ingrediënt van is. Enigszins beneveld sla ik dan het boek dicht. Ik schenk nog een glaasje in. Proost!

    Het Beerenburg Evangelie volgens Piter Wilkens. Teksten Harry de Jong, fotografie Niels Westra. Uitgeverij Louise, mei 2022.

    Pieter Wilkens, beerenburg, Harry de Jong, Uitgeverij Louise
  • Harry de Jong verkent het land van de rock’n’roll

    Een lijvig boek, als de bijbel dik is. Maar is het de bijbel van de rock and roll, die uitgave “De duivel ligt altijd op de loer” van popjournalist Harry de Jong. Het dreigt een bestseller te worden, dat wel. De tweede druk is al van de persen gerold inmiddels. Het is meer een handboek, een gids door muziekland dan dat het de heilige schrift is. Het geloof komt regelmatig langs, als een afrekening met het verleden van de schrijver zelf? Maar god heeft Harry nooit te spreken gekregen. In het evangelie naar Harry komt Bob Dylan namelijk niet aan het woord. En Elvis Presley was dan weer voor zijn tijd. Vele andere sterren aan de muziekhemel passeerden echter wel zijn opname apparaat. Maar de grote Bob weigert tot op dit moment van zijn pilaar te komen.

    Rode draad

    Er is voldoende lezend te genieten in “de duivel”. Daarin staat een selectie afgedrukt uit de vele gesprekken die Harry de Jong had met muzikanten. Een bloemlezing van Cliff Richard tot Leonard Cohen via Dolly Parton. Het boek is ingedeeld naar thema’s, zoals de oerknal van de rock and roll, zij schreven pophistorie en tienersterren. Door de gesprekken leert de lezer niet alleen artiesten als John Lee Hooker, Mark Knopfler en Neil Young kennen, want Harry opent deuren die anders hermetisch gesloten zouden blijven – voor mij. En hij slaat hier en daar onbekende boekjes open. Ook laat Harry zichzelf door de verhalen kennen. Want de rode draad door de verhalen is hijzelf.

    Op de koffie

    De titel van het boek is genomen uit een gesprek met Ray Manzarek, de keyboardspeler van de legendarische band The Doors. Wanneer iemand pophistorie heeft geschreven is het deze groep wel. Harry bezocht het graf van voorman Jim Morrison in Parijs. “In wezen zit dus in roem een zaadje dat kan rijpen tot de grote vernietiging”, zegt Ray, “de duivel ligt altijd op de loer om je te verleiden.” De geschiedenis vertelt hoe het afliep met Jim. Zo leidden meer artiesten zichzelf naar de afgrond. Harry heeft nog verschillende van hen gesproken voordat ze het tijdelijke voor het eeuwige wisselden. De meest bekende is dan wel Johnny Cash, waarbij De Jong meerdere malen op de koffie mocht komen en de dubieuze eer had de laatste te zijn die hem een interview heeft afgenomen. Er staat een groot hoofdstuk voor Cash in het boek, de countryster gaat dan ook een heel leven met de schrijver mee. Wie ook veel aandacht krijgt is de Ierse folkgroep The Dubliners. Èn The Rolling Stones, een groep waar Harry eigenlijk niet zoveel mee op heeft. Maar goed, hij heeft het dan ook niet altijd voor het uitkiezen. Het muziektijdschrift is de opdrachtgever en wil ook weleens iets.

    Johnny Cash

    De zachtaardige vragensteller weet zich in elk mens in te leven, de artiesten voor zijn microfoon zijn dan ook snel eigen met hem en vertellen meer dan hen eigenlijk misschien lief is. De zielenknijper waar ze hun verhaal en frustratie bij kwijt kunnen. Harry ziet, hoort en verwoordt dat wat zelden langs de boulevard gehoord wordt. Met zijn kennis van zaken, hij is welhaast een lopende encyclopedie op popgebied, weet Harry het meest onuitgesprokene uit de artiesten te trekken. Dat maakt juist deze verhalenreeks zo interessant, het laat de mens achter de ster zien.

