Tag: Kunstlokaal No.8

  • Kijken naar de mens in Kunstlokaal No.8

    Het is wel impressief. Imponerend ook. Wanneer ik nu over de drempel van Kunstlokaal No.8 stap, ontmoeten een groot aantal paar ogen mijn blik. Boren deze ogen zich in mijn rug wanneer ik mij wend of keer. De vorsende blikken lijken mijn beschouwen te volgen. Vanaf de wanden van de ruimte is het alsof Peter Geerts – want om zijn oogopslag gaat het hier – mij aandachtig aankijkt, zijn ogen mij nazien: wat zal jij schrijven over mijn zijn? Het zijn van Geerts bestaat in dit lokaal uit een zichtbare werkelijkheid. Daar ken ik hem niet van. Hij is gewoon mij zijn geestelijke waarheid te tonen. En fijn voor mij, zijn daar enkele werken van tussen de zelfportretten gehangen. Alsof dit werk dat andere in balans brengt. Dat de tegenstrijd in werkelijkheid en abstractie zich op deze manier laat compenseren.

    Kunstlokaal No.8, Peter Geerts, Geer Steyn

    Heeft Geerts afleiding gezocht. Zijn emotie willen afreageren met rede. Zijn gevoel ligt echter tevens besloten in de werkelijkheid van zijn reflectie. In eerste instantie kijkt hij zichzelf bij het maken van een portret doordringend aan. Het eigen ik dient namelijk in beeld te worden doorgrond. Het is zaak geconcentreerd te beschouwen om aandachtig te portretteren. Wie ben ik, schijnt hij zichzelf aldoor af te vragen. Wie is deze mens. Op diverse manieren heeft hij zichzelf bestudeerd, zijn kop geschilderd. En welhaast aldoor en face of soms driekwart; je moet jezelf wel in de gaten houden. Een enkele keer sluipt de humor in wanneer het hoofd neigt of de mond openvalt, er een glimlach op de lippen verschijnt.

    Meest abstract schilder

    Echter zocht Geerts geen verzetje om eens een andere vaardigheid aan te spreken. Een opdracht aan de leerlingen in zijn schilderklas bracht hem op het spoor deze richting in te gaan. Om deze wisselwerking met zijn abstracte composities te maken. Iedere week een jaar lang liet hij zichzelf aan hemzelf zien. Schijnt hij een persoonlijke kant van zijn kunstpraktijk te hebben opgebouwd, hoewel de meest abstracte schilder zich uiteraard tevens individueel laat kennen. Zijn basis zet hij daarin vast langs wiskundige lijnen om grip te krijgen op de situatie, schreef ik eens eerder over zijn concreet kijken en ervaren. De opgelegde begrenzing overschildert hij, waardoor het vierkant verdwijnpunt wordt. Maar in het abstracte landschap is er geen omgeving, het is niets, een schijfje tijd. Een plat perspectief waarin ik verdwijn in de non-figuratie, zoals ik wordt opgeslokt door de blikken in de portretten. Bij zijn werk moet ik de gedachten op nul zetten en de blik op oneindig. Dan ontmoet ik Peter Geerts in zijn werk.

    Kunstlokaal No.8, Peter Geerts, Geer Steyn

    Geer Steyn en de menselijke figuur

    Beeldenaar Geer Steyn ontdekt in steen de menselijke figuur en ontdoet deze van restvormen. Wat overblijft is een figuur die meer weg heeft van een klomp materie dan een realistisch persoon. In steen houwt hij zich een abstract beeld, uit klei of met brons vormt Steyn een versimpelde figuratie. Het menselijk lichaam is benaderd als een soort terrein met huid, plooien, rondingen, reliëf, lijnen en oppervlakken waarin ik als het ware kan verdwalen. En waarin de kunstenaar rondkijkt en ontdekt dat de mens van nature hoekig is, zoals Evert Rinsema ooit heeft geconstateerd. Die uitspraak van de Friese schoenmaker en schrijver sluit heel goed aan bij de hoekige, geometrische benadering door Geer Steyn van de menselijke figuur. Hij is echter niet zomaar een beeldhouwer die toevallig hoekige mensen maakt. Hij heeft geleerd om de menselijke figuur te bekijken als een constructie van massa’s, vlakken en ruimten. De beelden van Steyn zijn monumentale abstracties, bouwwerken als het ware, waarbij menselijke gestalten zijn teruggebracht tot massieve, ruimtelijk opgebouwde vormen. Geconstrueerd uit steen, samengesteld in brons.

    Monumentaal klein

    De monumentale opbouw op klein formaat heeft Steyn meesterlijk voortgezet in sobere penningen. Enkel de essentie van de vorm is op de munt gezet, zodat de beeltenis een kubistisch karakter krijgt. Niet meer dan vlak en lijn kunnen plaats krijgen in de kleine cirkelvormen, maar duiden toch expressieve verschijningen. Voor Steyn is een penning óók een sculptuur: een kwestie van volume, licht en ruimte. Want monumentaal zit bij Steyn niet uitsluitend in de afmetingen. Een penning kan klein zijn en toch monumentaal denken. Het beeldende verhaal van Steyn bestaat uit de mens als vorm, opgebouwd uit massa, ruimte en zwaartekracht — en vervolgens steeds verder teruggebracht tot de essentie.

    Bij deze aandacht voor de menselijke figuur richt inrichter Marcel Prins zich op het atelier van de beeldhouwer. Peter Geerts kijkt naar zichzelf, terwijl Geer Steyn een breder perspectief heeft: de mens is losgemaakt van de individuele verschijning. Als toevoeging heeft Prins dan een installatie gemaakt die de werkruimte van Geer Steyn symboliseert. Hij heeft het gevoel van het Amsterdamse atelier ingevoerd in het kunstlokaal in Jubbega. Zo komen kijken, maken en ervaren samen in één ruimte.

    Concreet en Tastbaar. Werken van Peter Geerts en Geer Steyn bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega-Schurega. Van 5 tot en met 27 september 2026.

    Kunstlokaal No.8, Peter Geerts, Geer Steyn
  • De rest van het beeld

    Hoe eenvoudig wil je het hebben. Hoever kun je gaan in versimpelen voordat het nulpunt bereikt is. Of het doel van Wilma Vissers het bereiken van het nulpunt is, hoeft niet duidelijk te zijn. Het resultaat van haar zoektocht is zichtbaar in Kunstlokaal No.8. Want het scheppen van kunst is toch een zoektocht. Een speuren naar het persoonlijk ultieme werk. De een zoekt het in de fysieke werkelijkheid, de ander neigt naar de geestelijke realiteit. Dat zoeken zonder het ooit te vinden is voor de beschouwer van de stappen in het proces bijzonder aangenaam. Vaak lijkt een werk voor dat moment klaar en af, maar in het totale beeld is er geen voltooiing. Het is de zoveelste stap in de goede richting, het traject echter kan telkens aangepast en verlegd worden. Wanneer ik Wilma Vissers volg zie ik groei en ontwikkeling, reis en onderneming. In tekening en wandobject valt ze voortdurend terug, of beter ziet ze telkens vooruit naar, eenvoud in uitbeelding en zeggingskracht.

    De kip en het ei

    Eerlijk gezegd had ik het essay van Peter van Lier in de online De Moanne niet vooraf moeten lezen. Van Lier weet in het grote geheel veelal een enkel werk juist te treffen en daarmee de ganse expositie te vatten. Hij gaat in zijn tekst over het werk van Wilma Vissers terug naar de kindertijd. Aan de hand van de kunstenaar zaagt hij de woorden uit het alfabet en kleurt daarmee mijn beschouwing. “Ik stel me een kind voor, in de weer met een figuurzaag. Eerst uittekenen wat het wil, dan zagen, om vervolgens niet met de voorgenomen vormen aan de slag te gaan, maar met de restvormen, die bij nader inzien veel interessanter zijn”, citeer ik Van Lier. “Overblijfsels hebben geen doel, dat maakt ze voor een kunstenaar als Vissers waarschijnlijk zo aantrekkelijk om te gebruiken. (…) Zo bezien is het de taak van de kunstenaar om de dingen geen enkel doel of nut mee te geven, maar ze slechts te eren als pure aanwezigheid.” Zonder het zich te beseffen laat de recensent van De Moanne woorden uit zijn pen vloeien die ik had kunnen bedenken. Aan hem de eer van de kip, dan kruip ik wel in het ei.

