Tag: Museum Heerenveen

  • Door de wouden klinkt het wezen van Age Hartsuiker

    In Museum Galerie Heerenveen kijk ik horend en hoor ik kijkend naar recent werk van Age Hartsuiker. En ik constateer ‘dat it moarnsljocht beammen frijmakket om te sykheljen’. Het mag zo zijn dat het licht door de wouden ademt, zoals de titel van de tentoonstelling aangeeft. Dat licht piekt wel door het pastelkrijt waarmee Age Hartsuiker zijn krachtige beelden op papier zet. Wanneer ik echter goed luister, zie ik het, maar ik hoor het niet. Wat ik figuurlijk hoor, is het kraken van de aarde. De grond die door de menselijke bewerking, vergoelijkend cultivering genoemd, welhaast opensplijt.

    De werken van Hartsuiker hebben geen uiterlijk licht dat tussen boom en grond ademt, maar hebben een innerlijk geluid. In ritme, spanning en herhaling. En in stilte, want dat is ook een geluid, echter zonder toon en klank. De werken zwijgen door leegte en ruimte, maar in dat zwijgen is een waaier aan geluiden te horen. Wanneer ik mijn adem inhoud, mijn verstand op nul zet en mijn blik op oneindig. Wat ik zie, zijn aardlagen die over elkaar en langs elkaar schuiven, die door eeuwenlange bewerking, met telkens maar opnieuw de voren in het zand te ploegen, een gebroken wezen hebben gemaakt. Een wezen dat zo langzamerhand meer dood is dan levend, lijkt het. Hartsuiker tekent er dynamisch leven in terug; zijn composities bewegen in de ruimte van het platte vlak. Door herhalingen van vormen en lijnen voel ik een cadans, echoot de toon door de wouden.

    Age Hartsuiker, Museum Galerie Heerenveen

    Liever kleine baas dan grote knecht

    De tentoonstelling markeert veertig jaar kunstenaarschap, maar is geen overzicht van het oeuvre. Enkel aan het begin hangen twee vroege werken, buiten de expositie in de hal. De prehistorie, zou je kunnen zeggen, waarin de jonge kunstenaar zijn grond ontgint – zijn bodem cultiveert om er zijn latere werk op te laten groeien. Twee werken waarop ik destijds zo’n beetje aansloeg en die reden genoeg bleken om de groei van Hartsuiker te volgen. Onze carrières in het culturele landschap lopen daardoor ongeveer parallel. Evenals hij zou ik een veertigjarig jubileum kunnen vieren, maar dat terzijde.

    Hij is geen Wâldpyk, woont in een dorp grenzend aan de Friese Wouden, maar bezit wel de eigenschappen: vrijgevochten, anders dan anders en een beetje dwars. Een Wâldpyk is nog altijd liever kleine baas dan grote knecht. Dat is het silhouet van Hartsuiker, de contour waarbinnen hij acteert. Hij is een Meppeler Mug, nuchter en gezellig, met historisch besef. Vanuit het Drentse voelt hij zich thuis in Friesland. Het Reestdal gaf hem vroeg inspiratie, later werden dat de Friese Wouden, de Tjongervallei en de Dellebuursterheide. Op zijn mountainbike trekt hij de natuur in, schetsboek onder de snelbinders.

    Age Hartsuiker, Museum Galerie Heerenveen

    Stap in zijn voetsporen

    Door de jaren heen experimenteert Age met vormen en materialen. Hij drukt zich even eenvoudig uit in het grafische, in het schilderen en tekenen. Maar toch is het pastelkrijt waarop hij telkens terugvalt als middel om te uiten. Na de academie was Heerenveen vrijwel de eerste plek waar hij zijn werk kon tonen. In het museum dat destijds bekendstond als Van Haren, samen met drie andere kunstenaars uit Meppel. Dit schreef ik toen: “De ‘wollige’ lijnen van de droge-naald-techniek verdelen het werk in ongelijkmatige vlakken, die hier en daar bij wijze van accentuering worden gearceerd. De lijnen zijn niet strak en recht, maar schetsmatig en daardoor is het werk toegankelijk en speels.

    Daarna volg ik zijn voetsporen en kijk meermalen over zijn schouder mee. Enkele maanden later, in het kader van de tentoonstelling 15 Heerenveense kunstenaars in hetzelfde museum, bespreek ik andermaal het grafische werk van Hartsuiker: “Hij volgt de grillige lijnen van de natuur in zijn abstract uitgewerkte landschappen. (…) De omgeving wordt ontdaan van alle storende elementen. Wat overblijft is een functionele verbeelding, een ‘simpele’ weergave. Een plattegrond of een spadesteek met de natuurlijke lijnen van de grondstructuur. (…) Zo zijn de lijnen en vlakken van Age Hartsuiker in totaliteit een landschap, in alle eenvoud.”

    Age Hartsuiker, Museum Galerie Heerenveen

    De kunst van Hartsuiker

    Een jaar later is de kunst van Hartsuiker in de groei: “Age is uit het platte vlak getreden in de dimensie van het verhalend uitbeelden. Daarmee dieper gravend in dat landschap en de geschiedenis van de mensen die het bewonen, om zich zo te laten inspireren door de harde en doodse materie. De steen als gebruiksvoorwerp, maar ook als vertelling. Eenvoudige vormen met structuren die verhalen van eeuwen in zich dragen. Age Hartsuiker zet de zwaarte, de kracht en de schoonheid van dat massieve voorwerp in zijn krijttekeningen. Het wordt daardoor zijn verhaal. Een verhaal dat interessant genoeg is om te beluisteren en door te vertellen.”

    En verder groeit en bloeit het: “Age Hartsuiker laat ons bijschuiven aan zijn tafels. In een persoonlijke stijl (…) mogen we getuige zijn van een eenvoudige rangschikking in een ongewoon stilleven. Een afdruk van de gebruiker, een erfenis voor de maker. Simpele vormen met functionele schetslijnen. De zichtbare onderschilderingen en rectificaties geven de werken een onschuldig karakter. De matte felheid van de vruchten en de bladen springen uit de lichte kleuren naar voren.”

    Hij zoekt voortdurend verandering en vernieuwing in zijn werk: “Age Hartsuiker tracht zijn uitdrukkingen zover te abstraheren, totdat de vraag opwelt of de versimpeling een eindpunt kent. Met felle arceringen van kleurkrijt op papier komt hij zodoende tot hoogwaardige beeltenissen zonder enige afleidingen.”

    Age Hartsuiker

    Zwerven in de kunst

    Twintig jaar geleden schreef ik bij een tentoonstelling in zijn huiskamer: “Graficus Age Hartsuiker heeft wat gezworven in de kunst! Door het landschap en in het landschap. Hij zweefde erboven als een vogel en groef erdoor als een mol. Van iedere kant en van elke zijde heeft hij in zijn werk dat landschap belicht. Vanuit een realistische kijk door een onwerkelijk gezicht naar een abstracte benadering. Proberen te ontdekken wat overblijft wanneer alles is weggelaten. Nadat dit onderwerp tot op iedere aardlaag was doorgebeten en herkauwd, spuwde Age de braakbal uit en vond erin de steen als beeldthema. Verder filosoferend bedacht hij de tafel als drager van het leven. Gaandeweg werd de etsnaald ingeruild voor het pastelkrijt en de acrylverf.

    En verder: “Een Hartsuiker kent veel verschijningsvormen. In de grafiek graaft het zich op in het landschap. Met ragfijne lijnen is de huid over de aarde gedrapeerd als de natte plas in de vormbare modder. Dit vroege werk is nog vol van beeltenis, maar geleidelijk verbant Hartsuiker elk aanknopingspunt om te resulteren in een minimaal gegeven aan weergeven. Het is het evenwicht in herkennen en ontkennen.”

    Eilanden en luchtlandschappen werden daarna zijn domein; torens als belvedères overzagen de inspiratie. En eerder waren bomen al een manier om de kunst van zich af te ‘schrijven’. Die enkele bomen staan nu in een bosje bij elkaar om het licht van de Wouden te ademen, de sfeer in stemming te brengen. Dat is wat Hartsuiker zijn werk in deze serie wil meegeven. Dat zien doe ik dus niet, maar horen doe ik de schurende aarde, de opstandige bodem. In feite is dat de kunstenaar zelf; hij staat hier model. Het is een abstract zelfportret, niet meteen zichtbaar.

    Hij is rebels. Gaat zijn eigen weg. Leverde zijn eigen werk uit bij een zelf opgezette kunstuitleen, richtte een eigen galerie in om maar onafhankelijk te zijn. En in de politiek is hij weerbaar en dwars, bokkig als gemeenteraadslid en eigenzinnig als wethouder. Eens en vooral is hij beeldend kunstenaar en kan zich daarom abstract inleven in problemen. Want hoe sprekend is het om kwesties uit te tekenen en zo de angel eruit te halen. Maak het figuurlijk, dan blijkt het letterlijk minder heftig en makkelijker om over je schaduw te stappen.

