Hier is het waar ik ben. Hier is waar het gebeurd. Hier laat zien wat nergens anders bekeken kan worden. Ik ben daar, was. En ik zie het, zag. Hier, daar. Hier in de galerie heerst stilte, waar de showroom daar meer drukte geeft. De stilte van binnen, van de kunst hier. Buiten dringt wel door in binnen, hier. De enkele auto die over de Heirweg rijdt, even verder weg de Heerenveenseweg met zwaar verkeer. En vandaag, nu, hier; die dag, toen, daar schuurt Sigrid hout voor een of andere nieuwe installatie. Of ik daar last van heb, of het me stoort hier te beschouwen. Natuurlijk niet, want zij moet verder nu hier de expositie hangt en mooi is en gelukt zoals zij het voor ogen had, hier gedacht heeft. Dan niet uitpuffen na het inrichten, niet bij de pakken neerzitten, op de lauweren rusten – nee, er moet gewerkt worden. En weer door.
Dus, het geluid stoort me niet. Ook de ruis, in het Batavushuisje van toen waar de Wonderkamers nu is, hindert me niet bij het beschouwen van het werk waar het hier nu eigenlijk om gaat. De expositieruimte en de voormalige fietsshowroom, de Wonderkamers, grenst aan het atelier dat goed beschouwt de eigenlijke Wonderkamer is. In die werkruimte voltrekt zich het wonder van de schepping van weer een ander iets uit niets. De werkbank ligt bezaait met onderdelen, materiaal en gereedschap. Het is een lust om er te kijken zonder te beschouwen. Even afgeleid dus, maar niet verstoort. En dan weer door.

Beelden van porselein en hout
In de Wonderkamers beschouw ik HIER. Hier, de verzamelnaam voor de presentatie van werk van een viertal kunstenaars. Van kunstenaars hier uit de buurt. De buurt is Nijeholtwolde. Krap genomen maar breed gekozen. De kunstenaars komen namelijk uit de wijde omgeving, maar zijn wel van hier, en nu. Rondom te zien, nu hier dan daar. Natuurlijk is Sigrid Hamelink zelf van de partij als eigenaar en uitbater van de Wonderkamers. Zij toont eigen werk en past daarbij werk van anderen aan. Haar beelden van porselein en hout verhouden zich naadloos bij elk door haar gekozen werk van collega-kunstenaars. Het heeft in de loop van de tijd al menige gast weerstaan en stand gehouden bij het geweld van diverse aanzitters.
De vormen van Hamelink zijn geconstrueerd naar het evenbeeld van de mens. De mens als vorm is inspiratie voor de kunstenaar. De beweging in het lichaam, de dynamiek van ledematen ten opzichte van de romp, zijn voortdurend aanleiding een gedaante te figureren. Geen portretten van personen, de beelden van Hamelink zijn onpersoonlijke figuraties. Het individu is geen mensenkind of sterveling. Het drukt een gevoel uit, past bij een stemming. Het is de ontroering van Hamelink als maker bij het leven. Sluit aan op het sentiment van de beschouwer hier, de bezitter van het werk daar. Grote vormen uit hout gesneden of van klei geboetseerd. Kleine gestroomlijnde gedaanten van wit porselein op een zwarte basis als drager. Of een wolk van die kleine figuren op een paneel, een rij kleine mensen tegen de wand. Netjes in gelid zonder zich te storen aan de naaste.

Geen exacte wetenschap
Deze figuurtjes kunnen zo gegleden zijn uit de verlaten landschappen van Christiaan Kuitwaard. Hij stelt zijn veldezel in de omgeving op en legt in de openlucht vast wat hem voor ogen komt. En plein air, ter plaatse, schetst hij de vrije natuur. Een schets in verf om de idee, het gevoel van daar vast te houden. Dat ene moment in beeld te beschrijven. Het is daarom geen exacte wetenschap, geen gedetailleerde blik. Het is de stemming die de toon zet, de sfeer waarin de klank klinkt. Met recht een compositie, zowel in verf als vorm is het een deun die me bekend voorkomt. De snelle blik van Kuitwaard, een oogopslag, blijft op mijn netvlies staan. Niet helder en duidelijk, maar zuiver zoals de omgeving zich aan mij kenbaar maakt. Inzichtelijk zoals ik dit pleinairisme aanvoel. C’est le ton qui fait la musique; c’est le caresse qui fait la peinture.
Nieuw leven in de maak
Ook Ton Broekhuis begeeft zich voor zijn professie in de omgeving. Het natuurgebied De Rottige Meenthe, of dichter bij huis zijn eigen tuin. Daar legt hij planten vast in de herfst van het leven. Deze zijn de bloei voorbij en geven al hun kracht nog voordat ze afsterven. Want de dood is een ander zijn brood, ofwel in het sterven ontstaat nieuw leven. Voordat iets opnieuw kan beginnen dient het voorgaande te verdwijnen. Het zijn dat door Broekhuis op macroniveau is vastgelegd heeft het leven gedaan, de groei staat stil en is uit de tijd gegaan. De laatste kracht is gezet in zaaddozen, waarin het nageslacht zit opgesloten. Er is nieuw leven in de maak. De plant sterft af en reïncarneert in een vergelijkbare te herkennen gedaante. Broekhuis vereeuwigd het leven, een onderdeel in een eeuwige cyclus van jaar op jaar, jaar in jaar uit. Het zijn betoverende opnamen, mysterieuze platen. Het leert mij beter kijken naar planten. Wanneer in de herfst mijn tuin de bloei voorbij is, zak ik op de knieën en beschouw zoals Ton Broekhuis kijkt.

Een kwal op het droge
Aan Sigrid vraag ik of er iets op de verdieping te zien is, want meestal richt zij daar een duistere Wonderkamer in om lichtbeelden te laten zien. “Er is alleen maar rotzooi”, zegt ze. Dus er is daar niets, het is allemaal hier. Maar wanneer ik de tentakels die uit het plafond van de voormalige showroom komen aanzie, vermoed ik dat er zich toch iets afspeelt op de zolder. Een geheimzinnig tafereel van een weelderig groeiende plant veronderstel ik. De wortels komen door de planken en voelen beneden aan de atmosfeer. Ik kan me hier in de installatie van Mathilde Hemmes begeven. Wordt onderdeel van haar compositie. Ik kan de tentakels laten bewegen. De door gekleurde wollige draden omwonden wortels, met hier en daar een textiele luchtbel, trillen wanneer ik langs ga. Het is een eigenaardige gewaarwording, een opwindende ervaring. Want je weet niet wat je bemerkt. Zijn het wortelstokken of zijn het vleesbomen en begeef ik mij in een darmkanaal. Aan de wand hangt een uitgedroogd leven, tevens een zijn na de bloei schat ik in. Een kwal op het droge. De lichaamsbellen geplet, de tentakels neerhangend. Is dit een model van wat zich in de ruimte en daarboven afspeelt. Ligt op de zolderverdieping een lubberig gedrocht dat de flexibele organen en grijparmen tussen de planken naar beneden door wurmt. De rillingen lopen me over de rug. Hier.
HIER. Expositie werken van Ton Broekhuis, Sigrid Hamelink, Mathilde Hemmes en Christiaan Kuitwaard. Bij Wonderkamers, Heirweg 57 in Nijeholtwolde. Daar te zien van 25 mei tot en met 23 juni 2024.