    Het alfabet van het afval

    Eerder, een kleine 10 jaar terug in de tijd, zag ik het werk van Vissers in Kunstlokaal No.8. En later in verschillende omgevingen en uitgaven. Eens schreef ik daarover: “In haar wandelementen is Wilma Vissers uitgelaten levendig. Ronde vormen zetten zich opgetogen van de strak witte wanden af. Gedachten die zich in een kort moment van inspiratie hebben laten vormen, nadat indrukken zich gaandeweg in het geheugen deden nestelen. Het woord ruimte heeft niet veel letters nodig, weinig alfabet om uitbundig te spreken. Vormen die zich onderweg hebben gemaakt, bespelen deze wanden hier en nu.” En vervolgens over de combinatie met landkaarten: “Uit de zichten in het landschap ontstaan vertalingen in vlakken en kleuren. Abstracte werken die veelzeggend zijn zonder titel. Wanneer er een naam aan is gegeven duwt de blik, en daaraan gekoppeld de gedachte, mij in een richting die ik eigenlijk niet wil. Ik wil niet dat de afgewogen gecomponeerde vlakken een rivier duiden, de zee zijn of de wind verbeelden. Ik wil daar mijn eigen fantasie op zetten. Mijn eigen beeld in zien.” En nu kan ik een eigen beeld zien in wat Van Lier kenschetst als restmateriaal van het figuurzagen.

    De restvorm als begin

    Daarin beschouw ik de reïncarnatie van afval, geen recycling maar wel hergebruik. De rest van het zijn leeft in het hier en nu. Vissers verheft het materiaal dat niet was tot wat het mag zijn. En gebruikt de inhoud van het lokaal als restruimte van het object, als werkvlak waarop de beeltenis tot uiting komt. De oorsprong van het object, het eerdere gebruik van de vorm, valt in de uitdrukking niet te achterhalen. Dat is de magie, dat het beeld in het heden is waarbij het verleden is afgelegd, weggesneden ofwel afgezaagd. Uit het afval is een ander figuur gezaagd, geen nieuwe persoonlijkheid maar een karakter dat al in het wezen besloten lag. Daarmee is Vissers een beeldhouwer, een typemaker. Maar ook een beeldbouwer, een plaatmaker. Uit een bestaand beeld een andere zichtbaarheid bouwen. Dat is wat zij doet. Dat kun je als figuurzagen benoemen, ik zie het als beeldmaken.

    Kunstlokaal No.8, Henk Zwerver, Wilma Vissers

    Door kleur aan het hout te geven krijgt het een tegengestelde signatuur. Vissers laat echter delen onbeschilderd zodat in het materiaal het eigen karakter zichtbaar blijft. De nerf geeft het persoonlijke verhaal van het hout weer. Het gebruikte materiaal is dus niet enkel een drager maar behoudt het natuurlijke wezen. Wanneer papier de drager is van de vorm, speelt Vissers een spel met de beeltenis. Dan is het afval niet beeldbepalend, maar kan zij zelf het beeld bepalen. Dan zie ik meer en beter wie de kunstenaar in Wilma Vissers is.

    Een dialoog aan de muur

    Henk Zwerver plaatst een komma waar Wilma Vissers een punt zet. Dat klinkt paradoxaal en dat is het ook. Want schreef ik niet eerder dat de kunstenaar voortdurend op zoek is naar het kunstwerk dat alles zegt wat hij of zij te zeggen heeft? En dat die zoektocht nooit is afgerond, het verhaal nooit tot een slotzin komt. Toch loopt Zwerver verder waar Vissers even de pas in houdt. Geeft hij een wending aan haar verhaal. Hij heeft meer woorden nodig en is duidelijk tussen de zinnen door. Want niet wat ik beschouw is de vertelling, maar wat voelbaar is tussen de beelden. Door in een collagesfeer diverse fragmenten aan elkaar te koppelen ontstaat een waarheid. De kracht van het beeld echter is niet wat zichtbaar is, maar wat ik in de gelaagde prent kan aanvoelen. De emotie behoeft geen beeld. Zij zweeft als in een surrealistisch schilderij boven het waarneembare.

    Letters als vormen

    In de collages van Zwerver spiegelt zich het leven, reflecteert het zijn. Het verhaal dat ik aan de platen hang, de woorden die ik aan de beelden geef, zal niet de taal zijn waarin de kunstenaar zich uitspreekt. Bij kunst is dat ook geen pre. Het is er, de kunstenaar heeft er iets mee gezegd. De beschouwer mag er een indruk van hebben die tegengesteld is aan de uitdrukking. Vooral wanneer de prenten geen titel hebben, zoals in dit geval het geval is. Zonder vingerwijzing kan de gedachte alle richtingen op gaan. Wanneer de kunstenaar daar niet van gediend is zal hij of zij er een naam aan geven, zodat de toeschouwer in een vooraf bepaalde richting gaat beschouwen. Maar in het geval van Zwerver kan ik mijn gedachten ongegeneerd laten zwerven. Kan ik in de waarneembare werkelijkheid van de beeldschetsen een voor mij aanvaardbare realiteit herkennen.

    Niet alleen zijn het beeldfragmenten, ook gebruikt Henk Zwerver letters in zijn composities. En letters manen tot lezen, woorden herkennen en tekst doorzien. Terwijl de collages eigenlijk alleen maar gezien willen worden: verstand op nul en blik op oneindig, zoiets. Daarom dien ik de letters te zien als vormen, onderdelen van het beeld. Geen alfabetfragmenten, maar beeldkarakters.

    Waar het beeld verder gaat

    Het is improviseren en verkennen in Kunstlokaal No.8. Eigenlijk is het dat altijd, iedere keer weer wanneer er een duo-presentatie zichtbaar wordt. Hoewel curator Marcel Prins serieus afweegt welke kunstenaars en kunstwerken een dialoog met elkaar kunnen aangaan, blijft het een improviseren hoe dat aan de muren van het lokaal uitwerkt. Het is een verkennen van de ruimte dat uiteindelijk telkens goed uitpakt. Het verhaal heeft body, de vertelling staat.

    Improviseren en verkennen. De kunst van Henk Zwerver en Wilma Vissers bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega. Van 6 tot en met 28 juni 2026.

    Kunstlokaal No.8, Henk Zwerver, Wilma Vissers
  • Houwen in steen en stikken met draad bij Kunstlokaal No.8

    Ze heeft de vorm vrij gehakt uit harde, zware steen: Ada van Wonderen. Het ruwe materiaal geeft onder haar handen, hamer en beitel een figuur prijs die zich lang verborgen heeft weten te houden. Wanneer ik de ruimte van Kunstlokaal No.8 binnenstap en om mij heen kijk, meen ik stenen doosjes in diverse afmetingen te zien. Doosjes die nog geopend moeten worden, die nog een vorm in zich dragen, besloten houden. Dat is het spannende van de gebeeldhouwde figuren: ik heb het gevoel dat zij nog niet af zijn. Dat het houders zijn van een gedachte, een veronderstelling. Want wat zal er onder die gebeitelde, ruigharige huid schuilgaan? Wat zal de spiegelglad gepolijste aaibaarheid verbergen? De steen zal het weten; deze is beeld geworden.

    Verwonderlijk. Suggestief beeld. De suggestie is echter vals, want dit ís wat het is. Dit is niet het begin, maar het resultaat van deze kunst. Er hoeft niets open; de vorm blijft gesloten. Een blokje steen dat zich verheft op pootjes. Het volume komt los van de aarde, is uit de tijd genomen en kent, na schuren, slijpen en kloppen, een eigen moment. Op dat tijdstip kruist mijn blik tweebenen, viervoeters en veelpoten. In dat ogenblik beschouw ik het bevroren uur: een punt dat door Ada van Wonderen is stilgezet in het tijdperk van deze brokken hardheid. De steentijd. De evolutie van Belgisch hardsteen, van marmer en albast, is hier gestopt, in dit figuur vervolmaakt. Dit is het sublieme stadium. De schepper heeft gesproken: het is goed zo.

    Kunstlokaal No.8, Ada van Wonderen, Janneke Hogerheijde

    Afgemeten gedaante

    Van Wonderen hakt geen objecten; het zijn figuren die in de steen tot uiting komen. Figuranten in de tijd, met menselijke en dierlijke trekken. Benen, voeten en poten houden het lichaam omhoog. En wanneer de materie vermoeid raakt van het staan, zijgt zij neer en steekt de dikke pootjes onder de zit uit. De figuren zijn in essentie het gestel van een levend wezen: de romp naar model gevormd, zonder hoofd, schouders, knie en  teen. In de kern is dit het wezenlijk voornaamste deel; daarom krijgt het in deze vorm het meeste gewicht aangemeten. Maar eigenlijk is de gestalte als zodanig van minder belang. Zij is plomp en statisch door het gebruikte materiaal, monumentaal in detail. De bewerkte huid maakt het ding tot levende steen, een dynamische vorm. Deze huid is door de kunstenaar gebeiteld en ingesneden.

