Tag: KNNV Uitgeverij

  • Het neusje van de zalm stinkt als een bunzing

    Van beren wordt gedacht dat zij één van de beste ruikers op aarde zijn. En de wolf is een kampioen onder de ruikers. Zijn reukvermogen is wel duizend keer sterker dan dat van de mens. Wist je dat spreeuwen geschikt nestmateriaal kunnen herkennen aan de geur? En dat de duif zijn neus gebruikt als navigatiesysteem? Slangen hebben twee neusgaten, deze gebruiken ze enkel om door te ademen. Ruiken doen ze met behulp van hun tong. Het zijn  weetjes die Anneke Groen uit de natuur heeft gespeurd. Zij heeft het in leesbare tekst geschreven zonder er Jip-en-Janneketaal van te maken, dus ouderen zullen zich er ook in kunnen vinden. Met de tekeningen van Stef den Ridder is het Grote Neuzenboek afgemaakt tot prentenboek voor kinderen van 4 tot 12 jaar. Het stond in 2018 op de leeslijst van de Nederlandse Kinderjury. Het boek verscheen een jaar eerder bij KNNV Uitgeverij, maar is nog altijd actueel en uitstekend materiaal voor de biologieles.

    image

    Het verspreide aroma in de neus

    Wist je dat elke hondenneus net zo uniek is als onze vingerafdrukken? En dat de hond met een vochtige neus beter kan ruiken. Wist je dat de poes kopjes geeft om mij als zijn bezit te verklaren? Dat zelfs ratten en bijen als speurdieren worden ingezet. Geuren zijn belangrijk voor dieren. Ze kunnen er vooral mee communiceren. Om de geur te ruiken, te onderscheiden of er gevaar is, of er voedsel ligt, of dat het dier op verboden terrein loopt, is het zaak het verspreide aroma in de neus te krijgen. Meer dan de mens heeft het dier een goed ontwikkeld reukorgaan. Dat is in de meeste gevallen van levensbelang. De noodzaak om als mens door geuren te overleven is door de eeuwen uit ons systeem geëvolueerd. We ruiken nog wel of wat gekookt is lekker zal smaken en de geur van wijn doet de smaak eer aan. Maar wij maskeren onze lichaamsgeur met parfum en deodorant, terwijl de stank van zweet voor de meeste dieren juist aantrekkelijk is. Om een partner te vinden bijvoorbeeld of de plek in de rangorde te kennen.

    Bij diverse diersoorten heeft de neus een verschillende functie. Is het reukorgaan ontwikkeld naar gelang het voor dat specifieke dier doelmatig en werkzaam is. Het Neuzenboek beschrijft dit alles haarfijn. Er staan weetjes en feitjes in die het kind en de volwassene anders laat kijken naar de dierenwereld om hen heen en verder weg. Het is een uiterst leerzaam boek, vooral ook door de tekeningen van Stef den Ridder. Er wordt wel geschreven dat een omhaal van woorden minder zegt dan een duidelijke tekening dat doet. In het geval van het Neuzenboek is dat zeker waar. In dit geval vult de tekst de illustraties aan, is door de tekeningen het geur- en ruikgedrag van de afgebeelde dieren zichtbaar. De dieren zijn gedetailleerd realistisch afgebeeld om meer dan uitleg aan de tekst alleen te geven. Den Ridder heeft zijn ogen goed de kost gegeven waar Groen haar oor te luisteren heeft gelegd zonder haar neus op te halen.

    image

    Het gedrag dat door de neus wordt bepaald

    Het Neuzenboek is een boek over dieren waar de mensen veel van kunnen leren. Sowieso kunnen mensen van dieren leren. Dieren handelen naar wat hun instinct hen ingeeft, zij volgen de natuurdrift. Mensen kunnen daar een voorbeeld aan nemen. Dieren zijn geen beesten en doen alleen wat noodzakelijk is om te overleven. Mensen daarentegen… Het gedrag dat door de neus wordt bepaald is voor de mens herkenbaar. Hoewel de evolutie anders heeft bepaald en de geur voor de mens minder een noodzaak is, kunnen wij dagelijkse handelingen wel terug leiden naar wat het dier met en door de neus doet. Het is een hulpmiddel in het dagelijks dierenleven en kan door de mens aangewend worden waar zijn of haar reukorgaan tekort schiet.

