In het boek “Getekend voor gesprek” legt schrijver en kunstenaar Bert Hemsteede zijn ziel en zaligheid open en bloot op tafel. Zijn herinnering aan het als kind ondergaan van seksueel misbruik steekt hij niet onder stoelen of banken. Het relaas, een verhaal over zijn eigenste ik, publiceert hij om psychische kwetsbaarheid bespreekbaar te maken. Om anderen ermee te helpen en zichzelf bij zijn herstel tot steun te zijn. “Herstel is voor mij de goede omgang met datgene wat nu eenmaal onherstelbaar is.” Aandachtig lees ik zijn teksten en bekijk ik de tekeningen waarover gesproken kan worden. Met enige schroom zet ik mij tot het schrijven van een beschouwing over deze uitgave die in samenwerking met uitgeverij Philip Elchers op tafel ligt. Want hoe kan ik oordelen over wat iemand vanuit zijn gevoel op papier heeft gezet. Daarom laat ik in mijn beschouwing hem regelmatig zelf aan het woord. Het is een emotioneel relaas dat de lezer in het hoofd gaat zitten. Ik kom er maar moeilijk van los.
De uitgave behelst gebundeld werkstukken voorzien van dagboekaantekeningen. Voor zichzelf om uit de impasse van het verleden te komen. Voor mij om het leed en de therapeutische handelingen daarop te begrijpen. Voor de ander die eenzelfde ervaring kan schrijven een steun in de rug te geven.

“Schaamte en schuldgevoel zijn niet hetzelfde”
Als kunstenaar heeft Hemsteede een streepje voor, want hij kan door deze gave naast het verwoorden de kwetsbaarheid verbeelden. Hij kan het misbruik van zich afschrijven door de dader te benoemen. Maar heeft nog meer baat bij het verwerken door het misbruik een gezicht te geven, de dader uit zijn herinnering profiel te geven.
Door de traumatiserende handelingen die een oudere Duitse man, de kennis van de buren, in de jeugdige jaren van Bert heef uitgevoerd raakt hij later met zichzelf in de knoop. Om in de wirwar van gedachten de Bert weer te vinden die hij was heeft hij therapie nodig. Hulp om al pratende uit het harnas van schaamte en schuldgevoel te komen. “Schaamte en schuldgevoel zijn niet hetzelfde. Ik voelde me schuldig over het misbruikt worden. Maar schaamte is iets anders, dat gaat verder. Het gaat niet over iets wat ik deed, maar het gaat over mijn zijn, over wie ik ben.”

De zwarte bladzij van zijn leven
De uitgave “Getekend voor gesprek” is de neerslag van gesprekken met hulpverleners. En zijn gedachten over het reinigen van zichzelf door middel van de therapie. Het gaat diep en ik als lezer ga met hem door dalen, ben getuige van zijn moeiten. Want Hemsteede stelt zich wel breekbaar op, maar laat niet het achterste van zijn tong zien. De therapeuten zien wel zijn kleinste zelf, maar voor mij houdt hij zich toch min of meer groot – hoewel ik tussen de regels door lezende hem met één vinger zo kan omdrukken. Aan het eind van het boek, na de beschrijving van de gevolgde therapie beschrijft hij zichzelf. Doet een boekje open over wie hij is en wat hij voelt. Een lange lijst met zinnen die steeds beginnen met het woordje ‘ik’. Ik heb, ik doe, ik ben, ik geef, ik denk. (ik voel niks). De lijst eindigt niet, maar vervaagt. Lijkt dus eindeloos door te gaan, maar vervaagt in de herinnering.
Net voor het midden van het boek laat Hemsteede een pagina egaal zwart. Het is letterlijk de zwarte bladzij van zijn leven. Het verhaal in het boek namelijk vertelt het zijn, althans dat zijn wat door die ander bevlekt is. Zo zitten in de tekeningen en collages meerdere beeldende verwijzingen. Talloze symbolen om het leed omfloerst in uit te drukken. Wanneer het niet uitdrukkelijk en met nadruk realistisch wordt afgebeeld is het trauma minder moeilijk te hanteren. Maar mijmerend over wat hij beeldt en verbeeldt is de herinnering toch meer dan werkelijk en vertelt de voor de beschouwer abstracte tekening boekdelen. Maar aan mij wil hij niet alles kwijt, hoewel Hemsteede naar mijn mening toch al veel laat weten. “De zwarte pagina verbeeldt niet enkel de zwarte bladzijden in mijn leven, maar ook dat ik niet alles laat zien in dit boek. Op een persoonlijke manier opening van zaken geven, betekent voor mij niet dat alles met iedereen gedeeld hoeft te worden.”

Meer dan een therapeutische bezigheid
Bert Hemsteede leidde twee levens. Uit de maatschappelijke kant haalde hij energie, het bracht hem contacten, gaf hem kennis, nieuwe ervaringen en waardering. Maar dat wat hem raakte en wat hij voelde, de schaamte, verborg hij zo diep weg dat hij zichzelf kwijtraakte. Hij werd paranoïde. Beoordeelde elke ruimte en iedere situatie eerst instinctief of deze veilig was. Deze manie maakte hij niet bespreekbaar en deed daarmee zichzelf en zijn naasten tekort, beseft hij zich nu. Dat gescheiden verborgen en publieke leven wil hij middels de therapie met elkaar verbinden. De relatie herstellen tussen de twee identiteiten. De ene krachtig en ambitieus, de andere angstig en schrikkerig. “Mijn psychische kwetsbaarheid blijft. Dát beseffen is óók herstel.”
De therapie behelst niet alleen de gesprekken om pijnlijke herinneringen de emotionele lading te laten verliezen, maar ook het tekenen van deze herinneringen – over die verbeelding kan dan ook gesproken worden. Het is een handvat het verleden nog beter te duiden. De kunst die Hemsteede tijdens en door deze sessies maakt is meer dan een therapeutische bezigheid. De werkstukken kunnen ook zelfstandig zonder de verdiepte lading de wereld in. De woorden hoeven de beelden niet te verantwoorden. De beelden kunnen namelijk heel goed voor zichzelf spreken. Wie aandachtig de composities in zich opneemt, ieder detail nauwkeurig bekijkend, prikt gemakkelijk door de schijnbaar abstracte werkelijkheid heen.