    Ervaren verhalenverteller

    Ook de manier waarop het in boekvorm is afgedrukt. Het heeft een kop en een staart – een proloog en een epiloog. Verbindende teksten die de verhaallijn nodig heeft om natuurlijk door te lopen zijn cursief gezet. Daardoor vloeien de hoofdstukken geruisloos in elkaar over en heb ik niet het idee een bundel met korte verhalen te lezen. Zo zit je bij Peter Green aan tafel, en dan ineens ongemerkt is Meat Loaf aan het woord of komen de jongens van Take That met veel rumoer binnen.

    Harry de Jong, rock'n'roll geschiedenis

    Ook wel voert Harry de Jong dwarse verhalen op, die leuk zijn om te lezen maar in deze context nauwelijks kant noch wal raken. Over zijn verblijf bij de Jehova’s of de rit in een konvooi vrachtwagens met hulpgoederen naar Roemenië of het spookhuis van Heerenveen. Artikelen die hij maakte in opdracht van de plaatselijke courant. Want Harry heeft een neus voor sensationele verhalen, voor mensen aan de rand van de samenleving. De ervaren verhalenverteller weet na zo’n afslag echter makkelijk weer op het rechte pad te komen, de draad van zijn persoonlijke zoektocht door 45 jaar rock and roll geschiedenis op te pakken. Het maakt die verkenning bereikbaar. Dicht bij huis, hoewel zijn gesprekspartners van overal maar vooral van ver zijn.

    Portret Harry de Jong © Henk Bleeker

    Harry de Jong heeft een aangename manier van schrijven. Minder dan in zijn eerdere verhalenbundel “de bezem door Nashville” echter geeft hij sfeerbeelden van de omgeving waarin hij zich op dat moment bevindt. Dat is jammer, want daar werd ik nog meer de verhalen ingetrokken en scheen ik zijn reisgenoot te zijn. Maar nu zit ik toch ook meermalen op de punt van mijn stoel bij Mick Jagger die het over religie heeft. Zet mijn bril op scherp wanneer Willy DeVille opbiecht nog kinderlijk in engelen te geloven. Het is niet enkel rock and roll wat er klinkt in het boek, andere facetten als blues en country, heavy metal en folk worden belicht door de artiesten waarmee Harry spreekt. Het is de soundtrack van zijn leven, waarmee hij de uitgave afsluit. Als je aan de hand van zijn muziekkeuze de mens leert kennen, dan ken ik Harry de Jong nu van haver tot gort.

    “De duivel ligt altijd op de loer”, een persoonlijke zoektocht door 45 jaar rock and roll geschiedenis, geschreven door Harry de Jong. Uitgeverij Band of Books onder redactie van Erik Krikke, 2020.

    Harry de Jong, ZZ Top, rock´n´roll geschiedenis
  • De dichterlijke vrijheid van Harry de Jong

    Natuurlijk, ik ken het werk van Harry de Jong. Zijn observaties van het dagelijks leven waardoor hij spitsvondige regels aan het papier kan vertrouwen. Of beter kon toevertrouwen, want die puntige beschouwingen horen al een tijd tot zijn verleden tijd. In een viertal bundels spuide De Jong ooit zijn kijk op het leven. Van midden jaren 70 van de vorige eeuw tot een tiental jaren later. Het werd veel gelezen en geciteerd. Nu nog kom ik weleens in een geschrift een regel of twee tegen, waarbij ik denk dat het een Harry kan zijn. Twintig jaar later doet hij het dan nog eens dunnetjes over wanneer Harry de eer heeft zich dorpsdichter van de gemeente Heerenveen te noemen. Dan zijn het veelal rijmende dichtregels die op papier worden gezet, terwijl de eerdere kleine gedichtjes meestal verstoken zijn van rijm en metrum.

