Bladerend door het boek proef ik de stilte. Ontdek ik de ontbladerde leegte die vol lijkt van ervaring en inspiratie. Het is de magie van de kunstenaar om het niets van de omgeving het iets van mijn emotie te maken. Door licht in het duister te laten schijnen heldert het zware gemoed op. In de stoffelijke gelaagdheid van het werk ligt een mentale verdieping. In zijn schilderijen probeert Rob Regeer de ongrijpbare, serene magie van het landschap vast te houden. De stille kracht van de natuur met mij te delen. Bladzij na bladzij overkomt mij eenzelfde gevoel als dat ik had bij het beschouwen van zijn tentoonstelling in Heerenveen. In de museum galerie betrad ik toentertijd een mysterieus bos, een magisch woud. “Maar is het wel een boomgaard dat ik zie, een veld met oprijzend gewas”, vroeg ik mij destijds af. “Ik kijk in de donkerte van de duisternis, de nachtelijke uren waarin de betovering van het onzichtbare op een hoogtepunt is. Want er is niets te zien achter de stakerige boomstammen, zo zolang het niet wordt aangelicht. Zo zolang er geen lichtpunt is die de omgeving waarneembaar maakt.”

De stilte proeven is het spektakel smaken
In het boek “Walk with me” merk ik dezelfde composities op, bekijk ik de zaalfoto’s van de in april 2024 bezochte kunstruimte. Maar er is meer in de uitgave te vinden wanneer ik in gedachten wandel met Regeer en me over zijn schouder kijkend verwonder over de bossen en de bergen, het water en de weide. De stilte is dramatisch aanwezig tussen de verflijnen, het ligt als een deken over de sfeer en als een gordijn voor de compositie. Dat zwijgen van de structuur weerhoudt een objectief kijken, sluit mijn gevoel buiten. Die vredigheid moet me wel overkomen, het werk legt me dat op wanneer ik er oog voor heb. Maar dat schijnbaar onverstoorde karakter is zo breekbaar als één nacht ijs. Het lijkt een stilte voor de storm, een natuurlijke kalmte waarachter een menselijk rumoer schuilt. De stilte proeven is het spektakel smaken. Het is een vreedzaam moment in de tijd, waarvoor het heibel was en waarna de hel losbarst. Welhaast een hof van eden waar geen geween is en geen tandengeknars, maar de hel op aarde is de ergste duisternis. En daarvoor sluit Regeer zijn ogen niet, hij probeert in gedachten de surrealistische schoonheid binnen te halen in de gedachteloze willekeur de aarde naar ’s mensen hand te zetten.
De uitspraak van Marcel Proust voor in het boek, nog voor de werken mij onder ogen komen, zegt veel over hoe Rob Regeer de bezochte omgeving ervaart: “The real voyage of discovery consist not in seeing new sights, but in looking with new eyes”. De kunstenaar vult dat zelf aan: “ik kijk en ik zoek naar hoe ik de wereld zoals ik die zie kan tonen”. Regeer geeft mij die nieuwe ogen, zet mij een andere bril op de neus, zodat ik geen nieuwe omgeving ontdek maar er met andere ogen naar kijk en het met een ander gevoel ervaar zodat het een nieuw karakter lijkt te hebben: “de natuur is er altijd, het bos, de bomen, of wat daarvoor kan doorgaan. geen bladeren, geen realisme, alleen vormen”. Kijk ik naar de composities denk ik wel een werkelijkheid te zien, echter is het geen realistische echtheid. Het zouden bomen kunnen zijn, het kunnen bergen zijn, het is een boomhut omdat het die vorm heeft. Mogelijk, het is echter de inbeelding, de verbeelding, waarmee de kunstenaar speelt om zijn verhaal te schrijven. Waarmee hij volgens kunstjournalist Mark van der Voort een schaduwwereld ontvouwt. “Hier vechten licht en duisternis hun eeuwige strijd uit. (…) Rob Regeer schildert filmische beelden die op je netvlies blijven branden.”