    Age Hartsuiker

    “Het is een supermarkt”

    De kunst van Hartsuiker is niet slechts ter vermaak, maar zeker ook ter lering. Het vermaak zit in de esthetische kant van de pasteltekeningen, een sieraad boven de bank. En de kunstenaar probeert ons iets te leren over het intensieve gebruik, maar vooral het diepgaand misbruik van de omgeving. De ontering van het landschap die ik lees in de werken van Hartsuiker. Een omwonden aanklacht als de wolf in schaapskleren, de adder onder het gras.

    Age: “Het spreekt aan of niet, dat is het prachtige van kunst. Het is een supermarkt: wat je niet lekker vindt, koop je niet. De illusie is een grote realiteit. Het is het wezen, het verhaal dat wordt verteld door de kunstenaar. De kunstenaar is een vorser, hij graaft zich in het onderwerp in en komt zichzelf en de directe omgeving tegen. Alles is van invloed op wat je doet. De kunstenaar is gedreven, hij verlangt naar ‘vrijheid’. Het is een passie die je meekrijgt, een stuk fantasie dat je hebt. Voor mij is het zaak op te letten dat het geen kunstje wordt. Het ene werk lijkt veel op de andere compositie, omdat het opeenvolgend is. Kom ik er niet uit, dan grijp ik naar werk dat eerder gemaakt is. Het gaat om de beleving. Die is belangrijk, en niet alleen voor de kunstenaar, maar ook voor de beschouwer van het werk. Iedereen beleeft iets, natuurlijk. Dat is het leuke van kunst voor de beschouwer: je voegt iets toe.”

    Terug in Galerie MUGA heeft de naamgever van de tentoonstelling een magische aantrekkingskracht. Als is het een magneet, trekt het me naar zich toe. Eerder zag ik het werk in de openingstentoonstelling van deze galerie in 2020: “Veelal is de vorm abstract, maar “in it ljocht yn ’e wâlden’ wordt de toren een landschap. Een prachtig werk, het hoogtepunt in deze omgeving wat mij betreft. De akker ligt er bewerkt bij, de voren in de aarde bewegen als de scheuren in de schors van de boomstam. Het dak van de toren is het bos van de Wouden, het licht straalt tussen de stammen door naar het centrum van de compositie. Ik wil dat bos in, de koelte zoeken.”

    Tentoonstelling “Het licht dat door de wouden ademt”, pastelkrijttekeningen Age Hartsuiker bij Museum Galerie Heerenveen (Galerie MUGA), Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Van 1 februari tot en met 15 maart 2026.

  • Frits Klein – de kunst van het beeld

    Museum Heerenveen heeft een kleine tentoonstelling ingericht over het omvangrijke oeuvre van Frits Klein. De in 1924 geboren creatieve geest wilde kunstenaar zijn, maar werd de eerste Heerenveense reclameman. Vanwege het feit dat Klein in 2024 de eeuw zou aantikken, ware het niet dat hij in 2016 overleed, heeft het museum de tijd rijp geacht een kleine greep in zijn vele werken te doen. Men heeft een oproep gedaan particulier bezit in bruikleen te geven, zodat een kamer op de eerste verdieping van het oude gedeelte van het museum kon worden gevuld. Naar mijn idee een enigszins weggestopte uitstalling, want de tentoonstelling over het werk van Louis le Roy krijgt beneden ruimschoots aandacht: 100 jaar is niets. Le Roy is van hetzelfde bouwjaar als Klein, stierf vier jaar eerder, dus dat schept een band. Ze kenden elkaar, hadden weinig contact: de één prominent aanwezig, de ander meer bescheiden op de achtergrond. Hun werk wordt nu parallel in het museum gepresenteerd, maar het was een uitdaging geweest om deze markante Heerenveense kunstenaars te combineren in een enkele tentoonstelling.

    Hij was mijn mentor

    Met Frits Klein onderhield ik een vriendschappelijke band. Vooral in de jaren nadat zijn geliefde vrouw Immie was overleden. Ik bezocht met hem diverse musea in de regio, en dan kwam altijd zijn blauwe bolide met de uitstekende muziekinstallatie daarin voorrijden. Hij was trots op zijn sportwagen en reed daarmee met mij op de passagiersstoel graag een extra rondje voordat we op de plaats van bestemming waren. Eerder al kende ik Klein en kwam wel bij hem thuis aan de Pastorielaan en de Woudsingel. Hij was mijn mentor toen ik, warm van de kunstacademie, een muurschildering in het toen nieuwe bijgebouw van de Gereformeerde Kruiskerk moest maken. In januari 2007 had ik een kort interview met hem voor mijn rubriek Kunststukjes in de offline Heerenveense Courant.

    Vormgever en tekenaar

    Och-och-och, wat is het een hoop werk geweest!” Frits Klein komt van Oranjewoud en heeft een lang en productief leven achter zich. Niet echt in de kunst, zoals hij dacht het te kunnen maken. Een kind van voor de oorlog heeft erna geen rode cent. Dus een vakopleiding zat er niet in, maar wel een glanzende carrière in de reclame. Hij werd vormgever en tekenaar, maar nauwelijks schilder.

    Ik heb mooie tekeningen kunnen maken zo door de tijd. Veel boeken geïllustreerd en verschillende strips gemaakt. Kort werkte ik met striptekenaar Hans Kresse, ik maakte zijn achtergronden – natuur en architectuur. Wij pasten qua stijl goed bij elkaar. Hij bood mij een vaste baan aan, maar ik wilde mijn zelfstandigheid niet kwijt.”

    “De technieken, ik ken ze allemaal”

    Reclame is zijn vak en het vrije werk doet Frits ertussen door. En dat kan van alles zijn, van glas-in-lood tot muurschildering en van standbouw tot het ontwerpen van schepen.

    Ik heb eigenlijk teveel verschillende dingen gedaan. Misschien had ik me moeten specialiseren, maar in een kleine provincie als Friesland verdien je dan niets. Ik vind het fijn om te tekenen. In het voorbijgaan pak ik het wezen van de mens op. Aan de stijl zien de mensen direct dat het een tekening van mij is. (…) Ik weet hoe je een penseel moet vast houden. De technieken, ik ken ze allemaal. Maar voor de rest moet je het toch zelf doen.”

    Voor de reclame nam hij een schriftelijke cursus, maar veel moest hij zelf nog in de praktijk uitvinden. Technisch heeft Klein het hele vak doorlopen.

    “Het moet indruk maken”

    Het is een vak dat je uitoefent. Het is versierend vakwerk. De impressionisten vind ik geweldig. Die nieuwe realisten kunnen mooi schilderen. Het is de verbeelding van de werkelijkheid en dat vind ik een loffelijk streven. Het is wat het is. Ik vind abstract wel mooi, maar ik zie het niet als geweldig groots en geweldig mooi en schitterend en prachtig, het is gewoon sierkunst. Een versiering aan de wand, zo zie ik het. Kunst gaat dieper, het moet je grijpen. Je moet, of je wilt of niet, er steeds naar kijken. Je hoofd omdraaien en ernaar kijken. Het moet indruk maken, dan is het kunst. Dat gebeurt bij mij bijna nooit. Ik heb bewondering voor veel grote schilders, maar er zijn zoveel grote schilders. Het ambachtelijke zit er altijd achter. Ik heb ook wel veel versieringen gemaakt. Ik kom uit die stijl van de Jugendstil en Art Nouveau. In die stijl heb ik geleerd om versieringen te maken. Als je daar van uitgaat kom je niet gauw tot de abstractie. Pas na de oorlog begonnen ze te smijten met verf, dat kon ik niet. Dat lag me niet. Maar wat is er nu? Het is doodgelopen op dat abstracte en op dat vreselijke versieren. Sommigen vallen terug op het superrealisme. Wat is dat een monnikenwerk om zoiets te maken. Zo precies, zo zuiver! Surrealistisch zuiver, maar waar is het leven van die impressionisten? De Haagse school, dat is het! Dat is mooi. Het leeft, dat doet je iets.

    “Ik ben een kind van voor de oorlog”

    Frits Klein is van alle markten thuis maar maakt nergens een kunstje van. “Vroeger ben ik eens psychologisch onderzocht: wat is het karakter van deze mens. Dat werd aan de hand van mijn handschrift gedaan en dat had onder meer als uitslag: sterk gevoelig voor originaliteit. Hij wil toch graag altijd iets uit niets maken, wat anders maken. Dat heb je in de reclame ook, dat moet. Je moet steeds nieuwe dingen uitdenken. Vernieuwend bezig zijn. Veel geld verdienen ten koste van de kunst, dus met een eens uit gevonden en aangeslagen maniertje – dat is geen kunst.

    Kunst is een verbeelding voor de mensheid, zo dat ze het leven beter begrijpen. “Ik ben over de tachtig, maar ik heb nog nooit één keer mijn werk geëxposeerd. Ze vroegen me te gidsen in het oude Heerenveen. Want ik ben hier opgegroeid, ik ben een kind van voor de oorlog. Ik heb het hier helemaal zien groeien. Maar ze kennen me niet als kunstenaar, als iemand die iets leuks maakt. Ze weten wel dat ik van alles gedaan heb, ze kennen me wel. Maar ik denk toch dat het allemaal ligt aan het feit dat ik reclame deed en die strips gemaakt heb.

