Tag: Martin de Jong

  • Er gaat niets boven stad als inspiratie

    Hij woont in stad. De kunst ligt voor hem op straat. Stapt hij uit de deur loopt hij zo tegen de inspiratie aan. Die stad, de grachten, de straten, het plein, vertaalt hij in voor hem herkenbare beelden. Daarin herken ik niet de Akerk, de Korenbeurs of de Martinitoren. Die zijn er niet in te ontdekken. Jochem Hamstra is geen stadsschilder. Hij maakt geen romantische plaatjes van schilderachtige plekken. Wel zie ik hem langs de straat slenteren met een schetsboekje, wat potloden en een stukje krijt. Zittend op een terras achter een goed glas bier tekent hij de stad voor zich uit. Zo’n dromerig beeld kan ik mij voor de geest halen. Maar honderd om een haalt Hamstra zijn beelden tijdens kloeke stadswandelingen. Slaat deze op in gedachten en werkt ze thuis uit in het atelier. De vertaalslag wordt dan niet op papier gemaakt maar in zijn hoofd. Het is niet de zichtbare werkelijkheid, maar een afdruk van het idee bij een plek.

    Hoogbouw belemmert een weidse blik

    Er kunnen ook gebouwen en straten samenvallen in een enkele compositie. Niet als collage, juist meer of minder een abstracte verwerking van de realiteit. Maar altijd met die werkelijkheid als ondergrond, als basis waarop de schildering groeit naar een figuratie die neigt naar abstractie. Want het figuurlijke gevoel, de letterlijke emotie, is een aftreksel van de werkelijkheid. Een uittreksel of liever een doorsnee daarvan. Het is het uitdrukken van een basisstructuur, het gevoel en de idee is daar nog wel in te herkennen. De werkelijkheid laat Hamstra niet helemaal los. Alleen met de neus op de feiten raakt de realiteit uit beeld. Ook heeft hij uitzicht vanuit zijn atelier, op de zolder van het Lamme Huiningegasthuis, over de daken van de stad. Maar hoogbouw belemmert een weidse blik. Wel bekijkt hij het grote geheel, beziet de boten in de gracht, beschouwt de monumentale gebouwen. Onderdelen daarvan vind ik terug in de composities. Echter kan ik deze niet terug leggen op de plekken waar ze zijn ontstaan. Omdat Hamstra een universele omgeving schept. Een stad die niet alleen Groningen is, maar ook best Amsterdam of Utrecht kan zijn. Maar dit oord, deze plaats, is de stad waar hij zijn inspiratie opdoet en daarom losvast verbonden aan Groningen.

    Hij woont op het platteland. De kunst groeit natuurlijk in zijn tuin. Gaat hij naar buiten valt hij met de neus in de boter. Maar zo werkt dat niet bij Martin de Jong. Hij is geen landschapschilder. Bij hem geen huisje, boompje, beestje. Hij houdt van de stad. Hoe groter, hoe beter. Hoe hoger, hoe mooier. Zakelijke gebouwen, woontorens, met in de gevels rijen gerangschikte ramen. Complexiteit daagt hem uit. In de stad heb je geen last van de horizon. Daar staat het landschap overeind – hoe hoger de gebouwen des te verticaler de blik. Op afstand werd hij erdoor geprikkeld. Zijn schilderijen inspireerde hij op New York, het zijn portretten van deze metropool. De architectuur losgelaten in speelse beelden. Afgeleide realiteit om het imposante gevoel beeld te geven. Een wiskundige opbouw gevat in strakke verticalen en rechtlijnige horizontalen. De regelmaat onderbroken door rijen ramen die in cadans donker of verlicht zijn.

    Grootsheid van het verticale landschap

    Na het sterven van zijn vader verzette De Jong zijn bakens. In de nalatenschap vond hij houtbewerkingsmateriaal. Op eigen kracht schoolde hij zich om tot timmerman. Nu maakt hij collages, gefiguurzaagde houtvlakken, met nog telkens de stad als uitgangspunt. Daarin kan hij nog beter met de vlakken spelen, door uitsparingen doorzichten geven, restvlakken dynamisch maken. Hij maakt zijn eigen blokkendoos om lustig met de volumes te spelen. Meer dan in het schilderij zie ik het imposante van de inspiratie. De grootsheid van het verticale landschap. De wandobjecten ademen nog de stad. De reliëfs associëren aan het stadsgezicht dat gezien is in de schilderijen. Een collage van figuren gezaagd in en uit hout. Soms onbeschilderd gelaten of de sporen van eerder gebruik dragend. Maar ook geverfd met acrylverf of kleur gegeven door verf en epoxyhars. De Jong neemt in het hout afstand van het traditionele stadsgezicht. Door het samenvoegen van gezaagde contouren van torenflats en wolkenkrabbers kan een soort van kroonluchter ontstaan, een perpetuum mobile.

