Tag: Museum JAN

  • Kunst om van te watertanden

    Het is te mooi om waar te zijn. En dat is het ook. Het water kan me in de mond lopen, ware het niet dat de hamburger en het bakje patat met mayonaise dermate groot van formaat zijn dat het onwaarschijnlijk is dat ze echt zijn. En wat te denken van het vet gebakken spiegelei dat tegen de wand geplakt is. De fles ketchup, het peper en zoutstel en het glas half leeg gedronken sinaasappelsap zijn zo mooi in verf verbeeldt dat het niet waar kan zijn dat het echt is. Maar toch zou ik het zo kunnen pakken om mijn eitje te zouten en het sap te drinken, zo waar heeft Tjalf Sparnaay het voor de eeuwigheid vastgelegd. In de traditie van het zeventiende eeuws stilleven gemengd met de vernieuwende popart maakt hij wereldvreemd maar o zo helder megarealisme schurend tegen het Amerikaanse hyperrealisme.

    De kunst van Tjalf Sparnaay was in het voorjaar van 2024 te zien bij Museum JAN in Amstelveen. Voor deze tentoonstelling werden een groot aantal werken van zijn hand samengebracht zodat sprake was van een overzichtelijke dwarsdoorsnede uit zijn oeuvre. De catalogus daarbij laat een deel van deze werken zien aangevuld met een levensbeschrijving en een toelichting op de schilderstijl. In gesprek met Karin van Lieverloo is de kunstenaar openhartig over zijn leven en werk. Vooral bekend en geroemd om zijn geschilderd voedsel, maakte hij in zijn werkbare leven meer dan spiegeleieren en broodjes hamburger.

    Tijd om anders te schilderen

    Met een scherp oog weet hij ieder detail van een door hem gekozen object te observeren en vast te leggen. “The Bigger Picture” was de titel van de tentoonstelling en is dit eveneens van het boek. “Het grote plaatje” slaat niet op de afmetingen van de meeste van Sparnaay’s werken, die vrijwel altijd immens zijn. Het grote plaatje ziet Tjalf wanneer hij terugkijkt op de jaren die achter hem liggen en waarin hij zijn stijl en techniek heeft geperfectioneerd en waarmee hij in de kunstwereld hoge ogen heeft gegooid.

    De grote tentoonstelling in Amstelveen markeert het 70e levensjaar van Tjalf Sparnaay. Het is een terugblik op wat hij voordien heeft gemaakt. Maar de kunstenaar zelf is niet zo van het terugkijken, hij wil vooruit zien en hoopt dat deze markering hem aanzet en inspireert om nieuw werk te maken met eventueel een ander kenmerk en divers inzicht. “Wie weet is het tijd om anders te gaan schilderen”, zegt hij daarover. “Misschien ga ik me focussen op het schilderen van de natuur.” Hij verlangt ernaar zijn talent opnieuw uit te dagen. “Misschien komt er helemaal niks uit, maar dan heb ik dat geleerd. Ik heb mezelf beloofd dat ik na mijn zeventigste alleen nog maar schilder wat ik leuk vind. Mijn hele leven lang heb ik gewerkt voor precies deze vrijheid.

    Magisch realisme en surrealisme

    Dat is begonnen met het olieverfdoosje dat Sparnaay als jongen van twaalf kreeg. Drie jaar later schilderde hij een impressionistisch landschap, een boerderijtje met wat bomen in de stijl van de Haagse School. Tjalf wist het toen al zeker: “Ik wil kunstschilder worden”. Hij heeft woord gehouden. Het vak heeft hij zichzelf aangeleerd, het tekenen en schilderen zelf eigen gemaakt. Hij is autodidact en nooit officieel geschoold. Met zichzelf als leermeester heeft hij voldoende gekeken naar anderen en gelezen over kunstenaars om zelf aan de slag te gaan. Hij voedde zich als het ware met hetgeen door de kunstgeschiedenis op zijn bord kwam, wat de voorgangers hem serveerden. En daar gaf hij een eigen draai aan, peperde en zoutte het op zijn manier en leverde een gerecht af dat smaakt.