    Scherp oog en treffend handschrift

    In 2014 heeft Tresoar belangstelling voor het werk van Frits Klein. Welhaast zijn hele oeuvre, althans wat hij nog thuis heeft liggen, wordt door de schatbewaarders van het Friese verleden overgenomen. Hij krijgt een tentoonstelling in het Fries Landbouw Museum waarvan hijzelf nog de opening heeft mogen meemaken. En nu is er dan een uitstalling in Museum Heerenveen. Hoewel klein van omvang doet het enigszins recht aan waarmee Klein tijdens zijn leven zoal heeft gewerkt. Het geeft aan hoe veelzijdig hij was, maar toch worden zijn muurschilderingen daarbij node gemist. Er zijn al vele verdwenen doordat gebouwen zijn afgebroken of in handen van een andere eigenaar zijn gekomen. Ook mis ik het figuurtje waarmee Frits bekend is bij het grote publiek en dat nog iedere dag commentaar geeft in de Leeuwarder Courant. Hoewel verbannen van de voorpagina, is het nog voortdurend een vaste rubriek in de krant. Het mannetje liet zich wel zien bij Tresoar maar is afwezig in Heerenveen. Wel zijn er de onlangs aan het museum geschonken oorlogstekeningen te zien. Daaruit blijken het scherpe oog en het treffende handschrift van Frits Klein. Een opmerkelijke Heerenvener.

    Frits Klein – Eeuwig creatief. Tentoonstelling bij Museum Heerenveen, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. 28 september 2024 tot en met 19 januari 2025.

  • Monotone stilte in essentie gekleurd

    Black is more exciting for the process, the composition becomes more divined.” Las ik onlangs in een boek om te bespreken. Kunstenaar Albrecht Genin, zo stond daarin afgedrukt, was bij leven van mening dat kleur het ontstaan van een afbeelding beperkt. Zwart legt de basis voor concentratie op de compositie, kleur leidt af van de abstractie van het beeld. En dan zie ik op een volgend moment het werk van Marijke Pieters in Museum Galerie Heerenveen. Ik ken haar composities als experimenteel expressieve uitbeelding van rafelig papier en gescheurd karton door plastic draad bijeengehouden. In het voorbijgaan beweegt het op een zachte bries. En later verbeeldt zij de natuur die Louis le Roy in zijn kathedraal laat groeien en bloeien. Ook Pieters lijkt te wensen net als wat Genin wil: zwart een goddelijke plek in haar composities laten innemen. Inderdaad zou daarin kleur afdoen aan kracht en de welsprekendheid geen recht doen. Dat was zo, maar is die stelling houdbaar gebleven en gebleken? Een nadere beschouwing is hier op de plaats.

    Experimenteert met nieuwe vormen

    Nu heeft dan namelijk wel de kleur intrede gedaan in het werk van Marijke Pieters. Jawel, ik weet maar al te goed dat een kunstenaar blijft groeien in het proces van werken. Dat moet ook zo zijn wil het interessant blijven. De kunstenaar experimenteert met nieuwe vormen en andere uitingen. Dus deze omkeer van Pieters heeft daar zeker mee te maken. Het geeft mij geen afkeer, het verwondert me om vervolgens in bewondering langs het werk te gaan. Verwondering omdat Pieters in het experiment de abstractie op heeft gezocht waar ze voorheen dicht bij de werkelijkheid bleef. Bewondering omdat ze het aandurft daarin een andere weg in te slaan en toch bij zichzelf blijft.

    Het is kiezen, of eigenlijk niet kiezen, tussen realiteit en abstract. Tussen de werkelijkheid en een sterk aftreksel daarvan. De natuur blijft uitgangspunt van Marijke Pieters. Maar het veelvormige en meervoudige karakter, de ecokathedraal zo eigen, is verdwenen en versimpeld tot een eenvormige expressie. Monotoon, echter niet saai of vervelend. Een enkele toon zonder nuance kleurt het zwart, dat vervaagt in deze klankkleur. Het accent ligt op de sfeer, er is weinig aandacht besteed aan de uitdrukking. De figuratie is een gestalte van een landschap, zoals een gedaante als schimmige vorm uit een mist kan opduiken. Het landschap van de kwelders en de wadden, het hoge land van Fryslân. De stilte, die in beeld wordt gebroken door de kleur, trilt boven het beeld. Deze kleur is bij Pieters echter nergens helder, maar altijd ingetogen en kalm. Alsof zij het serene van het zwart nauwelijks wil aantasten. De concentratie in contemplatie wil behouden, maar toch afleiding zoekt door een toon te zetten.

    Onderscheiden gedacht

    In werkelijkheid hoeft de compositie geen landschap te zijn, hoewel dit wel het uitgangspunt lijkt van de abstractie. Een horizontale lijn gezet maakt sowieso onmiskenbaar een vergezicht. Ook Pieters brengt een horizon in, waaronder het beeld zich afspeelt. Het beeld van de stilte in wat een landschap schijnt. De lijn kapt dan de figuratie af, de einder betekent het eind van het zicht. Boven de lijn is wat lucht kan zijn strak en effen gekleurd. Deze toonkleur weerklinkt in de geborstelde zetting, een uitgeveegd zwart, een vage contour. Een geul graaft zich door het land, een sloot kronkelt in perspectief. Het is ontegenzeggelijk een landschap, hoewel het dat misschien helemaal niet wil zijn.

    Anders gezien, onderscheiden gedacht, kunnen de composities vensters zijn op een buitenwereld. Het uni gekleurde rolgordijn is half dicht gedraaid, zodat er nog een gedeelte van het panorama zichtbaar blijft. Zo bekeken klopt het dat het beeld van boven is afgeknipt en is de strak rode, blauwe of oranje lucht (en al de schakeringen daartussen) niets anders dan de stof van het neer gelaten gordijn. Maar dat is een benadering van de uitdrukkingen die geheel aan mij is toe te schrijven. Het werk geeft mij dat idee, deze inbeelding.

    Geen maakbare wereld

    Met de op handzaam formaat gepenseelde composities wil Marijke Pieters een heikel punt kenbaar maken. Het beeld is een volgend hoofdstuk in haar verhaal dat ook al aandacht had bij de inspiratie opgedaan in de ecokathedraal. De kunstenaar verlangt naar een wereld die even stilstaat. Waarin de voetstap van de mens een moment niet zichtbaar is. Waar de natuur een eigen gang gaat en ongemoeid wordt gelaten. Geen maakbare wereld, maar een natuurlijk proces doet de wereld ontstaan. Daarom is er geen mens te zien in de werken van Pieters. Er is enkel land, water en lucht. De elementen waarover de kunstenaar haar blik laat gaan en naar gemoed en stemming inkleurt. Gezien de onderliggende gedachte is het geen vrolijke tentoonstelling. Want het is triest gesteld met het landschap.

    Pieters zet een pas op de plaats en doet een stap terug. Legt een vinger op de zere plek, maar drukt de puist niet uit tot bloedens toe. Ze lijkt de schoonheid van de omgeving vast te leggen. Maar naar mijn idee is het een verstillende rust, een bestorven kalmte, waar levende natuur zou moeten zijn. Met haar composities brengt ze een mysterieuze sfeer in, alsof het de stilte voor een storm is. Een opwinding die door kleur aan de kleurloze omgeving te geven strak wordt aangedraaid. Het zwart is verheven, maar vergrijst in hemelse kleuren. De kleur geeft spanning aan het proces dat met zwart is aangezet. Het leidt zeker niet af van de abstractie, die juist meer helder wordt door deze toevoeging. Wat Albrecht Genin als mening heeft geuit wordt door Marijke Pieters bestreden met sterke argumenten.

    Essentieel gekleurd. Composities van Marijke Pieters bij Museum Galerie Heerenveen, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Van 12 mei tot en met 30 juni 2024.

  • Hut in het bos als wijkplaats in de natuur

    Een wondere wereld is het, die ik binnenga in Museum Galerie Heerenveen, op dit moment. Een mysterieus bos betreed ik, een magisch woud. Maar is het wel een boomgaard dat ik zie, een veld met oprijzend gewas. Ik kijk in de donkerte van de duisternis, de nachtelijke uren waarin de betovering van het onzichtbare op een hoogtepunt is. Want er is niets te zien achter de stakerige boomstammen, zo zolang het niet wordt aangelicht. Zo zolang er geen lichtpunt is die de omgeving waarneembaar maakt. Rob Regeer ontsteekt daarom een licht op dat schijnt vanuit een verborgen bron in zijn donkere werken. Is dit het heldere licht van een volle maan of de jager met zaklamp op zoek naar een prooi, jongelui die gedropt zijn en verbeten een uitweg zoeken. Het geeft althans een onwerkelijke sfeer, zet een surrealistische werkelijkheid.

