Tag: landschap

  • Kunstenaars in weer en wind voor beek in beeld

    Het landschap, dat vormt door de eeuwen een inspiratiebron voor kunstenaars. En uit die bron, die maar nooit lijkt op te drogen, worden eindeloos veel composities geput. Het is het land waarin we leven, het schap dat ons bestaan schept. Het is onze omgeving, het is ons zijn. Niet zo vreemd dat dit thema in veel variaties opduikt in de beeldende kunst. Het landschap is veelvormig en kan vanuit legio standpunten worden bekeken. Over dat landschap is de mens niet altijd een beste hoeder. We vergeten vaak dat wij de aarde niet van onze ouders hebben geërfd, maar het van onze kinderen lenen. Deze uitspraak van de Haida-indianen lees ik in de uitgave “Beek in Beeld”. Een boek dat het beschermde gebied waar onder meer de Drentse Aa de stroom vindt als onderwerp heeft. Negentien kunstenaars zijn langs de beek op pad gegaan om het terrein in de eigen stijl en techniek in kaart en in beeld te brengen. Het boek documenteert deze smalle rivier, stromend door de provincies Drenthe en Groningen. Het stroomgebied is in vakken opgedeeld waarmee de kunstenaars die zich voor het project hebben ingeschreven aan het werk konden met  natuur en omgeving. In het boek worden die delen apart besproken en tonen de illustraties hoe het terrein de afzonderlijke kunstenaars heeft geïnspireerd.

    Verslag project

    Wanneer gesproken wordt over het landschap in de kunst, dan is vrijwel meteen de gedachte ‘huisje, boompje, beestje’. Een realistische verwerking van de zichtbare werkelijkheid. Maar daarover gaat het in de hedendaagse kunst allang niet meer. En ook eertijds bracht de kunstenaar wel wezensvreemde elementen in om daarmee een verhaal te verduidelijken. De kunstenaars van “Beek in Beeld” zijn langs het water aan het werk gegaan met dat wat ze zagen. Dat is het uitgangspunt, zichtbaarheid. Dan volgt de emotie, het gevoel welke dit landschap geeft. Ergens in het boek lees ik dat een kunstenaar het landschap uitkleedt, het ontbloot van overbodige elementen zodat de naakte waarheid resteert. De essentie van dat landschap voor die kunstenaar. De kunstenaar, meestal schilder of tekenaar, trekt het veld in om inspiratie op te doen. Werkt en plein air aan het schilderij of de tekening. Of schetst zichzelf de sfeer, maakt foto’s rondom, neemt als het ware her landschap mee het atelier in om daar uit te werken. De schetsen en de herinnering maken dan het uiteindelijke beeld.

    Het boek is een verslag van het project. Het is niet alleen een kunstboek waarin het resultaat van noeste arbeid langs de beek is opgenomen, maar dat ook in teksten aandacht besteedt aan verleden, heden en toekomst van de streek. Een historische beschrijving van het gebied documenteert het ontstaan en geeft het bestaan een gelaagde inhoud. De provincie Drenthe kent dierbare hoogtepunten in het landschap en trekt daarmee rustzoekers en natuurliefhebbers naar zich toe. Het is van oudsher een stille provincie, een arme streek. De stilte is echter wreed doorbroken en de armoede is allang verleden tijd. Maar de sporen daarvan zijn in het landschap nog altijd te vinden. Echter zijn de keuters herenboeren geworden, de kleine arbeidershuizen zijn verbouwd tot luxe koopwoningen, de kronkelende landwegen zijn tot snelwegen recht getrokken, beken werden kanalen.

