Tag: Museum Flehite

  • Het realisme van Piet Mondriaan

    Hij is het prototype van of de blauwdruk voor de zich ontwikkelende kunstenaar. Misschien was hij niet de eerste en enige kunstenaar die door zijn oeuvre duidelijk liet zien dat voortgang in leven en werk noodzakelijk is om tot een ander of vernieuwend inzicht te komen. De stijlwisseling lijkt een rigoureuze stap, een draai van honderdtachtig graden. Echter is het een geleidelijke groei, een langzame rijping, die de kunstkenner stapvoets kan volgen achteraf gezien. Natuurlijk zullen andere schilders net zo’n verloop in creëren hebben doorgemaakt, echter is Mondriaan daarvan een karakteristiek voorbeeld. In zijn groei en voeling van de kunst het meest herkenbaar.

    Piet Mondriaan

    Piet Mondriaan had zijn tijd mee om vernieuwend te werken, om een andere tot dan toe ongeziene weg in te slaan. De schone kunsten gingen voor wat betreft stijlen en technieken danig op de schop. Kunstenaars hadden bij wijze van spreken schoon genoeg van de klassieke opvattingen. Gaf men tot dan vooral vorm aan de gemaakte realiteit, de samengestelde werkelijkheid. Dat werd aan de academie dan ook gedoceerd. En waardoor het komt dat kunstenaars daar op uitgekeken raken heeft ook mede te maken met een verandering in de maatschappij, de evolutie van het zijn. Men wil meer vanuit het gevoel beelden, dan slechts zakelijk de dingen vakkundig op doek zetten.

    Vastleggen wat men zag, niet mooier maken dan het is

    Een deel van de kunstenaars trok daarom naar buiten om de mens in het landschap te zoeken. Interieurstukken, stillevens en portretten werden tot dan veilig volgens voorschrift en gulden snede opgezet. Maar bleven altijd theater, samengesteld, gecomponeerd – niet naar de waarheid hoewel de werkelijkheid gedetailleerd werd nagevolgd. Men trok het veld in en schetste een realiteit zonder vooropgezet plan, en plein air. Vastleggen wat men zag, niet mooier maken dan het is. In het atelier werden deze opzetten dan tot een volwaardig kunstwerk uitgewerkt. Voor hen begon de kunst zo meer te leven, omdat het landschap een voelbaar en emotioneel onderwerp werd.

    Piet Mondriaan

    Voor de grote massa die minder diep graaft in de kunstgeschiedenis, van wat ze krijgen voorgeschoteld gewoon geniet of niet, lijkt de modernist Mondriaan niets anders te doen en te kunnen dan recht toe recht aan in primaire kleuren te schilderen. De stijl kleeft aan Mondriaan zoals een hedendaagse milieuactivist zich vastlijmt aan een kunstwerk. Maar Mondriaan is meer dan dat, er is een voorgeschiedenis om zover te komen. Voordat de essentie gevat kan worden moet eerst het wezen gekend worden. Voor een schilder abstract kan werken, de realiteit tastbaar kan verlaten, moet eerst die werkelijkheid van haver tot gort gekend worden. Maar in die realiteit blijft Mondriaan niet hangen. Hij wil meer, zegt hij, “de kunst is nooit een kopie geweest van de natuur, want zulk een kopie zou niet sterk genoeg geweest zijn om menselijke emotie op te wekken” en “mijn werk begon zich los te maken van de natuurlijke verschijning van de werkelijkheid, ervaring werd mijn leermeester”.

    Piet Mondriaan

    Hij was een belezen man, Piet Mondriaan, en werd door onder meer religie en filosofie beïnvloedt. Met anderen zocht hij naar een stijl om de realiteit terug te brengen tot de essentie. Maar eerst werkte hij onder meer naar de natuur en deed dat onbewust in de aanpak van de Haagse School. In die manier van beelden vond hij aansluiting, in die wijze van vormen kon hij zichzelf vinden. De Haagse School echter is geen school op zich, geen opleiding waarin leerlingen naar de meester werken. Het is een manier van schilderen waarin kunstenaars qua stijl en techniek een groep vormen. De vroege schilderijen van Mondriaan vinden daar een thuis: “Kunst is het bewijs dat het gewone buitengewoon is”.

