Tag: Jan Kleefstra

  • Winterflarden dwarrelen op tintelende gedachte voor mij uit

    Het is als kijken door een beslagen ruit, wanneer ik de nieuwe bundel van Jan Kleefstra open en zijn teksten lees. De beslagen ruit weerhoudt mij van zien. Ik zie de ruit, maar niet wat er achter zit. Schimmen zie ik, geen scherpe contouren. In het doffe venster wordt de wereld gesmoord. De realiteit is gesluierd zoals de bruid voordat het bevrijdende ofwel het verbindende ja-woord heeft geklonken. Op die manier maar dan anders treed ik de gedichten van Kleefstra in de bundel “Winterflarden” tegemoet. Na eerste lezing helderen de woorden niet. Blijft het raam vaag, het perspectief onduidelijk. Dieper moet ik gaan, de woorden wegen. De ogen van de pagina’s afhouden om de blik in het oneindige te laten vertrekken. Geen verstand op nul echter, want de rede dient tastbaar te blijven. Ik dien de gedachten over wat ik lees laten gaan. En dan komen als vanzelf beelden naar boven. Beelden die bij woorden passen. De film die draait bij zinnen. De regels treffen doel. Het ja-woord klinkt, de ruit schoon geveegd. En dan worden opeens de woorden duidelijk, kijk ik er naar en zie waarde en betekenis. De bruikbaarheid, de draagwijdte. Weegt het zwaar of blijft het licht als een veer.

    Kunst is geen exacte wetenschap

    De woorden werden door Kleefstra gewogen en in zijn samenstelling niet licht bevonden. Volgens Uitgeverij Aspekt, waar deze zesde bundel onlangs verscheen, veegt de dichter wat flarden winterrestjes bijeen en staart naar de wolken. En dat is precies wat ik doe. Ik lees snippers tekst om mij een beeld te vormen. En tuur dan in de verste verte door het raam van mijn kamer. Ins Blaue hinein laat ik onvoorbereid de woorden in mijn geest indalen. Om boven mijn verstand te komen met het vermoeden welke betekenis Kleefstra aan de compositie heeft gegeven, aan het gedicht heeft opgedragen. Want de precieze strekking valt lastig te achterhalen. Kunst is geen exacte wetenschap. Een werk zal zichzelf moeten verantwoorden, een gedicht verdient geen uitleg. De verdienste is juist dat het geen toelichting nodig heeft. Het verklaart zichzelf voor wie de tijd neemt het uitzicht tot inzicht te laten indalen, zodat het duidelijk wordt.

    Dus de bundel nog eens ter hand genomen. De zinnen langzaam voor mezelf uitlezen, hardop als betreft het een luisterboek. Ik hoor mezelf spreken. De hond schrikt verbaasd op vanuit zijn rustende slaap, spreekt de baas daar een bekend woord? En bij dat aanhoren, tijdens dat luisteren ondertussen, vorm ik in gedachten beelden. De hond, laat ik hem Malin noemen, staat kwispelend naast me. Met een verlangende blik: hoorde ik daar ‘uit‘. De gelezen en uitgesproken woorden – nee, daar was geen uit bij – representeren zich als voorstelling in mijn brein. In de schedel is een filmhuis ingericht om die indruk te projecteren. Want beelden beklijven meer dan omschrijvingen, beschrijvingen verdienen voorstellingen. De beeldspraak van Kleefstra geeft mij een denkbeeld.

    De dichter geeft een half woord

    De dichter speelt met de taal. Zijn vrije verzen vervliegen echter niet. Metrum en rijm zijn geen handboeien of benauwen niet als een dwangbuis. Wel blijft er eenheid van idee en speelt ritme een rol. Het is geen rommeltje, het is meer overdacht dan de orthodoxe dichtvorm. Zoals het abstract meer reflectie verdient dan de realiteit nodig heeft. De werkelijkheid spreekt voor zich, het non-figuratieve ofwel het bovenzinnelijke doet beroep op het gevoel. De dichter geeft, zeg maar, een half woord en daaraan zal ik genoeg hebben. Hij suggereert en ik vul in. De zinnen worden nauwelijks afgemaakt, maar hij geeft voldoende aanleiding om er als lezer op aan te slaan.

