Tag: Martin de Jong

  • Er gaat niets boven stad als inspiratie

    Hij woont in stad. De kunst ligt voor hem op straat. Stapt hij uit de deur loopt hij zo tegen de inspiratie aan. Die stad, de grachten, de straten, het plein, vertaalt hij in voor hem herkenbare beelden. Daarin herken ik niet de Akerk, de Korenbeurs of de Martinitoren. Die zijn er niet in te ontdekken. Jochem Hamstra is geen stadsschilder. Hij maakt geen romantische plaatjes van schilderachtige plekken. Wel zie ik hem langs de straat slenteren met een schetsboekje, wat potloden en een stukje krijt. Zittend op een terras achter een goed glas bier tekent hij de stad voor zich uit. Zo’n dromerig beeld kan ik mij voor de geest halen. Maar honderd om een haalt Hamstra zijn beelden tijdens kloeke stadswandelingen. Slaat deze op in gedachten en werkt ze thuis uit in het atelier. De vertaalslag wordt dan niet op papier gemaakt maar in zijn hoofd. Het is niet de zichtbare werkelijkheid, maar een afdruk van het idee bij een plek.

    Hoogbouw belemmert een weidse blik

    Er kunnen ook gebouwen en straten samenvallen in een enkele compositie. Niet als collage, juist meer of minder een abstracte verwerking van de realiteit. Maar altijd met die werkelijkheid als ondergrond, als basis waarop de schildering groeit naar een figuratie die neigt naar abstractie. Want het figuurlijke gevoel, de letterlijke emotie, is een aftreksel van de werkelijkheid. Een uittreksel of liever een doorsnee daarvan. Het is het uitdrukken van een basisstructuur, het gevoel en de idee is daar nog wel in te herkennen. De werkelijkheid laat Hamstra niet helemaal los. Alleen met de neus op de feiten raakt de realiteit uit beeld. Ook heeft hij uitzicht vanuit zijn atelier, op de zolder van het Lamme Huiningegasthuis, over de daken van de stad. Maar hoogbouw belemmert een weidse blik. Wel bekijkt hij het grote geheel, beziet de boten in de gracht, beschouwt de monumentale gebouwen. Onderdelen daarvan vind ik terug in de composities. Echter kan ik deze niet terug leggen op de plekken waar ze zijn ontstaan. Omdat Hamstra een universele omgeving schept. Een stad die niet alleen Groningen is, maar ook best Amsterdam of Utrecht kan zijn. Maar dit oord, deze plaats, is de stad waar hij zijn inspiratie opdoet en daarom losvast verbonden aan Groningen.

    Hij woont op het platteland. De kunst groeit natuurlijk in zijn tuin. Gaat hij naar buiten valt hij met de neus in de boter. Maar zo werkt dat niet bij Martin de Jong. Hij is geen landschapschilder. Bij hem geen huisje, boompje, beestje. Hij houdt van de stad. Hoe groter, hoe beter. Hoe hoger, hoe mooier. Zakelijke gebouwen, woontorens, met in de gevels rijen gerangschikte ramen. Complexiteit daagt hem uit. In de stad heb je geen last van de horizon. Daar staat het landschap overeind – hoe hoger de gebouwen des te verticaler de blik. Op afstand werd hij erdoor geprikkeld. Zijn schilderijen inspireerde hij op New York, het zijn portretten van deze metropool. De architectuur losgelaten in speelse beelden. Afgeleide realiteit om het imposante gevoel beeld te geven. Een wiskundige opbouw gevat in strakke verticalen en rechtlijnige horizontalen. De regelmaat onderbroken door rijen ramen die in cadans donker of verlicht zijn.

    Grootsheid van het verticale landschap

    Na het sterven van zijn vader verzette De Jong zijn bakens. In de nalatenschap vond hij houtbewerkingsmateriaal. Op eigen kracht schoolde hij zich om tot timmerman. Nu maakt hij collages, gefiguurzaagde houtvlakken, met nog telkens de stad als uitgangspunt. Daarin kan hij nog beter met de vlakken spelen, door uitsparingen doorzichten geven, restvlakken dynamisch maken. Hij maakt zijn eigen blokkendoos om lustig met de volumes te spelen. Meer dan in het schilderij zie ik het imposante van de inspiratie. De grootsheid van het verticale landschap. De wandobjecten ademen nog de stad. De reliëfs associëren aan het stadsgezicht dat gezien is in de schilderijen. Een collage van figuren gezaagd in en uit hout. Soms onbeschilderd gelaten of de sporen van eerder gebruik dragend. Maar ook geverfd met acrylverf of kleur gegeven door verf en epoxyhars. De Jong neemt in het hout afstand van het traditionele stadsgezicht. Door het samenvoegen van gezaagde contouren van torenflats en wolkenkrabbers kan een soort van kroonluchter ontstaan, een perpetuum mobile.

