Tag: objecten

  • De rest van het beeld

    Hoe eenvoudig wil je het hebben. Hoever kun je gaan in versimpelen voordat het nulpunt bereikt is. Of het doel van Wilma Vissers het bereiken van het nulpunt is, hoeft niet duidelijk te zijn. Het resultaat van haar zoektocht is zichtbaar in Kunstlokaal No.8. Want het scheppen van kunst is toch een zoektocht. Een speuren naar het persoonlijk ultieme werk. De een zoekt het in de fysieke werkelijkheid, de ander neigt naar de geestelijke realiteit. Dat zoeken zonder het ooit te vinden is voor de beschouwer van de stappen in het proces bijzonder aangenaam. Vaak lijkt een werk voor dat moment klaar en af, maar in het totale beeld is er geen voltooiing. Het is de zoveelste stap in de goede richting, het traject echter kan telkens aangepast en verlegd worden. Wanneer ik Wilma Vissers volg zie ik groei en ontwikkeling, reis en onderneming. In tekening en wandobject valt ze voortdurend terug, of beter ziet ze telkens vooruit naar, eenvoud in uitbeelding en zeggingskracht.

    De kip en het ei

    Eerlijk gezegd had ik het essay van Peter van Lier in de online De Moanne niet vooraf moeten lezen. Van Lier weet in het grote geheel veelal een enkel werk juist te treffen en daarmee de ganse expositie te vatten. Hij gaat in zijn tekst over het werk van Wilma Vissers terug naar de kindertijd. Aan de hand van de kunstenaar zaagt hij de woorden uit het alfabet en kleurt daarmee mijn beschouwing. “Ik stel me een kind voor, in de weer met een figuurzaag. Eerst uittekenen wat het wil, dan zagen, om vervolgens niet met de voorgenomen vormen aan de slag te gaan, maar met de restvormen, die bij nader inzien veel interessanter zijn”, citeer ik Van Lier. “Overblijfsels hebben geen doel, dat maakt ze voor een kunstenaar als Vissers waarschijnlijk zo aantrekkelijk om te gebruiken. (…) Zo bezien is het de taak van de kunstenaar om de dingen geen enkel doel of nut mee te geven, maar ze slechts te eren als pure aanwezigheid.” Zonder het zich te beseffen laat de recensent van De Moanne woorden uit zijn pen vloeien die ik had kunnen bedenken. Aan hem de eer van de kip, dan kruip ik wel in het ei.

    Het alfabet van het afval

    Eerder, een kleine 10 jaar terug in de tijd, zag ik het werk van Vissers in Kunstlokaal No.8. En later in verschillende omgevingen en uitgaven. Eens schreef ik daarover: “In haar wandelementen is Wilma Vissers uitgelaten levendig. Ronde vormen zetten zich opgetogen van de strak witte wanden af. Gedachten die zich in een kort moment van inspiratie hebben laten vormen, nadat indrukken zich gaandeweg in het geheugen deden nestelen. Het woord ruimte heeft niet veel letters nodig, weinig alfabet om uitbundig te spreken. Vormen die zich onderweg hebben gemaakt, bespelen deze wanden hier en nu.” En vervolgens over de combinatie met landkaarten: “Uit de zichten in het landschap ontstaan vertalingen in vlakken en kleuren. Abstracte werken die veelzeggend zijn zonder titel. Wanneer er een naam aan is gegeven duwt de blik, en daaraan gekoppeld de gedachte, mij in een richting die ik eigenlijk niet wil. Ik wil niet dat de afgewogen gecomponeerde vlakken een rivier duiden, de zee zijn of de wind verbeelden. Ik wil daar mijn eigen fantasie op zetten. Mijn eigen beeld in zien.” En nu kan ik een eigen beeld zien in wat Van Lier kenschetst als restmateriaal van het figuurzagen.

    De restvorm als begin

    Daarin beschouw ik de reïncarnatie van afval, geen recycling maar wel hergebruik. De rest van het zijn leeft in het hier en nu. Vissers verheft het materiaal dat niet was tot wat het mag zijn. En gebruikt de inhoud van het lokaal als restruimte van het object, als werkvlak waarop de beeltenis tot uiting komt. De oorsprong van het object, het eerdere gebruik van de vorm, valt in de uitdrukking niet te achterhalen. Dat is de magie, dat het beeld in het heden is waarbij het verleden is afgelegd, weggesneden ofwel afgezaagd. Uit het afval is een ander figuur gezaagd, geen nieuwe persoonlijkheid maar een karakter dat al in het wezen besloten lag. Daarmee is Vissers een beeldhouwer, een typemaker. Maar ook een beeldbouwer, een plaatmaker. Uit een bestaand beeld een andere zichtbaarheid bouwen. Dat is wat zij doet. Dat kun je als figuurzagen benoemen, ik zie het als beeldmaken.

    Kunstlokaal No.8, Henk Zwerver, Wilma Vissers

    Door kleur aan het hout te geven krijgt het een tegengestelde signatuur. Vissers laat echter delen onbeschilderd zodat in het materiaal het eigen karakter zichtbaar blijft. De nerf geeft het persoonlijke verhaal van het hout weer. Het gebruikte materiaal is dus niet enkel een drager maar behoudt het natuurlijke wezen. Wanneer papier de drager is van de vorm, speelt Vissers een spel met de beeltenis. Dan is het afval niet beeldbepalend, maar kan zij zelf het beeld bepalen. Dan zie ik meer en beter wie de kunstenaar in Wilma Vissers is.

    Een dialoog aan de muur

    Henk Zwerver plaatst een komma waar Wilma Vissers een punt zet. Dat klinkt paradoxaal en dat is het ook. Want schreef ik niet eerder dat de kunstenaar voortdurend op zoek is naar het kunstwerk dat alles zegt wat hij of zij te zeggen heeft? En dat die zoektocht nooit is afgerond, het verhaal nooit tot een slotzin komt. Toch loopt Zwerver verder waar Vissers even de pas in houdt. Geeft hij een wending aan haar verhaal. Hij heeft meer woorden nodig en is duidelijk tussen de zinnen door. Want niet wat ik beschouw is de vertelling, maar wat voelbaar is tussen de beelden. Door in een collagesfeer diverse fragmenten aan elkaar te koppelen ontstaat een waarheid. De kracht van het beeld echter is niet wat zichtbaar is, maar wat ik in de gelaagde prent kan aanvoelen. De emotie behoeft geen beeld. Zij zweeft als in een surrealistisch schilderij boven het waarneembare.

