Tag: natuur

  • De werkelijkheid lostrekken in stroken, in vlakken en vorm

    Het lijkt tegenstrijdig, dat metaal in de natuur. Die menselijke ingreep in de schepping. Streed Don Q. in zijn dagen ook al tegen de verdomde windmolens die nu nog weer de horizon bevuilen. Waren die toen van hout, zijn de onze van staal. De honderd jaar oude belvedère toren stak tot voor kort nog fier uit boven het bosrijke Oranjewoud, beton past tussen hout. Een paradox, mens en natuur. Wie er met de toekomst gaat strijken wist Louis le R. maar al te goed. Zodra de mens de handen ervan aftrekt is het grijs in een ommezien groen. Overwoekeren planten stenen, herstelt de natuur scheve verhoudingen. Die schijnbare tegenstelling vind ik terug op dit moment  in Kunstlokaal No.8. Dikwijls schijnt het daar niet te passen, maar wordt een tweedeling rap tot een eenheid. Dit keer zet de tentoonstelling mijn gedachte op de man van La Mancha en de ecokathedraal. Dit om een ingang te vinden, een weg te gaan, langs de los-vaste regels van en in de natuur, een vinger te krijgen achter het wetmatig zink en het gevlochten object.

    Engelengeduld

    Het werk van Flos Pol heeft twee kanten van belevenis. In de serie geschilderde grondwerken legt zij als het ware het fundament, slaat ze palen in vruchtbare bodem, om er de verweven horizon op te bouwen. Er is geen figuratie anders dan raster van kleur en vlak. Tralies waarachter de werkelijkheid lijkt opgesloten, enkel wanneer ik mijn gedachten erover laat gaan kan het losbreken en de vrijheid vinden. Dan zie ik achter de abstracte waarheid een reële echtheid.

    In de gevlochten werken is de werkelijkheid vervlochten tot een abstracte beeltenis. Een afbeelding samengesteld uit mislukte en daardoor afgekeurde werken. Schilderijen die er niet mochten zijn, of schutbladen waren van doordrukwerken, worden door Pol hergebruikt in deze matten. Een daad van recycling, maar ook van herinterpretatie. Deze anders voor de prullenbak beschikbare flodders krijgen een nieuwe betekenis. De in repen gesneden vellen zijn de draden voor de weefsels.

    Met engelengeduld laat Pol deze stroken kruislings gaan, bovenlangs, onderdoor. Dwarsdraden in een golfbeweging tussen en over kettingdraden. Vanwege dat golven van de stroken bruisen kleuren, vlakken en figuraties dooreen. Als in een overvloed aan beeltenis maakt het beeld een dynamische afbeelding. De figuratie is door elkaar geschud en er ontstaan daardoor nieuwe gezichten, andere invalshoeken, haakse betekenissen. De oude lijnen zijn nog zichtbaar, maar krijgen een nieuwe duiding. De vlechtwerken hebben wel het karakter van zielenweefsels van primitieve volkeren. Een mat waaraan waarde gehecht is en wordt. Onderdeel van een grootse beleving, een religieuze beeldvorming. Met recht grondwerken, waarin de basis van zowel aarde als leven is gevormd. Aarde, de natuur waarin wij verkeren. Leven, het zijn hier en nu op het verleden daar en toen.

    Pol weeft wel strotouw en siergras in. De strenge spanning wordt dan beweeglijk doorbroken. Nog steeds is het grondplan van het traliewerk zichtbaar, maar de inbreng roert zich tegendraads en laat de compositie beven. Als de trillende atmosfeer bij warmte, een luchtspiegeling op de route. Niet dat Flos Pol mijn zinnen wil bedriegen, zij vlecht structuur in een kunstmatig landschap om mij de schoonheid van de natuur te tonen. En dan uiteindelijk lijkt zij helemaal klaar met die gestrenge schering en inslag, schopt ze tegen het weefgetouw zodat een warboel aan rechte toeren averechts werken en steken zich laten vallen. Beeld en kleur, vorm en volume raken in de knoop.