    Albast, marmer of diabaas hebben een natuurlijke belijning. Daarin hoeft Van Wonderen niet in te grijpen; de gedaante afmeten is voldoende. Door de deur kom ik de ruimte binnen, zoals gebruikelijk. Rechts, op een sokkel tegen de wand, zie ik een roodmarmeren figuurtje. Het is mooi gelijnd, natuurlijk ingetekend. Het draagt de titel ‘Zie mij’. Het is denkelijk een zelfportret van de kunstenaar die mij binnen nodigt. Maar eerst trek ik nog de bovenste lade van de tekenkast o de gang open. Daar vind ik afdrukken van houtsneden op ruw geschept papier. In veelvoud is de tweepoter een poort geworden: een grafische schets om de figuur in de vingers te krijgen.

    Kunstlokaal No.8, Ada van Wonderen, Janneke Hogerheijde

    Bij afzonderlijke tentoonstellingen laat Kunstlokaal No.8 altijd een vierkant boekje verschijnen. Klein maar fijn, met net genoeg beeldbladen en teksten om de kunstenaars voor te stellen. Niet zelden grijpen de daarin afgebeelde werken mooi in elkaar en aaneen. Deze keer is de overgang wel heel bijzonder. Schaf u het boekje aan en zie zelf de perfecte wisseling van de zwarte viervoet met witte structuur naar het witte draad op zwart kunstleer. Ada van Wonderen spiegelt zich in Janneke Hogerheijde. Hogerheijde reflecteert op Van Wonderen. Hogerheijde wordt in het boekje voorgesteld als een tekenaar met de naaimachine. In dat genoemde wit op zwart laat zij de draad uitwaaieren als een explosie: de oerknal, met klein diafragma en lange sluitertijd vastgelegd.

    Gestikt patroon

    Waar de draad machinaal door het kunstleer ploegt, ontstaan plattegronden van een niet nader te noemen woongemeenschap. Hoewel enkel het stratenplan de aandacht krijgt, nieuwe wegen zoekt, kan het zicht in vogelvlucht heel wel een moment vóór de ruilverkaveling zijn: iedere keuterboer heeft nog een stukje land dat, samen met de andere percelen, een lappendeken vormt. Of het zijn de sloten in een veenafgraving. Tegelijkertijd is het eenvoudigweg een abstracte vormgeving die geen realistisch uitgangspunt behoeft te hebben. De draad stuurt zichzelf niet langs de geleider. Het is wel een machine, maar geen zelfdenkend wezen. De kunstenaar moet de stof onder de persvoet door geleiden om een gewenst stiksel te verkrijgen. Die navigatie geeft een bijzonder effect, maar blijft enigszins naïef in uitvoering en beeltenis. 

    Kunstlokaal No.8, Ada van Wonderen, Janneke Hogerheijde

    Meer tot de verbeelding sprekend zijn de monochrome werken in rood en blauw. Althans, op afstand lijken het éénkleurige, vlakke beeltenissen. Kom ik dichterbij, dan blijken door de verwerking van draden in de huid een scala aan structuren zichtbaar, en daarmee schakeringen en verzadigingen. Het hoogtepunt hierin is de ‘Symphony in Blue’, waarbij een gele monochromie wordt overstemd door blauwe draden die vlakken verdichten of juist doorzichtig laten. Een muziekstuk waarbij de eerste viool virtuoos over de partituur van het orkest speelt.

    Aldus houwt de één in harde steen, terwijl de ander stikt met losse draden. Beiden zetten zichzelf in de tijd, beelden het moment van zijn uit. Ieder met een vreemd verlangen nieuwe wegen te zoeken. En het Kunstlokaal weet paden te plaveien om ons te laten verwonderen, iedere keer opnieuw.

    Houwen en Stikken. Werken van Ada van Wonderen en Janneke Hogerheijde bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega-Schurega. Van 7 februari tot en met 1 maart 2026.

    Kunstlokaal No.8, Ada van Wonderen, Janneke Hogerheijde
    Kunstlokaal No.8, Ada van Wonderen, Janneke Hogerheijde
  • De beleving van geschept papier

    De beleving. Natuur ervaren. Een gevoel nauwelijks te beschrijven. In poëtische volzinnen beschreven. Beter in artistieke beelden gevat. Het woord zet aan tot gedacht beeld. Het beeld geeft fantastische voorstelling. Best is het de natuur zelf. Hoewel woord en beeld geen uittreksel zijn of slechter aftreksel is, maar indruk en uitdrukking geven aan. De ervaring van de beleving. Het gevoel bij de waarneming.

    Kunst heeft een natuurlijke kant. In de natuur van de mens, de aard van het beestje, is het ingebakken. Zit het verborgen ergens diep weg in de lobi temoporales. Niet iedereen boort het aan, werkt het uit en stimuleert het. Maar iedereen heeft de gave, zonder er deel aan te nemen, ervan te genieten. Positief dan wel negatief. Het is een kwestie van smaak, het activeren van de nucleus solitarius. Bitter en zoet, zuur en hartig, mooi en lelijk.

    Kunst op papier brengt de voorstelling onder handbereik. De kunstenaar kan het beeld voelen. Er zit weinig tussen de realiteit en de indruk daarvan. Tekenen is de meest basale kunstvorm. Met een verkoold takje werden al lijnen gezet. Nu is dat verfijnd in het potlood als houder van grafiet. Dat schept al afstand, want houtskool verwerkt zich als de tuinman met de handen in de modder. De kool laat sporen na bij het tekenen, en niet alleen op papier.

    Wezen van de kunstenaar

    De beleving van kunst start bij de maker ervan. Deze vormt de waarneming om tot uitdrukking. In de ontroering kan de zichtbare werkelijkheid zich transformeren tot een abstract beeld, of herstructureren in een kunstzinnige waarheid. Dat neerzetten is de kracht van de kunstenaar, dat oppikken is het vermogen van de beschouwer. De natuur laat zich beelden, verbeelden in een landschap, een stilleven, een interieur of een portret. Zowel in het platte vlak als ruimtelijk. De natuur is niet alleen huisje, boompje, beestje. De mens heeft eveneens een natuur, ofwel is onderdeel daarvan.

    Het wezen van de kunstenaar beleeft de natuur in het algemeen. Maar verschillend van al die andere normale mensen. In het brein krijgt de natuur een gewijzigde vorm, wordt het zichtbare anders beleefd. Het huisje kan aanleiding zijn voor een abstracte vorm. Het boompje heeft kracht in een expressieve kleur. Het beestje is aaibaar realistisch in weergave. Stijgt uit boven het huis-tuin-en-keuken plaatje boven de bank. Kunst is geen reproductie van de werkelijkheid, hoort dat niet te zijn. Geen afgietsel. Een uitdrukking van een indruk. De expressie van gevoel.

    Deze gedachten komen bij me op zittend op de harde, weinig comfortabele, gymnastiekbank van Kunstlokaal No.8. Naar aanleiding van wat ik zie kom ik tot deze denkbeelden en inzichten. Maar ze raken kant noch wal en de wal keert het schip. Het houdt geen steek en het brengt me niet tot de kern. De deur van de ruimte zwaait open, er wacht een espresso in de huiskamer ernaast. Een koekje bij de koffie brengt me terug in de werkelijkheid. “Wat vind je ervan” is een retorische vraag. Men verwacht aan de koffietafel geen duidelijk antwoord. Dat heb ik ook niet pasklaar, want ik ben vergeten waarvoor ik hier kwam. Om te schouwen en te beschouwen, oordelen en te beoordelen, schrijven en te beschrijven.

    Geschept papier

    Dus teruggekeerd op mijn schreden. Verdiepend in het aangeboden werk, dat evenals de andere inrichtingen voor deze andermaal esthetisch in orde is. Gehangen is kunst op papier, en zelfs grafiek op blad gedrukt. En daar komt mijn gedachte aan natuur terug, want dat papier is niet gekocht in de winkel maar door de kunstenaars zelf gemaakt. Zij hebben de natuur van vezels gebruikt om papier te scheppen. En werken op een drager die eigenhandig is gemaakt zet de beeltenis extra kracht bij. De aard van het vel vormt de tekening die er is opgezet. Geschept papier geeft nooit een gladde ondergrond, dus de lijnen en vlakken daarop verhouden zich daarnaar en kunnen een eigen weg gaan – gewezen door de drager.

