Tag: Koninklijke van Gorcum

  • Ontdekkingsreis door muziekgeschiedenis

    Onwillekeurig zoek ik in “Plaat voor je kop” naar de mij bekende namen. Naar titels die ook zomaar in mijn platenkast te vinden zijn. Maar dan doe ik de waarde van het boek van Wouter Bessels tekort. In de uitgave verschenen bij uitgeverij Koninklijke van Gorcum heeft de journalist en muziekkenner een willekeurige keuze uit zijn columns in de Meppeler Courant geplaatst. Het is zijn persoonlijke reis door de moderne muziekgeschiedenis, maar schurkt ook tegen die van mij aan. Veel van de door hem behandelde albums heb ik meerdere keren door de handen gehad om het vinyl op de draaitafel te leggen dan wel het schijfje in de cd-speler te schuiven. Bessels heeft een voorkeur voor de langspeelplaat, de elpee, want vanaf dat zwarte kunststof klinkt de muziek via de naald toch warmer – daarmee deelt hij de mening van velen en is de reden waarom het vinyl nooit helemaal is vervangen door cd, cassetteband en online playlist.

    In “Plaat voor je kop” komen uiteraard de bekende namen langs. Muzikanten die hun naam gevestigd wisten in de muziekhistorie. Die met hun creatieve en innovatieve aanpak zichzelf steeds wisten en weten te vernieuwen, en dus interessant blijven voor de luisteraar. Natuurlijk zijn er artiesten waar het publiek er klakkeloos bij vanuit gaat dat ze alsmaar eenzelfde pad blijven bewandelen. Waarvan het eerste lied en de laatste song eenzelfde klank hebben. Maar dit zijn niet de muzikanten die Bessels in zijn boek de revue laat passeren. Hij zoekt het meer in die mensen die de geschiedenis hebben opgeschud. Aan de top zijn gebleven, maar ook die de berg probeerden te beklimmen maar geen vlag konden planten. Maar die er wel voor hebben gezorgd dat anderen door konden borduren op het door hen uitgelegde stramien.

    Regelmatig te vinden in de betere platenzaken

    Het is een interessant boek, dat “Plaat voor je kop”. Het gaat dan over de populaire kant van de muziek en laat de klassieke zijde links liggen. Het is de rock en de afgeleiden daarvan die Bessels behandelt. De platencollectie van zijn moeder hebben hem op dat spoor gezet. Tussen de middag, wanneer de jonge Wouter thuis kwam uit school om de maaltijd thuis te nuttigen, zette zij een plaat op. Zo leerde hij al vroeg deze muziek kennen. Later leende hij zelf platen van de bibliotheek en weer later was Bessels regelmatig te vinden in de betere platenzaken. Hoewel hij ook juweeltjes heeft gevonden in uitverkoopbakken en bij de goedkope winkels. En kreeg hij via uitgevers door zijn vak als journalist albums ter recensie toegestuurd. Het boek geeft derhalve het verslag van een ontdekkingsreis. Een expeditie met momenten van herkenning en openbaring.

    In zijn boek opent Bessels de wereld van de rockmuziek. Een wereld die ik al wel kende, maar waarin hij mij wijst op achtergronden, details en wetenswaardigheden. Hij richt zich in de eerste plaats op de albums die zijn uitgebracht en zijdelings op de mensen achter deze muziek. Het zijn vooral de artiesten en groepen in decennia van de vorige eeuw in en na de jaren 60. De jaren dat de jongeren zich in gedachtegoed en uiterlijk losmaakten van de ouderen en de gevestigde orde. Wereldberoemde namen als Pink Floyd, Beatles, Beach Boys, Rolling Stones, Fleetwood Mac en Iron Maiden. In Nederland die van Focus, Golden Earring, Earth & Fire en Het Goede Doel. Eenlingen die met een band de hitlijsten bestormden, als Bruce Springsteen, Stevie Wonder, Mike Oldfield, Joni Mitchell en Elton John. En dichterbij huis Daniël Lohues, Hans Vermeulen, Herman van Veen en Jan de Hont. Het geeft de samenhang in het veld weer. Veel van de namen komen op andere plekken terug, omdat deze samenwerken op het podium of in de studio. Groepen ontbinden en wat overblijft vormt nieuwe verbindingen, een andere kijk en een gewijzigde aanpak. De muziekwereld is constant in beweging, dat bewijst Wouter Bessels.

