Tag: muziek

  • Geen zee te hoog voor Radio Veronica

    In het jaar van oprichting is het leven van Leo Weijers ingericht. Wanneer Radio Veronica de lucht in gaat blaast hij zijn eerste kaarsje uit. Ooggetuige is hij dus niet, maar hij kan uit eerste hand wel vurig vertellen over de zendpiraat. De eerste vijftien jaren van zijn leven is hij onbewust getuige van de golvende opkomst, het deinende hoogtepunt en het kelderende einde van de zeezender. Hoewel hij het begin van de jaren 60 niet betrokken zal hebben meegemaakt. Hij kan de tonen en de woorden hebben gehoord, maar de betekenis voor de Nederlandse ether toen nog niet hebben geweten. Echter vanaf 1966 raakt hij op zevenjarige leeftijd zo in de ban van popmuziek, dat alles wat los en vast te verzamelen is in plakboeken wordt geplakt en aan de wanden van zijn slaapkamer is geprikt. Zo wordt hij gaandeweg een autoriteit op dit gebied, weet zich pophistoricus en kan zich op een geschikt moment concentreren op de biografie van Radio Veronica.

    In “Radio Veronica 14 jaar hits uit zee” beschrijft Leo Weijers niet alleen de geschiedenis van Veronica, maar ook het gevoel van die jaren: de magie van illegale ether, van jingles en jocks, van jonge rebellen met een microfoon. Het boek is sober geïllustreerd want het is de tekst die ertoe doet, daarom helder geschreven en brengt aldus de zender opnieuw tot leven — als echo van een tijd waarin muziek meer deed dan vermaken: het verzette de bakens.

    Uit eerste hand van nauw betrokkenen weet Weijers een gedetailleerde beschrijving te geven van de latere omroep die eerst is begonnen als zeezender. En er zijn dozen vol memorabilia bewaard gebleven van die tijd, zodat er volop research gedaan kan worden. Het komen, zijn en gaan is een avonturenroman gelijk, een schelmenstreek van de bovenste plank. Weijers vertelt het alsof de lezer zelf in het vooronder getuige is van het werk van technici en presentatoren, producers en deejays. Wat kan de reden zijn dat Veronica zo tot de verbeelding spreekt, vraag ik mij retorisch af, ook nu nog terwijl het schip Norderney al ruim 50 jaar niet meer actief is als radiozender. Het is eens hier en daar nog opgedoken, zoals in Leeuwarden langs de kade omdat de zoveelste nieuwe eigenaar er grootse plannen mee scheen te hebben. Niemand zou het schip na al die jaren nog herkennen als de bakermat van weerstand en opstand, ware het niet dat de kapitale letters VERONICA nog steeds in vergeeld wit op de zijkant staan geschreven.

    Onder de duiven geschoten

    Veronica, de naam wordt met weemoed uitgesproken. De tieners van toen zaten aan hun transistorradio gekleefd zoals men nu met de mobiele telefoon vergroeid is. Radio Veronica werd massaal beluisterd — juist omdat het níet mocht. Wat verboden is, is spannend. Veronica schoot onder de duiven van het omroepbestel en ontregelde het keurige Hilversum met popmuziek vanaf zee. Als een luis in de pels van de publieke omroep zond het schip dagelijks signalen van vrijheid uit, dwars door wetten, golven en zendverboden heen. Het was even revolutionair als de babyboomers van de jaren 60 en paste naadloos in het beeld van die tijd. De conventionele welhaast conservatieve omroepzuilen werden als heilige huisjes omver geschopt door de vrijgevochten en geëmancipeerde mensen van Veronica. Het omroepbestel schudde op de grondvesten, maar moest de piraat uiteindelijk schoorvoetend tegen wil en dank in Hilversum toelaten. Na 14 jaar wist de zender als omroep aan land te komen, maar voordat het zover was moest het schip door zwaar weer kruisen en hoge golven bedwingen. Figuurlijk geschreven, maar zeker ook letterlijk gesproken.

    Veronica, brengster van de overwinning, de heilige Veronica, ereprijs, symbool van trouw en toewijding. Echter zo gewijd was de naam voor de zender niet. Gestart bij de oprichtingsvergadering met de afkorting VRON werden daar noodgedwongen enkele letters aan toegevoegd. Wel een briljante vondst volgens Weijers, want de nieuwe naam verwijst naar een actueel gedicht van Annie M.G. Schmidt waarin een schaap met zwarte voeten figureert. “De VRON wordt door de gevestigde omroepen beschouwd als een zwart schaap, wat is dan mooier dan de naam Veronica!

    Alarmschijf en drive-in shows

    Het boek, het bestaansverhaal van Veronica, is welhaast een handboek hoe een piratenzender buiten territoriale wateren af te meren, in de lucht te brengen en te houden. Het beschrijft nauwgezet de ongeplaveide weg naar het bemannen van het lichtschip de Borkum Riff, dat dus later wordt vervangen door de vissersboot Norderney. En wanneer het schip dan uit de vaart is en voor anker ligt om plaats te bieden aan Radio Veronica als drijvende thuishaven, zijn de stormen niet gaan liggen en teisteren felle regens de bemanning. Storm en onweer is niet van de lucht, want de vaste wal is niet gecharmeerd van de vrijbuiters. Door jan en alleman is Veronica tegen gewerkt, maar het heeft stand gehouden. Er waren sponsors, adverteerders en begunstigers die heil zagen in de zender. Platenmaatschappijen zagen het aan, maar wisten later niet hoe snel zij dozen vol promotiemateriaal naar de Norderney moesten verschepen. Veronica had op het laatst een uitgebreide discotheek, een ruim vol platen en cassettes waaruit een ruime keuze kon worden gemaakt voor de dagelijkse uitzendingen.

