Tag: Hein van Delft

  • Grondwerken en boomschrift in kunstlokaal

    Uit de grond van Hein van Delft groeit het bos van PJ Roggeband als eerbetoon aan het gedachtengoed van Louis le Roy in Kunstlokaal No.8. Hoe dat zit? Ik als bespreekman ofwel klompbreker zet daarover hieronder een boom op, dat met zoveel woorden bijna een bos is op vruchtbare bodem. Ik ben namelijk geen killer en houdt mijn darlings graag levend.

    De textuur van de aarde

    Van Delft hangt zand aan de wand, aarde aan de muur, en creëert zo een landschappelijke sfeer. Want zodra de mens een horizontale lijn ziet denkt hij dan zij een horizon te zien. Met daarboven de lucht en daaronder de aarde. Maar dat is niet wat Van Delft beoogt. Hij onderzoekt de kleur van de grond, de textuur van de aarde en wat het licht tussen en met de korrels doet. Het is de wisselwerking tussen mens en natuur die hem intrigeert. Als landschapsarchitect was hij al doende met natuurlijke vormgeving. Destijds grote lijnen volgend, het overzicht houdend. Nu gaat hij op de knieën tijdens wandelingen en verzamelt aardelementen, zandkorrels, kleiplakken, veengronden, siltlagen, leembodem en kalkgruis. Van een megazicht naar een macroblik. Met het potten van grondsoorten maakt hij zijn kunst. Nadat hij deze zoden en plaggen heeft gedroogd en gezeefd om ze gerubriceerd te bewaren, kan hij er op een later moment wanneer de inspiratie dat toelaat mee aan het werk. Met messen, troffels en spatels brengt hij de materie puur en ongemengd aan op panelen.

    Stabiliteit, vruchtbaarheid, groei

    De basale en onorthodoxe grondstof voor zijn materieschilderijen schraapt Van Delft dus van de aarde, steekt ze uit de grond. Een essentieel element dat de vaste, fysieke wereld vertegenwoordigt, dat is aarde. Het vormt de grond waarop we lopen, de aarde waarop we bouwen en de basis voor alles wat groeit en bloeit. Symbolisch staat aarde voor stabiliteit, vruchtbaarheid, groei en een diepe connectie met de materiële wereld. Maar dat Van Delft verschillende soorten grond gebruikt gaat minder diep dan ik hier benoem. Hij blijft aan de oppervlakte om daarmee het terrein van de kunst te verkennen. De kunstenaar zet figuurlijk een voetafdruk in de dunne laag aarde. Die aarde lijkt van weinig waarde, maar krijgt belang en gewicht door het op deze manier te presenteren. Als bouwstof voor kunst, ingrediënt van bezieling.

    Te gruizen en te korrelen

    De werken bezitten het pigment van het bestaan, de aardkleuren die fluctueren tussen diepbruin en zandgeel. De tinten die voorkomen in de aardlagen en zich in de aardkorst naar boven werken, zodat Van Delft deze kan delven. De korsten en plakken op de panelen aangebracht zijn meest borstelig open gewerkt. Of lijken te vergruizen en te korrelen. Ze hangen echter niet als los zand aan elkaar. De opzet in landschappelijke sfeer wordt naast de horizontale lijn nog versterkt door de lagen te groeven, de aarde te ploegen, voren door de akker te trekken. Hoewel hij dus abstracte beelden maakt, schept Van Delft toch een werkelijkheid. De aarde en het zand zijn gegrond, de klei en het veen komen van een specifieke plek. Er is niet zomaar ergens in de achtertuin een spadesteek genomen. Turf uit De Deelen, klei van de Waddenzee, leem uit Italië en zand van de Veluwezoom. De grond heeft echt betekenis voor die exacte plek, waarde voor een specifieke plaats. Die locatie is dan ook genoemd in het bijschrift van de compositie.