    In eerste instantie is hij geraakt door het werk van magisch realisten en surrealisten. Hij is in zijn vroege werk schatplichtig aan bijvoorbeeld Carel Willink en Salvador Dali inspireert hem. Sparnaay schildert verstilde landschappen en onmogelijke architecturen. Ook dan is de structuur en stoffering al weergaloos echt en gedetailleerd, maar zijn te vertellen verhaal daarin zweeft boven de realiteit. Tjalf Sparnaay is in aanleg een fotograaf, dit talent gebruikt hij bij het schilderen. Fotografie is de onderliggende techniek om de stillevens niet van echt te laten onderscheiden. Daar wordt in de kunstscene weleens neerbuigend naar gekeken. Sparnaay: “Dat men nog altijd denkt dat ik dit allemaal uit mijn hoofd schilder. Vermeer had zelfs al een camera obscura als hulpmiddel om dat wat hij zag op doek te krijgen. Waar de foto ophoudt, begint mijn werk. Want natuurlijk moet je het fotografische beeld heel snel verlaten om een spannende voorstelling te maken.”

    Schijn bedriegt

    Het fotorealisme trekt hem naar New York. Daar is men enthousiast over zijn werk, maar er is een kanttekening. Hem werd geraden de ketchupflessen uit zijn werk te laten, “want dat kunnen we zelf ook wel. Maar die vaatwasser en die eieren: dat is je Hollandse schildersziel, daarin ben je uniek. Als je daar in de buurt blijft, dan is het hartstikke spannend en ga je iets toevoegen aan de schilderkunst. Want zoals jij om je heen kijkt, zoals jij eten schildert, dat doet niemand in de hele wereld.” En dat staat als een paal boven water wanneer ik door de catalogus blader. Het is weergaloos wat ik zie, net echt. Maar schijn bedriegt, want de flessen ketchup, de blikjes cola, de gebakken eieren, de al dan niet in plastic gepakte etenswaar, de bossen tulpen en de aangemaakte sla zijn zo plat als een dubbeltje: een verflaag op een linnen drager. Niets meer of minder, maar wel met een bijna onmogelijke precisie weergegeven, de illusie van de derde dimensie, zo zodat ik de luchtbel op de eidooier kan doorprikken, zo de ansichtkaart ‘Holland’ uit het rek kan pakken.

    Niet meteen staat iedereen te juichen bij het werk van Tjalf Sparnaay, maar wanneer hij de portretten van etenswaar tot mega grote schilderijen gaat opblazen komen langzaam maar zeker de handen op elkaar. Tegenwoordig heeft hij groot respons in binnen- en buitenland. Zijn levensdoel kunstschilder te zijn lijkt meer dan bereikt, maar hij wil verder. Veel van zijn werken kunnen gezien worden als aanklachten op de consumptiemaatschappij, als protest tegen de zee van plastic die het laat ontstaan. Maar hij laat ook doodgewoon gewone onderwerpen zien, waarachter het onderwerp en waaronder de verfhuid geen adder zit. De stillevens van zijn hand tonen geen haute cuisine maar laten het voedsel van de straat zien. De snelle hap, geen culinaire hoogstandjes. En de schillen en klokhuizen wanneer er gegeten is. Mede daardoor is het werk zo benaderbaar, het kenmerkt het leven, het ware zijn.