    Leo Weijers is diep de historie van de zender ingedoken en met legio feiten en weetjes boven gekomen. Het is daarom niet alleen een interessant en lezenswaardig boek voor de verstokte radioluisteraar, maar zeker ook voor lezers die meer willen weten over reden en aanleiding van de piratenzender, over onbekende discjockeys die later bekende namen zijn geworden in televisie- en radioland. Veronica lijkt wel een bakermat te zijn voor het Hilversumse bestel en de Bussumse studios. Op dat schip voor de kust werd geschiedenis geschreven. Daar werden hits geboren en trends gezet. De programmaleiding was creatief in het starten van nieuwigheden. Zoals de horizontale programmering met vaste tijden en presentatoren, waardoor de luisteraar makkelijker op een programma afstemde en de luisterdichtheid daardoor hoger werd. De commercials deden hun intrede tussendoor de programma’s. Uitzendingen waren herkenbaar aan tunes en jingles. Veronica begon de Top 40, die nog altijd in de lucht is, en zette het fenomeen alarmschijf in de markt. De Drive-In Shows trokken succesvol door het land, voorloper van de tegenwoordige dj-shows. Veronica was een pionier in het zichtbaar maken van de dj als performer, het fundament van de internationale dj-cultuur van nu.

    Niet alleen spitst Weijers zich toe op Radio Veronica, hij kijkt over de horizon en schrijft tevens ook over de tijd waarin een en ander zich afspeelt. Zo plaatst hij Veronica in historisch perspectief. Het maakt het boek aantrekkelijk omdat Weijers verder ziet dan zijn neus lang is. Ieder hoofdstuk, dat elk een jaar in het bestaan van de zender omvat, wordt afgesloten met het beschrijven van voor die periode gangbare muziek en noemt de populairste singles van dat jaar in Amerika, Engeland en Nederland. Plezierig voor de lezers die van lijstjes houden en het fijn vinden relaties te leggen en paralellen te trekken. Zo is het een waardig popboek, dat als naslagwerk niet alleen de popliefhebber maar ook de muziekklas kan animeren. Een standaardwerk derhalve van een expert over Nederlands meest spraakmakende radiozender.

    Radio Veronica, 14 jaar hits uit zee. Leo Weijers. Uitgave WBOOKS Zwolle, 2025.

  • Høken van Groningen tot Zeeland, De Veenhoop tot in Valkenburg

    De dag dat Geert Wilders in de Kamer tegen Mark Rutte riep “Doe eens normaal, man” had de premier meteen het lied ‘Høken is normaal’ moeten aanheffen. En dan had de voorman van de PVV kunnen invallen met ‘Oerend hard’. Maar ja, toen lag het boek ‘Feesten als wilde beesten’ nog niet op de koffietafel. Schrijver en samensteller Dolf Ruesink dacht in 2011 nog helemaal niet aan een fotoboek over Nederland 50 jaar Normaal. Er was geen sprake van een halve eeuw rock uit de Achterhoek, het moment was nog niet aangebroken. Maar in de Tweede Kamer had de Nedersaksische streektaal kunnen klinken, toen. Het was het ultieme moment om te laten horen dat Nederland meer is dan het hoog Haarlemmerdijks en de hete aardappel in de keel, dat er in ons kikkerland eigenlijk alleen maar streektalen en in dialect wordt gesproken.

    Hemelvaartsdag in Lochem

    In 1975 wordt Holland oerend hard opgeschrikt door die rockband uit het Oosten des lands. Een achtergebleven gebied, dat Oosten meent het Westen. Een land van boeren, burgers en buitenlui. Uitgestrekte velden, loeiende koeien, knorrende varkens en kraaiende hanen. De Achterhoek, kan daar iets goeds vandaan komen? De tijd blijkt rijp de grond eens twee spaden diep om te keren en de westerse lakens eens danig op te schudden. In de vruchtbare grond van het platteland planten Bennie Jolink en consorten een jonge scheut die binnen een paar jaar tot een stevige boom zal uitgroeien en rijk vrucht zal dragen. Het fundament is op Hemelvaartsdag in Lochem gelegd voor een huis van de taal dat stevig staat. De deur van het heilige huisje van de popmuziek is ingetrapt. In je moerstaal zingen kan en mag dan werkelijk in die taal en met die spraak waarin je denkt en waarmee je leeft. Normaal is de voorloper in het muziek maken zoals het hoort, gewoon dat doen zoals je bent. Geen vertalingen, gewoon wat in je hart leeft en dagelijks normaal uit je mond komt.

