Tag: Mischa Andriessen

  • De fabels van Anutosh in ongerijmd beeldrijm

    Het is als begeef ik mij in een onwerkelijke wereld. Een surrealistisch universum. Een omgeving die er niet echt is, maar enkel bestaat in het hoofd van de kunstenaar. Daar strekt het zich uit tot de einder, van de temporaal- tot de occipitaalkwab, van hier tot elders, daar tot ginder, de hele uitgestrektheid van de primaire virtuele cortex. Met zijn weergave daarvan, zijn gedachte beeld voor ogen – met als resultaat de tekeningen die nu aan mij voorliggen in de publicatie “Schaduw / Shadow”, probeert Anutosh deze overdenkingen in mij te spiegelen. Zodat deze ook deel van mij uit maken. Daardoor kan ik de beschouwer zijn van ontmoetingen in vorm en beeld, reflecteren op daaruit ontstane afbeeldingen. In het platte vlak het treffen van mens en dier, een metafoor voor techniek en natuur, ratio en emotie, verstand en gevoel. Het bewuste en onderbewuste vormen dan samen een voorstelling, een begrip. Dat kunnen begrijpen en dat laten voorstellen is het beeld dat zich vormt tussen denkbeeld en resultaat, tussen hoofd en papier: het krijt, het potlood in de vingers van Anutosh’ hand. De vuist die werktuig is van de gedachte. Het versmelten van bestaande beelden en bedachte vormen tot mythische wezens. Fabeldieren uit de mythologie. Dieren met menselijke trekken. Mensen die zich dier voelen.

    Afspiegeling van de werkelijke wereld

    De fabel van Anutosh schijnt een vredige wereld waaruit mij door hem details worden voorgeschoteld. Want ik krijg niet het grote geheel te zien zoals hij dat achter zijn ogen ziet. Mens in dier, dier door mens, doemen op uit het wit van het papier. Korte vertellingen in een enkel moment. Wel genomen uit een samenleving met haken en ogen, met scherpe kantjes en prikkelende aspecten. Een afspiegeling van de werkelijke wereld of althans een spiegel aan de wand waarin de omgeving zichzelf beschouwd. Niets menselijks is het dier zich vreemd. De mensen gedragen zich als beesten. Het lijken wel beelden gelezen in die trilogie van en over de ring. Of de voorstellingen die in Johannes opkwamen tijdens zijn openbaringen. Het zijn wel nare denkbeelden, sombere overdenkingen, akelige filosofieën. Maar het kunnen tevens heel tedere inzichten zijn, kwetsbare gedachten, toegenegen benaderingen.

    Ook in de werkwijze komt de kunstenaar zichzelf tegen, ontmoet zijn speelse ego de serieuze persoonlijkheid. Zijn eigenheid is doordacht en tevens spontaan. Hij werkt nauwgezet met oog voor het detail, kunstzinnig en accuraat, maar kan ook korzelig en ongeremd zijn. Het gebruik van krijt in combinatie met potlood verbeeldt die tegengestelde karakters. Verfijnd in de potloodlijnen en speels op de vlakken met krijt. Een onbevangen twee-eenheid dat een derde dimensie krijgt met de inbreng van olijfgroen. En de werken lijken het stadium van schets niet te zijn ontgroeid. De tekeningen lijken onaf, maar juist dat aspect geeft ruimte om als beschouwer in de voorstelling binnen te treden. Ik kan lijnen doortrekken en vlakken inkleuren. Ik kan denkbeeldig de kunstenaar uithangen, hem in de tekening afmaken.

    Ergens in het boek lees ik dat Anutosh een fanatiek duiker is en dat het leven in de onderwaterwereld hem fascineert. “Het kleurveranderen van een octopus, het waaien van zacht koraal in de stroming of een school vissen die eruit ziet als een lopende man… wat bezielt die dieren toch?” Het inspireert de kunstenaar om dat zijn te implementeren in het bestaan aan land. Hij heeft het onwezenlijke, de onwereldse aard van beneden de zeespiegel boven water gehaald. Er zijn legendarische wezens ontstaan, mythische figuraties. Lege ogen vol van inzicht staren mij aan vanaf de vellen. Die ogen steken, prikkelen de zintuigen, mijn zijn. Wat wil de kunstenaar mij vertellen, wat is zijn boodschap? Ik lees in de tekstuele bijdrage van Mischa Andriessen: “Wie een tweede keer kijkt, ziet meteen dat Anutosh’ beeldtaal helemaal niet onmiddellijk te doorgronden is, dat vrijwel elke tekening op zijn minst een ongerijmdheid bevat, iets dat niet ogenblikkelijk te verklaren is en zich ook niet oplossen laat.”