    En tenslotte biologeert een kleine compositie in deze opzet mijn blik, het acrylverf op linnen verbeeldt een opgeschoonde omgeving. Een zompend stuk grasveld waarin bruinen en gelen de sfeer maken. Een realisme dat rust geeft in de dynamische drukte van vlechten en vervlochten. Een schier contemplatieve structuur om in stilte te beschouwen. Het heeft niet de beweeglijkheid van verweven einders en geverfde grondwerken, maar schetst de werkelijkheid in een abstract beeld. Het toont schijnbaar dat mijn voorkeur uitgaat naar de min of meer tastbare werkelijkheid, terwijl voor abstractie om en nabij mijn aandacht geringer is. Niets is echter minder waar.

    Architectonische ingang

    Die werkelijkheid in dat abstracte beeld wat Pol uittekent schetst ook Manja Hazenberg in de ruimtelijke beleving. Uit geëtst zink snijdt en soldeert zij wiskundige vormen. Vierkanten en cirkels, in elkaar geschoven staand op een sokkel of solitair hangend aan de wand. Structuren die geconstrueerd lijken, maar zo te vinden zijn in de derde dimensie. Geen toeval, eerder een systematiek met ruimte voor spel. Het zijn herkenbare contouren en typische patronen. In het grijze staal licht koper op of schittert bladgoud.

    De kubusvormen hebben een architectonische ingang en kunnen zo modellen voor bouwwerken zijn. De essentie van de gedachte, de kern van het zijn. Een schets voor monumentaliteit. Nu in het moment. Geleid door de idee van Leonardo van Piso, aka Fibonacci, legt Hazenberg verbanden in haar werk met de gulden snede. Dat wiskunstige gegoochel met getallen gaat ver terug in de tijd. Zo brengt zij de kunst van het metrum, berg van de cadens, in de tentoonstellingsruimte hier en nu in. Geeft zij beeld aan het konijnenprobleem en de bijenstamboom in een abstracte weergave. De beschouwer herkent dat zo direct niet terug, deze vormen die door differentievergelijkingen en matrixrekeningen zijn gefigureerd. De beschouwer kan onbevangen kijken zonder zich deze wonderlijke wereld van het getal te realiseren.

    De werken van Hazenberg verhouden zich tot de vlechtmatten van Pol als de belvedère in het bos. Lijken koel in de warmte, gereserveerde menselijkheid tussen toeschietelijke natuur. Ze vullen elkaar echter aan alsof natuur zonder mens geen eenheid is. Niet naast elkaar, maar bij elkaar en samen. Zo zoeken beide kunstenaars naar de essentie van het bestaan, vorm en waarheid, hoe echtheid zich toont in abstractie. Ieder vanaf een eigen standpunt en met individuele middelen die hen persoonlijk aanspreken. Elementen die enerzijds speels en anderzijds gestructureerd de grond van het wezen onderzoeken, de basis van het zijn. Dat wat ten grondslag ligt aan kijken, aan begrijpen, aan het maken zelf. En wie goed kijkt, merkt dat het er allemaal al is, maar nog niet helemaal zichtbaar. Alsof de kunst mij uitnodigt de werkelijkheid zelf een stukje los te trekken, in stroken, in vlakken, in vorm.

    Expositie werken van Flos Pol en Manja Hazenberg, in de expositie Natuur en Wetten bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 te Jubbega-Schurega. Te zien van 5 tot en met 27 april 2025.

  • Drift tot schilderen druipt van doeken

    Het schilderij dat gemaakt moet worden. De inspiratie die het verdient een afbeelding te krijgen. Iedere keer wanneer Daniëlle van Broekhoven voor een leeg doek staat, is er de drang dit te vullen. Te bekladden met ervaringen die ze opdeed gaande langs stad en land, over berg en dal, de paden op de lanen in. De beelden die ze tijdens wandelingen opdoet gisten in haar gedachten. De ideeën voor weer een nieuw schilderij borrelen uit dat proces op. Als in een roes gaat ze aan de slag, want de verbeelding moet een afbeelding gaan krijgen.” Zo begon ik in november 2021 mijn beschouwing over de uitgave ‘Layers’: De natuur in verf vertaald en gelaagd. Ik zou dat stuk vrijwel een-op-een hier kunnen overnemen, want het standpunt van Daniëlle van Broekhoven om te schilderen is niet veranderd. Met dezelfde daadkracht gaat zij te werk, dat blijkt uit de kamerpresentatie in Museum Belvédère. Maar overschrijven of herschrijven doet haar werk geen eer aan, dus ik begin opnieuw.

