Tag: Meulenhoff Boekerij

  • Figuurlijk levens opdiepen uit de graven van Père-LaChaise

    Rob Kemps vraagt het zich niet meer af. Waarom hij bijna manisch in elke plaats, stad of dorp graven moet opzoeken en bezoeken. Wat hem boeit op plekken die tot rust en kalmte manen. Zijn leven dat dagelijks van links naar rechts gaat daar dan op pauze gaat, op de plaats rust. Een jachtig druk leven dat stil wordt op die plek. Waarom de begraafplaats in het algemeen en Père-LaChaise in het bijzonder hem zo onweerstaanbaar aantrekt. Het vindt de oorsprong op het kerkhof in Best. Daar liggen zijn overgrootouders, vader en moeder van opa Janus. De kleine Rob kent die voorouders niet, ze waren allang gestorven toen hij werd geboren. Aan dat graf stelde hij zich voor hoe hun levens er uit hebben gezien. Hoe zijn vader bij deze opa op schoot zat. Op de hoven die Kemps bezoekt kent hij ook niemand, maar interesseert zich voor de levens die achter de namen schuil gaan.

    image

    Op de begraafplaats is het alsof je even om het hoekje kunt kijken. Een sneak peek in het hiernamaals. Dan moet je wel voorstellingsvermogen hebben, verbeelding, inbeelding. Dat heeft Rob Kemps. Zit hij tussen de graven en sluit de ogen dan hoort hij de stemmen. De zachte geluiden die uit de graven omhoog stijgen. Daar wordt je stil van. Het is de magie van de overkant. Het mysterie van gene zijde. De plek waar je ooit eens zult zijn. Waarvoor je bij geboorte al een paspoort hebt ontvangen, een verblijfsvergunning. Je bent statushouder, maar stapt eerst nog maar niet in de boot die je naar Hades zal brengen. Alleen even ruiken, een moment proeven, een ogenblik het gevoel beleven. Dat is de aandacht die de begraafplaats trekt. Een geheimzinnig terrein waar je liever niet wilt zijn, maar dat toch onheilspellend interessant is.

    Plek bij uitstek waar levenden doden bezoeken

    Lopend langs graven met onbekende namen in stenen gebeiteld. Wie zouden het zijn. Hoe hebben ze geleefd. Dat zijn de vragen die Rob Kemps zich heeft gesteld. Nieuwsgierig als hij is ging hij op onderzoek uit. En nog steeds doet hij ontdekkingen omdat het knekelveld hem niet koud laat. De hof in Parijs deed hij dagelijks aan, het lag op zijn route naar de Franse les. Die neemt hij om de chansons te kunnen begrijpen, het Franstalige levenslied waarvan hij liefhebber is. De hof trekt hem en laat niet weer los. Alles lijkt daar in evenwicht. Het leven en de dood is er in balans. Het is een plek bij uitstek waar de levenden de doden bezoeken. Om hen te gedenken, te herinneren. Maar ook, in het geval van een plaats als Père-LaChaise, als ‘ramptoeristen’ of de grootheden daar begraven te aanbidden.

    image

    Rob Kemps doet echter meer dan sec graven bezoeken. Hij wil dus weten wie achter die namen schuil gaan, hoe die levens geleefd zijn. Iedere begraafplaats trekt, maar zeker doet deze in Parijs dat. Het eeuwenoude Père-LaChaise telt vele bekende gezichten, beroemde medemensen die daar hun laatste rustplaats hebben gevonden. Kemps interesseert zich voor de historie en is figuurlijk in die grond gaan spitten. Heeft wetenswaardigheden naar boven gehaald en deze verhalen laten afdrukken in een boek. Die uitgave is als een reisgids, een handboek om de illustere plek te bezoeken. Of thuis op de bank imaginair over de paden te lopen. Even de “Hemel op aarde” aan te doen.