    Legendarische wezens

    Hoewel open en toegankelijk getekend, blijft het werk duister en mysterieus. Zoals de kunstenaar het zeeleven boven water haalt, zo duikt hij mythologieën uit het verleden op. Niet om deze te duiden, maar te tonen dat er meer is tussen hemel en aarde, tussen waterspiegel en zeebodem. In dat verhaal kan de beschouwer zichzelf vinden. Kruist de blik mijn inzicht en raak ik verward door het ongerijmde beeldrijm. Het maakt me onzeker; waar leidt deze voorstelling heen. De kunstenaar vertelt meer tussen de getekende vlakken op het onbevlekte papier, zoals bij een schrijver meer valt te lezen tussen de regels door. De niet afgebeelde vorm, de ongeschreven tekst, geeft commentaar op wat zichtbaar is. Het gevoel bij zegt meer dan het zicht op de tekeningen.

    Intuïtief tekent Anutosh zijn gedachten uit, schrijft zijn denkbeelden in beeldtaal op. Maar daarbij laat hij altijd de rede meespreken, want onberedeneerd en gevoelsmatig loopt het werk uit de hand en gaat het ongecontroleerd zelf een weg. De kunstenaar moet het eigen werk de baas blijven anders gaan de vormen vormen aannemen die niet bedoeld zijn. Maar soms is de ratio niet te beredeneren, sluiten de ogen en geeft de gedachte vrije ruimte om te beelden. Wordt de blik daarna scherp dan kan het raadsel verklaart zijn in toegevoegde lijnen en vlakken. Dit balanceren tussen figuratie en abstract, tussen werkelijk en bedacht, wordt Anutosh bewust in meditatie – om voor een stil moment in te checken bij zichzelf. En in de ware waarheid van het Boeddhisme. In zijn dankwoord benoemt hij dat: “Naropa en de sangha van naropa voor de diepe stilte: de impact daarvan gaat zo ver voorbij de woorden”. Het is daarom dat ik als westers mens in een christelijke cultuur niet altijd even goed de lijnen kan volgen die Anutosh trekt, de vlakken die hij inkleurt kan verklaren. Maar hij pakt mij bij de hand en stuurt mijn ogen de juiste richting in, waar ik tussen de beelden in de stilte mijn gedachten kan ordenen.

    ANUTOSH – Schaduw / Shadow. Tekeningen. Tekst: Mischa Andriessen, Anutosh. Uitgave Van Spijk Art Books, 2024.

  • Verhalenverteller Gijs Dragt verbindt het verleden met het heden

    De fotograaf kiekt het moment. Zet een specifiek ogenblik vast in de tijd. Pint het op het prikbord van de geschiedenis. Gijs Dragt zoekt plekken op die ooit door schilders eerder werden vastgelegd. Op doek lijken deze momenten bevroren te zijn, maar in verf komt de omgeving in stilstand juist tot leven. Dragt vond de straten, de paden, de huizen, het uitzicht die Jos Lussenburg, Ben Viegers en Jan van Vuuren als vertegenwoordigers van de Veluwse schilders een eeuw eerder hebben gezien en vastgelegd. Deze plekken zijn veranderd nu, de tand des tijds heeft eraan gevreten. Of ze zijn verdwenen, uitgegumd en weggezakt in vergetelheid. Die omgeving, dat uitzicht geeft Dragt een nieuw gezicht in zijn project dat tot stand kwam in nauwe samenwerking met het Noord-Veluws Museum. Dragt legt de actuele situatie vast en zet het later nog digitaal naar zijn hand. De beweging van de tijd brengt hij in de compositie in. Deze verglijdt letterlijk in zijn beeld.

