Tag: Jan Mankes

  • De mooie dingen van Jan Mankes

    Het prettige van een catalogus, als horend bij de dubbeltentoonstelling van Jan Mankes in de musea Arnhem en Belvédère, is dat niet alleen het werk wordt besproken maar de tekstschrijvers tevens dieper doordringen in het hoe en waarom van de kunstenaar. Naast een kunstboek waarin het oeuvre van de schilder wordt doorgenomen is het een geschiedschrijving die de man in de tijd plaatst. Hij laat zich inspireren en wordt beïnvloed door zijn omgeving namelijk en door de tijd waarin hij leeft, of in dit geval heeft geleefd. Hoewel Jan Mankes chronologisch thuishoort in het begin van de 20e eeuw, sluit zijn werk inhoudelijk en stilistisch aan bij de fin de siècle-stroming. Qua sfeer, symboliek en esthetiek past het bij de thema’s verstilling, introspectie, natuurmystiek en bezit een zekere melancholie.

    De monografie met teksten van Stefan Kuiper, Froukje Pitstra en Marlene Deutinger legt leven en werk van Jan Mankes uit. Hoe de omgeving naar hem kijkt maar vooral op welke manier hij de wereld ziet. Doordat Mankes zijn gedachten in brieven op papier heeft gezet is het leven van de schilder als een puzzel in elkaar te schuiven. De lezer leert de persoon achter de kunst kennen. In dit geval spreekt niet alleen het werk voor zich, maar onderstreept de biografie het nog eens vet.

    Fluisteren met verf en kleur

    Jan Mankes leeft in een tijd dat er veel veranderingen gaande zijn, het zijn onstuimige tijden. Wordt hij kort voor de eeuwwisseling geboren, raakt hij onder invloed van een gewijzigde kijk op de mensheid en maakt de eerste grote oorlog in Europa mee. De kunstwereld verzet de bakens en slaat wegen van het experiment in. De kunst is niet slechts meer documentatie, een kopie van de zichtbare werkelijkheid, maar laat in abstracte afbeeldingen ruimte voor de emotie. Mankes echter lijkt schijnbaar op een afstand van het woelige westen een eigen sfeer te scheppen. In eerste instantie vormt zijn verstilling zich in Friesland, langs de Schoterlandse Compagnonsvaart in het lintdorp Beneden Knijpe dat zucht onder de vervening. Later vindt hij geluk in Den Haag, maar moet om zijn gezondheid rusten in Gelderland. De plaats Eerbeek is zijn laatste adres, daar het leven van de schilder voortijdig eindigt. Althans op relatief jonge leeftijd moet hij het tijdelijke voor het eeuwige inruilen.

    Op de leeftijd van 30 jaar heeft hij dan al een bijzonder oeuvre opgebouwd dat wordt geroemd om de onderscheidende kwaliteiten. Met verf en kleur weet hij als geen ander te fluisteren en een sfeer op te roepen die weinig meer van doen lijkt te hebben met het hier en nu, schrijven Saskia Bak en Han Steenbruggen in de inleiding van de uitgave “Mooie dingen zijn zoo eenvoudig”. Het is vooral Mankes zelf die aan het woord is in de essays die over hem zijn geschreven om de kunst van deze min of meer teruggetrokken kunstenaar te duiden. Onverstoorbaar, positief wars van de zichzelf opnieuw uitvindende kunstwereld, ontwikkelt hij een vorm van onwerkelijk realisme dat in stilistisch opzicht gerelateerd is aan de schilderkunst van de oude meesters. Echter grijpt hij niet terug, maar blijft bij zichzelf. Hij houdt zijn werken klein en de onderwerpen onder handbereik.

    Wordt zijn werk vaak beoordeeld op techniek en stijl, in het boek komt meer het gevoel dat door de schilderijen en het grafiek spreekt tot uiting. De sfeer van geheimzinnigheid en melancholie wordt bepaald door momenten van de dag, het schemeren van de avond – het meest weemoedige moment van de dag – weerspiegelt vooral de mysterieuze kant van de schilder, het stille water met de diepe grond. Zijn werken ademen de stemming van de donkerte, waarin gedachten filosofisch met de beschouwer aan de haal gaan. De avondlijke sfeer is een herkenbaar terugkerend motief volgens Stefan Kuiper in zijn essay: “Op geen ander moment zijn we ons zo bewust van het verstrijken van de tijd als tijdens die ogenblikken waarop het laatste licht wegsijpelt. Geen ander moment is tegelijkertijd zo vervuld van verlangen.”

