Waardoor staat het ene stripverhaal in de schijnwerpers, terwijl het andere in de schaduw van de tijd blijft. Ofwel hoe kan het dat bijvoorbeeld Suske en Wiske, of Kuifje of Asterix, om Lucky Luke, Guust Flater en Olivier B. Bommel niet te vergeten, een groot bereik hebben en Agent 327 of De Generaal, De Blauwbloezen en Chick Bill minder bekend zijn. Wat maakt een strip aansprekend, een verstript verhaal boeiend. Iedere striptekenaar en elke stripauteur doet de stinkende best om boven het maaiveld uit te steken. Soms lukt dat, voor even. Maar meestal is de schare verstokte liefhebbers te klein om langer dan enkele albums in de lucht te zijn. Het hiervoor opgesomde rijtje illustere stripfiguren spreken echter zo tot de verbeelding dat ze een langer leven dan een blauwe maandag beschoren zijn.

Suske en Wiske tikken de leeftijd van 80 jaar aan waar Mickey Mouse en Donald Duck al richting de 100 gaan. Terwijl Kuifje ofwel Tintin zich ook al zo bejaard mag weten. Heer Bommel is dan weer van de generatie van Suske en Wiske, waartoe Lucky Luke ook behoort. En dat Guust Flater, aka Gaston la Gaffe, net met pensioen is valt hem niet aan te zien. Stripfiguren worden niet oud, althans ze blijven altijd en voortdurend een bepaalde onbepaalde leeftijd behouden. Soms zijn ze wel jonger, maar nooit ouder. Ook gaan ze wel met hun tijd mee, blijven actueel, maar krijgen geen grijze haren of lamlendige ledematen. Een stripfiguur is voor eeuwig jong en heeft goed geluisterd naar Bob Dylan en Alphaville.

Uitzonderlijke bijrollen
Op gezette tijd kan een stripschap de verjaardag van een stripfiguur vieren. Ofwel het jubileum memoreren van een strip. Ditmaal valt de eer te beurt aan Suske en Wiske van Willy Vandersteen. Dit jaar beleeft het duo al 80 jaar achtereen hun allitererende avonturen tussen de kaders van plaatjes. Met uitzonderlijke bijrollen voor Tante Sidonia, Lambik, Jerom, Professor Barabas en uiteraard Schanulleke. Het Museum of Comic Art in Noordwijk aan Zee, het enige échte stripmuseum in Nederland, staat tot en met februari 2026 in het teken van de studio van Willy Vandersteen met Suske en Wiske als boegbeeld.
Het is dit jaar 35 jaar geleden dat de geestelijke vader van Suske en Wiske uit de tijd ging. Maar zijn kinderen leven nog altijd voort. Zij zijn wel qua uiterlijk aangepast aan de huidige tijd, echter zijn nog even brutaal avontuurlijk als dat ze eerder waren en altijd zijn geweest. Het MoCA gaat voorbeeldig in op de geschiedenis van het duo. De catalogus bij de tentoonstelling is eigenlijk de biografie van het stripverhaal. En niet alleen deze, maar ook al de andere producties van de studio vallen de eer te beurt in het boek genoemd te worden. En uiteraard krijgen deze beeld in de tentoonstelling. Originele schetsen en tekeningen mogen naast de ingekleurde en beletterde resultaten dan ook niet ontbreken. MoCA kan putten uit een rijke bron van memorabilia.