    Terugkijken dat kan, vooruitkijken is onmogelijk

    De mens kijkt met plezier over de schouder. Ziet graag terug in de tijd. Zelfs heeft de mens wel heimwee naar eerder. Hoe zag namelijk de wereld er toen destijds uit, hoe lag het erbij en ervoor vroeger. Zijn er nog herkenningspunten nu of is de schop er in gegaan. De herinnering kleurt veelal helder op, ook wanneer het aandenken zwart en grauw is. De mooie gedachten blijven, al hadden deze schaduwkanten die weggesleten zijn. Een gevleugelde uitspraak bij het omkijken is: ‘vroeger was alles beter’. Het is eeuwig zonde wanneer een natuurgebied moet plaats maken voor een nieuwe wijk. Of dat een monumentaal gebouw plat gaat omwille van de vooruitgang. De omgeving dient zich te vernieuwen wil het zichzelf in stand kunnen houden. Natuurbranden zijn de gewoonste zaak van de wereld, daarna herstelt de natuur zich snel weer. Echter de mate waarin de mens de aarde om zeep helpt is in deze eeuw ongekend.

    Terugkijken dat kan, vooruitkijken is onmogelijk. Naar wat geweest is en is voorbij gegaan kan met een nostalgische blik worden gekeken. Naar dat wat in de toekomst nog komen gaat valt te gissen. Misschien kan een logaritme uitkomst bieden of een glazen bol. Planologen plannen de toekomst, althans dat proberen ze. Maar de tijd gooit meestal roet in het eten, dat niet zo heet wordt gegeten als het is opgediend. De toekomst voorspellen is een heikele zaak. Daarom, omdat wat voor ons ligt ongewis is, kijken wij met belangstelling terug. Treden we graag in de voetsporen van voorgangers met naam en toenaam. Ook al zijn die voetsporen in de tijd onduidelijk geworden. We lopen graag de weg die iemand voor ons is gegaan. Dan herkennen we vroeger. Proeven de sfeer van weleer.

    Het verleden klinkt in het heden

    Kunstenaar Gijs Dragt trad in de voetsporen van enkele schilders die ooit de Veluwse omgeving vast hebben gelegd. Hij keek achterom en zocht de plekken op die deze schilders in verf op doek in beeld brachten. Nam er foto’s van en bewerkte deze, zodat er een bewegend beeld in de tijd is ontstaan. In de composities is de sfeer van weleer te proeven. Kleurvegen geven de vertaling van gister naar vandaag aan. Dragt heeft niet het moment stil gezet, maar juist door laten klinken. Het galmt over het beeldvlak. De aan de hand van schilderijen gevonden plekken echoën in de tijd. Het zicht is gewijzigd of helemaal verdwenen. Maar het verleden klinkt in het heden. Voor de schilders is Dragt een ziener, een voorziener. Hij ziet wat zij zagen en hoopten te zien.

    Het reizen en onderzoeken, het herbeleven is van alle tijden. Gijs Dragt reist in de voetsporen van drie beeldend kunstenaars op de noordelijke Veluwe. Hij reist terug in de tijd van een eeuw geleden en vindt er het zijn van nu in terug. Op zoek naar de locaties van de schilderijen, indien mogelijk naar hetzelfde standpunt. Hij kijkt, observeert, fotografeert, en laat zien wat er veranderd is, wat nog hetzelfde. De effecten maakt hij met de camera tijdens het fotograferen en later op de computer thuis met digitale programma’s. Zijn werkwijze is te vergelijken met die van de schilders, die thuis in het atelier hun schilderijen vervolmaakten. En Dragt vraagt zich af hoe het er op die plek een eeuw later nog uit zal zien. Zoals die schilders zich dat toen ook afvroegen, maar er alleen hun gedachten over konden laten gaan. Met de nu beschikbare digitale technieken kan Dragt vooruit kijken in de tijd.