    Te eigenaardig om niet te citeren

    Al meer dan 30 jaar kiezen deze opmerkelijke kunstbroeders hun eigen weg, maar verliezen elkaar nooit uit het oog. Oorspronkelijk en zichzelf, altijd zoekend naar een onconventionele manier van benaderen. Het levert al jaren verrassende beelden op. Beide oeuvres lopen parallel aan elkaar. En nu dus samen in één uitzonderlijke tentoonstelling bij Kunsthandel Peter ter Braak in Groningen. Conservator en museumdirecteur Han Steenbruggen opende de bijzondere expositie eerder met een dadaïstische oprisping. Inhoudelijk ging hij niet op de heren in en liet het werk al helemaal buiten beschouwing zo leek het.

    De schilder zwijgt tussen de verstrooide splinters, om galg en schot. Een kooi 3 meter breed 5 meter lang. Zijn oog tot dakraam, zijn hand een zaag strooit hij de blik naar verten tussen lood en steen. Langs vensters, het gordijn waarachter schimmen samensmelten, voorbij de wolkenkrabber. (…) Een flits van vroeger raaskalt in de bloeddoorlopen verf of platen, planken, platte planken wrikkend om de sleutelgaten. Zij de lege luchten, boven chemischgroene raaigrasvelden, zij de strakgetrokken horizonten. Wij het kletsen van de klinkers, wij de helle gevels torens en de putten naar de onderbuiken waar het zuipt en kruipt achter de kieren en het sijpelt langs de kromme ellebogen…” Te poëtisch om in de vergetelheid te laten wegzakken. Te eigenaardig om niet te citeren. Even vreemd en eigenzinnig als STAD, daar gaat niets boven.

    STAD. Een uitzonderlijke tentoonstelling met twee opmerkelijke kunstenaars. De straatcultuur als inspiratie. Kunsthandel Peter ter Braak, Noorderhaven 50, Groningen. Expositie van 8 tot en met 29 oktober 2023.

  • Het grensgebied van Fries landschap en Amerikaans stadsgezicht

    Marije Bouman brengt abstract poëtisch werk dat voortkomt uit de passie voor de natuur. De composities relateren aan wolkenluchten en landschappen. In enkele gebaren is de verf in het beeld gezet. Acrylverf op rijstpapier op doek, aquarelverf op papier. Het betreffen een grensgebied. Het terrein tussen droom en werkelijkheid. Het niemandsland tussen abstractie en realiteit. Een omgeving die zich voordoet in gedachten bij het zichtbare onderwerp. Kijk in het rond, aandachtig naar wat je ziet. Sluit de ogen, dan verschijnt dit beeld op het netvlies. Als het ware een projectie achter de oogleden. 

    Marije Bouman, Alta Bosca

    De schilderijen van Marije Bouman, zoals te zien bij galerie Alta Bosca in Gorredijk, zijn gezet in zachte pasteltinten. Nergens bederft een donderslag bij heldere hemel de atmosfeer. Het wolkige aanbrengen van de verf straalt tederheid uit en liefde voor de materie. In gemengde techniek op papier kan de kunstenaar feller uit de hoek komen. Ook de aquarel heeft een aangescherpte tong. Wanneer Bouman de abstractie verlaat om in realiteit aan te spreken, zie ik minder gedicht en meer verhaal. Dan wordt de poëzie van de schepping het proza van het landschap. De dichterlijke vrijheid is een verhalende non-fictie geworden. Ik denk een golf in de branding te zien. Een monumentale wolk boven dat Friese dorp aan de horizon. Een beekje tussen groen, een paadje in het bos. 

    De ruimte van het landschap

    De werken van Marije Bouman stemmen verlangend. Een heimwee naar hoe aangenaam en aantrekkelijk de natuur kan zijn. Zonder besmetting en vervuiling door het actuele misbruik van de aarde. Zo zoals het was en waarvan we kennisnemen hoe het kan zijn, nog. Bouman ervaart de ruimte van het landschap. De oneindige beweeglijkheid van water, licht en lucht, de natuur. Iedere dag oogt het verschillend en ziet ze andere dingen. Het water ligt nooit stil. De lucht is nooit hetzelfde. Het licht valt altijd anders. Een weerspiegeling van iets ongrijpbaars dat heel werkelijk is. In haar werk probeert ze dit ongrijpbare begrijpelijk te maken. 