    Boomschrift

    PJ Roggeband zet een boom op waardoor ik het bos nog maar nauwelijks zie. In zijn installatie aan de tussenwand in het kunstlokaal toont hij wat een verzameling bomen volgens hem is. Dat is geen samengeschoolde groep stammen of een collectie met bladerdek gekroonde palen. Het is meer dan dat natuurlijke beeld, het kan worden omschreven in stemmingen en sferen. Het archief dat Roggeband uit boekfragmenten, magazineplaten en persoonlijke uitspraken van derden heeft opgebouwd zijn door hem aangevuld met eigen bevindingen, tekeningen en schetsen, kleine schilderijen. Uit dat geheel aan losse elementen heeft hij een hangend bos samengesteld en Boomschrift genoemd.

    Samenraapsel van indrukken

    De installatie is een verzameling met een bosrijke sfeer, dat tevens als handleiding of beter handreiking voor de creatie van een bos 2.0 in een versteend deel van de leefomgeving kan dienen. Hij zet een boom op als een meervoudige collage. In dat samenraapsel van indrukken verantwoordt hij zichzelf, geeft uitleg aan hoe het zo is gekomen en verdedigt zijn standpunt. Naast beeldende indrukken zijn tekstuele impressies tevens van even groot belang in de uitdrukking van Roggeband. Zijn boomhoge collage heeft naast schetsen en schilderwerken een keur aan teksten die op een schilderachtige manier op papier zijn gezet. Papier, in eerste aanvang onderdeel van de boom. Houten plankjes, teruggeven aan het geheugen van de boom.

    Grondwerken

    De kunstenaar PJ Roggeband heeft een voorliefde voor woorden van elf letters. De elfchivaris brengt deze, met hulp van vrienden en volgers, samen op een Facebookpagina. Stel je jezelf daarop scherp dan blijken er honderden woorden met elf letters te zijn. VanDalewoorden, maar ook schijnbaar bedachte woorden. Veel van deze elfletterige woorden vind ik terug in de installatie in het kunstlokaal. Kunstlokaal, elf letters. Boomschrift, elf letters. Grondwerken, elf letters. LouisGleRoy, elf letters. De naam Le Roy is onlosmakelijk verbonden aan de ecokathedraal. Ooit daar zelf aan begonnen, hij legde de eerste steen, wordt het bouwwerk tijdens zijn leven en na zijn sterven verder uitgebouwd door stapelende vrijwilligers. Het is een bouwwerk van steen, waar geen dak op zal komen. Er zal nooit worden gezegd: nu is het klaar, de kathedraal is af. Er zal in de eeuwigheid worden door gestapeld met de natuur als levend dak. Het gedachtengoed van Le Roy, zijn filosofie en werken, wordt gepresenteerd in Museum Heerenveen. De expositie in Kunstlokaal No.8 is in deze uitvoering een satelliet van het museum. Niet zo verwonderlijk, want eigenaar Marcel Prins is bouwmeester van de ecokathedraal. Dat landgoed in Mildam ligt halverwege tussen de beide tentoonstellingen in, reden er op de terugweg dan wel de heenweg even langs te gaan. Warm aanbevolen!

    GRONDWERKEN en BOOMSCHRIFT. Kunst van Hein van Delft en PJ Roggeband bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega-Schurega. Van 26 oktober t/m 17 november 2024.

  • De inspirerende kracht van het Tripgemaal in De Deelen

    Van de Aengwirderweg de polder in. Komend vanaf Heerenveen door Gersloot linksaf de Tijnjeweg op, over de Deelenweg. Vanaf de bebouwde kom de vrije natuur in. Op naar de rietlanden en de petgaten, het struweel en het grasland. Het landschap opent zich voor me in een weidse blik. Als vanzelf word ik daarvan lyrisch. Bedenk ik me poëtische volzinnen. Zie ik de rietkragen van Sjoerd, de palingkunst van Evert en de sloten van Jelle langs komen. Zie ik de mannen struinen door de velden, liggen in het riet. Het water klotst, de modder zuigt.

