Zie ik een werk van Ton Slits, is het alsof ik in de spiegel kijk. Zie ik mezelf, althans mijn reactie in mijn brein op waar ik naar kijk. Vooral veel schilderijen in zijn oeuvre lijken zelfportretten in de zin van dat ik daarop ben afgebeeld. Niet in het bijzonder mijn individuele persoon, eerder de letterlijke kijker die figuurlijk zichzelf ziet. Geen traditioneel portret als het beeld van een gezicht met ogen, neus en mond, een uitdrukking. Maar wel een fysieke wezenlijkheid; de abstractie van lijnen en cirkels geven werkelijk een realiteit aan. De werkelijkheid die achter dat tastbare portret schuilt. Of eigenlijk in dat portret huist, en profil of en face. Het beeldt de emotie uit en af die mijn geest ondergaat wanneer ik een kunstwerk beschouw. Ofwel in klare taal zijn het de signalen die de hersenzenuwen afgeven om mijn ogen te focussen, mijn mond van verbazing te openen, mijn voeten te verzetten om hetgeen ik zie van dichtbij te benaderen. Het zijn hersensignalen die Slits in verf heeft gedigitaliseerd. Ik zie mijn gedachte geschilderd op doek. Oorzaak en gevolg, het kunstwerk en mijn reactie.
Blader ik het boek “Geheel en al – Voll und ganz” door zie ik meer dan alleen cirkels verbonden door lijnen. Mijn neuronen zijn volop in beweging wanneer ik de illustraties bij de teksten bekijk. Gedachtenpatronen krijgen beeld, mijn hersenkronkels hebben figuur. Op meerdere manieren probeert Slits een vinger achter het bestaan te krijgen. Zelfs door het zijn te breken, het te doorboren om het te bevatten. De kaft en meerdere bladen in het boek zijn geperforeerd met gaten in verschillende maten. Het geeft een wondere kijk op de dingen die in het boek aan de orde komen om het werk en de ideeën van Slits te duiden. Anderen doen dat voor hem, hij licht zichzelf toe. In de veertig jaren die de uitgave als oeuvre op rij zet heeft de kunstenaar naar eigen zeggen telkens weer de nietigheid van ons bestaan tegenover de onmetelijke grootsheid van het heelal verbeeld. “Verkennend, beweeg ik in picturale zin nadrukkelijk tussen overzicht en inzicht.”

Persoonlijke kijk op zijn leven en werk
Grootmoedig en geïnspireerd is hij steeds benieuwd naar de ‘volgende laag’, een nieuwe ontdekking. Dat verklaart de gaten, het geeft letterlijk en figuurlijk lucht aan zijn bestaan. Door ieder gat ontdekt hij het ontstaan van het bestaan, zijn wezen. De leegte, want het gat is niets, vult Slits op met nieuwe inzichten die het zijn toelichten. Het niets wordt iets en heeft aantrekkingskracht. Het gat verleidt en absorbeert mijn aandacht, zoals het zwarte gat in het heelal alles opslokt wat in de buurt komt. Het geeft een veranderende kijk en anders-soortige beleving van perspectief en ruimte. “Alsof ik boven de wereld zweef en naar beneden kijk of op de rug lig en naar boven kijk naar een onmetelijke ruimte.”
Ton Slits weet vijf auteurs uit Nederland, Duitsland en België te strikken om vanuit verschillende invalshoeken een persoonlijke kijk op zijn leven en werk te geven. Het geeft de lezer, naast het kijken naar de foto’s, een dwarsdoorsnede van de kunstenaar en zijn kunst. Om de schepper achter de scheppingen te kennen, de creator te doorgronden, de creaties te begrijpen. De achtergrond van zijn wezen is van belang om het zijn op de voorgrond te krijgen. De beelden die hij door de jaren heen heeft opgedaan beklijven dubbelzinnig in zijn werk. Voor hem duidelijk, voor de beschouwer een zoektocht. Slits neemt mij mee bij zijn zoekend scherpen van de zintuigen, zijn nieuwsgierigheid naar en het oog hebben voor het nog niet zichtbare – het achterliggende en het onderliggende – probeert hij mij te wijzen. Hij maakt openingen en doorkijken om mij de getransformeerde realiteit te duiden. Stilteplekken noemt Arno Kramer de gaten. “Afwezigheid maakt aanwezigheid.”