Extra handeling in het kijkproces
De collages en tekeningen zijn soms te waar om waar te nemen. Te echt in voorstelling en betekenis dat ze niet om aan te zien zijn. Het werkt op de emotie, het besef dat er iets goed mis was in het vroege leven van Hemsteede ligt er dik bovenop voor wie door de eerste laag van smerigheid durft heen te kijken. Want gelaagd is het werk van Bert Hemsteede zeker. In fysieke lagen maskeert hij delen, maakt het minder zichtbaar om er zelf mee om te kunnen gaan. Hij laat deze wel zien in het verborgene. Pas wanneer er een extra handeling wordt verricht in het kijkproces is deze bedekking weg te nemen en het onderliggende gevoel aan te boren. Helaas is dit in het boek niet altijd even duidelijk, hoewel Hemsteede de werkstukken wel van meerdere kanten en met de dieperliggende lagen toont.
Hoewel de tekeningen werden gemaakt om tot steun te zijn in de therapie zijn het geen therapeutische werkstukken. Als kunstenaar blijft Bert bij zichzelf. Zijn leven inspireert hem tot scheppen. Dat er onderliggende emoties door en mee boven komen is een effect die de kunst eigen is. In esthetische zin treffen deze het gemoed. Dit werk maakt Bert niet om de schoonheid te dienen, maar om gevoelens in beeld te brengen. En die gevoelens van Hemsteede zijn in dit geval niet mooi of verfijnd, want wat hem in het verleden is overkomen is niet elegant en verre van smaakvol. Maar juist door die smerigheid verschoont de kunstenaar zichzelf. Niet om de handelingen goed te praten, niet om zich te excuseren dat hij een mooie jongen is waarvoor de oude man is gevallen, wel om te laten zien dat het leven niet altijd rozengeur en maneschijn is. Wie door de geschetste smeerlapperij heen kijkt doorvoelt de kwetsbaarheid.

Over hoe het weer goed kwam met Bert
De therapie roept weggestopte herinneringen op. Door deze te bespreken en te verbeelden worden ze hanteerbaar. Door ze in deze dagboekvorm te publiceren neemt Bert Hemsteede een grote stap in het verwerkingsproces. Blijft zijn trauma eerst nog binnenskamers en zijn zelfs de familie en naasten niet of nauwelijks op de hoogte, door het boek gaat zijn verhaal de wereld in. Het kan hem maken en breken beseft hij, maar het boek is er vooral om andere slachtoffers van enig misbruik tot steun te zijn. Bert moet veel drempels over, veel deuren openen, meerdere gangen door die hij eigenlijk niet wil betreden. Zo is bijvoorbeeld het noemen van de naam van de dader te intiem, zo persoonlijk dat hij zich ervoor schaamt en er onpasselijk van wordt. “Zijn naam geven voelt bijna nog intiemer dan te vertellen over wat er allemaal gebeurde. Door zijn naam te noemen gaf ik hem als het ware de macht om mijn wereld binnen te komen.” Later in het boek beschrijft hij nauwkeurig de handelingen en schrikt van zichzelf. “Blijkbaar kan ik soms makkelijker praten (voel ik minder schaamte) over het beladen verleden, dan over de intieme wonden van het heden.” Een paradoxale bekentenis.
Ook vraagt hij zich af of hij niet medeschuldig is aan wat hem is overkomen. Had hij ervoor kunnen kiezen het niet te willen. Maar kunnen kiezen gaat uit van een vrijheid, en die voelde hij niet. Hij negeerde het besef dat het niet ‘goed’ is wat hem gebeurde en dat het voor hem schadelijk zou kunnen zijn. Er was geen gevaar, maar wel een dreiging. Hij mocht de handelingen niet openbaar maken, toen. Het moest verborgen blijven, zoiets van een niet uitgesproken afspraak tussen Bert en de man: “ons geheimpje”.
Een laatste pleidooi. “Ik heb me niet met hem verbonden gevoeld, behalve in het delen van het geheim. En daarmee bewaarde ik ook zijn geheim en beschermde hem dus ook. Ik heb niets van hem opgestoken, behalve hoe te ondergaan en te zwijgen. Ik heb niets van hem geleerd, behalve dat ik niet opgewassen ben tegenover een ander. Niets heb ik van hem geleerd dat me een beter mens maakte. (…) Het verdriet is een deel van mijn leven geworden, zonder dat het me onderuithaalt en ontregelt.” De uitgave ‘Getekend voor gesprek’ bevat het verhaal wat Hemsteede wilde vertellen. Over hoe het weer goed kwam met Bert.
Getekend voor gesprek. Verslag van een psychotherapie. Bert Hemsteede. Tekst en tekeningen. Uitgeverij Philip Elchers, 2023.