    Deze omgeving maant tot creatieve gedachten. Het inspireert het gevoel te vereeuwigen. Als kunstenaar moet je daar iets mee, kun je dit niet onbeleefd laten liggen. De indruk moet een afdruk hebben op papier, op doek, gekerfd in karton of gesneden uit turf. Ik wil daar zijn dan, langs de Hooivaart, tussen de legakkers en op de dijkjes. De Deelen trekt. Het natuurgebied grijpt me vast. Bij mijn bezoek aan het Tripgemaal stap ik een moment door de geopende achterdeur en kijk uit over het afwaterende Stroomkanaal. Mijn zicht raakt de randen in het gedroomde beeld van Willem en denk ik de Wâlden van Tjibbe in de verte.

    Opgravingen

    Waar onze voorouders het gebied vanaf de middeleeuwen flink op de schop hebben genomen om turf te winnen en landbouwgrond te maken. Het afgegraven veengebied van De Deelen is nu een mozaïek van water, riet, moerasbosjes en kleine, smalle graslanden. Staatsbosbeheer is lovend over dit typische veengebied. Die sporen van de eerste menselijke bewoning zijn daar overigens nog steeds te vinden. Opgravingen laten zien dat het in de vroege middeleeuwen een drukte van belang was in De Deelen. Het is onderdeel van het verhaal van Friesland. Een terrein van grote schoonheid, het verdient een plek op de lijst van Werelderfgoed.

    De historie van die plek is vruchtbare grond voor de sociaal-anarchist en politicus Domela Nieuwenhuis. Hier vindt hij aandachtig gehoor bij de arbeiders. Zij zien hem als hun Messias, “us Ferlosser”. Want bloed, zweet en tranen offerden veenwerkers een eeuw geleden om turf bovengronds te krijgen. Deze noeste arbeid leverde niet alleen wagonladingen turf voor in de kachel, maar leidde dus ook tot rijke natuur.

    Het Tripgemaal, een gerestaureerd voormalig bedrijfsgebouw om water uit de polder te pompen, heeft zich opgeworpen om met Museum Heerenveen de erfenis van deze Domela te waarborgen. Het gemaal midden in het werkgebied van de socialist heeft een gestileerd portret van hem op de gevel, een product van zijn zoon César. Het interieur van het gebouw ademt nog de sfeer van vervening en visserij. Daar tussendoor meandert kunst langs de wanden. Toegepaste kunst als de verzameling lokeenden en gebruiksmateriaal voor onder meer de veenderij. En beeldende kunst die een relatie heeft met dit gebied. Aansluitend aan het thema ‘stroomopwaarts’, een reflectie op de cultuurgeschiedenis van Zuidoost-Friesland door vijf samenwerkende musea en Tresoar in het kader van de erfenis van culturele hoofdstad Arcadia, presenteert het Tripgemaal werk van een drietal kunstenaars in de tentoonstelling “Kunst voor allen!”.

    Tripgemaal, Hein van Delft

    Geridderd werk

    Hein van Delft doet van deze drie daadwerkelijk en tastbaar iets met de geschiedenis van het veengebied voor wat betreft de afgravingen. Hij past de turf letterlijk toe in zijn kunst. Hangt het als object aan de wand en plaatst de turven met een lintje erom in bakken. Geridderd werk. Het is de laatst gewonnen turf in dit gebied met daarin teer en stukken werkkleding verwerkt. Die oude kleding van de veenarbeider zie ik terug in composities waarin broek en overall is geplooid als de voren in een omgeploegd land. Dat land, de aarde gebrokkeld in turfstrooisel, is op de helft toegevoegd. De voren gedragen zich als golven, het water van het petgat dat de oever afkalft. Diagonaal loopt de grens tussen mens en natuur. Van het bruine goud dat in goede dagen hier is gewonnen snijdt de kunstenaar plakken en lijmt deze op een paneel. Zo zodat het lijkt of er een stukje muur aan de muur hangt. De turven gedragen zich als bakstenen, de geroeste grond ertussen als metselvoegen. Van Delft steekt dan als het ware een spade in de grond en legt aardlagen bloot, zo lijkt het. Aardlagen die zijn samengesteld uit repen uitgeplozen textiel. Het is de neerslag van hoogveenturf, schapenwol en werkkleding. De draden die achterblijven in het prikkeldraad en dansen op de wind.