    Resultaat project tentoonstellen

    De stilte wordt echter allengs teruggewonnen, het eenvoudige gaandeweg gekoesterd. Niet langer wordt het landschap waardoor de beek stroomt ingezet voor eigen gewin, maar komt de winst van het behoud ervan op het conto van het algemene nut. Het gekanaliseerde water wordt terug gemeanderd, polders worden weer natte veengebieden. De klok wordt voor flora en fauna teruggezet. En dat is het sterkst zichtbaar langs dat beek dal van Amen tot Haren. De kunstenaars registreerden en documenteerden het gebied, niet enkel zoals het zich in werkelijkheid voordoet maar meer hoe het aanvoelt, hoe het ruikt en welke geluiden er te horen zijn. Die ervaring hebben zij verbeeld in de kunstwerken. Maar nadat het water van de bron via het stroomgebied uiteindelijk in het Noord-Willemskanaal uitmondt om via het Reitdiep en het Lauwersmeer in de Waddenzee terecht te komen, is het boek nog niet uit.

    De samenstellers wilden de werken als resultaat van het project tentoonstellen op een plek in Drenthe tot relatie met de beek. Deze was om verschillende redenen niet voorhanden zodat werd uitgeweken naar het Groninger land. Landgoed Nienoord in Leek kwam in beeld en wilde de tentoonstellingsruimte wel beschikbaar stellen, mits een deel van het project ook over Groningen zou gaan. Daarom togen de kunstenaars na afronding van de beek het natuur- en waterbergingsgebied de Onlanden in, grotendeels gelegen in Groningen en via een kunstmatige weg aan de beek verbonden. Daar werden opnieuw de veldezels uitgeklapt en de omgeving vastgelegd, hoewel de kunstenaars er eigenlijk al klaar mee waren. Het heeft nog mooie platen opgeleverd als aanvulling op het project. En aldus kon Nienoord de gestelde voorwaarde in hun statuten waarborgen, dat ze aan de provincie Groningen gerelateerd werk laten zien. Tot slot is dan ook een essay over de historie van het landgoed opgenomen. Een kers op de taart zou je kunnen zeggen. Hoewel het gebak er zelf ook al smakelijk uitzag.

    Informatieve teksten

    De beek, voortkabbelend met diverse namen van Amerdiep en Oudemolense Diep, van Looner Diep en Oude Aa – pas in het Groninger land stroomt het water als Drentsche Aa, is een goed bewaarde biotoop, waarin de mens voordat het beschermd gebied werd veel kapot heeft gemaakt. Het beekdal is nu een belangrijke proeftuin voor verantwoordelijk menselijk handelen. “Anno 2025 zijn mens, klimaat en water bepalend voor de huidige staat van het landschap en voor de toekomst ervan”, lees ik in het boek. Het is een van de informatieve teksten die Egbert Meijers, ambassadeur van de Drentsche Aa, bij elk hoofdstuk heeft geplaatst. “Het stroomdal (…) biedt als laatste natuurlijke reservaat nog enige bescherming en een alternatieve habitat voor zangvogels. Recentelijk voelen otter, nijlgans en bever zich thuis in het stroomdal. Ook de wasbeer leeft inmiddels in het gebied. En de zwarte ooievaar is er waargenomen.

    Net als de kunstenaars in weer en wind verbinding hebben gezocht met dat wat hen inspireert, beweegt Meijers de lezer met zijn schrijven oog te krijgen voor één van de mooiste en best bewaarde beken die ons land nog rijk is. Enthousiast somt hij de rijke variatie aan planten-, struiken- en bomensoorten in het gebied op. Het zijn er meer dan ik voor mogelijk had gehouden. Een verstild paradijs in het te drukke en overvolle Nederland. Een gebied waar we trots op moeten zijn en dat in het boek “Beek in Beeld” aantrekkelijk is gevisualiseerd.

    Beek in Beeld. De Drentsche Aa verbeeld door hedendaagse kunstenaars. Met voorwoord van Jetta Klijnsma, commissaris van de Koning in Drenthe. Tekst Egbert Meijers, Erik van Ommen, Geert Pruiksma. Uitgave Noordboek i.s.m. Beeldende Kunstenaars Vereniging Drenthe, 2025.

