Tag: kunstenaars

  • Zolderopruiming aanleiding voor historische reconstructie

    Het begint bij een in onbruik geraakte hooizolder in de Amsterdamse wijk De Pijp, rond 1900. Nadat ik het boek had gelezen, moest ik natuurlijk de tentoonstelling in Museum Belvédère bekijken. Met eigen ogen de ervaring van Theo de Feyter in het huis van de kunstenaars beleven. Niet dat de attributen daar in de presentatie zo’n indruk op mij maken als ze met hem hebben gedaan toen hij ze op de Jan Steenzolder vond. Maar daarmee is het verhaal wel compleet. Is de cirkel rond omdat ik nu die vondsten kan aanraken, kan bepotelen, hoewel dat natuurlijk niet mag in het museum? Met mijn vingers langs de slotjes van de koffers gaan, de glooiingen van Cupido voelen, laatjes openen, documenten doorbladeren. Het wordt daarmee zo helder, zo waar wat De Feyter schrijft en beschrijft: beeld en verbeeld.

    Vinden, onderzoeken, verbeelden

    Het moet euforisch geweest zijn wat Theo de Feyter daar allemaal vond op die zolder. De zolder die door de jaren heen werd bevolkt door kunstenaars van allerlei kunne en van diverse kunde. In de hoogtijdagen was het er een zoete inval van kunstenaars die er, onder het genot van het een en ander, met elkaar spraken. De Feyter is archeoloog en kunstenaar en heeft met dezelfde omzichtige precisie als een archeoloog te werk gaat, de zolder uitgespit en omgeploegd. “Zo vond ik veel mooie en raadselachtige voorwerpen, maar ik wist er voorlopig maar één ding mee te doen: ik stelde er stillevens mee samen die ik ging tekenen”, schrijft De Feyter in Het Huis van de Kunstenaars. In zijn tekeningen vertellen de gevonden voorwerpen het verhaal van de geschiedenis van de zolder en brengen deze als het ware dichterbij. “Ik had het bij die tekeningen kunnen laten – ze legden het verleden van de Jan Steenzolder vast zoals ik het aantrof – maar door het kijken en voelbaar maken van die voorwerpen was als vanzelf een zoektocht begonnen naar de achtergrond en betekenis van de objecten.”

    Met kwast en pincet

    Een oudheidkundige bestudeert het verleden met spullen die mensen hebben achtergelaten. En dat is wat De Feyter normaal doet in de bodem bij opgravingen. Met kwast en pincet wordt de grond grondig onderzocht om fossielen of andere bodemschatten boven water te halen. De kunstenaar De Feyter weet zichzelf tot sporenonderzoeker te maken. Met zaklantaarn op en handschoenen aan onderzoekt hij de zolder centimeter voor centimeter. En wat hij vindt, is boven zijn eigen verwachting. Eerdere bewoners van het appartement dat hij bij woningruil in bezit heeft gekregen, hebben op de zolder waardevolle spullen achtergelaten die toen van onnut schenen te zijn geraakt. Bij een verhuizing onbewust van het bestaan ervan, of anderszins bewust daar laten staan. Voor De Feyter een rijke bron om op zoek te gaan naar het verleden van deze bijzondere plek in de Amsterdamse Pijp. “Hoe meer ik vond en hoe meer ik begreep, des te meer begon de geschiedenis voor me te leven.”

    Een verdwenen wereld geboekstaafd

    De vondsten zijn aanleiding tot diepgaand onderzoek naar de eerdere bewoners. De mensen en hun geschiedenis achter de spullen. Die uitkomsten geven het boek een gelaagdheid doordat De Feyter levensbeschrijvingen geeft van deze mensen, althans van wat hij in de ‘boeken’ daarover kan vinden. Het is een soort verborgen verleden dat zich schuilhoudt in de attributen op deze zolder. Namen uit de geschiedenis duiken op en komen boven drijven. En wanneer dan het ene gevonden is en het andere nog achterblijft, het een aan het licht komt en het ander nog in duisternis is, raakt de onderzoeker gaandeweg fanatiek om alles voor het voetlicht te halen. Iedere nieuwe ontdekking is aanleiding verder te zoeken en dieper in het verleden te graven. De onderste steen van de Jan Steenzolder moet boven en met veel sjorren en trekken – zoeken en vinden – lukt dat ook. “Telkens wanneer ik een nieuwe tekening maak, sleep ik die zichtbare en hoorbare geschiedenis achter me aan, zoals de verzameling conservenblikjes die je vroeger aan je fiets bond bij Luilak. Elke beweging geeft geluid.”