    Veredeld plakboek

    Feesten als wilde beesten’ is een lijvig boek in harde kaft gestoken, het kan tegen een stootje en hoort een plaats te hebben in de boekenkast van de liefhebber. Een must-have voor de fanatieke fan, de bijbel voor de normaalist. Of anhanger, in gaaf Achterhoeks. Het boek is eigenlijk een veredeld plakboek. Zo’n multomap waarin foto’s geplakt zijn, voorzien worden van het nodige geschreven commentaar. Om herinneringen op te halen: van toen was ik daar, weetjewel. Geen biografie van de band, maar een beschrijving van het publiek. Een collage van ervaring en emotie vanuit de zaal van wat er op het podium gebeurd. De schrijver en samensteller is een grondige veldtocht door Nederland aangegaan om bij vrijwel iedere høkende fan en elk podium waarop Normaal heeft gestaan aan te kloppen. En op die diepgravende manier een omvangrijk archief samen te stellen van afbeeldingen en memorabilia. Geïllustreerd met smeuïge verhalen en sappige anekdotes. Alles uit de eerste hand, want zij waren erbij.

    Dolf Ruesink, journalist en auteur, volgt de band vanaf de oprichting en was redacteur van het fanclubblad Anhangerschapsbode. Hij prijst in zijn voorwoord de uitgave zelf aan als foto- en concertboek, dat gaat over de beleving van het legioen høkers en anhangers. Over hun gewoonten en spraakmakende rituelen, de feestcultuur. ‘Passend in de tijd van toen, maar ze geven ook een sterk veranderd tijdsbeeld weer. Over seksualiteit, emancipatie, gezag en dierenwelzijn zijn opvattingen en opinie in een halve eeuw radicaal gedraaid.’ Om te beginnen belicht het boek de ontwikkeling van Normaal als ambassadeur van de streektaal. De kracht en magie van de pioniersband schuilen in de eigenheid, spontaniteit en originaliteit waarmee ze al een halve eeuw optreden, merkt Ruesink terecht op. Met hun authentieke dialectnummers vertolken en voelen ze perfect het sentiment van hun volgers aan. ‘Bij elke stemming past wel een nummer.’ Het boerenimago heeft Normaal geen windeieren gelegd. Normaal blijkt geen ééndagsvlieg of een overwaaiende rage, het is een goedlopend bedrijf dat op het juiste tijdstip en op een goede manier de mensen aanspreekt.

    Rituelen rond Normaal

    Feesten als wilde beesten” doet na deze inleiding over de band de groei en bloei van de fanatieke achterban uit de doeken. Want daar gaat het boek over het geheel genomen over, het is de spil waarom de uitgave draait. Want die anhangers, de meute van vurige volgers, bepaalt de cultuur die om de groep heen hangt. Die folklore gaat verder dan enkel de spreekkoren tijdens concerten, het luidkeels meezingen van liedteksten. Er wordt een hele ris aan gewoontes uit de kast getrokken die de geschiedenis ingaan als de rituelen rond Normaal. Stevig stampen, strooien met stro en gooien met Grolsch-bier. De varkensstift om dames te merken, kanonskogels van kletsnatte hemden. Touwtjespringen met aan elkaar geknoopte shirts. Het Zwientje Tik, een varkensrace, afgekeurd door de Dierenbescherming, goedgekeurd door Normaal. In het boek worden publieke geheimen prijs gegeven: geen bier in de beugelflessen op het podium, maar Spa rood. De muziek mag dan zijn aangeschoten, de muzikanten moeten wel helder blijven.

    De veldtochten, zoals de tournees van Normaal worden genoemd, gaan door al de Nederlandse provincies en kort daarbuiten. Dolf Ruesink volgt de mannen op de voet en ik sta bij wijze van spreken stinkend naar verschaald bier op de voorste rij geplakt tegen het hek. Van Groningen tot Zeeland, overal trekken de muzikanten volle feesttenten. Veel plekken bezoeken ze meermalen, want de groep en hun muziek valt in de smaak. Vooral in plattelandsgemeenten en kleine dorpen wordt Normaal met open armen ontvangen. Hoewel er in de beginne nog weleens wat tegenstand is – burgemeesters verbieden optredens, maar deze wordt snel gebroken en in der minne geschikt. Gaandeweg verovert Normaal heel Nederland en zingt men tot in alle uithoeken rondborstig en luidkeels mee in de streektaal. Het Achterhoeks groeit uit tot een dialect dat het Fries van de troon dreigt te stoten als tweede taal van het land.

    Simpele imago vindt weerklank

    Trots zijn op je achtergrond en je moerstaal spreken, dat gaat als een razend vuur door heel het land. Waar Normaal dan ook speelt van De Veenhoop tot in Valkenburg, overal vindt hun simpele imago weerklank en trekt volle feesttenten. Het boek beschrijft dan ook niet de muziek van Normaal, maar de manier waarop het beleefd wordt. Vanuit alle uithoeken van Nederland komen er bij Ruesink desgevraagd verhalen van ervaringen binnen. Het maakt naast de honderden foto’s die de anhangers in beeld brengen het boek een feest om door te bladeren. Normaal staat voor feest, de fans bouwen het graag. Het enthousiasme op het podium straalt uit op het publiek in de zaal en andersom, de massa brengt met geestdrift het concert tot een hoogtepunt. Het is een opwaartse spiraal waarna er een puinhoop aan bierglazen, hemden en bh’s overblijft.