    Dat Kleefstra een natuurmens is klinkt tussen de regels door. Hij zet in liefde een boom op voor het bos. Met Christiaan Kuitwaard trekt hij het veld in om zijn wezen aan de planten te verbinden, waar de kunstenaar deze in getekende beelden portretteert. Jan hangt een gedachtewolk aan een tak van de tekenboom. Misschien vind ik daar het verhaal, dat voorzichtig op tintelende lucht voor mij uit zal dwarrelen. In de lege regels, de witte zinnen als bezinning. Kleefstra neemt de woorden van me over en schrijft ‘in het kristal van schimmelende melk / op het achterlijf van de vuurjuffer / heb ik het pad al bijna afgelegd‘. Dat pad zal ik nog vinden.

    Inzicht, doorzicht, beleven

    Het is dat ik tussen de regels door de betekenis en reden vind. In het vrije vers is de leegte van belang. De rust om op gedachte te komen, bij zinnen te komen. Kleefstra schrijft in die lege regels zijn waarheid. In woorden vindt hij de werkelijkheid, die ik zonder woorden abstract beleef. Niet met zoveel woorden omschrijft hij datgene wat hij wil zeggen. Maar door die zin open te laten vul ik deze zelf in. Vooral door meermalen te lezen en de stilte te vinden tussen de zinnen in mijn gedachten raak ik aan de strekking. Inzicht, doorzicht, beleven. ‘Waarom er bomen groeien / het water om de kleinste vlinder vecht / / ik draag er een heldere nacht naartoe / / half onder het waas / waarin druppels gelijk wespen / in de wangen steken / / om de diepe slaap te verontrusten moet ik recht / in het oog van de maan blijven staren / / om stil te zijn heb ik / de schaduw van mijzelf nodig / / om het daglicht te weerkaatsen / moet er iets verloren gaan

    De bundel vindt de afsluiting in een handvol Beschouwingen, als zou het voorgaande in Parelzang, De nabootsing, Ochtendragen en Laatbloeiers geen reflectie op de overdachte werkelijkheid zijn. Kleefstra ziet het zich aan en in raadselachtige gedichten probeert hij uit de warboel van het zijn de schoonheid te pakken. Maar beschouwingen zijn het, alle. Als kloosterling zit hij contemplatief in meditatie tussen wat hij voor zichzelf en de wereld waardevol acht. Trekt de natuur in en beschrijft deze op een wijze om over na te denken, diepzinnig te bespiegelen. En in die spiegel doemt mijn eigen zijn op wanneer ik de waas van het raam veeg. En zoals Kleefstra weleens gedacht heeft en vanuit die gedachte geschreven heeft, zo drijven mijn gedachten als wolken langs de hemel, verwaaien tussen de takken van de boom, vliegen alle kanten uit op de vleugels van de ganzen, de kievit en de ooievaar.

    Het verstand op nul

    Telkens als de weemoed zich aan de seconden vertilt, ontbreekt er wel een verhaal. En toch wordt er gezongen, blijft niemand er bij stil staan. Een bos dunt zichzelf wel uit. Maar wij hebben het geduld niet’, las ik eerder. Dat geduld moet ik hier en nu opbrengen tot het raam droog is en doorzicht geeft, de woorden indalen, de taal zichzelf uitdunt. Daar wacht ik op, maar ‘het wachten komt simpelweg tijd tekort’. In Winterflarden veegt Jan Kleefstra de laatste restjes ijs, sneeuw en kou bij elkaar om welgemoed de lente te begroeten. Het voorjaar nodigt hem uit tot een beschouwelijke reflectie. En ik zie zijn spiegelbeeld in het raam, het venster duidt een weemoedig wezen met een twinkeling in de ogen. Want ‘de lange reis van het woord heeft niet tot bewonderenswaardig zwijgen geleid’. Dat woord mag ook niet zwijgen, want het moet gezegd, het verhaal uitgesproken. De vertelling van de planten, zodat de liefde vanzelf terug keert en het weten nergens meer voor nodig is. Dan lig ik languit in het gras en staar naar de wolken. De blik op oneindig, het verstand op nul.