    Yin en yang

    In dat decor spelen oranje stippen een bijrol waar een eenzaam huis de dubieuze hoofdrol krijgt toegeschreven. Die oplichtende punten lijken vuurvliegjes, die het licht van de dag aten om het uit te spuwen in de nacht. Het daglicht klinkt zo door in de nachtelijke duisternis. Yin en yang. Maar het blijken geen puntjes te zijn, maar putjes in de compositie. Wie het werk tot op armlengte nadert ontdekt dat de schildering eigenlijk een reliëf is. De materie ligt dik op het doek. De stammen verheffen zich waarin de putjes verf zich verlagen. De vuurvliegjes blijken kleine klankschalen. Het licht echoot zo geluidloos door het bomenbos.

    Die hoogdruk in de verflaag geeft de sfeer een werkelijk voelbare diepte. Het is geen geschilderd perspectief, maar een opgelegde tastbare derde dimensie. Regeer laat overigens geen vergezicht zien, de omgeving is plat tweedimensionaal weergegeven. Er is geen doorkijk naar een einder. Maar door te werken in beeldverhoging en met zichtverlaging wordt een natuurlijke ruimte gecreëerd. Een vierde dimensie is gemaakt door kleurspeling en lichtverhouding. In deze ruimte komt alles samen, voert het gevoel de boventoon. Is de werkelijkheid abstract, versimpeld de realiteit. In de derde worden vragen gesteld die in de vierde dimensie lijken beantwoord.

    Leeg en onwerkelijk

    Regeer maakt niet zomaar ondefinieerbare platen van de realiteit. De kunstenaar wil mijn verbeelding prikkelen door ongerijmde voorstellingen te maken. Mij op een verkeerd been zetten zodat ik ga nadenken over wat ik zie. Mij ga bezinnen op de actualiteit. Maar eerlijk gezegd zie ik het wereldnieuws en de huidige problemen in het ecosysteem niet terug in zijn betrekkelijke schoonheid. De hut in het bos schept vooral een unheimisch gevoel, maar misschien is dat juist ook wel het moment van bezinnen. Nadenken over hoe leeg en onwerkelijk de werkelijkheid straks zal zijn, wanneer wij niets doen aan de afbraak van de natuur door ons toedoen. Want het bos van Regeer is ontbladerd, zelfs kijk ik wel dwars door stammen heen. De afbraak heeft hij in zijn schilderijen ingezet. En daarin huist de mens in  een gezellig aangelichte sfeer in een huisje midden in het bos. Als een Bijbelse Noach, van God verlaten maar toch zo dicht bij het antwoord op de vraag.

    Regeer verheerlijkt deze verlatenheid door de intieme toevlucht, het huiselijke asiel, meermalen in 24-delig tableau te plaatsen. Voortdurend hetzelfde huis van onder gezien, in een gewijzigde kleurstelling en een helder tot duister licht. De aldoor veranderende weersomstandigheid ter plaatse. Een eenvoudige opzet die zich telkens herhaalt, een weerklinkende sfeer. Diezelfde optrek komt terug in andere hoedanigheid met een meer uitgewerkte omgeving. Maar aldoor blijft het vreemde en vage gevoel. Het is wel een wijkplaats, maar je weet niet wat je kunt verwachten van de inhoud. Wat daarbinnen achter dat verlichte venster zich afspeelt blijft de vraag. Zo stelt Regeer in zijn werk vragen die onbeantwoord blijven. De oplossing moet ik zelf aangeven. Zo zoals dat meestal werkt in en door een kunstwerk. De beschouwer geeft bescheid.

    Ruimtelijke bouwwerken

    Een apart onderdeel in deze opstelling bij Museum Galerie Heerenveen is het plateau met ruimtelijke bouwwerken in MDF. Op klein formaat zijn deze huizen modellen van hutten en kappellen. Onderkomens belangrijk in de omgeving van Kellerjoch in Oostenrijk. Voor Regeer ter inspiratie een geliefde plek. In de bergen en door de bossen. Om de sfeer raak te treffen was het voor hem niet genoeg enkel de omgeving weer te geven op het geschilderde vlak, maar wilde hij ook de ruimte in. Daarvan is het dorp de weerslag. Zijn dorp, het Regeer. Aldus wordt de bezoeker van deze kunstruimte de wereld van Rob Regeer in getrokken. Ervaart de schoonheid die niet schijnt te kloppen. De verbeelding krijgt er de ruimte zich te uiten. Het werk ontroerd op een onbestemde manier. Het past esthetisch juist, maar achter die luister klinkt een duister geluid. Het gebeelde mysterie is onheilspellend.

    Expositie “Into the Woods”. Schilderijen en ruimtelijk werk van Rob Regeer bij Museum Galerie Heerenveen (MUGA), Minckelersstraat 11 in Heerenveen. 24 maart tot en met 5 mei 2024.

  • Het licht zoeken en vinden

    Het is dat de tijd stil staat. Niet alsof, of dat het aldus lijkt. Het is zo. De tijd staat stil. Het is vandaag, het wordt geen morgen en gisteren is geweest. Voor de mens Allard Elout is dit de waarheid. Zijn werk blijft actueel, daarvoor is het eeuwig vandaag. Welhaast op de kop af 34 jaar geleden betrad ik op tientallen meters afstand de expositieruimte van Museum Willem van Haren. En nu loop ik de zaal in wat ooit Kunstruimte was en Museum Galerie Heerenveen is genoemd. Toen viel ik stil en dat overkomt mij nu weer. De daar toen en vandaag weer opgehangen schilderijen dwingen tot een moment van geruisloos afwachten. Wat ik destijds in de Heerenveense Courant deed afdrukken, kan ik nu bijna letterlijk op de website KUNSTstukjes publiceren. “Gefixeerd op de beelden totdat de schijnbaar steriele en onpersoonlijke vormen zich van het doek losmaken en in een waterval van glasgerinkel over de bezoeker heen storten.” 

    Toestand in de wereld baart hem zorgen

    De in 2016 overleden Elout leeft voort in zijn werk. De kunstwereld vergat hem niet. Postuum bezit Allard een plaats in de Friese scene zoals hij dat bij leven had. Zijn kunst is ook nu nog actueel en kent in aandacht en afwerking nauwelijks een gelijke. In dat werk stapt hij tegen beter weten in uit het donker. Het werkstuk waarmee hij met goed gevolg Vredeman de Vries kon verlaten is in deze tentoonstelling bijgehangen. Het toont een duistere welhaast abstracte omgeving in zwart en wit. Het fotografische beeld is op linnen gedrukt. Elout zal zich vaak zo gevoeld hebben zoals hij in dat werk er uitdrukking aan geeft. Pessimistisch over wat buiten het atelier en het woonhuis om hem heen gebeurt. De toestand in de wereld baart hem zorgen. Om daar een antwoord op te hebben bleef hij niet hangen in droefgeestigheid en zwartkijkerij. Na de academie zocht hij het licht.

    Die open blik vond hij onder meer in goa-trance. Een muziekstijl waarmee je kunt mediteren en jij je in jezelf keert, in gedachten bent. Op Wikipedia lees ik daarover: “De nummers proberen geleidelijk aan de energie op te bouwen door middel van veranderingen in de percussiepatronen en steeds meer gecompliceerde en gelaagde synthesizergeluiden, melodieën en harmonieën, om zo een hypnotisch, euforisch en intens gevoel te creëren.” In die extase laat de kunstenaar de wereld achter zich, of beter onder zich daar hij in hoger sferen geraakt, en vindt vanuit de donkerte het licht. Die opgetogenheid klinkt door in zijn werk. 

    Tegennatuurlijke schaduwwerking

    Van alle kanten straalt en bestraalt een schijnsel de vormen”, citeer ik mijzelf uit de recensie daterend van 7 maart 1990, “kiert ertussen door, terwijl de lichtbron zelf niet in beeld wordt gebracht. De vlakken bollen en rondingen ontstaan onder druk van contrasten. (…) De in pasteltinten gezette nevelsferen, alsof boven de wolken een nieuwe aarde geschapen is, zijn tegenstrijdig met de strakke begrenzingen van de overlappende vormen. Langs elkaar schuivende glasramen, spiegelingen zonder spiegelbeeld.” De tegennatuurlijke schaduwwerking maakt de intentie van het werk mysterieus en onbeschrijfelijk boeiend. De composities zijn gelaagd opgezet, dun en ijl over elkaar gepenseeld. Zo zodat er diepte ontstaat in het platte vlak. Het verdient uiterste concentratie, in maken zowel als in bekijken. Er is een magnetisch veld gecreëerd waarnaar mijn blik getrokken wordt. Mijn ogen kleven figuurlijk aan de verbeelding.