    Hoewel ik al meer dan duizend woorden eraan heb vuil gemaakt laat het boek zich eigenlijk niet beschrijven. Het moet gelezen worden en vooral bekeken. Het geeft een glashelder beeld van de mensen waarvoor Normaal op de planken staat. Nederland 50 jaar normaal, dat is biergooien, strosmijten, grondhøken, moddervechten, varkensrennen, brommerskieken, dorpsfeesten, drankketen, dauwtrappen, kraamschudden, carbidschieten, noaberschap, høken, daldeejen, brekken en angoan. Allemaal en meer onderdeel van het Normaal-verhaal.

    Zo alderbarstend hard

    Moi wi-j goat høken / en dat doe`w niet zachtjes, moar dat doe`w hard/ ik zei hard

    Zo alderbarstend hard, `t kan niet harder goan / zo knoeperd hard, dat ow alles oaverend geet stoam

    zachtjes en dat doet wi-j as wi-j uut gedretten bunt / vanavond goat wi-j høken, zo hard as wi-j dat kunt

    Zo alderbarstend hard, `t kan niet harder meer / zo knoeperd hard, as `t nog harder geet dan dut `t zeer

    Bartjen is an `t bateren, de splinters vliegt d`r af / de deerntjes vangt de stokken op, zie wordt helemoal maf

    Wimken is an `t ploegen, diepe deur de voor / `t geet eengaal better met zo`n donders snee in `t oor

    Ketsen is an `t ketsen, zo dat alles ketst / ketsen is `t enige, høken is olderwets

    Paultjen met de turbo, notenmeter op de hals / oeh, wat kriegt die snaren smeer, dat is joarlang niet mals

    Buizen is an `t reeren en hoe spölt d`r ok nog bi-j / as hie begint te scheuren, bunt der anderen niet zo bli-j

    Zo alderbarstend hard, `t kan niet harder meer / Zo knoepes hard, as `t nog harder geet dan dut `t zeer

    Zo alderbarstend hard, `t is ongekend /zo gloepes hard, wi-j wilt gin mietjes in de band

    Feesten als wilde beesten. Nederland 50 jaar Normaal. Dolf Ruesink. Uitgeverij Noordboek-Van Gorcum, 2024.

  • In het landschap van Frits ben ik een stomme koning

    Er zijn kunstenaars muzikant. Beperken zich niet slechts tot een enkele kunstuiting, maar wenden meer instrumenten aan om zich te manifesteren. Er zijn muzikanten kunstenaar. Acteurs ontdekken op latere leeftijd dat ze redelijk verdienstelijk schilderen. Dat wisten ze hun hele werkbare leven al, maar lieten het ene het andere verdringen of juist niet. Iedere artiest kan van meerdere markten thuis zijn om een rechtgeaarde kunstenaar te heten. Zich niet richten op één vaardigheid, maar zich geïnspireerd toeleggen op meerdere kunstzinnige vlakken. Niet iedereen met dezelfde kwaliteit, er is nu eenmaal kaf onder het koren. De meest vruchtbare korrels worden op natuurlijke wijze geschift van de grote gemene deler. De echte Kunstenaar die muzikant of acteur is, of schrijver, staat zich daar niet op voor. Het is een gave die gedeeld wordt om niet, gewoon omdat het moet. Een heilig moeten.

    En is een kunstenaar dan muzikant of andersom, want wat is er eerder de kip of het ei, dan zoek ik in beide uitingen een overeenkomst. Is de klank te vinden in het beeld, het beeld in de klank. Of staat de klank lijnrecht tegenover het beeld. Laat de kunstenaar als muzikant andere inspiraties toe. Is de klank een uitvlucht op het beeld. Hoor ik het beeld terug in de muziek, zijn de noten tonen voor de klankkleur van het schilderij, de tekening of het beeldhouwwerk. Vind ik de sfeer van de muziek terug in het gevoel bij het beeld. Is de muzikale compositie een echo van de kunstige creatie. Spiegelen beide uitingen zich of staan deze juist als tegenpolen van elkaar.

    Luistermuziek

    In de nummers op de cd van FRITS, Mute King, verbeeld ik mij het aanschouwelijk vermogen van de muzikale kunstenaars te horen. De songs zijn zodanig gearrangeerd dat ik in de orkestratie van de diverse instrumenten beeltenissen voor ogen krijg. In het landschap van geluiden doemen beelden op, zoals uit de mist figuren verschijnen. Je moet er moeite voor doen, de ogen scherp stellen om door de lage wolken te kijken. Het gehoor aanscherpen om beelden voor ogen te krijgen. De muziek van FRITS is geen behang, het is luistermuziek. Je gaat er voor zitten, niet om het als achtergrond weg te wuiven. Het omgeeft je, het is alsof ik in de studio bij de opnames aanwezig ben. Of dat de band bij mij in de kamer staat te spelen. Zo vriendelijk eigen en herkenbaar persoonlijk is de muziek. Het neemt me op in het landschap van klanken. Over de velden klinkt een gezongen tekst die aandacht verdient om te begrijpen, te vatten en te ervaren.

