Tag: Karen Vennik

  • Grenslijnen gegumd in Wonderkamers. Uit.

    Bestaat er een grens tussen observatie en emotie. Staat het één los van het ander. Of is de grens vaag en overlapt juist het één het ander. Zoals in een venndiagram; de doorsnede van observatie en emotie. Dat het verzamelde beleven perceptie deelt met het geconcentreerde gevoel. Want kijken roept iets op. Zien gaat niet zonder indruk. Impressie gaat met expressie. Het kijken naar kunst maakt iets los, zet de mimiek op positief dan wel op negatief. De mondhoeken en de duim gaan omhoog of naar beneden. De emoji is blij of keurt het af. In de kunst is dat een grens, tussen goed of slecht is geen uitweg, er bestaat geen niemandsland voor de twijfel. De schoonheidszin heeft evenwel smaak. Een bloemige bijsmaak of een naargeestige nasmaak. Ieder zijn/haar/hun meug.

    Zo is de observatie in Wonderkamers op dit moment. Bij het daar getoonde werk van de drie kunstenaars Marjolein Spitteler, Karen Vennik en Sigrid Hamelink kan ik maar nauwelijks mijn emotie de baas. Krullen mijn mondhoeken op als de snor van Dali. En dat is bijzonder volgens een andere kunstenaar, Meiro Koizumi. In een promotievideo voor De Pont Museum in Tilburg hoor ik hem zeggen: “Het is heel moeilijk om mensen aan het huilen te maken met een schilderij. Maar met bewegende beelden, met video, is het heel gemakkelijk om mensen in twee minuten aan het huilen te maken. En dat is hoe krachtig dit medium is.” Bij Wonderkamers aan de Heirweg in Nijeholtwolde is daarom misschien wel de kunst geïntegreerd in een installatie met objecten en lichtbeelden. Ik vind het op de zolderverdieping van het Batavushuisje. En het is inderdaad bijzonder, maar emotioneert mij niet tot tranen toe. Althans niet in de door Koizumi gestelde tijdspanne.

    In lichtbeelden te beluisteren

    In de installatie verleggen Vennik en Hamelink hun grenzen en zoeken de lijnen van de zichtbaarheid. Of eigenlijk het kader van onzichtbaarheid. Want wat ze laten zien valt fysiek nauwelijks te bekijken, maar wel mentaal te ervaren. In het schemerdonker zie ik een stellage van hout met lijsten en een beeldfiguur. Op en door deze samenhang is een drieluik geprojecteerd, waarvan de gevallen vogel op de bolle buik van het beeld verschijnt. Dat schilderij vind ik op de begane grond van dit gebouw terug. En wat aan beeld verloren ging in de installatie zie ik daar in afgepaste kleuren, en merk op dat er meer figuratie is dan enkel die vogel. Maar wat ik boven nog meer zichtbaar denk te missen is het verhaal, dat tussen de dunne planken door in lichtbeelden te beluisteren valt. Daarvoor moet ik op de kruk gaan zitten en me concentreren op het nauwelijks bewegende beeld. De vertelling toont zich niet letterlijk, maar ik voel aan dat het meer is dan wat zich laat bekijken. De diepere betekenis maakt indruk en kan in de achtergrond mij emotioneel bewegen. Doordat de fysieke ruimte van de zolder beperkt is maak ik onderdeel uit van de installatie, ik zit er bij wijze van spreken bovenop en middenin. Daardoor is de mentale ruimte groot en word opgenomen door de geest die door de installatie zich een weg zoekt. Het pakt me op, in een meditatief moment raak ik figuurlijk betrokken bij de opstelling.

    Verbaasd en verdwaasd, mijn ogen wennen amper aan het lichtend licht uit het schemerduister, wankel ik de trap af om me te verdiepen in de kunst op de begane grond. Daar tref ik dus dat drieluik van Karen Vennik aan. Vennik, die vooral de donkere kant van het wezen beeld geeft, schildert met zwarten waarin kleur extra opvalt maar niet opvallend aanwezig is. Daardoor belicht zij dramatisch het dood zijn van het leven. De schaduwkant van de handeling. Het onderworpen en verworpen leven, dat ontdaan van boeien uit de kooi vlucht en onderweg het loodje legt. Geen opgewekt thema om opgeruimd te beschouwen. Het zet me aan het denken, te mijmeren over de profetische eindtijd, een apocalyptisch armageddon. De natuur verzet zich nog krampachtig tegen beter weten in, de vredesduif valt uitgeblust ter aarde. Er is geen weg naar vrede, vrede is de weg. Maar wanneer deze weg vol obstakels ligt en gebarricadeerd is blijft de vrede ver weg.