    Mankes thuis in Belvédère

    De schilderijen hebben een diepere lading dan op het eerste gezicht aanschouwelijk is gemaakt. In de weergegeven onderwerpen schuilt symboliek, deze zijn een metafoor van hoe Mankes zijn wereld aanziet en beleefd. De emotie is voortdurend in de abstracte realiteit aanwezig. De spirituele verstilling is nooit ver weg. Ieder werk is een meditatief moment op zich. Het is dat wat het werk ook nu nog, meer dan een eeuw na zijn dood, veel mensen aanspreekt. Mooie dingen die in handen van Jan Mankes zo eenvoudig schijnen. Zo teder en liefdevol op doek zijn gezet of op koper getekend en in hout gegutst. Bij het kijken naar deze werken overvalt mij bij wijze van spreken een vlaag van melancholie, een mistroostig gevoel kruipt vanuit mijn onderbuik omhoog. Het is dit sentiment van ‘Het Dorp’ van Wim Sonneveld of de ‘Zuiderzeeballade’ van Sylvain Poons. Voor de oppervlakkige kijker straalt het die melancholische nostalgie uit, de hang naar hoe het was en niet meer zal zijn. Zo zal Mankes dit tijdens het schilderen niet doorvoelt hebben. Hij schiep zich een wereld die paste aan zijn gemoed, zijn wezen. Een wereld die achter de waarheid schuil gaat, halverwege de droom en het ontwaken. Geen droomwereld, maar een dromerige wereld. Wie namelijk dieper kijkt dan de huid merkt het innige schilderen, het onderwerp dat van binnenuit straalt. “Kunst is uiting geven aan geestelijk leven”, vond Mankes zelf. “Aangezien het zuiver geestelijke, het ontembare niet te noemen is, neemt men stoffelijke dingen te baat als middel.

    Zonder arrogant te klinken beweer ik dat Jan Mankes thuis hoort in Museum Belvédère. Want heeft hij niet een belangrijk deel van zijn oeuvre aan Het Meer gemaakt, langs de Woudsterweg gelopen om tot rust en inkeer te komen, misschien voorvoelt dat daar ooit een museum opgezet rond zijn werk zou komen. Natuurlijk is Gelderland ook een plek, met name Arnhem en Gorssel dat een driehoek maakt met Eerbeek, waar Mankes’ werk plaats heeft. Echter is Oranjewoud toch bij uitstek het dorp waar Jan Mankes zicht op had gekeken vanuit zijn atelier. Het museum is zijn thuis en wanneer er op een bijzonder moment daar geen Mankes te zien is raken bezoekers verbolgen.

    Tentoonstellingen

    De monografie en de dubbeltentoonstelling geven deze schilder van de kleine dingen een bewuste positie in de kunstgeschiedenis. Nog nu klinkt zijn filosofie van het schilderen door en laten kunstenaars zich door hem inspireren. Zij gebruiken niet één-op-één zijn stijl, maar laten de geestelijke visie voortleven, de verbeelding en het overstijgen van de werkelijkheid. In het boek worden een drietal hedendaagse kunstenaars genoemd waardoor het werk van Mankes tot in de 21e eeuw resoneert. De uitgebreide oeuvrelijst maakt het boek tot een bijzonder naslagwerk. Door archieven, brieven en documenten diepgaand uit te pluizen is een voor dit moment complete lijst van werken opgesteld. De samenstellers Jan de Lange en Maarten van Doremalen hebben er kennis en tijd ingestoken om alle werk van Jan Mankes met gegevens boven tafel te krijgen. Wetende dat er nog meerdere werken aan de lijst zullen kunnen worden toegevoegd. Hoewel de aanleiding allang uit de tijd is, is het overzicht van wezen en werk een levende bron.