    Het is niet toevallig dat de kunstenaar een schepper is. Want uit niets maakt de kunstenaar iets, zoals de Schepper van een woest en ledige wereld een vruchtbare aarde maakte, een land van melk en honing. Maar is dat niets werkelijk niks, nul, nada. Of schijnt in de donkerte toch een puntje licht al. Zit in het zwart toch een stipje wit. Is in de leegte toch een sprankje hoop. De beeldhouwer legt in de klomp steen een beeltenis bloot. Die figuratie zat altijd al in de ruige hardheid verborgen. Het was er al maar niemand anders dan de kunstenaar zag het. Zo is het beeld dat Daniëlle van Broekhoven op het lege doek vastlegt al aanwezig zonder dat het voordien zichtbaar was. Dat wat zij zag in de natuur, herinneringen en gedachten bij situaties, komt ogenschijnlijk intuïtief op het linnen te staan.

    Expressief en vol levenslust

    Mijn werk toont een weergave van natuur, maar misschien nog meer de actie van het schilderen”, schrijft zij in een magazine dat Van Broekhoven in eigen beheer uitbracht als catalogus bij haar kamerpresentatie in Museum Belvédère. Daar toont zij enkele representatieve composities uit haar oeuvre. Aan de doeken is de drift tot schilderen af te lezen. Het is geen heilig moeten dat scheppen van Daniëlle van Broekhoven, maar veel eerder en meer een gemeend willen. Ze ziet er niet tegenop aan het werk te gaan. Verzint geen andere werkzaamheden, zoals het atelier opruimen en verfpigmenten op volgorde leggen, om de dagelijkse arbeid maar zo lang mogelijk uit te stellen. Zij gaat juist graag en veel aan het werk. Het is een hoger goed waarmee ze bezig is. Ze kan niet anders maar ze wil ook niet anders. Dit is haar leven, haar zijn, haar natuur. En die levenslust straalt ze in en door haar werk af op de beschouwer. Deze wordt er vrolijk van. Weet zich opgenomen in de kleuren en de verflagen.

    Expressief en vol levenslust staan plantaardige figuraties op de schilderijen. In iedere verfstreek klinkt het plezier van de kunstenaar. Door het riet en de oeverplanten ruist de zin in het scheppen, de lol van het creëren. Althans ik denk dat ik naar riet en planten kijk. Deze verfstreken geven de idee van vegetatie, maar de flora is abstract weergegeven. De aanleiding, de inspiratie, ligt in de natuur. Maar wat Van Broekhoven ermee doet heeft, zoals ze zelf opmerkt, minder met de werkelijkheid te maken dan met het werken in een abstracte atmosfeer.

    Waarneembare realiteit en abstracte ervaring

    Ik stel me haar zo voor bezig in het atelier. Het opgespannen linnen wordt op de vloer gelegd. Het is maagdelijk wit, onbevlekt, onaangetast. Er schijnt geen figuratie te zijn nog, geen beeltenis op het doek. Maar Daniëlle kijkt ernaar, sluit haar ogen en stelt zich een herinnering voor. Er verschijnt achter haar oogleden en in gedachten een kleurig beeld. Ze opent de ogen en dat beeld wordt als het ware geprojecteerd op het doek. Ze hoeft het alleen nog maar over te trekken. Zoekt de penselen, kwasten en de verf bij elkaar, sorteert de kleuren en gaat aan het werk.

    Er is geen schets, enkel de gedachte projectie, voordat ze bezig gaat. In het hoofd houdt zich de impressie schuil, deze moet bevrijd en er via handen en armgebaren uit. De gedachte kan al werkend worden aangepast en bijgeschaafd. Ze schildert nat in nat met olieverf en acrylverf. Laag over laag. Ze schuurt delen weg en vult details in. Zo boetseert zij het beeld op doek, ontstaat uit het schijnbare niets een herkenbaar iets. In lengte en breedte een monumentaal werkstuk, in diepte een tastbare abstractie. En van de natuurlijke waarneming blijft weinig over, deze is alleen nog vaag in de achtergrond zichtbaar.