    Mark de Weijer nodigde vijf kunstenaars uit om in zijn atelier een week lang te proeven aan het maken van papier. Als een soort van project is het handmatige proces in een pilot opgestart. De resultaten worden getoond in Kunstlokaal No.8 onder de naam “Be my guest”, waarbij De Weijer de gastheer is en de vijf kunstenaars de gasten zijn. Het maken van papier is een intensieve arbeid. Maar bepaalt de maker wel tot de drager van de tekening die er naderhand op zal worden gezet. Men is dus van begin tot eind bezig met het product. De beleving is groots, de ervaring optimaal. Dat blijkt uit de ondervinding die in een publicatie is verwerkt als neerslag van het project.

    Eigen wijze binnen persoonlijk idioom

    De kunstenaars hebben ieder op een eigen wijze en binnen het persoonlijke idioom geëxperimenteerd. Lekker op dreef leerden ze de techniek van de gastheer of diepten hun kundigheid uit. Het handgemaakte papier heeft een eigen karakter die de aard van het kunstwerk bepalen. In de natuur van Overijssel werkend was deze omgeving een inspiratiebron. Dat blijkt uit de seriematige werken die in Jubbega hangen. In de expositie is het een genoegen dat de kunstwerken onpersoonlijk zijn. Dat enkel op een blad bij de tentoonstelling naam en toenaam staan aangegeven. Zonder dit blad erbij te pakken kan de bezoeker dus objectief de kunst bekijken.

    De kunstwerken zijn met elkaar in gesprek, zoals in het kunstlokaal het gehangen of geplaatste werk in dialoog is. Het vult elkaar aan en kan zelfs overlappen. Door diverse mensen gemaakt, maar kan zo uit hetzelfde atelier komen. En dat is in dit geval letterlijk ook zo, zij het dat vooral het medium in eenzelfde omgeving is gemaakt waar ook de informatie daarop de oorsprong in dit atelier heeft. De natuur, waarmee ik dit verhaal begon, is inspiratie. Tijdens het project zitten de kunstenaars daar midden in. De omgeving die verandert bij de dag. Het landschap spreekt in en door de kunst. De beleving is dus dezelfde. De uitdrukking daarvan divers. De realiteit kent een eigen taal, ook in de abstracte werken is deze te lezen. De kijker bemerkt dat de verschillende manieren van beleving prettig in en bij elkaar passen.

    Project naar idee Mark de Weijer

    Het is de sfeer van de natuur die de kunstenaars aantonen. Met en door natuurlijke materialen worden de voorstellingen op papier gezet. Het papier dat op een natuurlijke manier is gemaakt. Het zijn daarom helemaal biologisch verantwoorde producten. En ook het boek bij de tentoonstelling is gekaft in een ongerept geschepte omslag. Het is het aandeel van de gastheer in het project, die normaal gesproken niet grafisch bezig is. “Het woord omslag nam ik letterlijk: ik maakte een blinddruk van de bast van een iep in mijn tuin.” Het dekt de lading die een nieuwe kijk geeft op het werken op en met zelf geschept papier.

    Het project is een idee van Mark de Weijer. De stichting Grafein kon het mooi inpassen in de grafiektriënnale Grafiek25. De gastheer en begeleider wil de pilot met Ardi Brouwer, Jurjen Ravenhorst, Monique Kwist, Inez Odijk en Jadrankja Njegovan een vervolg geven in een jaarlijks kunstproject. Hij wil zijn atelier graag openstellen voor meerdere kunstenaars die de grafiek- en tekenkunst beoefenen, om zelf hun eigen dragers te maken. Om zodoende een kunstproces van begin tot eind te ervaren. Een belevenis!

    Be my guest. Papierproject. Tentoonstelling Kunstlokaal no.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega. Tot 30 november 2025. Behorende bij uitgave met tekst van Marie Jeanne de Rooij en ervaringen van deelnemende kunstenaars. Oplage 100 exemplaren. Stichting Grafein, 2025.

  • Buitengewoon gerijmd werk bij Kunstlokaal No.8

    Waar Els Moes zich op de vlakte houdt gaat Nies de Vuijst de ruimte in. Figuurlijk gesproken. Ik stap over de drempel van Kunstlokaal No.8 in een andere wereld. Is de rest van het oorspronkelijke schoolgebouw rommelig knus, de kunstruimte is strak in orde zodat de werken daar gepresenteerd optimaal tot hun recht komen. De witte wanden laten de tweedimensionale composities voor zichzelf, in dialoog met elkaar en tot de beschouwer spreken. En wanneer dat zo uitkomt vullen driedimensionale objecten volmondig de sfeer met hun aanwezigheid. Echter ditmaal, dat is februari 2025, is gekozen voor een duo-expositie die de wanden net genoeg vulling geven dat er geen overvloed aan beeld en ervaring is. Zoals geschreven; Els Moes kleurt het vlak waar Nies de Vuijst de ruimte neemt. En ik ga op onderzoek uit om mijn bewering te onderbouwen.

    Nies de Vuijst zag ik hier eerder, toen in combinatie met ruimtelijk werk van Nynke de Jong. Het werk kon zich destijds al meten met en was standvastig tot dat van de mede-exposant. Het bezat vrijwel alleen de wanden en kon daardoor voluit (aan)spreken. Nu is dat anders. Het moet ditmaal de wanden delen met het werk van Els Moes. Een evenredige verticale ruimte is het werk van Niels de Vuijst daarbij toebedeeld. Maar daarmee kan zij heel goed nog steeds een vuist maken. In uiterlijk, minimaal kleurenpalet en spaarzaam vormenspel, weet zij andermaal een maximum aan dramatisch effect te bereiken.

    Ongedwongen diepte

    Naast de monochrome eenvoud van Els Moes, de stilte van en in gelaagdheid, is het brede gebaar van De Vuijst wervelend en dynamisch. De verf leeft in de haarvaten van de kwast en laat zich tastbaar uitsmeren op het doek. De materie, ooit gekleurde modder aan een kwastje genoemd – want feitelijk is het niet meer dan dat, vloeit speels weg van het penseel. Stroomt overvloedig over het vlak en volgt eigenwijs daarom een eigen pad, het druipt in een dwarse richting. Er is opvallende beweging in stilstand.

    Door een soort van coulisselandschap ontstaat in de compositie een ongedwongen diepte, langs zwarte architecturale banen kijk ik naar de einder van een vroegere schildering. Er is echter geen sprake van een landschappelijke sfeer. Het schilderij is een abstracte vormgeving waarin de geest van een realiteit rondwaart. De werkelijkheid is verdwaalt in de ruimte van het platte vlak. De Vuijst heeft gelaagd geschilderd waardoor de voorgrond een achtergrond laat doorschemeren. Gebaren van eerdere handelingen vormen de basis, zijn het fundament van de latere bewerking. Er is verhaal te halen, er is geschiedenis geschreven. Door verf van de natte kwast transparant te laten uitvloeien schrijft De Vuijst haar werk uit, tekent het aan, geeft het kleur en vorm.

    Sprakeloos naar te kijken

    In de grote werken laat zij zich monumentaal gaan, hoewel de kleinere composities eenzelfde verheven uitstraling hebben. Daar ontstaat door dat eerdere genoemde doorzichtig uitsmeren een onbedoelde figuratie. Vormen die heel goed schetsen kunnen zijn voor ruimtelijke objecten. Het zijn al in deze tweedimensionale hoedanigheden met enige verbeeldingskracht driedimensionale plastieken. Suggestief roepen ze het beeld op van cortenstaal constructies. Waar De Vuijst zich krachtig uit in rechtlijnig constructivisme, laat ze achteraf minder omvangrijke werken zien waarbij de brede kwast cirkelbewegingen maakt. Daarin komt de streek tot leven en neemt een realistische vorm aan. Zelfs met de gedachte op nul en de blik op starend oneindig, doemt er een herkenbare figuratie op. Nog wel abstract in wezen, maar waar een naam aan te geven is.

    En het werk van Els Moes dan? Dat zwijgt. Althans ik sta er sprakeloos naar te kijken. Het werk neemt op voorhand niet het eerste woord. Het laat mij eerst uit de beweging van De Vuijst gaan om tot rust te komen, uit de meervoud in eenvoud te kijken, geconcentreerd te beschouwen. De monochrome kleurvlakken nemen mijn zintuigen in bezit. Ik word dan gehypnotiseerd opgenomen in het kleurrijke niets. Het slokt me op, misschien omdat ik het in eerste beschouwing niet meteen begrijp. Hoewel het maar één laag lijkt die eenvoudig valt te doordringen, blijkt het een meervoudig gelaagde compositie te zijn die zich niet meteen voor me opent.