    Waar Museum Belvédère zich in de presentatie richt op de periode waarin Mankes in Friesland woonde en werkte, relateert Museum Arnhem zijn werk aan dat van generatiegenoten en met hedendaagse geestverwanten. Zo ontstaat er overzicht en inzicht. Is het werk in de musea bij wijze van spreken aanraakbaar, en maakt de dubbeltentoonstelling bewust op welke manier dit doorklinkt naar de huidige tijd. Jan Mankes begreep de kern van zijn tijd, de essentie van het wereldgebeuren. De grond van het bestaan is bezinning, stil tot inkeer komen, meditatief wat was overdenken om verder te kunnen. Leren van het verleden. Mankes maakte dit in zijn werk zichtbaar, niet meteen duidelijk. Tussen de regels door in het mijmerende verfgebaar is de verstilling te proeven. Bij het kijken naar zijn werk, live in de musea of bladerend in het boek, ben je voor een moment van de wereld om deze te reflecteren.

    Jan Mankes. Mooie dingen zijn zoo eenvoudig. Monografie en oeuvrelijst verschenen bij dubbeltentoonstelling ‘Jan Mankes, verstilling en strijd’ in Museum Arnhem en ‘Jan Mankes, uiting geven aan geestelijk leven’  in Museum Belvédère van 25 januari tot 24 augustus 2025. Uitgave van beide musea bij Waanders Uitgevers, 2025.

  • Feest in de dierenwereld

    tekst Astrid Kuiper

    Beste Jurjen van der Hoek,

    Vandaag kreeg ik uw recensie van mijn boek ‘Feest! In de dierenwereld van Jan Mankes’ toegestuurd van Angela van der Meulen van uitgeverij Noordboek.

    Graag wil ik u hartelijk danken voor uw mooie recensie! Zo treffend en uitgebreid. 

    Ik heb veel gelezen over Jan Mankes. En veel gewandeld in Oranjewoud en de Knipe om me zoveel mogelijk in te kunnen leven. 

    Hoop nu dat het boek z’n weg gaat vinden. Dat het inderdaad (voor)gelezen wordt door klein en groot. En het in de museumwinkel van onder andere Belvédère komt te liggen. En veel verkocht wordt; mijn royalty’s gaan namelijk naar KiKa. 

    De grote overzichtstentoonstelling van Jan Mankes staat voor de deur. Vanaf eind januari 2025 in Museum Arnhem en Museum Belvédère.

    Wie weet treffen we elkaar daar.

    Hartelijke groet,

    Astrid Kuiper

  • Het boekje open over Hollands meest verstilde schilder

    Elke gelijkenis met bestaande personen of gebeurtenissen berust op louter toeval”. Dat staat niet in het colofon van ‘Feest! In de dierenwereld van Jan Mankes’. Want alle genoemde personen in het verhaal bestaan en elke gebeurtenis is losjes gebaseerd op de waarheid. Het gefantaseerde relaas rond de kunstschilder Mankes is geschreven en geïllustreerd in de eerste plaats voor kinderen. Ze kunnen het zelf lezen of zich laten voorlezen. Maar ook ouders leren door het verhaal te lezen de schilder van tederheid beter kennen. Auteur Astrid Kuiper heeft een speelse manier van schrijven, even fijngevoelig als haar hoofdpersoon dat was. Haar poëtische verhaal wordt in het boek vrolijk verbeeld door de tekeningen van Monique Beijer. Deze tekenaar op haar beurt zet dieren in hun omgeving passend in de sfeer van de vertelling. In de platen kun je de verbeelding van de tekst sprekend ontdekken. Sprookjesachtig beschreven, teer getekend.