    Letters als vormen

    In de collages van Zwerver spiegelt zich het leven, reflecteert het zijn. Het verhaal dat ik aan de platen hang, de woorden die ik aan de beelden geef, zal niet de taak zijn waarin de kunstenaar zich uitspreekt. Bij kunst is dat ook geen pre. Het is er, de kunstenaar heeft er iets mee gezegd. De beschouwer mag er een indruk van hebben die tegengesteld is aan de uitdrukking. Vooral wanneer de prenten geen titel hebben, zoals in dit geval het geval is. Zonder vingerwijzing kan de gedachte alle richtingen op gaan. Wanneer de kunstenaar daar niet van gediend is zal hij of zij er een naam aan geven, zodat de toeschouwer in een vooraf bepaalde richting gaat beschouwen. Maar in het geval van Zwerver kan ik mijn gedachten ongegeneerd laten zwerven. Kan ik in de waarneembare werkelijkheid van de beeldschetsen een voor mij aanvaardbare realiteit herkennen.

    Niet alleen zijn het beeldfragmenten, ook gebruikt Henk Zwerver letters in zijn composities. En letters manen tot lezen, woorden herkennen en tekst doorzien. Terwijl de collages eigenlijk alleen maar gezien willen worden: verstand op nul en blik op oneindig, zoiets. Daarom dien ik de letters te zien als vormen, onderdelen van het beeld. Geen alfabetfragmenten, maar beeldkarakters.

    Waar het beeld verder gaat

    Het is improviseren en verkennen in Kunstlokaal No.8. Eigenlijk is het dat altijd, iedere keer weer wanneer er een duo-presentatie zichtbaar wordt. Hoewel curator Marcel Prins serieus afweegt welke kunstenaars en kunstwerken een dialoog met elkaar kunnen aangaan, blijft het een improviseren hoe dat aan de muren van het lokaal uitwerkt. Het is een verkennen van de ruimte dat uiteindelijk telkens goed uitpakt. Het verhaal heeft body, de vertelling staat.

    Improviseren en verkennen. De kunst van Henk Zwerver en Wilma Vissers bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega. Van 6 tot en met 28 juni 2026.

    Kunstlokaal No.8, Henk Zwerver, Wilma Vissers
  • Van functie naar compositie, bescheiden en informeel

    De tas als drager van om het even welke inhoud is een bruikbaar attribuut in ieder huishouden. Tegenwoordig betaal ik aan de kassa een luttel bedrag, maar voor wat ik ontvang een fors bedrag, wanneer ik vergeten ben een tas mee te nemen voor mijn aankopen. Dat is om de afvalberg in te dammen. Plastictassen zijn daarom not done en ik schaam me bijna wanneer ik er wel één bij me heb of er een aanschaf. De papieren tas past meer bij deze duurzame tijd en kan bovendien voor andere doeleinden worden hergebruikt, terwijl het plastic na meerdere praktische momenten gescheurd en verfrommeld in de vuilnisbak verdwijnt.

    In de kunst van Kees van de Wal gaat het niet om de werkelijkheid, maar om de ervaring van het zichtbare. De functie van de tas als drager is in en door zijn handen niet anders geworden. Hij hergebruikt papieren exemplaren in zijn kunst. Hij recyclet als het ware de tas en geeft het ding een nieuw leven, een ander zijn. Is het eerst een gebruiksartikel, na bewerking is het geworden tot kunstwerk. Nog steeds echter is de tas drager van een boodschap. Zoals het canvas de verf draagt, het papier de tekening, zo draagt de tas de uitdrukking die Van de Wal eraan geeft. Voordat de tas de abstracte afbeelding vormt, vouwt de kunstenaar het papier, lijmt het en beschildert het per object met twee kleuren. Daarbij ligt de nadruk op het handvat. “Wat oorspronkelijk een praktisch detail was, wordt een architectonische vorm, een opening, een kader in het vlak.

    Het heeft iets te vertellen

    Het is afval. Na eerste gebruik meestal al rijp voor de oud-papierbak. Na ondoelmatig hergebruik begint het vaak al te scheuren. De vraag is of Van de Wal gebruikte tassen ter hand neemt, met een geschiedenis, of nieuwe exemplaren waarin nog geen verhaal zit. Een nadere observatie wijst uit dat er gebruikssporen op en aan zitten. Ik zie vouwen en kreukels, maar dat kan ook doordat de kunstenaar er zelf mee aan het werk is geweest. Papier is kwetsbaar en (ver)vormt zich snel door bewerking. Laat ik ervan uitgaan dat er een leven was, een gebruik met ooit een inhoud. Dan heeft het product een verhaal omdat er een toepassing was, ooit. Het heeft iets te vertellen. Er is een geschiedenis, een verleden. Dat verleden wordt door Van de Wal niet veronachtzaamd; hij houdt er rekening mee. Hij maakt de zin echter niet af. Hij begint een nieuwe zin, geeft er andere zin aan. Zet geen punt achter de zin, maar een komma. Overschrijft daarmee in principe het wezen wel. Of is het herschrijven?

    Routekaart voor mijn geest

    Dat werken met papieren tassen staat niet op zichzelf. Het is een lijn die gevolgd is, die ooit begon bij het reliëf van een omgeving aan het landschap voorbij en via van kader, context en samenhang bevrijde vormen – op zoek naar de ultieme vorm, een vorm die niets voorstelt maar alles zegt – uitkomt bij oude kartonnen dozen die inspiratie geven. Van platgevouwen dozen gebruikt hij de vouwlijnen als structuur voor een nieuwe opzet. Ook vouwt hij het volume tot een pakketje waaruit de inhoud is geperst. Laat Van de Wal bij de tassen het handvat figureren als vorm waar het oog op valt, bij de uitgevouwen doos betreft dat de gaten die hij erin laat vallen. Wordt de tas gevormd tot een object dat niet meer herinnert aan de oorspronkelijke vorm, dan is de doos een plattegrond van zichzelf – een routekaart voor mijn geest. De opstaande zijden worden het liggende grondvlak. De ruimte wordt tot vlak, de derde dimensie afgevlakt tot lengte en breedte. Door het karton te kleuren krijgt het een nieuwe maat, niet één die de omvang bepaalt maar één die de hoedanigheid vastlegt. De doos is, uitgevouwen, het bestek van een grondvlak voor de opzet van een ruimtelijk voorwerp. Het gebruik treedt de wereld van de kunst binnen. Is het kunst wanneer de kunstenaar de doos of de tas heeft aangeraakt en hervormd.

