Volgens directeur Marco van der Werf zit er iets in de grond, in de (Heeren)veengrond, dat mensen met hun gaven daaruit tot bloei kunnen komen. Deze conclusie trekt hij gezien de lange lijst op Wikipedia van bekende personen die van Heerenveen zijn. En dat zijn dan niet enkel sporters – voetballers, schaatsers – maar ook kunstenaars – schilders, schrijvers, musici. Van der Werf typeert Heerenveen als broedplaats voor beeldende kunst, een rijke artistieke voedingsbodem. Bezoekers van ‘zijn’ museum ontdekken deze zomer en herfst hoe kunstenaars uit de gemeente Heerenveen en omgeving uitgroeiden tot namen van nationale en internationale betekenis. Hij zet het Friese Haagje echter nog net niet weg als kunstenaarskolonie zoals Bergen, Laren en Oosterbeek dat zijn. Met ROOTZ toont Museum Heerenveen een zestal kunstenaars die hun wortels in deze plaats hebben.
Nationale kunst met Heerenveense wortels
De zes nog levende kunstenaars in de tentoonstelling zijn slechts een smalle dwarsdoorsnede van de groep die banden heeft met de gemeente Heerenveen. “Er is in eerste instantie gekeken naar dat wat we al in de collectie hadden”, vertelt Van der Werf desgevraagd. “En dat zal zeker geen compleet overzicht zijn van alle aan Heerenveen verbonden kunstenaars. Het idee voor de tentoonstelling was die kunstenaars te laten zien die hier geboren en getogen zijn, en daarna elders de vleugels hebben uitgeslagen. Kunstenaars die nog in Heerenveen wonen passen daar niet bij.” Ook blijkt het kostenplaatje een grotere groep in de weg te staan, daar het verzekerde vervoer van schilderijen hoog en voor een klein museum erg kostbaar is. De kunstenaars Siert Dallinga, Robert Zandvliet, Jan Worst, Jochem Hamstra, Robert Geveke en Rabbo Ploeger vormen het vertrekpunt van een tentoonstelling die lokale wortels verbindt met internationale artistieke ontwikkeling.


De voedingsbodem en het groeien zijn als metafoor voor de tentoonstelling genomen, met voornamelijk de boom als dragend middelpunt. Het decor waarin de kunstwerken worden getoond is samengesteld uit de diverse stadia van de groei: van wortel tot kroon. Takken hangen aan het plafond, behang van schors, zaden op de grond uitgespreid. De kleuren groen en bruin, de museumzaal is als de habitat van de boom getint. De stamboom van de Heerenveense kunst. Van het begin als aankomend kunstenaar tot aan de kroon op het werk, de internationale erkenning. De presentatie is dan ook niet chronologisch per kunstenaar, maar gebouwd rond diverse algemene thema’s. Dat geeft ruimte om naast de basis tevens nadruk te leggen op de karakteristieken van het Friese landschap. Het museum introduceert dat op de website als volgt: “De tentoonstelling is vormgegeven als een boomstructuur: van ‘wortels’ (jeugd en oorsprong) via de ‘stam’ (ontwikkeling en doorbraak) naar de ‘kroon’ (erkenning en meesterwerken). Deze ruimtelijke opzet maakt de groei van kunstenaars – van lokaal talent tot (inter)nationaal erkend kunstenaar – letterlijk inzichtelijk voor bezoekers.”
Bestaat de Heerenveense School?
Wat is het dat de bodem van Heerenveen zo rijk maakt, dat het talent er zo op kan gedijen? Zijn het de noeste veenarbeiders die de grond hebben bewerkt, staat de sociale armoede aan de basis of zijn het de heren van het Veen die zich hebben verrijkt, de Oranjes die tussen de bomen hun heil zochten. Kan dit het Friese licht zijn, waarvan Heerenveen een graantje meepikt. Of zal het de spanning tussen intimiteit en ruimte zijn, tussen dorp en streek, tussen bebouwing en landschap. Is er een overeenkomst te ontdekken tussen de kunstenaars, dat zij zich aan elkaar verbonden weten, niet alleen omdat ze Heerenveen als plek van oorsprong hebben. Kan de kunst van de een worden vergeleken met die van de ander. Of is de voedingsbodem van Heerenveen zo universeel dat die evenzo goed vruchtbaar kan zijn op een willekeurige plaats elders. Kortom, bestaat er een Heerenveense School?