    Deze werken begeven zich tussen waarneembare realiteit en abstracte ervaring. Op die grens kan de aandacht de kant van contemplatief contact opvallen of vervliegt de voeling in het voorbijgaan naar een andere kamer in het museum. Het is nauwelijks voor te stellen dat dit werk een iemand niets doet of een ander persoon koud laat. De expressiviteit die van de impressie uitgaat is bindend. Het kleurgebruik overheerst niet, maar is zo overwogen in balans met de figuratie dat het dwingt tot kijken. En kijk je dan, dan houdt het de blik magnetisch vast.

    Magazine bij presentatie

    Het magazine bij de presentatie toont naast de werken die daar te beschouwen zijn een handvol foto’s. Het zijn platen van momenten van inspiratie. Deze fotografie past welhaast naadloos in het plaatje van wat Van Broekhoven met haar schilderijen wenst te duiden en wil vertellen. In deze foto’s zie je als het ware het schilderij opdoemen. Deze vastgelegde waarnemingen in snapshots zijn terug te vinden in haar kunst. De kunst die invoelbaar is. Waarbij ik het moment ervaar.

    Er is een foto waarop hoogwater sporen heeft achtergelaten tussen beplanting, kiezels heeft aangevoerd en achtergelaten. Voor mij is dit residu een metafoor voor de kunst van Daniëlle van Broekhoven. Haar beeld op doek is een overblijfsel van waarneming. Een bezinksel van de emotie bij de plek, het gevoel van wat de natuur te bieden heeft. En die ontroering brengt zij over op de beschouwer. Ik noem in deze de compositie ‘Pines’ bij name omdat ik het meermalen met witte handschoenen aan heb mogen vatten. In mijn tijd als collectiebeheerder van Museum Belvédère heeft deze instelling het aan de verzameling mogen toevoegen. Het bos met dennen lijkt ondergesneeuwd. Ik krijg het er koud van. Dat is wat kunst met je kan doen. Het werkt op je zintuigen. Maar in die kou is warmte, enkele verftoetsen geel en rood brengen een behaaglijke sfeer waarin ik mijn ogen te goed doe.

    Tot slot eindig ik door mijn eigen woorden van toen te citeren: “De compositie is een botanische rijkdom. Vooral wild als een vroege scheppingsdag, niet gecultiveerd en ontgonnen door de geëvolueerde mens. Het is er woest binnen de kaders, maar nooit ledig en altijd in evenwicht. Een lust voor het oog, zo moet het paradijs er hebben uitgezien, ooit eens. Het is een imaginair beeld, een onwerkelijk voorkomen. Daniëlle combineert gedachten tot een bedacht geheel. Maar het kan best wel zo bestaan.”

    Van nature. Kamerpresentatie schilderijen Daniëlle van Broekhoven bij Museum Belvédère, Oranje Nassaulaan 12 in Heerenveen-Oranjewoud. Van 25 januari tot 30 maart 2025.

  • De Hondsrug, een machtig stukje Nederland

    Het kan bijzonder lopen met en in de geschiedenis. Zo meanderent als de Drentsche Aa. De historie zoekt een eigen weg in de bedding van de tijd. Is de landstreek eerst glooiend gevormd door het ijs, het water en de wind. Dan is het terrein naar behoefte aangepast en onderhouden door jagers en verzamelaars die daar als boeren hun tenten opzetten en later hoeves stichten. Vee hielden en graan verbouwden. Voor hun doden rolden ze grote stenen tot grafkelders. Het zijn de oudste bewoners van Nederland. De hunebedden de stille getuigen van deze in die tijd welvarende trechterbekercultuur.