De ijle lucht beklemt de sfeer
De kunstenaar verleidt de kijker in eerste instantie met schoonheid. “Maar het werk is ook een spiegel voor degene die ervoor staat”, vindt hijzelf. “Het is een droomwereld die zich iedereen kan toe-eigenen, maar wel een wereld die prikkelt en vragen oproept.” Rob Regeer maakt niet zomaar ondefinieerbare platen van de realiteit. De kunstenaar wil mijn verbeelding prikkelen door ongerijmde voorstellingen te maken. Mij op een verkeerd been zetten zodat ik ga nadenken over wat ik zie. Mij ga bezinnen op de actualiteit. Hij trekt mij zijn magische wereld in. Daar ervaar ik de schoonheid die niet schijnt te kloppen. De verbeelding krijgt er de ruimte zich te uiten. Het werk ontroert op een onbestemde manier. Het past esthetisch juist, maar achter die luister klinkt een duister geluid. Het gebeelde mysterie is onheilspellend.
Het Regeerbos lijkt doods transparant, de boomstammen laten licht door of weerkaatsen het. De takken zijn kaal, er is geen blad te bekennen. Het zijn staketten, pilaren in een ecologische kathedraal. De bladen komen later in een ander thema op de proppen, daar dwarrelen kroonbladeren door en voor kreupelhout. Dan wanneer Regeer het licht laat zijn komt er leven in de brouwerij, gaat er een onheilspellend wezen vanuit het zijn. De kunstenaar speelt met het licht in de atmosferische ambiance. Door dat schijnsel ontstaat een beklemmende sfeer, een unheimische stemming. Het meer tussen de bergen kent vele variaties blauwen die de rotsformaties in tegenlicht zwart doen helderen. Het doet me veronderstellen dat er meer moet zijn achter die flanken over het water. Ik zou daar willen wandelen om over de rand te kijken in een iets dat vermoedelijk niets blijkt te zijn. Zo zoals het seriematig silhouet van een berghut, waar het licht – is het de zon – in wisselende weersomstandigheden vanachter schijnt. De ijle lucht beklemt de sfeer, bedwelmd het zicht. In dergelijke series experimenteert Regeer met het beeld, daagt het licht uit en zoekt de waarde van de kleur.

Het licht is een belangrijke metgezel
De hutten verraden een teken van leven in de verlaten bossen. Er schijnt licht door de ramen. Wat gebeurt daarbinnen, wordt er teruggekeken wanneer ik tussen de stammen dwaal en gluur. Mijn ogen de kost geef, mijn blik voed. En dan stuit ik op talloze lichtpunten die door de schepper tussen de stammen zijn gestrooid. Die oplichtende punten lijken vuurvliegjes, die het licht van de dag aten om het uit te spuwen in de nacht. Het daglicht klinkt zo door in de nachtelijke duisternis. Echter blijken het bij nader inzien en betere beschouwing geen puntjes te zijn, maar putjes in de compositie. “Wie het werk tot op armlengte nadert”, schreef ik bij de tentoonstelling, “ontdekt dat de schildering eigenlijk een reliëf is. De materie ligt dik op het doek. De stammen verheffen zich waarin de putjes verf zich verlagen. De vuurvliegjes blijken kleine klankschalen. Het licht echoot zo geluidloos door het bomenbos.” Maar dat driedimensionale karakter wordt in het boek niet opgemerkt, daarvoor moet het werk live bezocht en bekeken worden.
Met Regeer bestijg ik toppen en daal af naar bergweiden. Ik loop met hem op stap voor stap, wandel in zijn landschap dat warm oplicht in een waterkoude rilling. Het licht is een belangrijke metgezel, het wijst als een gids de weg. Hoewel de schilderijen vol van abstract leven zijn, is er geen beweging te bekennen. Aan het slot van het boek nodigt Rob Regeer mij daadwerkelijk uit met hem op pad te gaan. Ik bestudeer zijn reisfoto’s, herinneringen van onderweg. De wandelingen vastgelegd als inspiratie voor in het atelier. En dan bemerk ik dat Regeer deze beelden heeft bevroren door zijn composities. Het zijn dat hij meenam is thuis verstild in gestileerde landschappen. Het is de beweging ontnomen om een dynamische sfeer op te wekken waarin de stilte kan worden geproefd, de emotie gesmaakt.
Walk With Me. Rob Regeer, schilderijen. Tekst Mark van der Voort, Maarten Moll, Rob Regeer. Uitgave Jan van Hoof Galerie & Van Spijk Art Books, 2025.