    Heilige plaats met mysterie omgeven

    Kemps neemt mij aan de hand mee langs de graven en monumenten. Wijst me op de namen die er staan en heeft bij welhaast elk graf een achtergrondverhaal. Op die manier komen de doden weer tot leven. Wordt er even bij hen stil gestaan, aan hen gedacht. Kemps toont mij bij leven grote namen als Karel Appel, Édith Piaf, Max Ernst en Jim Morrison. Het graf van de legendarische zanger van The Doors lijkt een heilige plaats met mysterie omgeven, zoals naar de letter eigenlijk de gehele begraafplaats in Parijs dat is. Ongewild is het kerkhof een toeristische attractie geworden. Waar een gids de bezoekers leidt langs attractieve graven zoals van Oscar Wilde, Michel LeGrand, Victor Noir en Sarah Bernhardt. Ook Rob Kemps is door zijn regelmatige bezoeken en zijn fascinatie voor de mens achter de steen een rondleider geworden.

    image

    In zijn boek “Hemel op aarde” wijst hij mij de weg over het grote veld, dat welhaast een stad voor de doden is geworden. Geen spookdorp evenwel zoals in het wilde westen, waar de roos van Jericho door de straten rolt. Père-LaChaise is allerminst een verlaten plek. Het leven mag er dan de aarde hebben verlaten, in de verhalen houdt dat zijn nog stand. De begraafplaats is een dorp in de stad. Grenzend aan het leven, omdat de dood niet kan worden weggestopt en zelfs onderdeel is van het wezen. In het boek vind ik plattegronden van de in vier afdelingen opgesplitste begraafplaats. In ieder segment bezoekt Kemps 23 graven om mij te vertellen over levens. De één krijgt meer aandacht dan de ander, omdat er van die ene nu eenmaal meer is opgeschreven en die andere in de vergetelheid dreigt weg te zakken. Daarnaast gaat Kemps in op de geschiedenis van de vermaarde begraafplaats en de uitstraling die deze dodenakker heeft in de wereld der levenden. Het boek is een reisgids om mij te oriënteren op deze begraafplaats, om de mijn pad er te vinden. Op plattegronden geeft Kemps de besproken graven met nummers aan.

    image

    De mensen waarvan Kemps de levens beschrijft passen in de plattegrond van de stad Parijs. Deze straten, huizen en cafés die ze hebben bewoond of bezocht kunnen nu nog worden bezocht. Kamps heeft ze op de wegenkaart gezet. Het maakt het boek compleet voor een uitgebreide VVV-folder. Ter promotie van Parijs en in het bijzonder om de beroemde begraafplaats binnen de stadsmuren eens te bezoeken. De verhalen schrijft Kemps meeslepend, zijn fascinerende enthousiasme klinkt door de woorden; ik las het boek bij wijze van spreken in één adem uit. Vooral de mij bekende namen wekken interesse, maar ook de bij leven minder aansprekende mensen krijgen mijn belangstelling. Door zijn bezoeken en zoektochten is de uitgave een ode aan de meest betoverende plek van Parijs geworden. Enthousiast geworden volg ik zijn loop op de documenterende foto’s van Floris van Bergen. Zij heeft ook de grafmonumenten stijlvol in beeld gebracht. Er ligt een wereld voor Rob Kemps open. Er zijn nog veel meer magische plaatsen op dit continent om levens uit op te diepen.

    Hemel op aarde. De mooiste verhalen over Père-Lachaise, de beroemde begraafplaats in Parijs. Rob Kemps. Fotografie Floris van Bergen. Meulenhoff Boekerij, 2023.

  • De cirkel van de kunst is rond met het aandeel van de vrouw

    De vrouw is door de tijd steevast het ondergeschoven kind van de man. Op allerlei vlakken is er geen of nauwelijks recht van spreken. “Het enige recht van de vrouw is het aanrecht”, is een gevleugelde uitspraak. Bedacht door een man, natuurlijk. In legio in onze ogen minder ontwikkelde landen delft de vrouw voortdurend het onderspit. Is zij nog lang niet de gelijke aan de man. Schijnt zij telkens een minder mens te moeten zijn. In de westerse wereld heeft de vrouw zich wel uit het slop omhoog gewerkt. Maar dat hoofd boven het maaiveld uitgestoken wordt er nog geregeld afgeschoten. We hoeven ons hier zelf als man niet op de borst te kloppen. Wat dat betreft. Dreigt er een vrouw aan de top te komen dan huivert de man.