    De boekjes die de kunstenaar mij stuurde geven een kleine selectie van werken uit de periode waarin hij zich uitdrukt met dozen en tassen. De indruk is dat hij steeds verder gaat met het loslaten van de werkelijkheid om de ultieme vorm te zoeken. Hoever kan hij gaan om een vorm te creëren die niets voorstelt maar alles zegt? Heeft hij die al gevonden? Kan hij zich al uitdrukken door niets te laten zien, terwijl daarmee alles gezegd is? Het is een interessante evolutie die Van de Wal doormaakt. Waar komt deze ontwikkeling op uit? Ieder jaar maakt hij een boekje met nieuw werk daarin, zo is het plan, om de groei van zijn kunst vast te leggen en te tonen. Ik ben graag toeschouwer en beschouwer. Ik kijk door zijn creaties anders tegen gebruiksvoorwerpen als dozen en papieren tasjes aan. Ik zal deze niet zo snel meer links laten liggen, maar er de aanleiding voor een kunstig object in zien. Hé, is dat niet een Van de Wal? Een kunstwerk zonder titel, dat niets voorstelt maar boekdelen spreekt.

    #06 Wall objects, modest and informal. #07 From function to composition. Kees van de Wal. Uitgave in eigen beheer, februari 2026.

  • Hut in het bos als wijkplaats in de natuur

    Een wondere wereld is het, die ik binnenga in Museum Galerie Heerenveen, op dit moment. Een mysterieus bos betreed ik, een magisch woud. Maar is het wel een boomgaard dat ik zie, een veld met oprijzend gewas. Ik kijk in de donkerte van de duisternis, de nachtelijke uren waarin de betovering van het onzichtbare op een hoogtepunt is. Want er is niets te zien achter de stakerige boomstammen, zo zolang het niet wordt aangelicht. Zo zolang er geen lichtpunt is die de omgeving waarneembaar maakt. Rob Regeer ontsteekt daarom een licht op dat schijnt vanuit een verborgen bron in zijn donkere werken. Is dit het heldere licht van een volle maan of de jager met zaklamp op zoek naar een prooi, jongelui die gedropt zijn en verbeten een uitweg zoeken. Het geeft althans een onwerkelijke sfeer, zet een surrealistische werkelijkheid.

    Yin en yang

    In dat decor spelen oranje stippen een bijrol waar een eenzaam huis de dubieuze hoofdrol krijgt toegeschreven. Die oplichtende punten lijken vuurvliegjes, die het licht van de dag aten om het uit te spuwen in de nacht. Het daglicht klinkt zo door in de nachtelijke duisternis. Yin en yang. Maar het blijken geen puntjes te zijn, maar putjes in de compositie. Wie het werk tot op armlengte nadert ontdekt dat de schildering eigenlijk een reliëf is. De materie ligt dik op het doek. De stammen verheffen zich waarin de putjes verf zich verlagen. De vuurvliegjes blijken kleine klankschalen. Het licht echoot zo geluidloos door het bomenbos.

    Die hoogdruk in de verflaag geeft de sfeer een werkelijk voelbare diepte. Het is geen geschilderd perspectief, maar een opgelegde tastbare derde dimensie. Regeer laat overigens geen vergezicht zien, de omgeving is plat tweedimensionaal weergegeven. Er is geen doorkijk naar een einder. Maar door te werken in beeldverhoging en met zichtverlaging wordt een natuurlijke ruimte gecreëerd. Een vierde dimensie is gemaakt door kleurspeling en lichtverhouding. In deze ruimte komt alles samen, voert het gevoel de boventoon. Is de werkelijkheid abstract, versimpeld de realiteit. In de derde worden vragen gesteld die in de vierde dimensie lijken beantwoord.

    Leeg en onwerkelijk

    Regeer maakt niet zomaar ondefinieerbare platen van de realiteit. De kunstenaar wil mijn verbeelding prikkelen door ongerijmde voorstellingen te maken. Mij op een verkeerd been zetten zodat ik ga nadenken over wat ik zie. Mij ga bezinnen op de actualiteit. Maar eerlijk gezegd zie ik het wereldnieuws en de huidige problemen in het ecosysteem niet terug in zijn betrekkelijke schoonheid. De hut in het bos schept vooral een unheimisch gevoel, maar misschien is dat juist ook wel het moment van bezinnen. Nadenken over hoe leeg en onwerkelijk de werkelijkheid straks zal zijn, wanneer wij niets doen aan de afbraak van de natuur door ons toedoen. Want het bos van Regeer is ontbladerd, zelfs kijk ik wel dwars door stammen heen. De afbraak heeft hij in zijn schilderijen ingezet. En daarin huist de mens in  een gezellig aangelichte sfeer in een huisje midden in het bos. Als een Bijbelse Noach, van God verlaten maar toch zo dicht bij het antwoord op de vraag.

    Regeer verheerlijkt deze verlatenheid door de intieme toevlucht, het huiselijke asiel, meermalen in 24-delig tableau te plaatsen. Voortdurend hetzelfde huis van onder gezien, in een gewijzigde kleurstelling en een helder tot duister licht. De aldoor veranderende weersomstandigheid ter plaatse. Een eenvoudige opzet die zich telkens herhaalt, een weerklinkende sfeer. Diezelfde optrek komt terug in andere hoedanigheid met een meer uitgewerkte omgeving. Maar aldoor blijft het vreemde en vage gevoel. Het is wel een wijkplaats, maar je weet niet wat je kunt verwachten van de inhoud. Wat daarbinnen achter dat verlichte venster zich afspeelt blijft de vraag. Zo stelt Regeer in zijn werk vragen die onbeantwoord blijven. De oplossing moet ik zelf aangeven. Zo zoals dat meestal werkt in en door een kunstwerk. De beschouwer geeft bescheid.

    Ruimtelijke bouwwerken

    Een apart onderdeel in deze opstelling bij Museum Galerie Heerenveen is het plateau met ruimtelijke bouwwerken in MDF. Op klein formaat zijn deze huizen modellen van hutten en kappellen. Onderkomens belangrijk in de omgeving van Kellerjoch in Oostenrijk. Voor Regeer ter inspiratie een geliefde plek. In de bergen en door de bossen. Om de sfeer raak te treffen was het voor hem niet genoeg enkel de omgeving weer te geven op het geschilderde vlak, maar wilde hij ook de ruimte in. Daarvan is het dorp de weerslag. Zijn dorp, het Regeer. Aldus wordt de bezoeker van deze kunstruimte de wereld van Rob Regeer in getrokken. Ervaart de schoonheid die niet schijnt te kloppen. De verbeelding krijgt er de ruimte zich te uiten. Het werk ontroerd op een onbestemde manier. Het past esthetisch juist, maar achter die luister klinkt een duister geluid. Het gebeelde mysterie is onheilspellend.