    Verdiepend werken, diepzinnig verwerken

    Ik word in de ruimte die zich denkbeeldig achter het werk bevindt gezogen. Zoals je in een boek door de regels en langs de woorden in de sfeer van de vertelling wordt getrokken. Het intrigeert, de verbeelding gaat met me aan de haal. In eerste oogopslag lijkt het niets te zijn dan uitgestreken pigment dat aan de randen een complementaire tint aanneemt. Maar het is minder spontaan dan dat het lijkt. In dunne lagen is acrylverf op een aluminium plaat gestreken, waardoor het effect van gekleurd glas ontstaat. Langzaam bouwt Moes aan de sfeer, dat resulteert in een magische tegel kleur. De tinten verlopen fijnzinnig, mengen zich geraffineerd met afgestemde of tegengestelde kleuren. De kleurschaduwen, Moes noemt de composities shades, werken verdiepend die enkel diepzinnig door mij kunnen worden verwerkt. Daarom maken ze mij sprakeloos, ook wanneer het werk en ik samen tot een hoogtepunt in kijken komen. Het moment waarop kijken zien wordt. Is. Het werk verdient een gefocuste aandacht om de intensiteit ervan te ervaren. Sluit ik mijn ogen na intensief gekeken te hebben, verschijnt eenzelfde nabeeld op mijn netvlies. Het werk komt tot leven in mijn gedachte. Het neemt bezit van mijn beschouwing. Het kijkt terug.

    Zo ben ik om. Zetten de schilderijen van Nies de Vuijst mijn gemoed in beweging, komen mijn gedachten tot rust bij de getinte prenten van Els Moes. De Vuijst is krachtig en met grote gebaren los gekomen van de figuratie, waar Moes de abstractie in zichzelf laat verzinken. Hoewel ze hemelsbreed lijken te verschillen, vullen de werken elkaar aan. Afwijkend in uiterlijk, maar aandachtig in samenspel. Juist door die variatie is het een eenheid, kan het makkelijk door dezelfde deur. Het vloekt niet, het zingt samen het hoogste lied. Buitengewoon gerijmd.

    Kleur en beweging. Werken van Els Moes en Nies de Vuijst in een duo-presentatie bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega – Schurega. Van 1 tot en met 23 februari 2025.

  • Grondwerken en boomschrift in kunstlokaal

    Uit de grond van Hein van Delft groeit het bos van PJ Roggeband als eerbetoon aan het gedachtengoed van Louis le Roy in Kunstlokaal No.8. Hoe dat zit? Ik als bespreekman ofwel klompbreker zet daarover hieronder een boom op, dat met zoveel woorden bijna een bos is op vruchtbare bodem. Ik ben namelijk geen killer en houdt mijn darlings graag levend.

    De textuur van de aarde

    Van Delft hangt zand aan de wand, aarde aan de muur, en creëert zo een landschappelijke sfeer. Want zodra de mens een horizontale lijn ziet denkt hij dan zij een horizon te zien. Met daarboven de lucht en daaronder de aarde. Maar dat is niet wat Van Delft beoogt. Hij onderzoekt de kleur van de grond, de textuur van de aarde en wat het licht tussen en met de korrels doet. Het is de wisselwerking tussen mens en natuur die hem intrigeert. Als landschapsarchitect was hij al doende met natuurlijke vormgeving. Destijds grote lijnen volgend, het overzicht houdend. Nu gaat hij op de knieën tijdens wandelingen en verzamelt aardelementen, zandkorrels, kleiplakken, veengronden, siltlagen, leembodem en kalkgruis. Van een megazicht naar een macroblik. Met het potten van grondsoorten maakt hij zijn kunst. Nadat hij deze zoden en plaggen heeft gedroogd en gezeefd om ze gerubriceerd te bewaren, kan hij er op een later moment wanneer de inspiratie dat toelaat mee aan het werk. Met messen, troffels en spatels brengt hij de materie puur en ongemengd aan op panelen.

    Stabiliteit, vruchtbaarheid, groei

    De basale en onorthodoxe grondstof voor zijn materieschilderijen schraapt Van Delft dus van de aarde, steekt ze uit de grond. Een essentieel element dat de vaste, fysieke wereld vertegenwoordigt, dat is aarde. Het vormt de grond waarop we lopen, de aarde waarop we bouwen en de basis voor alles wat groeit en bloeit. Symbolisch staat aarde voor stabiliteit, vruchtbaarheid, groei en een diepe connectie met de materiële wereld. Maar dat Van Delft verschillende soorten grond gebruikt gaat minder diep dan ik hier benoem. Hij blijft aan de oppervlakte om daarmee het terrein van de kunst te verkennen. De kunstenaar zet figuurlijk een voetafdruk in de dunne laag aarde. Die aarde lijkt van weinig waarde, maar krijgt belang en gewicht door het op deze manier te presenteren. Als bouwstof voor kunst, ingrediënt van bezieling.

    Te gruizen en te korrelen

    De werken bezitten het pigment van het bestaan, de aardkleuren die fluctueren tussen diepbruin en zandgeel. De tinten die voorkomen in de aardlagen en zich in de aardkorst naar boven werken, zodat Van Delft deze kan delven. De korsten en plakken op de panelen aangebracht zijn meest borstelig open gewerkt. Of lijken te vergruizen en te korrelen. Ze hangen echter niet als los zand aan elkaar. De opzet in landschappelijke sfeer wordt naast de horizontale lijn nog versterkt door de lagen te groeven, de aarde te ploegen, voren door de akker te trekken. Hoewel hij dus abstracte beelden maakt, schept Van Delft toch een werkelijkheid. De aarde en het zand zijn gegrond, de klei en het veen komen van een specifieke plek. Er is niet zomaar ergens in de achtertuin een spadesteek genomen. Turf uit De Deelen, klei van de Waddenzee, leem uit Italië en zand van de Veluwezoom. De grond heeft echt betekenis voor die exacte plek, waarde voor een specifieke plaats. Die locatie is dan ook genoemd in het bijschrift van de compositie.

    Boomschrift

    PJ Roggeband zet een boom op waardoor ik het bos nog maar nauwelijks zie. In zijn installatie aan de tussenwand in het kunstlokaal toont hij wat een verzameling bomen volgens hem is. Dat is geen samengeschoolde groep stammen of een collectie met bladerdek gekroonde palen. Het is meer dan dat natuurlijke beeld, het kan worden omschreven in stemmingen en sferen. Het archief dat Roggeband uit boekfragmenten, magazineplaten en persoonlijke uitspraken van derden heeft opgebouwd zijn door hem aangevuld met eigen bevindingen, tekeningen en schetsen, kleine schilderijen. Uit dat geheel aan losse elementen heeft hij een hangend bos samengesteld en Boomschrift genoemd.

    Samenraapsel van indrukken

    De installatie is een verzameling met een bosrijke sfeer, dat tevens als handleiding of beter handreiking voor de creatie van een bos 2.0 in een versteend deel van de leefomgeving kan dienen. Hij zet een boom op als een meervoudige collage. In dat samenraapsel van indrukken verantwoordt hij zichzelf, geeft uitleg aan hoe het zo is gekomen en verdedigt zijn standpunt. Naast beeldende indrukken zijn tekstuele impressies tevens van even groot belang in de uitdrukking van Roggeband. Zijn boomhoge collage heeft naast schetsen en schilderwerken een keur aan teksten die op een schilderachtige manier op papier zijn gezet. Papier, in eerste aanvang onderdeel van de boom. Houten plankjes, teruggeven aan het geheugen van de boom.