    Zo kan de sfeer van toen worden geproefd

    Korte levensbeschrijvingen in het boek “De Noord-Veluwe fotografisch geschilderd” doen mij de drie kunstenaars kennen die de fotograaf naliep. De manier waarop zij hun inspiratie uit de omgeving wisten vorm te geven. Het gebied doorkruisten om karakteristieke plekken meest en plein air vast te leggen en uit te werken. Het is niet zo verwonderlijk dat Gijs Dragt in Jos Lussenburg, Ben Viegers en Jan van Vuuren voorbeelden zag om na te volgen. Het boek geeft voldoende vergelijksmateriaal. Schilderijen zijn afgedrukt naast de composities die Dragt vormgaf. Zo kan de sfeer van toen worden geproefd en de vertaling van nu daarnaast worden gelegd. Bij de ene schilder zijn de vastgelegde plekken eenvoudiger in het heden te vinden dan bij de andere. Toch is Dragt op zoek gegaan en heeft voldoende aanknopingspunten gevonden om de plekken te vinden waarmee hij zijn verhaal over de Veluwe kan vertellen. Want dat is Gijs Dragt, een verhalenverteller. Zijn eerste en laatste woorden zijn de situatie van de Veluwse schilders en de locatie van nu. Daartussen vertelt hij zijn verhaal in een abstracte belijning, een kleuring van de herinnering. Dragt laat het niet bij het vastleggen van een beeld, meer nog wil hij een voorstelling creëren. Een compositie maken uit een bestaande situatie om zo een nieuw inzicht te scheppen. Zoals de schilder in het landschap, het stilleven of dorpsgezicht een ongeziene ziel legt.

    De tijd als verbindende factor

    Over Gijs Dragt is geen biografie afgedrukt, maar wel een beschrijving van zijn inspiratie en werkwijze. En op welke manier hij tot het project kwam om de Noord-Veluwe fotografisch te schilderen en daarmee trad in de voetsporen van Lussenburg, Viegers en Van Vuuren. Hoe de wereld er door zijn lens uitziet, want zegt hij “fotografie is het bevriezen van een moment dat direct daarna geschiedenis is. Dit heeft een magische betekenis. Het vertegenwoordigt een fractie van de seconde, waar je deelgenoot van was.” Die ene tel, dat het diafragma zich opent en het licht van de voorstelling in het hart van de camera binnenlaat, manipuleert Dragt later met het brein van de computer. Hij wil dat moment laten doorgaan, in beweging zetten. Aan die geschiedenis brengt hij een dynamiek zodat het voortduurt in het heden. Het verleden van gisteren is in zijn werk de blik in de toekomst. In de publicatie komen heden en verleden samen, lees ik, net zoals stilstand en beweging, mythe en werkelijkheid. fotografie en schilderkunst. Met de tijd als verbindende factor.

    In zijn essay herhaalt Mischa Andriessen dat nog eens. Ik citeer: “In zijn kleurrijke beelden verbindt Dragt fotografie en schilderkunst, verbindt hij heden en verleden, verbindt hij stilstand en beweging. En verbindt hij wie kijken wil met wie gekeken heeft. Hij heeft een vorm gevonden waarin het er allemaal is. Allemaal op hetzelfde ogenblik. We zien wat hij heeft gezien, maar oom wat Lussenburg, Viegers en Van Vuuren hebben gezien, én wat zij hoogstwaarschijnlijk hadden willen zien. Dat gulle kijken is wat Dragt met de kijker deelt.

    De Noord-Veluwe fotografisch geschilderd. Gijs Dragt in de voetsporen van Jos Lussenburg, Ben Viegers en Jan van Vuuren. Teksten Lies van de Beek, Mischa Andriessen. Catalogus bij tentoonstelling in Noord-Veluws Museum tot 8 oktober 2023. Uitgave VanSpijk [photo] ArtBooks, 2023.

  • De wolk en het licht als dynamische inspiratie

    Jezelf als kunstenaar te vereenzelvigen met je onderwerp. Daardoor kun jij je helemaal inleven in wat en wie het uit te beelden iets of persoon is. Dezelfde angsten en wrevel doorvoelen. Hetzelfde natuurlijke geweld doorstaan. Niet kijken naar die of dat als buitenstaander, als beschouwer, maar één proberen te zijn met waar men voor staat om te vereeuwigen. Het gevoel en de emotie worden van de kunstenaar. Om te kunnen beelden, af te beelden – uit te beelden, is die vorm de zijne, of de hare. Is dat volume zijn of haar kracht. Andersom gesteld neemt de kunstenaar zichzelf door de ander, door het andere, mee in het beeldende werk.

