Tag: Marisa Rappard

  • Tekeningen van adem en geest in Groningen en Heerenveen

    Een leeg vel papier. Maagdelijk wit. Het ligt op de tekentafel. Of hangt, geklemd, aan de ezel. Het nodigt uit om bevlekt te worden. Schreeuwt bijna van genot bij een eerste aanraking. Een handgebaar. Een eerste lijn. Een geveegd vlak. De inspiratie overvalt de tekenaar. Intuïtief volgt de hand de geest. Een gedachte krijgt vorm. Niet zomaar wordt de kunstenaar schepper genoemd. Van niets iets maken. Want de Schepper zal eenzelfde gevoel hebben gehad. Een lege ruimte, zwart als de nacht, waarin Hij een bolvorm hangt om er Zijn inspiratie op los te laten. De aarde was woest en ledig, maar Hij maakte er een vredig en beschaafd paradijs van. En Hij zag dat het goed was. Was, want we weten wat ervan is geworden.

    Diezelfde euforie kent de kunstenaar wanneer de eerste stip, de volgende lijn en het nieuwe vlak op papier zijn gezet. Wanneer de afbeelding is geplaatst, de figuratie betekenis heeft gekregen. Dan ziet hij of zij dat het goed is. Is, want de handeling geeft aan wat het moet worden. Niet altijd is de tekenaar tevreden met het resultaat. In een tekening kan immers amper worden geretoucheerd zonder dat het zichtbaar is. De uiting moet meteen staan, dient onmiddellijk de indruk te omvatten; anders wacht de prullenbak.

    Wat het tekenen in de kunstgeschiedenis aan betekenis heeft gewonnen, is algemeen bekend. Het is van schets en ontwerp voor een schilderij uitgegroeid tot een kunstwerk op zichzelf. De tekening is niet langer het ondergeschoven kind van de kunst. Het tekenen is volwassen geworden en kent evenzovele uitwassen als het schilderen.

    Gelaagde betekenis

    Gezien de vergelijking tussen het scheppen van kunst en de schepping van de aarde, is de tentoonstelling Ruach op haar plaats in de Akerk in Groningen. Het is als het ware een thuiswedstrijd. De over het algemeen menshoge tekeningen, gehangen langs de wanden, passen in deze sfeer van geloof en hoop, kerkleer en eredienst. Ruach is adem, wind en geest. Het is ongeduld, woede en hartstocht. Allemaal woorden die passen bij de handeling van het tekenen.

    De thematiek van Ruach sluit aan bij de gelaagde betekenis van de Akerk; historisch, spiritueel en alledaags. Allemaal even menselijk. De kunstwerken nodigen uit tot aandachtig kijken, voelen en misschien zelfs eenvoudigweg: even ademhalen”, lees ik op de website van de Akerk. En dat is het: de composities verdienen aandacht. In de devote ruimte van wat eens een godshuis was, kan de bezoeker zich concentreren op het eigen ademhalen om de oerkracht van de werken te ervaren. Want tekenen is de oervorm van kunst. Die energie is te voelen in de werken die op dit moment in de Akerk in Groningen hangen.

    Galerie Getekend in Heerenveen is op dit moment een satelliet van de tentoonstelling in Groningen. Toont het drietal kunstenaars daar grote werken, omdat de ruimte dit meer dan toelaat, in Heerenveen is werk op klein formaat te beschouwen, aangezien de galerie zich beperkt tot een aantal vierkante meters. De sfeer is echter van gelijke maat. De tekenaars zijn namelijk zowel op groot als op klein formaat in staat te overtuigen. De kracht van tekenen als ritueel is voor hen vanzelfsprekend. De bezoeker kan zich op beide locaties oefenen in aandacht.

    Ruimte boven de werkelijkheid

    Tekenen is misschien wel de intiemste kunstvorm. In een tekening komt de beschouwer het dichtst bij de hand en het gebaar van de kunstenaar. “Het is een vorm van expressie die al eeuwenlang een centrale rol speelt in de menselijke communicatie en creativiteit”, citeer ik AI. Niet altijd ben ik het met het kunstmatige intellect eens, maar bij deze stelling kan ik mij zonder meer aansluiten. De tekenaars Arno Kramer, Caren van Herwaarden en Marisa Rappard staan op de schouders van hun voorgangers. In hun eigen stijl laten zij deze kunstvorm doorgroeien.

