Tag: kunst

  • Het addertje onder het maaiveld van Monique Koning

    Las ik ergens dat Jeanne Bieruma Oostings mantra was “Je kunt geen twee heren dienen”? Jeanne Bieruma Oosting, de vrouwelijke kunstenaar die koos voor de kunst als relatie. Maar dat was een eeuw geleden. In 100 jaar is er veel veranderd, maar niet het feit dat je lastig op twee paarden kunt wedden. Om helemaal voor de kunst te gaan koos Oosting voor een leven zonder echtgenoot, zonder kinderen, zonder huishouding. In haar tijd had de vrouw geen rechten en stond zij onder curatele van de man. Gehuwde vrouwen hadden voor de Nederlandse wet evenveel rechten als misdadigers en ‘onnozelen’, lees ik in de biografie van Oosting door Jolande Withuis geschreven. In die maritale macht van de echtverenging paste het niet dat de vrouw de kunst zou dienen. In haar tijd waren echter meerdere vrouwen die niet onder een juk wilden werken, waarvoor het uitoefenen van een vak geen vanzelfsprekend recht was maar wel een wezenlijke behoefte. Hun werk was hun biotoop.

    Het bestaan van alleenstaande vrouwen toen was niet eenvoudig, maar de kunst betekende levensgeluk. Dus koos Oosting niet voor het geluk van een gezin en kinderen, want “heel mijn leven en mijn denken draait om schilderijen. Het is mijn adem.” Was zij getrouwd met haar kunst? Is daar niet een parallel te trekken met de vrouw die als kloosterlinge wil leven. Het geluk bij God zoekt en kiest voor een celibatair bestaan. Is zij getrouwd met haar geloof? Het zijn zo gedachten die ik krijg bij de werken van Monique Koning. Maar het heeft natuurlijk helemaal geen overeenkomst, het slaat de plank behoorlijk mis. Want hoe anders is het nu, de vrouw heeft zich in 100 jaar los van de man gevochten. Hoewel in gedachten van het gros van de mannen de vrouw nog steeds een bezit is.

    Talentvol

    Monique Koning kan desalniettemin dienen als het voorbeeld van vrouwelijke kunstenaars die twee werelden niet samen en tegelijkertijd kunnen bestieren. Er moeten keuzes gemaakt worden of het is afzien om er voor 1O0% voor te gaan. Je kunt jezelf in tweeën delen en voor het een en het andere gaan. Dan komt het talent nauwelijks boven het maaiveld uit en verliest de gave aan zeggingskracht. Het is daarom niet bijzonder dat vrouwelijke kunstenaars besluiten zich niet aan een relatie te binden en geen gezin te stichten, hoe moeilijk die beslissing dan ook is. Een huwelijk waaraan over het algemeen het verwekken van kinderen verbonden is leidt af van het heilig moeten en het creëren van iets uit niets. Maar het bloed kruipt dikwijls waar het niet gaan kan en de natuur roept herhaaldelijk.

    De talentvolle Monique Koning laat haar gave bijschaven aan de kunstacademie waar ze technieken uitdiept en voor haarzelf kansen schept. Na de studie ontwikkelt zij zichzelf en komt met verrassend gemanipuleerde beelden voor het voetlicht. Ze zet grote levensvraagstukken te kijk, maar kan ook teder een dode vogel tegemoet treden. In die kwetsbaarheid zit ze graag in de schaduw van ene Jan Mankes. Nog voor AI zich gaat bemoeien met het vervormen van beelden, stort Koning zich analoog en digitaal op het aanpassen en bewerken van beelden. Binnen de haar zelf getrokken kaders zet ze de wereld naar haar hand. De realiteit wordt een bovenaardse waarneming. Surrealistisch leert ze het bestaan te herschikken en in metaforen te doorgronden. Dat werk toonde ze al diverse malen aan de buitenwereld. En ze leek te groeien in die beeldtaal. Maar telkens opnieuw wanneer ze mij wees op weer een andere vertoning van haar werken op een diverse plaats, keek ik naar dezelfde fotografische afbeeldingen en fijnzinnige tekeningen. Ze scheen stil te staan in ontwikkeling, want er kwamen geen nieuwe experimenten bij.

    Zelfstandige vrouw

    Stilstand is achteruitgang, maar het talent van Koning is dusdanig groot dat de oude werken zich in een andere omgeving telkens lijken te vernieuwen. De vondsten hebben eeuwigheidswaarde en kunnen nog lang mee. Gelukkig maar, want Monique Koning heeft nu eerst voor het gezin gekozen, en voor de opvoeding van twee blozende knullen tot gezonde jongemannen. En dat vergt veel van haar tijd en creativiteit, zodat ze kunstzinnig niet verder komt dan kleine opdrachten voor het ontwerp van geboortekaarten. Ze houdt deze kunst klein, kleinkunst om bezig te blijven, om grip te houden. Die ontwerpen doen er toe en vallen in de smaak. Maar voor uitwerking van gedachten op groot formaat komt ze niet toe. Deze inspiraties slaat ze op haar harde schijf op, legt ze in gedachten vast voor later. Maakt hier en daar eens een schets om de feeling met de ingeving niet kwijt te raken. Maar verder bewijst zij dat je keuzes moet maken.

    Schaamteloos bloot

    Voor het gezin wordt de kunst even afgeremd en komt tot stilstand. Maar de motor blijft draaien. Later wanneer dat kroost op uitvliegen staat kan de creativiteit alsnog botvieren. Monique Koning dient geen twee heren, of het moeten haar zonen zijn. Ze is een zelfstandige vrouw die mag kiezen. En dat doet ze ook. Ze geeft de voorkeur aan het gezin en de kunst schuift op de achtergrond, maar raakt niet buiten beeld.

    Nu zie ik haar werk weer in Ferron aan de Lindegracht in Heerenveen en maak opnieuw kennis met oude vrienden. Ik probeer met andere ogen door te kijken, te doorzien wat ik eerder niet zag. Het is opmerkelijke kunst die best op herhaling kan. Het werk kan ertegen en misschien boort het in deze omgeving een ander en nieuw publiek aan. Wat ze toont in de gezellige eetzaal zou gezien kunnen zijn als een overzicht van haar oeuvre. Een bloemlezing van het kunnen tot nu. Te bekijken valt werk van in en net na de opleiding. Examenwerk waarin ze zich schaamteloos bloot geeft. Zelfportretten die nauwelijks iets verhullen en waarbij ze speelt met haar lichaam zonder erotisch te verleiden. Zonder kleur, dus in een zwart-witte afdruk op een glinsterende drager, is het een ode aan het lichaam, een poëtische indruk van het lijf, de schoonheid van de mens zonder meer.

    Echter bij Monique Koning schuilt altijd een addertje onder het gras, terwijl ze haar kop boven het maaiveld uitsteekt. De beeltenis geeft een extra dimensie, een dubbele laag. Er gebeurt meer dan op het eerste gezicht merkbaar is. Er moet door gekeken worden om het beeld te doorzien. Wel is het meteen tastbaar, maar ook is een nadere beschouwing op de plaats. Het interieur met de immense boekenwand lijkt een doodnormale plaat, maar er vindt in die bibliotheek van alles plaats. Het is een zoekplaat met onverwachte gebeurtenissen. Daar blijf je naar kijken terwijl je aan een espresso martini nipt of de Pinsa di Ferron aansnijdt. Zo heeft de kunst van Koning meerdere surrealistische twists. Het heeft een verhaal zonder uitleg. Een vertelling zonder woorden. Een vertekende waarheid waarbij de kijker zelf de inhoud dient te formuleren. Zo houdt het werk ons bezig, heeft het een geheimzinnige laag. Ook wanneer we denken te weten wat we zien. Monique geeft er een draai aan die teder is en broos, een warm gevoel geeft van binnen – net als de Marco Porello Langhe.

    Tentoonstelling werken van Monique Koning bij Podium Ferron, Lindegracht 21 in Heerenveen. Te zien tot 28 september 2025.

  • Ongeloof opzijzetten en overgeven aan de waarheidsfictie

    Het is dat ik de wekker slaapdronken uit de tijd sla en daardoor half uit mijn nachtrust kom, nog niet helemaal wakker, dan wel fris en fruitig ben. Op de grens verkeer tussen droom en werkelijkheid en dat het paspoort vrijwel verlopen is. De douane houdt me tegen, doorzoekt mijn weten, maar stuurt me niet rechtsomkeert. Ik mag terug naar het vaderland – mijn realiteit. Dat de deur op meer dan een kier staat maar nog niet open is, dat de hefboom halverwege het opwaarts bewegen stokt. Ik krijg wel een beeld, maar dat is half af. De werkelijkheid is wazig, nog. Het is een niemandsland, van echt en onecht te onderscheiden.

    Voordat ik me in de ogen wrijf, de slaap afleg om opgewekt uit bed te stappen, word ik beelden gewaar in figuraties zoals Aaron van Erp op papier en doek placht te zetten. Hij schept mij een wereld tussen droom en werkelijkheid, die schemerig is en nooit volmaakt. Meestal is het in zijn gedachten een nachtmerrie waaruit ik ontwaak. Of in elk geval een niet te definiëren ervaring. Geen schone schijn. Geen natte droom. Maar een illusie als metafoor van de werkelijkheid. Geen bedrog derhalve, want de schepping van Van Erp stijgt uit boven de waarheid. Is nog heftiger dan de werkelijkheid en streeft de waarheid voorbij.

