Tag: Huigen Leeflang

  • Er staat niets teveel op de tekeningen van Dirck Nab

    De afbeelding op het omslag van het boek ‘Getekend landschap’ is meest karakteristiek voor de inhoud. Tekenend eigenlijk. Dat tekenen doet Dirck Nab zijn hele leven om door te dringen tot de essentie van het landschap. “Om iets ongrijpbaars vast te leggen, een moment in de voortschrijdende tijd.” De kunstenaar zit, opgenomen door het helmgras, te werken in een duinlandschap. Dat moment toont de foto op de voorkant van het boek. Het tekenpapier op de knieën, het krijt geconcentreerd in de aanslag, een scherpe blik scant de omgeving. Dirck Nab is dit landschap, dit landschap is Dirck Nab. Hij voelt zich er door opgenomen en kan daarom van binnenuit de Hollandse bergen vastleggen, portretteren. Hij is geen toeschouwer, geen toerist of zonaanbidder die vanuit een duinpan de wolken over de zee ziet trekken. Hij bewoont het duin, hij is het duin. Dat standpunt geeft hem toegang tot het wezen, de essentie van de door wind en water opgestuwde en groen begroeide zandheuvels.

    Zo vergaat het Nab in de duinen

    De kunstenaar beschouwt een leven lang zijn omgeving, waarvan hij de meeste tijd deze vastlegt op kunstzinnige wijze. Huigen Leeflang, conservator Rijksprentenkabinet van het Rijksmuseum Amsterdam, merkt in het boek daarom op dat er weinig mensen zijn die zoveel in de Noord-Hollandse duinen hebben rondgedwaald en ze zo indringend hebben geobserveerd als Nab. “En dat dan ook nog bij zo’n beetje ieder type weer. (…) wanneer hij de kleumerige tochten beschrijft die hij zelfs bij storm en vorst onderneemt om verschillende weersgesteldheden vast te leggen, kan men niet anders dan onder de indruk raken van zijn gedrevenheid.

    En zijn vermogen om ieder landschap te benaderen, alsof hij het voor het eerst ziet, dwingt bij Leeflang bewondering af. Zoals een liefde, hoe lang al voortdurend, steeds nieuwe inzichten geeft. Nooit wordt het een sleur of ben je erop uit gekeken. Dat is het pas wanneer je niet meer goed kijkt. Dan ontdek je niets nieuws meer, dat wat je voorheen nog niet gezien had. Ook door minder goede tijden kijk je heen, bij storm en onweer, want je weet dat achter de wolken altijd een zon schijnt. Zo vergaat het Nab in de duinen. Elke dag geeft een nieuw inzicht. Ieder moment heeft een ander gezicht, een verandert voorkomen. Zo blijft het interessant wanneer je verder kijkt dan je neus lang is. Om die pol helmgras ziet, verder kijkt dan de rand van die duinpan. Er gebeurt zoveel meer tussen zee en land.

    De golvende zee laat een gedicht aanzwellen

    De uitgave “Getekend landschap” is in een liggend formaat gedrukt. Op deze manier komen de horizontale tekeningen het best tot hun recht. Het is net alsof ik het schetsboek van Nab doorblader. Het boek bevat veel beelden en weinig woorden. Want de tekeningen van Dirck Nab hebben weinig beschrijving nodig. Er zijn wat flarden uit een dagboek van de kunstenaar afgedrukt, of althans zijn herinneringen van toen en daar ooit. Het geeft een summiere inkijk in zijn leven zonder een biografie te zijn. En er gaan enkele poëtische omschrijvingen in het boek mee. De landschappen aan zee stemmen natuurlijk lyrisch. Op de tonen van de wind zet je als vanzelf een lied aan. De golvende zee laat een gedicht aanzwellen. Eigenlijk is het tekenwerk van Dirck Nab een poëtische vertaling van de omgeving. Niet in woorden maar in beelden. Geen letters maar lijnen. Geen punten en komma’s maar stippen en strepen.

