Tag: Lecturis

  • Het verlangen iets te zien maakt zichtbaar

    Was ik vroeger op school met andere dingen doende dan de leraar op dat moment voor ogen had. Dan was het snel gedaan met de vervlogen gedachten en de gevlogen aandacht. Om de gemiste leerstof toch te consumeren was een taakstraf het middel. Voor straf regels schrijven, overschrijven en nog eens en weer. Een goede manier van verkapt studeren. Toen begreep ik dat niet, vond ik de mij opgelegde taak nutteloos, ongegrond. Maar thuis had ik ineens wonderwel de stof snel onder de knie. Die simpele gedachte komt bij me binnen wanneer ik begin te lezen in het boek van Marjolijn van den Assem: bewustzijn van schijn. Want alleen kijken naar de platen daarin duidt de bedoeling ervan niet. De abstracte waarde heeft pas zeggingskracht wanneer ik de realiteit achter de inspiratie weet.

    Marjolijn van den Assem

    Het is namelijk wat Marjolijn van den Assem heeft gedaan, voordat ze begon te werken aan de kunst in dit boek. Zichzelf de taak gegeven een brief 350 keer over te schrijven. Niet als straf of zelfkastijding, maar om het eens geschrevene in te voelen, aan te voelen, te doorleven. Mee te gaan op het pad van de briefschrijver. Onderweg te zijn met de woorden. De tekst diepgaand te doorvoelen. De schrijver als het ware te kunnen aanraken. Eigenlijk zou ik de tekeningen van Marjolijn van den Assem over moeten tekenen, na gaan trekken om haar kunst te doorvoelen. Teksten laten zich eenvoudig naschrijven, maar beelden zijn minder makkelijk te kopiëren.

    In beelden spreken

    De bladen vol handschriften vormen de ondergrond waarop Van den Assem haar composities bouwt. Eerst volgt ze de lijnen van het landschap waarin Friedrich Hölderlin is en over schrijft. Want die correspondentie is haar basis en ik zie de beschreven omgeving in beelden over de woorden gezet. Eerst is die beeltenis transparant en kan ik het schrift nog lezen. Maar de letters zijn beeldmerken in de compositie. Ze staan niet meer voor wat ze zijn, maar beelden mee als typografie in het kunstwerk.

    Jarenlang heeft Van den Assem onderzoek gedaan naar het werk van filosoof Friedrich Nietzsche, die ook onder meer kunstenaar was. En dus vooral in beelden kon spreken, beeldende woorden en woordloze beelden. Marjolijn doorleefde de plekken waar hij ooit was. Voelde de stemming, proefde de sfeer. Dat mede resulteert nu in een boek dat voor mij opengeslagen op tafel ligt. Het is een stevig zware uitgave, vol met tekeningen van haar hand. Een eigen begeleidende tekst, en een uitleg op het werk en de kunst door Florette Dijkstra.

    Marjolijn van den Assem

    Het boek “bewustzijn van schijn” geeft mij een goede ingang om het werk van Van den Assem te leren kennen. Het zijn abstracte beeltenissen van realistische gedachten. Landschappen van de geest. De kunstenaar zet het potlood of de pen op papier en volgt met de hand de lijnen die als vanzelf ontstaan. Van den Assem maakt intuïtieve composities. Wat haar brein haar ingeeft maken de handen. En ik volg die getrokken lijnen om het landschap te kunnen duiden. Maar het is geen omgeving die ik kan herkennen.

    Bewustzijn van schijn

    Het boek is opgebouwd naar de evolutie van Marjolijn in het gegeven schrijven naar beelden. De onderhavige brief zie ik in detail uitgeschreven op de pagina’s. Zij volgt de tekst en zet beeld. Wat zal ik graag weten wat in de brief staat, kennis hebben van het geschrevene. Om mee te kunnen met het idee van Marjolijn. Dat kan, tot op zekere hoogte, want haar handschrift kan ik lezen, is te ontcijferen, uit te rafelen. Ik lees, maar ik wil niet begrijpen toch die zinnen ooit geschreven. Niet kunnen lezen de woorden. Het is een paradox. Aan de ene kant wil ik het verhaal kennen, maar anderszins wens ik de taal als beeld te zien.