    Winterflarden. Jan Kleefstra, gedichten. Illustraties van Christiaan Kuitwaard. Uitgeverij ASPEKT, 2024.

  • BOSWERK maakt duidelijk dat bomen meer zijn dan planken

    De stilte dacht ik. De stilte waar je stil van wordt. Die stilte dacht ik te vinden in BOSWERK. Het boek over het verlies van bomen en bos in Nederland. Maar in geen enkel bos dat dichterlijk schrijver Jan Kleefstra en beeldend kunstenaar Christiaan Kuitwaard bezochten is de stilte te vinden. Dan bedoel ik niet het stille in de natuur, maar het gebrek aan geluiden van de mens. Want overal en alom wordt die stilte van het bos doorbroken, is er het gebruikelijke verkeerslawaai. Dan dreunt er een vliegtuig laag over of raast het verkeer langs. “Was het maar de wind in de douglaskruinen en niet het waanzinnige verkeer”, verzucht de schrijver ergens. Op een andere plek ziet hij een boomkruiper zich verheffen uit het monotone gedruis van de snelweg. Op dat geraas van de snelweg tikken de dennenappels, hameren spechten, tetteren winterkoninkjes. Het dreinende gebulder van verkeer valt als een somber kleed over het zonovergoten veld. “Het verkeer is een misdaad tegen onszelf.”

    Boswerk, Jan Kleefstra, Christiaan Kuitwaard, Annelies Henstra, Wijdemeer

    Advocaat van de bomen

    En het bos, de boom, “lijdt zichtbaar onder het lawaai dat nergens wijkt. Maar ziek wordt ze er niet van, ze heeft ons al meerdere malen overleefd.” Jan Kleefstra is niet somber, hoewel er in en door dat uitdijende gedruis van het verkeer bos verloren gaat. Op de plekken waar hij is en schrijft kan hij nog genieten. Door zijn beschrijving geniet ik mee. En Christiaan Kuitwaard maakt het zichtbaar wat beeldend geschreven is. “Zonder verkeerslawaai zou het hier vrijwel stil zijn”, maar Nederland heeft de stilte allang achter zich gelaten. Ooit vond ik die stilte in het klooster van Diepenveen, verscholen en teruggetrokken tussen bomen. Complete duisternis en echte stilte voordat de monniken wegtrokken naar een Waddeneiland. Hun gestorven broeders liggen daar nog te wachten op de jongste dag. De abdij is gelaten aan een nieuwe gemeenschap. Het is een plek waar mensen dichter bij God, bij zichzelf, bij de medemens en de natuur kunnen komen door stilte en gebed. In de uitgave BOSWERK willen Kleefstra en Kuitwaard hand in hand met ‘advocaat van de bomen’ Annelies Henstra ons ook dichter bij de natuur laten komen.

    Boswerk, Jan Kleefstra, Christiaan Kuitwaard, Annelies Henstra, Wijdemeer

    Bomenliefhebber en bosbewoner Henstra houdt een stevig pleidooi voor de boom, het bos. Want de boom, ouder dan de mens zelf, kan zichzelf maar amper verdedigen tegen het overweldigende geweld dat deze wordt aangedaan. In haar verhaal dat hart van het boek is laat ze het bos spreken, geeft ze een betere blik op bomen. Vanuit haar eigen dagelijkse ervaring vertelt zij hoe wij met bomen omgaan. Vanuit het perspectief waarin de boom er ten behoeve van ons is zijn landen ontbost en wouden leeg gekapt. In haar bos moeten oude bomen wijken voor jonge aanplant. Henstra beschrijft deze actie van Staatsbosbeheer als is het een misdaadverhaal, een romantische thriller.

    In haar verhaal opent Henstra mij de ogen en met mij al de andere lezers van het boek BOSWERK, naar ik mag hopen. Want de boom is geen sta-in-de-weg, enkel geschapen ten faveure van de mens om er mooie planken van te kunnen zagen. De grootste vijand van de boom is de mens. Terwijl juist die boom in groten getale de aarde leefbaar maakt voor mens en dier, en menig plant. “Zonder bomen zou de aarde een onherbergzaam oord zijn”, schijft Henstra. “Zij zijn het verband tussen de zon, de lucht, het weer, het water en de aarde. Al die elementen leiden zij voor ons in goede banen.