    De tekstuele bijdragen reiken woordloos verder dan de gedrukte zinnen en alinea’s. Tussen de regels door lees ik hoe geconcentreerd en gedreven Dirck Nab de wereld om hem heen vastlegt. Alleen in de natuur, zittend op de grond met zijn tekenmap en een stuk krijt, op een plek waar iedereen aan voorbij loopt. Nab laat mij zien waar ik normaal gesproken overheen kijk, wat mijn ogen niet opmerken. Omdat mijn blik alleen de einder ziet, dat punt waar ik naartoe wil, wat mijn doel is. Daardoor zie ik niet wat er voor mijn voeten is, merk ik niet de schoonheid van het detail op. Mijn blik staat op oneindig, mijn verstand op nul. Nab toont mij dat er zittend tussen het gras zoveel meer is. Dat duinen niet alleen begroeide heuvels zijn, maar dat er daar een wereld voor me open gaat wanneer ik werkelijk met open ogen durf te kijken. Het staat er niet met zoveel woorden in het boek geschreven, maar ik kan het er wel uit op maken. Vooral wanneer ik de diversiteit aan de door Nab gespotte natuur doorblader.

    Nab treedt het landschap tegemoet met een waakzame, naïeve houding

    In de tekeningen kan ik binnenstappen, er in ronddwalen. De wind waait, briest zacht of valt hard over de top van het duin. Ik krijg nergens het deksel op de neus, want er is altijd een weidse blik. Het zand glooit als de hoge golven voor de branding. Nab schetst de omgeving. Wel in detail, maar ook met snelle bewegingen. Er staat nergens teveel op de tekening, de kunstenaar raakt de essentie van het landschap. Op een dramatische wijze, theatraal. Telkens is de sfeer uiterst sfeervol uitgewerkt. Hij benadert niet het landschap, Nab is het landschap.

    Vanuit dat standpunt, dat gezichtsveld, maakt hij in iedere tekening een zelfportret. De lijnen die in alle rondingen duinen vormen en wolken daarboven, de zee aan de einder, dat is de kunstenaar zelf. In abstractie kijkt hij in de spiegel en schouwt zichzelf. En ik zie een duinlandschap met menselijke trekken. Er is geen leven met kloppend hart te zien; een haas springt niet weg, een vogel vliegt niet over, de muis draaft niet weg voor de klauwen van de uil. Het is er stil. Kalm. Zelfs de wind is gaan liggen, naar het schijnt tegen de flanken van het duin tussen het helmgras.

    Tot slot probeert Nab in drie alinea’s het tekenen te omschrijven. Zijn tekenen uit te leggen. Met uiterste concentratie gaat hij op in het onderwerp, waarbij niets hem mag afleiden. “De ogen en het gevoel werken samen met de hand, die het uitvoerende werk doet.” Hij vermijdt schilderachtigheid. Net als sentimentaliteit dat de tekening oppervlakkig maakt. Nab treedt het landschap tegemoet met een waakzame, naïeve houding. “Om iets ongrijpbaars vast te leggen, een moment in de voortschrijdende tijd.” Zoals jonge kinderen dat soms kunnen, schrijft hij. Je hebt een heel leven nodig om daar achter te komen en dat te bereiken. En is Dirck Nab daar nu, na 83 jaar, achter gekomen hoe dat werkt? Hij leert nog steeds. Probeert door te dringen tot de essentie van het landschap. Met losse handen tekent hij zonder na te denken. Maar wel geconcentreerd, omdat alles wat op het papier komt moet kloppen. “Er moet niets teveel op de tekening staan.”

    Getekend Landschap. Dirck Nab. Teksten Huigen Leeflang, Sjoerd Kuyper, Dirck Nab. Poëzie Ineke Holzhaus, Harry ter Balkt, Theo Olthuis, Fernando Pessoa. Waanders Uitgevers, 2023.