    Marjolijn van den Assem

    In het hart van het boek vind ik 60 transparante pagina’s met de serie “bewustzijn van schijn” daarop geprint. Door de doorzichtigheid van de tekeningen vloeien de beelden in elkaar over. Het geeft een impressie van een schier ondoordringbare omgeving, die bij ieder blad dat wordt omgeslagen een nieuw begrip voor dit zijn oplevert. Het is het gevoel van het Zuiden, daar waar Marjolijn graag is. Het bewustzijn van een vrolijke wereld, de zonnige kant lijkt schijn. Want ze zijn wel kleurloos die herinneringen. Met deze serie kan ik daadwerkelijk in de kunst van Van den Assem stappen. Ik dwaal in de jungle van haar geest. Het is niet altijd even goed te betreden, maar ik wordt doorzichtig gedwongen de composities te doorgronden. Op verschillende manieren interpreteert Marjolijn van den Assem aldus de tekst die ze ooit zovele malen uitschreef. Ook brengt het haar tot ruimtelijke werken.

    Verdwalen

    Ik dwaal door haar werken. Letterlijk. Soms vind ik geen begin, zie ik het eind niet. Loop over een pad, volg een lijn. De lijn kruist een vlak of maakt een draaiing, buigt af. Dan ga ik mee in wat op een golfbeweging lijkt. Ik zie een andere einder, een nieuw begin. Het perspectief wijzigt. Van een open veld kan ik plots midden in een donker bos staan. De tekst van de brief ken ik niet, maar het verhaal of de boodschap van Hölderlin wordt me wel duidelijk door de beeldende interpretatie van Van den Assem. En tussen de transparante bladen kan ik verdwalen. De abstracte lijnen en vlakken nemen mij op al ben ik als een woord in de brief. Speel ik mee in de geschreven regel.

    Marjolijn van den Assem

    Marjolijn van den Assem heeft een levendig handschrift. Niet alleen in de geschreven woorden die tot zinnen leiden. Maar ook in de getekende lijnen die dansen en springen over het papier, in haar geval museumkarton. De dik opgebrachte inktlijnen vloeien uit wanneer ze de drager draait. Er ontstaan nieuwe lijnen, die intuïtief een eigen weg gaan. Dat nieuwe gegeven is gebruikt om mysterieuze beelden neer te zetten. Want de geest is onnavolgbaar. Ik kan niet weten wat jij denkt. Maar in de kunst van Van den Assem kan ik leren gedachtenlezen. Wanneer ik weet hoe lijnen trekken, denk de weg te kennen die het krijt en de inkt is gegaan, dan weer val in de kuil die voor mij gegraven is. Het pad leidt naar diepzwarte vlakken, op de tast volg ik andere voor mij nieuwe gangen.

    Vlak loslaten, de ruimte ingaan

    Niet altijd wil ik weten wat het traject is om tot de kern van het werk te komen. Om de achtergrond te kennen om mijn voorgrond te omschrijven. Maar in het werk van Van den Assem heb ik wel een gids nodig om te weten welk pad ik kan nemen, dat ik niet misstap en het ravijn in glijd. Daarom is het beter dat ik in het boek een inleiding van de kunstenaar zelf krijg. En is het best dat Florette een lijvig artikel schreef, vertaalt in drie talen om het boek een internationaal karakter te geven. Het geeft me het handvat waarnaar ik zocht toen ik het boek kreeg, opensloeg en onwetend doorbladerde. Dit werk kan niet zonder meer bekeken worden. Dan doe je het snel af van dat er niets mee te beginnen.is. Het is kunst in een concept, het staat niet los van verhaal en uitleg. Toch kan het uiteindelijk zonder, wanneer Marjolijn van den Assem het vlakke beeld loslaat en er de ruimte mee ingaat.