    Hij portretteert het gebouw suggestief

    In het jaar dat Piet Mondriaan 150 jaar geleden in Amersfoort werd geboren schenkt Museum Flehite aandacht aan zijn werk met het landschap als onderwerp. Bij de tentoonstelling “Naar de natuur – Mondriaan en de Haagse School” is een bondig en overzichtelijk boekwerk verschenen. Directeur-conservator Onno Maurer belicht in een introductie en een essay de periode dat van de latere modernist nog nauwelijks sprake was. Met andere voor die tijd vrijdenkers hernieuwde hij wel de schilderkunst inzake het vastleggen van het landschap. Maar van een werkelijke hervorming in zijn eigen kunnen is nog nauwelijks sprake. Tot op een moment dat hij een boerderij op doek zet waar zijn latere ‘hokjesgeest’ in doorklinkt. Hij portretteert het gebouw suggestief, “verscholen tussen het groen en hooguit waarneembaar als aanduiding van een bouwwerk tussen boomstammen of weelderig gebladerte”. In het schilderij, dat in zijn oeuvre een sleutelrol vervult, is de boerderij gereduceerd tot twee korte horizontale grijze verfstreken. Het onderwerp, eerder naar de natuur verbeeldt, is een sterk geabstraheerde voorstelling van de wekelijkheid.

    Piet Mondriaan

    De catalogus illustreert in een groot aantal reproducties het kunnen van de realist Mondriaan. Tevens wordt, door tijdgenoten van hem daarbij te laten zien, de fictieve school waarin hij zijn ‘opleiding’ geniet vormgegeven. In deze periode heeft de schilder nog niet een duidelijk eigen handschrift ontwikkelt, dat zal pas later onmiskenbaar tot uiting komen. Wel zorgt het schilderen naar de natuur voor een vruchtbare voedingsbodem om zijn latere persoonlijke stijl op te laten bloeien. Die groei wordt op het laatst summier in het boek belicht, want dat is niet het thema van de tentoonstelling. Het laat de naar de natuur werkende Mondriaan zien. De school waarin hij de werkelijkheid kan bestuderen om tot de essentie door te dringen.

    Piet Mondriaan

    De bijdrage van kunsthistoricus Katjuscha Otte aan de uitgave gaat in op het jaar van rust en verandering, de periode dat Mondriaan in Brabant verblijft. De auteur Otte heeft al meerdere uitgaven over Mondriaan op haar naam staan en kan zich een autoriteit op het gebied van deze kunstenaar noemen. Voor zijn eigen vorming was dit jaar voor Mondriaan van levensbelang. In deze maanden zet hij de eerste voorzichtige stappen op weg naar de composities met zwarte lijnen en vlakken in wit en primaire kleuren. De architectuur van de boerderijen met rieten daken is voor hem de inspiratie om deze ontwikkeling aan te vangen. Dat sluipt er zo ongemerkt in, en is achteraf gezien het moment geweest dat zijn gedachten over een nieuwe beelding gaan. De door Otte bij haar essay aangehaalde werken zijn echter daarbij niet afgedrukt. De lezer kan dus niet voor ogen krijgen waarover de auteur schrijft. De tijd in Brabant wordt in beeld summier belicht.

    Naar de Natuur – Mondriaan en de Haagse School. Onno Maurer, Katjuscha Otte. Uitgeverij Boiten boekprojecten, Museum Flehite Amersfoort, 2022. Tentoonstelling tot en met 29 januari 2023.

    Piet Mondriaan

  • Rijke verbeelding van intense natuurbeleving

    Voordat ik haar zojuist verschenen boek “Natuur getekend” hier bespreek lees ik nog hoe destijds mijn gedachten over haar werk speelden. In mijn kunststukjes blader ik terug naar de herfst van 2012. Annemieke Harkema laat dan haar getekend Friesland zien in de Kunstruimte Heerenveen. De uitgave “Natuur getekend” doornemend, dat een vogelvlucht toont uit haar omvangrijke oeuvre, raak ik met haar gefascineerd door de natuur, vooral het landschap – althans op de manier dat zij deze weergeeft. De snelle schetsen in verf, potlood of houtskool op papier maakt ze terplekke in dat landschap. Naar de waarneming, ze zit er middenin. 

    Die perceptie brengt ze over op de kijker in een trefzekere belijning en de zwierige penseelvoering. Later werkt zij de schetsen wel uit in atelier tot grote tekeningen, waarin de beleving van ruimte vrij spel krijgt. Eerst nog tast ze de drager af en blijft dichtbij de letterlijke realiteit, maar allengs durft zij dat los te laten en boven de werkelijkheid uit een nieuwe omgeving te maken. In papiercollages gaat ze de abstracte atmosfeer in, terwijl bij de aquarellen de realiteit in directe lijnen en kleurvlakken zichtbaar blijft.

    Voor het boek hebben vier personen een artikel geschreven als inleiding op het werk. Han Steenbruggen doet een woord vooraf en zet haar composities op één lijn met het eigentijdse modernisme van De Ploeg in Groningen. Tenminste hij trekt de lijn moeiteloos door via een impressionistische richting naar de gevoelige schilderkunst. Kunstenaars die de bijzondere lichtval, de nabijheid van de zee en de open vergezichten, zo vrij van horizonvervuiling opzoeken in het noorden. Steenbruggen ziet de buiten- en binnenwereld in het werk versmelten tot een poëtisch beeld – soms nagenoeg abstract, maar ook wel herkenbaar. “In vlotte schetsen registreert Annemieke Harkema wat zich vluchtig voltrekt op de grenzen van waddenpolders en – zee – het verschuiven van zonlicht over land, het jagen van de wind over laatste bomenrijen of de stapeling van wolken boven lage horizonten.”