    In een bevlieging na ongestoorde meditatie verschijnen geestelijk beelden uit een vergeten landschap en worden moeizaam verwerkt tot tastbare impressies. De vormen zijn zo transparant als glas, maar vervormen voor het oog tot compacte gehelen. Nadat op het netvlies een bepaalde impressie staat ingebrand blijken de verzonden beeldgolven alweer andere standpunten in te houden. Aldoor speelt de vorm en de lijn een nieuw spel met de kijker. (…) Onder de denkbeeldige huid gaat een filosofie schuil, waarin in de uiteindelijke werkelijkheid de visie op heden en verleden, begin en eind, yin en yang, zijn en niet zijn verborgen ligt onder de diverse voorbewerkingslagen. Het karakter van het werk wordt daardoor bepaald, zoals de mens wordt gevormd door zijn geschiedenis.

    Poëtisch constructivistisch

    Bij de tentoonstelling is als een soort van catalogus een kleine werkmap te koop. Daarin verantwoord de kunstenaar zijn leven en werken, dat door kenners ‘poëtisch constructivistisch’ is genoemd. Elout is een dichter in zijn transparant abstracte schilderijen die zijn geconstrueerd rond geometrische vormen. Maar vooral zoekt hij daarin het licht. Hoe hij dat lichte punt aan het eind van de donkere tunnel heeft gevonden staat beschreven. Waardoor hij inspiratie vond en vanuit welke bron hij zijn composities liet ontstaan. Een playlist van ateliermuziek, waarbij Allard de rust vond om te werken, vindt een plek in de map. En de mate van verlichting door kunstlicht om bij te werken in het atelier. Om de kleurweergave op zijn schilderijen zo natuurgetrouw over te laten komen. Zelfs kan ik nu eenzelfde situatie bij mij thuis inrichten. Met dezelfde lichtsterkte, dezelfde muziek en de geur van olieverf, copal en damar. Sluit ik mijn ogen zie ik Allard werken achter zijn ezel met op het palet bergjes verf in pastelkleuren. 

    Het licht straalt degene tegemoet die de moeite neemt het licht daadwerkelijk symbolisch te ontsteken.”

    “Inspiratie en worsteling”. Werken van Allard Elout in tentoonstelling bij Museum Galerie Heerenveen, Mickelersstraat 11 in Heerenveen. 28 januari tot en met 10 maart 2024.

  • Denkbeeldige droomwerelden bevolken de galerie van het museum

    Loop ik door het landschap slaat mijn harde schijf allerlei indrukken op. In mijn brein worden gedachten gevormd die waarnemingen zijn van de werkelijkheid. Later kan ik deze ervaringen oproepen en mijmeren over wat ik zag. In die filosofie wordt wat ik heb gezien positief misvormd door het gevoel dat die omgeving bij me opriep. Ik zie in gedachten dus niet de realiteit, maar dat wat mijn beleving ervan tot werkelijkheid maakt. De gewaarwording is een samenspel van zien, horen en ruiken. Deze zintuiglijke observatie verwordt tot een abstract gevoel. In gedachten beleef ik de sensatie van mijn landschap opnieuw. Mijn landschap, want ik eigen mij dat wat ik zag toe. Zo beleeft ieder individu, elk mens, de omgeving op een eigen manier. Maakt er een eigen sfeer van. Een persoonlijk decor waarin de beleving een hoofdrol speelt.

    image

    Reconstructie van indrukken en invalshoeken, gevoelens en stemmingen

    Dat is wat Jacobien de Rooij doet. Al de indrukken die zij opdoet in de natuur, het landschap, worden tot haar omgeving, haar wereld. Naar de waarneming tekent zij het landschap uit. Maar het is haar waarneming, haar persoonlijke gewaarwording. In krijt verbeeldt zij kleurig wat ze tijdens tochten in gedachten opsloeg en meenam naar huis. In het atelier worden die flarden realiteit tot een nieuwe werkelijkheid. Als het ware als collage opgebouwd en nergens exact volgens de waarneming uitgewerkt. Het zijn deeltjes van die werkelijkheid tot een nieuwe realiteit gevormd.

    Het lijkt naar de waarneming gemaakt te zijn en in feite is dat ook zo. Maar niet de waarneming zoals ik deze opsla en meeneem wanneer ik door het landschap ga. Want ieder mens neemt verschillende dingen waar, heeft oog voor andere details in het geheel. Van meerdere tijden en plaatsen kunnen die observaties tot een enkele compositie worden. Ieder werk van De Rooij is een reconstructie van indrukken en invalshoeken, gevoelens en stemmingen. Daar de emotie een grote rol speelt in het geziene beeld. Zoals de smaak een gerecht sensationeel kan maken, terwijl dat opgemaakte eten ook al oogstrelend is.

    image

    De Rooij laat meer zien dan dat er in feite te zien is

    Jacobien de Rooij maakt van de natuur een persoonlijk systeem. Door alle waarnemingen bij elkaar te harken kan ze een samenspel van verbeeldingen maken. Een samenstelling van de zichtbare werkelijkheid, door deze te combineren met verborgen details die voor haar in gedachten meespelen. Het is zo dat het kunstenaarsoog, door jaren training van anders kijken en geconcentreerd zien, meer waarneemt dan dat het ‘gewone’ oog dat doet en kan. De kunstenaar kijkt om de waarneming heen en ontdekt een nieuwe wereld. Dat gezicht achter de werkelijkheid geeft een fris inzicht op de zichtbare realiteit.

    De Rooij laat meer zien dan dat er in feite te zien is. En eigenlijk ook weer niet, want alles dat zij op papier zet bestaat en is, komt voor en speelt zich af. Alleen niet in de situatie zoals zij deze op papier zet. Jacobien misleidt met haar werk mijn blik. De tekeningen als schilderijen mystificeren mijn zien. Het is een mysterie hoe de verbeelding de aandacht zo kan concentreren op iets wat werkelijkheid lijkt maar dat niet is. Een imaginaire wereld herinnerend aan wat ik ooit in werkelijkheid eens gezien heb. In haar idee krijgt die wereld een dimensie meer. Een maat meer dan dat wat ik om mij heen zie. Denkend aan de werkelijkheid, een gedachte toevoegend. Een magisch denkbeeld.

    image

    Flora dirigeert het orkest van tinten, transparantie speelt de eerste viool

    Bij de tentoonstelling ‘Systema Naturae’ van haar werk in Museum Galerie Heerenveen tref ik de uitgave “Kijk dan!” aan. Een boek waarin De Rooij een overzicht van haar tekeningen laat zien tot de datum van verschijnen in het jaar 2020. Gelijktijdig was er in de maand september van dat jaar een tentoonstelling van dat werk aan huis en in haar atelier. Over de werken in die uitgave liet ik al eens eerder mijn gedachten gaan. “Telkens stelt ze zichzelf op de proef en probeert haar eigen kunnen voortdurend te overtroeven. Ieder volgend werk moet meer sprekend zijn. Elk vorig werk is dat zeker.” Nu, enkele jaren verder, heeft De Rooij haar plafond niet bereikt. Nog voortdurend bevecht zij gedetailleerd elk formaat. In handzame afmeting werkt zij even monumentaal als op menshoge composities. Eens schijn ik aan de oever van een kabbelende rivier te zitten, dan lijk ik al snorkelend een blik onder water te werpen, op een ander moment spiegelt mijn beeld zich in een raam waardoor ik de omgeving zie. Ook toont ze me de microscopische wereld, de aarde waaruit leven ontstaat. Kiezels die hun vorm krijgen in de tijd en kleuren naar het moment van beleven. Flora dirigeert het orkest van tinten, transparantie speelt de eerste viool.

    image

    Daarnaast schijnt het dat Jacobien de Rooij de traditie van de schoolplaat voortzet. Cornelis Jetses en Marinus Koekkoek onder andere propten hun tekeningen vol met details. Zo dat de meester zijn breedvoerige verhaal met behulp van de aanwijsstok kon illustreren. De wereld werd aanschouwelijk gemaakt, want één tekening zegt meer dan honderd woorden. Vaak werden deze platen bevolkt door bijvoorbeeld dieren en insecten die je normaal niet bij elkaar in de buurt ziet. Ze passen in een bepaalde habitat echter wel samen. Dat is wat De Rooij ook wel doet in haar werk. In haar jungle zitten dieren gebroederlijk naast elkaar, die zich gewoonweg tot op de dood bevechten. In dat opzicht kunnen het Bijbelse illustraties zijn, waarin de wolf bij het lam verblijft, de luiaard bij een geitenbok neerligt, een kalf, een jonge leeuw en gemest vee bij elkaar zijn, de koe en berin samen weiden. Een utopie, een ideale wereld. Kijk dan!

    Systema Naturae, krijttekeningen van Jacobien de Rooij bij de MUGA van Museum Heerenveen, Minckelersstraat 11. Van 3 december 2023 tot en met 14 januari 2024.