    En ik zit beduusd op de rand van mijn bed. De gedroomde beelden schieten door mijn hoofd en langs mijn blik. Omdat ik me in het schemergebied van in slaap zijn en wakker geworden bevind, is de figuratie incompleet maar grotesk volkomen. Tegen een abstract decor van verschoten kleuren spelen zich surrealistische situaties af. Suggestief, waarbij ik denk te weten wat ik zie maar op een verkeerd been ben gezet.

    Verweesde sinistere werelden

    In de schilderijen en tekeningen ontvouwt zich een waar slagveld. Is het schilderij nog weleens bevallig van toon, de tekening is genadeloos scherp en meest zwartgallig. Daar spat het bloed figuurlijk en hangt het vlees letterlijk. Droom ik nog even door of is de werkelijkheid echt zo ongenadig niet van deze wereld. Vol ongeloof schuif ik de dag nog even voor me uit. Wil ik de morgenstond nog geen goud in de mond leggen. Liever soezel ik door, nog even met de ogen gesloten. Maar daar doemen dan voor mijn netvlies weer de onprettige types die voornamelijk onaangename interacties met elkaar aangaan op. De beeltenissen van Aaron van Erp zitten in mijn hoofd en dreunen door, zoals een vervelend lied blijft rondzingen heb je het eenmaal gehoord. Zijn figuraties, nauwelijks definieerbare ietsen in onheilspellende handelingen, grijpen mij bij de kladden wanneer ik de uitgave “Suspension of Disbelief” heb door gebladerd. Aaron van Erp doet mij geloven in de waarheid van zijn werk, door mijn ongeloof in zijn manier van tekenen en schilderen opzij te zetten om in de context van de bizarre tonelen te doen geloven.

    De verweesde sinistere werelden waar een stille dreiging rondwaart laten mijn zicht niet los heb ik eenmaal inzicht gekregen. De rauwe waarheid is onverpakt, de realiteit niet mooier gemaakt dan dat deze is. Geen zoete droom, maar een zoute nachtmerrie. Zoals in de nacht de plek en de situatie waarin de handeling zich afspeelt onbekend blijft, althans niet grijpbaar wanneer uit de slaap gewekt: het is maar amper na te vertellen, enkel in de fantasie lijkt het verzonnen. Zo is de geschilderde omgeving even ongrijpbaar en abstract. Het zal een landschap zijn, want vaak is er wel iets van een horizon. Het zal een huiskamer zijn, want vaak is er wel een plint en hangt iets van een tekening aan de muur en staat er een tafel. Het is niet meer of minder een decor, de actie bepaalt iets van een verhaal.

    Van Erp maakt schilderijen waarin hij nog weleens correcties kan doorvoeren, een figuratie die bij nader inzien niet past wegvegen maar het wezen toch laten. Zo zodat de kijker de geschiedenis van het werk voor ogen houdt. In tekeningen kan Van Erp niet op zijn schreden terugkeren. “Tekenen is veel directer”, zegt hij daarover. “De strijd is eerder gestreden en het komt veel sneller op een punt dat er geen weg terug meer is. (…) Je accepteert wat je hebt, of je verscheurt de boel.” Daarom schrik ik bij de tekeningen wakker, terwijl de schilderijen mij nog even laten dagdromen. De schilderijen schijnen kunstzinnige fantasieën, terwijl de tekeningen vertellen waar het op staat; de gewelddadige waarheid.

    Wat wij niet willen zien

    Het werk van Aaron van Erp past een schoonheidsideaal niet, ze beantwoorden niet aan het principe van de esthetica, het zal derhalve niet in de huiskamer boven de bank hangen. Het werk is afstotend en in meerdere gevallen zelfs afstotelijk, omdat het ons een spiegel voorhoudt. Ons fundamenteel gebrek en ons onherstelbaar tekort spiegelt in zijn schilderijen, onze blinde razernij en onstuitbare drift kan niet vergeleken worden met een beest. Want wij hebben een geweten, terwijl het dier uit gaat van instinct. Wij onderscheiden goed en kwaad. Verheerlijken het kwade, omdat het ons verder brengt dan het goede. Dat is wat Van Erp ons schrijnend voorhoudt en ons doet walgen. Niet het werk schrikt af maar onze getoonde onhebbelijkheden staan ons niet aan. De kunst van Aaron van Erp toont scherp wat wij niet willen zien, waarvan wij denken niet te kunnen genieten. Wel ter lering, niet ter vermaak. Maar “Aaron van Erp kent geen symboliek, geen afgemeten interpretatieschema’s, geen propagandaplaatjes en belerende scènes. Geen goed en geen kwaad.” schrijft Henk Visch.

    Want het boek telt enkele interessante bijdragen van kunstcriticus Kees Verbeek, beeldend kunstenaar Henk Visch dus, museumdirecteur Ron Dirven en kunstverzamelaar Henk Pijnenberg. Samen met galeriehouder Jeroen Dijkstra geven zij mij van diverse kanten inzage in denken en werken van Aaron van Erp. Het opent wel mijn inzicht, maar laat dikwijls teveel aan achtergrond zien. Wanneer de voorkant – de zichtbare afbeelding – wordt omschreven, de achterkant – het ten grondslag liggend denkbeeld – is getoond raakt het werk een zeker magie kwijt, de betovering verdwijnt min of meer. Ik zal graag zelf willen weten wat ik zie, terwijl de bijdragen mij toch een zekere richting insturen. De titels van de werken wijzen dan echter een andere koers, dat is weer aangenaam. Die titels geven de werken een vermakelijke draai, geestig als een boer met kiespijn. Zo kan de titel een doekje voor het bloeden zijn, een schone pleister op een stinkende wonde. Ik ben een martelaar, pijnig mijzelf met “Suspension of disbelief” en ik vind het fijn.

    Suspension of Disbelief. Aaron van Erp, schilderijen en tekeningen. Tekstuele bijdragen van Jeroen Dijkstra, Kees Verbeek, Henk Visch, Ron Dirven en Henk Pijnenburg. Uitgave Livingstone Editions & Van Spijk Art Books, 2025.

  • De regelmatige verwarring van een Vlaamse Fries

    Twee jaar geleden kwam ik voor het eerst in contact met het werk van Valère Wittevrongel. Dat was toen in Kunstlokaal No.8 in Jubbega. Mijn betoog begon toen min of meer op deze manier: “Over het algemeen wordt de bezoeker van deze lokaliteit kunst getoond die beroep doet op inleving, ervaring en gevoel. Inleving om de composities op waarde te schatten. Ervaring, de geoefendheid in het kijken naar non-figuratief werk. En gevoel om de belevenis objectief te beleven. Dat heeft tijd nodig bij de ongeoefende kijker, maar is er eenmaal doorzicht in wat gezien is, begrip te doorgronden dan komt het beeld tot leven. In de tweede dimensie ga ik dan als beschouwer de diepte in. De vormgeving aan de oppervlakte geeft gelaagdheid in de verschillende niveaus prijs. Om de compositie te doorzien moet ik staanblijven en verderkijken.” Die tekst zou ik hier op dit moment letterlijk zo over kunnen nemen, en dat doe ik dus ook. Niet omdat Wittevrongel mij dezelfde werken laat zien, wat zal betekenen dat er nauwelijks voortgang in zijn kunst aanwezig is. Geenszins, hij groeit en bloeit op dezelfde vruchtbare grond, zijn bodem. Echter de sfeer is hetzelfde gebleven. In de ruimte van Museum Galerie Heerenveen weet de kunstenaar eenzelfde atmosfeer te brengen. Zijn stemming heeft witte wanden nodig, de ambiance moet het werk ondersteunen en niet afleiden. Zo kan de bezoeker geheel ongedwongen en objectief op de schilderijen ingaan, deze beleven en ervaren.

    De plattegrond van de gedachte noem ik het werk van Valère Wittevrongel. Het is geen realistisch gegeven, maar een abstract gevoel. Doordat er niets in te zien is, geeft het alles weer. Zonder vooringenomenheid kan ik in het werk opgaan, dit ondergaan. Mijn verstand kan op nul en de blik op oneindig, omdat ik niets hoef te zien en me geen voorstelling behoef te maken. Overal wil de mens een beeld hebben om er waarde aan te hechten. Er iets in zien zonder dat het een voorstelling heeft, non-figuratief is. Maar bij Wittevrongel, die zijn inspiratie ordent in vlakken en kleuren, kan ik gedachteloos kijken – afwezig welhaast. Zo gezegd kan het werk meditatief zijn: in stilte overpeinzen, kalm geen oordeel vellen. De gedachte in vlakken verdelen om in kleuren de diepte in te gaan. Het is niets en toch is het alles, herhaal ik mezelf. Want herhaling is toch onder meer de kracht van deze kunstenaar. Hij herhaalt zichzelf om het werk te hernieuwen. Het schijnt een eenheidsbrij, maar is voortdurend een variatie op het thema.