    Expositie “Into the Woods”. Schilderijen en ruimtelijk werk van Rob Regeer bij Museum Galerie Heerenveen (MUGA), Minckelersstraat 11 in Heerenveen. 24 maart tot en met 5 mei 2024.

  • Het onvoltooide voltooide leven in Museum Galerie Heerenveen

    Een leven is niet volmaakt. Er is altijd wel een rafelrand aan. Op een gebrekkige manier is geluk volmaakt. Een paradox. Gescheurd en afgebroken, gelukkig en compleet. Het wezen kan ondanks alles blijmoedig zijn. Wanneer de een tegen de ander wordt afgezet, het hier tegen het daar, wordt dat gebrek bitter duidelijk. Maar blijft men bij zichzelf, je hebt het toch uiteindelijk alleen met jezelf te doen, dan kan naar omstandigheden dat leven volmaakt zijn. Echter is het niet, meer werkelijk zal het niet worden. Ja, misschien in de Hof van Eden nog voordat de mens wist van goed en kwaad. Echter ook toen was het leven niet volmaakt. Nieuwsgierige hebberigheid speelde de mens parten. De eerste rafelrand werd onomkeerbaar afgestraft. Berouw werd niet beloond. Vergeving was er niet. Het oppermachtige wezen kende geen genade. Eens een dief altijd een dief. Het leven is daarna nooit meer volmaakt te noemen.

    Een leven kan wel voltooid zijn. Althans kan degene die dat leven leidt dat veronderstellen. Wanneer is een leven voltooid en op welk moment stelt men dat vast. In ieder stadium kan voltooiing zijn. Maar wie beslist dat. Net zo dubieus als niemand kan bepalen wat een volmaakt leven is. Je kunt lijden en toch liefhebben, dat is de essentie van het wezen. De persoon in depressie kan het leven op dat moment als voltooid zien, omdat men niet verder kan – het is af, het is klaar, men is er klaar mee. De persoon in diepe ziekte of groot gebrek kan het leven als afgerond zien, omdat men niet verder wil – het is af, het is klaar, men is er klaar mee. Het figuur met lichamelijk of geestelijk gebrek kan het leven volmaakt beleven op dat persoonlijk niveau. Terwijl het bij wijze van spreken normale leven van zichzelf overtuigt is volmaakt te zijn.

    Geschonden en gebroken

    In haar keramische werken probeert Helmie Brugman een antwoord te vinden op welk moment, in welke pose, een mens volmaakt is. Echter dat antwoord is niet eenvoudig vast te stellen. Zij beeldt in haar objecten jonge mensen af, ongerepte lichamen. In lijf en leden kinderen nog. Dat vroege leven wordt door ouderen gezien als volmaakt, althans nog ongeschonden – het moet het leven nog leren. Maar toch zijn de figuren van Brugman in dit stadium ook al geschonden en gebroken. Of zie ik het anders, dat ze nog niet vol gemaakt zijn – nog niet af zijn, dat er nog aan wordt gebouwd, dat het in de groei is. Dat toont Brugman bijvoorbeeld in de installatie “under construction”, op welke manier de schepper te werk gaat in het atelier. Dat de verschillende delen aan elkaar gepast worden. Het bouwwerk in samenstelling een steun in de rug nodig heeft. De installatie is de kraamkamer van de schepping.

    Wat al wel klaar lijkt is het gelaat. De gezichten zijn gevormd met delicate belijning en een tedere oogopslag. Maar de blik kijkt meestentijds langs mij heen. Ik krijg geen werkelijk contact met de figuren. Er is geen communicatie, de personen worden nergens persoonlijk. Ze blijven in zichzelf gekeerd en beleven de onvolmaaktheid als volmaakt. Wel willen ze bekeken worden¸ gezien worden: look at me. Maar alle ogen lijken verlegen afgewend. Slechts een enkel gezicht durft mij recht in het gezicht aan te kijken. Die koppen idealiseren het leven, terwijl de gebroken lijven de maakbaarheid van het zijn in overweging nemen. Afwijkingen ontroeren, terwijl wij onszelf volmaakt willen vormen. Wat een tegenstelling. Met dat contrast werkt Brugman. Dat is haar inspiratie. Ze schijnt haar beelden niet alle met zorg gemaakt te hebben. Maar dat is geenszins het geval, lijkt me. Ze heeft met aandacht juist de vervormingen tijdens het werkproces gestuurd. Om reden haar verhaal van voltooid gebrek te kunnen waarmaken. Te duiden aan mij, aan de bezoeker van de duo-tentoonstelling in Museum Galerie Heerenveen.

    Grotesk verkleinde wereldsmart

    De expositie wordt gecompleteerd met het expressieve werk van Marty Poorter. Zij gaat in haar schilderijen niet voor schoonheid. Het lijden van de mens is meestal ook niet om aan te zien. Afkerig en afkeurend wenden wij onze blikken af. Kwelling is marteling, doodsstrijd geeft geen prettig gezicht. Poorter laat mijn blik echter niet afleiden, door haar manier van afbeelden schept ze aandacht. Door haar portretten wordt de pijn abstract en schijnt het lijden verheerlijkt te worden. De emotionele levendigheid in de schilderijen is echter geen vorm van sadisme, maar meer een teken van zelfkastijding. Een van zich af schrijven, of eigenlijk uit tekenen, het doormaken en doorstaan van een groots aards gebeuren. Grotesk verkleinde wereldsmart. In de portretten van Poorter ligt een veel omvattend lijden verborgen, grootser nog dan de enkele persoon die is afgebeeld. Kinderlijk volwassen probeert ze in de werken die omvangrijke kommer en kwel te doorgronden. Want juist in onschuld schuilt het ware weten, het onderkennen van het ongrijpbare, het onbegrijpelijke. Je kunt liefhebben en toch lijden, dat is leven!