    Geen peulenschil

    Daar de waarnemingen eigenlijk door de jaren heen niet aan kracht hebben ingeboet, besloot de schrijver een aantal ervan in een nieuwe bundel samen te brengen. Een bloemlezing, waarbij De Jong zelf het boeket heeft samengesteld. Dat is geen peulenschil, want zoek uit je eigen werk maar eens het betere van het beste. Alle zielenroerselen hebben belang en verdienen een plaats in een overzicht. Toch is er een rij van 79 treffende en geestige gezegden terecht gekomen in “Alsof doodgaan doodgewoon is”. De aanleiding voor deze titel vind ik op pagina 76: ‘Pas drie dagen/getrouwd en nu/zitten we al/doodrustig met een/wildvreemde kerel/te praten over wat/jij kunt beuren/als ik doodga./Alsof doodgaan/doodgewoon is.

    Harry de Jong
    foto © Jurjen K, van der Hoek

    In deze nieuwe bundel laat De Jong zijn bloemlezing uit eigen werk voorafgaan door wat anderen van zijn werk vonden. Grote namen als Simon Carmiggelt, Drs. P en Fons Jansen bogen zich destijds over zijn werk en konden het zeer waarderen. Het is wel een overmatige verheerlijking van hemzelf, terwijl het werk die aanprijzing naar mijn mening absoluut niet nodig heeft. Het leest wel lekker weg, want Harry heeft in proza tevens een goede hand van schrijven.

    Maar terug naar mijn kennis van zaken. Aan de wieg van de eerste bundel heb ik gestaan. Althans aan de eerste druk van “Ze zullen er nog wat van denken” heb ik mogen meewerken. Nu is het boekje een ware collector’s item. De getekende omslag is uit mijn kroontjespen gevloeid. Ik ging daarmee voor aan de illustrator Peter van Straaten, die de bundel “Aan de overzijde bijt het beter” van tekeningen voorzag.

    Geestige bewoordingen

    Notities noemt Harry de Jong zijn gedichtjes. Aantekeningen uit zijn leven van alledag. Soms geschreven vanuit de eerste persoon, de schrijver die beleeft wat wij alle als lezer zoal tegenkomen door de tijd. Maar ook als kritische beschouwer kijkend naar buurman of buurvrouw, die zaken aan het licht brengen die eigenlijk achter de gesloten deuren thuishoren. De Jong rekent ermee af in geestige bewoordingen, nauwlettende ondervindingen en scherpzinnige belevingen. Het is een aardigheid zijn blik te volgen, zijn schrift te lezen en te herkennen wat je al wel wist.

    Vooral zijn kerkelijke opvoeding probeert Harry in kluchtige zinnen van zich af te schrijven. Soms druppelt er een zeker cynisme tussen de regels door. Maar helemaal wegcijferen lukt hem dit toch niet. Er is ergens een zaadje gezaaid en dat steekt krampachtig het kopje boven het maaiveld uit. Vermakelijk vind ik het dat enkele van die afrekeningen toch deze bloemlezing hebben gehaald.

    De bundel laat zich niet in één adem uitlezen. Een dagelijkse observatie heeft recht op een wekelijkse uitleg. Eigenlijk past het werk uitstekend op een weekkalender, zodat de lezer enkele momenten meer de tijd krijgt het kernpunt op te pikken. Want dat is wat Harry de Jong heeft gedaan en wat ik met de woorden van Carmiggelt kan beamen: een gegeven verdampen tot alleen de essentie overblijft. Minder is meer. Uit de samenleving het wezen vatten. Van veelvoud eenvoud maken. Dat is wat ik lees: ‘Ik heb jou nog, maar jij hebt niemand meer’.

    Alsof doodgaan doodgewoon is, bloemlezing uit vier bundels puntige observaties. Harry de Jong. Uitgave Band of Books, 2019.