    Iedere song is een genot om naar te luisteren, door de eenvoud die uit de klanken spreekt. Het heeft een gedragen karakter, een welhaast plechtstatige aard. Na meerdere keren beluisteren beklijft het en kan ik de woorden welhaast meezingen. Hoewel de instrumentatie beperkt is weten de heren daar toch een doorwrocht werk uit te arrangeren. Met hulp van de vierde man bij het oorspronkelijke trio komen andere klanken naar voren, als uit een harmonica of een voorgeprogrammeerd toetsenbord. En weet de toetsenman een aardige staal aan diverse sounds uit zijn keyboard te toveren. Gesteund door een creatieve slagwerker, die niet enkel knap het ritme vasthoudt maar ook virtuoze loops voortbrengt, kabbelt het gitaarspel voort om zo nu en dan in een solo uit te barsten. Maar nergens pakt iemand of iets de boventoon, neemt meer de aandacht dan de rest. Niet dat het klankveld daardoor een stroperige brij wordt, een ondoordringbare kost, de muzikanten weten het geluid namelijk open te houden. Open zoals de kunst van de heren dat aan de oppervlakte is, duiken zij met de muziek de diepte in. En ik laat me met plezier onderdompelen.

    Autonome vormen

    In handen van toetsenist René Korten is zijn afgebeelde compositie onderweg. De compositie als in een schilderij. In de stilstand van het gekaderde linnen of het vel papier is beweging op te merken, een spanning te voelen in de verf. De composities laten zich niet eenvoudig omschrijven. Korten’s schilderijen spreken in hun veelkleurigheid en vormentaal voor zich. Behoeven geen uitleg. Het zijn zelfstandige afbeeldingen, autonome vormen, die buiten de werkelijkheid staan en daardoor zo wonderlijk echt lijken. Uit de verf laat Korten een valse realiteit ontstaan. Het is er niet, want het is natuurlijk alleen maar modder op een doek. Maar het lijkt toch te bestaan, als afbeelding van een onderbewustzijn dat verbanden legt met onbestaanbare elementen en realistische details.

    Daarnaast zijn de geschilderde landschappen van gitarist en bassist Frank Anderson realistisch, geven meer de werkelijkheid weer. Althans een gedachte realiteit, een gedroomde werkelijkheid. Die wel handvaten geeft alsof deze ergens waarheid zijn en op een moment beleefd kunnen worden. Uitgaande van het zijn abstraheert Anderson zijn beelden gaande langs de weg van de kunst. Hij groeit als het ware uit de werkelijkheid in zijn eigen waarheid. De fotorealistische vogelvrienden kunnen zo op hun vlerken vervliegen en verdwijnen in het niets van het kleurenspel. Zo lost mijn gedachte op in het klanklandschap van FRITS, want vocalist, gitarist en slagwerker Paul François weet er in zijn studio een enerverende mix van de afzonderlijke delen van te maken. Op zijn manier is hij ook landschappelijk beeldend, niet in de ruimte van het vlak maar in het vlak van de ruimte. In dat geschapen landschap ben ik graag.

    Buiten grenzen plaatsen

    Waarom haal ik de beeldende kunst van Korten en Anderson bij deze muzikale uiting? Welnu, om te schetsen dat beide richtingen in sound samenvallen. De muziek van FRITS is beeldend, zoals een kunstenaar dat enkel kan laten beleven. Want diep in zijn hart is François ook nog telkens de beeldenaar die hij was toen de heren elkaar op de Tilburgse kunstacademie troffen en besloten ook in de muziek tot figuratie te komen. Past die muziek in een hokje? Is kunst sowieso op de plek in een vak? Voor de beschouwer is het daarmee meer eenvoudig te verstaan en te begrijpen, wanneer de kunstzinnige uiting ergens onder geschaard kan worden. Dat je kunt zeggen het is expressionisme of kubisme, het is rock of jazz. In dit geval behoudt ik me het recht voor zowel de kunst van de heren als de muziek van de groep buiten grenzen te plaatsen. Het verdient een eigenzinnig adres in het landschap van het uiten.

    Bij de figuratieve muziek is de beeldende kunst terug te vinden op de cd-hoes van Mute King. Niet een werk van Korten of Anderson zelf, hoewel dat best stemmig op de plek zou zijn geweest. De groep heeft kunstenaar Arno Kramer verzocht zijn gedachten over de muziek te laten gaan en met een passende illustratie te komen. De beeltenis is niet de vlag waaronder het werk gaat. De tekening is een autonome vertaling van de inhoud. Het behoeft geen uitleg, zoals geen enkel kunstbeeld op zichzelf toelichting nodig heeft. Je moet het ondergaan, woordloos ervaren, stil luisteren en genieten. De stomme koning zijn in het landschap van FRITS.

    FRITS, mute king. Frank Anderson, Paul François, René Korten (& Ruud Verploegen). Hoestekening Arno Kramer. Eigen uitgave, 2023.