    Van hooizolder tot kunstenaarshuis

    In het gedegen aangepakte onderzoek legt Theo de Feyter de zolder als atelier en gemeenschapsruimte bloot. De mensen die voor hem daar op dat adres hebben gewoond, schuift hij gaandeweg uit het verleden in het heden. Voor hem heeft de ruimte een extra dimensie gekregen: hij bewoont een monumentaal pand wat betreft de voorgeschiedenis – eigenlijk meer een memorabel pand. Voor de lezer van zijn boek krijgt dat verleden een diepere betekenis. Maar niet Jan Steen was de eerste bewoner, al zou men dat door de benaming haast gaan denken. Het pand staat aan de Tweede Jan Steenstraat en dankt daaraan zijn naam. Het is een oud bedrijfsgebouw waar de zolder diende als opslagplaats van hooi voor de stallen beneden. Later werd het gebouw woonhuis en opgedeeld in verschillende appartementen, een herenhuis met kamers en een atelier op de zolder. Op de vliering daar weer boven vond Theo de Feyter de diverse memorabilia in grote hoeveelheden. Brieven, kranten en knipsels, boeken en tijdschriften, fotonegatieven, kunstwerken.

    Deze ontdekking was voor hem inspiratie om de geschiedenis te vorsen. Uit te graven en op te diepen. Ieder object, elk document, draagt een verleden in zich. Dat verleden is voor de nieuwe bewoner dermate interessant gebleken dat hij dit als archeologisch onderzoeker wilde uitgraven en in een document vastleggen. En daaruit is het boek gekomen. Zodat de Jan Steenzolder ook voor anderen de geheimen prijsgeeft.

    Artistiek leven in Amsterdam

    De geschiedenisschrijver is echter ook en vooral kunstenaar. Hij heeft niet alleen in teksten het verleden kenbaar gemaakt, maar tevens heeft hij de gevonden attributen en materialen in beelden gedocumenteerd. Iedere foto, elk document, is aanleiding om de herkomst ervan uit te pluizen. Of om na te gaan wat of wie op de foto staan. Het boek is een geschiedenis, een historisch verantwoord document. De diverse genoemde personen met hun verleden zijn een interessant gegeven, maar meer benieuwd ben ik naar wat Theo daar allemaal gevonden heeft op die zolder. Dat staat tevens beschreven in het boek en kan ik deels bekijken in het museum. Gipsvormen, een olielamp, een hoedenkoffer met bolhoed, twee scheepskisten met tropengarderobe, souvenirs uit Nederlands-Indië, een map met tekeningen.

    Wat gaf De Feyter de aanzet tot het boek, tot het vorsen van de geschiedenis, het verleden van de zolder? Het is natuurlijk van gewicht dat je weet en kunt achterhalen wie voor jou door die deuren hebben gelopen, op de muren hebben getikt en door de ramen hebben gekeken. Het huis ademt daarmee nog meer de sfeer van vroeger.

    Theo de Feyter, Jan Steenzolder, Waanders Uitgevers, Museum Belvédère

    Met kwast en krijt

    Het in beelden documenteren heeft Theo de Feyter eerder gedaan, daar is hij goed in. Fanatiek ook, tot in het maniakale eigenlijk. Hij staat bekend om langlopende kunst- en tekenprojecten, werk in uitgebreide series. Daardoor en daarmee wordt wel een goed beeld gegeven van wat hem bezighoudt. In een realistisch-figuratieve stijl tekent hij de wereld van zich af. Hij doet dat met Het uitzicht om 17.00 uur. Een dagelijkse serie gouaches en tekeningen waarbij De Feyter klokslag vijf uur ’s middags exact dezelfde blik vanuit zijn atelierraam vastlegt. De vaste kijkrichting toont het veranderende daglicht, het weer en objecten op de vensterbank.