Enkele decennia geleden heeft kunstenaar Louis le Roy – jazeker, die van de ecokathedraal – de term Heerenveense School gelanceerd. Later is dat nog eens weer opgepakt door de plaatselijke kunstenaarsvereniging Pro Forma. Dat kan betekenen dat er een gemeenschappelijke opleiding is voor kunstenaars die van Heerenveen zijn. Dat er een lesmethode bestaat die het karakter bepaalt van kunst uit Heerenveen. Of dat er een beweging van gelijkgestemde kunstenaars zich hebben verzameld op deze plek, te vergelijken met de Haagse School. Het verzamelgebouw dat ooit dienst deed als MULO en later MAVO en waar nu onder meer Museum Heerenveen onderdak vindt draagt nog de naam Heerenveense School, maar voor de rest is er niets aan gelijkgestemdheid te vinden in het werk van Heerenveense kunstenaars. Toch is het interessant om te zien wat er geworden is van de kunst die hier een oorsprong heeft gevonden en breed wordt gewaardeerd.
Herinneringen van Heerenveen
Het is natuurlijk niet beslist noodzakelijk dat de getoonde kunstenaars laten zien waar de stamboom wortelt. Maar voor een instelling als Museum Heerenveen, voortgekomen uit de oudheidkamer en nog altijd de historie van de plaats koesterend, is dat wel mooi meegenomen. Rabbo Ploeger zet de skyline van Heerenveen in maanlicht en gevels aan het Breedpad in opkomende nevel. Het doet denken, maar herinnert niet volledig meer. Siert Dallinga heeft vanuit zijn slaapkamerraam de blik op Tjepkema’s molen die oprijst achter jaren 60 nieuwbouw. Het geheel in zwart-wit als een foto uit de schoenendoos op zolder. Een niet-ingekleurde herinnering. Jochem Hamstra krijgt, wanneer hij de ogen sluit na een dag werken in zijn Groningse atelier, nog de bootjes in de Van Engelenvaart op het netvlies. Hamstra is een schipperskind, de woonboot lag in de Herensloot langs de Polderdijk.

Voor de rest zijn er geen tastbare aandenkens, die het museum in de boeken kan wegschrijven als souvenir. Het maakt wel duidelijk waar de inspiratie voor deze tentoonstelling vandaan komt. Het getoonde werk van de kunstenaars is totaal verschillend van elkaar. Daarin is geen lijn of parallel te herkennen. Het Heerenvener zijn is enkel de reden dat ze op deze manier in Museum Heerenveen zijn gecombineerd. De conservator en het team inrichters hebben van dat krappe gegeven wel een ruime presentatie gemaakt. Daarin passen de abstracten van Robert Zandvliet naast de vervreemdende schijnwereld van Jan Worst en de cartooneske portretten van Robert Geveke.
Er wordt al gesproken over een vervolg op deze tentoonstelling ROOTZ, want er is natuurlijk veel meer materiaal van en over de Heerenveense kunst. In een ROOTZ 2.0 of zelfs een ROOTZ 3.0 kunnen al die andere kunstenaars die nu overgeslagen zijn een plaats krijgen. Een samenwerking met Museum Belvédère wordt niet uitgesloten, daar dit gebouw wordt uitgebreid en daarom voor een periode zal sluiten. Op voorhand geeft Belvédère al een voorproefje. In de westvleugel wordt namelijk een bijzonder aantrekkelijk schilderij van Siert Dallinga getoond: Soldaat in bos. Het smaakt naar meer, en er is meer, veel meer. Het veen van de heren was vruchtbaar en is dat nog steeds.
ROOTZ. nationale kunst met Heerenveense wortels bij Museum Heerenveen, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Van 27 juni tot en met 1 november 2026.















