    Grondwerken

    De kunstenaar PJ Roggeband heeft een voorliefde voor woorden van elf letters. De elfchivaris brengt deze, met hulp van vrienden en volgers, samen op een Facebookpagina. Stel je jezelf daarop scherp dan blijken er honderden woorden met elf letters te zijn. VanDalewoorden, maar ook schijnbaar bedachte woorden. Veel van deze elfletterige woorden vind ik terug in de installatie in het kunstlokaal. Kunstlokaal, elf letters. Boomschrift, elf letters. Grondwerken, elf letters. LouisGleRoy, elf letters. De naam Le Roy is onlosmakelijk verbonden aan de ecokathedraal. Ooit daar zelf aan begonnen, hij legde de eerste steen, wordt het bouwwerk tijdens zijn leven en na zijn sterven verder uitgebouwd door stapelende vrijwilligers. Het is een bouwwerk van steen, waar geen dak op zal komen. Er zal nooit worden gezegd: nu is het klaar, de kathedraal is af. Er zal in de eeuwigheid worden door gestapeld met de natuur als levend dak. Het gedachtengoed van Le Roy, zijn filosofie en werken, wordt gepresenteerd in Museum Heerenveen. De expositie in Kunstlokaal No.8 is in deze uitvoering een satelliet van het museum. Niet zo verwonderlijk, want eigenaar Marcel Prins is bouwmeester van de ecokathedraal. Dat landgoed in Mildam ligt halverwege tussen de beide tentoonstellingen in, reden er op de terugweg dan wel de heenweg even langs te gaan. Warm aanbevolen!

    GRONDWERKEN en BOOMSCHRIFT. Kunst van Hein van Delft en PJ Roggeband bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega-Schurega. Van 26 oktober t/m 17 november 2024.

  • Oorden klinken door zaagsneden in monochrome landschappen

    Je loopt er zo aan voorbij. Het is onderdeel van het leven, aan je gewoon en nauwelijks meer opmerkelijk. Tenminste wanneer het niet de aandacht krijgt die het verdient in een galerie of museum. Want in een tentoonstelling word je ertoe bepaald, trekt de blik er onwillekeurig naartoe. Dan staat het buiten jou dagelijkse zijn, neemt het een aparte uitzonderlijke plaats in. Dan is het iets, terwijl het normaal gesproken niets is. Dat is de kracht van de kunstenaar, namelijk, om van niets iets te maken. En dat is het vermogen van kunst, om het alledaagse bijzonder te laten zijn. De kunstenaar leert ons anders kijken, om een spreekwoordelijk hoekje zien. Het kunstwerk kan alles als onderwerp hebben en hoeft geen bekwame bedreven deskundigheid uit te stralen. Het is de kunst om de realiteit te vervalsen, een kopie van de waarheid maken en toch origineel blijven. Iets te maken van niets. Het oog te trekken naar om een blik te werpen op en anders te kijken in de wereld van de schone en beeldende kunsten. Kunst is een reflectie van leven, een spiegel waarin het zijn bestaansrecht heeft.

    Geen tekst nodig

    Je kijkt er zo langs heen. Ware het niet dat de eenkleurige tegels onderdeel zijn van een tentoonstelling in Kunstlokaal No.8 op dit moment. De monochrome composities hebben geen betekenis, deze bestaan. De vlakken die in licht reliëf op een paneel zijn gelegen kunnen maar nauwelijks onder woorden worden gebracht. De techniek kan besproken, de kleur onderscheiden, de strekking behandeld. “Het is bescheiden van formaat, toch straalt het in zijn meditatieve rust een monumentale natuur uit.” Dat laat het vierkante boekje bij de expositie lezen over het werk van Takashi Suzuki. En daar valt weinig meer aan toe te voegen dan dat uit het minimalistische werk eens te meer blijkt dat kunst geen grenzen kent. Niet hangt aan een bepaalde streek of specifiek land. Het spreekt een taal die ieder kan verstaan, verklankt het woord, mits men er open voor staat en het aan wil horen. De Japanner Suzuki brengt zijn werk niet onder woorden, het heeft namelijk geen tekst nodig. Het is de universele stilte die beeld heeft gekregen als wereldwijd landschap. De Oosterse mystiek waarin alles is losgelaten en enkel een contemplatief zijn de boventoon voert. Gewoon niets zijn, de gedachte leeg maken om genereus te kunnen leven.

    Place to be

    Kunstlokaal No.8 laat het werk van Monique Kwist aansluiten op deze meditatieve rust. Hoewel haar werk minder de stilte van de Japanse alpen heeft en meer de drukte van het Hollandse damrak, straalt het toch een uitgebalanceerde kalmte uit. De ruimtelijke objecten hebben door speels gestructureerde zaagsneden het profiel en het silhouet van architectuur. Subtiel volgen de lijnen de skyline van de eens bezochte oorden en plaatsen. Maar deze gelaagde afbeelding van de werkelijkheid krijgt pas vorm nadat Kwist de structuren in hout heeft gebruikt als stempels om een afdruk te maken op en in vellen papier. De vormen lijken afvaldelen uit een werkplaats voor houtbewerking. Het is echter meer dan overtollig materiaal, geen paria’s van het proces, verworpen, weggegooid. Het onbruikbare wordt in handen van de kunstenaar bruikbaar, door haar vingers tot zichtbaar element met een verhaal. Een persoonlijk souvenir dat algemeen aan kan spreken. “Ze voegt de delen samen als in een nieuwe landschappelijke en culturele taal”, spreekt het eerder aangehaalde boekje voor mij, “een verklanken van haar eigen plek, haar ‘place to be’.”

    In het oog springend

    Kort en bondig gezegd. Een tegel aan de wand en een stuk afvalhout op de vloer. Het wordt aan de kant geschopt of voorbij gekeken zolang de waarde er niet van is ingezien. De kunstenaar verheft het ongeziene voorwerp tot gewichtig object. Hergebruikt onze blik op onbemerkte dingen, recyclet echter de zienswijze en niet het voorwerp op zich. Dat ding blijft het eigen karakter houden, maar krijgt een gewijzigde aard door de kunst toegezegd en aangemeten. In deze paradox wordt het onopvallende opvallend, het onbeduidende duidt een diepere laag van betekenis. In de samenhang oord en klank is dat onmiskenbaar afgetekend. Het werk is in Kunstlokaal No.8, en overal in het oog springend.

    Tentoonstelling “oord en klank”, werken van Monique Kwist en Takashi Suzuki bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega-Schurega. Van 31 augustus tot en met 22 september 2024.

  • In stilte van de dialoog hoor ik mezelf ademen

    In de door zonnestralen aangelichte stilte van Kunstlokaal No.8 is het sereen rumoerig. De werken in die ruimte zijn zwijgzaam onderling in gesprek. Roezemoezig staan ze elkaar in beeld te woord. Als bezoeker aan de tentoonstelling voel ik mij een indringer. Echter probeer ik niet al teveel onrust te brengen. Ben ik angstvallig afzijdig. Loop op kousenvoeten zodat mijn schoenzolen niet piepen op de krakende houten vloer. Het storende geluid zal de werken opschrikken uit hun samenspraak en mij geen toegang tot hun duiding geven. Daarom ben ik contemplatief aanwezig, zoek de rust als van een kloosterling in mezelf om de kunst te kunnen beleven. Meditatief beschouw ik wat het kunstlokaal mij doet zien. Kijk ik in gedachten verzonken om het gesprek te volgen tussen de werken onderling. Dan richt het werk zich als vanzelf tot mij, word ik één met de tentoonstelling. Dan hoor ik zoals ik nog nooit gezien heb.

    Spannende ondertoon

    Ditmaal converseren de foto´s van Hans Sas met de tekeningen van Bowe Roodbergen. Bevraagt de stilte het vergezicht. Beantwoordt een tijdloos weidse horizont een zinnig diep-kijken. Hans Sas beziet met zijn cameralens objectief de natuurlijke ruimte. In de grootsheid vangt hij net het detail dat ongezien is maar hem de aandacht trekt. Met een scherp oog voor het creatieve element in de verder gewoon zakelijke omgeving. De creatie wordt recreatief ingevuld. In wat we dagelijks om ons heen zien merkt Sas de spannende ondertoon. Wij kijken wel maar zien niet, wij horen wel maar luisteren niet. De fotograaf ziet voor ons waar wij allang overheen en -langs kijken. Afgevallen blad op bewortelde grond. Bekalkt krathout. Naambordjes in bloembed zichtbaar door het glas van een antieke tuinkas. Je merkt het niet op, maar wordt er door Sas bij bepaald. Hij trekt mij in de sfeer van het landschap. Hij laat mijn blik bewegen over zijn uitzicht. In stille gewaarwording roept de bevroren stemming spanning op. De meerpaal lijkt de einder te stutten, laat zich spiegelen in het water en vormt met een dijkje een rustig perspectief.