    Het werk van Wittevrongel heeft geen titel, niet anders dan een plaats- en tijdsbepaling van waar en wanneer het is gemaakt of in welke serie het thuishoort. Voor de kunstenaar van waarde maar voor de beschouwer nietszeggend. Een titel zou de gedachte sturen, een kant op laten gaan die niet gewenst is. Het werk moet ongedwongen tegemoet worden getreden vindt de kunstenaar zelf, een titel leidt af en bevooroordeeld de gedachte. Het wil niets zijn. Geen landschap in de zin van een horizon op een derde van het beeldvlak. Het heeft wel dat voorkomen, maar het is een spel met kleur en vlakverdeling. Toevallig overeenkomend met ons beeld van wat een landschap is.

    Tijd nodig zich te openen

    Wittevrongel zoekt naar een figuratieve diepte. Hield hij zich steeds bezig met de oppervlakte, waarin vlakken en lijnen door kleurwerking en lichtinval een doorzichtig spel spelen. Nu is die oppervlakkigheid niet meer voldoende en gaat de kunstenaar met kleur op zoek naar een diepzinniger uitdrukking. Hij brengt doelbewust onrust in de orde. Niet om verwarring te zaaien, maar om de spanning op te voeren. De stilstand lijkt in beweging. De waterspiegel komt in beroering wanneer er een blad opvalt, de aanraking van een steen geeft opwinding. De rust raakt verstoord en komt tot leven. In dat leven zoekt Wittevrongel een ander niets, vindt er een diverse abstractie. Geen verdieping in het zijn, want de werken gaan in het niets al diep genoeg om met iets aan het oppervlak te komen.

    De kunst van Valère Wittevrongel heeft tijd nodig om zich te openen. In eerste instantie lijken het dood geverfde werken, ondoordringbaar omdat het meest een ode aan het zwart schijnt. Later varieert hij met unikleuren. Door goed te kijken, de tijd daarvoor te nemen, geeft het werk de inhoud prijs. Zie je ruimte waar eerst enkel leegte scheen te zijn. In gedachten heb ik de ruimte nodig om de leegte op te vullen. Het is geen kunst van de korte blik, maar van de lange adem. Kijken om te zien, dat is het devies. Dat heeft op de keper beschouwd geen woorden nodig. En laat ik dan de woorden voor wat ze zijn, het oordeel links liggen, er niet meer omheen praat. Dan zie ik dat de verf in dunne laag is opgebracht, waardoor de structuur van de drager zichtbaar blijft. Daardoor lijkt het of de kleur tot leven komt en zich intensiveert. De penseelstreek is nauwelijks zichtbaar, laat staan in het ogenblik voelbaar. Egale vlakken die in intensiteit van tint en bestreken met vernis naar voren komen of zich juist naar achter bewegen. Als in een coulisselandschap geeft dit ruimte aan het zicht. Ook schijnen de vlakken onder en over elkaar langs te schuiven, er is gezichtsbedrog, een optische illusie. Het vlak op zich is de huid van het canvas zonder hoogte en diepte, maar de kleur en het licht maken er een perspectivisch geheel van. Het neemt zich tot je of stoot je af. Het slokt je op of spuwt je uit. De tijd zal het leren. Voor het geoefende oog is het makkelijk werk, maar voor de lekenblik is het niet eenvoudig te doorgronden. Het is in orde, maar doordat het niets is geeft het onrust. Je krijgt er geen vinger achter en dat schuurt. Orde en onrust dus, echter als metafoor voor het werk van Valère Wittevrongel. Een Vlaamse Fries, dat geeft regelmatig verwarring.

    Orde en onrust. Schilderwerken van Valère Wittevrongel bij Museum Galerie Heerenveen (MUGA), Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Van 24 augustus tot en met 5 oktober 2025.

  • De schuldige landschappen van Rabbo Ploeger

    Het bloed is er allang opgedroogd en verschaald, de botten vergruisd en verstoven. Ashes to ashes, dust to dust. Maar nog altijd ademt het gebied de Eerste Wereldoorlog. De geesten van de vele daar gevallen stervelingen, soldaten en burgers, dwalen er als het ware nog rond. Het landschap is er schuldig, bomen groeien daar de hemel in op vruchtbare aarde als een soort van boetedoening. Ogenschijnlijk lijken de uitgestrekte groene velden van Vlaanderen de onschuld zelve, maar deze zijn getekend door gebeurtenissen en misdaden die er hebben plaats gevonden ooit. Het landschap is niet onschuldig aan de daden die er zijn gepleegd. Het landschap is medeplichtig aan de misdaden. Het is een schuldig landschap.

    Kunstenaar Armando schilderde die schuld uit in vooral zwart en wit, hij liet kleuren veelal achterwege omdat de aarde er verschroeid was, de grond geblakerd. De zichzelf benoemde kunstschilder Rabbo Ploeger, pseudoniem van Fred Kuiper, laat in zijn werk de aarde juist bloeien. Er groeien kleuren op de verbrande velden die oneindige bollenvelden schijnen. De lijken bedolven in de grond maken deze aarde vruchtbaar. Ploeger toont dat karikaturaal in zijn composities, maar niet vrolijkheid is zijn aard. Het is eigenlijk een weglachen van de misdaden die er hebben plaats gehad, als een boer met kiespijn. Want de landbouwer ploegt de aarde, bewerkt het veld met de bezwaarlijke geschiedenis.

    De Vlaamse velden strekken zich vrolijk vloeiend uit, glooien ijlend weg naar de einder, alsof de historie er is toegedekt met de mantel der liefde. Maar vergeten doen we het niet, de aarde draagt er onzichtbaar de sporen. Niet letterlijk meer, want de bodem ligt er aangeharkt bij. Figuurlijk is de pijn en hulpeloosheid waarneembaar. Sluit je er de ogen en wend je de blik meditatief naar binnen, dan fluistert de wind het getekende verleden. Is de storm in mijn hoofd drager van verdriet en ongeloof. Natuurlijk heb ik geen actieve herinnering, want de strijd was voor mijn tijd.

    Stilte ligt zwaar over de velden

    De wind waait er over de velden, langs loopgraven, over begraafplaatsen, en fluistert de namen van de gevallenen. Het lied “The wind cries Mary” met de gedragen gitaarakkoorden van Jimi Hendrix klinken tegen die wind in. Een lied dat spijt en verlies ademt. Het landschap zelf huilt om wie er niet meer zijn, de mensen die in haar schoot gedolven zijn in een naamloos graf. De stilte ligt zwaarder over de velden dan het lawaai van de strijd. De natuur heeft weer bezit genomen van wat ooit verwoest was, de sporen van toen zijn echter onder het maaiveld gebleven.

    Evenals Ploeger zelf in zijn uitgave “In Flanders fields” diverse dichters aanhaalt, citeer ik hier de tekst van Hendrix uit 1967. Ook de gitarist is van ver na die die ‘groote oorlog’, terwijl de dichters in het boek van Ploeger uit dezelfde tijd zijn als het bloedbad van de slagvelden in België en Frankrijk plaatsvonden. Uit die teksten komt nog beter de smart en het verdriet naar voren als dat dit in de olieverven komt boven drijven. Wel reageert Ploeger op de teksten van onder meer Siegfried Sassoon, Edmund C. Blunden en William N. Hodgson. Zijn composities dragen als titel een zin uit de diverse gedichten. Zo verbindt de schilder oil on canvas met poëzie, verleden met heden, is toen nu geworden.

    Maar eerst geef ik het woord aan Hendrix: “After all the jacks are in their boxes / And the clowns have all gone to bed / You can hear happiness staggering on down the street / Footprints dressed in red / / And the wind whispers, “Mary.” / / A broom is drearily sweeping / Up the broken pieces of yesterday’s life / Somewhere a queen is weeping / Somewhere a king has no wife / / And the wind—it cries, “Mary!” / / The traffic lights—they turn, uh, blue tomorrow / And shine their emptiness down on my bed / The tiny island sags downstream / ‘Cause the life that lived is—is dead / / And the wind screams, “Mary!” / / Will the wind ever remember / The names it has blown in the past? / And with its crutch, its old age and its wisdom / It whispers, “No. This will be the last.” / / And the wind cries, “Mary!” Mary als metafoor van dood en verderf in Ieper. De wind fluistert, nee huilt, “In Flanders Fields the poppies blow between te crosses, row on row”.

    Partituur in kleuren

    Rabbo Ploeger gaat nog dikwijls terug naar de voormalige slagvelden om er inspiratie op te doen voor zijn dramatische composities. Om zich geestelijk te wentelen in de specifieke sfeer, de ontroerende kwetsbaarheid van het schuldige landschap waar onschuldigen een graf vonden in de loopgraven. Die ijle sfeer hangt vooral tussen de verfstreken van de versimpelde landschappen op zijn schilderijen. Ik wil het geen abstractie noemen, want dat is het niet, het is een eenvoudige weergave van de realiteit zoals het er daar in Zuid West België en Noord Frankrijk bij ligt. Wel een vertaling van zijn emotie van het moment dat hij doorvoelde op die plek. Doordrenkt met de gedachte aan wat ooit was daar toen en heeft plaats gevonden eens. Hij zet bedroefde velden onder bezwaarde luchten. En die hemel met God en al Zijn engelen huilt wel zoals Ploeger deze verbeeldt, terwijl de aarde dit Walhalla aansprakelijk houdt en met ontbladerde bomen als wijsvingers beschuldigend naar boven wijst.