  • Nevel omhult sfeer in Museum Heerenveen

    In het stille hart van tentoonstelling Nevels in Museum Heerenveen staat een bank tussen vitrage. In het vierkant ben je min of meer afgesloten van de ruimte wanneer je daar plaats neemt. Je kunt er als bezoeker ervaren hoe klein de wereld wordt wanneer de mist opzet. Een muur van nevel ontneemt een weide blik. Een ragfijne stof probeert dat effect te bereiken. Volgens het museum laten de getoonde schilderijen het mysterie van het landschap zien. Echter is het mysterie in het landschap. Kunstenaars verbergen de omgeving in composities. Want niet dat landschap heeft een geheim, het is de nevel die het mysterie maakt. De realiteit wordt er abstract, de ogen bedrogen.

    image

    Die vitrage is een aardige vondst om de nevel na te bootsen. De bezoeker te laten denken in een mistige omgeving te zijn. Dit natuurlijke fenomeen in deze situatie te ondervinden als completering van de tentoonstelling. Echter beter was het de ruimte met een rookmachine daadwerkelijk in nevels te hullen. Dat ik welhaast op de tast de kunst moet vinden. Dan had de ondertitel van Nevels het mysterie van de tentoonstelling kunnen zijn, of die van de kunst. Dan maakt de nevel een alternatieve werkelijkheid. Je ziet niet wat je weet. De mist hult de waarheid in nevelen. De wereld is op dat moment onherkenbaar en herinnert aan niets. Een parallel universum.

    Landschap blijft een duidelijk uitgangspunt

    Veelal legt de morgendauw een lichte deken over de velden. Witte wieven onttrekken zich van de sloten en greppels en dwalen over de weilanden. Over de wereld ligt een witte waas waar een enkele koeiensnuit nat en glinsterend uit tevoorschijn komt. Het opstaan van de dag is in nevelen gehuld. De nacht legt zich te ruste. En in de avond voltrekt zich eenzelfde mysterie, maar dan omgekeerd. De witte wieven zoeken het water weer op. De nacht trekt de dag een jas aan. Beide dagwendes leggen een raadselachtige sfeer over de atmosfeer. Beide momenten in een etmaal zijn raadselachtig. Even geheimzinnig als wanneer de mist overdag de omgeving intrekt. Om maar niet te spreken van de nacht, dan is de wereld echt onberekenbaar.

    image

    De in de tentoonstelling ‘Nevels‘ getoonde schilderijen hebben alle die raadselachtige impact. Veelal is de omgeving er abstract in weergegeven. Meestal blijft het landschap echter een duidelijk uitgangspunt. De contouren van de inspiratie zijn zichtbaar. Hoewel het soms schimmen zijn van de werkelijkheid. Natuurlijk is Willem van Althuis daar een meester in, om het landschap te vereenvoudigen tot enkele kleuren. Het lijken abstracte composities, maar het zijn fotorealistische schilderijen. Zo oogt de wereld op een mistig moment. Precies zo. Wanneer het zicht slechts een meter of vijftig is denk ik aan Willem: een Van Althuis landschap. De stilte overvalt je dan, of nee, de stilte valt in. Ik baad me in een bad van rust.

    Grensgebieden

    Die rust en stilte ligt ten grondslag aan de werken van Christiaan Kuitwaard. In zijn gezichten vertraagt hij de tijd. Of eigenlijk laat hij de tijd weg. Het krijgt geen vat op zijn werk. In de pinhole fotografie van Janne Heida staat de tijd ook stil. Want dat is wat je doet als fotograaf, een moment uit de tijd nemen. De klok stopt met tikken, het ogenblik blijft de blik in die ene tel. Door het sleutelgat kijkend wordt de wereld net zo klein als wanneer de nevel de tijd opslokt. Op zijn zwerftochten heeft Wiebe Knobbe halt gehouden en stil gestaan. Hij heeft het landschap geproefd en de smaak ervan op papier gezet. Net als Van Althuis deed heeft Knobbe al de overbodige ruis weg gelaten en alleen de essentie over gehouden.

    image

    Ook Sjoerd de Vries zwierf door het landschap. Op zijn lange voettochten deed hij veel indrukken op, die hij thuis in gelaagd karton kerfde. Dicht bij huis documenteerde hij natuurgebied De Deelen. Hij gaf verslag van zijn gevoel in die omgeving, waardoor het gezicht eigenlijk in abstracte zin realistisch is. Marije Bouman heeft de gave om de kern van het landschap te raken. In aquarel of met gemengde techniek maakt zij grensgebieden. Op de scheiding tussen waarneming en gedachte verbeeldt zij een niemandsland. Een gebied waar de tijd geen vat op heeft, het is er tijdloos. Een inkijk op de eeuwigheid.

    Nevel is: nog bijna

    Rabbo Ploeger is dan wat een vreemde eend in deze bijt. Waarheidsgetrouw plaatst hij een drietal panden langs het Breedpad. De nevel stijgt op uit de Kolk. De lucht kleurt dreigend. Het is zoals het is, er is niets weggelaten of toegevoegd. Op deze manier kun je het centrum van Heerenveen ervaren. De tijd staal stil, er heerst rust. De eend is toch niet zo vreemd als dat hij zich voordoet.

    image

    Voor het museum is het minder waardevol, maar voor mijn verblijf tijdens de tentoonstelling een nuttige bijkomstigheid dat er geen andere bezoekers zijn. Zo kan ik goed de sfeer pakken van die welke de kunstenaars mij willen overbrengen door hun werk. In de serene kalmte van de ruimte tref ik het juiste moment mij in te leven. De stemming te ondergaan die is vastgelegd op doek of papier. Herman de Coninck verwoordt mijn gedachte – nevel is: nog bijna. Zijn gedicht is groot geprojecteerd op één van de wanden. Zit ik in de witte sluier op de zwarte bank kan ik mij mystieke klanken laten horen. Van Astropolit vertelt de tentoonstellingsfolder wervend. Vast heel stemmig, ongetwijfeld, maar ik doe dat maar niet. Het geluid van de stilte vind ik meer passen bij deze omfloerste kunst.

    Nevels. Mysterie van het landschap. Groepstentoonstelling werken van Wiebe Knobbe, Willem van Althuis, Christiaan Kuitwaard, Sjoerd de Vries, Marije Bouman, Janne Heida en Rabbo Ploeger. Bij Museum Heerenveen, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Van 23 september 2023 tot en met 14 januari 2024.

  • De mens ontdekken door onder de huid te kruipen

    Ze kruipt onder de huid van haar model. Zo is althans de titel van haar tentoonstelling bij MUGA Heerenveen, onder de huid. Ze portretteert de mens tot op het kleinste detail. Annemarie Busschers zit dat model daarmee op de huid. Dicht op de huid. Dichterbij kun je niet komen. Ze beeldt enkel het gezicht af, de kop is haar onderwerp, haar inspiratie. Busschers ontdekt iedere rimpel en plooi, elke sproet en puist. En legt deze onbeschaamd vast. Bij haar geen uitgestreken gezichten, maar gerimpelde koppen. Want juist in die door het leven getekende lijnen zit het verhaal van deze mens. Busschers zoekt de werkelijkheid, idealiseert niet. Maar overdrijft ook niet, hoewel de koppen qua formaat overdreven opgeblazen zijn. Niets wordt weg geveegd of uit gegumd, laat staan gemanipuleerd. Zoals het zich aan haar voordoet zo komt het op doek of papier.

    Geconcentreerde aandacht

    Zo dicht dat Busschers op de huid komt, zo valt haar ieder gebrek en elke onvolkomenheid in het gezicht op. Ze zit dus niet onder de huid, maar juist op de huid. Het gelaat wordt tot een landschap. Ik kan deze zonder kaart doorkruisen, zonder navigatie mij een weg banen door het struikgewas van de wenkbrauwen. Langs oog en neus over het pad om de mond afdalen naar de punt van de kin. Eigenlijk is het een afdwalen, het werk van Busschers leidt tot dwalen en verdwalen. Ik voel me als een mug op ontdekkingsreis.

    Er valt veel op te merken in de meer dan menshoge tekeningen van Busschers. De gezichten zijn sterk uitvergroot waardoor het beeld niets aan geheimen over laat. Over kan laten. Waardoor iedere porie en elk haarvat een plek heeft. Moet hebben. Een monnikenwerk dat geconcentreerde aandacht verdient. In zowel het creëren ervan als wel in het kijken ernaar. Ik ben op bezoek bij deze mens die ik ongegeneerd sta te bekijken.

    Letterlijk diepte in de tekening

    Om het beeld nog avontuurlijker te maken is in ruimtelijke zin een dimensie aan het werk toegevoegd. De drager waarop de kop staat getekend is wel uitgesneden om bevestigd te worden op een nieuwe ondergrond. Zo ontstaat letterlijk diepte in de tekening, dat ook nog eens wordt versterkt door er geborduurde details aan toe te voegen. Het betreft niet enkel een creatie met potlood en penseel op linnen, ook zijn er onderdelen in een andere stof toegevoegd. Zo is een blouse afgezet met vlokken kleur en werd een bril in jute op de beeltenis geplakt. Het geeft een bijzonder effect. Het werkt de optische diepte in de hand.