    Sebastiaan Spit is zo’n kunstenaar. Hij heeft de durf en het bravoure één te worden met zijn fascinatie. Dat zijn wolken als natuurlijk materiaal, dat is jazz als geïmproviseerde muziek. Hij heeft de durf een wolk te worden. Dat is niet wezenlijk een wolk zijn, een stuk waterdamp, een mistflard, een nevel. Maar de dynamiek van een wolk te hebben, het veranderlijke karakter, het beweeglijke zijn. Ieder moment een ander voorkomen en gewijzigde vorm hebben, maken. Zo in beweging te zijn dat je fysiek onherkenbaar bent. Nu zo, straks anders. Als de voor de vuist weg gemaakte compositie in de jazzmuziek, het spontaan ter plekke creëren van een concept, een instrumentale song waarin iedere speler een inbreng heeft, elk element ertoe doet. De noten nooit vervolgens op dezelfde rij klinken en worden gespeeld als tijdens dat optreden, die repetitie. Het zal altijd anders zijn, net als de wolk dat is. Er is niets uitgeschreven, er staat nauwelijks iets vast. Elke keer weer laten de muzikanten een ander licht schijnen op de compositie.

    Sebastiaan Spit, Van Spijk Art Books

    Het is het licht dat hij probeert te vangen

    Sebastiaan Spit als schilder fixeert het moment op doek, die ene wolk, dat enkele licht. Terwijl de jazzmuzikant, bijvoorbeeld Miles Davis waardoor Spit zich laat inspireren, juist geen enkel moment vastlegt. Zijn fascinatie improviseert, terwijl die improvisatie in verf verstijft. Maar Spit maakt dan wel een hele serie werken van een bepaald ogenblik, een bepaalde plek zonder deze te duiden. Maar het gaat hem wel altijd om die ene wolk, om een onuitwisbare herinnering aan een specifiek licht. In de serie is door de onderlinge werken afzonderlijk te beschouwen de beweging te herkennen. Vooral door een wijzigende lichtinval. Licht is ongrijpbaar, wolken zijn dat ook. De wolk op zich is niet als zodanig waar te nemen in de schilderijen van Spit. Het is het licht dat hij probeert te vangen. Dat is wat ik ontwaar, die realiteit ontdek ik, het licht dat breekt in een scala aan tinten, een waaier van kleuren die op een expressieve manier op de drager zijn gezet.

    Sebastiaan Spit, Van Spijk Art Books

    Voor de nieuwste uitgave, waarin Spit zijn tijd van de laatste drie jaar in beeld stilzet, heeft schrijver Mischa Andriessen zich gebogen over dit werk dat de kracht en spanning heeft van een jazzcompositie. Het opschrift van zijn essay is de titel van het boek: De durf een wolk te worden. Andriessen haalt Miles Davis als kracht voor het werk van Spit voor het voetlicht. In de compositie Bitches’ Brew, van het gelijknamige baanbrekende en fascinerende album, speelt Davis een eerste schijnbaar technisch foute noot, een zogenoemde kicks, een dwarrelnoot. Naar het idee van deze schrijver is Spit in zijn schilderkunst ook steeds op zoek naar zo’n kicks: “naar het ogenblik waar de penseel zijn wil oplegt aan de schilder in plaats van omgekeerd. Het moment waarop het kunstwerk de kunstenaar een lesje leert.” Dat is naar Andriessens idee essentieel in kunst; werken vanuit de wil tot begrijpen, niet vanuit het begrijpen zelf. “Het is al doende leren en per definitie leer je iets dat je nog niet wist.” Maar Spit rommelt niet zomaar wat aan vindt Andriessen, hij blijft zich lange tijd standvastig met dezelfde thematiek bezig houden. In dit geval die van de complexiteit van het licht gebroken in en door waterdamp van wolken. Van het uitbeelden van die lichtervaring schuiven zijn uitdrukkingen naar het verbeelden van de ervaring.