  • Rein Dool, verrassend en veelzijdig tekentalent

    Enkele jaren geleden zag ik zijn werk in Museum Belvédère. In de thematentoonstelling “On the Spot”. Diverse kunstenaars waren gevraagd om een voor hen dierbare plek vast te leggen in hun werken. Voor Rein Dool op dat moment, 2017, was dit het parkgebied van onder meer zijn woonplaats Dordrecht. Een verstilde omgeving waar het meer dan prettig toeven is. Dat las ik af uit de afbeeldingen in een zorgvuldige arcering, houtskool op oosters papier. Het zette mij lyrisch op woorden en ik schreef een bewogen artikel; een citaat: “De hoge bomen met gitzwarte stammen. De paden die geplaveid zijn met afgevallen bladeren. Het kroos zweeft op het water van de vijver. Takken hangen zwaar van het gebladerte. De wind waait en neemt de beweging van het krijt in de vingers van Dool mee. Tekeningen zijn dynamisch en andere geven statisch de schoonheid van het park weer. De gespotte vlakken zijn gekaderd, maar kunnen andersom werkend ook geschetst begrensd zijn en daarna door meest arcering ingevuld. Een speelse opzet derhalve, waarin de blik berustend kan wegzinken. Het is een park om in weg te dromen. Een beeld om te mijmeren. Laat mij hier maar figuurlijk versterven.

    Rein Dool

    Hij is veelzijdig

    Nu zie ik dit werk weer in het Dordrechts Museum en kan ik het daarna nog weer zien in de Fondation Custodia, maar daarvoor reis ik naar Parijs. Het museum laat een selectie van tekeningen van Rein Dool zien uit zijn omvangrijke oeuvre dat meer dan 70 jaar van werken beslaat. Ook tref ik het aan in de catalogus bij de tentoonstelling: Rein Dool tekeningen. Daarin verwoordt conservator Rijksprentenkabinet Huigen Leeflang, naast de grote oplage van afbeeldingen, de levensloop van mens en kunstenaar. De feiten enigst kind te zijn van oude ouders, een moeilijke jeugd met veel ziekten, de strenge vader en liefdevolle moeder, de christelijke opvoeding en het tekenen waarin hij eenzaam kan vluchten. En de verschillende stijlen in de kunst die Dool hanteert en aanhangt. Hij is veelzijdig, schildert en tekent, maakt grafiek en keramiek, vormt sculpturen in brons en staal, en beschikt over een feilloos kleurgevoel. Maar is ook een begenadigd fotograaf en een virtuoos muzikant, verzamelaar van muziekinstrumenten.

    Rein Dool

    Maar toch komt het tekenen altijd op de eerste plaats. Het is het fundament van zijn werk, voor zijn werk. “Het is in zijn tekeningen dat hij zich het meest direct uit en laat kennen”, schrijven Femke Hameetman en Ger Luijten in het voorwoord, zij zijn respectievelijk artistiek directeur Dordrechts Museum en directeur Fondation Custodia. “Uitgangspunt voor Dools werk zijn veelal de traditionele thema’s landschap, portret, stilleven en figuurstuk.” Zijn benadering tot het onderwerp en de werkwijze waarmee hij deze vastlegt laat een grote verscheidenheid in werken zien. Er zijn tekenaars die op een bepaald moment een stijl en een manier van werken omarmen en zich daarin vasthoudend blijven uitdrukken. Maar bij Rein Dool is daarvan geen sprake, hij wisselt voortdurend van tekentrant. Zo schept hij een veelzijdig oeuvre, waarbij hij zichzelf afvraagt of iedereen wel ziet of het allemaal door een en dezelfde kunstenaar is gemaakt.

    Rein Dool

    “Ik tekende om mijzelf te worden”

    De kennismaking met zijn werk in Museum Belvédère deed mij al verwonderen, maar het zien van de doorsnee uit zijn levenswerk in het Dordrechts Museum verrast mij nog meer. Vergenoegd blader ik dan ook het boek door waarin de werken mij, hoe verschillend ook, op indruk en emotie aanspreken. Al op jonge leeftijd ontdekt Rein Dool dat tekenen hem veel voldoening geeft, het bezorgt hem een gevoel van eigenwaarde: ‘Het tekenen gaf me een doel in het leven. Als ik maar kon tekenen, dan was het goed. Ik tekende om mijzelf te worden.’ Op school oogst hij bewondering met het natekenen van historische schoolplaten. Ook dan al is zijn scherp oog en geconcentreerde blik opvallend om gedetailleerd werk te kunnen maken. Hij volgt een opleiding tot lithograaf en werkt een tijdlang in een drukkerij om vervolgens zelfstandig kunstenaar te worden.