    Die onschuld ligt vooral besloten in het afbeelden van dieren. De honden vooral zijn aangewezen op onze wil en geweten. Hen treft geen blaam. De enige schuldenlast die ze kunnen hebben is door de mens hen in gegeven, omdat het dier op de mens is aangewezen, afhankelijk is. Door deze figuren in haar werk in te brengen raakt de betekenis ervan figuurlijk gelaagd. Fysiek is het gelaagd door beschilderd karton en papier op het linnen te plakken. Wel vast te plakken met schildertape. Het maakt het werk een dimensie levendiger en meer speels waardoor de boodschap in feite minder hard aankomt. De enkele getoonde droge naald etsen duiden nog krachtiger dat verhaal van pijn en lijden.

    Zo is het plaatje rond. Met de onvoltooide voltooide werken van Helmie Brugman en de expressionistisch abstracte schilderijen van Marty Poorter. Het is geen prettig onderwerp waar beide kunstenaars zich over buigen. Maar de manier waarop het is verbeeld raakt het de emotie. Zet het aan tot nadenken, overdenken, beschouwen. Omdat liefhebben en lijden leven is.

    Expositie “Liefhebben en lijden is leven”, ruimtelijke werken van Helmie Brugman en schilderijen en grafiek van Marty Poorter. Bij Museum Galerie Heerenveen, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Van 8 oktober tot en met 19 november 2023.

  • Een uitgave om de kunst beeldend te boekstaven

    Na 30 werkzame jaren in de kunst heeft Simon Oud zijn werken op een rij gezet. En hij ziet dat het goed is. Dat hij beeld heeft gegeven aan zijn beleving, zijn gevoel. Hij maakt van die drie decennia een boek. Om als portfolio te kunnen laten zien wat hij kan, wie hij is. Want Simon is zijn kunst. Blader ik door het boek dan maak ik kennis met hem, kruip ik onder zijn huid. Het is mooi vormgegeven, dat boek. Op het omslag een kleine vrijstaande woning aan de vaart, omringd door kale bomen en een horizon in nevel. Een kleurloze opname als een kleurrijke herinnering, een aandenken aan zijn jonge jaren in het West-Friese Bovenkarspel. Op de achterkant van het in hard kaft gebonden boek een vertaling van die plek in een ruimtelijk object. Met veel aandacht is de uitgave samengesteld, op eendere manier zoals Simon Oud zijn werk benadert en construeert.

    Kunstduizendpoot Alex de Vries schrijft er een heldere biografie in als voorwoord. Een inleiding op het werk dat zich veelkleurig in vorm en afbeelding de toon zet op de pagina’s daarna. Dat zijn jeugd vroeger zijn kunst later vormt. Dat de manier van vormgeven besloten ligt in de streek waar hij opgroeit. In zijn kunst, die eerst na tegengestelde omzwervingen in werk en leven tot stand komt, is het polderlandschap en zijn vaders tuinbouwbedrijf te herkennen. Oud omsluit erin de weidsheid van de omgeving. De ruimte in een notendop.

    Kavels

    Zijn werk kwam ik eerder tegen in Jubbega bij Kunstlokaal No.8 in een duo-tentoonstelling. De Vries geeft in zijn voorwoord van het oeuvreboek al een duidelijk zicht op kunst en kunstenaar. Maar ik vul dit hier aan met mijn ervaring met het beeldend werk van Simon Oud.

    “Tijdens een eerste tentoonstelling in het kunstlokaal in Jubbega liet Simon Oud zijn “kavels” schakelen aan de contouren van tere huizen uit betonijzer van mede exposant Wieke Terpstra. De platte vlakken worden ruimtelijk, in beweging en tegenbeweging, en ogen als de grondvesten, het fundament, voor de blootgelegde kwetsbare binnenruimten. Dat was toen, in 2011. Nu, in 2015, laat het werk van Simon Oud zich uitstekend en misschien nog wel beter relateren aan dat van Ton van Kints.

    Simon Oud, Kunstlokaal No.8

    Ogen Ouds driedimensionale composities nog steeds als de eerste frivole variaties op de kubus, ze ontstijgen ditmaal wel de gebogen vormen van dikke lappen grond. Die buigingen naar en in de ruimte bezitten nog wel de getoonde drones, maar het andere werk is een spel van vlak en lijn – allesbehalve recht toe recht aan. Uit zink en messing laat Oud zijn plastieken optrekken en neerzetten. De vormen bestaan onzichtbaar al in de ruimte, ongezien om door deze kunstenaar zichtbaar gemaakt te worden. De abstracte volumes zet hij neer om de gedachte ruimten. De regelmatige driehoeken, vierkanten en veelhoeken omsluiten onregelmatig inhouden. De vlakken samen gesmeed tot hoekige en scherp gerande maar aangenaam ogende objecten. Stalen diamanten hebben vele facetten en schitteren metaal dof. Geen edelmetaal derhalve, maar poogt dat wel te zijn.

    In de vingers van Oud kan een kubus gaan dansen omdat de vlakken tegen elkaar schuren in een spontane houding. Dat regelmatige veelvlak wordt een onregelmatig platonisch lichaam waarin figuren zich spiegelen. Een mathematische kunstbeschouwing. Het spel van reflecteren, draaien en verschuiven maakt de vorm tot lastig in een enkele blik te vatten volume. Er langs en omheen gaand valt het licht in gewijzigde samenstelling langs de beeldvlakken. Zo blijven de plompe voorstellingen speels in houding en uitstraling. Het vormonderzoek van Oud kent daarbij geen zichtbare grenzen.”

    Simon Oud, atelier

    De rechtlijnigheid van de poldersloten die door de akkers trekken, de scheefgezakte bebouwing door hergebruik van materialen; het maakt al vroeg indruk op de jonge Simon. Hij zal deze elementen later gebruiken in zijn meetkundige objecten, zijn kijk op ruimtelijk werk. Vrijwel geen enkele lijn staat haaks op de ander, ieder vlak is nergens kantig. De samenstellingen ademen de tijd. En begrenzen de ruimte. Zowel in zichzelf als de plek waar het is neergezet of waar het hangt. De inspiratie, de aanzet voor de opzet, ligt in de omgeving maar ook in het gereedschap, de werktuigen en de voertuigen op het land. Deze oprijzende elementen zijn disharmonie in de landelijke compositie.

    Onderweg door het leven

    Het bedrijf van vader Oud, het telen van gewassen in kassen en op de volle grond, waar Simon al vroeg in zijn vrije uren van school aan het werk wordt gezet. Het polijsten van ploegijzer en eg-metaal biologeert hem, in zijn kunst later maakt hij van die handvaardigheid gebruik door de soldeerlijnen af te vlakken. De scherpte uit zijn werk te halen, de objecten uit hun verband.