  • It’s only rock ’n roll (but I like it)

    Allereerst is het natuurlijk een collectors item voor de fanatieke fan. Daarnaast ook een standaardboekwerk voor de muziekverzamelaar. En uitermate interessante lectuur voor hen die de ins en outs van het leven van een stelletje muzikanten willen kennen. En zeker is het goede kost voor die mensen die in het begin dachten dat ze geen lang leven beschoren waren. Dat het wel snel zou overwaaien. En kijk, ze turven dit jaar de zestig. 2023 is het jaar van de Stones, die hun steentijd allang overleefd hebben. Maar ook zou de speciale uitgave van Lust for Life Magazine best kunnen doorgaan als catalogus bij de tentoonstelling Unzipped! in het Groninger Museum.

    Lenticulaire foto op de hoes

    Eerstens de die hard liefhebber die alles spaart wat los en vast zit van het idool. De slaapkamer heeft behangen met foto’s van de artiesten, zoals in de beginjaren te doen gebruikelijk was. Zoals ik, fan van het tweede uur want bij de start was ik nog te jong. Ik leerde de muziek van The Rolling Stones kennen via de platenspeler van mijn oudere broer. Hij hoorde bij de gang van dat langharig tuig dat niets moest hebben van die andere band uit Liverpool. En ik volgde trouw en raakte verknocht aan Mick Jagger cs. Ik was geen fan van de eerste jaren, maar haakte pas later aan. Een verzamelalbum van Boek en Plaat was mijn start van de Stones-collectie. Maar dat psychedelische album met die lenticulaire foto op de hoes werd mijn echte eerste kennismaking. Ik was daar helemaal weg van, maar zelfs de heren zelf waren niet kapot van dat album waarop zij staan afgebeeld als tovenaars, muziekmagiërs. Later volgden uiteraard meer platen in mijn kast, waarbij mijn voorkeur uitgaat naar het dubbelalbum ‘Exile on Mainstr’. Na ‘Undercover’ ben ik de Stones uit het oog verloren.

    Recensenten hebben een zekere autoriteit

    Maar dan LFL’s Ode aan the Stones. Een gedegen boekwerk op magazine formaat. Waarin de groep als geheel en de bandleden individueel voor het voetlicht komen. Natuurlijk krijgt hun  muziek de nodige aandacht. De rode draad door het magazine vormen de albums, die ieder afzonderlijk worden beschreven. Het magazine LFL is bekend om de reviews van nieuw uitgebrachte albums, de sterren die eraan gegeven worden nodigen al dan niet uit tot aanschaf. De diverse recensenten hebben een zekere autoriteit waardoor hun mening onder verzamelaars heilig is. Ook de diverse albums van The Rollling Stones krijgen sterren. Daarbij heeft ieder album een in het oog springende song die als tiptrack beluistert kan  worden in een speciale playlist op Spotify.

    Elke bijzonderheid en hoegenaamd alle details rond deze legendarische band komen aan de orde. Van het begin af wanneer ze nog geen eigen identiteit hebben, de kunst afkijken van Amerikaanse vakbroeders en hun platen vullen met covers. Maar al snel zet het schrijversduo Jagger en Richards de tanden in de stijl en ontwikkelen de eigen Stones-sound. De kinderjaren worden getekend met vallen en opstaan. De rol van publieksidool zet zich af tegen een leven waarin alles gedaan wordt wat God verboden heeft. De band ontwikkelt zich tot supergroep en is de kwade genius tegenover de band waarvan de groepsleden beste schoonzonen lijken te kunnen zijn. Schijn bedriegt, nog altijd. Hoewel de kevers en de stenen onderling goede contacten hadden, scheidden zij de muziekwereld in twee kampen. Je was voor de één en tegen de ander, twee goden dienen was uit de boze en op twee paarden wedden not done.

    De ouderen spraken er schande van

    De beginjaren worden in de boeken gezet als een periode van hoge bergen en diepe dalen. De populaire muziek leek opnieuw te worden uitgevonden en kreeg een grote schare bewonderaars en liefhebbers achter zich. De ouderen spraken er schande van terwijl de jongeren zich de kelen schor schreeuwden. De beat was enorm populair, maar die mateloze waardering had ook een keerzijde. De oprichter van wat ooit de grootste rock & roll-band van de wereld genoemd zal worden gleed ondanks zijn genialiteit van het leven af. Onhandelbaar werd hij uit de band gezet en verdronk in zijn eigen zwembad. En dan gaat de groep de eigen weg zonder de hallucinerende inbreng van de voorman. Met beide benen landt de band op de vloer en is de slogan “it’s only rock ’n roll (and I like it)” geworden.