    Omvangrijke discotheek

    Het zijn de bekende albums van gevestigde namen. Maar ook ontdekt Bessels tussen het koren veel kaf dat na beluisteren een juweel blijkt te zijn. Muzikanten die door het grote geweld onder de voet zijn gelopen. Geen aandacht kregen, maar deze belangstelling wel hadden verdiend. De muziekkenner die ondertussen een omvangrijke discotheek zal hebben opgebouwd, maakt mij opmerkzaam op deze mindere goden die goddelijke muziek hebben gemaakt. En krijg ik meerder keren een aha moment wanneer ik ontdek dat ik net die parel ook eens heb opgedoken in de uitverkoopbak. “De herinnering wordt mooier naarmate het geheugen over de werkelijkheid afneemt”, schrijft Bessels ergens. Ik beaam het. “Bij sommige platen koester je herinneringen. Waar je ‘m voor het eerst zag staan, voor het eerst hoorde, voor het eerst kocht.

    Hoewel Bessels zich met name richt op de rockmuziek, komen er toch ook andere niet gedachte namen langs. Zo vind ik Kinderen voor Kinderen, Neerlands Hoop in Bange Dagen, Conny Vandenbos en Pussycat. En stuit ik op het album dat André Hazes van de platenmaatschappij mocht maken toen hij 10 jaar aan hen verbonden was. ‘Dit is wat ik wil’ zei de volkszanger en maakte een plaat vol blues en rock met bekende begeleiders als Brood, Lux en Akkerman. Dan blijkt dat hij een aardig mondje Engels kan zingen en zeker een goede doorleefd bluesgeluid heeft. Het is een ondergewaardeerde productie geworden, maar wel het enige wat van Hazes en zijn alledaagse genre bij mij in de platenkast staat.

    Zo heeft Wouter Bessels tussen de successen meerdere ‘guilty pleasures’ geschreven en ‘onbekend maar zeker niet onbemind’ achterhaalt. Juist deze zijn de ontdekkingen in het boek. Daarom is het aan te raden dus niet enkel en onwillekeurig de bekende namen eruit te pikken, maar het boek van kaft tot kaft te lezen. Vooral is “Plaat voor je kop” een handleiding. Naast de achtergrondinformatie over albums en artiesten geeft de muziekjournalist aanwijzingen wat en welke te beluisteren. Ieder verhaal heeft aparte kaders met essentiële albums en essentiële verzamelalbums. En er is een lijst met puntgave liedjes. Zo zijn voldoende nieuwe klanken via het boek te ontdekken en een keur aan bekende muziek nog eens te beluisteren. Hoewel het Bessels’ keuze is, kan ik me er volledig in vinden.

    Plaat voor je KOP. Op ontdekkingsreis door 60 jaar muziekgeschiedenis. Wouter Bessels. Uitgave Koninklijke Van Gorcum, 2023.

  • Een standaardwerk over het muziekgenre Folk

    In zijn boek Folkpioniers ontwart Tom Steenbergen de kluwen van het genre folk. Folk is in de muziek van dit moment geen gangbare stroming meer, althans wordt niet onder die naam als zodanig herkent. Het is vandaag de dag singer-songwriter wat de klok slaat. In dat vat worden veel zangers en zangeressen gedumpt. Het heeft echter weinig of niets van doen met wat in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw folk mocht worden genoemd. “Folk is een term uit de vorige eeuw”, memoreert Steenbergen. Het maakt deel uit van zijn leven. Al van jongs af aan, vanaf dat hij als prepuber naar de radio ging luisteren, raakt hij in de ban van wat dan de ontdekkers en beoefenaars zijn van het genre waar Steenbergen nu een boek over heeft geschreven. Het begon als feuilleton in het Platenblad, een wekelijkse bron voor vinylnieuws. Hij schrijft daarvoor een maandelijks hoofdstuk als doorlopend verhaal. Nu zijn deze verhalen gebonden, uitgebreid en aangevuld waar nodig. Hoewel Steenbergen zich diep in de materie heeft ingegraven pretendeert de uitgave geen geschiedenis van de folkmuziek te zijn.