    In Mensen en Ruïnes documenteert hij zijn reizen naar Syrië en het Midden-Oosten. Met voortdurend de veldwerkkoffer binnen handbereik. In Hemelsbreed schildert en tekent hij een lijn recht door Amsterdam, waarbij hij de stad van gevel tot gevel overbrugt en vastlegt. Tevens documenteert hij beeldend de verzameling van Thom Mercuur zoals aangetroffen in het Tripgemaal, voordat deze iconische plek in de Friese kunstscene werd leeggeruimd om plaats te maken voor een nieuwe bewoner. En nu dan de historische Amsterdamse zolder, de Jan Steenzolder waar hij nagelaten spullen van eerdere bewoners en kunstenaars vindt.

    Het huis van de kunstenaars. De schilders van de Jan Steenzolder. Theo de Feyter. Waanders Uitgevers, 2026. Tentoonstelling Theo de Feyter – De Jan Steenzolder. Museum Belvédère, Oranje Nassaulaan 70 in Oranjewoud. Van 20 juni tot en met 20 september 2026.

    Theo de Feyter, Jan Steenzolder, Waanders Uitgevers, Museum Belvédère
    Theo de Feyter, Jan Steenzolder, Waanders Uitgevers, Museum Belvédère
  • Onderzoek naar kunst in het verwoeste Rotterdam

    Donderdag 14 mei 1940 – 13.27 uur. De lucht trilt, de aarde beeft, het geluid is oorverdovend. Duitse vliegtuigen bombarderen Rotterdam. Het onheil davert een kwartier kort en vernietigt bijna de hele historische binnenstad. De stad is heeft het hart verloren. Het openbare leven lijkt opeens, na die 15 minuten, helemaal stil te liggen. Maar amper bekomen van de schrik slaat de feniks zijn vleugels uit en stijgt uit boven de puinhopen. Meteen al worden plannen gesmeed voor vernieuwing en herbouw. Men zit niet bij de pakken neer, maar denkt meteen aan een wedergeboorte van de deels verwoeste stad. Kunnen kunstenaars in een dergelijk armageddon overleven? Zijn zij door de apocalyptische puinhopen hun inspiratie kwijt geraakt? Of leeft de kunst door deze tegenslag juist energiek op. Van een afstand schijnt de kunstwereld weggevaagd, maar binnen de stadsmuren leeft en werkt deze als ooit tevoren.

    De uitgave ‘De Vuurvogelgeneratie’ doet daar verslag van; hoe kunstenaars in een verwoeste stad hun hoofd boven water hebben gehouden, wisten te houden. Het verhaalt over de onwaarschijnlijke bloei van een kunstwereld tijdens de bezetting. Doet verslag van hoe die donkere jaren ingrepen in de levens van een aantal bij naam genoemde kunstenaars. Kunsthistoricus en journalist Sandra Smets heeft jarenlang diepgaand onderzoek gedaan naar deze welhaast vergeten periode in de kunstgeschiedenis. In het boek verkent zij het werk en leven van een tiental kunstenaars en andere personen tijdens de bezettingsjaren in Rotterdam. Het schetst een beeld van een stad in puin. En kunstenaars die de brokstukken weer mee aan elkaar lijmden.

    Rotterdamse kunstenaars vlak na de oorlog

    Het boek volgt de handel en wandel van Rotterdamse kunstenaars tijdens en vlak na de oorlog. In een verwoeste stad die zichzelf uit de puinhopen weer opricht. Een interessant gegeven dat meeslepend is beschreven. Schilders documenteerden de geschiedenis door het kapotte centrum in tekeningen en schilderijen vast te leggen. Beeldhouwers kregen opdrachten voor monumentale gedenktekens om de 14e mei van het jaar 1940 niet te vergeten. Er was volop leven in de brouwerij. De in de haast gebouwde barakken om de middenstand tijdelijk in onder te brengen werden door kunstenaars van muurschilderingen voorzien. Er bleken in de aanloop tot herbouw van de stad voldoende gelegenheden om kunst in te zetten. Om aldus aan de buitenwereld te laten zien dat Rotterdam zich ondanks het noodlot niet uit het veld liet slaan.