    In de middeleeuwen was de provincie Drenthe een buffer tegen de vijand om het noorden (niet) te bereiken. Vooral de zuidgrens was een vrijwel ontoegankelijk veengebied, waar de soldaten makkelijk in moerassen wegzakten en voorgoed uit het zicht verdwenen. Coevorden kreeg een beruchte naam als onneembare vesting, daar liep de enige begaanbare weg om noordelijk te komen. Er is zwaar gevochten en felle strijd gevoerd. Viel de stad dan was de Hondsrug het haasje. Mannen van de bisschop van Munster in 1672 en aan het eind van de Franse tijd Russische kozakken plunderden de regio en namen alles mee wat ze nodig dachten te hebben.

    Verhaal van Drenthe slingert door de tijd

    Het is er wel stil en voor rustzoekers de geëigende plek de juiste sfeer te vinden, maar de tijd blijft er rumoerig en laat veelal diepe sporen na. Drenthe wordt gezien als een armoedige provincie. Maar deze mythe is door de geschiedenis zelf gecreëerd. De bewoners kleedden zich eenvoudig en ze leefden een sober leven. En nog genieten ze simpelweg van hun beekies en bossen, dörpies en akkers. “De stilte vol  met kleuren en oetzicht waoroj kiekt / Dit laand is zo biezunder, zo robuust en authentiek”, zingt Martijje Lubbers mij toe.

    Karin Broekhuijsen, Drenthe, De Hondsrug, fotografie, natuur

    De Tweede Wereldoorlog zette dan een stevige laarsafdruk in de grond. Letterlijk werden er sporen getrokken. De rails naar Westerbork, loopgraven en tankgrachten in een verwoede poging de geallieerde opmars te bemoeilijken. Deze diepe lijnen in het veld zijn nog voortdurend zichtbaar. Zoals ook de aardlagen de sporen dragen van het verleden, het bodemprofiel de ijstijden tonen. Drenthe is het land van de keien, de zwerfstenen die door het ijs meegevoerd van Noordelijke streken hier een nieuw thuis vonden.

    En zo slingert het verhaal van Drenthe zich door de tijd. De provincie die in het landschap haar lotgevallen kenbaar maakt. De streek die ongerept oogt, maar ontstaan is door samenspel van natuur en mens. Duizenden jaren lang gaven mensen vorm aan een landschap dat zo van alle tijden geworden is. Op diverse manieren en gezette tijden greep de mens op de natuur in, maar deze pakte op haar beurt ook weer grond terug. Of de mens gaf weer aan de natuur wat ze eerder afnamen. Zo hebben zich een diversiteit aan vergezichten ontwikkelt. En op detail een schat aan verschillende planten en dieren, vogels en insecten.

    Natuur in Drenthe is prachtig

    Niet voor niets heeft het nieuwe boek van Karin Broekhuijsen “De Hondsrug” als ondertitel “Een machtig gebied”. Door de eeuwen heeft het gebied deze autoriteit meer dan bewezen. Doordat de sporen zijn bewaard gebleven kan Drenthe zelf zijn eigen verhaal vertellen. In dit geval gaat het om het gebied dat bekend staat als De Hondsrug, het landschap in rechte lijn lopend tussen de stad Groningen en de plaats Emmen. Het is uniek in zijn soort en daarom gelabeld als UNESCO Global Geopark. Dat betekent dat het een beschermde status heeft, de natuur mag er blijven zoals het er is.

    Karin Broekhuijsen, Drenthe, De Hondsrug, fotografie, natuur

    Die natuur in Drenthe is prachtig. Het ligt er als fotografisch model weelderig bij. Wie met een fotocamera over het heideveld loopt of door de bossen gaat kan er fantastische plaatjes schieten. Drenthe heeft dat fotogenieke van nature. Maar de foto’s zoals Karin Broekhuijsen ze maakt zijn van een andere orde. Zij is op tijden in het landschap te vinden wanneer anderen zich nog eens in bed omdraaien. Broekhuijsen is één met de natuur, gaat er in op, verdwijnt er in, zo zodat haar aanwezigheid er nauwelijks wordt bemerkt. Zo kan ze dichtbij haar onderwerp komen. Maar pakt ook het ontwaken van de dag, die zich langzaam ontdoet van de nevel. Het geeft de platen een extra dimensie, een hogere sfeer. Ook in de schemer, wanneer de dag zich opmaakt voor de nacht, pakt de wereld zich in een overtreffende schoonheid in. Karin is erbij, neemt waar en legt vast.