    Folk pioneers, Tom Steenbergen

    De roots van de folk

    In een persoonlijke keuze laat hij diverse muziekgroepen, artiesten en componisten de revue passeren. Verschillende grote namen komen voor het voetlicht. Die waarvan de echte liefhebbers, waaronder ik mijzelf kan rekenen, zullen smullen en watertanden. Want Steenbergen maakte veel van dichtbij mee als organisator van concerten, festivals en tournees, als programmeur van poppodia, manager en platenbaas. Verhalen uit de eerste hand, anekdotes en interessante weetjes waarvan alleen hij als nauw betrokkene op de hoogte kan zijn. Hij deelt ze met mij in zijn boek. En ik zit op de punt van mijn stoel te lezen en de historie op te nemen. Veel van de namen daarvan waarvan ik ook materiaal in de kast heb staan.

    Folk pioneers, Tom Steenbergen

    Het wil geen verhaal zijn in historisch perspectief, maar een blik werpen vanuit het standpunt van getuige en bewonderaar. Maar natuurlijk is het wel een soortement van geschiedenis. Zoals geschreven laat het diverse grote namen de revue passeren. Beschrijft Steenbergen het begin en het eind van de folk als genre in Nederland en wereldwijd. De oorsprong ligt in de Verenigde Staten, of eigenlijk strekken de wortels zich van daar uit naar Afrika. Het zaad is gestrooid in de binnenlanden van dat continent. Van waaruit de donkere medemens door de blanke mens onder meestal erbarmelijke omstandigheden is weggevoerd naar voor hen overzeese gebieden. Aldaar werden deze gekleurde mensen tot slaaf gemaakt, werd hun menszijn tot op het bot aangetast en vonden zij troost in met name en vooral de muziek. Althans het a capella zingen op de velden waar ze hun zware arbeid moesten verrichten. Deze zang vermengde zich met kerkelijke psalmen en gezangen, werd een genre in de christelijke muziek dat alras door de wereldse werd omarmd. Natuurlijk is dit kort door de bocht en besteedt Tom Steenbergen in zijn boek ruim aandacht aan het ontstaan, de roots van de folk.

    Kernboodschap van de folk

    Hoewel Steenbergen meer is dan een liefhebber dweept hij in zijn boek niet met het genre. Door zijn bemoeienissen van binnenuit met de scene kan hij vele anekdotes en niet gekende weetjes oplepelen. Het maakt het boek smeuïg om te lezen, daar het geen gerubriceerde opsomming van feiten geworden is. Het belicht wel alle ins en outs van deze muziekstijl. Iedere deur gaat open, elke ingang is begaanbaar. De meest bekende baanbrekers en minder beroemde wegbereiders krijgen naam en toenaam als folkpioniers. En niet enkel de muzikanten zelf, maar ook het hele circus dat de tenten achter hen opslaat. De mensen die stad en land afreisden om oorspronkelijke songs op tape vast te leggen. Songs die in de vroege jaren van mond tot mond gingen werden opgenomen en uitgeschreven en vormden de eerste songbooks met een keur aan originele volksmuziek. Het is de voedingsbodem waaruit folkartiesten als Lead Belly en Woody Guthrie tot voor het genre beeldbepalende hoogte konden groeien. Latere traditioneel geschoeide muzikanten putten dankbaar uit deze verzameling. En ook de akoestische groepen die elektrische bands werden grepen terug op deze boeken. Naast hun eigen werk werden vaak de traditionals herschreven tot nieuwe versies. Een citaat uit het boek geeft de kernboodschap van de folk weer: “… om te ontsnappen aan het dilemma van de moderne verstedelijkte samenleving zien ze de levenswijze van ongecompliceerde mensen op het platteland die met hun voeten in de aarde staan als voorbeeld om hun eigen kern te ontdekken…