    Op diverse gebieden moet de vrouw zich waarmaken. Meer dan de man. Lijkt ze beter te moeten zijn, zichzelf bewijzen. Langzamerhand gaat haar dit lukken. Is de man altijd het sterke geslacht genoemd, de vrouw bewijst dit label met verve over te nemen. Want je bewijst jou kracht door sterker te zijn dan sterk. De man te verslaan en verbolgens overwinnen. Wie het laatst lacht… Maar eigenlijk hoort het geen wedstrijd te zijn. Waar is die vermeende ongelijkheid ooit begonnen. Wie heeft dat bedacht.

    Dat de vrouw meer is dan enkel model en de man kan inspireren daar gaat de uitgave “Meer dan Muze” van De Kunstmeisjes over. Want wie kan beter schrijven over vrouwen in de kunst, dan die vrouwen zelf. De man staat aan de kant te kijken met al zijn vooroordelen. De vrouw maakt het mee en oordeelt in alle eerlijkheid over het eigen vlees. Want met name in de kunst weet de vrouw haar mannetje te staan. Komt zij tegenwoordig meer en beter uit in de schijnwerper. Laat ze zien dat er geen mannelijke en vrouwelijke kunst bestaat. Maar wel dat de vrouw andere inzichten en verwerkingen heeft naast de man.

    Laagdrempelige trant van schrijven

    De Kunstmeisjes is een collectief van kunstminnende vrouwelijke schrijvers. In eerste instantie ontstaan om de kunst via sociale media aan de man te brengen. Of beter gezegd onder de aandacht van een ruim deel van de bevolking te brengen. Met een groot aantal vrienden op Facebook en volgers op Instagram heeft De Kunstmeisjes de elitaire kunst toegankelijk gemaakt voor een breed publiek. De kern van het collectief is een drietal dames die gepokt en gemazeld door studie en ervaring zichzelf tot autoriteit hebben uitgeroepen. In een laagdrempelige trant van schrijven, helder en humoristisch, weten ze een ieder enthousiast te maken met en over kunst. Waar de kenner, meestal in historisch perspectief de man, nog wel hoogdravend op kan geven en de dode kunstenaar door zijn werk denkt te kunnen ontrafelen. Daar staan deze vrouwen met beide benen op de grond en matigen zich geen oordeel aan, maar brengen de feiten op tafel om de lezer min of meer daarin te onderwijzen.

    Schreven de drie dames hun eerste boek zelf vol, ditmaal is het collectief uitgebreid met een groot aantal vrouwen meer. En zowaar een enkele man. Om de kunst door vrouwen gemaakt van alle kanten te kunnen bekijken en beschrijven. Ieder draagt een steen bij om het pad voor de vrouw in de kunst te plaveien. Zij praten mij bij over de levens en het werk van tientallen vrouwen die de kunstwereld hebben opgeschud en verrijkt, lees ik op de achterkant van het boek. Met dit analoge boek proberen De Kunstmeisjes hun digitale wereld op te schudden en qua inzicht te verrijken. De uitgave laat zich in een aantal thema’s onder verdelen. Thema’s waarin tal van vrouwelijke kunstenaars als voorbeelden worden aangehaald. Het zijn de makers, de muzen, maatschappelijke manoeuvres, het is de macht. Niet alleen de kunstenaars zelf zijn het onderwerp, ook de mensen die hen steunen zover te komen als dat ze zijn gekomen, de mecenassen.

    De vrouw die mannenkunst maakt

    De vrouwen in de kunst werden lang over het hoofd gezien, vielen met hun werk buiten selecties, kregen daarmee geen tentoonstellingen en raakten veelal in de vergetelheid. Enkele bleven hardnekkig boven drijven, maar velen raakten op de achtergrond van de kunstgeschiedenis. De Kunstmeisjes haalt deze tussen de coulissen vandaan en plaatst ze voor op het podium in de schijnwerpers. Een heldere volgspot brengt het werk onder de aandacht. De verschillende bijdragen aan het boek zijn geen gedramatiseerde verhalen, geen opgeklopte vertelsels, maar het resultaat van diepgaand en serieus onderzoek.