    Het Grote Neuzenboek is een leerboek om de natuur en de bewoners daarvan beter te begrijpen. Het opent de dierenwereld. Voor mij. Ik wist niet dat de mol in stereo kan ruiken. Dat het konikpaard en de huiskat water kunnen ruiken. Aan het ruiken is het verspreiden van geuren gerelateerd. Door geuren kunnen dieren speuren. Kunnen ze met soortgenoten communiceren. Aangeven dat ze willen paren. Hun territorium afbakenen. Maar ook kunnen ze in gevaar een geur afgeven die afschrikt. Op diverse manieren is dus de neus als een soortement van antenne in te zetten. Door geuren uit de omgeving op te vangen kunnen dieren overleven. Zowel gewervelde dieren als vogels en insecten, en vissen. Zelfs de zeenaaktslak onderzoekt met zijn tentakels geurdeeltjes in het water om te weten of er voedsel in de buurt is, of er een partner rondzwemt of juist een vijand.

    image

    Het deksel op de neus

    Dat overleven is vooral gericht op het vinden van voedsel en op voortplanten. In die overlevingsdrang is het van belang dat vijanden uit de buurt worden gehouden. Deze kunnen alleen maar roet in het eten gooien bij de voedselvoorziening en in het zoeken naar een juiste partner om de soort in stand te houden. Ook kan een vijand jouw als voedsel zien wanneer je als dwergspitsmuis tegenover een adder komt te staan. Dus is het van belang als lager dier in de voedselketen de hogere vijand van meters afstand te kunnen ruiken. Een goede neus is dus belangrijk.

    Om het Grote Neuzenboek te maken hebben Stef den Ridder en Anneke Groen hun neuzen gestoken in de dierenwereld. Ze hebben geroken en gespeurd naar geuren. Het was voor deze natuurvorsers een waar geurfestijn dat zeker niet aan hun neuzen voorbij is gegaan. Aan alle dieren zit een luchtje ontdekten ze, en onderzochten waar al die luchtjes voor worden gebruikt. En dat iedere geur een doel dient, hoe smaakvol of hoe smerig ook. Je moet er dan wel een neus voor hebben, anders krijg je het deksel op de neus en wordt je makkelijk bij de neus genomen. De mens heeft een minder goed ontwikkelt reukorgaan, maar kan nog wel geuren verspreiden of opvangen. Voor de mens is de neus niet meer zo belangrijk, maar geuren kunnen ook de mens nog wel steeds verleiden.

    image

    Omdat Stef en Anneke verder hebben gekeken dan hun neus lang is laten ze de lezer van hun boek met de neus in de boter vallen. Door al deze weetjes, ditjes en datjes op te schrijven en uit te tekenen drukken ze mij met de neus op de feiten. En zelfs in het boek lees en kijk ik niet alleen, gebruik ik niet alleen mijn ogen maar ook mijn neus. Er is een geurvoorbeeld van castoreum in het boek gedrukt. Met deze geur bakent de bever zijn territorium af. Het ruikt niet echt lekker kan ik je vertellen. Het lijkt op een combinatie van de geur van schoensmeerolie en een ziekenhuisgeur. Om over je nek te gaan, vooral wanneer je weet waar de bever dit geil aanmaakt: een klier bij de anus. Toch wordt dit vettige spul ingezet als verleidingsmiddel, het is grondstof voor dure parfums. Ook versterkt het de smaak van vanille-ijs. Ik wist het niet. Nu wel.

    Stefs Grote Neuzenboek. Neuzen, ruiken en geuren in de dierenwereld. Tekeningen Stef den Ridder. Teksten Anneke Groen. KNNV Uitgeverij, 2017.

  • Vogelspotten met kunstenaar Erik van Ommen

    In het boek “De wereld is mijn atelier” ga ik op reis met kunstenaar Erik van Ommen. Hij is mijn reisleider, hij trekt voor mij de wereld in om dieren van divers pluimage in verschillende technieken op papier en linnen vast te leggen. Zodat ik er daarna van kan genieten. Van al die pracht en praal van Moeder Natuur. Het kijkt als amateur vogelaar vooral naar de gevederde vrienden, maar schuwt ook niet om Afrikaanse viervoeters of een ijsbeer langs de Noordpool te portretteren. Maar het boek is vooral een vogelgids, en voor mij een handboek op een virtuele reis. Met het boek opengeslagen voor mij op tafel maak ik namelijk een papieren trip en kan ik de beschreven dieren determineren en de afgebeelde vogels onderscheiden.