  • Jan van der Kooi is zichzelf wanneer niemand kijkt

    Het schijnt zo eenvoudig te maken. Het zelfportret. Want je hebt jezelf toch altijd bij je. En stil model zitten is makkelijk, want geconcentreerd kijk je naar jezelf dus onbeweeglijk in de houding ben je sowieso. Het lijkt niet moeilijk. Een landschap tekenen. Het ligt er statisch bij. De enkele windvlaag die de boomtoppen vriendelijk doet zwaaien, de troep vogels die rumoerig overvliegt, het storende gezoem van een bij op zoek naar honing – je hoeft dat allemaal niet te registreren en vast te leggen in krijt op papier. Zo gemakkelijk is dat echter allemaal niet, schijn bedriegt. Tekenaar Jan van der Kooi weet dat en onderkent dit. Het model is onder handbereik, maar blikt iedere dag anders, elk moment heeft een eigen oogopslag.

    Een kop tekenen is geen sinecure. Men gebruikt zichzelf wel om de portretkunst te oefenen. Om het kleurgebruik van huid en haar in de vingers te krijgen. Glimmertje in de ogen, stand van de neus, glanzende lippen – het maakt en breekt de herkenning. Je hebt jezelf zoals geschreven bij de hand, dus dat maakt je bijdehand om te schetsen met potlood en verf. De plaatsing van ogen, neus en mond kan naar verhouding correct ingepast worden. Maar om daaraan een stemming te geven of een karakter in te brengen is minder ordelijk te doen. De gelaatkunde in de beeldende kunst is van een andere orde. Het is een kunst op zich om de persoonlijkheid in een portret te brengen, de ruimte in het vlak te krijgen.

    Iedere lijn

    Iedere lijn in Van der Koois zelfportret heeft een functie, is doelbewust gezet. Elke stip of veeg is belangrijk als onderdeel van het geheel. Evenzo geldt dit voor het landschap, dat eigenlijk een portret is van de omgeving. Het schijnen allemaal beelden of beeltenissen van eenzelfde karakter; het portret Van der Kooi, het landschap De Veenhoop. In het geval van het zelfportret klopt dat. Bij het landschap valt dit tevens te rijmen, hoewel wanneer je hier of daar kijkt en dus van standpunt verandert en zichtlijn wijzigt de indruk anders is.

    Iedere dag heeft de eigen zorgen en deze tekenen zich af in de uitdrukking van het gelaat. Eigenlijk toont Van der Kooi in het portret een getekende autobiografie. Uit de koppen straalt zijn levensverhaal. Het is een serie in zijn oeuvre, voor iedere week een portret. Zo zie ik hem door de tijd gaan, het zijn leven. In de rimpels lees ik zijn geschiedenis zoals de tijd uit de jaarringen van een boom gepuurd kan worden.

    Geen dood getekende afbeeldingen

    Jan van der Kooi toont in Museum Belvédère veel van die zelfportretten en een veelvoud aan landschappen. Onder de titel “Wie ben je als niemand kijkt”. En inderdaad kijkt er niemand wanneer hij zichzelf vastlegt in het atelier. Turend in de spiegel naar Jan. Wie is hij dan, op dat moment. Niemand ziet hem zwoegen op zijn eigen karakter. Volgens mij is hij daar zichzelf, is hij daar Jan die Van der Kooi vastlegt. En dan, wanneer deze tekeningen een tentoonstelling krijgen en worden gezien, waar kijk ik dan naar, wie zie ik dan. Ik zie Jan, hemzelf, dat is hij. En hij kijkt me wel vorsend aan, zijn getekende blik doorboort mijn gedachten. Het is alsof hij mij doorziet, mij oogt wie ik ben. Terugkijkt vanaf het papier. Hij zag zichzelf, maar in het museum ziet hij mij. Priemende blik, gefronste wenkbrauwen. Veelal met de bril op de punt van de neus beschouwt hij mij, kijkt over het montuur en bepaald mijn blik. Hij biologeert mijn wezen, waar hij eerst zich concentreerde op het eigen zijn. Die onderzoekende oogopslag speurde naar het wezen achter zichzelf, het bestaan in de plooien van het eigen gezicht. En nu deze portretten de ruimte vinden staren ze vanaf de wand naar mij en al die andere bezoekers.