    Poëtisch zingende toon

    De voorstelling is een gedroomde werkelijkheid. Nadat schilder Jan zijn werk van die dag als schepper Mankes heeft goed bevonden valt hij op de bank tevreden in slaap. Zijn fantasie gaat dan met zijn denken aan de haal, zoals iedere droom met de waarheid een loopje neemt. Vanaf dat moment gaat de tekst in het boek over in een poëtisch zingende toon, iedere regel heeft spontaan of gezocht eindrijm. Voor kinderen meeslepend om naar te luisteren, voor ouderen weleens hinderlijk bij het (voor)lezen. De melodieuze wijs doet niet af aan de inhoud en strekking van het verhaal. Slapende Jan droomt van een gondelvaart. Hij zal het fenomeen zelf niet gekend hebben. Het vond plaats in zijn geboortejaar in Amsterdam op Prinsessedag. Het zal later plaats hebben op de plek waar Jan in Beneden Knijpe heeft gewoond. In de voor de veenderij gegraven sloot voor het huis van zijn grootouders, later dat van zijn ouders en hijzelf, kwam ieder jaar een rij versierde en verlichte boten langs. Dat begint in 1932, twee jaar na Jan’s te vroege overlijden. Hij heeft dus een vooruitziende blik, droomt in de toekomst als het ware. Maar, o nee, het is een naar waarheid geschreven fantasieverhaal. Het is niet waar maar het had waar kunnen zijn. De waarheid is ingepast in de fantasie. En het past!

    In het verhaal willen de door Jan geportretteerde dieren iets aan hem terug doen. Doordat Mankes hen heeft geschilderd en daarmee gepersonifieerd, heeft hij hen de eeuwigheid gegeven. Door zijn schilderijen betekenen de geit, de haan, de kraai, het muisje en al die andere dieren iets, hebben ze en zijn ze van waarde. Astrid Kuiper situeert hen op een boot, die vooraf gaat aan een lint van versierde pramen in de gondelvaart. Ooit woonde ik op een steenworp afstand van de plek waar Jan Mankes heeft gewoond. Maar in een andere tijd, toen de sloot nog door het dorp lag en er sprake was van een brugjeskant. Destijds heb ik die gondelvaart meegemaakt. Als kleine jongen, ik was amper 10, stond ik op de walkant te kijken naar de pramen die in een lange rij werden voortgetrokken door een door een tractor gemotoriseerd schip. Kuiper beschrijft dit onderdeel van het dorpsfeest zoals het is geweest. Ik weet het, ik was erbij. De tegenwoordige allegorische optocht op wagens, die is gestart nadat de vaart is gedempt en plaats maakte voor een karakterloze straat, is een flauw aftreksel van deze lumineuze praamvaart.

    Nostalgische sfeer

    Het feestverhaal van Astrid Kuiper en Monique Beijer brengt die nostalgische sfeer van het dorpsfeest terug van toen in het heden. Hoewel ieder jaar in de maand oktober het dorp bol staat van de activiteiten ter meerdere eer en glorie van de saamhorigheid, de mienskip in onzuiver Nederlands, staat dit in de schaduw van wat er eerder plaats had. In het verhaal worden plekken genoemd die bij Knypsters bekend in de oren klinken, maar toch niet te vinden zijn in het dorp. Maar het draait in het boek dan ook niet in de eerste plaats om de gondelvaart of bestaande plekken, het is een verhaal aan deze elementen opgehangen om de dierenwereld van Jan Mankes meer aandacht te geven. Jan droomt zich die hele wereld bij elkaar, laat de dieren praten zodat het net mensen zijn. Jan droomt zich een fabel met zijn eigen afbeeldingen.

    Het zijn paard en kraai, konijn en geit, de nieuwsgierige haan, egels en muizen, puttertjes en lijsters die in het verhaal een rol spelen, zoals deze ook onderwerp zijn in Mankes werk. De vertelling bouwt met het paard Age als dirigent fijn toe naar een geweldig slotakkoord. Het cadeau voor de kunstenaar met strik. Hij staat dromerig bij het raam, een uil op zijn hand. Jan dreigt in gedachten verzonken de boot te missen, maar dan barst het levende schilderij uit de voegen en brandt een orkeststuk door de stille nacht. Maar eerst zijn er nog allerlei problemen, die het feest in de weg staan en om de fantasie te stimuleren, de vaart erin te houden. Maar zoals een goed sprookje betaamt loopt alles tot een goed einde. En eindigt het verhaal onverwacht ongerijmd in dialoog met Jan die door zijn vrouw Annie wordt gewekt, het was alles een droom. Hij is niet langs de vaart, niet in Beneden Knijpe, hij is in Eerbeek, thuis. Voordat ze naar de fanfare gaan gluurt Jan door de deur naar Beint op de kinderkamer. ‘Door het raam ziet hij een prachtig avondlandschap met maan’.