    In dat speuren en opgraven kwamen ze er achter dat de kunstgeschiedenis is bevolkt met veel meer talentvolle, vernieuwende en interessante vrouwen dan altijd verteld is. Hebben de mannen de vrouwen voor het gemak onder het kleed geveegd? Kregen ze geen kansen omdat het vrouwen zijn. Of omdat de man bang was door hen overvleugeld te worden. En bleek er dan voldoende talent te zijn, dan altijd vanuit het oogpunt van de man: ‘de vrouw die mannenkunst maakt’. Lang mocht de vrouw alleen maar bloemstillevens en landschappen maken. Moest ze zich verre houden van het geklede model en de naakte waarheid. Daarom werd ze ook lang geweerd van de kunstopleidingen. Het is nu niet meer voor te stellen, maar de vrouw beoefende de kunst enkel als hobby. Tijdverdrijf, omdat haar belangrijkste taak het huishouden en de kinderen was. Vrouwelijke kunstenaars kozen er daarom wel voor om niet te trouwen en kinderloos te blijven. Op die manier kon het talent groeien en bloeien. En waren de maatschappelijke barrières te omzeilen.

    Vrouwenkunst niet anders dan mannenkunst

    Het is tijd, vonden De Kunstmeisjes, dat deze vrouwen terug de geschiedenis in zouden worden geschreven. De Kunstmeisjes wilden het kortom over de kunstmeisjes hebben. En mag ik als man dan het boek van dit collectief beschouwen. Mij aanmatigen een oordeel te vellen over de kunst van de meisjes. Is voor mij de vrouw in de kunst na het lezen van dit boek inderdaad meer dan muze. Inderdaad meer dan een model waarmee de man goede sier kan maken. Het vrouwelijk lichaam in de kunst was namelijk meestal een knipoog naar de mannelijke kijkers. De accessoires rondom, waarmee dat lijf tot middelpunt van het stilleven werd, verwijzen daarom symbolisch naar wellust en erotiek. “Vrouwen zijn er om een honger te stillen, niet om zelf hongerig te zijn”, lees ik. En ik griezel, wordt boos van binnen. Want de vrouw is in mijn optiek meer dan minnares. Meer dan symbool van inspiratie.

    Vrouwenkunst is niet anders dan mannenkunst. Vrouwenkunst is kunst gemaakt door vrouwen. Het heeft een andere insteek, omdat vrouwen nu eenmaal anders zijn dan mannen. Een andere ervaring van de wereld hebben. Een verschillende waarneming bezitten en op een diverse manier kunnen uitwerken. De vrouw staat anders in het leven in vergelijk met de man. Maar niet met minder emotie of geringere sensatie, gewoon anders. En daardoor maakt de vrouw de kunst meer kruidig, meer beleefbaar. Het is juist een aanwinst wanneer de vrouw haar deel inbrengt. Het is als het ware het zout in de pap. De smaakmaker. Met de moderne kunsten, in het bijzonder de uitingen die het gevoel en de beleving als meest belangrijk uitgangspunt hebben en daardoor minder naar de werkelijkheid streven, is de vrouw als model of als muze op de achtergrond geraakt. Kan ook de man model zijn, en zeker de rol van muze aannemen. Er is geen scheiding van macht meer. Gelukkig maar.

    Dat is wat “Meer dan Muze” mij leert, maar ik wist het natuurlijk allang allemaal. Maar De Kunstmeisjes dragen meer wetenschap en kennis aan dan ik al had in deze. Door de verschillende zienswijze en opvatting de vrouw eigen geven zij een open kijk op de kunst. Een verruimde blik, een versoepelde beschouwing. De kunst van vrouwen door vrouwen beschreven is een aangenaam nieuw geluid in de cultuurgeschiedenis. Een welkome uitbreiding op mijn collectie kunstboeken. De nieuwe vrouw kleurt buiten de lijntjes. De moderne vrouw vult prettig het landschap van de kunst aan. Eindelijk is het plaatje af en is de cirkel rond.