    Rein Dool

    Als jonge tekenaar ontdekt Dool zijn talent voor het tekenen naar de werkelijkheid, het wonder dat je dankzij nauwkeurig kijken en beschouwen, en door het oefenen van je hand alles om je heen kunt weergeven met een potlood. Bekijk je het onderwerp zorgvuldig van alle kanten, zie je volume en diepte, dan begint het onder je handen steeds werkelijker te worden. “Het aandachtig en nauwkeurig kijken, het zich letterlijk eigen maken van planten, bomen, gebouwen, mensen en landschappen is een vermogen dat Dool nooit meer heeft losgelaten en is gaan beschouwen als de essentie van het tekenen naar de werkelijkheid”, schrijft Huigen Leeflang. Daarnaast benadert hij zijn werk ook met veel humor wanneer dat nodig en op zijn plaats is. “Zijn oog voor het absurde van het ogenschijnlijk gewone en alledaagse vormt voor Dool een onuitputtelijke bron van inspiratie.

    Rein Dool

    Anders kijken, beter zien en doorzien

    Het beelden naar de uiterste werkelijkheid geeft hem het vermogen om daarnaast de essentie van het beeld te pakken. In zijn werk kan hij door te kijken welhaast fotografisch realistisch zijn, maar door die kennis van zaken kan hij dingen makkelijk weglaten tot een veelzeggend abstract werk ontstaat. Want het tekenen en schilderen naar de werkelijkheid dat hij steeds beter beheerst voelt vaak ook als een inperking van zijn vrijheid. Hij durft de werkelijkheid los te laten en ontdekt hoe weinig er voor nodig is om een mens te maken. Hij gaat zijn onderwerpen stileren, maar valt ook weer terug op abstracte werken zijn bijzonder werkelijk realisme.

    Meestal tekent Dool in de buitenlucht of in het atelier naar model, maar ook maakt hij foto’s van wat hem inspireert. Deze zwart-witopnamen gebruikt hij als uitgangspunt voor zijn tekeningen. Maar van exact kopiëren is geen sprake, volgens Leeflang, eerder van een synthese. Gezichtsuitdrukkingen, ledematen en houdingen worden vertekend weergegeven, wat opmerkelijk genoeg hun herkenbaarheid en zeggingskracht vergroot. Dool woekert met zijn talenten. Niet alleen uit plichtsbesef, een zelfgekozen opdracht om er het beste van te maken, maar vooral vanwege het grote plezier in eigen kunnen dat kenmerkend is voor zijn werk, of het nu een doorwerkte compositie betreft of een luchtige schets.

    Rein Dool

    Ondanks de grote verscheidenheid in techniek, materiaalgebruik en tekenstijl blijft de verwantschap tussen Dools werken immer zichtbaar”, merkt Leeflang nog op. Dat houdt verband met zijn anders kunnen kijken, beter kunnen zien en doorzien, zijn oorspronkelijke handschrift en zijn verwondering over de wereld, zijn medemens en zichzelf. In het boek is nog plek ingeruimd voor een drietal dichters. Poëzie waarmee Dool met zijn verbeelding aan de haal is gegaan. De woorden beeld heeft gegeven, maar het zou best ook zo kunnen zijn dat het andersom werkt. Rein Dool is een verrassend tekenaar met soms wonderlijk werk. Voor elk wat wils zou je kunnen zeggen. Want van vele tekenstijlen, in abstractie en naar de werkelijkheid, van landschap tot portret en alles wat daartussen zit, dus van alle markten thuis.

    Rein Dool, tekenaar. Uitgave bij tentoonstelling in het Dordrechts Museum. Tekst Huigen Leeflang. Waanders Uitgevers, Dordrechts Museum, Fondation Custodia, 2022.

    Rein Dool