    Achtergronden en wetenswaardigheden

    Het boek is een visitekaart voor het gebied De Hondsrug. Niet alleen stelt Broekhuijsen de natuur centraal in weidse blikken en gezichten op korte afstand, ook laat ze in sfeervolle fotografie het menselijk en dierlijk leven in en rond de dorpen, bossen, heidevelden en veengebieden zien. Ze kan zo het lied van Martijje meezingen: “Kom en kiek met mij, ‘k loat je ’t zien deur mien ogen / Kom en kiek met mij, ik vertel je wat ik zie / Drenthe op zien mooist, veur gienien meer verbörgen / Aj deur mien ogen kiekt, dan vuul jij ok de magie”.

    Karin Broekhuijsen, Drenthe, De Hondsrug, fotografie, natuur

    Door de teksten van Bertus Boivin kom ik veel te weten over de geschiedenis van dit machtig gebied. Hij weet op boeiende wijze mij bij de geschiedenisles te houden. Achtergronden en wetenswaardigheden over het ontstaan van het gebied, de bewoners en de natuur. In diverse hoofdstukken met een niet al te lange tekst, want het gaat tenslotte eens en vooral om het beeld – de schoonheid die de bossen en velden in ieder jaargetijde laten zien.

    De uitgave is een uitnodiging om het landschap te bezoeken en mijn eigen ogen de kost te geven aan natuurschoon in deze wondere wereld. Zo Nederlands, maar ook weer niet. In Drenthe kan ik me zomaar in het buitenland wanen. Het is een landschap van alle tijden met een wereldwijd karakter. Het boek is een reisgids – voor de toerist van ver vertaald de tekst zich in de Duitse taal en het Engels. Het is een handboek om het gebied te verkennen en te herkennen. Tekst en beeld bevelen De Hondsrug bijzonder aan, en ik ben er van harte welkom.

    De Hondsrug, een machtig gebied. Fotografie Karin Broekhuijsen. Teksten Bertus Boivin. Uitgeverij Koninklijke Van Gorcum, 2022.

    Karin Broekhuijsen, Drenthe, De Hondsrug, fotografie, natuur
  • Een handboek om natuurlijke bermen te determineren

    Wanneer wij mensen er ons eens niet mee zouden bemoeien. Of minderen met alles maar naar onze hand te zetten. Niet aldoor menen te weten hoe het hoort en het dan ook zo moet zijn. Dat de wereld er uit moet zien volgens onze denkbeelden. Dat we uitgaan van kwantiteit, in plaats van kwaliteit na te streven. Hoe meer het oplevert hoe beter het is, denken wij. Wanneer het netjes oogt, het voor ons het beste is. Laat de boel maar eens de boel, laat de perfectie los, want dat keurig aangeharkte slaat alles dood. De leefbaarheid sterft ermee af.

    De blauwe planeet

    Wanneer wij mensen het eens laten geworden, dan komt naar voren dat het geen rommeltje wordt. Geenszins. Dan blijkt de natuur, want daar bemoeien wij ons teveel mee, ineens een zelfoplossend vermogen te bezitten. Dat wisten we wel diep van binnen, maar in onze zelfoverschatting waren we dat voor de goede orde vergeten. Moeder aarde behoeft geen menselijke bemoeienis. Bemoedering leidt tot verloedering. De blauwe planeet bestaat namelijk al langer dan de mensheid oud is, en weet dus zelf wel hoe ramp en tegenspoed op te lossen. En die ramp en tegenspoed in de natuur is vaak zelfs door de mens zelf veroorzaakt, direct of indirect. In de evolutie heeft het groen op die bol zich onder elke omstandigheid staande gehouden en weten te handhaven. Het zal ook de vernietigende hand van de mens wel overleven. Het is er veerkrachtig genoeg voor. Wanneer wij mensen proberen ons er minder mee te bemoeien kan de natuur haar creativiteit volop laten groeien en bloeien.