    Tripgemaal, Tjibbe Hooghiemstra

    Tulpvorm

    Tjibbe Hooghiemstra richt zich eveneens op de historie van het gebied, maar dan in het bijzonder die van de socialistische mens Domela. Hij maakte een drietal collages met alle dezelfde titel: donderdag 1 mei 1890. Deze datum markeert de eerste officiële Dag van de Arbeid. Tijdens 1 mei vieringen werd met rode vlaggen gezwaaid waarop tulpen staan afgebeeld, symbool voor een nieuwe toekomst. Deze tulpvorm komt terug in het werk van Hooghiemstra. De bloem staat centraal tussen pagina’s getrokken uit een pamflet. De tulp is gehavend, het werk besmeurd. De strijd is nog lang niet gestreden. Het zal tot 1919 duren voor de achturige werkdag wordt ingevoerd. Jarenlang is de leus ‘8 uur werk, 8 uur rust en 8 uur vrij voor ontspanning en ontwikkeling’ door de socialisten de politiek in geschreeuwd. Na bijna 30 jaar heeft men er eindelijk naar geluisterd. De aanhouder wint. De kunstenaar heeft deze strijd gemonumentaliseerd.

    Tripgemaal, Annemieke Harkema

    Conté potloodlijnen

    Annemieke Harkema kreeg in het Tripgemaal een eigen zaaltje, waar haar werk op witte wanden schoon uitkomt. De doorgang van gemaal naar woonhuis is in vergelijking met het oude pand een steriele ruimte. Het stille wit werkt echter contemplatief met de abstract realistische tekeningen en waterverven. Harkema liet zich leiden door en inleven op de omgeving, De Deelen. In haar karakteristieke manier van werken, gevoelig maar trefzeker, heeft zij een eigen idee bij het landschap verbeeld. De emotie van verleden en heden. Gister en vandaag komen samen in het morgen van dit gebied. Harkema weet die dynamiek te vangen. Grote tekeningen waar de wind door het beeld scheert, het water kibbelt en het riet fluistert. Hoge lucht en lage horizon in kleurpotlood. Kleine waterverven zijn daarnaast als schetsen, een snelle indruk van de omgeving. Op kaartformaat in enkele conté potloodlijnen een korte gedachte, achter de oogleden gevormd en meerdere bij elkaar van eenzelfde aanzicht. De serie “veengebied” is een variatie op het thema. Collagewerk: speelse lijnen worden overplakt met vlakken transparant gekleurd papier. Voor de uitbeelding is er een moment meer aandacht dan de korte spontane blik.

    Zo heeft elke kunstenaar een eigen ding gedaan met stemming en plek. De composities passen naadloos in de sfeer van de rommelig opgeruimde ruimte waar eens de gemalen tegen de betegelde wanden bulderden om het water naar elders te verplaatsen. Het is een museum op zich, een zoekplaat om veel te vinden. Een monument voor de turfwinning en de vogeljacht, het palingvissen en het handgevormde gebied. De mens heeft er huisgehouden, maar de natuur had daarop een krachtig antwoord. Zo zijn de mens en de natuur tot een gezamenlijke oplossing van dit project gekomen. Een resultaat zonder houdbaarheidsdatum.

    “Kunst voor allen!”, groepstentoonstelling met werk van Hein van Delft, Tjibbe Hooghiemstra en Annemieke Harkema bij Het Tripgemaal, Hooivaartsweg 14 in Gersloot. Tot en met 5 juni 2022, iedere zondagmiddag en op afspraak.