    Annemieke Harkema, artonpaper

    “Voor ik Annemieke zelf leerde kennen”, schrijft Janneke Tangelder, “kende, en herkende ik haar landschapstekeningen”. Ze ziet er het directe noteren in: wind over water, zonlicht achter wolkenmassa’s, weerbarstig riet of turbulente luchten. In haar artikel neemt Tangelder het werk van Harkema nog eens door. Omschrijft dit duidelijk voor de lezer. En met de afbeeldingen van de tekeningen tussendoor voel ik haar letterlijk aan. Ik zie de beweging in de ruimte voor me, in tekst en beeld. De letters vullen de lijnen aan en in.

    De belevenis bij het landschap

    De opbouw en indeling van het landschap, de akkers en de landaanwinning, aan de dijk en langs de kuststrook van Friesland wordt door Erik Betten in historisch perspectief gezet. Het is de omgeving waar Annemieke Harkema haar inspiratie opdoet. “Boven Dokkum houdt de ene wereld op, maar begint een hele andere. Een wereld met een heldere horizon, waar land en zee, oud en nieuw, in een indrukwekkend verband in elkaar overgaan.” Harkema tekent het uit. Niet precies in perspectief tot de horizon onder hoge luchten, maar in sfeer vol gevoel en emotie. De belevenis bij het landschap. Annemieke Harkema ziet het en ik neem die ervaring over door haar tekeningen.

    Annemieke Harkema, artonpaper

    Onno Maurer gaat tot slot in op veertig jaar landschap. Want zo een tijd werkt Harkema aan haar oeuvre. Leven en werk passeren de publicatie. Een leven waarin het noodzaak is zich in beelden uit te kunnen drukken; rijke verbeelding van intense natuurbeleving. Het boek “Natuur getekend” is op deze manier een tentoonstelling in zichzelf. Een overzicht om in te bladeren. Over klein natuur, langs land en water, door bos en duin via Friesland naar Het Gein. En dan valt het boek in het midden open en kleeft mijn blik aan een sfeervolle plaat van Ep de Ruiter, die alle fotografie voor de uitgave heeft gedaan. Een hoge stapelwolk met donkere basis hangt boven een gestrekte horizon. In de sloot zwemt een eenzame zwaan. Water langs riet tussen weilanden. Een tafereel dat indruk maakt en karakteristiek is in de vormgeving van dit kunstboek.

    Annemieke Harkema, artonpaper

    Citaat

    “Het vlakke Friese land kent ruime zichten en hoge luchten”, schreef ik toen in 2012. “Die luchten boven een lage horizon geven wolken voldoende plaats zich zichtbaar te maken. Dat vastleggend is de sfeer en de omgeving van overal en nergens. Gedacht en bedacht, maar wel van hier en nu. De wilde wolkenluchten in dat machtig firmament zijn voortdurend in beweging. Geen enkele dag kent een gelijke, slechts anders wanneer de lucht strak blauw is of grauw grijs.

    Maar daar gaat het in het werk van Annemieke Harkema dan ook niet over. De wolken zijn monumentaal, het landschap is daarvan de schaduw. Geschetste lijnen dwarrelen over het papier, ringen en kringen zich. Laten zich vullen met tinten krijtend zwart. Harkema gunt in bruisende en kolkende lijnen de lucht geen rust. De atmosfeer beweegt van links naar rechts, het stroomt en vlucht in een abstracte windvang.

    De tekeningen zijn daarom altijd treffend in gelijkenis, want een wolkenlucht kent nooit een evenbeeld. De natuur experimenteert erin om zich te vernieuwen. Het natuurlijke spel schildert en tekent en vindt zichzelf voortdurend uit. Het is voor de kunstenaar een grote inspiratiebron dit vast te leggen. Het beeld op die dag en deze plaats te willen vasthouden. In deze tekeningen speelt de wind zichtbaar met de dampen, het schrijft een tastbaar schrift. Wanneer de kijker goed luistert hoort deze nog het gekras van de potloodstift over het papier, het gesuis in de lucht. (…)” En zo is het, nog steeds.

    “Natuur getekend”, Annemieke Harkema. In samenwerking met Museum Flehite. Uitgeverij Boiten boekprojecten, Amersfoort 2021.

    Annemieke Harkema, Museum Flehite, Boiten Boekprojecten, artonpaper