    Pakweg zo’n halve eeuw geleden en eerder was de mens op het land nog niet zo intensief op productie gericht. Toen was minder in de meeste gevallen meer. De natuur vond zichzelf ieder jaar opnieuw uit. Seizoen na seizoen. Vader Boersma wees dochter Doet daar toen op, wanneer ze samen het veld in trokken om bijvoorbeeld eieren te zoeken en vogels te spotten. Het land was vol van uitbundige overmoed. Want de natuur is moedig en wanneer het de kans krijgt gaat het er baldadig en welhaast onbezonnen aan toe om de eigen pracht te tonen. De schoonheid haar toen gewezen legt kunstenaar Doet Boersma nu in haar werk vast. Met de aanwijzingen van haar vader in het achterhoofd. De boer met oog voor de vogels in het veld, de grassen, de onkruiden die het groen kleuren.

    Knielen in de berm

    In de uitgave “Fertile Soil” laat zij in kleurige afbeeldingen zien hoe machtig mooi de natuur natuurlijk is. De vruchtbare aarde laat een verscheidenheid aan vegetatie groeien en opbloeien. Om haar beeld in de natuur zelf te zien, daarvoor moeten wij op de knieën – knielen in de berm, groene vingers krijgen in de aarde. De pracht van de natuur, die Boersma inspireerde voor haar kunst, vinden we niet in de weidsheid van het landschap. Die verblijft op enkelhoogte onder onze neus. Wij kijken daar makkelijk overheen, omdat we het grote geheel controleerbaar willen beschouwen. Maar op macroniveau ontspringt in beginsel dat waar de omgeving vol mee is. Juist op detail blijkt hoe groots de natuur eigenlijk is. We vergeten dat snel en zetten de zeis, tegenwoordig de maaimachine, zomaar tussen het gras om met een enkele haal al het leven een kop kleiner te maken.

    Doet Boersma, natuur, inspiratie, kunst, schilderijen

    De natuur leeft voort op vruchtbare aarde. Iedere dood betekent nieuw leven. De afgestorven materie is meststof voor een volgende generatie. Deze cyclus zet zich elk jaar door. Zoals de aarde rond is, zo rond is de cirkel van natuurlijk leven. Als het ware reïncarneert het leven in de dood. Wordt de groei herschapen in het verdorren. Doet Boersma trekt het landschap in om de natuurlijke creatie creatief te recreëren. Gewapend met potlood en papier, een fotocamera over de schouder, legt zij de weelderige inborst vast. Om deze later binnen in het atelier of buiten in de tuin uit te werken.

    Geen bestaande bermen

    Buiten voor de grote afmetingen van het werk, want ze maakt horizontaal brede schilderijen, panoramisch welhaast. Dit formaat past niet in de beperking van het atelier. Ze werkt in grote gebaren de beeltenis uit, die op detail een intensieve benadering krijgen. Het zijn abstracte beelden, dat wil zeggen ze passen nergens in de realiteit in. Geen weergaven van bestaande bermen langs benoemde wegen. Boersma voegt inspiraties samen tot een afgewogen schepping. Deze kan van overal zijn, want Doet trok veelal de wereld in om nieuwe natuurschappen te ontdekken. Maar toch zie ik in het boek veel vernederlandste omgevingen langs komen. Vegetatieve afbeeldingen met een Hollands karakter of eigenlijk een Friese aard. Want uit die grond, deze klei, is de kunstenaar toch getrokken. Die afkomst verloochent zich niet. Ze is er ‘hikke en tein’, zoals de Friezen zelf zeggen.

    Doet Boersma, natuur, inspiratie, kunst, schilderijen

    Boersma gebruikt in haar schildermaterie, de verf, plantendelen en aardkorrels om nog dichter bij de basis te komen en op de bodem te blijven. Planten krijgen afdrukken in de nog natte schildering, werken mee in de compositie. De verf gemengd met aarde of bedekt met bladgoud. Al naar gelang de uitstraling van de natuur volgens Boersma dat nodig heeft. Van de bermen maakt ze landschappen. Kleine handzame omgevingen met breed uitgemeten afmetingen. Op zo’n formaat kan Doet de weelderige schoonheid van bloem en plant nog beter laten uitkomen. In de opmaak van het boek is dat weidse beeld benaderd doordat werken op uitklappagina’s afgedrukt zijn. Zo komen de composities nog beter tot hun recht in deze gereproduceerde vorm.