    Marije Bouman, Ids Willemsma, Alta Bosca

    Die tere verwerking van het landschap staat in schril contrast met de stalen objecten van Ids Willemsma. In dezelfde expositieruimte zijn twee van zijn werken op sokkels neergezet. Feitelijk horen ze niet bij de tentoonstelling, maar zijn er wel in zichtbaar. Ze vallen stevig op en passen zich door de tegenstelling juist wonderwel aan. Bij Alta Bosca staan een danser gestileerd in staal, en vleugels met veren van ijzer. Willemsma is een meester in het vereenvoudigen van meervoudige voorstellingen. Een enkele beweging van het lichaam kan voldoende zijn om te smeden in staal. Dynamische abstractie, het vrije vers in cortenstaal.

    Schilder Martin de Jong houdt van steden. Hoe groter, hoe beter. Hoe hoger, hoe mooier. Zakelijke gebouwen, woontorens, met in de gevels rijen gerangschikte ramen. Complexiteit daagt hem uit. In de stad heb je geen last van de horizon. Daar staat het landschap overeind – hoe hoger de gebouwen des te verticaler de blik. Zijn schilderijen zijn geïnspireerd op New York, het zijn portretten van deze metropool. Een wiskundige opbouw gevat in strakke verticalen en rechtlijnige horizontalen. De regelmaat onderbroken door rijen ramen die in cadans donker of verlicht zijn. Er hangen enkele van deze composities in Alta Bosca. Maar De Jong toont daar voornamelijk zijn recente werk onder de noemer ARK, gereedschap. Het doek en penseel heeft hij aan de kant gelegd. Hij gebruikt het materiaal voor houtbewerking dat zijn overleden vader hem naliet. Deze erfenis is voor Martin het begin van nieuwe inzichten en een gewijzigde manier van werken. 

    Martin de Jong, Alta Bosca

    De wandobjecten ademen de stad

    De schilder kan als timmerman ruimtelijk werken. Eerder schilderde hij bouwvolumes, nu zaagt en timmert hij de afmetingen uit planken. Hout is na de verf zijn taal van spreken geworden. Eerst heeft hij zich het ambacht van zijn vader eigen gemaakt. Daarin zag hij een kans om de afstand die hij had gevoeld tussen hemzelf – de kunstenaar – en zijn vader – een man van ambacht en traditie – alsnog te verkleinen, schijft Feico Hoekstra in de catalogus bij de tentoonstelling. “Houten stadsgezichten maken, dat ging hij doen. Iets in de geest van dat stadsgrachtje aan de muur van zijn atelier, een staaltje inlegwerk van de oude De Jong.” Niet meteen kent hij de weg in het hout. Onwennig begint hij eenvoudig te werken in een enkele laag als maakt hij een tekening. Gaandeweg raakt hij handig en kunnen er meer lagen bij komen. Hij raakt gedreven en bedreven. “De paradox is dat hij met verf en kwast elk probleem de baas was, maar zich nu zonder zijn vertrouwde materiaal en gereedschap veel vrijer voelt.”

    Martin de Jong, Alta Bosca

    De wandobjecten ademen nog de stad. De reliëfs associëren aan het stadsgezicht dat gezien is in de schilderijen. Een collage van figuren gezaagd in en uit hout. Soms onbeschilderd gelaten of de sporen van eerder gebruik dragend. Maar ook geverft met acrylverf of kleur gegeven door verf en epoxyhars. Bij de meest rudimentaire vormen zijn de kruiskopschroeven storend zichtbaar. Met de huid van hars krijgt het materiaal een industrieel karakter. Dan is het stadium van experimenteren en uitproberen voorbij. De schetsen in hout zijn gemaakt. Het echte werk kan beginnen. Hij neemt afstand van het traditionele stadsgezicht. Door het samenvoegen van gezaagde contouren van torenflats en wolkenkrabbers ontstaat een soort van kroonluchter. Met behulp van een motortje aan het plafond kan de mobile draaien. Door dat bewegen in de ruimte wisselen de perspectieven en valt de aanleiding voor de vorm amper nog op. 

    ALTA BOSCA, galerie. Marije Bouman, schilderijen en aquarellen. Martin de Jong, objecten en schilderijen. Tot en met 9 juli 2023. 