    Marjolijn van den Assem

    Ik moet me bewust worden dat ik denk te weten wat ik zie, waar ik naar kijk. Mij een voorstelling maken van de vormen die ik aanschouw, beschouw. Is het vals wat ik zie. Klopt het niet met de waarheid zoals ik deze denk te zien. Is het onwaarschijnlijk. Het is een vertaling van de gedachte van de kunstenaar bij wat zij zag of las. Haar interpretatie gaf inspiratie. De ingeving heeft vorm zodat een gevoel overgebracht kan worden. Mijn voorstellingsvermogen geeft een persoonlijke duiding. Het beeld dat ik voor me zie kan ik verklaren door mijn aanleg er iets in te zien. Niet alleen mijn kunnen er iets mee te doen, maar zeker ook er iets mee te willen. De aandacht maakt de gedachte. Het verlangen iets te zien maakt zichtbaar.

    bewustzijn van schijn, over het schouwspel tussen brief en Tegenbrief, tekst en beeld Marjolijn van den Assem. Met een tekstbijdrage van Florette Dijkstra. Uitgave Lecturis, Eindhoven, 2021.

    Marjolijn van den Assem, Lecturis, Florette Dijkstra

  • Charles Donker bedrijft topsport op de koperen plaat

    Het heeft te lang op mijn digitale stapel van nog door te nemen boeken gelegen. Of eigenlijk onderop, want het was één van de eerste uitgaven in PDF-formaat die me via email is toegestuurd. Digitale post leest minder makkelijk in vergelijking tot een hardcopy exemplaar. Een boek van kaft tot kaft doorlezen en bekijken, het voelen van de bladzijden en het kunnen omslaan van de pagina’s, geeft een extra dimensie aan het beleven. Maar vanaf het beeldscherm wordt de schoonheid van taal en beeld mij ook gewaar. Het betreft een uitgave die is verschenen bij de 80e geboortedag van kunstenaar Charles Donker. Dat was 23 april 2020. Met tekstbijdragen van vakgenoten als Reinder Homan, Simon Koene, Ed de Heer en Érik Desmanières is het een lofzang op deze begaafde graficus.

    Zijn hart ligt bij de grafiek

    Vanaf de academie in zijn jonge jaren legt Donker zich toe op ruimtelijke opdrachten. Maar het gedoe om geschikt geacht te worden een kunstwerk te vervaardigen, daarna het moeizame contact met architect en opdrachtgever, dwingen hem ertoe zich op een meer handzame manier in de kunst toe te leggen. Opgeleid als monumentaal kunstenaar met bijvak grafiek, laat hij de ruimte voor wat het is en imponeert de wereld vanaf dat moment met zijn gedetailleerde etstechniek. Zijn hart ligt bij de grafiek. De intimiteit van de etskunst sluit perfect aan bij zijn karakter. Wanneer ik het boek doorblader, de teksten heb gelezen en de catalogus met door Donker zelf geselecteerde werken uit zijn oeuvre opensla zie ik waarom de graficus zo om zijn werk wordt geroemd.

    Charles Donker, etsen, Lecturis

    Hij is een nauwkeurig beschouwer. En weet met dat scherpe oog voor het onderwerp dit geziene beeld als beeltenis op de plaat te krijgen. Met in de eerste plaats de aquatint en later de techniek van plaattoon, weet hij extra sfeer en een surrealistische dimensie in het resultaat op papier te krijgen. Zijn minutieus uitgewerkte stofuitdrukking, in zowel het verenpak van de vogel als het kreupelhout in het bos, geven de afdrukken een geweldig kijkgenot. Donker maakt landschappen en bosgezichten waarin geen leven is. Geen mens te zien en nauwelijks een vogel te horen. Maar deze zijn er wel, de dieren althans, echter zojuist uit beeld vertrokken. De etser duidt ze in woorden in de kantlijn. Het soort, de zang, het zijn.

    Somber karakter

    De bomen hebben hun blad verloren, een subtiele aanwijzing van vergankelijkheid. Maar het kan ook andersom, dat de bomen op het punt staan uit te botten na een koude en donkere periode. De natuur slaapt nog, de eerste zonnestralen van de lente zullen hen wakker kussen. Dan is de tijd om opnieuw te beginnen. Een nieuw leven vangt aan. Maar het inktzwarte en grauwwitte karakter van de afgeslagen etsplaat geven de afdruk een somber karakter, waardoor ik al snel aan de herfst ga denken bij het zien van het werk van Charles Donker.