    Van Ommen heeft deze daadwerkelijk opgezocht en vastgelegd, want de wereld is zijn werkruimte. Zo hoef ik in principe de deur niet uit om de verre reis te maken. De kunstenaar heeft voor mij gekeken en met een fotografische manier van werken opgetekend. Met vaste hand schets hij de beweeglijke vogels, terwijl op zijn olieverven iedere veer in de compositie is gefixeerd. Daardoor lijkt de vogel zo van het papier weg te kunnen vliegen. In andere technieken is het resultaat meer speels, hoewel Van Ommen de werkelijkheid nooit uit het oog verliest.

    Erik van Ommen

    Niet voor niets is het boek uitgebracht bij KNNV Uitgeverij. De uitgever van informatieve en inspirerende boeken over onder meer natuur en duurzaamheid. De uitgeverij geeft waardevolle kennis door aan een breed publiek en draagt zo bij aan de bescherming van de Nederlandse natuur en aan het plezier dat je eraan beleeft. Hoewel Van Ommen zich niet enkel richt op de binnenlandse leefomgeving, maar ook zijn blik richt ver over onze grenzen.

    Lijfelijk aanwezig, geuren ruik, geluiden hoor

    Met hem ga ik op safari en ontdek dieren waarvan ik het bestaan eerder niet wist. Niet alleen komen olifanten, neushoorns en gemsbokken naar de drinkplaats, ook secretarisvogels en kroonkraanvogels vliegen over, staren geelsnaveltokken en krokodillen me grimmig aan. Ik schouw in gedachten zebra’s, buffels, wrattenzwijnen en een nijlpaard. Niet allemaal op hetzelfde moment op dezelfde plek, maar al bladerend gaandeweg door het boek. Door de gedetailleerde beschrijvingen is het alsof ik lijfelijk aanwezig ben, de geuren ruik, de geluiden hoor.

    Wanneer ik ooit de Zambezi met een kano zal bevaren herken ik de dieren langs de oevers en de vogels in de lucht, omdat ik ze eerder zag op mijn trip thuis met gids Erik van Ommen. Ik ontdek de driekleurige glansspreeuw en de ornaathoningzuiger, herken het mannetje van de paradijsvliegenvanger aan zijn verlengde middelste staartveren en vergaap me aan de prachtige kleuren van de vorkstaartscharrelaar. Het is een vogelparadijs waar de kunstenaar mij mee naar toeneemt. In diverse technieken legt hij de levendige natuurlijke schoonheid vast.

    Eigenlijk is het daarmee ook een document, want helaas zullen vooral vele van de door hem vastgelegde vogels er over een aantal jaren niet meer zijn. Door de door de mens over zichzelf afgeroepen klimaatverandering en opwarming van de aarde zullen populaties minderen en uiteindelijk uitsterven. Zo eindigt althans het boek, wanneer Van Ommen afscheid neemt van poolijs en ijsbeer. Maar eerder in het boek is het zover nog niet en kan ik me voorstellen hoe Adam zich in het paradijs voelde toen hij iedere vogel een eigen naam mocht geven.

    Erik van Ommen

    Beter kijken naar wat vliegt, trippelt en hipt

    Wat een diversiteit aan schoonheid, waar ik hier met mussen, mezen en vinken in eigen tuin geen weet van had. Ik was al blij met de overvliegende Vlaamse gaai en een kort bezoek van de bonte specht. Van Ommen bleef op een kwaad moment ook thuis om zijn tuinpopulatie noodgedwongen vast te leggen. Het coronavirus hield hem in eigen land. Maar daar valt ook genoeg te beleven getuige zijn waarnemingen. Het houdt hem dichtbij huis. Eigen tuin, de regio niet ver van huis, de streken in de omgeving. Bos en veld die ik op zondagse ommetjes ook weleens doorkruis. De vogels komen mij bekend voor, zelf spot ik ze ook bij tijd en wijle of merk ze op wanneer deze overvliegen. Echter door de registratie van Erik van Ommen ga ik beter kijken naar wat er zoal vliegt, trippelt en hipt. Want dat is ook een taak van de kunstenaar, de beschouwer beter te laten kijken. Oplettend de wereld in turen, anders leren kijken.