    Folk pioneers, Tom Steenbergen

    In het genre folk passen de verhalen uit het dagelijkse leven. Folkmuzikanten zijn verhalen vertellers. Zij vertolken ballades als zedenles, verdichten dramatische voorvallen op muziek. Veelal ontsproten uit de fantasie, maar ook wel de realiteit als uitgangspunt nemend. Alsof de minstreel tot leven komt die het verhaal op muziek heeft gezet, ter leering ende vermaeck. Maar ook is het genre folk geschikt voor het protestlied. Met een gitaar en een stem kan stemming gemaakt worden. Bob Dylan en Joan Baez zijn daarvan exemplarische voorbeelden. En dichterbij huis Armand en in mindere mate Boudewijn de Groot, want enkel met ‘Welterusten meneer de president’ zag Boudewijn zichzelf niet als protesterend zanger. Steenbergen ruimt op zijn onnavolgbare manier hoofdstukken in voor de grote en klinkende namen. Hij schrijft als het ware een biografie in een notendop, een korte levensbeschrijving toegespitst op het onderwerp van zijn boek.

    Folk pioneers, Tom Steenbergen

    Niet alleen beschrijving van genre folk

    De folk is een smeltkroes van musici, muzikanten en groepen. In eerste instantie welhaast ondergesneeuwd door de popmuziek. Maar met dat Dylan de elektrische gitaar ter hand neemt verliest hij daarmee zijn trouwe aanhang maar spreekt een nieuw publiek aan. De folkmuziek raakt geïntegreerd in de pop en de rock. Speelt zich daarmee meer in de picture. In Amerika werd voortgeborduurd op de zwarte muziek, terwijl in Engeland en Ierland de traditionele muziek vanuit de late middeleeuwen een eigentijdse sound kreeg. En Nederland volgt op een afstandje, zoals meestal. Eerst door de muziek van overzee na te spelen en later de eigen volksmuziek in een nieuwe jas te steken.

    Tom Steenbergen beschrijft het in zijn boek nauwkeurig. Somtijds is het alsof ik naast hem zit wanneer hij aan de knoppen draait. Hij brengt in zijn boek een ode aan de veelal legendarische artiesten en hun folkmuziek. De uitgave brengt vele voor de huidige generatie welhaast vergeten namen naar boven. Geïllustreerd met een groot aantal afbeeldingen van artiesten, concerten, platenhoezen en andere memorabilia. Het is een standaardwerk dat in de boekenkast van elk zichzelf respecterende muziekliefhebber thuis hoort. Want het is niet alleen slechts een beschrijving van het genre folk. Steenbergen zet lijnen uit naar andere stromingen en legt verbanden met meerdere bewegingen en richtingen. Zijn doel deze bijzondere oorspronkelijke muziek uit vroeger jaren niet voorgoed in de vergetelheid te laten verdwijnen is mijns inziens gehaald. Meer dan. “Mijn boek is een reis langs die mooie jaren ’60 en ’70 met zijn prachtige muziek die nog steeds een grote inspiratiebron is voor veel hedendaagse singer-songwriters.” Waarvan akte.

    De conclusie in de verantwoording aan het slot van het boek is de meest interessante stelling. Namelijk dat de huidige generatie artiesten die zich singer-songwriter noemen schatplichtig zijn aan die muzikanten van toen op ontdekkingstocht door het genre folk. Zij legden paden aan die de musici van nu betreden. En, evenzo belangrijk, is het dat de folky pas artiest is wanneer deze zelf geschreven materiaal op de planken brengt. De tirade van Tom Steenbergen als moderne Don Quichot tegen De beste Zangers en De vrienden van Amstel mogen daar duidelijk over zijn.

    Folkpioniers, van roots en folk naar folkrock en singer-songwriters. Tom Steenbergen. Uitgeverij Koninklijke Van Gorcum, 2023.