    Onderweg door het leven, op weg in stad en over land, heeft Simon Oud een scherp oog voor onbedoeld merkwaardige opstellingen en inrichtingen. Lukraak door mensen neergezet afgedankt materiaal of getrokken wegmarkeringen. Zijn cameralens staat er open voor. Het is grondstof voor zijn objecten. Maar daarnaast zijn de foto’s ook autonome beelden. Ze gaan mee in het boek en leggen een relatie met de ernaast afgebeelde objecten. Zo is de beeldtaal van Oud eenduidig. In zijn eigen werk en met het oog voor wat anderen van het straatbeeld maken. Niets wordt daarbij door Simon zelf geënsceneerd. Hij komt het aldus tegen, ziet het zo en legt het vast. Waar anderen aan voorbij lopen.

    Simon Oud

    Zo kun je ook makkelijk aan de kunst van Oud voorbij gaan, omdat het eenvoudig in het leven past, er simpelweg bij hoort, onlosmakelijk. Dat is meteen ook de kracht van het werk. Uit het leven voortgekomen past het zich eraan aan. Het hoort er bij, automatisch. Het is de as waarom het wiel kan draaien. Niet zichtbaar of ongezien, maar toch een sterkte waardoor er beweging blijft.

    De objecten ontstaan intuïtief. Oud maakt geen schetsen of modellen om de te beschouwen ruimte op voorhand in de vingers te krijgen. Hij stapelt de vlakken alsof ze op die manier in natuurlijke harmonie al aanwezig zijn. “Het beeld komt tot stand door het zoekend te bouwen en objectmatig van buiten naar binnen te werken”, schrijft Alex de Vries onder meer in zijn voorwoord. “Hij vormt direct uit plaatmateriaal dat per beeld een andere weerstand biedt en daardoor tot een specifieke vorm leidt.

    Simon Oud

    In het boek kan ik het werk van Simon Oud door de jaren van ontstaan volgen. De groei van zijn objecten van geposeerde onderdelen van gereedschap en elementen uit de omgeving tot ongedwongen platte volumes. Ruimten die geen inhoud hebben, slechts de sfeer een omtrek geven. De monumentale gedachte is versimpeld tot een vlak met enkel lengte en breedte. Het bepaalt de bewegingsvrijheid van de plek die het inneemt als geheel en de ruimte er omheen. Hij stelt daarmee dus niet het object centraal, maar de ruimte waarin het zich bevindt op dat moment. De Vries schrijft enkele alinea’s verder: “Waar de foto’s van Simon Oud een beeldend dagboek vormen, schragen de sculpturen die hij maakt (…) zijn denken.”

    SIMON OUD, 30 jaar kunstenaar. Uitgeverij De Zwaluw, 2021.

    Simon Oud, Uitgeverij de Zwaluw

  • Onzijdige figuurtjes in klare lijn en strakke vorm

    In februari van dit jaar zag ik zijn werk voor het eerst. Het stemde me vrolijk in de lastige tijd waarin we toen zaten. De sociale armoede, het thuis werken, geen contact maken. Het bericht kwam binnen in mijn mailbox bij Museum Belvédère. De deuren van de tentoonstellingszalen bleven voor publiek daar steeds maar gesloten en er was op dat moment nog geen zicht op verbetering van die situatie. De kunstwerken die we als museum zo graag tonen bleven ontoonbaar. Hij, de kunstenaar waarvan ik de mail met bijlagen ontving, stelde ons – dat is het museum – de vraag naar zijn werk te kijken. Misschien dat dit werk eens kon worden getoond bij ons in het museum. Maar hoe knap gemaakt ook, met een grote dosis creativiteit, sluit het niet aan bij wat Belvédère aan kunst wil laten zien. Hoewel conservator Han Steenbruggen wel houdt van uitstapjes, het naast de museaal gebaande wegen lopen.

    Tomas Schats

    De ontvangen portfolio werd in het archief opgeslagen en deze digitale map met werken raakte vervolgens buiten beeld. Ik maakte daarop mijn laatste maanden vol bij het museum als collectiebeheerder en ging in mei met pensioen. Er kwam voor mij meer tijd om over kunst en kunstenaars na te denken. Om over literatuur, poëzie en auteurs te schrijven. Maar het werk van Tomas Schats bleef in de virtuele la liggen. Bekeken, maar onaangeroerd.

    Wonderlijke beeldtaal

    Totdat ik zijn naam voorbij zag komen in een Facebookpost van online vriend Jaap Rodrigues Pereira. Jaap is kunstverzamelaar en heeft onder meer werk van Olphaert den Otter in zijn bezit. Dat werk was onlangs te zien in Museum Belvédère, vandaar deze organische link. Pereira ziet Schats bij Object Rotterdam, een pop-up platform voor limited editions. Hij deelt deze ontmoeting met de wereld, dus ook met mij. Mijn blik ving opeens weer die wonderlijke, maar desondanks doodnormale, beeldtaal van Tomas Schats. In februari had ik al het plan opgevat er iets mee te doen, maar toen is het er niet van gekomen. Dus mijn digitale archief doorgespit en daaruit de email met bijlagen van Schats opgediept.

    Tomas Schats

    Tomas Schats maakt ruimtelijke cartoons in epoxy en foam, in beperkte oplage. Witte beelden met figuurtjes die een woord uitbeelden. Zo zou je de creatieve ingevingen kunnen omschrijven. Het is stoeien met taal om vervolgens te spelen met beelden. In zijn portfolio vind ik een steeksleutelhuis, een krabberhuis, een tanktube, een tocht-zolder en een beitelbad. En welke gedachte het woord duidt, zo is het beeld in de ruimte gezet. Een figuurtje duwt een documentmap, vormgegeven als een huis met drie verdiepingen, tussen twee huisblokken in “Multomap”. Een vader zwaait zijn kind aan de armen rond in “Draaiman”, het object kan zich in beweging zetten. Dat is ook het geval bij het genoemde “Tocht-zolder” waarbij een figuurtje uit het geopende raam hangt en de lange haren verwaaien. Het “Blaasbalghuis” heeft een dak als een omgekeerd geopend boek, aan weerszijden duwen figuurtjes lucht door de schoorsteen.