    Sebastiaan Spit, Van Spijk Art Books

    Het licht op zijn doeken is diffuus

    Het zijn nooit geheel abstracte schilderijen die Spit maakt. Met doortastend kijken blijft hij dicht bij de zintuiglijke werkelijkheid. Door gedegen onderzoek van wat voorgangers in de kunst met licht in hun werk hebben gedaan, komt hij tot een eigen welhaast superrealistische duiding. Geen verstart fotorealisme, want de cameralens kan het licht niet vangen zoals het oog dat wel doet. Het licht op zijn doeken is diffuus, alsof er een druilerige wolk voor de zon schuift. Het werk is gelaagd, zoals ook het wolkendek diverse dimensies kent. Het interpreteren van een enkel beeld, een specifiek moment, is welkhaast oneindig. “Ergens is het net als met de ervaring van licht, doe één stap opzij en je ziet dat wat je ziet niet meer volledig als wat je zo-even zag, is.

    Ook Oliver Zybok keek naar het werk van Sebastiaan Spit en legt dezelfde link met de jazz-muziek. En zet Spit moeiteloos in de kunstgeschiedenis als schilder van het Noordzeelicht dat universeel op elke plek en ieder moment kan schijnen. Natuurlijk heeft de kunstenaar voorbeelden, of althans voorgangers die hem inspireren en die hij kan interpreteren. Maar toch gaat hi,j ondanks wat al voor hem op doek is gezet aan licht, een eigen beschenen weg. Zybok haalt hierbij Piet Mondriaan aan, die zich in zijn vroege landschappen evenals Sebastiaan Spit liet beïnvloeden door het schilderlicht van de Haagse School. Een andere overeenkomst is dat beide kunstenaars een fascinatie hebben voor muziek en dit laten doorwerken in hun beider kunstuitingen.

    Sebastiaan Spit, Van Spijk Art Books

    Onbewust beweegt het penseel

    In zijn essay ‘Das Ausloten von Realitäten’ voor het boek over Spit en zijn werken beschrijft Zybok nog hoe mensen schilderijen bekijken. Dat ze onderscheid maken tussen realisme en abstractie, en daarbij over het algemeen een meer dan lichte voorkeur geven aan de werkelijkheid. “Das Reduktive erschwert einen direkten Wiedererkennungswert, ist aber deswegen nicht weniger realistisch.” Voor de werkelijkheid en de versimpeling daarvan liggen gelijkmatig dezelfde beelden ten grondslag, realisme en abstractie gaan beide uit van de natuur en de omgeving. Dat is wat Sebastiaan Spit samenbrengt in zijn werk, de werkelijkheid op een versimpelde manier, de abstractie in realisme weergegeven. Zybok roemt het werk van Spit als een duidelijk gestructureerde vlakheid, niet monochroom maar gelaagd. Onderliggende kleuren schijnen in de structuur door wat een rijk geschakeerde intensiteit geeft. Het is een emotie die Spit neerzet, het gevoel bij die plaats en dat licht, het zien van deze wolk en dat schijnsel. Zo zoals Miles Davis zijn gevoel onder woorden brengt of beter uit noten zet in zijn meest geïmproviseerde muziek. Intuïtief stroomt de melodie, onbewust beweegt het penseel. In beide kunsten abstraheert de werkelijkheid zich tot zintuiglijke indrukken, een sfeerbeeld. Visueel door licht en landschap, akoestisch in de muziek. Het komt samen in de composities van Sebastiaan Spit. “Er lotet dabei diverse Wahrnehmungsstufen aus, untersucht die Vielzahl an Realitätsebenen; mit ein und der selben Formensprache.

    De durf een wolk te worden. Sebastiaan Spit. Tekst Mischa Andriessen, Oliver Zybok. Tweetalige uitgave Van Spijk Art Books in samenwerking met Galerie Mia Joosten en Galerie Jörg Schuhmacher, 2023.

    Sebastiaan Spit, Van Spijk Art Books
  • Het dode moment weer tot leven gewekt

    Dichter/schrijver Mischa Andriessen noemt het een tussenwereld, an in-between world, un mondo intermedio. De onzichtbare scheidslijn tussen het levende en dode. Het menselijke en het zakelijke. Werkelijk en abstract. Volgens de schrijver maakt de Italiaanse kunstenaar Daniele Galliano een verslag in verf van het oversteken van de grens tussen boven- en onderwereld. Dus werkelijk het moment dat de ogen zich sluiten, de ziel uitvaart naar een nieuwe haven. De trossen los. Dat kan betekenen dat de schilderijen iets van spiritualiteit in zich hebben. Een glimp van geloven en de glans van weten. De ziel die nog niet echt weg is en boven zichzelf hangt. De bijna dood ervaring die nog twijfelt welke kant gekozen zal worden.