    De portretten zijn vooral door het formaat confronterend. De expositieruimte binnengaand overvallen de ernstige oogopslagen mij. Ik sta bij wijze van spreken als aan de grond genageld. Er is geen ontkomen aan de priemende blikken. De ogen volgen mijn gaan en staan door de ruimte, de ogen prikken figuurlijk in mijn rug. Ik weet gezien te worden door een zestal sprekende ogen. Ik beschouw de oogopslag die op zijn beurt terugkijkt naar mij. De blikken kruisen elkaar. De onzichtbare lijnen brengen een zinnebeeldige communicatie tot stand. Door het formaat van de koppen en de uiterst realistische weergave kan ik me nergens in de ruimte verschuilen. Er is geen standpunt waar ik veilig kan beschouwen zonder gezien te worden. Voortdurend vangt wel een andere blik mij op. Het is om paranoia van te worden.

    Het gezicht is de eerste kennismaking met de mens. In dat gelaat valt veel over die mens op te merken, uit af te lezen. Sprekende ogen en vriendelijke mondhoeken. Een luisterend oor, een glimlachend gezicht. Maar de blik kan ook nors zijn, hooghartig met gefronste wenkbrauwen of een opgehaalde neus. Het gezicht is het visitekaartje van de mens. Daaruit valt genoeg te lezen voor de ander met mensenkennis. Daarop kan men beoordeeld worden, afgekeurd of goed bevonden. Met de close-ups wil Busschers het karakter van de afgebeelde mens tot in detail uittekenen, afschilderen. De mens komt zo goed en zo kwaad voor het voetlicht zoals deze is. Niets blijft verborgen. Alle putjes, lijnen, groeven en rimpels hebben een plek wanneer deze zich op het gelaat van het model bevinden. “Met aderen als rivieren en haren als grassen”, stelt de informatie bij de expositie poëtisch vast.

    Niet alleen de buitenkant

    Daarbij heeft Busschers een voorkeur voor de doorleefde en in de tijd getekende huid. Want daarin ligt het verhaal besloten, de historische grondslag. Daarin staat een leven vast. Karakteristieke koppen waarin een zijn van deze mens staat afgebeeld. De kunstenaar tekent niet alleen de buitenkant. Ze gaat dieper dan de zichtbare werkelijkheid. In het realisme zonder idealisme, de werkelijkheid nemen zoals deze is zonder het als volmaakt voor te stellen, ligt de kracht van Annemarie Busschers. Daarmee toont ze het innerlijk van de mens, terwijl het uiterlijk zichtbaar is. Ze zit op de huid en breekt er doorheen en komt dan inderdaad onder de huid. Achter het masker gaat de mens schuil, hoewel het masker niets maskeert maar juist alles laat zien. Het verhaal van deze mens ligt erin besloten. Poets je deze weg dan gum je het verleden uit en wordt de persoonlijkheid weg gestreept. Een gezicht kan niet perfect zijn omdat een leven zich tekent in de groeven en rimpels. Dat leven kent hoge bergen en diepe dalen, dit staat letterlijk afgedrukt in het gezicht. Annemarie Busschers heeft dat gezien en legt dit vast. Haar werkelijkheid is een abstracte weergave van een gevoelsleven. Waarachtig, onder de huid.

    Onder de huid. Portretten. Annemarie Busschers. MUGA, Museum Heerenveen, Minckelersstraat 11. Tot en met 24 september 2023.

  • Het geliefde visstekkie van de kunstenaar

    De kunst van het recyclen. Dat is hergebruik van materialen in de kunst. Kunstenaar Coen Vunderink neemt dat letterlijk. Niet alleen dat hij eens gemaakte schilderijen met een nieuwe laag verf bedekt. Ook wint hij passie en inspiratie terug. Daar het gevoel is verdwenen dat hij bij eerder werk had, kan hij hier makkelijk afstand van doen. Die tijd van toen ooit heeft afgedaan. In zijn kunst is hij gegroeid. Is de fase van overpainting en overexposed afgesloten. Kom ik niet meer door vitrage opzij te schuiven het werk binnen. Het leven geweven achter een matte laag stof. De werken in deze serie, die het atelier verlieten en de wereld ingingen, getuigen van wat was en is geweest. Van waar Vunderinks bevlogenheid toen uiting in kreeg. De werken die achterbleven zijn voor de kringloop. Het recyclen van kunst.

    Coen Vunderink, Galerie MUGA, Museum Galerie Heerenveen, Museum Heerenveen

    De gordijnen gaan open voor een derde acte

    In het kunnen ontwikkelt Vunderink zijn kunst. Hij krijgt andere ideeën en nieuwe ingevingen. Gaat zich op den duur ergeren aan dat oude werk. Dat werk dat hem aanstaart en dat hem niet meer aanstaat. Hij zet deze in gedachten uit. In zijn oeuvre voelen deze werken als gedateerd. Voor de buitenstaander is daarmee echter het beeld van de ontwikkeling compleet. Voor de kunstenaar is die voorstelling afgelopen, sluiten de gordijnen zich.

    Het linnen kan dan opnieuw gegrond worden om drager te zijn van actueel werk. Hergebruik van het materiaal. Dan is de geschiedenis uitgewist. Coen Vunderink echter laat dat verleden deel uit maken van het heden. Het in zijn ogen gedateerde werk wordt de gronding voor de nieuwe compositie. De gordijnen gaan open voor een derde acte. De tweede was al een introductie op wat nu speelt. De bits en bytes met spuitverf op doek gezet, een abstracte figuratie voordat deze overgaat in een expressionistische realiteit.

    Coen Vunderink, Galerie MUGA, Museum Galerie Heerenveen, Museum Heerenveen

    Kunstenaar is zijn beroep, visser is de passie

    Zag ik eerder een print van vitrage, een doorzichtige stof. Het kant van de passie. Keek ik door het transparante zijn naar een buiten. Of werd mijn blik door het dunne gordijn juist naar binnen geleid. Het gehaakte weefsel bedekte maar amper een intieme gebeurtenis. Die beleving van toen blijft nu bewaard in en door een nieuwe verflaag. Was het oude grijs en vrijwel zonder kleur, het nieuwe is vol van tinten in een herbeleving. Dat gevoel van die plek daar komt terug in het atelier. Achter de ezel beleeft Coen Vunderink het landschap alsof hij daar weer is op de oever uitkijkend over het spiegelende water.

    Kunstenaar is zijn beroep, visser is de passie. Voor de concentratie op de drijvende dobber in het water is stilte een vereiste. Om een vis aan de haak  te slaan is kalmte een behoefte. Dat verlangen is zo groot als de afzondering in het atelier. Het beroep van kunstenaar is een eenzaam vak. In isolement floreert het creëren. De bedrijvigheid van het vissen is ook een solitair gebeuren. Recreatief creatief bezig zijn. Het is niet zo vreemd daarom dat Vunderink zijn tentoonstelling bij Museum Galerie Heerenveen de titel STIL heeft gegeven.

    Coen Vunderink, Galerie MUGA, Museum Galerie Heerenveen, Museum Heerenveen

    Stilzwijgend kan ik zijn kunst beleven

    Wat ik zie zijn plekken waar de kunstenaar als het ware in retraite gaat. De visser in beslotenheid zijn stek heeft opgezocht. De beste locatie langs de sloot of het meer om de hengel uit te gooien. Contemplatief wachten op beweging. En vanuit stilstand toeslaan bij een beet. Vissen is lang wachten, concentreren, rondzien, beschouwen, gadeslaan. Zo werkt ook de inspiratie. Vanuit het niets wordt het iets plots zichtbaar. Daardoor kan het visstekkie, de emotie van het hengelen, op linnen worden herbeleefd.

    Het is die eenheid met de natuur dat hem drijft om te delen met mij. Ongestoord beleeft hij de vissport. Stilzwijgend kan ik zijn kunst beleven. Zijn passie, zijn drijfveer. Dat zichzelf toegeëigende visstekkie is zijn motief, het thema van waaruit de kunst ontstaat. Ik zie die plek vereeuwigd in diverse composities. Maar met onderscheiden bewogenheid gepenseeld. Dat kan zijn vroeg in de morgen of net na een regenbui. In het voorjaar met de lente in de lucht. De winterse kou. Weinig houdt Vunderink thuis van zijn geliefde arbeid buiten, hoewel de hobby hem dan naar binnen drijft. Want welke is de scheidslijn. Het vissen beweegt hem te schilderen. De kunst wordt aan de waterkant beleefd.

    Coen Vunderink, Galerie MUGA, Museum Galerie Heerenveen, Museum Heerenveen

    Tijdens het vissen is er genoeg ruimte en tijd om het stek te schetsen. In lijnen en gedachten te bewaren om er in het atelier mee aan het werk te gaan. Een stilleven te schilderen, het landschap waar de stilte ervaren kan worden. Maar onderhuids is er beweging, het rumoer van een eerdere compositie. Deze geeft opmerkelijke details, omdat de verf en het houtskool de eitempera niet geheel bedekt. Ruimte geeft aan invulling door de kijker. Het expressief opgezette landschap is transparant op de dimensie van de ordelijke gordijnstof gezet. Twee afzonderlijke belevingen samen gebracht in een enkele compositie. Het vult elkaar aan, maakt de indruk compleet. Zonder de onderschildering zou het werk minder gelaagd zijn en meer een ordinair beeld geven van een landschap. Deze dimensie maakt het schilderij bijzonder. Zo schijnt het verleden door in het heden, het oude werk blijft in het nieuwe bewaard. De kunst van het recyclen.