    ARK, goed gereedschap is het halve werk. Martin de Jong. Tekst Feico Hoekstra. Uitgave in eigen beheer, 2023.

  • Martin de Jong zet New York in beeld en geluid aan

    Welke is het geluid van een betonnen landschap. Klinkt het dof en zwaar of juist helder en zuiver. Wat hoor ik van een wijdte, hoogte en breedte langs huizenblokken zover het oog reikt. Als plattelander zal ik me er maar nauwelijks thuis kunnen voelen, daar tussen die torenhoge huizenwanden. In verbazing opkijkend tegen puien en gevels tot mijn nek er stijf van staat. Overweldigend te weten dat mensen welhaast tot de hemel kunnen reiken in zo’n wolkenkrabber, tussen de wolken leven. Wat zijn de tonen die dit gevoel van grootsheid geeft in de rumoerige metropool, dat New York is. De emotie blijkt tegenovergesteld, een berusting, een stil geslagen ziel. Een deemoed in weemoed naar de rust en de gemoedelijke kalmte van de streek rond bijvoorbeeld De Hoeve of Oranjewoud in Friesland.

    iPad als schildersdoek

    Deze grote stap maakt kunstenaar Martin de Jong. Op afstand geïnspireerd geraakt door die enorme flats, de felle verlichting en drukte van mens en machine. Om daar uitgebalanceerd composities mee te maken. Architectonische afbeeldingen. Afgeleide realiteit om het imposante gevoel beeld te geven. Spelen met lijn, vlak en kleur. Die inspiratiebron wil hij kunnen aanraken, van dichtbij de sfeer proeven om er gedegen mee te kunnen werken. Dus gaat De Jong in de wereldstad overzee kijken om het leven aldaar te proeven. Maar vooral de sfeer te ondergaan die trilt in de atmosfeer, zindert in de warmte van de stad.

    Martin de Jong, New York

    Met een iPad als schilderdoek, want de kunstenaar wil zo onopvallend mogelijk de indrukken verbeelden die hij daar opdoet. Niet de toeristische kunstenaar zijn, waarbij elke figurant en passant een ogenblik over de schouder meekijkt om te zien wat er op papier dan wel op doek van de omgeving terecht komt. En, het op dat moment ongewenste commentaar wat dat oplevert. Ook in de kunst staan de beste stuurlui aan wal. Dus anoniem krast de digitale tekenpen over het beeldscherm. Het noteert de lijnen en vlakken in een eenvoudige opzet. Uit te werken later thuis in het atelier. Op doek of papier in grote afmeting. Maar ook wel werkt De Jong de iPadversie verder uit en maakt daar een uitvergrote print van. Daarvan kan hij meerdere versies maken, want met een enkele druk op de knop kan de kleur in een tel veranderen. Een variant op het thema. Een reeks variaties.

    Melancholische pianospel

    Terug naar het geluid van New York. Zo zoals Martin de Jong dit laat passen aan zijn gevoel bij die stad tijdens nachtelijke wandelingen. Want net als het beelden dat hij doet is de gemaakte klank een eigen impressie in expressie. In melklokaal, waar zijn werk hangt, is dat te zien en te horen. Stemmig pianospel geeft de emotie van daar weer. Vandaar dat ik er berusting uit peur. Geen zenuwachtige jazz of stampende blues, ook geen ratelende rap of helse house, maar de kalme tonen van een eenvoudige piano – pianissimo. Die tonen zijn genoteerd op een soort van draaiorgelboek, uitsparingen in het karton. De in rij gevouwen leporello is schilderend beschreven met schemerige details van de stad. De overgang van dag naar nacht. Die mysterieuze ervaring waarbij huizenhoge blokken bergen worden, donker afgetekend tegen de lucht, hoor ik niet terug in het melancholische pianospel.