    In die composities van sfeer is Ploeger op zijn best. Het zijn welhaast melodieën waarvan de kunstenaar de partituur in kleuren heeft uitgedrukt. Ploeger raakt de essentie van het gevoel bij de bewuste plek. Een smerige emotie waaraan we liever niet terugdenken. Smerig omdat de stofuitdrukking nog wel te wensen overlaat. Maar Ploeger is een overtuigd autodidact, zodat hij de ballast van hoe compositieregels werken en de gulden snede zich in het kader verhoudt niet torst. Hij kan naar eigen gevoel bezig zijn en zo de spontaniteit in zijn werk aanhouden. Niets staat hem in de weg om zijn gedachte te vertalen naar een schilderij. Zijn kunst huilt, maar is niet om te huilen. Juist het gebrek aan ondergrond maakt het zo tastbaar, geeft de uitdrukking aan zijn indrukken daar en toen. In zijn werken is de strijd van meer dan een eeuw geleden nog steeds voelbaar. Zijn strijd zich uit te drukken om de strijd van toen een indruk te geven.

    In Flanders fields. Rabbo Ploeger, schilderijen/paintings. Met poëzie van diverse dichters en de velden rond Ieper als inspiratie. Uitgave Het Interbellum Kunstbemiddeling, 2014.

  • Collectie figuratieve kunst in Drents Museum

    Met Gen F zendt het Drents Museum een krachtig signaal uit. Het profileert zich nadrukkelijk als voortrekker op het gebied van het collectioneren van hedendaags realisme. Gen F; generaties kunstenaars erfelijk belast om de waarneming van de zichtbare werkelijkheid te beelden. Gen F; het overzicht van de door het museum verzamelde figuratieve kunst over de afgelopen decennia. Met name werken waarmee het museum de naam en faam als verzamelaar van deze kunststroming onderstreept. En waarmee het zichzelf als het ware stevig in de kunstmarkt zet. Een kraam waarvan de kunstkenners en -liefhebbers maar al te graag een beeldend graantje willen snoepen. Het Drents heeft zich de autoriteit op het gebied van het hedendaags realisme met verve toegeëigend, het geeft de toon aan en andere musea spelen hun partij in de maat mee. Dit is mede te danken aan de vertrekkend algemeen directeur Harry Tupan. Eerst als conservator hedendaagse kunst zette hij het Drents Museum al voorzichtig op de kaart, maar later als directeur wist hij Assen tot het middelpunt van vooral het Nederlands realisme te maken. Mooier kan hij het zich dan ook niet wensen om op deze manier, met een grote tentoonstelling en daarbij een kleurrijk collectieboek, afscheid te nemen van ‘zijn’ museum.

    In de tentoonstelling over 75 jaar figuratieve kunst kan de bezoeker in het Drents Museum de werkelijkheid welhaast aanraken, door het boek Gen F is dan elke millimeter schijnbare waarheid tastbaar te onderzoeken. Want wel is de waarneming van de zichtbare werkelijkheid uitgangspunt voor de collectie hedendaags realisme, het vertalen van zien en het interpreteren van het geziene op doek en papier of in een ruimtelijke vorm is aan de kunstenaar zelf. Het is zijn of haar waarheid. Deze waarheid hoeft geen echtheid te zijn, de realiteit van het beeld is onderhevig aan wat de kunstenaar ermee wil vertellen en wat de beschouwer erin ziet. Het is geen zuivere waarheid, stemt niet altijd overeen met de werkelijkheid. Daarom dekt figuratief beter de lading dan de term realisme dat doet. De figuratie is uit de werkelijkheid genomen, het resultaat stijgt boven het zijn uit en reflecteert het gevoel bij wat gezien is.

    Schilderijen van het echte leven

    Dit boek gaat over de Nederlandse kunstenaars die vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw kiezen voor de figuratie en verzameld zijn door het Drents Museum”, lees ik in de uitgave Gen F 75 jaar figuratieve kunst. Dat het Drents met deze stroming wegloopt, en na 1994 serieus aan het verzamelen raakt, is omdat het Groninger Museum en het Fries Museum minder interesse hebben in figuratief werk van kunstenaars in Noord-Nederland. De tentoonstelling nu belicht meerdere generaties kunstenaars, echter niet elke Nederlandse kunstenaar is in de verzameling van het Drents Museum vertegenwoordigd. Daarom is het boek bij de tentoonstelling een catalogus van de eigen collectie en geeft geen overzicht van datgene wat speelt in de hedendaagse figuratieve kunstwereld. Het is derhalve een Drents feest ter ere van de scheidend directeur. “De aard van de collectie bepaalt dus welke kunstenaars en werken in het boek zijn afgebeeld”, schrijft Tupan in het voorwoord. “Ook hebben wij binnen de collectie keuzes moeten maken.” Maar er wordt gewerkt aan het online toegankelijk maken van alle kunstwerken uit de collectie, zodat de niet afgebeelde werken en tevens de verzamelde internationale figuratieve kunst integraal bekeken kunnen worden. Echter ligt voor dit project de focus op Nederland. Ondanks de leemtes die noodgedwongen optreden is Gen F toch een duidelijk overzicht van wat er in 75 jaar door kunstenaars aan de werkelijkheid is toegevoegd.

    Hoofdconservator Annemiek Rens biografeert in haar essay de figuratieve kunst. Nederland blijkt een sterke traditie op dit gebied te hebben, het gebruik van verbeelden dat al vanaf de zeventiende eeuw een hoofdrol speelt in de kunstwereld. In aanloop tot wat hedendaags aan onderwerpen wordt uitgebeeld was het gewone leven inspiratie en waren wolkenluchten en modderige weggetjes reden tot schilderen. Schilderijen van het echte leven worden zeker buiten de landsgrenzen gewaardeerd, en nog geeft dat normale zijn in iets andere vorm voortdurend aanleiding tot verwerken. Gen F geeft daarvan een goed beeld. De werken zijn herkenbaar, menselijk, maar gezet naar de hand van de kunstenaar. De huid is zichtbaar, de gelaagdheid geeft voeling. Want achter het zichtbare is het gevoel bij de werkelijkheid aanwezig. Voorbij het alledaagse wordt een diepere werkelijkheid onthult. Er is geen duiding van de waarheid op zichzelf, maar de beleving daarvan krijgt beeld. Het is verbeeldende kunst, meestal zonder maatschappelijke boodschap; het werk gaat over universele thema’s als liefde, ouder worden, dood, harmonie en verwondering. Ook worden elementen uit verschillende tijden gecombineerd in het eigen werk – verleden neemt deel in het heden.

    Collectie hedendaagse kunst

    Het opbouwen van een collectie vergt lef, visie en steun.” Harry Tupan heeft een rotsvast geloof in de figuratie en sloeg tegen alle kritiek in aan het verzamelen. Mede aan zijn lef en visie heeft het Drents Museum de omvangrijke collectie te danken. In haar verhaal beschrijft Rens tevens de instanties zorgend voor het bloed in de kunst en via welke wegen werken op de markt komen en waar deze worden bewaard en tentoon gesteld. Belangrijk in deze keten waarop de kunstwereld is gefundeerd zijn de schakels van de particuliere verzamelaars. Deze zorgen voor uitbreiding van openbare collecties door schenkingen en langs stichtingen en fondsen doorverkochte objecten, en zijn daarmee een enorme steun. Zonder deze mecenassen zou er geen museum kunnen overleven, het vormt meestentijds het hart van de collectie. In het artikel worden deze schenkers dan ook met naam en toenaam genoemd, hoewel er zijn die anoniem wensen te blijven. De collectie van het Drents Museum heeft karakter, roemt Annemiek Rens de eigen verzameling, waar verrassende ontdekkingen gedaan kunnen worden daar het museum de figuratieve kunst breed opvat. Boegbeeld is natuurlijk Matthijs Röling, die als vrijgevochten rebel zijn leven lang naar de werkelijkheid schildert met de ambachtelijke perfectie van de oude meesters. Onlangs is er een boek verschenen met daarin de hele Röling-collectie die het Drents Museum bezit. Maar ook andere grootheden kunnen gevonden worden in het depot en wisselend in de zalen.

    In het boek zijn een honderdtal schilderijen, tekeningen en beeldhouwwerken afgedrukt uit de collectie hedendaagse kunst van het Drents Museum dat ruim 5000 objecten omvat, chronologisch ingedeeld naar het geboortejaar van de kunstenaar. Deze indeling laat daarom de ontwikkeling zien die kunstenaars van verschillende opeenvolgende generaties hebben doorgemaakt. “Dat biedt houvast, en laat tegelijkertijd zien hoe divers het palet aan verschijningsvormen van figuratie is, ongeacht de tijd waarin iemand opgroeit.” Zoals voor boek en tentoonstelling een keuze is gemaakt uit de collectie, zo kiest Annemiek Rens voor haar verhaal een aantal kunstenaars om het werk te bespreken zonder de andere niet genoemde tekort te willen doen. Het is een waardevolle aanvulling, maar eigenlijk niet nodig omdat de afbeeldingen voor zichzelf spreken. Na de teksten volgt een catalogus om van te smullen. Op de punt van mijn stoel beschouw ik de diverse werken die binnen de stroming talloze aan elkaar verschillende uitingsvormen heeft.