    Te eigenaardig om niet te citeren

    Al meer dan 30 jaar kiezen deze opmerkelijke kunstbroeders hun eigen weg, maar verliezen elkaar nooit uit het oog. Oorspronkelijk en zichzelf, altijd zoekend naar een onconventionele manier van benaderen. Het levert al jaren verrassende beelden op. Beide oeuvres lopen parallel aan elkaar. En nu dus samen in één uitzonderlijke tentoonstelling bij Kunsthandel Peter ter Braak in Groningen. Conservator en museumdirecteur Han Steenbruggen opende de bijzondere expositie eerder met een dadaïstische oprisping. Inhoudelijk ging hij niet op de heren in en liet het werk al helemaal buiten beschouwing zo leek het.

    De schilder zwijgt tussen de verstrooide splinters, om galg en schot. Een kooi 3 meter breed 5 meter lang. Zijn oog tot dakraam, zijn hand een zaag strooit hij de blik naar verten tussen lood en steen. Langs vensters, het gordijn waarachter schimmen samensmelten, voorbij de wolkenkrabber. (…) Een flits van vroeger raaskalt in de bloeddoorlopen verf of platen, planken, platte planken wrikkend om de sleutelgaten. Zij de lege luchten, boven chemischgroene raaigrasvelden, zij de strakgetrokken horizonten. Wij het kletsen van de klinkers, wij de helle gevels torens en de putten naar de onderbuiken waar het zuipt en kruipt achter de kieren en het sijpelt langs de kromme ellebogen…” Te poëtisch om in de vergetelheid te laten wegzakken. Te eigenaardig om niet te citeren. Even vreemd en eigenzinnig als STAD, daar gaat niets boven.

    STAD. Een uitzonderlijke tentoonstelling met twee opmerkelijke kunstenaars. De straatcultuur als inspiratie. Kunsthandel Peter ter Braak, Noorderhaven 50, Groningen. Expositie van 8 tot en met 29 oktober 2023.

  • Het grensgebied van Fries landschap en Amerikaans stadsgezicht

    Marije Bouman brengt abstract poëtisch werk dat voortkomt uit de passie voor de natuur. De composities relateren aan wolkenluchten en landschappen. In enkele gebaren is de verf in het beeld gezet. Acrylverf op rijstpapier op doek, aquarelverf op papier. Het betreffen een grensgebied. Het terrein tussen droom en werkelijkheid. Het niemandsland tussen abstractie en realiteit. Een omgeving die zich voordoet in gedachten bij het zichtbare onderwerp. Kijk in het rond, aandachtig naar wat je ziet. Sluit de ogen, dan verschijnt dit beeld op het netvlies. Als het ware een projectie achter de oogleden. 

    Marije Bouman, Alta Bosca

    De schilderijen van Marije Bouman, zoals te zien bij galerie Alta Bosca in Gorredijk, zijn gezet in zachte pasteltinten. Nergens bederft een donderslag bij heldere hemel de atmosfeer. Het wolkige aanbrengen van de verf straalt tederheid uit en liefde voor de materie. In gemengde techniek op papier kan de kunstenaar feller uit de hoek komen. Ook de aquarel heeft een aangescherpte tong. Wanneer Bouman de abstractie verlaat om in realiteit aan te spreken, zie ik minder gedicht en meer verhaal. Dan wordt de poëzie van de schepping het proza van het landschap. De dichterlijke vrijheid is een verhalende non-fictie geworden. Ik denk een golf in de branding te zien. Een monumentale wolk boven dat Friese dorp aan de horizon. Een beekje tussen groen, een paadje in het bos. 

    De ruimte van het landschap

    De werken van Marije Bouman stemmen verlangend. Een heimwee naar hoe aangenaam en aantrekkelijk de natuur kan zijn. Zonder besmetting en vervuiling door het actuele misbruik van de aarde. Zo zoals het was en waarvan we kennisnemen hoe het kan zijn, nog. Bouman ervaart de ruimte van het landschap. De oneindige beweeglijkheid van water, licht en lucht, de natuur. Iedere dag oogt het verschillend en ziet ze andere dingen. Het water ligt nooit stil. De lucht is nooit hetzelfde. Het licht valt altijd anders. Een weerspiegeling van iets ongrijpbaars dat heel werkelijk is. In haar werk probeert ze dit ongrijpbare begrijpelijk te maken. 