    Boswerk, Jan Kleefstra, Christiaan Kuitwaard, Annelies Henstra, Wijdemeer

    Planten tonen hun stemming

    Maar nog te weinig mensen zijn zich hiervan bewust. Want globaal wordt er driftig gekapt. Nog steeds. In BOSWERK proberen schrijver, dichter en tekenaar de lezer daarvan bewust te maken. Is het verhaal van Annelies Henstra schokkende werkelijkheid, het proza en de poëzie van Jan Kleefstra haalt het dromerige realisme naar boven. Het gevoel dat hem bekruipt, de stemming waarin hij komt, leunend tegen een boom terwijl Christiaan Kuitwaard de omgeving bekijkt vanachter zijn veldezel. Aan deze heren heeft het bos goede ambassadeurs. Zij kunnen de belangen van bomen, planten, dieren en insecten uitstekend behartigen. Dat doen zij vol verve in BOSWERK en deden dat eerder met elan in de uitgave VELDWERK.

    Iedere vrijdag in de vroege ochtend, een jaar lang, reed het duo naar een plek om zich daar over te geven aan de omgeving. “We hebben de zintuigen opengezet en ons nederig gemaakt. We hebben gekeken en geluisterd.” Om de teksten in het boek te lezen en de illustraties te bekijken zet ik ook mijn zintuigen open. Ik kijk en zie de nevel in het bos optrekken, de bomen lange schaduwen maken, het licht dansen tussen de bladeren. En ik luister naar mijn eigen stem die de woorden geschreven uitspreekt. En nog eens leest omdat het proza zo lekker in het gehoor valt. Zoals beschreven door Kleefstra schijnt het bos nog vol leven en is er grote diversiteit aan insecten, vogels en dieren. Op iedere met tekst bedrukte bladzijde in het boek roeren insecten zich, tonen planten hun stemming, gedragen dieren zich als mensen. Het humeur van de natuur wordt in woorden gevangen. De schrijver verstaat de natuur, is beeldend kunstenaar die in teksten de zinnen beeldhouwt tot beschrijvende realiteit. Wanneer ik mijn ogen sluit en de woorden naklinken in gedachten waan ik mij in het Ketljker Skar of op Landgoed Lauswolt, tussen de duinen op Vlieland en onder de bomen van Oranjewoud, langs de rietkragen van de Tjongervallei of bij de stenen bouwwerken van de Mildamse eco-kathedraal.

    Boswerk, Jan Kleefstra, Christiaan Kuitwaard, Annelies Henstra, Wijdemeer

    Natuur krijgt menselijke trekken

    Wulpen weeklagen de dag aan. Een groene vleesvlieg vraagt zich af waar de nacht is gebleven. Een schorre zilverreiger loopt tussen zieltogende varens waar de zon zich vleit op het water. Dan krijst een gaai de wacht, want baldadig schopt wind zich door de bomen. Schotse hooglanders liggen onderwijl in diepe ernst te herkauwen in de zon. Ik hoor de kuch van een fazant. De tjiftjaf roept zijn eigennaam. Een zonnedronken hommel inspecteert een bloem. Een merel maakt zich luidkeels uit de vleugels, een gaai krast honger, een zwarte kraai lijkt te waarschuwen dat ook een stilte dodelijk kan zijn. ”Ik kan me de stilte wel inbeelden”, lees ik, “maar overwoekerd raken is misschien wel de mooiste dood. Daar waar je in de grond verdwijnt, begint het leven pas echt.

    De natuur krijgt uit de beschouwend filosofische pen van Kleefstra menselijke trekken. In gedachten lig ik dan op de grond dat dronken is van het vele licht. Tussen het hoge gras waar een groep grauwe ganzen patrouilleert. En ik beschouw de lijmerige lucht. Als nu plots al het door mensen voortgebrachte lawaai weg zou vallen, zou het leven zich dan oprichten, opgelucht diep ademhalen en een liefdevolle lach over de wereld leggen? Jan Kleefstra vraagt het zich af. “Zouden we ontluisterd om ons heen staren, een tijdlang doof voor het bestaan blind op zoek naar onze stemmen tasten?” De schrijver leunt tegen de boom, omarmt deze, legt zijn hand op de bast om het gevoel van de boom over te nemen.