    Natuurlijk wil ik alles wat er te weten valt rondom de groep kennen. De roddels en achterklap zijn altijd fijn te lezen, maar daar verlustigen de auteurs van Lust for Life zich niet aan. Zij schrijven zakelijk en volwassen over feiten en gebeurtenissen. Laten fans aan het woord en muzikanten die met de Stones hebben gewerkt. De ode is vooral een muzikale biografie. Niet enkel van de groep zelf, maar ook van de afzonderlijke leden. De gangen van de Stones als band worden nagegaan, maar ook de acties die de spelers zelf hebben gedaan. Dat is allemaal heel lezenswaardig en zorgt ervoor dat ik het magazine binnen afzienbare tijd heb doorgewerkt. Maar de mannen aan het woord laten op persoonlijk niveau is minstens zo wetenswaardig. Journalist Harry de Jong weet als geen ander het onderste uit de kan te krijgen bij zijn gesprekspartners. Hij heeft al vele groten der aarde op muziekgebied uitgehoord. En dan worden onderwerpen bij de kop genomen die voor de muziekscene niet alledaags zijn. Die andere kant van de artiest, waaruit blijkt dat het ook maar gewoon een mens is, maakt de verhalen van De Jong uiterst interessant. Met drie Stones heeft hij bijzondere ontmoetingen laten afdrukken in dit magazine, waarvan het voorwoord is verzorgd door niemand minder dan de broer van Mick, Chris Jagger. Uitgeleide doet Dave Davies van The Kinks. En daar tussendoor – welnee, het zijn niet de minsten – komen onder meer Dave Stewart, Tony Iommi, Blondie Chaplin en Chuck Leavell aan het woord: “Ik knijp mezelf nog iedere dag in mijn arm”.

    (I can’t get no) Satisfaction

    Ode aan the Stones’ is een uitermate interessant boekwerk, dat zeker in de kast van fans van de band niet mag ontbreken. Als naslagwerk kan het dienen. Als fotoalbum werkt het goed, want door de verschillende decennia heen zijn er beelden van band en leden in afgedrukt. Een overzicht is niet compleet zonder lijstjes. De lezers van LFL is gevraagd naar hun beste drie Stones songs en Stones albums. Uit de opgaven zijn the best of tops zoveel samengesteld. En verhalen van fans, bijzondere herinneringen aan concerten, maken de ode meer dan compleet naast de schaduwkanten die nader worden belicht. Eigenlijk is de ‘Ode aan the Stones nu al een standaardwerk’ terwijl het nog maar onlangs is verschenen. Een klapper zoals de beginriff van ‘(I can’t get no) Satisfaction’ destijds in de muziekwereld geweest moet zijn. Gedegen opgezet na diepgaand onderzoek. Een ultieme special, even optimaal als de tentoonstelling in Groningen. Het drukwerk vormt dan een blijvende herinnering om nog eens door te bladeren, terwijl ‘Unzipped!’ van voorbijgaande aard is maar nog tot 21 januari 2024 valt te bezoeken.

    Ode aan the Stones. De ultieme special over ’s werelds grootste rock & roll-band. Uitgave Music & License BV in samenwerking met Lust For Life Magazine, 2023.

  • Overtuigende songs getuigen van een passie

    The devil has all the good music’ hoor ik een gospelband zingen. Dus al de kwalitatief goede muziek wordt langs gene zijde van de smalle weg gemaakt. Middle of the road, aan de brede weg satanisch gemusiceerd. En dat er voor de mensen die geloven in een hogere goedheid geen al te beste muziek overblijft. De rest wordt met argusogen bekeken en afgedaan als minder waardevol. Enkel omdat in de zang de duivel geen passie preekt, maar God het laatste woord heeft. Bij Maria Markesini is dat alleszins het geval. Want waarom zou al de goede muziek enkel voor de seculiere wereld zijn?

    Op haar eerste gospelalbum toont de van geboorte Griekse zangeres waar ze voor staat, waar haar passie naar uit gaat, wie ze is in het leven. Na de wereldse muziek van alle kanten bekeken en uitgevoerd te hebben. Meteen al in de eerste song van de cd “Nearer” laat Markesini horen wat we van haar kunnen verwachten. Een gedragen ‘I stand in awe’ in een jazzy arrangement waarin zij haar zangtalent aantoont en haar door de wol geverfde begeleidingsband onder leiding van pianist, componist en arrangeur Jan Willem van Delft muzikaal voorstelt.

    Maria Markesini, Nearer, gospel, Continental Sound Music

    Woorden uit de Bijbel

    Ze laat horen waar ze staat in het leven. In de teksten van de songs kan ik dichter bij haar ziel komen. Dat dan eens teer klinkt en op andere momenten luid de wereld haar passie kenbaar maakt. In dat plechtig gezongen eerste lied is dat al meteen duidelijk; ze heeft ontzag voor de Schepper en wil daar volmondig van getuigen. Zijn de teksten door anderen geschreven, deze passen naadloos aan haar persoonlijkheid. Woorden uit de Bijbel, bestaande religieus getinte songs, psalmen en gezangen. Om de luisterraar mee te nemen in haar overtuiging kiest Markesini voor de afwisseling van gesproken woord en gezongen tekst. Niet alleen heeft ze een goede zangstem helemaal toegesneden op de jazz, ook weet ze virtuoos met de stem als muziekinstrument te spelen en te musiceren.

    Opgeleid als klassiek pianist ging zij na een tijdelijke armblessure experimenteren met haar stem. En werd uiteindelijk jazz zangeres om later haar hart te volgen en gospelartieste te worden. In de hoes van het album getuigt Maria van haar keuze zich uit te spreken voor het geloof. Op een moment stelde ze haar hart open voor God en die keuze veranderde haar leven compleet en structureel. “Oh, how much I longed to play and sing about it. I couldn’t wait to pour out my excitement.” Maar tijdens de opnamen waren in haar leven donkere dagen, waardoor ze welhaast van het rechte pad leek af te dwalen. Want is het allemaal wel waar daar waar ze besloot over te zingen, terwijl ziekte, dood en depressie in de directe omgeving haar dicht naderden. En dat alles op hetzelfde moment, een zwaar kruis. Maar God, zo laat ze ons weten, hield haar vast en op het juiste spoor. Gelukkig maar, want daardoor ligt er nu een geweldig album. De tegenslagen van buitenaf tijdens die opnames is er in te horen, het heeft de muziek alleen maar steviger en de teksten meer realistisch gemaakt.