    Marije Bouman, Ids Willemsma, Alta Bosca

    Die tere verwerking van het landschap staat in schril contrast met de stalen objecten van Ids Willemsma. In dezelfde expositieruimte zijn twee van zijn werken op sokkels neergezet. Feitelijk horen ze niet bij de tentoonstelling, maar zijn er wel in zichtbaar. Ze vallen stevig op en passen zich door de tegenstelling juist wonderwel aan. Bij Alta Bosca staan een danser gestileerd in staal, en vleugels met veren van ijzer. Willemsma is een meester in het vereenvoudigen van meervoudige voorstellingen. Een enkele beweging van het lichaam kan voldoende zijn om te smeden in staal. Dynamische abstractie, het vrije vers in cortenstaal.

    Schilder Martin de Jong houdt van steden. Hoe groter, hoe beter. Hoe hoger, hoe mooier. Zakelijke gebouwen, woontorens, met in de gevels rijen gerangschikte ramen. Complexiteit daagt hem uit. In de stad heb je geen last van de horizon. Daar staat het landschap overeind – hoe hoger de gebouwen des te verticaler de blik. Zijn schilderijen zijn geïnspireerd op New York, het zijn portretten van deze metropool. Een wiskundige opbouw gevat in strakke verticalen en rechtlijnige horizontalen. De regelmaat onderbroken door rijen ramen die in cadans donker of verlicht zijn. Er hangen enkele van deze composities in Alta Bosca. Maar De Jong toont daar voornamelijk zijn recente werk onder de noemer ARK, gereedschap. Het doek en penseel heeft hij aan de kant gelegd. Hij gebruikt het materiaal voor houtbewerking dat zijn overleden vader hem naliet. Deze erfenis is voor Martin het begin van nieuwe inzichten en een gewijzigde manier van werken. 

    Martin de Jong, Alta Bosca

    De wandobjecten ademen de stad

    De schilder kan als timmerman ruimtelijk werken. Eerder schilderde hij bouwvolumes, nu zaagt en timmert hij de afmetingen uit planken. Hout is na de verf zijn taal van spreken geworden. Eerst heeft hij zich het ambacht van zijn vader eigen gemaakt. Daarin zag hij een kans om de afstand die hij had gevoeld tussen hemzelf – de kunstenaar – en zijn vader – een man van ambacht en traditie – alsnog te verkleinen, schijft Feico Hoekstra in de catalogus bij de tentoonstelling. “Houten stadsgezichten maken, dat ging hij doen. Iets in de geest van dat stadsgrachtje aan de muur van zijn atelier, een staaltje inlegwerk van de oude De Jong.” Niet meteen kent hij de weg in het hout. Onwennig begint hij eenvoudig te werken in een enkele laag als maakt hij een tekening. Gaandeweg raakt hij handig en kunnen er meer lagen bij komen. Hij raakt gedreven en bedreven. “De paradox is dat hij met verf en kwast elk probleem de baas was, maar zich nu zonder zijn vertrouwde materiaal en gereedschap veel vrijer voelt.”

    Martin de Jong, Alta Bosca

    De wandobjecten ademen nog de stad. De reliëfs associëren aan het stadsgezicht dat gezien is in de schilderijen. Een collage van figuren gezaagd in en uit hout. Soms onbeschilderd gelaten of de sporen van eerder gebruik dragend. Maar ook geverft met acrylverf of kleur gegeven door verf en epoxyhars. Bij de meest rudimentaire vormen zijn de kruiskopschroeven storend zichtbaar. Met de huid van hars krijgt het materiaal een industrieel karakter. Dan is het stadium van experimenteren en uitproberen voorbij. De schetsen in hout zijn gemaakt. Het echte werk kan beginnen. Hij neemt afstand van het traditionele stadsgezicht. Door het samenvoegen van gezaagde contouren van torenflats en wolkenkrabbers ontstaat een soort van kroonluchter. Met behulp van een motortje aan het plafond kan de mobile draaien. Door dat bewegen in de ruimte wisselen de perspectieven en valt de aanleiding voor de vorm amper nog op. 

    ALTA BOSCA, galerie. Marije Bouman, schilderijen en aquarellen. Martin de Jong, objecten en schilderijen. Tot en met 9 juli 2023. 

    ARK, goed gereedschap is het halve werk. Martin de Jong. Tekst Feico Hoekstra. Uitgave in eigen beheer, 2023.