    De werken van Van der Kooi zijn geen dood getekende afbeeldingen. Geen tot in de poriën en tot in de grassprieten vastgelegde werkelijkheden. Hoewel deze realistische portretten en landschappen herkenbaar en plaatsbaar zijn, heeft Van der Kooi er een abstract wezen ingebracht. Als de Schepper er leven ingeblazen. Het zijn geen plaatjes maar levende voorstellingen. Met veel beweging in de lijnvoering is het alsof het portret een knipoog geeft, alsof er opeens een wolf uit het struikgewas kan opduiken. Ik hoor hem grinniken, Jan, zich verkneukelend over al dat aapjes kijken en die verbaasde en bewonderende blikken. Ik hoor de vogels fluiten boven de velden, de zuchtende wind die de bladeren laat ruisen. Van der Kooi heeft de ziel van het wezen geraakt. Zijn wezen en dat van het landschap.

    Langs de boorden van de Veenhoop

    Van der Kooi werkt in traditionele tekentechnieken en heeft een geheel eigen stijl ontwikkeld die het midden houdt tussen realisme en expressionisme”, lees ik op het tekstbord bij de tentoonstelling. Het zijn derhalve geen oppervlakkige werken die ik beschouw, tonen niet sec een gelijkenis, maar boren een diepere laag aan. Die laag waarin de meester zich fijn voelt wanneer niemand kijkt. Hij is alleen in het atelier, eenzaam met zichzelf bezig. Observeert het ego en reflecteert het ik. Toont niet hoe mensen hem zien, de buitenkant. Maar laat de ervaring zijn, het gevoel, de binnenkant. En daarna wordt het in de openbaarheid gegooid, krijgt het beeld in een tentoonstelling. Want het moet gezien worden, onder de mensen komen. En dan kunnen de bezoekers er iets van vinden. Dan is echter de maker er niet bij, deze houdt zich afzijdig. Door de tekening gaat hij figuurlijk in gesprek met degene die naar de tekening kijkt. Kijkt hem aan van achter of over zijn bril, observeert mij, kijkt door mij heen als het ware. Kijkt zo streng en scherp alsof hij bezig is van mij een portret te maken. Dat ik het model ben. En dan loop ik langs de boorden van De Veenhoop, op de oevers van de Headamsleat. Want ik raak in verlegenheid van die priemende blik, die mij achtervolgt en scherper doorziet als dat ik naar mijzelf kijk. Want wie ben ik als Jan van der Kooi kijkt. In die natuur vind ik de schepper terug. De tekenaar die de omgeving schetst. In de gelaagdheid is hij abstract aanwezig, zijn geest waart door het veld omdat het beeld heeft gekregen zoals hij het zag, zoals hij het heeft beleefd.

    Naar de geest van de klassieke meesters, in de lijn van de kunstgeschiedenis, tekent Jan van der Kooi de zelfportretten. Schetst hij het landschap. Zoals de opdrachtgever verlangt dat een portret naar waarheid de geportretteerde eer en recht aan moet doen, zo heeft de kunstenaar de vrije hand om zichzelf te tekenen. Het portret dient te beantwoorden aan uiterlijke schijn, de schoonheid zal afstralen van het evenbeeld. Echter wanneer de tekenaar of schilder zichzelf als model neemt kan hij of zij voorbij gaan aan de esthetiek en beelden naar de waarheid achter het zichtbare. Dan komt de ware aard naar boven.