    Schilderijen met voedsel

    De schilderijen met voedsel zijn het meest bekende werk van Tjalf Sparnaay, maar het boek bewijst dat hij veel meer deed en doet dan dat. Het is een helder overzicht van wat deze Hollandse meester allemaal kan. Het bewijst dat je jezelf het niet eenvoudige vak van schilderen eigen kunt maken, wanneer jouw het juiste talent is gegeven. Sparnaay heeft dat talent en buit het tot de laatste kruimel uit. Het is een lust ernaar te kijken, het te beleven. En dus niet alleen het spiegelei wat hem de roem bracht, maar ook de eerdere werken die het mysterie van een hoger bewustzijn hebben slaan aan. De verlaten bouwwerken met dreigende luchten, de spiegeling in de benzinetank van een motor en de koplamp van een fiets, de in leer gestoken vrouwfiguur, de herenhuizen langs de gracht, de etalages, de kroket in de automatiek. Het normale leven krijgt uit het penseel van Sparnaay een abnormale uitstraling, een onwezenlijke inborst. Om van te watertanden.

    The Bigger Picture. Tjalf Sparnaay, schilderijen. Teksten Karin van Lieverloo, Simon McKeowin, Marieke Uldriks. Publicatie verschenen ter gelegenheid van de tentoonstelling in Museum JAN, Amstelveen van 16 februari tot en met 16 juni 2024. Uitgave Waanders Uitgevers Zwolle, 2024.

  • Van grijze stadsschilder tot zonnig colorist

    Wim Oepts en de schilders van het zonnige zuiden. Zo luidt de titel van het boek dat is uitgegeven ter gelegenheid van de tentoonstelling van het werk van kunstenaar Oepts bij Museum JAN te Amstelveen. Kunsthistoricus Feico Hoekstra is in het schilderleven van deze Amsterdammer gedoken en is met een vlot geschreven relaas over zijn werken boven water  gekomen. Oepts is als kunstenaar autodidact. Ondanks zijn opleiding tot en werk als machinetekenaar gaat zijn hart uit naar de kunst. Eerst maakt hij grafiek, hout- en linoleumsnedes. Wanneer zijn werk onder de aandacht komt van schilderes Charley Toorop is zijn kostje als kunstenaar min of meer gekocht. Zij daagt hem uit met olieverf te werken en dit wordt voortaan zijn medium.

    Hoewel op de hoogte van en geïnteresseerd in andere stromingen dan waar hij zich in beweegt blijft hij zijn hele leven bij zichzelf. Ondanks dat  is er ontwikkeling in zijn werk te zien. Wel versimpelt hij zijn onderwerp, maar wordt nooit een abstract werkend kunstenaar. Vooral het landschap heeft zijn voorkeur. Eerst nog naar de natuur geschilderd, later krijgt het expressionistische trekken met geabstraheerde details. Het over het algemeen zonovergoten landschap krijgt kleur naar het gevoel, of de herinnering van de emotie die de schilder toen daar had. Want en plein air zit hij niet te schilderen, wel maakt Oepts talloze schetsen in potlood op papier van de omgeving – in de zomer – en werkt deze in de winter uit op doek met verf. Meerdere schetsen kunnen tot een enkel werk leiden, dus een precieze plek kan zelden worden aangewezen. Eigenlijk is het schilderij een bewerkte collage van geschetste indrukken waarvan de herkomst niet is te achterhalen.

    Wim Oepts

    Sombere figuren, vreugdeloze mensen

    In het begin van zijn carrière als kunstschilder staat Wim Oepts nog onder invloed van de meest bewolkte sfeer van Nederland. De naargeestige indruk van de stad. Hij maakt donkergekleurde straatscénes en stadsgezichten. De schilderijen zijn grauw en grijs getint in de sfeer van met name de Haagse School. “Wie heden ten dage de oeuvrecatalogus van Oepts openslaat op de eerste paar pagina’s bekruipt het gevoel dat de schilder bij de start van zijn kunstenaarschap maar weinig plezier beleefde aan zijn werk”, schrijft auteur Hoekstra daarover. In de duistere tijd voor de tweede wereldoorlog, wanneer Nederland in een diepe economische crisis raakt – de bloeitijd van de werkloosheid – is het palet van de vaderlandse schilderkunst gedoopt in aardkleuren en trieste onderwerpen verschijnen op doek. “Maar zo troosteloos als Oepts de wereld voorstelde deed vrijwel niemand hem na.”