    STIL. Coen Vunderink, schilderijen. “Zon landschap licht, veel kleur en heel veel grijs. Ik hou ervan.” Tentoonstelling bij Museum Galerie Heerenveen, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Tot en met 11 juni 2023.

    Coen Vunderink, Galerie MUGA, Museum Galerie Heerenveen, Museum Heerenveen
  • Bold two toont vet werk, een gewaagde tentoonstelling

    Bold in de betekenis van vet. Zo presenteert curator Age Hartsuiker van Museum Galerie Heerenveen, ofwel MUGA, voor de tweede keer een tentoonstelling met brutale kunst. De eerste keer was dat in zijn eigen galerie LOOF met andere kunstenaars, maar met dezelfde insteek. Namelijk het gebruikte materiaal dat meer belangrijk is dan de zichtbare figuratie. De compositie is de herinnering aan de vaardigheid van de kunstenaar. Een schilderij als documentatie van het werken, de actie. Het beeld is een monument, geen vast gezet moment. Het resultaat is een gelaagde archivering van gedane arbeid, een verantwoording als het ware.

    Galerie MUGA, Museum Heerenveen, Wil Jansen, Sander Reijgers, Patrick Bergsma

    Bij BOLD zowel als in BOLD II hangen de materieschilderijen aan de wand, dit zijn de composities in de straattaal als uitleg van het woord, dus vet. Het zijn letterlijk vette werken en figuurlijk is het vet werk: cool. En zeker chill zijn de ruimtelijke objecten in het centrum van de zalen. In LOOF waren dat toen al gewaagde beelden die een aanklacht zijn op het menselijk handelen. Deze keer in MUGA is deze kritiek nog meer sprekend. Het prikkelt de fantasie en zet aan tot anders kijken en dwars denken. Hebben de beelden nog een realiteit als ondergrond, de schilderijen tonen abstracte samenstellingen. Uiteraard hebben alle kunstwerken de werkelijkheid als uitgangspunt, in realisme en abstractie.

    Vette schilderijen

    De materieschilderijen van Wil Jansen doen de titel van de tentoonstelling eer aan. Dit zijn werkelijk vette schilderijen. In figuurlijke zin, maar zeker ook in de letterlijke betekenis van het woord. De verf is in dikke lagen pasteus aangebracht met spatel en kwast. Er is zo een plastisch effect ontstaan, dat in opbouw een gebeeldhouwd reliëf heeft. Jansen heeft een expressieve beweging en geeft een speels karakter aan de schilderijen. Ze zet pastel tegen fel, waardoor de compositie dreigt zich van de wand te schreeuwen. Ook zijn in een enkele kwaststreek of spatelveeg meerdere kleuren gezet, waarmee de haren en het metaal over de huid glijden. Er ontstaan kleurlijnen in de vlakken.

    Galerie MUGA, Museum Heerenveen, Wil Jansen, Sander Reijgers, Patrick Bergsma

    Jansen neemt motieven uit de natuur als uitgangspunt van haar werken en ergens in de vierkante objecten valt deze start nog te ontdekken. Ze zoekt naar de kracht van de beeltenis zonder een figuratie neer te zetten. Door de wilde dynamiek houdt het schilderij zich staande zonder te vervallen in een kleurig niets. Door lichtval en schaduwwerking zal het echter nooit in het iets verdwijnen. Het schilderen is vooral een onderzoek naar het materiaal en de kleurwerking. In de zoektocht die een ontdekkingsreis is vindt ze ritme en regelmaat, patronen in haar eigen jungle. En een enkele keer wordt intuïtief een landschap zichtbaar, of verbeeld ik me dat. Want het is een opbouw en uitwerking om van weg te dromen. Ik kan me eenvoudig een realiteit voorstellen in de gegeven structuren.

    Druppels versteende verf

    De schilderijen van Sander Reijgers zijn eveneens bouwwerken in de ruimste zin. In verschillende lagen wordt op mysterieuze wijze het vlak opgebouwd, samengesteld. Het is een spel met de materie dat in een enkele compositie maanden tot jaren aan arbeid kan duren. De tijd van drogen tussen de bewerkingen maakt dat een reeks van momenten in het schilderij liggen opgeslagen. Zijn in enkele werken daadwerkelijk lagen zichtbaar in de vorm van verschillend gekleurde vellen materie, het andere werk toont als het ware een reliëf bestaande uit speldeknoppen. De pootjes bestaan uit diverse tinten en de kop is wit. Het veld, de drager, heeft tevens een witte ondergrond waardoor, wanneer je er recht voor staat, het een welhaast effen kleurloos geval is.

    Galerie MUGA, Museum Heerenveen, Wil Jansen, Sander Reijgers, Patrick Bergsma

    Maar zodra je de blik iets verzet gaat het schilderij met het oog spelen, komt het tot leven. De druppels versteende verf zijn wel netjes in gelid op het doek gezet, maar kunnen ook over het gebied gestrooid zijn. Dat laatste heeft het effect dat te vergelijken is met een skipiste waarop kriskras de mensen aan het glijden zijn, van bovenaf gezien. Even komen bij mij de Tableau Clous van de Franse kunstenaar Bernard Aubertin in gedachten. Maar Reijgers is meer verfijnd te werk gegaan. Zijn ‘spijkerwerken’ hebben een subtiele registratie. Ook andere kleurschakeringen bezetten de velden van Reijgers.

    Een wake up call

    Meestal wordt kunst en face bekeken, maar deze werken verdienen het om ook en profil gezien te worden. Er gebeurt meer dan genoeg aan de zijkanten waardoor de werken als object in de derde dimensie onderzocht kunnen worden. In het dagboek, de gestapelde bladen, zie ik dan wel weer een overeenkomst met genoemde Aubertin. Ook in zijn gelaagde werken stulpt de verf over de randen. Maar verder gaat de vergelijking met de nulkunstenaar mank, hoewel je het werk van Reijgers als een eigentijdse variatie op ZERO zou kunnen noemen.

    Galerie MUGA, Museum Heerenveen, Wil Jansen, Sander Reijgers, Patrick Bergsma

    De keramische objecten van Patrick Bergsma springen meteen al bij binnenkomst van de expositieruimte in het oog. In de hal tref ik daar een protest tegen de huidige aarde verslindende maatschappij aan. Op een rots van gestapelde wegwerpartikelen, verzameld in een boodschappenkar, staat een gele telefooncel. Een figuurtje daarin is duidelijk aan het bellen. Het is een wake up call. In het hart van Heerenveen, tussen de winkels en supermarkten, worden wij eraan herinnert – wakker geschud – dat het zo niet langer gaat in onze consumptiemaatschappij. Veel daarvan is overbodige luxe, hebben we niet nodig om te overleven. Maar er is aan dit beeld ook een zonnige zijde, want planten en bomen vestigen zich op de rots en maken het vieze bruin weer fris groen. De natuur weet zich te herstellen.

    Bold staat hier voor cool

    Dat is ook de grond van de andere objecten die deze ruimte bevolken. Als drager gebruikt Bergsma chinees porselein, daaruit steekt een bonsai-achtig boompje de kop op – breekt zich los en groeit tegen de klippen op. Diverse variaties op dit thema vormen tezamen een frisse blik op de milieuproblematiek van vandaag de dag. Want de kunstenaar laat hier zien dat de natuur altijd weer overwint. Een vergelijking valt te maken met de idee van Louis le Roy, die in zijn eco-kathedraal eenzelfde filosofie aanhangt. Daarnaast, bij die staande beelden, maakt Bergsma wandobjecten waarin het porselein een spel speelt met keramiek. In klei gevormde bloemdelen zijn afgebakken tot bloemstukken die niet misstaan op een Frans kerkhof.

    Bold staat hier voor cool. Ik krijg het er koud van, maar hoe paradoxaal de warme rillingen lopen me over de rug. De werken roepen tegenstrijdige gevoelens op. Maar de diverse emoties houden elkaar in evenwicht. Zoals dat engeltje op de ene schouder en het duiveltje op de andere. Het werk zal aan deze zijde de hemel in worden geprezen, terwijl het aan gene zijde de grond wordt ingetrapt. De engel fluistert ‘Oh, fantastisch dit werk, vet!’, terwijl in mijn andere oor wordt geschreeuwd ‘Bah, het lijkt nergens op, WTF!’ En ik, ik bekijk het van de positieve kant. Het is een hele vette tentoonstelling, waar ik met plezier en aandacht meer dan enkele ogenblikken in wil chillen.

    BOLD II, schilderijen van Wil Jansen en Sander Reijgers, objecten van Patrick Bergsma. Bij MUGA Museum Galerie Heerenveen, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Tot 23 april 2023.

    Galerie MUGA, Museum Heerenveen, Wil Jansen, Sander Reijgers, Patrick Bergsma