    Op de knieën door de berm

    Fertile Soil” is vooral een platenboek. Ik kan me vergapen aan de verbazing van Doet Boersma. Haar verrukking brengt zij weelderig op mij over. Door het werk ga ik beter kijken. Bladerend door het boek kan ik lui in de stoel genieten van de pracht en de praal. Maar buiten ga ik gehurkt langs of schuifel ik op de knieën door de berm. Ik moet ervoor de auto uit of van de fiets stappen. Maar dan kan ik de schilderingen van Boersma herkennen in de uitbundigheid van de natuur dichtbij huis.

    Doet Boersma, natuur, inspiratie, kunst, schilderijen

    In de Fryske taal klinkt uitbundig als oermoed. Eigenlijk komt dat dichterbij de waarheid: de natuur is overmoedig in alle uitgelaten geestdrift. Of dus oer-moed, een oorspronkelijke durf, een natuurlijke dapperheid. De werken hebben opgetogen titels die de lading zuiver dekken: De verrukking van de natuur; Veerkrachtige grond; Rijke grond; Majeur!; Verleiding; Betovering; Speelse natuur. Het boek is even speels en betoverend als de inspirator dat is. Doet Boersma verleidt mij om in deemoed te buigen voor al dat moois. Ze leert me te kijken en te zien hoe rijk de grond is waarop ik loop.

    Loslaten om door de knieën te gaan

    Ondanks dat het in het boek om de afbeeldingen gaat, heeft de uitgave enkele beeldende teksten. Zo vertelt schrijfster Baukje Wytsma de innerlijke reis van Doet Boersma. Voordat ze de uiterlijke schoonheid van de natuur kan vastleggen moet ze eerst zichzelf leren kennen. Afstappen van het grote geheel. Uit haar eigen comfortzone gaan en het landschap, dat tot dan haar handelsmerk in de kunst is, loslaten om door de knieën te kunnen gaan voor de natuur op minder dan een steenworp afstand. Op haar beurt laat Wytsma zich inspireren door het werk van Boersma en schrijft enkele karakteristieke gedichten. Deze zijn tussen de platen in het boek geplaatst. Peter Jens houdt zich als directeur strategische samenwerkingen beroepsmatig met de bodem bezig. Hij schrijft een technisch verhaal over hoe wij naar de natuur kijken, wat de natuur ons vertelt en hoe deze ons helpt. Kunstrecensent en assistent-conservator Susan van den Berg beschrijft dan nog het schildertechnische proces van vormgeving en inhoud van de werken.

    Doet Boersma, natuur, inspiratie, kunst, schilderijen

    Ten eerste door deze teksten leer ik de mens Doet Boersma kennen, wat haar drijft te doen wat ze doet. En op welke manier ze haar inspiratie op beeld krijgt. Zij het in de fotografie, de schetsmatige tekeningen en de gedetailleerd en breed uitgemeten schilderijen. Door die schilderingen leer ik dan de kunstenaar Doet Boersma kennen en doorzie haar verrukking voor groei en bloei. Door deze werken laat ze zien wat er aan weelde was, er nog is en wat we moeten koesteren voor de toekomst. Wij als mensen moeten de grond vruchtbaar houden om de aarde verrukkelijk te laten leven. Derhalve een prachtig kijkboek waar ik inspiratie uit op kan doen me eens niet te bemoeien met de natuur onder handbereik, mijn tuin bijvoorbeeld. En ook te zien wat materie als modder aan een kwastje voor prachtige afbeeldingen kan neerzetten op doek. De schilderijen van Doet Boersma evenaren niet de pracht van de natuur, maar benadert deze wel. Gaf ik sterren dan stond de hemel er vol mee.

    Fertile Soil, nature – inspiration – art. Doet Boersma, schilderijen en tekeningen. Met teksten van Baukje Wytsma, Peter Jens en Susan van den Berg. Uitgever Bekking & Blitz, 2021.

    Doet Boersma, natuur, inspiratie, kunst, schilderijen