    Daniele Galliano

    Andriessen vergelijkt de ervaring verbeeldt door Galliano met verlies. Het bij overlijden of op een andere manier verdwijnen van een dierbare. De achtergeblevene gaat “op zoek naar iets dat degene die wordt gemist, achtergelaten heeft. Iets dat aan hem of haar herinnert, een voorwerp, een geur, desnoods het versleten leer van de bank waarop hij of zij het liefste zat. Domweg iets dat de verdwenen geliefde even terug  tastbaar maakt.” Galliano raakt het moment kwijt. Het moment waarop hij is geïnspireerd geraakt de wereld te beschouwen. Kijkend naar gewone dingen. Zaken die in de wirwar van de tijd nauwelijks nog opvallen, normaal lijken. Dit vastleggen zet de activiteit voor dat moment stil. In het specifieke moment gaat de kunstenaar op zoek naar verloren beelden. Omdat het moment slechts één tel duurt, een seconde, een fractie van tijd, is het zaak de sfeer in een expressieve vorm vast te leggen. Het beeld komt voor ogen in een snelle oogwenk. Het is niet helder, bewogen zou je zeggen in de fotografie, maar draagt alle elementen in zich die gezien zijn.

    Daniele Galliano

    Onwerkelijk echt

    Daniele Galliano legt dat verlies van tijd vast, het verloren geziene, de kwijt geraakt ervaring, zodat ik het terug kan kijken. Geen deja vu daar het realiteit is, ik was daar niet eerder, ik ben daar nu. In een glimp trekt die omgeving aan mijn blik voorbij. De tijd hield het niet staande, kon het maar amper registreren. De kunstenaar doet dat wel, legt het vast. Het verstilde moment. Het in verf gebeeldhouwde ogenblik. Een monument voor de gebeurtenis, de onbenoembare herinnering. Geen vage beelden zoals je van herinneringen kunt verwachten. Het palet van Galliano is kleurrijk en helder zoals zijn geboorteland dat is – het mediterrane licht, welhaast een vakantiestemming. Onwerkelijk echt.

    In het boek “Morti Viventi”, onlangs uitgegeven door Van Spijk Art Books in samenwerking met Livingstone Gallery Den Haag en de Amsterdamse vestiging van het Istituto Italiano Di Cultura, komen al die verloren momenten langs. Al dat verlies passeert vanuit het decor van het geheugen in diverse gezichten van ver en nabij de revue. In de uitgave, als een soort van expositie in boekvorm – een catalogus van het atelier, een portfolio, een aandenken, de herinnering aan doorgemaakte momenten, komen al die onopgemerkte vergezichten voorbij. Het leest of beter bekijkt als een fotoalbum van een reis in het verleden, de tijd. Het is voorbij, passé, afgelopen, maar gelukkig hebben we de plaatjes nog.

    Daniele Galliano

    Vlekken in de samenstelling van een publiek

    Onderverdeeld in verbanden, als landschappen, stadsgezichten en mensen is het boek gerubriceerd en getypeerd. Het meest interessant daarbij zijn de samenstellingen, constellations. Mensen gegroepeerd als massa in vogelvlucht, gezien van een afstand zodat de vormen samen lijken te smelten. Een kluit aan lijven, waarvan ieder individu zich toch als persoonlijkheid gedraagt en tegelijk onderdeel is van de eenheid. Het is een werkelijkheid die in een abstracte vorm is weergegeven. Gezichten onherkenbaar, vlekken in de samenstelling van een publiek. Voor een moment brandt die menigte zich in op mijn netvlies, daarom is de tel in beweging, zijn de figuren onderdelen van de compositie. Maar van een afstand gezien vormen de vlekken verf toch duidelijk een groep mensen. Galliano weet zelfs welhaast ieder figuur een eigen karakter te geven, een gepersonaliseerde handeling. Wie goed naar het werk kijkt kan in de massa als het ware zichzelf tegen komen.