    Wie ben je als niemand kijkt. Kamerpresentaties getekende zelfportretten en landschappen van De Veenhoop. Jan van der Kooi. Museum Belvédère, van 25 januari tot 22 juni 2025.

  • Natuurgebied De Deelen weergegeven in veertig schilderijen

    Om de emotie te doorvoelen die Sjoerd de Vries en Jan Snijder aan de petgaten en langs de rietkragen ervoeren, trok Han Steenbruggen natuurgebied De Deelen in. De plek kort ten noorden van de plaats Heerenveen kent de museumdirecteur tot dan van schilderijen, van een kort bezoek waarbij hij nauwelijks verder kwam dan de dijk en van een boek dat Thom Mercuur in het jaar 2000 samenstelde en uitbracht. Verder was Steenbruggen niet gekomen met het gebied, maar hij wilde toch verder kijken dan dat zijn zicht vanaf de weg kon reiken. Vooral toen Bruno van Dijck en Christiaan Kuitwaard het voornemen hadden om een week en plein air te werken langs de boorden van De Deelen. Voor de sfeer die De Vries en Snijder opriepen in hun werk koos Steenbruggen echter het verkeerde seizoen. Hij was er in het voorjaar, net als Van Dijck en Kuitwaard er in mei 2023 waren. Om de stemming van gele rietkragen en diep zwart water te vatten bleek de herfst het juiste jaargetijde. Het moment dat de natuur zichzelf afbreekt om opnieuw te kunnen beginnen. Zich te ruste legt om in winterslaap te gaan en uitgerust en lentegroen een volgend jaar aan te vangen. Het strijklicht van de lage zon door de maanden waarin de r zit geeft het waterrijke landschap een bijzondere kleur. Tinten die op andere momenten nauwelijks worden gehaald, of het zal de schemer zijn, het ogenblik dat de dag door de nacht breekt en andersom.

    Over zijn beleving op verschillende momenten in het natuurgebied schreef Han Steenbruggen een drietal essays voor het boek met schilderijen van De Deelen. Een veertigtal kunstwerken van Van Dijck en Kuitwaard, plus nog enkele sfeerfoto´s van het gebied en de kunstenaars aan het werk. Deze foto´s in zwartwit om de kleur over te laten en aandacht te geven aan het schilderwerk. Het is bijzonder te ervaren hoe twee kunstenaars op dezelfde plek tot diverse vertalingen van de werkelijkheid komen. Op de eigen manier met enige invloed van de ander heeft het duo boeiende sfeerbeelden gemaakt. Wanneer ik in dezelfde maand van het voorjaar het gebied bezoek zoals zij deden, kan ik hun versies van het landschap zo geografisch en naadloos daarin plaatsen. In latere maanden heeft de natuur zich geïnnoveerd tot een betere versie van zichzelf of de uitvoering juist zo bewerkt dat het amper in de eigen schaduw kan staan. Maar ieder moment heeft schoonheid en stemming. ‘De eeuwigheid duurt ieder ogenblik’, citeer ik Steenbruggen die een schilder die ook dichter was aanhaalt.

    De blik kleeft aan het struikgewas

    Op de plek zelf hebben de kunstenaars in de open lucht gewerkt en geschapen. Van Dijck heeft dan thuis in het atelier nog schetsen uitgewerkt waarbij de herinnering aan het verblijf in het gebied bruikbaar was. Kuitwaard heeft later nog De Deelen op diverse momenten bezocht, maar voor Van Dijck bleek het minder waardevol om vanuit België voortdurend naar het noorden te reizen. Hij had genoeg aan tekeningen en zijn geheugen. Van Dijck heeft dus de natuur gevat vrijwel aan het begin van de cyclus van haar jaarlijkse bestaan. Het gebied schudt zich de kou van de winter af en straalt omfloerst de zomer tegemoet. Er is veel ontluikend groen dat zich fluisterend spiegelt in het water. De omgeving is vooral landschappelijk en horizontaal bekeken, maar deze vlakheid verdiept zich en vindt grond in stil water. Er is geen leven nog van vogels en insecten. De kunstenaar heeft geen oog voor langstrekkende snelle bewegingen. De blik kleeft aan het struikgewas en het kabbelende water. De verfhuid wordt wel bewerkt met de achterkant van het penseel of het zwart van houtskool. Het trekt lijnen door de sfeer, geeft contour aan het gevoel.