    Charles Donker, etsen, Lecturis

    Deze etser werkt naar de natuur. Maar bedenkt niet zelf wat hij zal afbeelden. De inspiratie dient zich aan, meent hij: “Ik kies mijn onderwerpen zelf niet. De onderwerpen kiezen mij.” En dan is het wel zaak om het overzicht te bewaren. “De kunst is om te blijven kijken, te blijven vertalen. Elk takje verdient aandacht. Verder is het een kwestie van op tijd stoppen. Een dicht gebreid landschap, daar is niets aan.” De landschappen en andere tekeningen van Donker zijn daarom open en transparant. Er staat genoeg aan afbeelding op de plaat om de verbeelding in de afdruk het werk te laten doen.

    Puntje van de tong afgebeten

    De boom herken ik aan de groeivorm, de vogel aan het verenkleed. Want Donker is wel een realist. Uit enkele van zijn werken in het boek lees ik het experiment naar een andere manier van weergeven. Compositie met vormen uit 1962 geeft hem de zelfgemaakte kans met vlakken te schuiven. In het ‘doosje met gedroogde insecten’ en de ‘Noordzeekrab in een kistje’ wordt de mogelijkheid het onderwerp op een wiskundige manier te benaderen onderzocht. Maar ook een onderwerp als ‘houten schaakstukken met wormgaatjes’ toont een proeve van bekwaamheid. Werkend aan platen als ‘dode mol op het Utrechts Nieuwsblad’ en ‘verkreukelde krant, geld en lucifersdoosje’ moet Donker welhaast zijn puntje van de tong hebben afgebeten. Zo gedetailleerd staan de boekdrukletters uitgetekend. Bij ‘twee handen, schelpen en de tekst van het gedicht Het kind en ik van Martinus Nijhoff’ zit ik op het puntje van de stoel en schuif mijn bril beter op de neus om elk detail te kunnen vangen.

    Charles Donker, etsen, Lecturis

    Wat een monnikenwerk, of zoals Ed de Heer het in zijn bijdrage omschrijft ‘met engelengeduld en mierenvlijt’. De Heer gaat in op de contemplatie en het technisch vernuft van Charles Donker. Beschrijft biografisch zijn werkzame leven. Voor Érik Desmazières was Donker een inspirator: “Vanaf het eerste moment dat ik Donkers prenten zag, was er iets dat me in zijn werk aantrok. Het voelde als een schok, en achteraf gezien leek het alsof een stem me plotseling influisterde: Wordt wakker, stop met dromen en open je ogen! Kijk om je heen en zie de schoonheid van de eenvoud van de dingen die je omringen.” Want dat is wel wat Charles Donker in en door zijn werk doet, ons anders en beter doen kijken naar de gewoonst schijnende zaken in ons leven. Hij legt ze met de meest grote precisie vast, maar geeft het daarnaast een extra dimensie van beleving mee.

    Charles Donker, etsen, Lecturis

    Net als Donker is ook Reinder Homan een tovenaar op de koperen plaat. Met groot vernuft weet ook hij zijn onderwerp in beeld te brengen. Beide bewegen ze zich op een bijzonder terrein in de kunst. Het is daarom niet zo verwonderlijk dat de samensteller van dit boek ‘De etsen van Charles Donker’, voor deze vakgenoot heeft gekozen om zijn gevoel bij het werk te beschrijven. “Donker spreekt van binnenuit”, schrijft Homan, “hij is zelf zo ongeveer het verhaal geworden dat hij vertelt. Hij tekent niet wat hij ziet, maar wat hij beleeft, geeft geen objectief maar een ‘verteerd’ beeld. Hij schrijft geen essay, geen plant- of dierkundige verhandeling maar poëzie.” Simon Koene stipt nog de Haagse Etsclub aan waar Donker zich tussen anderen bewoog en sterk maakte voor het metier. Hij merkt op: “Het is topsport wat hij heeft gedaan en hij heeft de concentratie altijd vastgehouden.”

