De haiku, dat is Japanse mysterie. Cryptisch dichtsel uit het land van de rijzende zon. In zo weinig mogelijk woorden een groots verhaal vertellen. Dichten met minder lettergrepen dan bijvoorbeeld de limerick, maar schurend aan het elfje. Schrijven is schrappen. In de haiku gedijt het kill your darlings. Om de kern te raken geen omstandige uitleg. Geen verbalisme, geen omhaal van woorden. ‘op eigen wijze / deelt het kustlicht de nacht in / zolang het opvalt’ (*)
Hilda Klaassen laat het verbale aspect achterwege, wanneer zij de natuur wil laten spreken. Want wat zijn de woorden van flora, van takken en bloemen? Welke taal bezigt de boom, welk lied zingt het bos. De roos heeft geen weet van poëzie, de kamperfoelie kent niet het geheim van de haiku. ‘zwervende vogels / verward in hun schaduwen / voorbij willemsduin’ (*)
Het is de kunstenaar die spreekbuis is van stamper en meeldraad. Het is de mens die betekenis geeft aan wat en wie geen mond heeft om zich uit te drukken. Door takken en bloesem te rangschikken volgens de regels van de haiku, 5-7-5, geeft Klaassen het idee een natuurtaal gevonden te hebben. Een spraak waarmee het leven buiten de mens om kan communiceren. ‘takken en tekens / heeft de natuur hier een taal? / geheimzinnigheid’ (**)

Creatieve variatie op het thema
Maar natuurlijk ordent de natuur zichzelf niet naar de idee van een Japanse dichtvorm. Het is de hand van de mens, in dit specifieke geval de kunstenaar, die abstracte woorden toedicht aan een bundel takken en een bos bloemen. Het is een creatieve variatie op het thema, die als installatie gelezen dient te worden. De beschouwer kan er zelf woorden aan geven, in gedachten er een verhaal van maken. ‘luister naar de wind / of vlagen van gedachten? / fluisterende roos’ (**)
Niet meteen valt het op dat er een haiku is gecodeerd, de geoefende blik heeft in tweede instantie oog voor het gedicht in geheimtaal. Er zijn geen woorden vuil te maken aan het drieregelige takkengedicht of het bloemkroonvers. Pas wanneer de kunstenaar zich ontpopt, of beter verpopt in dit geval, en opbloeit als poëet kan zij taal geven aan de natuur. Een taal die als aaneengeregen woorden begrijpelijk kan zijn. Echter het weglaten van uitleg, om kort en bondig te spreken, geeft het natuurlijke jargon een abstract karakter. Klaassen spreekt gevoel uit en maakt sfeer, een stemming die naadloos aansluit bij de installatie of de tekening, het kunstwerk. ‘druipnat verbonden / raken buigzame takken / voelen het water’ (**)
Maar het is geen lezing van of commentaar op de afbeelding, het maakt onderdeel uit van de gehele creatie, het eindproduct. Het kan los van elkaar gedijen, maar is juist op de plek wanneer het samen wordt gepresenteerd. Die presentatie heeft plaats gevonden in een art press bundel, met paktouw bij elkaar gebonden vellen aquarelpapier in een beperkte oplage. In eigen beheer uitgegeven door de kunstenaar. Foto’s van installaties en tekeningen worden ondertiteld door gedichte woorden, poëtische taal.

Galerie Bloemrijk Vertrouwen
Het heeft een tentoonstelling gehad in Galerie Bloemrijk Vertrouwen in Aldtsjerk. Gecombineerd met keramische objecten van Tjabel Klok vormde het de opening van het nieuwe seizoen, het 35e inmiddels want de kunstgalerie startte in 1989. Speciaal voor de ruimte van GBV had Hilda Klaassen een zaal-vullende expositie gemaakt, die dus in essentiële vorm zijn weerslag heeft gevonden in de art press bundel. Deze gedichtenbundel is in de galerie te koop. Eigenaresse Gerhild van Rooij is schatbewaarder van het gedachtengoed van kunstenaar Jan Loman. Vandaar dat ik in dit artikel een aantal van zijn haiku’s citeer. ‘bij opkomend tij / werden tekens uitgewist / indrukken bleven’ (*)
Kunst maken betekent voor Hilda Klaassen kijken en tekenen. Voor haar is poëzie dichten benoemen en schrijven. “Het observeren van lijnen en vormen in de natuur en een onderzoek op papier”, schrijft zij achterop het bundeltje papieren. “Het samengaan van beelden met een relatie tot de eigen gevoelswereld.” Ze neemt waar, bespiedt en inspecteert het grote geheel van de natuur maar vooral details op macroniveau. De bevindingen zet zij op papier, want het kijken en zien doet iets met haar, roert haar. Die emotie, dat gevoel bij het zichtbare, moet vorm krijgen – haar interpretatie van de werkelijkheid.

Interactief aanvullen
De beeldende figuratie maakt door haar pen een vertaalslag in woorden, in poëtisch geplaatste zinnen waarin de idee van de lezer de leegtes vult. Klaassen laat weg en doet zodoende een beroep op het kijken. Zien wat niet is afgebeeld en lezen wat niet is opgeschreven. De tekeningen zijn niet zodanig uitgewerkt dat ik een compleet beeld krijg. De leemtes vul ik in met wat mijn ervaring bij een eerder gezicht mij voor ogen brengt. De abstractie vul ik interactief aan met mijn vermoeden van wat ik denk te zien. Dat is het fijne van kunst, dat er antwoorden op vragen gegeven dienen te worden om het beeld te begrijpen. Maar die reactie, deze respons, dient de beschouwer op de kwestie die het werk voorlegt zelf te geven. Wat je ziet zit in je hoofd, de gedachte vult het beeld aan. Het gedicht daarbij, in geval van Hilda Klaassen, zet dan de puntjes op de i of is de kers op de taart. Het geeft taal aan het beeld, terwijl het beeld vorm geeft aan de taal. Die vorm is het gevoel bij het zichtbare, de emotie bij hoe het leven ook geïnterpreteerd kan worden. Deze kunst geeft geen uitleg, maar is de verklaring zelf. Het fluistert de natuur, ik luister aandachtig.
luister fluister – art press bundel – dichtbundel met foto’s van werk op papier. Hilda Klaassen. Eigen uitgave in beperkte oplage, 2024.
(*) Haiku van Jan Loman uit de leporello “eigenwijze”. Uitgeverij Kleinood & Grootzeer, 1999.
(**) Haiku van Hilda Klaassen uit “luister fluister”. Eigen uitgave, 2024.