    Boswerk, Jan Kleefstra, Christiaan Kuitwaard

    Het bos is niet stil, het is verstild

    Waar Kuitwaard toch meer aan de oppervlakte blijft, hoewel hij stemming geeft aan de tekst, graaft Kleefstra zich dieper in de materie in. Achter de olieverven waan je de krioelende natuur. Kuitwaard geeft niet letterlijk het geschrevene weer, daarbij kan ik een eigen beleving aansluiten. Hij treft de stilte van het bos, waar de tekst dieper graaft – de achterkant van die stilte beschrijft. In het bos van Kuitwaard moet ik goed kijken om de essentie van het beeld te raken. Het bos is niet stil, het is verstild. Het bos van Kleefstra is verre van stil. Er is volop leven dat zich opzichtig roert. Maar ik hoor geen grote variatie in diverse insecten en vogels. Kleefstra probeert de veelheid aan geluiden wel in te brengen door iedere zang en elke brom gewijzigd te benoemen. Was het boek pakweg een halve eeuw eerder geschreven konden er vast meer diversiteiten worden benoemd. In de tekst is ook de kaalslag te horen, die door de kettingzagen en bulldozers van het bosbeheer het boslandschap wordt aangedaan.

    Er is werk aan de winkel in het bos en op het veld. Willen we het slopen van de natuur een halt toeroepen. Dat maakt dit boek luid en duidelijk helder. Daar schrijft Kleefstra over en dat beeldt Kuitwaard af. Zet de verwoesting door dan kunnen we het enkel nog doen met deze weelderige beschrijving van wat eens was. Met deze simpele detaillering in verf op doek, de stemming van het bos, het gevoel van de bomen. De bomen zullen we niet langer moeten zien als gebruiksvoorwerp, maar als de longen van de aarde. We kunnen er niet zonder.

    BOSWERK, over het verlies van bomen en bos in Nederland. Jan Kleefstra (proza), Christiaan Kuitwaard (beeld),  Annelies Henstra (tekst). Uitgave Wijdemeer, 2023.

    Boswerk, Jan Kleefstra, Christiaan Kuitwaard, Annelies Henstra, Wijdemeer, omslag

  • Krui-tocht, poëtisch beschreven kruistocht voor planeet aarde

    Is het een bedevaart, een pelgrimstocht? Is Henry Mentink een bedevaarder, een pelgrim? Niet in de letterlijke betekenis van het woord. Hij knielt niet voor een god of een religie, maar gaat wel op de knieën voor het leefbaar houden van de aarde. De aarde, uniek in het universum en voor zover bekend de enige planeet waar onze levensvorm is ontstaan, verdient een plek op de erfgoedlijst van het heelal. Maar omdat daarvoor vooralsnog niemand voor kan worden aangesproken is Mentink op stap gegaan naar het hoofdkantoor van UNESCO. Om de VN-organisatie voor te stellen de aarde in elk geval op de Werelderfgoedlijst te zetten.

    kruitocht, Jan Kleefstra, wheelbarrow walk, Iona Stichting, Optimist Media, het Veerhuis voor de Aarde

    Een dwaas plan? Misschien, maar wel een prachtig idee om de organisatie die waakt over culturele en natuurlijke elementen met de neus op de feiten te drukken. Daarvoor ving Mentink een wandeltocht aan van Varik in de Betuwe naar Parijs in Frankrijk. Varik, omdat daar het Veerhuis staat. een plek waar men voor de aarde werkt vanuit de gedachte dat volgende generaties de vruchten plukken van deze arbeid, in plaats van hen met een schuldenlast achter te laten. Het Veerhuis is in de filosofie van Henry Mentink het Geldwisselkantoor tussen Hemel en Aarde. Daar kan geld gewisseld voor een munteenheid van de Hemel, dat wordt teruggegeven aan de Aarde zodat er nooit meer in gehandeld wordt. “Bij leven ontvang je dan Hemels rendement in liefde en dankbaarheid van de Aarde”.

    kruitocht, Jan Kleefstra, wheelbarrow walk, Iona Stichting, Optimist Media, het Veerhuis voor de Aarde