    De etsen van Charles Donker. Teksten van Reinder Homan, Simon Koene, Érik Desmazières en Ed de Heer. Uitgave Lecturis, 2020.

    Charles Donker, etsen, Lecturis

  • Een wereld buiten de tijd in Fensterbilder

    Op het Wad daar is eenzaamheid, meer nog dan dat de stilte heerst. Dat mysterie weet Koen Vermeule te brengen in witte schuimkoppen op zwart water. In de Silvester Nacht van Vlieland wijkt het licht voor de duisternis en tussen de oren hoor je het eeuwig bulderen van de machtige zee.” Dat is mijn eerste kennismaking met het werk van Koen Vermeule, in de groepstentoonstelling ‘Wind, Water, Wad” bij Museum Belvédère in 2015. Toen ik niet zo lang daarna collectiebeheerder werd van datzelfde museum kreeg ik het schilderij diverse keren door de handen, want uit de collectie werd het meerdere malen getoond. 

    Koen Vermeule, Museum Belvédère

    Het werk dat ik nu van Vermeule vind in de uitgave ‘Fensterbilder’, catalogus bij de gelijknamige expositie van Kunsthalle Bremershaven, is van een andere orde. Niet voor wat betreft karakter, maar wel qua realistische inhoud. Kijkend door een denkbeeldig venster ziet Vermeule mensen en zet ze in surrealistische omgevingen. Althans de decors zijn zo gestileerd dat ze onwerkelijk overkomen. Mensen in hun daagse doen, bezig met normale dingen. Geplaatst in situaties waar wij gewoonweg langs heen kijken. Niet opmerken, maar juist op de schilderijen van Vermeule heel opmerkelijk zijn. De kunstenaar haalt onbetekenende handelingen binnen zijn blikveld, past deze in tegen vervormende decors. En ineens, wanneer ik het boek na lezing bekeken te hebben dichtdoe en wegleg, kijk ik beter om me heen en merk in alledaagse activiteit een kunstzinnige inspiratie.

    Bevroren stukje leven

    Kunstmeisje Renee Schuiten-Kniepstra schreef de introductie van het boek. De kunsthistoricus wandelt een andere wereld in wanneer ze naar de schilderijen van Koen Vermeule kijkt: “een wereld met mensen die alleen en verzonken in hun gedachten zijn, of samen aan de rand van een stad uitkijken over het water.” Want ja, de figuren van Vermeule bewegen zich aan de rand van mijn bestaan, van mijn tijd. Van die figuren die je gaandeweg eens in je leven tegen komt en daarna nooit meer ziet. Schuiten schrijft dan ook terecht “heel even maak ik deel uit van een moment in hun leven”.

    Maar langer kan ik kijken naar het bevroren stukje leven, wanneer ik de tentoonstelling van het werk bezoek of mij buig over het daarbij uitgegeven boek. Daarmee wandelen de figuren mijn leven binnen en beïnvloeden mijn kijken, eigen ik de woorden mij toe van de freelancer in de kunstwereld die mij eerder leerde langer dan 20 seconden naar kunst te kijken. Met Koen zette Renee het boek in de steigers, omdat de vorige uitgave van het werk al te lang geleden verschenen was. Tijd voor een nieuw overzicht vond het duo. Daarvoor werd contact gelegd met schrijvers die in woorden mij anders leren kijken naar het werk van Vermeule. Hoewel een enkel beeld meer zal zeggen dan duizend woorden, zijn die duizend woorden wel nodig om dat beeld te duiden. Het geeft een andere draai aan het kijken, doordat iemand die woorden heeft gevonden waarnaar ik zocht.