    Subtiele verfvegen

    Kuitwaard geeft dan het licht meer ruimte in zijn werk. Het stille water spiegelt de tonen van het voorjaar. Leliebladeren liggen als een school vogels op dat water. Hoewel dit liquide oppervlak zich monumentaal in het portret uitspreidt, het egaal en ongerimpeld over de drager ligt, is de verfhuid kalm in beweging. Kuitwaard weet met subtiele verfvegen dynamiek te brengen in de stille gelatenheid. Het is niet een opvliegende gans die gakkend de stilte doorbreekt, maar de wind die het water doet golven in de vroege ochtend. Vooral dat tijdstip van de dag maakt de stemming, bouwt de sfeer. In latere uren is die magie in werkelijkheid verdwenen, maar voegen de schilders deze in abstractie aan hun werk toe. Kuitwaard is er niet alleen in die maand mei, maar ook nog in september en november. In februari weet hij ook eenzelfde bezieling van het landschap te bereiken. Duidelijk niet in de hardvochtige en te zonlichte zomermaanden. De tijd waarin de mens tot leven komt, maar de natuur in stemming omslaat. Het hoogtepunt van de dag is ook niet het middaguur, wanneer de zon op het hoogste punt staat. Een dag is als een jaar, met eenzelfde afwisseling van seizoenen. De uiterste sfeer is er in de vroege morgen en het begin van de avond, in het voorjaar en het najaar. Bij uitspruiten en afsterven.

    De natuur heeft teruggenomen

    Han Steenbruggen weet in zijn korte verhalen de tendentie van de schilders te schetsen. “Kuitwaard blijkt gevoelig voor milde tonen van strijklicht en schaduwvelden”, schrijft hij. “Zijn atmosferische impressies zijn als dagdromen. Ze koesteren de diepere geheimen van het landschap, zijn vervuld van lichte melancholie, maar dragen nooit de sporen van een zwaar gemoed.” Van Dijck kent een onrustiger natuur vindt Steenbruggen. Hij schildert met lossere toetsen en vegen die structuur vinden dankzij lijnen of krassen. In zijn schilderijen ritselen bladeren en rimpelt water. Maar beide kunstenaars geven vooral de stilte van en in dit gebied een plek. Terwijl op de achtergrond het verkeer over de snelweg raast is serene rust en welkome eenzaamheid in deze natuur ter plaatse te ervaren. Wie De Deelen bezoekt of heeft bezocht zal dit beamen. Dit vredig zwijgen van de ooit door mensenhanden gemaakte omgeving is te doorvoelen in de schilderijen van Bruno van Dijck en Christiaan Kuitwaard. Zij portretteren een gebied waar de natuur weer bezit van heeft genomen nadat de mens het heeft verlaten. De petgaten herinneren nog vaag aan de modderige landarbeid van turfstekers. De natuur heeft teruggenomen wat het eerder is ontnomen. De mens zorgde voor afbraak, de natuur voor herstel. Die gesteldheid is daar nu te vinden, deze toestand is realiteit en zal gewaarborgd moeten worden voor de toekomst. Dus komt de mens weer om de hoek kijken om de natuur een hand te helpen. Zo werken we samen aan een betere wereld.