    Het hoeft niet altijd een punt van herkenning te hebben. Het kan een herkenbare figuratie zijn die schuurt aan identificatie. Het is niet altijd waar wat je ziet. De werkelijkheid steekt soms anders in elkaar dan verwacht. In hun tekeningen probeert het drietal een wereld zichtbaar te maken die gelaagd is, die zich beweegt in een ruimte boven de werkelijkheid. Met de tekening probeert men de waarheid te begrijpen en te beïnvloeden. Om deze te begrijpen is concentratie nodig, toewijding aan wat zichtbaar is. Het wekt weerstand op, omdat elementen die niet passen passend zijn gemaakt. Er is verwondering over abstract werk dat vragen stelt aan de huidige tijd. En de mens in die tijd smeekt om erbarmen.

    De geest vormgeven

    De drie tekenaars hebben eenzelfde fundament waarop zij hun kunstwerken bouwen. Het is een oefening in openstaan, luisteren – proberen af te stemmen op wat nog niet zichtbaar is. Van niets iets maken. De geest vormgeven. Tot uitdrukking brengen wat geen uiterlijkheid heeft. Door de vorm geweld aan te doen wil de tekenaar de aandacht vasthouden. De beschouwing verdiepen, het vluchtige bevriezen. Op die vaste grond ontstaat een variabele stijl. Iedere kunstenaar neemt zichzelf mee in het kunstwerk. Elke benadering biedt een ander perspectief op de methode om de wereld en de werkelijkheid te duiden.

    Meent de een dat verlies een eigen draagbaar beeld verdient, de ander gaat uit van de betekenis van een ervaring, de derde duidt de techniek van de wolkenlucht. Ze hebben gemeen dat de tekenkunst schuurt aan religie, aan een christelijk jargon: de piëta en stabat mater, God zwevend op een wolk, het onderzoek van de leegte. De Akerk is een thuiskomen, Galerie Getekend een veilig nest. “Door te tekenen scherpen we onze waarneming en onze geest”, liet Arno Kramer in de uitgave behorende bij de tentoonstelling in Groningen afdrukken, “en roepen we dingen bij onszelf op die we op geen enkele andere manier dan via de ontstane kunst kunnen oproepen.”

    Ruach. Drawings of breath and spirit. Arno Kramer, Caren van Herwaarden, Marisa Rappard. Publicatie bij tentoonstelling RUACH in Akerk Groningen van 17 januari tot en met 31 mei 2026. En “Van tijd naar tijd” in Galerie Getekend, Stationsstraat 6, Heerenveen. Van 13 maart tot en met 10 mei 2026. Uitgave Groninger Kerken, 2026.

  • Tekenwerk in totaalbeeld bij Galerie Getekend

    De kunstenaars nu in Galerie Getekend zijn jagers en verzamelaars. Met het schetsboek in de aanslag en het potlood op scherp ogen zij en sparen beelden rondom. Dat doen kunstenaars, dat zit in hun genen. Aldoor beelden verzamelen om er uitdrukkingen mee te maken wanneer de tijd daar rijp voor is. Wanneer de gedachte bezieling heeft en wordt gevoed door geschetste noteringen. Bij de galerie zie ik de resultaten van het ontdekken en registreren. Marisa Rappard, Clément Fourment en Rob Miles, hun werk is in combinatie te zien tot 3 november, maken echter van velerlei indrukken een totaalbeeld. Een groter geheel met een verscheidenheid aan losse onderdelen en details. De expositie heeft dan ook een verzamelnaam om de lading te dekken: La vue de l’ensemble. Het geeft een overzicht van de verzameling in delen van dit trio kunstenaars. Zij maken geen enkelvoudig beeld, zoals een landschap, een stilleven of een portret dat zijn. Wat zij doen is meerdere inspiraties in een veelvoudige tekening zetten. Er ontstaat als gevolg daarvan een complexe beeltenis om zoveel mogelijk onderdelen op eenzelfde moment te kunnen laten zien.

    Beweeglijk leven expressief uitgedrukt

    Rob Miles toont kamers van meerdere kanten, vanuit verschillend perspectief. Een soort van uitgevouwen kubussen die dubbel driedimensionaal in ogenschouw kunnen worden genomen. De ruimte is erin plat geslagen om een totaalbeeld te kunnen weergeven van de inhoud van de kamer. In een cartoonachtige stijl bewegen figuren en materialen zich in het platte vlak door de ruimte. Het zijn veelkleurige impressies om een beweeglijk leven expressief uit te drukken. Verbeelde herinneringen aan wat er zoal is voorgevallen in die ruimte. Een samenraapsel van momenten en handelingen om de lopende tijd in het vertrek vast te leggen, te bewaren als souvenir van wat geweest is. Dat doet de kunstenaar, dat zit in zijn bloed.