    Het werk van Hans Sas rijmt met dat van Bowe Roodbergen. Het vormt geen kwatrijn of sonnet, heeft geen refrein of rondeel. Maar is een vrij vers waarin de beeldspraak het ritme bepaald. De gestileerde ollekebollekes en haikus zijn in balans. Er is halfrijm, volrijm en eindrijm. En, dat is het meest interessant, er is binnenrijm. In de versregels van de fotografie bijvoorbeeld rijmen twee gelieerde prenten. Dat uit zich vooral in de beelden van het landschap. Groene basaltblokken van een pier weerklinken in de groene greppel tussen geploegde aarde. Verrotte dubbele rij palen waaieren naar de einder zoals een stroompje meanderend een weg zoekt in het waddenslik. Het rijm schept rust, de stilte is niet ver weg. De werken zingen samen een woordloos lied, declameren zwijgzaam een regelloze volzin.

    De realiteit laat zich vertalen

    In zijn werk maakt Bowe Roodbergen de stilte voelbaar zoals Hans Sas het zichtbaar maakt. Vooral in de tekeningen van Roodbergen is de poëzie nooit ver weg. Ritmisch bewegen vlakken zich over de ruimte op papier. De vijftig tinten grijs worden onderbroken door zwarte lijnen of een lichte kleurtoets, welke de compositie spannend maken. Het breekt schreeuwend de fluisterende sfeer van het potlood open. Het stileert de werkelijkheid in abstracte vormgeving. De realiteit laat zich vertalen door een aandachtig opmeten van vormen, uitmeten van vlakken. Het landschap is verkaveld, de omgeving is opgedeeld in segmenten aarde. De wereld gerubriceerd. In ´BR 24-5´ geeft een rasterende ruitvorm een nieuwe kijk op een plantaardige vorm en rijmt op de gouden en zilveren ´Vierkantjes Ag´, die zich spiegelt in het papieren object ´BR 21.12´. Ook hier heeft de dichter, samensteller van de expositie, gezorgd voor een beroerende binnenrijm.

    En natuurlijk grijpen de foto´s de aandacht, waar de tekeningen een dieper inlevingsvermogen eisen. Wanneer beide kunstenaars zich spiegelen aan een voorganger wordt de poëtische inslag meer dan voelbaar. Het landschap van Willem van Althuis vertaalt zich in enkele composities van Roodbergen, terwijl Sas de visafslag van Laaxum ter hand heeft genomen. Nevel omhult het met een filter opgenomen gebouwtje. Het vervallen pand is meermalen door Van Althuis geportretteerd, gerenoveerd door olieverf in een serie stillevens. Daarop sloeg Hans Sas aan en heeft een rij foto´s bewerkt waarop de afslag letterlijk beeldend in de vergetelheid schijnt weg te zakken. Bowe Roodbergen raakte onder de indruk van het consequent reduceren van de werkelijkheid. Van Althuis liet op meerdere van zijn werken alles verdwijnen in een waas, alleen de essentie van de atmosfeer bleef over. De wereld is klein op zijn schilderijen, zoals deze beperkt is in mist met 50 meter zicht. Maar ondertussen mysterieus groot, omdat je niet weet wat er achter dat begrensde zicht zich afspeelt. Roodbergen legt over de zwarte nevel op de einder een witte lijn, daarmee tekent hij een horizon waardoor de omgeving handzaam blijft, tastbaar en begrijpelijk.

    Stilte, ademen. Expositie werken van Bowe Roodbergen en Hans Sas bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega-Schurega. 6 tot en met 28 april 2024.

  • De camino van Antón Hurtado heeft geen stip op de horizon

    Hij vindt zijn inspiratie al wandelend langs ’s Heeren wegen. Dolend en dwalend door de landschappen van Navarra en Baskenland. Zijn thuishaven is Bilbao, zijn geboortegrond Pamplona. Door die stad loopt een pad naar Santiago de Compostella in Galicië. Het einde van de voettocht naar de relieken van de beschermheilige van Spanje, apostel Jacobus de Meerdere. De oude Keltische weg naar het verre westen, het einde van de wereld – finis terrae. Deze wordt nu schoorvoetend, stapvoets maar met opgeheven hoofd aangevangen. Als is het een pelgrimage, als doet men boete. Of als is de reiziger op kalme zoektocht naar God en komt zichzelf tegen langs berg en dal.

    Antón Hurtado echter loopt om zijn kunst te laven. Caminar para disfrutar del arte. Zijn wandeling is de voedingsbodem voor zijn scheppen, en camino a crear. Hij is over dat Jacobspad gegaan, hij heeft heuvels bewandeld en bergen beklommen. Op zoek naar de essentie van het landschap. Onderweg details registrerend. Schetst deze in een realistische stijl om het gevoel en de idee bij die plek vast te houden. Maakt aquarellen van het landschap en werkt deze thuis in het atelier uit in abstracte composities. Daar in de werkruimte vindt hij uiteindelijk het wezenlijke van de omgeving, de kern van de realiteit.

    Het op weg zijn, om het kijken, de beweging

    De Spaanse kunstenaar laat op dit moment zijn werk zien bij Kunstlokaal No.8 in Jubbega. Naast de zichtbaarheid van het landschap is het surreële daarvan geplaatst. Om het verhaal duidelijk te maken verduidelijkt galeriehouder Marcel Prins. Surrealisme als in bovennatuurlijk, het onzichtbare zijn. De lijnen en vlakken die in de natuur te herkennen zijn wanneer ik er oog voor heb. Meestal zijn deze landmerken overwoekerd door mijn gedachten. Door aannames op welke manier ik zal kijken. Vooroordelen hoe de wereld erbij hoort te liggen. De vertaling van Hurtado overzie ik niet, in eerste instantie. Deze ligt evenwel voor het oprapen, aan mijn voeten zo gezegd. In de lappendeken kan ik de voetstappen van de kunstenaar volgen. Met hem oplopen. Want in zijn werk gaat het om het op weg zijn, om het kijken, de beweging en het maken.

    Hij is letterlijk op weg door de landschappen van zijn geboortestreek. En figuurlijk op reis door zijn leven, door het oeuvre. Hij gaat almaar door, loopt volhardend voort. Maar niet recht op zijn doel af. Dat zou zijn eindpunt betekenen. Daar is de kunstenaar niet aan toe, nog. Hij wil onderzoeken, experimenteren. Het landschap onderwijst hem, hij is de leerling en leert doorlopend. De vormen en kleuren, de ruimte en het licht, neemt hij tijdens de voettochten mee in zijn schetsboek. Op de wandelingen legt hij zijn waarnemingen vast. Deze geschetste herinneringen werkt hij uit tot de idee zichtbaar wordt, het ondervonden gevoel op die plek.

    Wandelen er twee zielen langs de historie met éénzelfde gedachte

    Het is zijn emotie die in hoekige vlakken op doek en papier staan. Deze vertaling van de veelvormige realiteit tot enkelvoudige abstractie laat mij het tweeluik “zuurkoolpakhuis” van Willem van Althuis in gedachten komen. Willem deed toen in al zijn ongekunstelde oprechtheid wat Antón overdacht en weloverwogen nu doet. Onbekend als Hurtado is met dat werk blijkt de geest dezelfde. Wandelen er twee zielen langs de historie met éénzelfde gedachte. Lijkt Willems’ idee gereïncarneerd in Antóns’ denken. De laatste heeft deze aanzet sterk en tot in finesse uitgewerkt. Maar de geest van de kunst waart door alle landen. De kunst kent geen grenzen. Friesland is een provincie van Spanje. Kunst is niet taaleigen. Iedereen kan het spreken en elke verstaander kan het beluisteren. Soms alleen moet je de toespraak vaker horen om de uitspraak te doorzien.

    Antón Hurtado verstaat het landschap dat hij bewandelt. Hij doorziet de omgeving op zijn voettocht. Registreert de zichtbaarheid. Legt zijn ervaring vast in transparant geschilderde horizontalen en verticalen. Net als de flora en de fauna in dat landschap ontmoeten deze wiskundige eenheden op doek elkaar. Daardoor en daarmee worden nieuwe vormen gemaakt. De creatie neemt niet altijd duidelijk de oorsprong in herinnering. De horizon die het landschap tekent is veelal ver te zoeken of helemaal niet aanwezig. Want de kunstenaar graaft dieper dan de zichtbare werkelijkheid. Het is zijn realiteit die is ervaren en ondergaan bij het kijken. Het is een herschepping van de veelheid aan indrukken. Die verscheidenheid wordt gereduceerd tot een enkelvoudige uitdrukking. De essentie van zijn reflectie op het landschap.