Het boek laat de groei zien van zijn kunst. Natuurlijk is hij in het begin op zoek naar de betere voorstelling van zijn eigenheid. Voordat hij de vorm in de vingers heeft probeert en onderzoekt Slits landschappen, luchten, bomen, takken en wortelstelsels. Figuratief en abstract. Ook dan al in dat vroege stadium ontdekt hij in de natuur dat alles met elkaar verbonden is, zichtbaar en onzichtbaar. Overal lopen lijnen en vormen zich relaties. Alom zijn lijnen tussen modellen te trekken om nieuwe patronen en constellaties te laten ontstaan. Configuraties als sterrenbeelden van het bestaan. Bezie de hemel en ken de aarde, bekijk Slits werk en weet het leven.
De koppen en het brein
De inspiratie lijkt verwarring te brengen, het leven en de natuur kunnen wanordelijk zijn. In zijn werk bezweert Slits die chaos door regelmatige constructies te bouwen. Regelmatig komen onregelmatige vormen terug. Wat het hoofd van een mens lijkt staat figuurlijk onder druk van prikkels, invloeden van buitenaf. Ook wordt het denkbeeld, de gedachtevorm, wel omgeven door letters en cijfers. Als duiding van een mening, de stelling gespijkerd. “Zoals bekend wordt het interpreteren van een beeld pas mogelijk door de context die het beeld zelf aanlevert”, schrijft Frank-Thorsten Moll. “Een woord in een schilderij wordt om die reden normaal gesproken begrepen als de eenvoudigste sleutel voor het werk.” Wie de taal van het beeld niet meteen begrijpt krijgt woorden aangereikt om de deur tot begrip te openen. Maar ook dan kan het werk nog onbegrijpelijk lijken, onaantastbaar, niet te vatten.

Naast de koppen en het brein uit Ton Slits zich in meerdere beeldende onderwerpen en uitgewerkte thema’s. Constructief zet hij zijn creaties op de drager, of hangt deze als bij installaties aan het plafond of plakt ze tegen de wand. Het nauwgezet tekenen van grote en kleine geometrische patronen én het spontaan opbrengen van lagen verf wisselen elkaar contrastrijk en speels af, lees ik in de bijdrage van Rick Vercauteren. Vercauteren beschrijft de ontwikkeling in het werk van Ton Slits, duidt zijn voortgang van een traditionele schilderstijl via de beeldmerken van het leven naar een spel met het zijn. Daarbij keren de cirkels en gaten, de relaties en lagen, voortdurend terug als een rode draad door het oeuvre. Het samengaan van de klassieke schilderkunst en details genomen uit een nieuw medium als het videospel geeft Slits de eigenheid waarnaar hij zocht.
“Geheel en al – Voll und ganz” toont flagrant de persoonlijkheid van Ton Slits in de kunst. Het ontwerp van de uitgave is even authentiek als zijn tekenen en schilderen dat zijn, het knippen en plakken van beelden uit het leven dat is. De kunstenaar plakt een vignet op het bestaan, geeft het een kenmerk waardoor het zijn herkenbaar is. Meestal duidelijk sprekend en anderszins nodigt het uit dieper in de materie te duiken. Het eenvoudige kijken wordt op de proef gesteld omdat een eerste vluchtige blik geen uitkomst biedt. Past hij in de nieuwe figuratie? Heeft hij gekeken naar de neo-metafysische kunst? Wel is meteen duidelijk dat hij op een eenzame plaats staat, een eigen vakje heeft. Het is geheel en al Ton Slits.
Geheel en al – Voll und ganz. Ton Slits. 1984 – 2024. Teksten: Ton Slits, Peter Pluijmen, Arno Kramer, Vera Hilger, Frank-Thorsten Moll, Rick Vercauteren. Uitgave in eigen beheer, 2024.