    Ultrakorte biografiën

    Tegen de stroom in zetten kunstenaars met geboortejaar voor 1940 zich aan de waarneming in hun werk. Tegen de stroom van het constructivisme en de abstractie in, tegen stijlen die de waarneming van de werkelijkheid afzweren. De figuratieve kunst wordt gezien als oubollig, ouderwets en achterhaald. Toch handhaaft deze kunstrichting zich en wordt gaandeweg de eeuw geaccepteerd naast al de andere indrukken en uitingen. Nieuwe generaties kunstenaars bekijken metier met frisse blik en passen het eigentijds en actueel in. Zoals het een complete catalogus betaamt is deze Gen F uitgebreid met ultrakorte biografieën van de kunstenaars, een opsomming van tentoonstellingen en publicaties. En is er een Engelse vertaling opgenomen. Als kers op de taart een klein fotoalbum met bijzondere momenten in de verzamelgeschiedenis. Het Drents is volgens Rens niet alleen een museum “voor kunst die af is, maar ook voor kunst die nog gemaakt moet worden. De collectie is dus verre van afgerond. Er is juist volop ruimte voor de blik vooruit met kunst die blijft verrassen en in alle opzichten springlevend is.”

    Gen F – 75 jaar figuratieve kunst. Verschenen ter gelegenheid van de tentoonstelling in het Drents Museum, 15 februari tot en met 17 augustus 2025. Teksten Harry Tupan, Annemiek Rens, Barber van der Laan. Uitgave Drents Museum / Waanders Uitgevers, 2025.

  • Kuierverhalen

    In Museum Belvédère ben ik op stap met Anne Feddema. Al eerder nam hij mij eens als reisgenoot mee op zijn wandelingen door het leven. Want zijn kuiers zijn een metafoor voor de tijd. De tijd van leven. Het zijn van bestaan. En wanneer lijf en leden lange tochten in de weg staan is de eigen tuin plek van verpozing. Dichtbij huis is schoonheid volop te vinden dat beeld krijgt in tekeningen. De Hof van Feddema, zijn speelveld waarin ik lustig vertoef. De juiste weergave van de begroeiing van zijn hof doet er niet toe, wel belangrijk is het gevoel dat hij bij het onderwerp heeft. In de verscheidenheid van het terrein dient zich altijd wel ergens een vondst aan, een detail dat liever onopgemerkt was gebleven. Buiten de hof op ongebaande paden – want Anne kleurt graag buiten de lijntjes – neemt Feddema mij aan de hand mee door zijn wereld. Ik voel me, zolang ik de composities mag bekijken, zijn aangelijnde hond tijdens een blokje om. Al wandelend beleeft hij de vorm, het ritme en de kleur in de omgeving.

    Voettochten

    Anne Feddema droomt zich de wereld nadat het is gezien. Met gesloten ogen blikt hij terug op de werkelijkheid. In gedachten vormen zich tuinen en parken om van te watertanden. Zelf beeldt hij zich af in een hoek of aan de rand van de beeltenis als wandelaar met hond, de pet op, of als schilder, achter de ezel of tekentafel. Als een persoonlijke handtekening onder het werk. Maar het draait niet om de man met hond of de man achter ezel, het is het moment van gaan. Gaan lang ’s Heeren wegen, als eenzame monnik in stilte genietend van de natuur. De details worden opgemerkt wanneer je aldus contemplatief door de wereld gaat. Je ogen de kost geeft.

    De blik van Feddema vreet de omgeving. Kauwt en herkauwt het om een aangenaam beeld uit te spuwen. Het beeld is niet altijd zo gezien, maar wordt gevormd door de indruk die de kunstenaar er op het moment en later bij uitwerking ervan heeft. ‘De paden op, de lanen in, vooruit met flinke pas, met stralend oog en blijde zin.’ Deze beginregels van een bekend oubollig marsliedje klinkt in mijn gedachten bij die kleurige beeltenissen van Anne Feddema. Hij ervaart een wereld op zijn wandelingen en maakt mij op een vrolijke manier daarvan deelgenoot. Het zijn positieve beelden die in zijn rugzak meegaan en mij worden voorgeschoteld. Ik geniet ervan. Het is de kunst om me te laven aan deze omgeving.

    Op zijn voettochten bij nacht en ontij, zon en regen, zomer en winter wordt Feddema wel vergezeld door een vogel, gelijkend de kraai van Jan Mankes, die al krassend vanaf een tak hem van commentaar voorziet – stel ik me zo voor. Of springt een kat uit de struiken wanneer hij in de achtertuin bloemen plukt om als stilleven in een Keulse pot te vereeuwigen. Want niet telkens gaat de schilder verder de laan uit, maar blijft ook wel op steenworp afstand bij huis om inspiratie op te doen. En dan staat hij aan de kade om de langs varende schepen, meestal driemasters die tijdens een zeilshow de golven trotseren, op doek vast te leggen. Het werk is gelaagd. Niet alleen in zichtbaarheid, maar ook in emotie. Tastbare lagen schuiven over elkaar, zodat er een landschap ontstaat waarin het gevoel welig tiert. Het domein belandt erdoor van de werkelijkheid zo in de abstracte weergave.

    Verdroomde wandelingen

    In gedachten verandert de werkelijkheid in een fantasie. Planten zijn aanleiding anders te denken, bloemen scheppen relaties in mijmeringen. Vormen roepen zinnebeelden op, patronen en profielen leiden tot beeldspraak. Zijn tuin denkt hem een paradijs, het park filosofeert een religieuze kijk op de dingen. De schoonheid van zien bespiegelt een hoger wezen, een buitenaards zijn. De toeschouwer treedt uit zichzelf en beschouwt het eigen ik in de omgeving, zoals een overleden persoon uittreedt en het eigen lijf van een afstand aanschouwt. Anne Feddema is God in zijn paradijs, dat lustoord schept hij zichzelf en mij, en al die anderen die een moment zich begeven in de composities. Even lopen in zijn tuin, kuieren over het pad, slenteren langs een haag en verstrooid het leven observeren.

    Voor mij zijn het geen droomachtige tovertuinen, zoals het tekstbord bij de tentoonstelling in het museum aangeeft, maar is aan de werkelijkheid in overdrachtelijke zin vorm gegeven. Eerder lees ik er een bijbelse openbaring uit af, verhaalt de beeldspraak over het paradijs zoals dit in beginsel bedoeld was. En ooit weer zal worden in een nieuwe wereld. In de hof van Feddema lijkt Anne de profeet Jesaja die voorziet dat een wolf bij een lam zal verblijven, een luipaard bij een geitenbok neerligt, een kalf, een jonge leeuw en gemest vee bij elkaar zullen zijn, en een kleine jongen ze zal drijven. Geen tovertuin derhalve, maar een droom over een nieuwe wereld en van een nieuwe aarde. Feddema creëert deze aarde al in zijn composities. Doet al de voorspelling hoe het ooit weer zal en kan zijn, wanneer maar voorbij de ellende en de zorgen van nu wordt gekeken en een blik wordt geworpen naar de zon achter de wolken. Daarmee is Feddema zelf een profeet en orakelt een betere toekomst. Hij ziet dat in de bestaande flora met oog voor de schoonheid van de natuur. Deze stijgt jegens tegenslagen als een feniks op uit malheur, verzet zich tegen menselijkheid en overwint het kwade. Er is licht aan het eind van de tunnel, kleur gloort boven de horizon. De schepper verlokt mij aangenaam, maar roept ook wel een broeierige spanning op, citeer ik nogmaals het tekstbord.

    En Anne? Hij ziet, hij kijkt, hij beschouwt. Hij laat mij beter kijken, zien wat ik niet dacht. In de expressieve zoekplaten vind ik een samenraapsel aan belevingen. Ervaringen die niet in een enkele nacht zijn verdroomd of op enige tocht zijn doorleefd. En dus ook niet tijdens een eenmalig bezoek aan het museum kunnen worden ondergaan. Het werk van Feddema biologeert dermate dat ik nog eens een rondgang zal doen, en nog eens. De poëtische tekeningen, de esthetische composities, intrigeren om de blik die deze in de toekomst geven. En om de naïeve stijl die deze kunst laagdrempelig maakt. Ik stap op, maar kom terug.

    Kamertentoonstelling in de westvleugel: Anne Feddema – Voor zover. Museum Belvédère, Oranje Nassaulaan 12, Heerenveen / Oranjewoud. Van 5 april tot en met 22 juni 2025.

  • Tijd krijgt vorm in olie

    Een voorwoord. – De lagen van de tijd tekenen zich gestapeld af in een doorsnede genomen uit de aardschil. Er liggen daar duizenden verhalen onder onze voeten verborgen. Wij lopen over onze eigen geschiedenis. Verslagen, vertellingen, legendes, sages, vertelsels, parabelen. Alles wat in woorden valt uit te drukken heeft moeder aarde in zichzelf opgeslagen. Archeologen pellen de schil voorzichtig en nauwkeurig laag voor laag af om geen verhandeling en geen uiteenzetting te missen, geen woorden over te slaan zodat het hele verhaal van mensheid en aards bestaan gevormd kan worden. De lagen geven, net als jaarringen, de tijd aan. In die tijd, door de tijd heen, is er van alles met die aarde gebeurd, heeft de boom allerlei voorvallen doorstaan. Onuitgesproken geven de dimensies uitdrukking aan de geschiedenis. Wie de aardlagen kan lezen als een historisch boek kan diep graven om de tijden voor nu naar boven te halen.