    Avontuurlijke figuren

    Mezelf bij elkaar rapend draai ik welgemoed om en treft mijn blik de wand met de wolk uitingen van Marjolein Spitteler. Op het eerste gezicht denk ik te weten wat ik zie, maar word ik door de kunstenaar op het verkeerde been gezet. Vogelfiguren en visdieren trekken schaduwen over schelpen en zaaddozen. Het lijkt alsof de natuur in celdeling organismen met elkaar verbindt. Dat grenzen vervagen en nieuwe lijnen worden geknoopt. Over het zorgvuldig bedachte en minutieus uitgewerkte schepsel, een creatuur dat ik geklemd tussen twee glazen plaatjes door de microscoop te zien kan krijgen, is de uit een stuk materie gesneden gestalte van een vogel, vis of ander biologisch wezen gelegd. Daardoor is dat wezen denkbaar aanwezig, legt het een schaduw over het gestel. Het is er niet, maar toch ook weer wel. Het resulteert in unieke composities, waarbij je goed moet kijken wat je ziet. Pas opmerkt wat je ziet wanneer je beter kijkt.

    De avontuurlijke figuren van Sigrid Hamelink dansen tussen deze uitingen door in de ruimte. Ze vervagen de grens van realiteit en abstractie en trekken de lijn door van observatie naar emotie. Wie vaker een bezoek heeft gebracht aan de Wonderkamers zal de mensvormen bekend voorkomen, want Hamelink heeft een eigen herkenbare stijl van beelden ontwikkelt. Hoewel het veel variatie is op het thema, de mens kent voor zichzelf tenslotte legio houdingen en uitdrukkingen, blijft het altijd een unieke beeldspraak. De menselijke persoon krijgt positie en expressie in de compositie, drukt gestroomlijnd de essentie van de gemoedstoestand uit. Enkel het wezen van de emotie, de kern van het zijn, zonder blikken of blozen. De houding is de expressie, de mimiek ontbreekt of is onpersoonlijk. Zo kan ik het mezelf toedichten, kan ik me ermee vereenzelvigen, wordt het mijn identiteit. Sta ik niet op een afstand te beschouwen, maar word ik onderdeel en is mijn selfie een groepsportret. Of beter kan ik mijn zijn over het wezen van de uitdrukking leggen, zoals Spitteler dat in haar tekeningen doet.

    Aandacht luisteren

    De ruimtelijke figuren van Hamelink hebben een geschetst evenbeeld in tekeningen langs de wand. Het schijnt mij nieuw werk van haar hand, waarin ze de houten beelden laat acteren in een natuurlijke omgeving. Zo kan ze de sfeer naar zich toe trekken, want de ruimte bepaald toch de persoonlijkheid van de creatie. Niet altijd kan zij in een tentoonstelling de beelden in een passende sfeer zetten, op papier heeft ze deze mogelijkheid wel. Zo beleven haar wezens avonturen in ruimte en tijd, gaan een band aan met de natuur en verbinden de menselijke gestalte met de eeuwigheid.

    De geest die ronddwaalt in de Wonderkamers laat mij mentaal verdwalen. In de stilistiek van deze beeldende kunst kan ik mijzelf vinden. Hoef daar niet lang naar te zoeken, maar moet wel aandachtig luisteren naar wat de sfeer mij influistert. Dan doorzie ik het wezen en lees mijn zijn. Achter het zichtbare beweegt de stemming, kronkelt als een adder onder het gras. Heb ik deze echter bij de kop gepakt, dan voel ik de onderliggende betekenis aan mijn water. Zie ik verder dan mijn neus lang is en kan ik tot tranen toe bewogen raken. Bij wijze van spreken laat ik de beelden de vertelling doen. Lees ik tussen de regels door, zie ik tussen de lijnen, de vlakken en de kleuren het grote geheel. En dat maakt de waarneming tot ontroering. De grenslijn tussen observatie en emotie is gegumd. Uit.

    Tentoonstelling “Grenslijnen”, werken van Marjolein Spitteler, Karen Vennik en Sigrid Hamelink bij Wonderkamers, Heirweg 57 in Nijeholtwolde. Van 11 mei tot en met 29 juni 2025.