    Hij is geen vogelschilder, geen vogelaar of wetenschapper schrijft Van Ommen over zichzelf in het boek. De bioloog vergaart informatie door te observeren en te noteren, de kunstenaar verzamelt ideeën door te kijken. Wat hem boeit legt hij vast in een schetsboek. “Daarna komt het aan op creativiteit, doorzettingsvermogen en soms een ingeving.” Hij maakt geen foto’s om later na te tekenen, zijn ervaring is dat je dan slechter kijkt en minder goed het geziene onthoudt.

    Hij uit zich in verschillende technieken, waarvan hij de werkwijze in het boek en aan de hand van korte films uit de doeken doet. Deze video’s zijn door een afgedrukte QR-code in te scannen af te spelen. Dus heeft het boek naast gids te zijn en handleiding om vogels te herkennen nog een functie, namelijk een educatief karakter in technieken om op kunstzinnige manier de wereld vast te leggen. “Vanwege de tijdsdruk en het feit dat vogels beweeglijk zijn, gebruik ik geen potlood, dat duurt te lang, maar penseel en zwarte aquarelverf”, beschrijft hij zijn aanpak en plein air. “Daarmee zet ik in een paar streken een vogel op papier, dat is dus het werk niet. De meeste tijd gaat op aan kijken, concentreren en wachten op een boeiende pose. Wat ik noteer zijn slechts vlekken en lijnen die een suggestie van een vogel weergeven.

    Erik van Ommen

    Van die schetsen in potlood en met inkt zijn, naast de uitgewerkte resultaten in waterverf en met olie- of acrylverf, gesneden in hout of geëtst op koper, veel voorbeelden in het boek afgedrukt. Zo krijg ik inzage in de opzet en het ontstaan van de schilderingen en de grafiek. Een kijkje in de keuken zo gezegd, een blik in het atelier.

    Andere technieken dan tekenen schilderen

    Erik van Ommen heeft een gedegen klassieke opleiding, hoewel hij op de kunstacademie geen vogels schilderde maar portret, model en stilleven. Dit heeft een basis gelegd, een voedingsbodem om zijn oeuvre op te laten groeien en bloeien. “Ik stak veel op over het gebruik van lijnen, vlakken, kleuren en het maken van een compositie. Ik leerde er tekenen, schilderen en etsen en ervoer het als een inspirerende tijd die mijn behoefte om nieuwe dingen te onderzoeken stimuleerde.”

    In het verwerken van zijn inspiraties onderzoekt Van Ommen andersoortige technieken dan het tekenen en schilderen. Hij legt de natuur vast in grafische technieken als het etsen en de houtdruk. Maar bijvoorbeeld ook in de Japanse sumi-e techniek, het schilderen met inkt. Dat is een meditatieve bezigheid – voordat er ook maar een streek op het rijstpapier staat moet de afbeelding in zijn hoofd gevormd zijn.

    Net als de trek de vogels op de wind welhaast rond de wereld voeren, zo brengt de liefde voor de gevederde en gevleugelde dieren Erik van Ommen over de aardbol. Voor het boek trok hij door verschillende landen op het Afrikaanse continent en langs kusten en over eilanden in Europa. Hij is wadwachter op Richel en cursusleider in Helgoland. Hij doet een vogelrondreis over IJsland en is artist in residence op Spitsbergen. En overal merkt hij het gedrag op en legt de vogel in de eigen habitat vast.

    Hij is geen indringer, want oogt van een afstand door zijn kijker het natuurlijke schouwspel. Zijn zuivere blik voor de schoonheid maakt dat het werk indringend aanvoelt. Het boek is een must voor de vogelaar, de vogelspotter en de natuurliefhebber, maar zeker ook voor alle anderen die ieder jaar meedoen aan de nationale vogeltelling, gewoon genieten van vogels gelokt door de winterse voedertafel. Feitelijk is het boek voor iedereen die op ontdekkingsreis in de vogelwereld wil gaan.

    De wereld is mijn atelier. Erik van Ommen, kunstenaar op reis. KNNV Uitgeverij, 2022.

    Erik van Ommen. KNNV Uitgeverij
    Erik van Ommen
    Erik van Ommen
    Erik van Ommen
    Erik van Ommen