    En dus. – Die gedachten komen bij mij naar boven wanneer ik mij situeer voor de werken van Johannes Steendam in Museum Galerie Heerenveen, kortweg Galerie MUGA. Sta ik stil bij de olievelden van Steendam en probeer ik de abstractie werkelijkheid te maken, dan overkomt mij deze mijmering. Want het is net alsof de kunstenaar een spadesteek uit de bodem heeft gespit waarin aardlagen zich manifesteren. In zijn werken lees ik derhalve in een moment de tijd.

    Olie op hout

    Op blokken hout heeft Steendam bruine lagen olie gesmeerd. Oilfield on earthlayer. Olie in diverse bruine tinten afkomstig van verschillende machines en motoren. De lagen, brede lijnen en smalle horizontale kwaststreken, lopen autonoom parallel maar zijn ook in samenhang naast elkaar. De materie blijft na verwerking in beweging, het ettert na en vloeit door. Olie is actief en dynamisch – als grondstof om een object in gang te houden. Het is het bloed dat door de aderen stroomt, het zorgt voor smering, reiniging, bescherming én koeling. Die eigenschap zet door in het olieveld, een actieve grond die de tijd bedrijvig stilzet.

    Niet alleen de olie die bij het verversen uit de carter stroomt gebruikt Steendam voor zijn composities. Ook de olie van de zonnebloem of het koolzaad, olijf en soja. Smeerolie en kruipolie, misschien wel een druip visolie of levertraan. En alle met verschillende viscositeit om stroperig te smeren of waterig te vloeien. Zo ontstaan energieke werken die beweeglijk levendig blijven. Waar de tijd vat heeft op de lagen in de bodem, zo heeft dit op den duur invloed op de oliewerken van Steendam. Valt er in de grond een verhaal te lezen, zo ligt in het olieveld een vertelling gesloten.

    Vaasvormen

    Dat rapport kan ook opgemaakt worden aan de hand van de vaasvormen van Paul Vinken. Het vergt wel een andere invalshoek, maar ook daar heeft de tijd vat op de vorm. Is de tijd in de oliewerken in realiteit aanwezig, bij de vazen is het een abstracte voortgang. De vormen houden in de kantige buik de inhoud met moeite vast. Door gaten stroomt de energie, terwijl de zijden deze met kramp proberen binnen te houden. De lichamen als lijven van plompe dames staan stijf in de houding, daarin is de groei stil gebleven waarbij de tijd het is ontvlucht.

    Vinken heeft de verschillende variaties op het thema de uitstraling van een leger gegeven, een troep homogene vormen, een menigte dertien in een dozijn. Stijlvol uitgevoerd, fraai belijnd, maar met minder beleving in vergelijking met de blokken olie. De vazen zijn gesneden uit hout, hardboard of triplex. Perspex geeft de vorm doorzicht of een fluïde karakter. De randen zijn gevlochten met een draad in afwijkende kleur, ook wel heeft de kunstenaar T-rips gebruikt om een en ander bij elkaar te houden.

    Overgang

    In de eenvoudig beschilderde pallets zie ik een overgang van de olievelden naar de vaasvormen. De zes planken van de europallet zijn door Steendam in diverse tinten gekleurd. Geen olie stroomt langs het hout, maar olieverf geeft leven aan het gebruiksvoorwerp. Draagt het gewoonlijk een zware last, door kunstzinnige handen is het een gestileerd schilderij geworden. Een abstracte weergave die de essentie van een landschap verbeeld. Even statisch als de sculpturale vaasvormen. De tijd krijgt er maar geen vat op, de vorm heeft echter wel invloed op het moment. Dat ogenblik is voor een tijdje te beleven in deze galerie, op die plek, daar.

    Het naschrift. – Een banaan ligt te lang onaangeroerd op de fruitschaal. Het gekromde wezen begint ten einde raad te rotten. Want vraagt het zich af: ben ik niet smakelijk genoeg? Beseft echter niet dat het onderdeel is van een experiment, hoe zal het dat ook. Het rotten openbaart zich in stippen en vlekken op de schil. Van binnen uit protesteert de banaan tegen het gebrek aan aandacht. Deze natuurlijke schildering doet mij op dat moment denken aan de oilfield drippings van Johannes Steendam. Deze ontdekking deel ik op Facebook, waarop de kunstenaar reageert. Ik post vervolgens de voortgang van rottijd op zijn Messenger en Steendam gaat aan het werk met een rottende banaan als inspiratie voor een compositie op papier. Het resultaat is bijzonder en verrassend. Gesigneerd zit het object bij mij dan in de brievenbus, met commentaar van de kunstenaar: “Het was me een waar genoegen, erg leuk om te doen. Hou van zulke verhalen. Veel plezier met de banaan.” Dus, een echte Johannes Steendam bij mij op de fruitschaal (of aan de muur)! Met een nieuwe gedachte: de ‘Comedian’ van Maurizio Cattelan, de met ducttape vastgeplakte banaan.

    Olie en Vorm. Tentoonstelling werken van Johannes Steendam en Paul Vinken bij Museum Galerie Heerenveen (MUGA), Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Van 11 mei t/m 22 juni 2025.

  • Kunstenaars in weer en wind voor beek in beeld

    Het landschap, dat vormt door de eeuwen een inspiratiebron voor kunstenaars. En uit die bron, die maar nooit lijkt op te drogen, worden eindeloos veel composities geput. Het is het land waarin we leven, het schap dat ons bestaan schept. Het is onze omgeving, het is ons zijn. Niet zo vreemd dat dit thema in veel variaties opduikt in de beeldende kunst. Het landschap is veelvormig en kan vanuit legio standpunten worden bekeken. Over dat landschap is de mens niet altijd een beste hoeder. We vergeten vaak dat wij de aarde niet van onze ouders hebben geërfd, maar het van onze kinderen lenen. Deze uitspraak van de Haida-indianen lees ik in de uitgave “Beek in Beeld”. Een boek dat het beschermde gebied waar onder meer de Drentse Aa de stroom vindt als onderwerp heeft. Negentien kunstenaars zijn langs de beek op pad gegaan om het terrein in de eigen stijl en techniek in kaart en in beeld te brengen. Het boek documenteert deze smalle rivier, stromend door de provincies Drenthe en Groningen. Het stroomgebied is in vakken opgedeeld waarmee de kunstenaars die zich voor het project hebben ingeschreven aan het werk konden met  natuur en omgeving. In het boek worden die delen apart besproken en tonen de illustraties hoe het terrein de afzonderlijke kunstenaars heeft geïnspireerd.

    Verslag project

    Wanneer gesproken wordt over het landschap in de kunst, dan is vrijwel meteen de gedachte ‘huisje, boompje, beestje’. Een realistische verwerking van de zichtbare werkelijkheid. Maar daarover gaat het in de hedendaagse kunst allang niet meer. En ook eertijds bracht de kunstenaar wel wezensvreemde elementen in om daarmee een verhaal te verduidelijken. De kunstenaars van “Beek in Beeld” zijn langs het water aan het werk gegaan met dat wat ze zagen. Dat is het uitgangspunt, zichtbaarheid. Dan volgt de emotie, het gevoel welke dit landschap geeft. Ergens in het boek lees ik dat een kunstenaar het landschap uitkleedt, het ontbloot van overbodige elementen zodat de naakte waarheid resteert. De essentie van dat landschap voor die kunstenaar. De kunstenaar, meestal schilder of tekenaar, trekt het veld in om inspiratie op te doen. Werkt en plein air aan het schilderij of de tekening. Of schetst zichzelf de sfeer, maakt foto’s rondom, neemt als het ware her landschap mee het atelier in om daar uit te werken. De schetsen en de herinnering maken dan het uiteindelijke beeld.

    Het boek is een verslag van het project. Het is niet alleen een kunstboek waarin het resultaat van noeste arbeid langs de beek is opgenomen, maar dat ook in teksten aandacht besteedt aan verleden, heden en toekomst van de streek. Een historische beschrijving van het gebied documenteert het ontstaan en geeft het bestaan een gelaagde inhoud. De provincie Drenthe kent dierbare hoogtepunten in het landschap en trekt daarmee rustzoekers en natuurliefhebbers naar zich toe. Het is van oudsher een stille provincie, een arme streek. De stilte is echter wreed doorbroken en de armoede is allang verleden tijd. Maar de sporen daarvan zijn in het landschap nog altijd te vinden. Echter zijn de keuters herenboeren geworden, de kleine arbeidershuizen zijn verbouwd tot luxe koopwoningen, de kronkelende landwegen zijn tot snelwegen recht getrokken, beken werden kanalen.

    Resultaat project tentoonstellen

    De stilte wordt echter allengs teruggewonnen, het eenvoudige gaandeweg gekoesterd. Niet langer wordt het landschap waardoor de beek stroomt ingezet voor eigen gewin, maar komt de winst van het behoud ervan op het conto van het algemene nut. Het gekanaliseerde water wordt terug gemeanderd, polders worden weer natte veengebieden. De klok wordt voor flora en fauna teruggezet. En dat is het sterkst zichtbaar langs dat beek dal van Amen tot Haren. De kunstenaars registreerden en documenteerden het gebied, niet enkel zoals het zich in werkelijkheid voordoet maar meer hoe het aanvoelt, hoe het ruikt en welke geluiden er te horen zijn. Die ervaring hebben zij verbeeld in de kunstwerken. Maar nadat het water van de bron via het stroomgebied uiteindelijk in het Noord-Willemskanaal uitmondt om via het Reitdiep en het Lauwersmeer in de Waddenzee terecht te komen, is het boek nog niet uit.