    Die betere wereld weten Van Dijck en Kuitwaard, en voor hen De Vries en Snijder, nu al vast te leggen. Zij bieden een blik vooruit, behouden de sfeer en fixeren de emotie bij het gebied. Steenbruggen probeert dat in woorden te doen door te proeven van het landschap. Zich erin te begeven, de geest die de kunstenaars in hun werk legden ter plekke aan te voelen. Met een scherp mes kerfde Sjoerd de Vries rietkragen in karton, Jan Snijder veegt het vermoeden van wind en de meewarige stilte in elk schilderij. Steenbruggen spreekt met de boswachter over de toekomst van het gebied. Het boek De Deelen is zo een almanak voor wie het gebied daadwerkelijk intrekt. Een wegwijzer om deze natuur te doorgronden. En zie ik daar het silhouet van Sjoerd de Vries in Kuitwaards’ compositie 22.11.2023? Ik zal het onderzoeken wanneer Museum Belvédère de schilderijen in de zomer van 2025 zal tonen. Dan kan de echte sfeer worden gepakt die het duo in het natuurgebied heeft ervaren. Want het boek, hoewel met een uitstekende vormgeving waarin de werken goed tot uiting komen, is als catalogus best geslaagd maar blijft toch surrogaat voor het bekijken van de ‘echte’ schilderijen. Ik verheug me op de tentoonstelling.

    De Deelen. Het natuurgebied in 40 schilderijen van Bruno van Dijck & Christiaan Kuitwaard en 3 teksten van Han Steenbruggen. Uitgeverij Wijdemeer, 2024.

  • Nevel omhult sfeer in Museum Heerenveen

    In het stille hart van tentoonstelling Nevels in Museum Heerenveen staat een bank tussen vitrage. In het vierkant ben je min of meer afgesloten van de ruimte wanneer je daar plaats neemt. Je kunt er als bezoeker ervaren hoe klein de wereld wordt wanneer de mist opzet. Een muur van nevel ontneemt een weide blik. Een ragfijne stof probeert dat effect te bereiken. Volgens het museum laten de getoonde schilderijen het mysterie van het landschap zien. Echter is het mysterie in het landschap. Kunstenaars verbergen de omgeving in composities. Want niet dat landschap heeft een geheim, het is de nevel die het mysterie maakt. De realiteit wordt er abstract, de ogen bedrogen.

    image

    Die vitrage is een aardige vondst om de nevel na te bootsen. De bezoeker te laten denken in een mistige omgeving te zijn. Dit natuurlijke fenomeen in deze situatie te ondervinden als completering van de tentoonstelling. Echter beter was het de ruimte met een rookmachine daadwerkelijk in nevels te hullen. Dat ik welhaast op de tast de kunst moet vinden. Dan had de ondertitel van Nevels het mysterie van de tentoonstelling kunnen zijn, of die van de kunst. Dan maakt de nevel een alternatieve werkelijkheid. Je ziet niet wat je weet. De mist hult de waarheid in nevelen. De wereld is op dat moment onherkenbaar en herinnert aan niets. Een parallel universum.

    Landschap blijft een duidelijk uitgangspunt

    Veelal legt de morgendauw een lichte deken over de velden. Witte wieven onttrekken zich van de sloten en greppels en dwalen over de weilanden. Over de wereld ligt een witte waas waar een enkele koeiensnuit nat en glinsterend uit tevoorschijn komt. Het opstaan van de dag is in nevelen gehuld. De nacht legt zich te ruste. En in de avond voltrekt zich eenzelfde mysterie, maar dan omgekeerd. De witte wieven zoeken het water weer op. De nacht trekt de dag een jas aan. Beide dagwendes leggen een raadselachtige sfeer over de atmosfeer. Beide momenten in een etmaal zijn raadselachtig. Even geheimzinnig als wanneer de mist overdag de omgeving intrekt. Om maar niet te spreken van de nacht, dan is de wereld echt onberekenbaar.

    image

    De in de tentoonstelling ‘Nevels‘ getoonde schilderijen hebben alle die raadselachtige impact. Veelal is de omgeving er abstract in weergegeven. Meestal blijft het landschap echter een duidelijk uitgangspunt. De contouren van de inspiratie zijn zichtbaar. Hoewel het soms schimmen zijn van de werkelijkheid. Natuurlijk is Willem van Althuis daar een meester in, om het landschap te vereenvoudigen tot enkele kleuren. Het lijken abstracte composities, maar het zijn fotorealistische schilderijen. Zo oogt de wereld op een mistig moment. Precies zo. Wanneer het zicht slechts een meter of vijftig is denk ik aan Willem: een Van Althuis landschap. De stilte overvalt je dan, of nee, de stilte valt in. Ik baad me in een bad van rust.