    Maria Markesini, Nearer, gospel, Continental Sound Music

    De gospelhits gaat Markesini uit de weg

    In die teksten zoekt Markesini zichzelf en vindt ze God. In de gezongen woorden kan ik mijzelf vinden wanneer ik me er voor openstel, terwijl de Heer op een afstandje mij wenkt. Hoewel, ondanks dat de woorden religieus van aard zijn passen deze uitstekend in de seculiere wereld. Het is de manier waarop de liederen gebracht zijn. De kwaliteit van zingen en de muziek waarin een vrolijke mix van jazz en gospel te horen is. In de jazz wordt nogal eens heftig geïmproviseerd, en zal de compositie van vandaag heel anders kunnen klinken dan die van morgen of zoals deze gisteren klonk. De echte jazz wordt niet uitgeschreven, maar is er op het moment van uitvoeren. Dat speelse karakter heeft de muziek op “Nearer” eveneens. Er is ruimte voor improvisatie op het podium, terwijl de zang het lied zal dragen. De luchtige arrangementen ondersteunen de gezongen en uitgesproken teksten perfect. En er is plek voor solo’s om de verschillende instrumenten in voor te stellen.

    Maria Markesini, Nearer, gospel, Continental Sound Music

    De gospelhits gaat Markesini uit de weg, maar de echte religieus emotionele toppers omarmt ze en ik met haar. Het tranentrekkende ‘Nearer my God to Thee’ zou het laatste lied zijn voor de ondergang van de Titanic. Zij brengt daarvan een plechtstatige versie, klein maar toch groots. Tranen van vreugde dringen zich aan mij op wanneer Curtis Mayfield’s ‘People get ready’ in een passend arrangement luchtig wordt opgetild in wat men in christelijke kringen praise noemt. Prijst de Heer, ofwel dichter bij U mijn God. Het brengt de luisteraar dichter bij de vocalist en de musici. Met de toegankelijke composities is de strekking niet pompeus en vormelijk te noemen. In haar muzikale beeld wordt de gospel benaderbaar en zal ook buiten de muren van kerkgebouw, kapel en godshuis uitstekend kunnen klinken en aanspreken. Enkele van de songs lijken me inpasbaar in de “Passion”, het jaarlijkse tv-spektakel voor Pasen of het vervolg met Hemelvaart.

    Melodieën zetten zich vast in mijn hoofd

    In het arrangement van een oude Ierse melodie valt de evergreen ‘Amazing Grace’ te herkennen. Het volkslied is hier binnen gevoerd in de jazz. Het is een voorbeeld van hoe virtuoos improviserend de jazzmuzikant kan zijn en over kan gaan van serieuze oogopslag in vrolijke schaterlach. Het volkse wijsje verdwijnt naar de achtergrond maar is nog wel te herkennen wanneer sax, piano en slagwerk losgaan terwijl de melodie daar overheen wordt gefloten. Het kerkelijk overbekende ‘Geest van hierboven’ heeft weer eenzelfde vreugdevolle aanpak. Is het gezang met begeleiding van het kerkorgel al uitermate prijzend in het jazzarrangement, zoals gebracht door Markesini is het nog beter tot de lofprijzing sprekend. Het wordt afgesloten door gesproken woord dat nog meer indruk maakt. Psalm 18 krijgt een muzikale aanpak waarin meerdere zangstemmen een klein koor vormen en a capella aanheffen. De stem van Maria gaat erin op maar komt er ook in uit. Het blijft zonder muziekinstrumenten krachtig en maakt indruk in zangtechniek.

    Maria Markesini, Nearer, gospel, Continental Sound Music

    De melodieën van Maria Markesini zetten zich vast in mijn hoofd. Op die manier dat wanneer ik over straat fiets of met de hond een blokje om ben deze ineens in mij naar boven komen. Die ik dan vervolgens niet meer kwijtraak en blijven doorzingen in gedachten. Niet tot vervelends toe, maar waardoor ik opeens ga huppelen bij wijze van spreken, lichtvoetig door het leven ga op dat moment. Dat de arrangementen receptief en sensibel zijn, lekker in het gehoor liggen en de teksten makkelijk te onthouden zijn is daar debet aan. Al zijn de teksten eenvoudig aansprekend deze raken wel een diepere laag, waardoor ze inbranden in het geheugen en ik ze daaruit makkelijk weer kan opdiepen. Het is een specialisme om dergelijke songs te schrijven en te toonzetten zodat ze met mij meegaan. Voor de duur van “Nearer” kom ik dichterbij Maria Markesini en ga een tijdje mee in haar overtuiging en met haar passie.

    Nearer. Maria Markesini. Continental Sound Music, 2023.

    Maria Markesini, Nearer, gospel, Continental Sound Music