    Folk pioneers, Tom Steenbergen
  • Tegencultuur legt subcultuur bloot

    De onlangs overleden kunstenaar en radiomaker Willem de Ridder schreef nog een wervend voorwoord voor het verzamelboek “tegenkultuur”. De oprichter van de Amsterdamse clubs Paradiso en Melkweg, en redacteur van meerdere tijdschriften zoals Hitweek, was voor de samenstellers Jan Pen en Peter Sijnke het juiste karakter om hun uitgave te dragen. “Het is verbazingwekkend om terug te kijken naar die zestiger jaren waarin zoveel gebeurde in mijn leven”, begint De Ridder zijn verhaal. En laat tot slot weten het heel leuk te vinden “om te zien dat de kranten die ik maakte en waaraan ik meewerkte voor velen een inspiratiebron bleken te zijn.” In het boek “tegenkultuur” vind ik Nederlandse underground-tijdschriften uit de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw, die de ‘vrije geest’ die Willem de Ridder voorstond uitdroegen. Het boek opent voor publiek de omvangrijke verzameling posters, tijdschriften en pamfletten van bewegingen als Provo, Kabouter, underground en punk die Jan Pen vanaf de jaren 90 heeft opgebouwd. Historicus Peter Sijnke zet Nederland voor de duur van één hoofdstuk terug in de jaren 60. Een voor jongeren rumoerige periode die door ouderen met lede ogen werd aangezien.

    tegencultuur

    Om de jaren 1964 tot 1976, waarin de Nederlandse underground-publicaties door auteurs Pen en Sijnke worden belicht, juist te kunnen duiden is het boek een gegronde handleiding. De lezer gaat terug in de tijd en ziet aan dat het rumoer in eerste instantie een vriendelijk karakter heeft. In onze ogen nu vragen we ons af waar de vaders en moeders zich toen zo druk om hebben gemaakt. Maar ja, er gebeurde natuurlijk wel het een en ander. De maatschappij leek op de kop te staan, alles moest anders, niets zou bij het oude blijven. Om de fles te ontkurken en er de geest uit te laten ontsnappen hadden de jongeren meer nodig dan enkel de verbindende muziek. Die duivelse popmuziek die wel geen blijvertje zou zijn zoals de klassieke muziek dat wel was, zo werd gedacht. Maar de tijd leerde anders. De muziek van toen is de klassieke vorm van de moderne muziek nu. Niet alleen de jongeren waren debet aan de veranderingen, de hele maatschappij wijzigde van de conservatieve koers en ging het pad op van overdadige consumptie, het rupsje nooit genoeg gevoel.

    tegencultuur

    Er was een grote groep jongeren, want de babyboom had gezorgd voor meer dan voldoende aanwas van onderop. Die babyboomers en de in de oorlog geboren kinderen vormden samen in de jaren 60 de protestgeneratie. De televisie opende de wereld in de huiskamers, zoals later het internet de wereld tot in alle uithoeken ontsloot. De jongeren leerden andere culturen kennen en zagen de maatschappij voor hun ogen veranderen. Niets was meer onbereikbaar, alles kon en moest kunnen. Het verzet tegen de gevestigde orde werd groter naarmate de ogen opengingen, vrije tijd ruimschoots voor handen kwam en door brommende mobiliteit de actieradius groter werd. De jeugd had tijd om zich te vermaken, zich te formeren en opstand te organiseren. In zelf uit te geven kranten en bladen kon men zich gezamenlijk uiten, het was een bron van creativiteit en zorgde voor zaad waaruit chaotische standpunten ontkiemden.

    tegencultuur

    Door het samenvoegen van ideeën en deze vervolgens te publiceren werd het protest en vervolgens de revolutie ondersteund. Dat klinkt nu erger dan dat het toen bleek te zijn. Er was veel grond voor verzet, genoeg basis om het anders te doen. Anders dan dat het normaal gesproken was. Er kwam oproer, er was onvrede. Allemaal op een gemoedelijke manier zo scheen, maar onder die bloemenkinderen broeide het. Met het boek ‘tegenkultuur’ kunnen we nu nostalgisch terugkijken op die tijd. In de herinnering komt een melancholie naar die periode naar boven. De jaren dat we dachten dat alles anders zou gaan daarna, dat de jaren 60 de drempel zou zijn naar een nieuwe wereld, een betere aarde.