    Sombere figuren, vreugdeloze mensen. Ze keren de kijker de rug toe, zitten triest voor zich uitkijkend aan een terrastafel langs het strand. Oepts is maatschappelijk betrokken en wil dat duiden in zijn kunst, maar is er niet gelukkig mee. Pas wanneer hij naar het zuiden van Frankrijk trekt breekt de zon door in zijn werk. Hij richt zich af van personages in zijn werk en gaat voor het landschap. Nog kan er wel een interieur of een stilleven opduiken, maar over het algemeen kan Oepts gerekend worden tot de landschapschilders. En gaan er dan figuren door het beeld, dan zijn ze onduidelijk of slechts in contour weergegeven.

    Wim Oepts

    Na bevrijding weinig over van inspirerende sfeer

    Voornamelijk werkt de colorist in afzondering. Wanneer een kunstenaarskolonie als Saint Tropez door toeristen wordt ontdekt, trekt Oepts verder naar meer rustige streken om kalm en gestaag aan zijn oeuvre te werken. Natuurlijk heeft hij weet van wat er om hem heen zich in de (kunst)wereld voordoet, maar laat zich er niet door van de wijs brengen en beïnvloeden. Hoewel hij wel stijlen kan overnemen of navolgen die in zijn straatje passen, waar hij zich gelukkig mee en bij voelt. Maar altijd blijft zijn persoonlijke handschrift duidelijk zichtbaar.

    Wim Oepts leeft langs beide oorlogen die Europa in de 20e eeuw teisteren. Van de eerste heeft hij weinig weet omdat deze minder in Nederland speelt, maar voor de tweede gaat hij op de vlucht en steekt via Spanje over naar Engeland. Het kunstleven ligt dan vrijwel stil. De RVD vraagt hem illustraties en affiches te maken om het verzet vanuit overzee te steunen, hij is zodoende een van de weinige officieel aangestelde ‘war artists’. Na de bevrijding blijkt dat er van de inspirerende sfeer in Zuid-Frankrijk weinig over is en de vriendenkring aldaar niet meer bestaat. En ook het kunstleven zoals die er was voor de oorlog verandert erna. Schilders zien “in de gruwelen van de oorlog aanleiding om radicaal afstand te nemen van elke vorm van figuratie en over te gaan op abstractie. Het omarmen door de nazi’s van het klassieke ideaal, terwijl het modernisme ‘entartet’ was verklaard, liet hen geen andere keus.”

    Wim Oepts

    “Eigenlijk heb ik een rotleven gehad, als ik het goed naga”

    Een andere groep gaat vervolgens daar weer tegenin en beschouwt abstracte kunst evengoed als een uiting van een beschaving die met de oorlog zijn bestaansrecht had verloren. Zij laten zich vooral inspireren door de spontane creativiteit van kinderen en geesteszieken. Stond de wereld door de oorlog eerst in brand, na de bevrijding staat de kunst in lichterlaaie. Maar het werk van de experimentelen staat ver van Oepts, hoewel hij zich eerst welwillend opstelt tegenover de voorstellingsloze abstractie. Maar niet lang daarna merkt hij cynisch op dat abstracte kunst een vorm van creatie is die een snelle productie mogelijk maakt. Oepts blijft bij zijn leest en staat kritisch ten opzichte van kunstenaars om hem heen. Hij wordt een gematigd modernist, want laat vereenvoudigde elementen toe in zijn werk maar zal nooit bij de abstractie uitkomen zoals meerdere van zijn tijdgenoten dsat wel als hoger goed zien. “…die eerste prikkel uit de reële wereld was te belangrijk om op te offeren aan het autonome spel van vorm en kleur. Wel werd de grens alsmaar verder opgerekt…”.