    Meer dan Muze. Over vrouwen in de kunst. De Kunstmeisjes. Mirjam Kooiman, Nathalie Maciesza, Renee Schouten-Kniepstra en anderen. Uitgave Meulenhoff Boekerij, 2023.

  • De ernstige vertellingen van Godfried Bomans gebundeld

    Hij is liefhebber. De opdracht van de uitgever was dan ook een kolfje naar zijn hand. Maar hij had niet gedacht dat de rijstebrijberg zo hoog was voordat Luilekkerland in zicht zou komen. Na zijn positieve antwoord op de gestelde vraag bracht de uitgever hem een doos papieren. Zo’n postzak vol met brieven voor een knappe boer die een vrouw zoekt. Zeven delen verzameld werk van Godfried Bomans, in totaal 6000 pagina’s kleine letter. Joost Prinsen werkte zich vervolgens door sprookjes, columns, feuilletons,  letterkundige beschouwingen, verslagen, lezingen, voordrachten, boekbesprekingen en feestredes heen om een uitgelezen bloemlezing samen te stellen.

    Want dat was de opdracht van Meulenhoff, een boek met verhalen van Godfried Bomans uit te laten komen bij zijn 50e sterfdag. Het luilekkerland in de woordenberg werd gaandeweg begrenst en afgebakend. Komisch bedoelde artikelen schoof Prinsen terzijde. Het ging hem vooral om de serieuze enigszins bezadigde stukken. Soms enigszins onleesbaar in de huidige spelling van de Nederlandse taal. Maar juist door die quasi ernstige verhalen blijkt het talent van Bomans om zwaar plechtige zaken met een korrel zout te nemen. Prinsen denkt niet dat hij een voor hem persoonlijke keuze heeft gemaakt. “Binnen het kader van mijn opdracht heb ik die stukken opgenomen die ik met het meeste plezier gelezen heb. De vreugde van het lezen.

    Kill your darlings

    De essays die in “In alle ernst” zijn opgenomen verschenen eerder in kranten en tijdschriften. Het zijn dus niet de beste stukken, maar wel die artikelen die volgens Prinsen ook nu nog het best te lezen zijn. Er zullen meer beste verhalen in de doos gezeten hebben, maar de samensteller moest een keuze maken om het te verschijnen boek niet uit het kaft te laten barsten. Met de stofkam is hij te werk gegaan. “Kill your darlings” moet hij gedacht hebben tijdens de selectie. De meest prachtige teksten zijn blijven liggen, omdat ze in het kader van dit boek niet hebben gepast. Het had de inhoud verzwakt. Maar ik denk dat Joost Prinsen met spijt bladen terzijde heeft gelegd, weer opnieuw heeft gepakt, maar toch maar aan de stapel ‘uit’  heeft toegevoegd. Het is niet eenvoudig om te kiezen uit het oeuvre van de man, die door De Volkskrant is omschreven als de beste: “Weinigen zijn zo bepalend geweest voor de Nederlandse literatuur als Godfried Bomans.

    Joost Prinsen

    Desondanks of dankzij dat is het Prinsen gelukt. Waarschijnlijk ook omdat hij over eenzelfde soort humor beschikt als Bomans. Een lichtvoetige stijl, een onslijtbare ironie, de wereld beschouwend met een grimlach. Niet zelden lag het mes op tafel wanneer onder meer politiek, religie, oorlog en de herinnering gefileerd moesten worden. Want in het omfloerste taalgebruik klinken de kritische standpunten zuiver door. Het is alsof zijn kijk op de wereld ingepakt moet worden in een sobere woordkeus die tussen hoofdletters en punten lichtvoetig blijft. Bomans is een meester in het luchtig omschrijven van ernstige zaken, serieuze onderwerpen worden soepel omschreven.

    Verzamelbundel Bomans’ essays

    Joost Prinsen schrijft een inleiding in het 38 essays tellende boek, want de bekende schrijver verdient na een halve eeuw voor de lezer van nu toch enige toelichting. Ook doet Prinsen uit de doeken hoe zijn samenstelling tot stand is gekomen. Al in 2001 geeft hij in een column in het Haarlems Dagblad aan dat het tijd is voor een verzamelbundel van Bomans’ essays. Twintig jaar later dus, mag Prinsen dat dan zelf doen.

