Gaat een kunstenaar het werk van een collega duiden, dan lijkt het commentaar op een andere golflengte te komen te liggen. Er verschuift iets in de manier waarop dat werk wordt benaderd. Het is alsof de interpretatie zich in een andere dimensie bevindt. De kunstenaar raakt mogelijk een andere snaar, met een andere resonantie dan de drieklanken, tertsen en intervallen van kunsthistorici en recensenten. Niet zozeer hoger of beter, maar anders gestemd.
Waar het werk vaak wordt geplaatst binnen stijl, ontwikkeling en context, kijkt een kunstenaar vanuit het maken zelf. Alsof hij gevoeliger is, of beschikt over een extra zintuig om door de lagen van zichtbaarheid heen te breken. Dat levert een lezing op waarin minder wordt geordend en verklaard, en meer wordt herkend. In het werk van de ander wordt iets gevoeld dat verwant is aan de eigen praktijk. Niet omdat stijl of techniek overeen hoeven te komen, maar omdat het zoeken, het twijfelen en het nemen van beslissingen voor iedere kunstenaar herkenbaar terrein zijn.
Die benadering is geen correctie op andere manieren van kijken, maar zet er een andere blik naast. Een perspectief dat ontstaat vanuit ervaring en het werk van binnenuit lijkt te benaderen. Het is een manier van kijken die dichter bij de kern beweegt, juist omdat zij voortkomt uit het proces van het maken. Vanuit die positie lijkt de waarde van het werk soms anders te worden ingeschat, omdat de kunstenaar herkent waar het werk zijn oorsprong heeft.

Lichtvoetig los te komen van gewicht
“Een kunstenaar denkt deels met de handen”, schrijft Olphaert den Otter in het boek dat het werk van Jolanda Meulendijks toont. “De bron van dat handelen is een idee”, vervolgt de schilder, zanger, schrijver en spreker (een multiman). Hij legt het werk van Meulendijks langs een cultureel-filosofische lat en ziet dat het goed is. Dat haar maakproces zich laat opdelen in ‘denken’, ‘doen’ en ‘ding’. “In het ideale geval leidt het zien van een kunstwerk de kunstkijker terug naar die bron.”
In zijn essay ontleedt Den Otter haar werk. Dat werk laat van niets iets worden. Eerder gebruikte materialen en dragers — bedrukte bladen uit een atlas bijvoorbeeld — krijgen een nieuwe functie in het overbrengen van een verhaal. Maar ook koper, draad, karton, natuursteen en keramiek dragen zichzelf als mededeling. Soms op wezensvreemde plekken, soms karakteristiek aan de wand bevestigd of een ruimte vullend.


Het verhaal van Jolanda Meulendijks maakt zij door middel van de beeldende kunst kenbaar en brengt het de wereld in. In of door haar werk lijkt zij te zweven, lichtvoetig los te komen van gewicht. Haar werk wordt wel tentoongesteld alsof het op lucht drijft. Alsof zintuiglijke krachten de objecten en installaties losmaken van de zwaartekracht. Lichtheid, het figuurlijk zweven, leidt tot speelsheid. “Het zoeken is naar een evenwicht, tussen het lichte en het zware, tussen het stille en het beweeglijke.”
Het opmerken van materie die door een ander als niet ter zake doende wordt gezien, werkt bevrijdend. Je hoeft niet krampachtig het penseel vast te houden om details uit te werken of met de kwast het grote gebaar te maken, maar kunt waarnemen dat afwijkend materiaal in de kunst her- en opgewaardeerd wordt. Onooglijk niets kan zichtbaar iets worden.
Jolanda Meulendijks is in die zin een hergebruiker. In haar kunst recyclen onbruikbare voorwerpen tot kunstzinnige objecten. Zij werkt op gevoel; intuïtief slaat zij aan op vormen omdat zij voortdurend aanstaat om ze op te merken. Laat ik ze achteloos zwerven, zij zet ze op een voetstuk zodat ik er wel acht op moet slaan.


“Het sublieme tastbaar maken is een paradox”
“In het werk van Jolanda Meulendijks buitelen verschillende waarden door elkaar.” Daardoor struikelt mijn concentratie soms en leiden details mij af van het geheel. Maar juist die bijzonderheden maken voor mij het werk af. Een glans op koper, een kleurnuance op karton, een knoop in touw. Die finesse vraagt aandacht. Een kleine den op een groen eiland in een installatie fluistert om gezien te worden. Het zijn eigenaardigheden die de blik vangen zonder antwoord te geven op de gestelde vraag.
De intuïtie van Meulendijks vergelijkt Den Otter met doendenken, of populair gezegd: spiergeheugen. “Je weet wat je moet doen, zonder het te weten.” Laat de rede het dan afweten op het moment dat het kunstwerk zichzelf maakt? Dat de gedachte doet wat eerder is gedaan, zich herinnert te doen? De rede lijkt dan op automatische piloot te gaan en de handeling voert zich als vanzelf uit. In theorie kan dat zo zijn. Maar mij dunkt dat, wanneer inspiratie het voortouw neemt, de kunstenaar bij de les moet blijven om het meest sublieme resultaat te bereiken. “Het sublieme tastbaar maken is een paradox. Het kan niet, maar het moet.”


Een kunstwerk kan zichzelf niet maken; het heeft geen eigen boodschap die zonder de kunstenaar wordt gemengd. Wel kan de kunstenaar plots het juiste doen, het goede beeld aanbrengen of intuïtief de gepaste woorden vinden. “De kunstenaar handelt in overeenstemming met zijn of haar kern”, stelt Den Otter kijkend naar het werk van Meulendijks en zijn eigen werk voor ogen houdend. “In dat handelen zit geschiedenis, biografie, groei. De beslissingen over je werk zijn eerder genomen, of minstens voorbereid; nú kan je handelen en er ontstaat iets vanzelfsprekends. Iets volgroeids.”
Maar kunst lijkt mij niet vanzelfsprekend. Wel wanneer het kunstje beheerst wordt en dertien werken in een dozijn verschijnen – variatie op variatie tot in het oneindige. De kunstenaar kan gerijpt zijn, de kunst volwassen geworden. Volgroeid, maar niet uitgegroeid. Zij kan altijd nog boven zichzelf uitstijgen. En dat zie ik gebeuren in het oeuvre van Jolanda Meulendijks. Voortdurend ontsluit zij een nieuw facet van de wereld waarvan ik het bestaan niet kende.


Geknoopt, geslagen, gekleurd en gevormd
Den Otter raakt ook daaraan: “(Een wereld) waarin alles er niettemin toe doet. Maar wat niet met het verstand te vatten is.” Het werk ondergaan lijkt meer op herinneren dan op begrijpen. Jawel, niet altijd begrijp ik wat ik zie, maar het herinnert mij aan wat ik eerder zag. Dat handvat maakt het werk niet plaatsbaar, maar wel beter te doorzien. “Ze geeft dingen ten geschenke aan het oog (…). Zo hebben ogenschijnlijk eenvoudige dingen een hoge taak meegekregen.”
Die opdracht is erin geknoopt, geslagen, gekleurd en gevormd. Zo wordt het werk een middel om mijn nieuwsgierige geest te overtuigen van zijn bestaanswaarde. Het moet er zijn, als het er is. Het is er om het verhaal. De vertelling die de wereld in moet.
swing. jolanda meulendijks. between everything and all. Tekst Olphaert den Otter. Uitgave Van Spijk Art Books, 2025.