    Oepts lijdt aan een verregaande op hemzelf gerichte kritiek waardoor hij vele van zijn werken eigenhandig vernietigd. Hij is niet snel tevreden met wat hij maakt. Daarom is wat hij de kunstwereld heeft nagelaten dus eigenlijk het beste van het betere. Al die andere niet meer bestaande werken zouden voor nu een inkijk op de groei van zijn stijl hebben gegeven. Maar een kijkje in de keuken cq het atelier staat Oepts maar nauwelijks toe. “Eigenlijk heb ik een rotleven gehad, als ik het goed naga”, bekent Oepts in een interview enkele maanden voor zijn overlijden, terugkijkend op zijn leven. “Altijd onrustig, ontevreden over mijn werk. Lekker schilderen, dat is wat een dilettant kan doen. Voor mij was het ploeteren.

    Wim Oepts

    Zijn werk is toegankelijk en raadselachtig

    Schilderen is echter noodzaak voor hem, hij kón niet anders. Het enige wat hem bij dat heilige moeten genoegdoening geeft, volgens Hoekstra, is een resultaat dat de zware toets der zelfkritiek had kunnen doorstaan. Verder merkt de auteur op dat “terugkijkend op zijn artistieke loopbaan je kunt stellen dat Wim Oepts met een bewonderenswaardige volharding steevast zijn eigen koers heeft gevaren, vaak tegen de stroom in”. Steeds kiest hij niet de gemakkelijke weg, maar het pad dat hem het meest zint. Om als kunstenaar zijn eigen unieke vorm te vinden en te behouden, heeft hij zowel fysiek als geestelijk ruimte nodig. “Voor het oordeel van buitenstaanders sloot hij zich zoveel mogelijk af. Alleen het schilderij kon hem vertellen of hij goed zat, al het andere was de waan van de dag.”

    Zijn werk is toegankelijk, maar heeft tegelijkertijd iets raadselachtigs”, schrijft museumdirecteur Marieke Uildriks in haar voorwoord. :”Het balanceert tussen figuratie en abstractie, zonder naar de ene dan wel de andere kant door te slaan.” De catalogus bij de tentoonstelling laat zien dat Wim Oepts niet de enige Nederlandse schilder is die in de 20e eeuw naar Zuid-Frankrijk afreist om daar te gaan werken. Het boek toont werk van meerdere gelijkgestemden. Alle zoeken zij dat bijzonder licht van het Zuiden, waar de zon het landschap blijmoedig laat verkleuren. Feico Hoekstra haalt in zijn verhaal deze tijdgenoten van Oepts aan, beschrijft hoe het daar in Frankrijk tot stand is gekomen en de plaats van Oeps die hij inneemt in de kunstgeschiedenis.

    Wim Oepts

    En nu kan en kunnen wij oordelen of Wim Oepts het goed heeft gezien. In de tentoonstelling van zijn werk bij Museum JAN kan mijn mond open vallen van verbazing over het door hem vastgelegde licht in dat zonnige zuiden. Maar ik kan het ook afdoen als de zoveelste kunstenaar die zich heeft gebogen over het landschap dat niet van hier is en daarom sowieso aantrekkelijk. Maar bladerend door het boek doen de beelden klassiek aan, echter zijn verre van behoudend. In de expressionistische stijl, hangend tegen de abstractie van het modernisme, weet Oepts precies waar hij de klemtonen moet leggen. Op welke momenten waar hij de kijker in zijn werk kan raken. Toen, maar ook nu nog. “Ons enige houvast voor ons is ‘au fond’ af te gaan op dat schokje wat we voelen als de boel ‘sluit’, neem ik de woorden van deze bijzondere kunstenaar in mijn mond. Want zo is het, zo werkt kunst.

    Wim Oepts en de schilders van het zonnige zuiden. Feico Hoekstra. Met een voorwoord van Marieke Uildriks, directeur Museum JAN. Catalogus bij de tentoonstelling. Uitgave Waanders Uitgevers Zwolle / Museum JAN Amstelveen, 2022.

    Wim Oepts