    Na elk volgend schilderij kan de vormgeving met nog minder beeld toe

    Is voor de pelgrim Santiago de Compostella het einddoel, of Mekka, of Trondheim, of de Sint Pietersberg, of waar dan ook om zich te bezinnen. Voor Hurtado is het wandelen naar en aankomen op een bepaalde plek niet het eindpunt. Eigenlijk begint dan pas zijn tocht, zijn reis naar de verdere grens om deze vervolgens over te steken. De doelstelling wordt voortdurend gewijzigd. Hij tekent zijn eigen plattegrond uit, maakt zijn persoonlijke navigatie. De stip op de horizon wil hij niet bereiken, nog niet. Het oeuvre breidt daarom almaar uit. Wordt breder en verdiept zich gaandeweg. Want iedere keer en na elk volgend schilderij kan de vormgeving met nog minder beeld toe. Om de bodem te bereiken, het hart sneller te laten kloppen. De kern te halen, te komen tot het wezen. Iedere volgende creatie is het doel, de bestemming die bij leven nooit zal worden bereikt.

    CAMINAR. Tekeningen en schilderijen van Antón Hurtado bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega-Schurega. 7 tot en met 29 oktober 2023.

  • De magie van het rondspelen van de bal

    De circulaire samenleving. Het is aan de orde van de dag. Kranten schrijven het ons voor. Praatprogramma’s zeggen het ons na. De politiek legt het ons uit. Dat is waar wij naar toe moeten. Een economie die recycling hoog in het vaandel heeft. Wil de aarde in de toekomst leefbaar zijn. Want de grondstoffen raken op, de aarde is welhaast uitgeput. Wij moeten datgene wat gebruikt is hergebruiken. Niet afdanken en weggooien, maar repareren of omvormen. Her- moet ons gelauwerde voorvoegsel worden.

    Het is dat geen enkele molecuul ooit verdwijnt. Wat er is was er altijd en zal eeuwig blijven. Althans zolang de aarde rond is. Stortplaatsen van afval zijn de nieuwe mijnen. Daar ligt onnoembaar veel materiaal opgeslagen om te hergebruiken. Daar kan oneindig veel energie worden aangeboord. Er zijn al veel initiatieven om de aarde in vorm te houden. Dat deze niet beurs getrapt raakt en misvormd als afdankertje door het heelal zal gaan zweven. Uitgemolken en leeggezogen.

    Kunstlokaal No.8, Astrid Meijer, balfiguren, ruimtelijke objecten

    De kunstenaar kan worden ingezet als profeet

    Kunstenaars groeien met de tijd mee. Groeien eigenlijk voor de tijd uit. Zijn in voor verandering. Lopen vooraan met nieuwe ideeën en gewijzigde beschouwingen. Hun werk evolueert, zoals alles op aarde dat zou horen te doen. Kunstenaars lopen voor de massa uit, zijn de voorhoede, de kopgroep. Het peloton, de grote massa loopt daar achter aan, eerst schoorvoetend en aarzelend. Ook wel protesterend en er schande van sprekend. Maar naarmate de tijd vordert is de idee voor zoete koek aangenomen. Is er enthousiasme over nieuwe inzichten en wordt de nieuwe kunst op handen gedragen. De kunstenaar kan worden ingezet als profeet. Vanaf zijn of haar positie, of dit de pilaar of het sinaasappelkistje is dat doet er weinig toe, kan hij of zij de nieuwe weg verkondigen. Met de kunst en de werken die deze voortbrengt kan een spiegel voorgehouden worden. We kijken naar onszelf en zien wat er mis zal gaan. Die spiegel is wel beslagen of er zitten barsten in, daardoor is de boodschap niet altijd goed duidelijk. Maar wie serieus kijkt en beter ziet, het glas schoonveegt en de scherven bij elkaar raapt, zal de bedoeling begrijpen.

    Kunstlokaal No.8, Astrid Meijer, balfiguren, ruimtelijke objecten

    In een eerder leven leren ballen

    Eén van de kunstenaars die als een puzzelstuk past in de cirkel van het herwinnen van gebruikte materialen is zeker Astrid Meijer. In een kunststroming die zich bedient van het hergebruik van bestaande middelen sluit zij perfect. In haar werk vormt zij bestaande constructies om tot nieuwe figuren. Het hergebruik is daarbij geen terugwinning van het doel waarvoor het ooit gemaakt is. Door haar handen ontstaat een andere toepassing, een tegendraadse benutting. Het resultaat is een kunstzinnig object waarin het eerdere karakter nog valt te ontdekken. In de kunst heeft het de eigenheid als voorwerp verloren, er is een nieuw wezen ontstaan dat ons aan het denken kan zetten.

    De rondingen, die Astrid Meijer vakkundig uitvouwt en tot objecten beeldt, waren in een eerder leven leren ballen. Totaal uitgediende voetballen met de textuur van een versleten planeet, gebutst en pokdalig. In een gedaantewisseling laten deze gesloten cirkels zich openen tot wat ze nu zijn. De gebruiksvoorwerpen zijn opgewaardeerd tot wezens, nadat Meijer deze ontrafelde tot op de draad. Delen van lichamen. Model staand voor wat Meijer met het oude en gebruikte materiaal doet: er een nieuw leven in blazen. Mooier nog in deze reïncarnatie dan dat ze als creatie eerder waren. Het volgende leven is een stapje hoger in de esthetiek. Het vraagt aandacht, zoals een rups die zich ontpopt tot vlinder.

    Kunstlokaal No.8, Astrid Meijer, balfiguren, ruimtelijke objecten

    Het legt een onderhuidse ziel bloot

    Ooit was de bal rond. In het spel is dat bolronde lichaam afgetrapt, weggeschopt. Stuk gescheurd, lek geworden. Rijp voor de stort, de vernietiging. Maar dan springt Astrid Meijer in de bres voor het onmachtige ding. Dat alleen heilig is wanneer deze het doel raakt. Aanbeden wordt en toegezongen. Heeft het echter zoveel doelen gezien dan dat het lief is, koppen geraakt en voeten gevoelt, dan is het af en lijkt het leven klaar. Het wordt uitgefloten en afgesnauwd. De kunst echter maakt dan van niets weer iets. Dat wat de functie heeft verloren of dreigt te verliezen geeft het een nieuwe zin, een hoger wezen. Het legt een onderhuidse ziel bloot. Het is de kunst de bestaande vorm te ontleden om het gebruik ervan te herzien  Eigenlijk is alles voor kunst nog bruikbaar. Bedient de kunstenaar zich niet enkel van verf en palet, hamer en beitel, maar weet deze ook weg met wat door gebruik wezensvreemd werd. Het vergt een creatieve gedachte om in de platgetrapte cirkelvorm een ander object te zien. Om het gekneusde voorwerp recht te buigen en een nieuw doel te geven. Verfijnd en inventief, want de lat ligt hoog.

    Meijer gebruikt in haar kunst de gelooide leren voetbal als materiaal. Hooligans zullen het misbruik van hun heiligheid noemen. Het is een hergebruik van een ding dat zich ruimschoots als bal heeft bewezen. De kunstenaar snijdt het open, fileert als het ware het lichaam. Spreidt de afgeknotte icosaëder uit en legt van de 20 zeshoekige en 12 vijfhoekige vlakken een nieuwe vorm. Al naar gelang de voorstelling dat toelaat gebruikt ze weinig of meerdere vlakken. Die vlakken lijken wel op honingraatcellen. Samen sterk in eenheid. Meijer laat deze vlakken hun karakter behouden, maar puzzelt zich ook wel een andere aard voor het object. Alleen die hoekige zijvlakken doen nog denken aan het vorige leven als bal. De nieuwe vorm heeft een eigen zeggingskracht. Een bijzondere uitstraling.

    Kunstlokaal No.8, Astrid Meijer, balfiguren, ruimtelijke objecten

    De honingraat en het vijfkant vormen echter wel een beperking voor het samenstellen van een object. Het is een hulpmiddel om te beelden, maar vormt ook een belemmering om uit te drukken. Het vergt een hoge mate van creativiteit om uit die gebondenheid los te komen. Om de grenzen van het materiaal te zoeken en deze barrières te slechten. Meijer weet het uiterste in de bal te vinden om daar krachtige expressies mee te maken. Die, althans in de expositie bij Kunstlokaal No.8, nergens rijmen en gaan vervelen. Wel komen vormen bekend voor omdat ik aan andere wanden soortgelijke figuren zag met net een andere twist. Maar het blijven originele modellen en de bal is nog bij lange na niet uitgemolken en leeg gezogen.

    Magie, solotentoonstelling Astrid Meijer bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega-Schurega. Tot en met 25 juni 2023.

    Kunstlokaal No.8, Astrid Meijer, balfiguren, ruimtelijke objecten