    Koen Vermeule, Lecturis

    Door het essay van Merel Bem bij de compositie Soul Shades Conversation doorzie ik beter wat daar aan de hand kan zijn achter die mistige ruit in deze gedachte wachtruimte. Terecht merkt de kunstbeschrijver op, dat “een kunstwerk soms al bezit kan hebben genomen van je hoofd en je lijf, nog voordat het zijn aanwezigheid, zijn bestaansrecht misschien wel, in woorden heeft gevonden. Terwijl je zoekt naar een omschrijving, voel je al lang wat het met je doet.” Want het beschrijven van een kunstwerk is geen eenvoudige zaak. Je kunt zeggen wat je ziet, welk beeld er sec staat. Maar buiten het zichtbare om is er meer aan de hand, een laag boven de waarneembare figuratie. Men noemt dat gevoel, het aanvoelen van een kunstwerk. Bij het werk van Vermeule is deze dimensie zeker noodzakelijk om de schilderijen en gouaches te verklaren of uit te leggen. Mag dit al noodzakelijk zijn, want hoe paradoxaal ook met wat ik een paar zinnen eerder schreef, ik hoef geen toelichting om mijn emotie te verhelderen.

    Schemertoestand

    Op het moment van Koen Vermeule ben ik voor een ogenblik, zolang als nodig is om het te bezien, in een wereld buiten de tijd. In een soort van schemertoestand, een omstandigheid die er was maar niet meer is. “Je wilt het grijpen, maar je kunt het alleen maar voelen. Je probeert het tastbaar te maken, maar het lost op, glijdt als nevel tussen je vingers door”, schrijft Bem. In het boek zijn de gebeurtenissen non-events, althans lijken er nauwelijks toe te doen. Vermeule echter verheft ze tot zichtbare manifestatie, die stellig een plaats hebben in de tijd. Onopgemerkt, maar wel degelijk van belang.

    Buiten de tijd geplaatst en daardoor opmerkzaam gemaakt. Ik zit in de trein en zie de wereld aan me voorbij snellen. In de wachtruimte volg ik mensen met hun bezigheden. Een meisje geniet van muziek op haar iPhone of communiceert met haar vriendin zonder oogcontact. Twee jongens, broers – de één de schaduw van de ander, gemagnetiseerd aan de mobiele telefoon. Vage figuren in de regen langs de straat. Het zijn van die dingen die gebeuren en vervolgens weer verdwijnen. Ik zag ze , maar was me er niet bewust van.

    Het genot van kijken

    Kunsthistoricus en journalist Stefan Kuiper gaat voor het boek in gesprek met de kunstenaar. In een dialoog kom ik van alles te weten over hoe Koen Vermeule kijkt naar de wereld om hem heen en deze dan later verwerkt tot zijn eigen wereld op doek of papier. Het is in woorden een kijk in zijn keuken, zijn atelier, zijn gedachten, zijn werkwijze. Vermeule zet de zichtbare wereld naar zijn hand. En ik kijk er vol verwondering naar, zoals hij schildert vanuit een gevoel van bewondering. “Wanneer ik ’s ochtends naar m’n atelier fiets, kan ik al verheugd zijn over het zonlicht dat op een bepaalde manier op de stad valt.” En dat plezier legt Vermeule mij in de ogen, het genot van kijken. Naar de ongeziene zichtbaarheid, de gewoonste zaken van de wereld.

    De kunstenaar sluit zelf het boek af door te duiden waarom deze uitgave en waarom de tentoonstelling “Fensterbilder” is betiteld. Het raambeeld is geïnspireerd op de kunstenaar Oskar Schlemmer, waarvan de Nazi’s zijn kunst als ontaard beschouwden. Hij kreeg een werkverbod en werd aan de kant geschoven. Tijdens de oorlog schilderde hij heimelijk op een zolderkamer 18 kleine werken op papier: de overkant van de straat gezien door zijn raam. Niksige onderwerpen maar daarom zo bijzonder. Werken naar de realiteit, een ode aan het kijken. Vermeule voelt zich verbonden met Schlemmer, het heeft zijn kijken sterk beïnvloed. En Vermeule beïnvloedt mijn kijken. Met zijn werk, met dit boek. Een bijzondere catalogus. En ik kijk nu vaker door het raam naar buiten, waar de tijd aan me voorbij gaat. En ik zie meer dan ik voor mogelijk houd. Ook Koen Vermeule leert mij (beter) kijken.

    Catalogus Fensterbilder, werken van Koen Vermeule. Onder redactie van Renee Schuiten-Kniepstra. Met tekstbijdragen van Merel Bem en Stefan Kuiper. Uitgeverij Lecturis, 2021.

    Koen Vermeule, Lecturis