    Grensgebieden

    Die rust en stilte ligt ten grondslag aan de werken van Christiaan Kuitwaard. In zijn gezichten vertraagt hij de tijd. Of eigenlijk laat hij de tijd weg. Het krijgt geen vat op zijn werk. In de pinhole fotografie van Janne Heida staat de tijd ook stil. Want dat is wat je doet als fotograaf, een moment uit de tijd nemen. De klok stopt met tikken, het ogenblik blijft de blik in die ene tel. Door het sleutelgat kijkend wordt de wereld net zo klein als wanneer de nevel de tijd opslokt. Op zijn zwerftochten heeft Wiebe Knobbe halt gehouden en stil gestaan. Hij heeft het landschap geproefd en de smaak ervan op papier gezet. Net als Van Althuis deed heeft Knobbe al de overbodige ruis weg gelaten en alleen de essentie over gehouden.

    image

    Ook Sjoerd de Vries zwierf door het landschap. Op zijn lange voettochten deed hij veel indrukken op, die hij thuis in gelaagd karton kerfde. Dicht bij huis documenteerde hij natuurgebied De Deelen. Hij gaf verslag van zijn gevoel in die omgeving, waardoor het gezicht eigenlijk in abstracte zin realistisch is. Marije Bouman heeft de gave om de kern van het landschap te raken. In aquarel of met gemengde techniek maakt zij grensgebieden. Op de scheiding tussen waarneming en gedachte verbeeldt zij een niemandsland. Een gebied waar de tijd geen vat op heeft, het is er tijdloos. Een inkijk op de eeuwigheid.

    Nevel is: nog bijna

    Rabbo Ploeger is dan wat een vreemde eend in deze bijt. Waarheidsgetrouw plaatst hij een drietal panden langs het Breedpad. De nevel stijgt op uit de Kolk. De lucht kleurt dreigend. Het is zoals het is, er is niets weggelaten of toegevoegd. Op deze manier kun je het centrum van Heerenveen ervaren. De tijd staal stil, er heerst rust. De eend is toch niet zo vreemd als dat hij zich voordoet.

    image

    Voor het museum is het minder waardevol, maar voor mijn verblijf tijdens de tentoonstelling een nuttige bijkomstigheid dat er geen andere bezoekers zijn. Zo kan ik goed de sfeer pakken van die welke de kunstenaars mij willen overbrengen door hun werk. In de serene kalmte van de ruimte tref ik het juiste moment mij in te leven. De stemming te ondergaan die is vastgelegd op doek of papier. Herman de Coninck verwoordt mijn gedachte – nevel is: nog bijna. Zijn gedicht is groot geprojecteerd op één van de wanden. Zit ik in de witte sluier op de zwarte bank kan ik mij mystieke klanken laten horen. Van Astropolit vertelt de tentoonstellingsfolder wervend. Vast heel stemmig, ongetwijfeld, maar ik doe dat maar niet. Het geluid van de stilte vind ik meer passen bij deze omfloerste kunst.

    Nevels. Mysterie van het landschap. Groepstentoonstelling werken van Wiebe Knobbe, Willem van Althuis, Christiaan Kuitwaard, Sjoerd de Vries, Marije Bouman, Janne Heida en Rabbo Ploeger. Bij Museum Heerenveen, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Van 23 september 2023 tot en met 14 januari 2024.