  • Dieren voelen zich thuis in Wonderkamers

    Het dier in het algemeen heeft nogal wat te verduren van de mens in het bijzonder. Dat, die mens, zichzelf tot opperdier opgeschaalde beest acht zichzelf hoog verheven boven het dier. Het dier is veelal gebruiksvoorwerp of erger nog genotsmiddel. Het moet dansen naar de pijpen van de mens. Het dier, denkt de mens, is in de schepping bedacht als luxe vermaak. Het genieten gaat tot in de dood. Want heeft het dier lijdzaam het lot ondergaan komt het in veel gevallen op het bord van de mens terecht. Van alle dieren in de evolutie was het de mens die op een goed moment rechtop ging lopen en zich figuurlijk verheven voelde boven de andere levende wezens. En soms is die homo sapiens zelfs zo gehersenspoeld dat het zich superieur voelt aan de soortgenoten. Doet daarmee wat hem, want meestal is het geen haar, goeddunkt of in zijn straatje te pas komt. Maar met het dier, in alle voorkomen en iedere hoedanigheid, hoort de mens samen te leven. Het niet te zien als eigendom, waarvan het doen en laten wordt bepaald. Het dier gaat emanciperen, zal met kop en schouders boven het maaiveld uit steken. Maar kan dat niet alleen. Hoe gek ook, de bedreiger zal hulpverlener zijn. Maar eerst zal het dier sociaal geaccepteerd moeten worden om een wetenschappelijke erkenning en wettelijke gelijkheid te krijgen. Namelijk het recht op leven, meeleven. Het er mogen zijn zonder het vooruitzicht te hebben opgegeten te worden.

    Bij kunst past emotie

    Het dier staat centraal in de Wonderkamers. De kunstenaars Anne Brouwer en Karen Vennik laten zich er in hun werk door inspireren. Dat heeft verschillende uitkomsten, want iedere beeldbouwer en elke kunstmaker heeft een eigen zicht op een onderwerp. Bekijkt het van verschillende kanten en haalt dat daar uit wat voor hem of haar van belang is en waarmee hij of zij het verhaal kan vertellen. Gelukkig zijn er binnen de kunst veel verhalen in omloop, daar kan de beschouwer voordeel uit trekken. Niet elk verhaal spreekt een ieder aan. Niet alle verhalen zijn voor iedereen uitgebeeld. Bij kunst past emotie, populair gezegt je moet er een klik mee hebben. Sommige verhalen moet je vaker horen vertellen om er de essentie uit te kunnen halen. Dan ineens doorzie je het plot. Zo’n helderheid van geest heeft de kunstenaar ook wanneer het werk wordt gemaakt. In een flits is de kern geraakt.

    Wonderkamers, Karen Vennik, Anne Brouwer

    Maar het dier. Het activisme spreekt uit het werk van Anne Brouwer. Haar werk hangt in de eerste wonderkamer, dat voorheen dienst deed als toonzaal voor fietsen toen het Batavushuisje nog een fietsenwinkel was. Nu is het expositieruimte en een kunstatelier in één. Anne Brouwer wil in deze ruimte met haar werk figuurlijk op de barricades staan voor het dier. Het in beelden voor hen opnemen, want zelf kunnen ze dat niet. Het dier blijft altijd lijdend voorwerp, de onderdrukker dient garant te staan voor een beter leven. Brouwer geeft aan dat voornemen uitdrukking. In een eenvoudige grafische techniek zet ze meervoudig haar mening neer. Uit linoleum gutst zij het dier als consumptieartikel. Olifanten dansen in de circuspiste, trekpaarden draaien rond in een carrousel. De haas hangt als bontkraag om de nek van de barones, de kikker is platgereden. Om dat idee kracht bij te zetten heeft Brouwer een bankbiljet als achtergrond gebruikt voor het dierenleven.

    Lijdend voorwerp

    Het dode vogeltje is uit het nest gevallen, maar deze is dus slachtoffer van de natuur op zichzelf terwijl de platte kikker de mens als tegenstander had. Anne Brouwer maakt ook gebruik van de techniek materiaaldruk, wat haar werk levendig en speels houdt. Het is niet allemaal kommer en kwel, want ook portretteert ze het paard of de hond. Het trekpaard is speeltuig op wieltjes, het fysieke symbool van hoe wij tegenover onze mededieren staan. Hoewel het dier dus onderwerp is van het verhaal wordt het snel tot meewerkend voorwerp of erger nog lijdend voorwerp.