    Godfried Bomans

    In de inleiding omschrijft hij hoe Bomans van de enigszins studentikoze schrijfstijl en gymnasiaste woordkeus, het archaïsche proza vol bijzinnen en komma’s, gaandeweg uitkomt op de strakke kenmerkende stijl. Een stijl die uitstekend kan bestaan naast speelse verhalen als Erik of het klein insectenboek, Pa Pinkelman en Tante Pollewop, Pieter Bas en de vele sprookjes. Bomans was geboeid door het fenomeen Sinterklaas, is het zelf ooit en schreef erover. Zijn sinterklazologie is verrukkelijke onzin. Van het onderhoudende en beeldende soort. Daar was Godfried goed in. Hij was in zijn tijd de meest gelezen auteur van Nederland, maar kreeg literair weinig voet aan de grond. Zijn optredens voor radio en televisie zorgden voor grote populariteit onder het publiek. Zijn droogkomische verteltrant maakte hem geliefd bij de gewone man. Bij de zware kost van andere schrijvers is de luchtige stijl een verademing.

    Fotografische herinnering

    In alle ernst” bevat verhalen die ondanks de ernst doorspekt zijn met humorvolle aforismen. Bomans beschikte over een scherp oog en een evenzo scherpe pen. Omgeving en handeling worden nauwgezet beschreven, zodat de lezer al lezende exact ontdekt waar de schrijver is en wat hij – misschien wel in gedachten of als fotografische herinnering – voor zich ziet. Zekere zinnen lokken wervelende woorden. Bomans beschrijft beeldend de omgeving en alles wat zich daarin bevindt tot aan karaktervolle figuren toe. De teksten zijn veelal cartooneske schetsen, schertsend hoewel ze uiterst serieus bedoeld zijn. Een karikatuur van het leven.

    Godfried Bomans

    Bij het lezen van de verhalen in het boek heb ik veelal de neiging te denken dat ze verzonnen zijn, of althans de personages uit de fantasie van de schrijver ontsproten zijn. Niets is echter minder waar. Mogen er dan wat bedachte individuen en gebeurtenissen door de teksten wandelen, alle andere zijn bestaande figuren. Soms zit Bomans wel wat al te knus aan tafel een hapje mee te eten of heft het glas met deze en gene, dat het lijkt alsof hij kind aan huis is en iedere intieme handeling kan omschrijven. Het is alsof dan zijn fantasie met de kennis aan de haal gaat, het verhaal wordt geromantiseerd. Zoals de regisseur een boek losjes verfilmd om het zichtbaar te houden voor de toeschouwer in de bioscoop.

    Eigentijds actuele verhandelingen

    Bomans was een groot Dickens kenner en heeft veel van zijn werken vertaald. Het is dan ook niet bijzonder dat Prinsen een essay over A Christmas Carol heeft opgenomen. De olijke schrijver legt de beroemdste kerstvertelling ter wereld over deze op één na beroemdste ter heen. Het bedekt de vertelling naadloos, de carol is het evangelie in andere woorden geschreven. Een essay als ‘Ik laat mij elders knippen’ kan zo in de moderne tijd van de riooljournalistiek op de sociale media gezet worden. En is ‘Ver van huis en toch dichtbij’ niet al het aansnijden van de migratie problematiek? Bomans verhalen zijn vanuit de donkere jaren 40, de heerlijke jaren 50 en de roerige jaren 60 geen stoffige woordspelingen en aftandse aforismen, maar juist heldere en nu nog eigentijds actuele verhandelingen en beschouwingen.

    Godfried Bomans

    Ik kan mij hier laten verleiden door zinnen en alinea’s uit de verhalen van Bomans te citeren, zoals Prinsen dat in zijn inleiding doet wanneer hij aangeeft wat niet werd opgenomen maar wel vermeldenswaardig is. Ik doe dat niet, want het boek “In alle ernst” moet uiteraard gekocht worden zodat het een bestseller wordt en het Bomans ook in de 21e eeuw tot de best gelezen schrijver van Nederland maakt. Het kan als springplank dienen voor het andere werk van Godfried Bomans. Hij verdient het. En Prinsen ook. Want Joost Prinsen mag zich zeker na het lezen van de 6000 pagina’s Bomans’ literatuur een ongekende kenner noemen.