Gefantaseerde beeldverhalen
Tentoonstelling en catalogus schetsen een vrolijk beeld op wat er door de groep tekenaars onder leiding van Willy Vandersteen, en later op eigen kracht bezield door de stripmeester, allemaal op papier is gekomen. Naast de op de realiteit gefantaseerde beeldverhalen nam de studio ook oude verhalen, mythen en legenden, onderhanden. Hoewel de tekenaars in de geest van Vandersteen te werk gingen konden deze toch een eigen persoonlijk gezicht aan de figuren geven. De stijl van tekenen werd niet altijd overstemt door de meester, hoewel de studio als geheel toch een eigen karakter heeft.
Dat de strip Suske en Wiske tussen al die andere stripverhalen zo succesvol is geworden heeft meerdere redenen. De verhalen zijn voor jong en oud boeiend door een eenvoudig overwegend humoristisch taalgebruik en herkenbare qua karakter realistische personages. Elke lezer wordt wel persoonlijk aangesproken door één of enkele van de figuren. Maatschappelijke thema’s zijn subtiel verwerkt in de fantasierijke verhalen met verwijzingen naar geschiedenis, kunst en folklore. Maar er zijn andere factoren zoals de regelmaat van verschijnen, de kleuren en de vormgeving. En er werd een tweedeling gemaakt in de albums; een rode reeks gericht op een breed publiek, een blauwe avontuurlijker reeks, minder komisch maar in een meer realistische stijl getekend. Deze elementen zijn de oorzaak van een grote schare liefhebbers en Suske en Wiske heeft zeker bijgedragen aan de opmars van de stripcultuur in Europa.

De negende kunst
Suske en Wiske is niet zomaar een populaire strip. Het is een cultureel fenomeen dat generaties aanspreekt. De reeks balanceert slim tussen eenvoud en diepgang, humor en ernst, traditie en actualiteit — een erfenis die tot vandaag standhoudt. De catalogus “A studio of heroes” is een gids door de werkplaats die helden heeft gemaakt. Het Museum of Comic Art zet deze op een voetstuk met de tentoonstelling. Het geeft tekenaars die door Vandersteen zijn geïnspireerd een podium. Het is Gerben Valkema die het duo in een hedendaagse stijl een avontuur laat beleven in het museum, waarbij veel van de andere personages tot leven worden gewekt door de door Lambik per ongeluk ingeschakelde Teletransfor – de teletijdmachine. Een kostbare eerste druk wordt door vlammen verteerd in een compleet chaotisch scenario. Het is een welkome toegift van de biografie die stripminnend Nederland wel zeker zal aanspreken.
De verzameling strips uit de koker van Willy Vandersteen geven een goed beeld van de ontwikkeling van het Europese beeldverhaal. Commercieel en inhoudelijk succesvol. Soms met een kleine schop tegen heilige huisjes of de draak stekend met de serieuze literatuur. Want het stripverhaal zou voor kinderen zijn en niet op een leeslijst voor een of ander taalexamen thuishoren. Het stripverhaal heeft met dit vooroordeel afgerekend en is in de loop der jaren vast onderdeel van de letterkunde. Niet zomaar is het beeldverhaal in de jaren 60 van de vorige eeuw tot de negende kunst geworden. Een eretitel, omdat het beeld en tekst op een unieke manier combineert tot een kunstvorm met een eigen taal en kracht. Nog altijd is de reeks beeldverhalen met het tierige tweetal een succes. Met een fameuze fanclub en een perfecte podcast. Het magistrale museum brengt leven in worden en wezen van het duo en laat befaamde bijfiguren meedelen in de triomf.

Met Suske en Wiske ben je nooit alleen en om met Wiske te spreken: “Wat er ook gebeurt, we blijven bij elkaar!”. En dat is tot op de dag van vandaag, 80 jaar na dato, nog steeds het geval tot lering en vermaak van iedere stripliefhebber. Daar de erfenis van de belangrijkste Vlaamse striptekenaar nog voortdurend tot de verbeelding spreekt. Geroemd als meesterverteller, want ‘zijn verhalen zijn net zo spannend als dat ze komisch zijn en gevuld met absurde grappen, levendige personages, speels taalgebruik, nagelbijtende cliffhangers en hier en daar een wijze boodschap’ citeer ik uit de catalogus. En wie nog telkens niet overtuigd is bezoekt de tentoonstelling in MoCA en koopt de catalogus, de negende in de serie uitgaven van het museum.
Suske en Wiske 80 – a studio of heroes. Willy Vandersteen and his co-authors. Catalogus bij tentoonstelling in Museum of Comic Art te Noordwijk aan Zee. Uitgave MoCA, 2025.