    Martin de Jong, New York

    Martin de Jong brengt rust van het platteland in de skyline van de stad in. Zo zijn de composities van De Jong te bekijken. Hij maakt de grootsheid klein, het enorme handzaam. Geen ruime blik zoals hier in Friesland. Maar wel is de betonnen wereld transparant waardoor de blik als vanzelf weer wijds wordt. Veelal kan het oog langs de gevelwand door de straat glijden, wordt het zicht tegen de einder vaag. Ook kan de lucht vol zijn met ramen en muren. In een snelle expressieve stijl is de architectuur neergezet. Het schetsmatige karakter geeft het werk een speelse aanblik. De atmosfeer is in beweging. Geen felle kleuren zoals je zou verwachten, maar meest pastel tinten. De blokken flats zijn tegen elkaar geplakt en gestapeld als een blokkendoos. De Jong bouwt zijn eigen grote stad. Een landschap zonder horizon, omsloten door ritmes en herhaling. Het is een werkelijke weergave van de huizenmassa, waar ramen speels over de gevels dansen, het perspectief wordt hier wel losgelaten. De Jong probeert niet alles te laten zien, maar brengt de realiteit terug tot een zekere eenvoud en beleving. Het is een sfeer die moet worden ondergaan. De composities zijn een abstractie van de werkelijkheid, een vereenvoudiging in zichtbaarheid. Het weg schilderen om inzicht te krijgen in vorm en compositie. Een vertaling van de stad, huizenhoog in gevoel.

    Tentoonstelling “Transition”, werk van Martin de Jong bij melklokaal voor hedendaagse kunst, Heremaweg 20-1 in Heerenveen. Tot en met 11 juli 2021.

  • Reflecties van een metropool, naast wulpse occasions

    In TANK van melklokaal, op de verdieping, heeft schilder Martin de Jong een mini expositie ingericht. Ken ik zijn werk in eerste instantie van duingezichten – door mij de Dutch mountains genoemd, van pittoreske dorpsgezichten en van in repen gezaagde stadstaferelen. Maar ooit zag ik ook zijn academiewerk, toen hij nog aan het begin stond van wat een mooie carrière in de kunst ging worden. Nu slaat hij een andere weg in en stelt de digitale wereld in dienst van zijn kunnen. In melklokaal toont De Jong nog wel enkele nadrukkelijke vlechtingen, maar zijn landschappen zonder horizon spreken meer tot de verbeelding. De hectiek en dynamiek van metropool New York reflecteert Martin in expressieve platen. Er is geen tijd voor detaillering, want voor je het weet is het decor van het ene op het andere moment alweer gewijzigd. Een haastklus als in het schetsen op reis. Gaandeweg langs de wegen de indrukken op papier zetten.

    In New York City liep Martin rond met de iPad in de aanslag. De Jong heeft zich de e-pen en het beeldscherm eigen gemaakt in zijn nieuwste uitbeeldingen. Het voordeel van deze manier van werken is meteen het nadeel. Want je kunt gemakkelijk stappen terugzetten in het werkproces. De afbeelding is retoucheerbaar. Wanneer iets niet naar de zin is valt het vlak en de lijn te deleten. Daardoor wordt de spontaniteit van het uiten weggepoetst. Dat speelse karakter vind ik wel terug in de werken op paneel. Want dat moet er staan zoals het erop staat. Het heeft meer uitdrukking. Martin is een meester in het zetten van veelzeggende lijnen die beweeglijke vlakken kaderen. De sfeer blijft open met acryl en ballpoint waarin de nerf van het hout doorschemert. De stemming in pigmentprint op dibond is dicht gedrukt. Het resultaat is glad en glimmend. Met minder uitstraling, de toets van het krijt wordt gemist. Mijns inziens leeft de print daardoor minder.

    Het was er wel ooit

    We zien hoog oprijzende gebouwen straten omsluitend. Maar de straten zijn leeg, de gebouwen lijken dicht gespijkerd. De plek is onheilspellend stil als het filmdecor in een spookstad. Ieder moment verwacht ik een dwalende amarant om de hoek van een pui of gevel. De Jong laat altijd zijn composities zonder figuurlijk leven. Het was er wel ooit, maar de menselijke handeling is ten tijde van het uitbeelden stilgevallen. De kunstenaar neemt dat niet mee in de plaat. Het is wel voelbaar aanwezig, maar niet zichtbaar vertoond.

    melklokaal, Thijs Linssen

    In ROOM van melklokaal, ook op de verdieping, laat Thijs Linssen in een video-installatie zien wat hem in de moderne wereld fascineert. Twee auto’s zweven in een industriële ruimte. Een gele taxi en een zwart-witte politiewagen kantelen om hun as. De groteske speelgoedmodellen rijden nergens naartoe. Blijven in beweging op de plaats en beelden een dartel spel in deze verlaten werkplaatsen. Het koffiezetapparaat druppelt nog na, de brandblusser staat binnen handbereik. Het zijn details in de achtergrond die opvallen wanneer ik langer naar deze metalen acteurs kijk. De vehikels dansen lijkt het wel, draaien niet om elkaar heen maar bewegen wel in een ritme die veel weg heeft van een paringsdans. Los van de aarde, zwevend in het niets. Tot levendig wulpse figuren gemaakte occasions.