    Wonderkamers, Karen Vennik, Anne Brouwer

    Tussen het werk zijn als voorproef op de tweede wonderkamer, de eigenlijke tentoonstellingsruimte en bijgebouw van het oorspronkelijke bouwwerk, kleine composities van Karen Vennik gehangen. Grauw en triest werk. Het toont zonder kleur het dode dier, gewrongen in het kistje dat de kaders van het schilderdoek is. Een blik in de laatste rustplaats, want het dier is hier vooral gezonken in een eeuwige slaap. Elke kleur is weggetrokken, enkel uit de duif is het leven nog maar kort getreden want de nek heeft nog glans. Door het atelier gelopen, langs werkstukken in staat van binding, stap ik op de betegelde vloer van de hout bekapte en ruim verlichte expositieruimte. Daar hangen grote werken van Vennik. Maar het eerste wat opvalt is het door Anne Brouwer gehaakte hoofd van een olifant compleet met slagtanden. Het hangt vrij van het plafond. Dode ogen staren me aan. Want het levenloze is ook hier onderwerp van de kunst. En ook hier is vrijwel alle kleur uit de beeltenissen weg getrokken. De ogen zijn gesloten, ledematen hangen slap neer, de lichamen zijn voor eeuwig tot rust gekomen. Het is een drama in deze wonderkamer, maar ook geeft het de schoonheid van de dood weer. De poëtische pronk van het lijf dat de laatste adem heeft uitgeblazen. Een schattige baby-chimpansee dat lijkt te slapen.

    Stijlvolle composities

    In de passieve houdingen leeft alleen de kraai. De lijkenpikker brengt met zijn gekras actie in de sfeer. En dan haasten de dieren zich naar de eeuwige jachtvelden, onderwijl soortgenoten en species van andere origine onder de voet lopend en vertrappend. Een sierlijke kraanvogel vliegt geschrokken op, terwijl rompen van vliegtuigen dreigend zwart de sfeer bepalen. De mens heeft er weer de hand in. Vennik maakt van het trieste onderwerp stijlvolle composities. De blik van afkeer buigt zij om tot een wenselijk inzicht. Een verlangen welhaast, om deelgenoot te mogen zijn van deze grootsheid. Het werk verzoekt mij te kijken. En dat wil ik, beschouwen.

    Wonderkamers, Karen Vennik, Anne Brouwer

    Op de zolderruimte wacht een verwondering. In het roze schijnsel van een groeilamp ligt daar op een bed van stro een varken. Een zeug die smacht naar haar kroost, de tepels zijn opgezet en vol van vruchtbaar vocht. Of zie ik hier een moeder die zuchtend in het kraambed is gestorven. De gehaakte huid lijkt zacht, maar voelt keihard aan. Ze is stijf bevroren. Het beest is dood, maar het object heeft als zodanig nooit geleefd. Het zet de bezoeker op een verkeerd been en deze kijkt even verwonderd en zonder blikken of blozen zoals de houten gestalte van Sigrid Hamelink die rechtsboven aan de trap het tafereel aanziet. Hamelink is zelf geen onderdeel van de tentoonstelling, maar haar werk is uiteraard wel aanwezig. Haar atelier is onderdeel van en onlosmakelijk verbonden aan de Wonderkamers. Het is eigenlijk een echte wonderkamer, omdat daar juist het wonder wordt gemaakt. Daar worden nieuwe beelden geschapen, daar hangt het mysterie. Het opgestelde uit hout gesneden figuur met ezelsoren past uitstekend in het thema Dier.

    Wonderkamers, Sigrid Hamelink, Irma Horstman

    Beelden in de buitenruimte

    En dan buiten in de tuin. Daar vind ik kleifiguren van Hamelink. In de wilde tuin verscholen rond en onder de grote beukenboom staan kenmerkende beelden. Tweedimensionale cortenstaal objecten. Gemaakt door Irma Horstman. De maaksels hebben tijdelijk onderdak bij het Batavushuisje. De kunstenaar, wonend in Frankrijk, kon na een tentoonstelling elders in het land de beelden niet vervoeren. Hamelink maakte dankbaar van het aanbod gebruik ze in haar tuin te zetten. De organische objecten die in hun platte vorm elke ruimtelijkheid missen passen niet in het thema, maar voelen zich wel thuis in deze omgeving. Ik zag ze eerder bij Kunstlokaal No.8 en schreef toen: “De vorm tekent zich fijngevoelig af in de ruimte waar het geplaatst is. Robuust en sensibel in een enkel beeld. Raakbaar en afstotend. Spraakzaam en zwijgend. Het is alles in één in deze vormgeving. Die geen omschrijving duldt, maar juist spreekt in een veelvoudige eenvoud.” En nog steeds kan ik nauwelijks woorden vinden om deze beelden te omschrijven. Harde stalen figuraties, die zacht ogen door de ronde uitsnijdingen. De abstracte vormen lijken zo in deze omgeving te passen dat ze niet meer weg te denken zijn. Ze bewonen als vanzelf de tuin, zoals de dieren horen bij de wereld waarin wij leven.

    Dier. Expositie werken van Karen Vennik en Anne Brouwer. En beelden van Irma Horstman. Bij Wonderkamers, Het Batavushuisje, Heirweg 57 in Nijeholtwolde.  Tot en met 31 juli 2022.