    tegencultuur

    In ’tegenkultuur’ worden de strijders van het eerste uur ondervraagd. Peter J. Muller, Willem de Ridder en Marjolein Kuijsten kijken terug en halen in een vraaggesprek herinneringen op. Hoe het zover is gekomen, wat hun bijdrage aan het geheel was en vooral hoe zij met het opzetten en in de markt brengen van geprinte periodieken gezorgd hebben voor een zet in de hun ogen goede richting. De andere richting dan dat de gevestigde orde voor ogen had. Eerst werden er muziekbladen opgezet, omdat muziek toch een verbindende factor bleek, het cement om de muur tussen jong en oud te metselen. De legendarische kranten Hitweek en Aloha worden in het boek breed uitgemeten. Maar onder de top van die ijsberg waren legio meer publicaties die een kort dan wel lang leven waren beschoren.

    tegencultuur

    Voor iedere richting en elke stroming binnen de jeugdcultuur was wel een krantje. Er waren erbij met een grote oplage, andere hadden een kleiner verspreidingsgebied. De één met slechts 1 nummer waarna de uitgave een stille dood stierf, andere met meerdere nummers die uitkwamen. De creativiteit aan teksten en vooral afbeeldingen borrelde en bloeide in de diverse bladen. Opvallend is dat vele ervan nauwelijks een redactie hadden, maar vooral waren opgezet om de mening van de jongeren te ventileren. Een ieder kon een bijdrage leveren, die ongecensureerd en zonder eindredactie werden gepubliceerd. De publicaties vormen nu een historische bron om die periode in de geschiedenis op waarde te kunnen schatten.

    tegencultuur

    De Nederlandse underground-publicaties die in het boek worden beschreven konden door de grote collectie van Jan Pen overvloedig van beeldmateriaal worden voorzien. Het geeft een interessant beeld van de grote mate aan creatieve geesten die achter de bladen hebben gezeten. En niet enkel was er protest dat een gedrukte stem kreeg, ook werden er andere thema’s en onderwerpen aangeroerd. Was de underground in de late jaren 60 een compacte scene, in het begin van de jaren 70 viel de groep uit elkaar in thematische groepen die elk weer een eigen orgaan in het leven riepen. Het geheel bleek een lappendeken van groeperingen met verschillende opvattingen, motivaties en doelen. In het boek maakt de verzamelaar een selectie uit de grote veelheid van thema’s en publicaties. Zo gaat hij in op de voor jongeren uiterst belangrijke zaken als seks, drugs, strips en spiritualiteit. Maar ook stipt Pen de vrouwenbeweging, homoseksualiteit en het onderwijs aan.

    Nostalgische herinneringen

    De uitgave ‘tegenkultuur’ geeft een verdiepend beeld van een zoektocht naar een ruchtmakend decennium in de Nederlandse samenleving, die dan misschien niet zozeer een omwenteling teweeg heeft gebracht maar ook nu nog veel tongen losmaakt. Het boek mag een standaardwerk heten en zou niet mogen ontbreken in de boekenkast van iedere babyboomer die nu pensionado is. Want het is zeker een boek voor de jeugd van toen, die er nu tal van nostalgische herinneringen in kan ophalen. Wanneer ik op zolder kijk vind ik nog uitgaven van toen en kijk ik met plaatsvervangende schaamte naar de plaatjes van Tante Leny Presenteert en Modern Papier. Maar toen destijds vrat ik de Spruiten, het maandelijks mannekensblad. Er is veel herkenning, maar er zijn ook nieuwe ontdekkingen. ‘tegenkultuur’ legt de subcultuur van de jaren 60 en 70 bloot. Ik lust er wel pap van.

    tegenkultuur. Nederlandse underground-publicaties 1964-1976. Jan Pen en Peter Sijnke. Uitgeverij Koninklijke van Gorcum, 2022.

    tegencultuur
    tegencultuur