    “NY Reflections”, werk van Martin de Jong, en “Going nowhere”, een video-installatie van Thijs Linssen bij melklokaal voor hedendaagse kunst, Heremaweg 20-1 in Heerenveen. Tot en met 22 december 2019.

    melklokaal, Martin de Jong
  • Architectuur in het platte vlak

    Twee kunstenaars die in de wereld van de kunst en daarbuiten elkaar niet kennen, eerder. Conservator Marcel Prins van Kunstlokaal No.8 brengt ze samen in één ruimte. En wonderwel sluit het werk aan ergens op een breekpunt. De één komt van het beeldhouwen en de ander vanuit de schilderkunst daar op die plek terecht. Daar, in de wereld van de architectuur aan de wand. De ruimte van plaats en energie. Niet zo verwonderlijk, want Prins weet telkens in zijn samenstellingen van het tweetal een eenheid te maken.

    De vlakte van Monique Kwist reist op van de vloer of dwaalt af van de muur. Ze laat de ruimte leven door het met vreemdsoortige modellen te bezetten. Een expeditie naar ruimte, stilte, licht, volume en materiaal. Harde stenen elementen krijgen een zacht karakter van grijze stof. De tweestrijd laat ronde golfbewegingen in barse rechthoeken toe, alsof de steen zich los en vrij wil maken van haar DNA. Het schreeuwt zich fluisterend van de basis een plek in de ruimte. Kwist onderzoekt de bewegingsvrijheid die haar objecten kunnen worden gegeven. Laag bij de grond of hoger tegen de wand.

    Met graffiti besmeurde tempels

    Stroken beton die tegen bouwkunstig geblokt hout geplakt zijn, als de blinde muur van een appartement. Het is de overgang van vloer naar wand, sleutelwerk in de voortgang van het oeuvre – het opent de deur van ‘bloknoot’ naar ‘world architecture’. Bewerkte fotografische beelden op uitgesneden aluminium vormen als silhouetten van gebouwen en bouwwerken. De fotolaag is bekrast zodat het materiaal als drager glanzend bloot komt te liggen. Teer is het bouwsel dat uit karton en papier is gesneden en gescheurd, welhaast een collage. Het lijken tempels die met graffiti zijn besmeurd. Alles in het platte vlak dat de ruimte suggereert. De beeldhouwer denkt zich een geschilderde wereld.

    Kunstlokaal No.8, Monique Kwist, Martin de Jong

    En dan komt het werk van Martin de Jong in beeld. Het is de schilder die vast loopt in zijn eigen composities en een nieuw pad inslaat. Hij komt op de weg van de beeldbouwer, de puzzelaar die zijn eigen vraagstuk samenstelt. De Jong zet op hout zijn beeltenis – een lege winkelstraat of een skyline in progress – met snelle verflijnen, vlakken en kwastvegen uit. Er ontstaat een expressieve weergave van een geziene stedelijke omgeving. Hij werkt zo voortvarend dat het medium amper tijd heeft te drogen en wel in lopers over het beeld stroomt. Het resultaat wordt in repen gezaagd, de delen langs elkaar geschoven of verplaatst. Ook worden planken gedraaid en gewisseld. Deze uitkomst lijkt nieuwe aanknopingspunten te bieden om andere uitingen over de eerste laag te zetten. De uiteindelijke plaat geeft, hoewel het beklemmend stil is op straat, het gedoe en de opwinding van een metropool als Rotterdam of Londen weer.

    De schilder laat de architectuur dansen en plezier hebben, de kleuren bruisen over het asfalt en vloeien tegen de beraamde wanden op. Het is een speelse tussenvorm in werkelijkheid en abstract. Imposant omdat de kijker niet goed ziet wat er valt waar te nemen. De atmosfeer is in beweging gezet door kunstgrepen met zaag en hamer uit te halen. Maar ook werken de voor het herkenbare beeld onwerkelijke kleuren hierin mee. Alsof de reisschets in gedachten een eigen leven is gaan leiden en de herinnering zo een nieuwe beeltenis krijgt.

    “Plaats en Energie”, beelden en schilderijen van Monique Kwist en Martin de Jong bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega. Tot en met 9 april 2017.

    Kunstlokaal No.8, Monique Kwist, Martin de Jong