    De Vuurvogelgeneratie gaat uiteraard welhaast in het geheel over die kunstenaars in deze verwoeste stad. Vele daarvan waren door het bombardement alles kwijt geraakt. Het atelier, materialen en het oeuvre tot aan die onheilsdag toe. Ondanks dat deze kunstenaars terug waren bij af en van nul af aan moesten beginnen rees de kunstwereld in Rotterdam fier uit de as. Smets doet daar met haar boek nauwgezet verslag van. Ze gaat diep en breedvoerig op de zaken in. Daarmee is het verslag echter geen droge kost, want ze heeft een plezierige hand van schrijven. De materie is zo interessant dat het resultaat van onderzoek zich makkelijk laat lezen.

    Tijdelijke werkruimtes en ateliers

    De kunstenaars worden gevolgd in hun doen en laten tijdens de bezetting. Wat de beknotting van de oorlog met hen doet. Hoe ze trachten te overleven in hun kunst, door hun kunst. Van het bombardement zelf zijn geen beelden of tekeningen. Pas dagen later worden de puinhopen vastgelegd. Voor kunstenaars worden tijdelijk werkruimten en ateliers gerealiseerd. Kunst krijgt zo plaats in de verwoesting. Eerst kan de kunst nog een tijd zelfstandig opbloeien, later komt het onder invloed van de bezetter. Is het om te kunnen functioneren afhankelijk van de bezetter. Op enkele dwarskoppen na, die met hun entartete kunst de eigen weg willen vervolgen. Zij conformeren zich niet aan wat volgens de Duitse macht juiste kunst hoort te zijn. Ondanks de moeiten die hen dat kost zetten ze volhardend door. Met alle gevolgen van dien.

    In het boek passeren vele kunstenaars de revue die een legio aan werken hebben nagelaten. Het museum Boijmans neemt in het onderzoek een bijzondere plek in. Ook al omdat de toenmalige directeur in de oorlog een dubieuze rol speelde. Aan de ene kant heeft hij veel ten voordele van de kunsten gedaan, terwijl het wel leek alsof hij naar de pijpen van de bezetter danste. Zo waren er ook diverse kunstenaars die eieren voor hun geld kozen en collaboreerden met de vijand. Om toch maar te kunnen blijven werken en aan tentoonstellingen te mogen deelnemen. Want wie geen lid was van de door de Duitsers ingestelde Kunstkamer kon het wel vergeten. En sowieso was er geen plaats meer voor Joodse kunstenaars.

    Museum Boijmans van Beuningen

    Het huidige Museum Boijmans van Beuningen heeft de smet van het verleden weggepoetst en kan met geheven hoofd de kunstwerken die in het boek worden genoemd tentoon stellen. Dat is ook gebeurd. Een speciale tentoonstelling, kunst tussen de ruïnes, waarvoor het boek de aanleiding was is nu inmiddels afgelopen. Nog daarna kan het museum putten uit de rijke collectie die de uitgave omschrijft. Een beeldenroute door de stad Rotterdam wijst de bezoeker op de kunst in de openbare ruimte die mee door het bombardement of ondanks de oorlog is ontstaan. Het boek kan echter uitstekend zelfstandig de wereld in en door. De talloze afgedrukte foto’s en schilderijen illustreren het verhaal evengoed als het museum dat heeft gedaan in een live-opstelling. En Sandra Smets is zo gedetailleerd te werk gegaan, dat in woorden de beelden als vanzelf beginnen te leven. Niet alleen beschrijft zij de kunst en de kunstenaars in een verwoeste stad, ook doet zij verslag van de handelingen van de bezetter. Zo is “De Vuurvogelgeneratie” niet alleen een boek over kunst op de voorgrond, maar wordt tevens op de achtergrond verslag gedaan van de oorlog in Rotterdam en omgeving. Een uitgave derhalve die past zowel in de afdeling kunstboeken als onder de kop historie.

    De Vuurvogelgeneratie, kunstenaars in een verwoeste stad. Sandra Smets. Uitgave Museum Boijmans van Beuningen, 2023.