    Het klinkt vaag en zweverig. Maar Henry Mentink staat echter met beide benen op de grond. Op de aarde, die hij met ontzag een hoofdletter toebedeeld als is het een persoon met een naam: Aarde. Het is een vriend, een naaste en die heb je lief als jezelf. Om die gevoelens te erkennen ondernam Mentink dus een voetreis naar Parijs. Een kruistocht, een krui-tocht. Want tijdens de tocht duwde hij een kruiwagen geladen met zakjes aarde, die op verzoek werden gedoneerd door tal van mensen uit allerlei landen. Een last, zoals de pelgrim zijn zwaarte draagt naar het bedevaartsoord om er verlichtend vandaan te komen. Deze vracht aan aarde van de Aarde is door veelzijdig ondernemer en realistisch idealist Mentink afgeleverd in Parijs voor de voeten van de bobo’s die de werelderfgoederen beheren. Want de Aarde als geheel is evengoed een monument, belangrijk voor de wereldgemeenschap en in het verlengde daarvan het hele universum, dat we veilig aan toekomstige generaties moeten doorgeven.

    kruitocht, Jan Kleefstra, wheelbarrow walk, Iona Stichting, Optimist Media, het Veerhuis voor de Aarde

    Het idee van de wandeltocht spreekt schrijver Jan Kleefstra tot de verbeelding. “Alleen al in mijn gedachten ontspon deze reis zich tot sprookjesachtige proporties”. Hij neemt een lepel kweldergrond van Vlieland en brengt deze aarde in een envelop langs in Varik. Daarop stelt Mentink voor dat Kleefstra de dichter van de krui-tocht zal zijn. Een droom kwam uit, eigenlijk. Want op papier in proza en poëzie maakt hij zich al langer sterk voor de Aarde. Jan Kleefstra liep daarom zes dagen mee met Henry Mentink, de andere dagen was hij virtueel aanwezig. Hij zocht de plekken op in Google Maps en vond via links bruikbare informatie. Want Kleefstra wilde geen dagelijkse verslagen van de wandeling maken, maar zijn gevoel beschrijven bij de plekken waar de tocht aan voorbij trok. Dat kleine stukje Aarde dat zijn respect en aandacht verdiende. “Heel even was al dat leven voor een paar tellen deel van de tocht, en ik wilde het voor een iets langere tijd deel laten zijn van mijn overpeinzingen”.

    Beeldende beschrijvingen

    Die overpeinzingen heeft Jan Kleefstra laten afdrukken in een boek dat verscheen naar aanleiding van de tocht, een soort van reisgids langs de route. ‘Een krui-tocht, over Aarde’ is geen dagboek maar eerder een droomboek. Het neemt mij mee in de poëtische belevingen van Kleefstra. Hij denkt mij het landschap voor, ik hoor de geluiden van de natuur tussen de regels door. De beeldende beschrijvingen maken de uitgave uiterst leesbaar, beleefbaar. Voor een moment ben ik ook daar, zie het landschap zo voor me zelfs zonder mijn ogen te sluiten. Ik loop mee achter de kruiwagen en draag zo nu en dan ook die last. De krui-tocht wordt als vanzelf een kruistocht.

    kruitocht, Jan Kleefstra, wheelbarrow walk, Iona Stichting, Optimist Media, het Veerhuis voor de Aarde

    De dichter/schrijver merkt elk detail langs de weg op en geeft daar beeldende woorden aan. ‘Een wezel kruist je pad, smalle weegbree deint kopzwaar op verlegen wind, uit verwondering zingen vogels je tegemoet’. Ik ben op weg, 45 dagen en ruim 500 kilometer. Althans in woorden en zinnen op papier. Natuurlijk niet fysiek, maar zittend op de bank met het boek opengeslagen op schoot. In gedachten leg ik al lezend de tocht af, in vele dagen minder en alleen van de plaats komend voor een kop koffie.