    De samenstellers wilden de werken als resultaat van het project tentoonstellen op een plek in Drenthe tot relatie met de beek. Deze was om verschillende redenen niet voorhanden zodat werd uitgeweken naar het Groninger land. Landgoed Nienoord in Leek kwam in beeld en wilde de tentoonstellingsruimte wel beschikbaar stellen, mits een deel van het project ook over Groningen zou gaan. Daarom togen de kunstenaars na afronding van de beek het natuur- en waterbergingsgebied de Onlanden in, grotendeels gelegen in Groningen en via een kunstmatige weg aan de beek verbonden. Daar werden opnieuw de veldezels uitgeklapt en de omgeving vastgelegd, hoewel de kunstenaars er eigenlijk al klaar mee waren. Het heeft nog mooie platen opgeleverd als aanvulling op het project. En aldus kon Nienoord de gestelde voorwaarde in hun statuten waarborgen, dat ze aan de provincie Groningen gerelateerd werk laten zien. Tot slot is dan ook een essay over de historie van het landgoed opgenomen. Een kers op de taart zou je kunnen zeggen. Hoewel het gebak er zelf ook al smakelijk uitzag.

    Informatieve teksten

    De beek, voortkabbelend met diverse namen van Amerdiep en Oudemolense Diep, van Looner Diep en Oude Aa – pas in het Groninger land stroomt het water als Drentsche Aa, is een goed bewaarde biotoop, waarin de mens voordat het beschermd gebied werd veel kapot heeft gemaakt. Het beekdal is nu een belangrijke proeftuin voor verantwoordelijk menselijk handelen. “Anno 2025 zijn mens, klimaat en water bepalend voor de huidige staat van het landschap en voor de toekomst ervan”, lees ik in het boek. Het is een van de informatieve teksten die Egbert Meijers, ambassadeur van de Drentsche Aa, bij elk hoofdstuk heeft geplaatst. “Het stroomdal (…) biedt als laatste natuurlijke reservaat nog enige bescherming en een alternatieve habitat voor zangvogels. Recentelijk voelen otter, nijlgans en bever zich thuis in het stroomdal. Ook de wasbeer leeft inmiddels in het gebied. En de zwarte ooievaar is er waargenomen.

    Net als de kunstenaars in weer en wind verbinding hebben gezocht met dat wat hen inspireert, beweegt Meijers de lezer met zijn schrijven oog te krijgen voor één van de mooiste en best bewaarde beken die ons land nog rijk is. Enthousiast somt hij de rijke variatie aan planten-, struiken- en bomensoorten in het gebied op. Het zijn er meer dan ik voor mogelijk had gehouden. Een verstild paradijs in het te drukke en overvolle Nederland. Een gebied waar we trots op moeten zijn en dat in het boek “Beek in Beeld” aantrekkelijk is gevisualiseerd.

    Beek in Beeld. De Drentsche Aa verbeeld door hedendaagse kunstenaars. Met voorwoord van Jetta Klijnsma, commissaris van de Koning in Drenthe. Tekst Egbert Meijers, Erik van Ommen, Geert Pruiksma. Uitgave Noordboek i.s.m. Beeldende Kunstenaars Vereniging Drenthe, 2025.

  • Grenslijnen gegumd in Wonderkamers. Uit.

    Bestaat er een grens tussen observatie en emotie. Staat het één los van het ander. Of is de grens vaag en overlapt juist het één het ander. Zoals in een venndiagram; de doorsnede van observatie en emotie. Dat het verzamelde beleven perceptie deelt met het geconcentreerde gevoel. Want kijken roept iets op. Zien gaat niet zonder indruk. Impressie gaat met expressie. Het kijken naar kunst maakt iets los, zet de mimiek op positief dan wel op negatief. De mondhoeken en de duim gaan omhoog of naar beneden. De emoji is blij of keurt het af. In de kunst is dat een grens, tussen goed of slecht is geen uitweg, er bestaat geen niemandsland voor de twijfel. De schoonheidszin heeft evenwel smaak. Een bloemige bijsmaak of een naargeestige nasmaak. Ieder zijn/haar/hun meug.

    Zo is de observatie in Wonderkamers op dit moment. Bij het daar getoonde werk van de drie kunstenaars Marjolein Spitteler, Karen Vennik en Sigrid Hamelink kan ik maar nauwelijks mijn emotie de baas. Krullen mijn mondhoeken op als de snor van Dali. En dat is bijzonder volgens een andere kunstenaar, Meiro Koizumi. In een promotievideo voor De Pont Museum in Tilburg hoor ik hem zeggen: “Het is heel moeilijk om mensen aan het huilen te maken met een schilderij. Maar met bewegende beelden, met video, is het heel gemakkelijk om mensen in twee minuten aan het huilen te maken. En dat is hoe krachtig dit medium is.” Bij Wonderkamers aan de Heirweg in Nijeholtwolde is daarom misschien wel de kunst geïntegreerd in een installatie met objecten en lichtbeelden. Ik vind het op de zolderverdieping van het Batavushuisje. En het is inderdaad bijzonder, maar emotioneert mij niet tot tranen toe. Althans niet in de door Koizumi gestelde tijdspanne.

    In lichtbeelden te beluisteren

    In de installatie verleggen Vennik en Hamelink hun grenzen en zoeken de lijnen van de zichtbaarheid. Of eigenlijk het kader van onzichtbaarheid. Want wat ze laten zien valt fysiek nauwelijks te bekijken, maar wel mentaal te ervaren. In het schemerdonker zie ik een stellage van hout met lijsten en een beeldfiguur. Op en door deze samenhang is een drieluik geprojecteerd, waarvan de gevallen vogel op de bolle buik van het beeld verschijnt. Dat schilderij vind ik op de begane grond van dit gebouw terug. En wat aan beeld verloren ging in de installatie zie ik daar in afgepaste kleuren, en merk op dat er meer figuratie is dan enkel die vogel. Maar wat ik boven nog meer zichtbaar denk te missen is het verhaal, dat tussen de dunne planken door in lichtbeelden te beluisteren valt. Daarvoor moet ik op de kruk gaan zitten en me concentreren op het nauwelijks bewegende beeld. De vertelling toont zich niet letterlijk, maar ik voel aan dat het meer is dan wat zich laat bekijken. De diepere betekenis maakt indruk en kan in de achtergrond mij emotioneel bewegen. Doordat de fysieke ruimte van de zolder beperkt is maak ik onderdeel uit van de installatie, ik zit er bij wijze van spreken bovenop en middenin. Daardoor is de mentale ruimte groot en word opgenomen door de geest die door de installatie zich een weg zoekt. Het pakt me op, in een meditatief moment raak ik figuurlijk betrokken bij de opstelling.

    Verbaasd en verdwaasd, mijn ogen wennen amper aan het lichtend licht uit het schemerduister, wankel ik de trap af om me te verdiepen in de kunst op de begane grond. Daar tref ik dus dat drieluik van Karen Vennik aan. Vennik, die vooral de donkere kant van het wezen beeld geeft, schildert met zwarten waarin kleur extra opvalt maar niet opvallend aanwezig is. Daardoor belicht zij dramatisch het dood zijn van het leven. De schaduwkant van de handeling. Het onderworpen en verworpen leven, dat ontdaan van boeien uit de kooi vlucht en onderweg het loodje legt. Geen opgewekt thema om opgeruimd te beschouwen. Het zet me aan het denken, te mijmeren over de profetische eindtijd, een apocalyptisch armageddon. De natuur verzet zich nog krampachtig tegen beter weten in, de vredesduif valt uitgeblust ter aarde. Er is geen weg naar vrede, vrede is de weg. Maar wanneer deze weg vol obstakels ligt en gebarricadeerd is blijft de vrede ver weg.

    Avontuurlijke figuren

    Mezelf bij elkaar rapend draai ik welgemoed om en treft mijn blik de wand met de wolk uitingen van Marjolein Spitteler. Op het eerste gezicht denk ik te weten wat ik zie, maar word ik door de kunstenaar op het verkeerde been gezet. Vogelfiguren en visdieren trekken schaduwen over schelpen en zaaddozen. Het lijkt alsof de natuur in celdeling organismen met elkaar verbindt. Dat grenzen vervagen en nieuwe lijnen worden geknoopt. Over het zorgvuldig bedachte en minutieus uitgewerkte schepsel, een creatuur dat ik geklemd tussen twee glazen plaatjes door de microscoop te zien kan krijgen, is de uit een stuk materie gesneden gestalte van een vogel, vis of ander biologisch wezen gelegd. Daardoor is dat wezen denkbaar aanwezig, legt het een schaduw over het gestel. Het is er niet, maar toch ook weer wel. Het resulteert in unieke composities, waarbij je goed moet kijken wat je ziet. Pas opmerkt wat je ziet wanneer je beter kijkt.