    Godfried Bomans In alle ernst, de keuze van Joost Prinsen. Meulenhoff Boekerij, 2021.

    Godfried Bomans, Joost Prinsen, Meulenhoff
  • Een handboek teneinde om het kunstwerk te kijken

    Ze wil me laten kijken als een kunstenaar. Zien door het kunstwerk om het ontstaan te kennen. Of eigenlijk achter de kunst blikken, om het hoekje van de inspiratie en het maakproces. Waarom is het schilderij er, wat is de reden dat het er is. In het informatieve boek “Kijk als een kunstenaar” beantwoordt Monica de Ruiter vragen over de kunst en haar beoefenaars. Want die vragen werden haar zovele gesteld tijdens rondleidingen langs de kunst van het Rijkmuseum in Amsterdam. In de bestaande kunstboeken vind ik veel kijk op kunst maar vrijwel nooit het antwoord op de vraag hoe het kunstwerk gemaakt is. Welke uitdagingen kunstenaars tegenkomen, maar vooral welke middelen de kunstenaar ter beschikking staan om het vak uit te oefenen.

    Monica de Ruiter

    Niet enkel de soorten dragers en de diverse verven, maar zeker ook de emotie die het neemt om het kunstwerk er te laten zijn. Het gevoel speelt een belangrijke rol in het proces van het lege canvas naar de figuratie, het witte papier naar de verbeelding en de schone muur naar de beeltenis – die daar op zal gaan staan naar het heilig moeten van de kunstenaar. Natuurlijk kan ik niet als een kunstenaar kijken als ik dat zelf niet ben, de ogen schieten me tekort, maar De Ruiter neemt mij met haar boek mee de wondere wereld van de kunst in. Ik mag achter het podium backstage meekijken in de keuken. Kan de geuren van linnen, verf en bindmiddel ruiken tussen haar regels door.

    Kunstenaars over hun kunst

    Ondertussen, tijdens het lezen ervan, vraag ik mezelf af waar zal ik het boek in mijn kast zetten wanneer ik het uit heb. Plaats ik het in de categorie kunstgeschiedenis. Of tussen de handboeken voor de kunstenaar. Dan wel op alfabet van de kunstenaar bij de kunstboeken. Eigenlijk is het dat alles in één. Het belicht zowel de geschiedenis van de schone kunsten aan de hand van technieken en stijlen, als wel dat het de kunstenaar aan het woord laat. Want met die antwoorden voor ogen kan ik werkelijk kijken als een kunstenaar.

    Monica de Ruiter hoort verschillende kunstenaars uit over hun kunst en waarom dit er is en volgens hen moet zijn. Bekende namen in dit wereldje als Olphaert den Otter, Marc Mulders en Michael Raedecker, maar ook voor de massa minder grote meesters zoals Aukje Koks en Rezi van Lankveld. Alle hebben zij een duidelijk verhaal over hun vak en juist deze gesprekken maken het boek tot een waardevol instrument. De techniek, de emotie – vooral dat laatste element is van levensbelang, daardoor kan de kunstenaar alleen overleven in de kunst. Zonder dat wordt het schilderij een nietszeggende plaat voor boven de bank, een dertien in een dozijn uiting. Ook schilders uit vervlogen dagen komen langs in het boek, omdat deze door het werk over hun graf heen veel te vertellen hebben. Ik leer van Vincent, Rembrandt, de gebroeders Van Eyck en Frans Hals. De schildermagie van Johannes Vermeer en het mysterie Piet Mondriaan.