    Overvloed aan bezit

    De verzameling aan indrukken heeft Clément Fourment in een denkbeeldige boekenkast geborgen of op een mededelingenbord geprikt. In het raamwerk is welhaast ieder vak gevuld met snuisterijen en hebbedingen, memorabilia in de tijd. Symbolen en metaforen voor een overvloed aan bezit. Of een gebrek daaraan wanneer het schap leeg is gebleven. Op het prikbord zijn foto’s en afbeeldingen geplakt die zijn interesse in de sterrenkunde verbeelden, zijn aandacht voor geschiedenis. Zonder kleuren in zwart en wit tekent hij heel gedetailleerd een wereld aan beelden, een heelal aan indrukken. Hij plakt ook wel delen in, zodat als het ware een dimensie meer in het platte vlak gebracht is. Dus niet enkel geeft hij zelf beeld, maar gebruikt ook bestaande afbeeldingen om de verbeelding te versterken. Dat doen kunstenaars, jagen en verzamelen om het heilig moeten te bevredigen.

    Gefragmenteert

    Op haar beurt verwerkt Marisa Rappard structuren in haar composities. Ordeningen die de samenstelling opbouwen. Schijnbaar aan elkaar tegengestelde vormen willekeurig gerangschikt. Echter is het een vertaling van wat de moderne mens dagelijks aan informatie via beeldschermen tot zich krijgt. Om de veelheid te kunnen verwerken wordt deze gefragmenteerd, in delen opgeslagen. De collage aan beeldelementen lijkt in het werk van Rappard als zijn deze op de computer gemaakt. Of althans het voorgeschreven beeld als resultaat na AI de ins en outs te hebben voorgelegd en ondervraagd. Uit dat verhoor komen antwoorden waarmee de kunstenaar verder kan. Dat doet de kunstenaar, zijn of haar omgeving bevragen om de inspiratie te voeden.

    Herinneringen oproepen

    Rappard heeft Miles en Fourment bij elkaar gebracht en aan zich verbonden in deze kunstzinnige samenstelling. Hoewel ieders werk aan elkaar verschillend is zag men overeenkomsten in ontroering en verwerking. Het totaalbeeld van de expositie geeft een overzicht van wat kunstenaars zoal mentaal najagen en verzamelen en fysiek speuren en bewaren. Met die collectie aan geestelijke en lichamelijke beelden, die als herinneringen kunnen worden opgeroepen, doet de kunstenaar zijn ding. En dat ding is in dit geval een tekening, die is samen gesteld en opgebouwd in een beeldbank. Een raamwerk of het frame waarbinnen ieder element om aandacht vraagt, waardoor de blik zich niet kan hechten. Wat de voorkeur heeft daar trekken de ogen naartoe, dat is voor iedere toeschouwer persoonlijk anders. Zo blijft de kunst een individuele ervaring, een subjectieve sensatie.

    Opvallend levensgroot en manshoog komen de werken in de ruimte op mij toe. Daar tegenover hangen en liggen ter compensatie tekeningen intiem op klein formaat. Zijn de van Frankrijk gekomen Miles en Fourmént vooral in realistische zin aanwezig met herkenbare vormen, evenwel meerdere malen in een immateriële vormgeving gevat. De Nederlandse Rappard uit zich in abstracte composities. De relatie en overeenkomst in de diversiteit kan gelegd worden in de verzameling aan meervoudige indrukken die zijn vastgelegd in een enkelvoudige uitdrukking. Zo maakt de galerie een totaalbeeld van mogelijkheden binnen de kunstvorm tekenen. Dat het lang geleden is dat het tekenen alleen maar werd gezien als schets voor een resultaat. Dat dit tekenen het resultaat is. Dat werken met potlood het beeld kan verfijnen en detailleren. De kunstenaar zit dicht op het werk, de hand vertaald in een vloeiende beweging wat het hoofd bedacht. Dat is wat de kunstenaar doet, denken met de handen.

    La vue de l’ensemble. Expositie werk op papier van Marisa Rappard, Clément Fourment en Rob Miles. Bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. Tot en met 3 november 2024.