    Daarmee is het verhaal gedaan, de fantasie terug in de werkelijkheid. Maar het verhaal van Jan Mankes gaat verder. Er volgt nog een korte biografie met hoogtepunten en om meer te weten over de schilder en zijn werk een rijtje boektitels. Want het kan bijna niet anders dan dat de (voor)lezer na het (voor)lezen geïnteresseerd is geraakt in het werk van Jan Mankes. In zijn leven en zijn bijzondere kijk op de omgeving en de natuur. Dat je wilt zien hoe Mankes al de dieren die in het feestverhaal voorkomen door hem zijn geschilderd. Dat kan in de boeken, mooier is ze te bekijken in de musea. Het boek is een best uithangbord voor de dorpsfolklore en de dierenschilderijen van Jan Mankes. Het verlaagt voor kind en ouder de drempel. Kuiper en Beijer hebben op een originele manier het boekje open gedaan over Hollands meest verstilde schilder.

    Feest! In de dierenwereld van Jan Mankes. Tekst Astrid Kuiper. Tekeningen Monique Beijer. Uitgeverij Noordboek, 2024.

  • Kunst in kopie, echt of namaak?

    Eigenlijk heb ik me bij het zien van grafiek nooit afgevraagd of ik wel naar een originele afdruk kijk. Origineel in de zin van dat de maker het met de hand heeft geprint op de eigen pers. Of dat de maker de opdracht heeft gegeven het door een ander te drukken, maar er wel zijn of haar handtekening onder heeft gezet. En genummerd, want de originele afbeelding wordt in een beperkte oplage gedrukt. Zodat degene die de afdruk in bezit heeft weet dat het een exclusief werk betreft. Maar wat nu wanneer iemand een etsplaat heeft van Rembrandt of, dichterbij, van Boele Bregman, en hiervan printen gaat maken. Dan is de tekening wel van de genoemde kunstenaar, maar het is dan dus eigenlijk een kopie van het origineel, namaak, na gemaakt, achteraf gemaakt. Ofwel een nadruk.

    Want wat betekent de reproductiemogelijkheid voor de originaliteit van het werk. Is de eerste afdruk het origineel en zijn de andere werken in de oplage kopieën. En zijn alle werken in de oplage daadwerkelijk identiek, dus gelijk aan elkaar of zitten er verschillen tussen. Zo zodat ieder exemplaar dus een afzonderlijk origineel kan zijn. Want door variatie in temperatuur, luchtdruk, luchtvochtigheid, papier, inkt en drukkracht heeft de grafische kunstenaar het drukproces nooit helemaal onder controle. Het toeval stuurt en is raar gezegd in deze eigenlijk de ware kunstenaar.

    Museum Heerenveen, kunst in kopie

    In beginsel een Bottema, Bregman, Mankes of Oosting

    In de tentoonstelling “Kunst in kopie?” bij Museum Heerenveen laten de samenstellers mij iets afvragen, namelijk of grafische kunst in oplage gemaakt is of opnieuw gedrukt werd. Met wat is dan origineel, zetten ze mij tot nadenken. “Is het kunst of kopie? Zijn de afdrukken precies hetzelfde?” De tentoonstelling heeft een educatieve inslag, dus er is een opdracht voor mij: “Kijk eens heel goed en vergelijk een paar keer of er toch een verschil is.” Ik dien mijn ogen de kost te geven, me te realiseren wat ik zie. Dat doe ik dan ook bij het werk van vier kunstenaars uit de omgeving, want Museum Heerenveen is niet voor niets een streekmuseum. Dus is er om de geschiedenis van de streek in tentoonstellingen onder de aandacht te nemen, en zo mogelijk te promoten.

    De vier kunstenaars waarvan grafisch werk in de tentoonstelling is opgenomen zijn alle al overleden, dus kunnen niet zelf meer de handpers bedienen. Bij alle afdrukken die nu in de handel verschijnen kan men zich dus afvragen of het echt is of namaak. Het origineel, dus de plaat waarvan gedrukt wordt, is natuurlijk altijd echt. En wanneer de maker zelf die afdrukken heeft gemaakt zijn deze echt. Maar wanneer er nu nog afdrukken worden bijgemaakt is het origineel nog steeds echt, maar is het de vraag of de print authentiek is. Het is in beginsel een Bottema, Bregman, Mankes of Oosting. De vier kunstenaars die wortels hebben in de regio Heerenveen en waarvan grafische technieken als het etsen, steendrukken en de houtgravure in de tentoonstelling te zien zijn.