    Marc Mulders

    Het boek heeft de allure van een verdiepte blik, in de kunst vanaf de prehistorische start tot vandaag de dag – de finish die maar nooit bereikt wordt want steeds is er een nieuwe stroming die bevaren moet worden. Het begin ligt voor de jaartelling, en kijk ik over de schouder van de naamloze grotschilder mee naar zijn techniek en handvaardigheid. Monica de Ruiter stapt vervolgens met grote stappen door de geschiedenis van de kunst. Want het gaat er haar niet om deze in het spotlicht te zetten, maar dat was is belangrijk voor wat nu is. Wie de vooruitgang in de kunst niet kent zal geen goed oordeel kunnen vellen.

    Het was er niet zomaar

    Om me te tonen hoe kunstenaars van naam en faam, van naamloos en virtuoos, naar hun omgeving kijken om er iets mee te doen. Het opent mijn ogen al voordat ik het resultaat in beeld zie, de geschiedenis te kennen geeft grond het scheppen te waarderen. Aan de hand van de diverse technieken die kunstenaars hanteren volg ik het spoor van drager via grondlaag naar de ondertekening. Monica spit voor mij in de grond en keert de aarde voor mijn voeten om. Zo zodat ik doorzie wat er allemaal komt kijken om een schilderij te maken. Wat er in de geschiedenis heeft plaats gevonden, in de stijl is gebeurd om dat kunstwerk te kunnen laten zien wat ik nu in galeries voor hedendaagse kunst kan aantreffen. Het was er niet zomaar, het kent een lange groei en veel experiment van toen tot nu om er te mogen zijn.

    Met de ontwikkeling van het schilderen, want daarover gaat het in dit boek vooral, loopt de ontwikkeling van die modder aan dat kwastje gelijk mee. Want is dan de drager gekozen, linnen of hout dan wel steen, vervolgens is er de grondlaag als basis voor de voorstelling. Dat deze zich kan hechten en op de plek blijft. Om een afbeelding in verf te maken wordt eerst een op detail uitgewerkte schets neergezet. Hoe dat precies allemaal in zijn werk gaat hoef ik hier niet te schrijven. De Ruiter heeft dat alles leesbaar beschreven, zonder omhaal van woorden of in kostbare vaktaal.

    Studie schilderkunst

    De diverse verven komen uitermate goed uit de verf. De Ruiter heeft op iedere vraag een antwoord. Niet alleen is het boek voor de argeloze museumbezoeker een voordeel om te lezen, maar ook de kunstenaar zelf zal er iets aan hebben. Wanneer je voor zo’n kunstwerk staat en je bent op dat moment ‘uitgekeken’ op wat je ziet, komen er vragen over ontstaan, het hoe maar vooral het waarom. Wat is de reden dat het schilderij er is zoals het er is. “Kijk als een kunstenaar” is daarom een handboek voor de mens die verder kijkt dan zijn neus lang is in de kunst. En de kunstenaar kan zich met het boek in de hand verdiepen in materialen en technieken. Deze worden gedetailleerd omschreven, en ook hier weer komt haar studie schilderkunst goed van pas. 

    Niet alleen diept De Ruiter dus de geschiedenis uit, ook heeft ze met die verschillende kunstenaars een gesprek. Want zoals gezegd zonder de kunstenaar geen kunst. Deze gesprekken zijn eigenlijk het meest waardevol in dit boek. En de manier waarop De Ruiter de kunst en kunstwerken van deze kunstenaars beschrijft. Zij schildert met woorden en eigenlijk heb ik door haar teksten een afbeelding van het omschreven kunstwerk niet meer nodig. Bekijk ik deze, want de meeste zijn wel ter illustratie in het boek afgedrukt, dan is er een blik van herkenning, want haar woorden zeggen dikwijls zoveel meer dan de werken uitbeelden. Natuurlijk is dat bezijden de waarheid, want kunst heeft geen woorden nodig en spreekt voor zich. Maar zou je dan het beeld wel in woorden uitdrukken, dan heeft Monica de Ruiter deze gevonden. Zo is het boek ook nog eens een handboek voor de kunstrecensent.

    Kijk als een kunstenaar, van theedoek tot terpentine: hoe schildertechnieken en materialen de kunstgeschiedenis beïnvloeden. Monica de Ruiter bij Meulenhoff Boekerij, 2021.

    Monica de Ruiter, Meulenhoff Boekerij