    De avontuurlijke figuren van Sigrid Hamelink dansen tussen deze uitingen door in de ruimte. Ze vervagen de grens van realiteit en abstractie en trekken de lijn door van observatie naar emotie. Wie vaker een bezoek heeft gebracht aan de Wonderkamers zal de mensvormen bekend voorkomen, want Hamelink heeft een eigen herkenbare stijl van beelden ontwikkelt. Hoewel het veel variatie is op het thema, de mens kent voor zichzelf tenslotte legio houdingen en uitdrukkingen, blijft het altijd een unieke beeldspraak. De menselijke persoon krijgt positie en expressie in de compositie, drukt gestroomlijnd de essentie van de gemoedstoestand uit. Enkel het wezen van de emotie, de kern van het zijn, zonder blikken of blozen. De houding is de expressie, de mimiek ontbreekt of is onpersoonlijk. Zo kan ik het mezelf toedichten, kan ik me ermee vereenzelvigen, wordt het mijn identiteit. Sta ik niet op een afstand te beschouwen, maar word ik onderdeel en is mijn selfie een groepsportret. Of beter kan ik mijn zijn over het wezen van de uitdrukking leggen, zoals Spitteler dat in haar tekeningen doet.

    Aandacht luisteren

    De ruimtelijke figuren van Hamelink hebben een geschetst evenbeeld in tekeningen langs de wand. Het schijnt mij nieuw werk van haar hand, waarin ze de houten beelden laat acteren in een natuurlijke omgeving. Zo kan ze de sfeer naar zich toe trekken, want de ruimte bepaald toch de persoonlijkheid van de creatie. Niet altijd kan zij in een tentoonstelling de beelden in een passende sfeer zetten, op papier heeft ze deze mogelijkheid wel. Zo beleven haar wezens avonturen in ruimte en tijd, gaan een band aan met de natuur en verbinden de menselijke gestalte met de eeuwigheid.

    De geest die ronddwaalt in de Wonderkamers laat mij mentaal verdwalen. In de stilistiek van deze beeldende kunst kan ik mijzelf vinden. Hoef daar niet lang naar te zoeken, maar moet wel aandachtig luisteren naar wat de sfeer mij influistert. Dan doorzie ik het wezen en lees mijn zijn. Achter het zichtbare beweegt de stemming, kronkelt als een adder onder het gras. Heb ik deze echter bij de kop gepakt, dan voel ik de onderliggende betekenis aan mijn water. Zie ik verder dan mijn neus lang is en kan ik tot tranen toe bewogen raken. Bij wijze van spreken laat ik de beelden de vertelling doen. Lees ik tussen de regels door, zie ik tussen de lijnen, de vlakken en de kleuren het grote geheel. En dat maakt de waarneming tot ontroering. De grenslijn tussen observatie en emotie is gegumd. Uit.

    Tentoonstelling “Grenslijnen”, werken van Marjolein Spitteler, Karen Vennik en Sigrid Hamelink bij Wonderkamers, Heirweg 57 in Nijeholtwolde. Van 11 mei tot en met 29 juni 2025.

  • Dromen zaaien en fantasiën oogsten

    Wetenschappers van de Universiteit van Cambridge die al enkele jaren de planeet K2-18b bestuderen, vermoeden dat de planeet vol zit met microbieel leven. Dat hebben ze ontdekt door naar de chemische samenstelling van de atmosfeer te kijken met de James Webb ruimtetelescoop. Stel je nu eens voor dat deze exoplaneet, 124 lichtjaar verwijderd van en ruim 2,5 keer groter dan de aarde, het leven bevat dat Anne ten Donkelaar creëert in haar kleurige en fleurige composities. Door de oerknal, waaruit volgens wetenschappelijke overlevering het leven in beginsel is ontstaan, met een oorverdovend muisstille explosie aan bloemzaden die de ruimte werden in geslingerd en daar op die planeet in het bijzonder zijn terecht gekomen, zich hebben uitgezaaid en vervolgens zijn ontkiemd en zich hebben voortgeplant. Een cyclus door een werelds jaar, maar dat kan op die planeet natuurlijk heel anders in elkaar steken.

    Een natuur die op aarde niet kan en heeft bestaan, niet waar maar met gesloten ogen wel echt, kunstzinnig gekunsteld door de kunstenaar. Onderdelen van de bedachte vegetatie zijn waarheid, maar door kruisen en kweken is een nieuwe echtheid ontstaan, een in onze ogen onwerkelijk werkelijke flora. Een surrealistisch samenstel van wortels, stengels en bloemen. De resultaten van die botanische inteelt zijn nu te zien bij Museum Galerie Heerenveen.

    De natuur is er naar de hand gezet van de kunstenaar, die zich als eigentijdse creator bemoeide met de aloude schepping. Zij creëert in fijnzinnige collagetechniek een nieuwe plantenleer, waarvan de botanici wel pap lusten. De inhoud van de plantenkas gaat met elkaar een relatie aan: uit een enkele bloemknop spruiten verschillende bloemen. De kleuren bestrijken een heel palet aan tinten en knallen welhaast uit het kader door Ten Donkelaar aangegeven.

    Om het nog meer tot de verbeelding te laten spreken geeft een fotografische benadering van dit thema een dromerige sfeer. Stengels, bladen en knoppen dansen om elkaar tegen een nevelige achtergrond. Als een dynamisch stilleven. Of reiken als een tuil ballonnen naar de hemel. Op de plaats gehouden door kleurig paktouw te verbinden met relatief zware moeren en bouten. Wederom een bovennatuurlijke gewaarwording die de ogen streelt.

    Planten vol in bloei

    Terug naar K2-18b, niet genoemd naar een zet op het schaakbord – het is de eerste planeet die gevonden werd rond de ster K2-18 in het 18e sterrenstelsel. NASA heeft daar al een leger naar vooruit gestuurd om de natuur er te exploreren. Niet om het te vernietigen voor nieuw menselijk leven, dat zou SpaceX doen, maar om er vreedzaam een verdroomde maatschappij op te zetten. Ten Donkelaar heeft daar alvast een model van en voor gemaakt. In haar idee wit geschilderde soldaatfiguurtjes schieten niet met scherp. Integendeel, uit de lopen openen zich bloemen of kleuren explosies zich in de atmosfeer. Diverse objecten in een gezamenlijke opstelling, die afzonderlijk van elkaar kunnen worden aangeschaft. Maar wanneer het legertje Idealisten bij elkaar blijft is het een droombeeld, beeld het een geïdealiseerde wereld uit, een fata morgana.

    Maar wie zegt ons dat wij niet over een betere wereld mogen dromen? Waar het altijd voorjaar is en planten vol in bloei staan. Waar bloemkronen een dans uitvoeren onder water. Waar bloemen opstijgen als ballonnen, aan een draadje naar de zon. Waar de natuur gereconstrueerd is zodat het eeuwig leven schijnt te hebben. In een plantenkast bij de tentoonstelling zijn zinspelingen en vingerwijzingen verzameld toegespitst op een herbarium. Het greenhouse cabinet is een ideeënbus voor nieuwe creaties. Daaruit ontspruiten inspiraties om volgende collages te scheppen. Van dat begin zijn elementen terug te vinden in de resulterende constructies. Het idee is gezaaid in dit kabinet en wordt geoogst in de werken.

    Tussen hier en de exoplaneet

    Het componeren plaatst de kunstenaar in de schoenen van de schepper. Want zij maakt heel wat stuk was, repareert gebroken libellen en vertrapte planten, verdronken vlinders geeft zij nieuw leven. Het legt de macht in haar schoot om de schepping naar haar hand te zetten, door haar vingers te vormen. Het ontvouwt fascinerende resultaten. Aandachtig kijk ik om te ontdekken welke planten en bloemen deze variatie aan verbeeldingskracht omvat.

    Deze bloemcomposities met een diepere laag van betekenis geven een vrolijk beeld, dat past in deze voorjaarstentoonstelling rondom Pasen. Want dat feest luidt opgestaan leven in, het is eerst gestorven voordat het opnieuw bloeit. Het rijsje dat voortkomt uit de afgehouwen tronk, een scheut uit zijn wortelen zal vrucht voortbrengen.

    Deze collages en platen zijn een lust te beschouwen echter minder interessant in vergelijking met de wand “Cloud Village”, composities die zweven tussen hier en de exoplaneet. Daarop kan ik meer en beter mijn fantasie loslaten, omdat Anne ten Donkelaar hiermee zichtbaar uit haar dak gaat. Eveneens als de bloemcomposities onwerkelijke werkelijkheden, maar die meer tot de verbeelding spreken omdat deze passen in sferen van sagen en legenden. Aan deze collages kleven klassieke verhalen en gevoelens daarbij, die mondeling dan wel schriftelijk van vroeger naar nu werden en worden overgeleverd. Deze beklemtonen een sfeer van luchtfietsen en droombeelden, en doen recht aan de idee van uitvinder Da Vinci. In deze sferen ontdek ik de kunstenaar, de atmosfeer reflecteert mijn zijn als in een fantastische bevlogenheid. Ik zit bij wijze van spreken op de punt van de stoel om maar niets van het verhaal te hoeven missen. Wat onmogelijk lijkt blijkt mogelijk; het is niet waar maar het had waar kunnen zijn.

    Tentoonstelling “Dromen zaaien”, werken van Anne ten Donkelaar. Bij Galerie MUGA, Museum Heerenveen, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Van 9 maart tot en met 27 april 2025.