    Museum Heerenveen, kunst in kopie

    Interessante dwarsdoorsnede van Tjerk Bottema, Boele Bregman, Jan Mankes en Jeanne Bieruma Oosting

    Er valt veel te bekijken, want de opdracht is goed te kijken en nog eens te zien om verschillen in afdrukken te ontdekken – als die er al zijn. Want van veel druksels zijn meerdere exemplaren te vinden en opgehangen. In de tentoonstelling lees ik op een tekstbord: “Kenmerkend voor grafiek is de mogelijkheid om meerdere identieke afdrukken te maken van een werk. Bestaat die mogelijkheid niet, dan is er geen sprake van grafiek.” Dus.

    Van Tjerk Bottema, Boele Bregman, Jan Mankes en Jeanne Bieruma Oosting is een interessante dwarsdoorsnede uit hun grafische oeuvre samengebracht in de tentoonstelling “Kunst in kopie?”. De werken alleen al geven kijkplezier in het bezoek aan Museum Heerenveen. Uit de eigen collectie worden werken getoond naast afdrukken uit dezelfde oplage van andere collecties. Zo kunnen de bezoekers de verschillende drukken en versies met elkaar vergelijken. Want het museum daagt mij uit om na te denken over de vraag: wat wordt verstaan onder originaliteit. De opdracht is om echt te kijken, geconcentreerd te beschouwen om antwoord te kunnen geven op de vraag of het kunst is of kopie. Een overtuigende respons komt daar niet uit. Want wat is echt en wat is namaak. De afdruk door de maker zelf gemaakt, is deze echt? En de afdruk gemaakt van dezelfde plaat maar door een ander, is dat namaak? Niet in de zin van imitatie of vervalsing, maar als betekenis dat het nog eens weer achteraf gemaakt is – een extra oplage, een nadruk. De plaat is er, dus kan weer gebruikt worden, toch? Om dit te voorkomen beschadigde Jan Mankes zijn drukvormen om eventuele nadrukken door anderen onmogelijk of duidelijk herkenbaar te maken.

    Museum Heerenveen, kunst in kopie

    Geschiedenis van het drukken

    In een naastgelegen zaal wordt de geschiedenis van het drukken in kort bestek uit de doeken gedaan. Er staan originele handpersen en er worden onderdelen en materialen getoond. Afdrukken langs de wanden tonen de mogelijkheden van het drukken. Ook kan de bezoeker zelf aan de slag om te ontdekken hoe grafische kunst wordt gemaakt. Regelmatig vinden er workshops onder leiding van professionele kunstenaars plaats. De jongste bezoekers kunnen hun eigen drukwerkkunst maken met stempels en inkt.

    Kortom, is de tentoonstelling “Kunst in kopie?” een complete belevenis van het drukken, de grafische techniek. Hoewel de titel enigszins misleidend is, aangezien het woord kopie toch de betekenis heeft van nabootsing en afschrift. Uiteraard is de grafiek voor de kunstenaar een goede mogelijkheid zijn werk te reproduceren. Om van een enkele tekening of afbeelding meerdere te maken. Dat betekent een groter bereik en een ruimere afzetmarkt. Want de kunst is een ambacht, een vak, een beroep; de kunstenaar wil zijn of haar kunst onder de mensen brengen en, niet onbelangrijk, er een verdienmodel aan koppelen. Grafiek is beter betaalbaar en dus voor een grotere groep liefhebbers toegankelijk. Want des te groter de oplage hoe meer de prijs wordt gedrukt. Maar dit terzijde.

    Tentoonstelling “Kunst in kopie?”, grafiek van Tjerk Bottema, Boele Bregman, Jan Mankes en Jeanne Bieruma Oosting bij Museum Heerenveen, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Te bekijken tot en met 14 mei, de drukwerkplaats is open tot en met 27 mei 2023.