    Daniele Galliano

    Wanneer de herinnering een rol gaat spelen om de vergetelheid in het nu terug te zetten worden de gedachten als negatieven. Zoals in de werken ‘Berlin’ en ‘Do you remember’. Nog niet ontwikkelde beelden. Vastgelegd in het oog, maar niet afgedrukt nog door de occipitaalkwab. Het geziene beeld is nog niet verwerkt in de hersenen. Het valt uiteen in tussenstadia, tussenwerelden. Al die andere beelden zijn ook onafgewerkt. De blik beklijft niet, maar concentreert zich alweer op een ander beeld. Die beelden uit de tussenwereld, de gedachten aan het moment, zijn niet af, onvolmaakt. Het lijken bouwstenen in een muur die is opgetrokken tussen de boven- en de onderwereld. Menselijke lijven in een getto-achtige setting missen onderdelen, want het oog moet snel kijken om alles in juiste proporties te observeren. Daardoor mist de blik wel details en blijken de lichamen half af. Er ontbreken lichaamsdelen omdat deze in gedachte niet zijn opgeslagen, niet meegenomen in de beschouwing van het moment.

    Daniele Galliano

    Moment van toen levenloos in het nu

    Er heerst een onbepaalde spanning in de schilderijen van Galliano. De stemming is voelbaar, de sfeer te snijden. Er is een gelaagdheid in de werkelijkheid, doordat deze maar voor een deel is weergegeven. De laag die niet zichtbaar is maakt wel het beeld. De geest vult het ontbrekende aan, zet de vlakken door waar ze niet zijn. De gedachte van heden neemt de herinnering in verleden over. Ik zie mensen op plekken waar ze al niet meer zijn. Ik beschouw momenten die al voorbij zijn. Ogenblikken die gestorven zijn. Levens die van voorbijgaande aard zijn, het zijn dat was. Maar ik zie geen levende doden zoals de titel doet vermoeden, of dode levenden. Wat ik zie is het moment van toen dat levenloos is in het nu. De handelingen en activiteiten zijn er niet meer, de situatie is geweest en komt niet terug. Galliano op zijn beurt haalt de gebeurtenis echter terug, haalt de tijd als het ware in om niet te vergeten.

    Daniele Galliano

    De tijd is kwijt geraakt, het moment verdwenen. Maar de kunstenaar zoekt naar dat wat wordt gemist. Vindt datgene wat aan dit ene moment herinnert en legt deze gedachte vast in verf op doek. Zo zodat ik het kan mee beleven. Herbeleven, terug zien. Maar eigenlijk schieten woorden tekort om de juiste sfeer te beschrijven. Ook al omdat Galliano de wereld in zijn schilderijen heeft ontregeld. Het klopt niet wat ik zie. Maar zoals gezegd de gedachte vult het geschonden beeld aan dat door de herinnering is gefilterd. De tijd heeft het kapot gemaakt, maar heelt tegelijkertijd alle wonden. Wel heeft Andriessen genoeg woorden om de sfeer van de kunstenaar te omschrijven. In zijn essay neemt hij mij de woorden uit de mond. Had ik graag zijn woorden tot de mijne gerekend, zoals ik de momenten van Galliano het liefst in mijn leven invoeg.

    Ik citeer Andriessen: “Hij schildert zo mooi en zo helder dat de kijker niet meer precies weet wat hij ziet, maar des te sterker, voelt hij het.” Een zin die ik bijna letterlijk kan passen op zijn ‘aantekeningen uit een tussenwereld’: Hij schrijft zo mooi en zo helder dat de lezer niet meer precies weet wat hij leest, maar des te sterker, voelt hij het. Woorden en beelden sluiten nauw op elkaar aan, waarbij ik me kan afvragen wat er eerder was de kip of het ei. Het moment of de beschrijving. Het is een retorische vraag, want ik kan het antwoord met stelligheid raden. De schilderijen spreken voor zich, de woorden doen dat ook. Maar hebben elkaar nodig. Een samenspel van disciplines.

    Morti Viventi. Daniele Galliano. Met tekst van Mischa Andriessen. Uitgave Van Spijk Art Books in samenwerking met Livingstone Gallery Den Haag en Istituto Italiano di Cultura Amsterdam, 2023.

    Daniele Galliano