    Kantig en strak

    De figuren van Tomas Schats zijn niet meer dan ledenpoppen zonder uitdrukking, nodig om een handeling te duiden. Bezoek ik zijn website zie ik meer van deze mannetjes dartelen over en met gebruiksvoorwerpen. Kantig en strak, wiskundig helder uitgelijnd, in witte vlakken opgezet voor duidelijke en eenvoudige zeggingskracht. De kracht van een ruimtelijk pictogram. Verstild, bevroren in de activiteit. Zo zodat ik wacht op de finale klap, de hoogste zwaai, een uitgeknepen tube.

    Als illustrator zet hij de ruimtelijke beelden om op papier. Of zal het net andersom zijn, dat wat in enkele lijnen op papier staat de ruimte kan halen. De tekeningen hebben meer details en onderdelen om een situatie duidelijk te maken. Het is beeldtaal bij geschreven woord, want een plaat zegt veelal meer dan tekst. Het kan iets meer begrijpelijk maken, maar het kan ook een humoristische kijk geven op de realiteit. Een beeldgrap, een cartoon. De stripachtige tekeningen, heldere overzichtelijke plaatjes in een strakke lijnvoering, spreken gestileerd in klare lijn en primaire kleur een duidelijke taal. Tekeningen met contourlijnen met vlakke kleuren ingevuld: what you see is what you get. De kunst van het weglaten. Even ter zake raak als de objecten dat ook zijn. Zijn deze objecten weergaven van het vrije werk, de illustraties duiden reacties op door een ander geschreven verhaal. Als illustratie bij, of beter commentaar op de tekst. Maar het plaatje kan heel goed spreken zonder woorden.

    Toegankelijk werk

    Schats heeft een vorm gevonden die aanspreekt. Die niet op het verkeerde been zet, omdat het meer dan duidelijk is. Met humor zodat het opvrolijkt en steeds weer een glimlach rond de mond zet. De woordgrappen zijn en de beeldhumor is telkens scherpzinnig gevonden. Het laat je anders naar de normaal geachte dingen en zaken kijken. In mijn bezem zie ik ook ineens een mannetje zitten. En in mijn boekenkast kan ook zomaar een figuurtje opduiken. Schats kan zowel vlak als ruimtelijk denken. Dat maakt zijn werk toegankelijk. Hij kijkt om de voorwerpen heen en ziet er ineens een handeling in, een actie die wezensvreemd is aan het ding. Want zulke kleine onpersoonlijke figuurtjes bestaan natuurlijk alleen maar in beeldschrift. Anoniem en gestript van detaillering, emotieloos en onzijdig. Bij Schats zijn ze gaan leven in de derde dimensie. En kunnen zelfs soms daadwerkelijk in beweging komen, de actie maken.

    Tomas Schats

    Voor het serieuze Museum Belvédère bleek de humor een te hoge drempel, hoewel er vorig jaar wel een tentoonstelling kon zijn van het werk van tekenaar Joost Swarte in combinatie met dat van illustrator Martin Jarrie. De strip neemt de kunst op de korrel. Het werk van Schats komt uit de schaduw van dat van nestor Swarte. Met een even gemoedelijke kijk op de omgeving. Het maakt de kunst een stukje leuker.

    Werk van Tomas Schats is binnenkort te zien bij Galerie With Tsjalling in Groningen. Pun intended van 28 augustus t/m 2 oktober 2021. Website: tomasschats.nl

  • Emotie in ‘TANK’ en de illusie van ‘ROOM’

    Ze zou graag in zijn hoofd zitten. Of beter nog, met hem in zijn hoofd. Om samen te kunnen beleven wat hij doormaakt, als vader en dochter. Samen herinneringen te laten ontstaan, omdat van veel afscheid genomen moet worden. Een jaar lang maakte Monique Vogelsang, elke week na een wandeling, een fotoportret van haar vader Wim. Hij heeft alzheimer en ze wilde de veranderingen in zijn ‘zijn’ vastleggen. Deze registratie is nu te zien in een diareeks bij melklokaal, op de verdieping in TANK.

    Afwezige ogen

    Het is een emotioneel document. Als bezoeker van de ruimte beschouw ik de man die zichzelf allang niet meer herkent. Ik herken in de trekken wel de oude Wim, de pottenbakker, de musicus. Zijn blik staat vaak op oneindig. Wat speelt er achter die afwezige ogen. Wat gaat er in hem om, wat denkt hij, wat voelt hij. Zelden staat het gezicht op serieus, meestal is er de humor in de mimiek. Want hij herkent zijn dochter in de fotograaf. En trekt een grimas, hij ziet de lol in van het contact. Achter de glimlach gaat echter een trieste man schuil. Op het laatst wordt die lach bijna een grimlach.

    Mentaal landschap

    Dochter Monique probeert door te dringen tot de essentie van haar vader Wim. Zij wil zijn gelaatsuitdrukking en lichaamstaal lezen om hem te kunnen begrijpen en helpen door de wereld te navigeren. “Zo werd de reeks van 52 portretten een soort cartografie van gevoelens, een mentaal landschap”, schrijft ze daarover. “Sensaties, waarnemingen en herinneringen zijn belangrijke onderdelen van de puzzel van het bewustzijn.” Met de presentatie gaat de dochter terug in de tijd van haar vader. De cadans van de diaprojector is als een hartslag. De hartslag van dat leven.

    Model van de geest

    En in de ruimte ernaast, de eigenlijke TANK van melklokaal, ligt een wit hoofd. Een stalen frame omwonden met wit golfkarton. Waar de oren zitten kleeft groen gaas en grijze watten tegen de blanke vorm. Verzamelde alledaagse materialen die symbool staan voor verdriet, slijtage en bescherming. Het is een model van de geest, waar zij zelf in kan kruipen. Op de van die actie gemaakte foto’s zie ik een kopvoeter zoals kinderen die tekenen. De grote kop slokt bijna het hele figuur op. Zo is de dochter in het hoofd van vader gekropen. Want tijdens de wandelingen en de fotosessies heeft die vader deze dochter daadwerkelijk, voor een deel, meegenomen in zijn hoofd. Een waardevolle registratie, derhalve.