    Het begint allemaal op vrijdag 22 april 2022, de dag van de Aarde, Earth Day. Die eerste twee dagen is Kleefstra erbij, in Varik en Velddriel. En later nog eens twee weekenden bij Brussel en in en rond Compiègne. Het is dan dag 36, Parijs is in zicht. ‘Hier lopen we. Voor de Aarde. Ze weet er van. We spreken veel, we zingen, we raken bladeren aan, trekken de hand langs een halm, ruiken aan bloesem, luisteren naar de vogels, het water, de wind in de lindes. Proberen we niet de mensheid te redden door het een bladstil ven voor te houden?’

    Een droom is nooit een houvast

    Door te lezen in het verslag maak ik niet letterlijk de krui-tocht mee, maar ben er figuurlijk bij aanwezig. Kleefstra trekt mij zich met zijn beschrijving van wat hij ziet, waar hij in gevoel bij betrokken is, mee zijn droomwereld binnen. ‘Een droom is nooit een houvast, nooit een plek, maar een toestand van waaruit je dichter bij het leven komt’. Hij beleeft in woorden de omgeving zoals het zou moeten zijn en vooral moet blijven. En door deze woorden te lezen zie ik de omgeving voor me zoals ik deze ken van vroeger, dat niet is gebleven. Het is een paradoxale belevenis. Een andere kijk op hoe het was en nog steeds kan zijn.

    kruitocht, Jan Kleefstra, wheelbarrow walk, Iona Stichting, Optimist Media, het Veerhuis voor de Aarde

    De poëtische proza, de korte verhalen lees ik met het ritme van een gedicht, worden afgewisseld met poëzie. Gedichten die in enkele rake klinkende zinnen de emotie van Kleefstra verwoorden en passen aan mijn gevoel. Want niet alleen gaat de wandeling door het vrije veld dat soms welhaast onberoerd en maagdelijk zich voor het oog uitspreidt, ook wordt de kruiwagen geduwd langs straten van de stad. Het muntstuk uit de Hemel heeft twee kanten. Kop voor hoe het is en munt voor hoe het zal moeten zijn. ‘Was het landschap maar leeg en onberoerd. Niet zoals het begonnen is, maar misschien zoals het eindigt. (…) Om me in mezelf terug te trekken, is een beetje schaduw al genoeg. Stilte zal toch ook een keer leeg raken, ook al sluipt ze rond de dagen, om elders nog eens opnieuw te beginnen’.

    Op rustdagen houdt de Aarde voor een moment halt, stopt de omgeving en is het landschap stil. Jan Kleefstra grijpt dan terug op eerder geschreven gevoelens bij de natuur, die steekhoudend zijn en er toe doen in deze opzet. De rustdag nabij Chevriéres bijvoorbeeld laat mij mijmeren wanneer hij schrijft “om alvast het zwijgen / uit mijn hoofd te leren”. Ik smelt, bij wijze van spreken. Naarmate de tocht vordert en leidt door de velden boven Parijs richt de schrijver toch meer zijn pijlen op de beleving van het waarom van dit lopen. ‘Wij zijn niet de redders van de biodiversiteit, wij zijn de veroorzakers van de teloorgang daarvan’. In deze bevindingen laat hij mij beter het doel van de tocht beleven. Maar blijft ondertussen wel het sprookjesachtige landschap beschrijven, de wonderlijke details en de welhaast onwereldse schoonheid.

    kruitocht, Jan Kleefstra, wheelbarrow walk, Iona Stichting, Optimist Media, het Veerhuis voor de Aarde

    Maar nog steeds neemt Kleefstra mij mee in zijn droomwereld die tijdens deze tocht een realiteit is. Hij beschrijft de bossen en de rivieren als klinkt er een lofdicht over de velden. Hij bekijkt de wolken, beziet de paden. En neemt religieuze overwegingen mee wanneer de kerk in het midden van het dorp staat. ‘Alles draait, en draait rond het geheim dat aan de grond is toevertrouwd’. En dan rijst het hoofdkantoor van UNESCO op, het eind van de reis. En is het Jan Kleefstra gelukt mij met zijn teksten als Dichter voor de Aarde te inspireren. Ik kijk nu anders naar de Aarde die zich om mij heen op mijn kleine stukje wereld aan mij toont.

    Een krui-tocht, over Aarde. Jan Kleefstra. Mogelijk gemaakt door de Iona Stichting, het Veerhuis voor de Aarde en Optimist Media, 2023.