    Ordening uit elkaar getrokken

    Helemaal in beslag genomen door deze emotionele presentatie loop ik nietsvermoedend de andere ruimte op deze verdieping in, ROOM. Door een kort luid geraas en gepiep van draad over metaal sta ik met mijn beide benen weer op de krakende grond. In Grids heeft kunstenaar Art van Triest de menselijke neiging om onze fundamentele angst en onzekerheid te bezweren met ordening en systeem centraal gezet. We willen controle hebben en houden over ons leven, de maatschappij. Daarom stoppen we alles in vakjes en ontlenen houvast aan hokjes. Deze stapelingen om de werkelijkheid in te kaderen geeft ons de illusie van controle. Want natuurlijk laat niets zich in een stramien duwen, laat weinig zich categoriseren en structureren. Van Triest laat dat zien door metalen lijnen van draaddozen te vervormen. De ordening wordt uit elkaar getrokken. Of een houten structuur krijgt brandschade, omdat niet achter iedere wolk de zon schijnt. Het beheersen is een farce, onecht, kunstmatig gemaakt. Het latwerk in het centrum van de ruimte kan zich vervormen en hervormen. Dat gebeurt mechanisch met intervallen. Een automatische performance. Loop ik rond en de ruimte weer uit, tref ik op een voetstuk een raster aan waartegen een bijl geleund staat. Als monument voor het waanbeeld van de krampachtige beheersing der dingen.

    Presentatie “In your head” van Monique Vogelsang en “Grids” van Art van Triest bij melklokaal, Heremaweg 20-1 in Heerenveen. Tot en met 11 juli 2021.

  • Vergane glorie glorieus in de tijd verzet

    Op het eerste gezicht heb ik het niet eens door, maar beeldvormer Akmar is bezig met groeien, bloeien en vergaan. Eigenlijk zie ik alleen het laatste, het vergaan. Hoewel. Wanneer ik over de drempel van melklokaal stap, want daar laat Akmar haar werk zien, kruist eerst een rij panelen aan de wand mijn blik. Deze dibond platen zijn meest egaal donker van kleur en hebben om en om een reliëf of zijn zuiver mat. Het betreft een tiental kleuren van olieverf en acryl tot pastel met zakelijke namen als Winsor and Newton, Van Bleiswijk Holland en Daler Rowney/Georgian. De installatie heeft als titel CCC – Community of Commercial Colors. Een verzameling tinten dus die in samenhang zijn, een communiteit vormen. Een geheel van eenheden, even goed als eenlingen verder kunnen maar toch overeenkomst in aanzien hebben.

    Akmar, melklokaal

    Deze groep heeft een ander karakter dan de berg oude beeldschermen die ik vervolgens aantref. Akmar heeft van allerlei markten en milieustraten 18 Fujitsu LDC schermen verzameld, en een glasbak vol vazen. Zo neem ik aan, maar wanneer ik het van galeriehouder Albert Oost meegekregen losbladige boekje lees blijkt dat ze alle van een Duits kantoorpand zijn. Op verschillende manieren vergeeld door hun diverse stand ten opzichte van lichtval door de ramen. Tussen de noodzakelijke snoeren en stekkerdozen is een installatie opgebouwd met de naam Vanitas. Noodzakelijk, want ieder beeldscherm toont een bewegend beeld. Het lijkt me een stilleven als gedenkplek voor de consumptiemaatschappij. Echter, een stilleven is het niet werkelijk.

    Digitale technologie

    Op de schermen zijn video’s te zien, de in een loop draaien. Vooral bloemen en planten in een gemanipuleerde natuur. Ik word om deze tuin geleid, waar bloempixels om hun as draaien of juist heel scherp en in hoge resolutie te zien zijn. Het is een installatie met veel symbolische ingangen. De beeldschermen zijn hedendaagse digitale bloemvazen, terwijl de lege glazen vazen doen denken aan toen die tijd waarin bloemen nog insecten aantrokken op hun kleur en geur. De kluwen van kabels en draden zijn de grillige takken van verwilderd struikgewas. De videobeelden laten de ontwikkeling van de digitale technologie zien. Van de ruwe pixels in het ms-dos tijdperk tot het ragfijne HR in de 21e eeuw.

    Akmar, melklokaal

    Hierin merk ik dan de groei, de bloei en het vergaan op. In de tijd gezien maakt ieder wezen en elk ding deze drie stadia door. Alles is vergankelijk, van geboorte naar kind en via volwassene tot de dood. Van zaad tot plant en via bloemknop tot verdorring. Maar soms wordt die tijdelijkheid tot kunst verheven. De kunst van de ijdelheid, een tweede leven. Junkyart, readymade of art trouvé zo de lezer wil. Gevonden objecten, die klaar zijn opgetild te worden, verheven in de tijd.

    IJdelheid van de roem

    De marmeren voetstukken van prijsbekers worden gestapeld tot een obelisk. Een gedenknaald voor naamloze winnaars, want de trofeeën worden roemloos te koop aangeboden of liggen vergeten op de vaalt. De koperen plaatjes geven enkel nog de kampioenschappen en jaartallen aan. De ijdelheid van de roem.

    Oud schuurpapier toont intensief gebruik, de vellen kunnen zo geplakt op plexi-glas de kunst in. De sporen van schaven en schuren is een verhaal op zich. Tot op zekere hoogte bestand tegen het vergaan in de tijd, toch moet het dit op een gegeven moment opgeven. Dit verlies, dat vergaan, wordt tot surrogaat schildering. Een vervreemdend kunstwerk.

    Akmar, melklokaal

    Naar de letter is alle werk van Akmar dat in melklokaal te zien is vervreemdend van aard, maar betoverd wel de blik. Vooral Vanitas, omdat daar de groei en bloei gracieus over de beeldschermen zwiert en je niet beseft dat het vergaan hierin een rol speelt. “Old News” is dat ook, want opgebouwd uit zes weken aan krantenpapier waarbij de drukinkt het dikke reliëf zwart kleurt. Nauwelijks opgemerkt wordt “Wanda”, in een hoek van de galerie een op de wand geplakte cirkel van menselijk haar. Alles ademt transformatie. Het boekje laat meer ijdelheid zien, vergane glorie. In de tijd – of eigenlijk door de vingers van Akmar – anders geworden dan dat het daarvoor was of is geweest. Maar welke is de waarheid, wat is de werkelijkheid. Ieder jaar geeft een nieuw beeld, elk decennium een andere voorstelling, een vorige eeuw een volgend aanzicht. De tijd van gisteren echoot in het ogenblik van vandaag, vroeger weerklinkt in morgen.

    Tentoonstelling ECHO, de kunst van Akmar bij melklokaal tentoonstellingsruimte voor hedendaagse kunst, Heremaweg 20-1 in Heerenveen. Tot en met 30 mei.