Tag: Querido

  • In dierverhalen maakt Toon Tellegen filosofie overdenkbaar

    Heb ik het nieuwe boek van Toon Tellegen gelezen, zak ik lekker onderuit in mijn fauteuil. Behaaglijk in de stof dat me welhaast omsluit zo kruip ik er in weg. Sluit mijn ogen. De tekeningen van Thé Tjong-Khing doemen voor mijn toegedekte pupillen op. Deze illustraties laten de zojuist gelezen verhalen achter mijn oogleden tot leven komen. Dan droom ik weg op de woorden en de pennenstreken. Waan ik mij dat onschuldige dier dat vol met vragen zit waarop menselijkerwijs geen antwoorden mogelijk zijn. Wat zal ik graag die eekhoorn of deze mier zijn, de olifant of het nijlpaard. Leven zonder je zorgen te maken om de grote vragen des levens. Je verwonderen om details, je afvragen wat er is daar verderop. De mammoet zal ik willen zijn die op zijn beurt de olifant wil zijn. Om gelukkig te leven in het nu en niet dat toen.

    De dieren stellen elkaar vragen waar wij mensen niet opkomen, misschien nog niet aan toe zijn deze te bedenken. Die voor ons gesneden koek zijn, menen we. Omdat het onwerkelijke gedachten schijnen te zijn, niet realistisch. Niet ter zake doend, maar voor de dieren juist heel hier en nu. Oh, wat zal ik graag zo blank in het leven staan, als een onbeschreven blad. Zo zoals de dieren die in de verhalen van Tellegen kinderlijke vragen stellen. Het mensenkind heeft die onbevangenheid van deze dieren nog. Grote vragen stellen, die boven hun macht lijken te gaan. Kleine antwoorden verwachten, die de wereld en het leven tastbaar maken, begrijpelijk.

    Het heel is al, het is de ganse ruimte

    Toon Tellegen maakt met zijn verhalen filosofische vraagstukken bereikbaar, begaanbaar en voelbaar. Het diepste mijmeren landt door zijn woorden eenvoudig in mijn denken. Ik doorzie aan de hand van zijn vertellingen, die welhaast voor kinderen geschreven lijken te zijn, het bestaan beter. Levensvragen die voor de kleine krekel antwoorden verdienen om het leven aan te kunnen en de wereld verstaanbaar. Wat is er achter de muur waarop eekhoorn en mier stuiten na een lange reis. Daar is niets. Ik vraag me weleens af of het heelal een einde kent. Het heel is al, het is de ganse ruimte. Maar naar menselijke maatstaven bestaat oneindig niet. Net zoals eeuwig geen optie is in het leven. En wat is daar dan na, wanneer die onmetelijke ruimte afgemeten is. Eekhoorn breekt er zijn hoofd over, terwijl de mier genoegen neemt met niets. Zoals de mol en de aardworm onder de grond op het einde van de aarde stuiten, niet meer verder kunnen graven en onverrichte zake terugkeren. Dat was zeker de fundering van een huis zal de lezer raden, want de mens wenst wel overal een passend antwoord op. Mol en worm zingen elkaar in slaap en praten nergens meer over. De muis deed een niet te geloven ontdekking: wij bestaan niet. Dus is de olifant verzonnen, die op zijn beurt ontdekt dat de toekomst een vergissing is.

    De dieren van Tellegen zijn vrije denkers

    In zijn boek laat Tellegen de dieren vragen stellen die ertoe doen. Vraagstukken waarmee de schrijver misschien al langer rondloopt, maar aan niemand heeft durven voorleggen nog. De kans dat hij voor gek wordt verklaart namelijk is niet gering. De mensen van nu zijn zo rationeel dat de fantasie uit haar voegen barst en vervliegt in de tijd. De werkelijkheid staat hoog in het vaandel en degene die daarvan afwijkt wordt met liefde afgeschoten. Daarom zijn het de dieren die hoger kunnen vliegen en dieper kunnen graven. Zij nemen geen blad voor de mond, maar vragen waar het opstaat. Daarom maakt Tellegen van de dieren net mensen.

    De verhalen zijn fabels waarin de moraal tussen de regels door gelezen kan worden. In de beeldspraak wordt een abstracte waarheid duidelijk gemaakt. Want is dat niet de kern van de filosofie, je bezig houden met fundamentele vragen over het bestaan, de werkelijkheid, de rede, waarden en het verstand. De dieren spreken met elkaar na diep nagedacht te hebben. Ze bevragen elkaar om het zijn te onderzoeken, mogelijkheden te argumenteren, op hun manier logisch te denken. De dieren van Tellegen zijn vrije denkers. Naar menselijk idee is er geen logica in te ontdekken, maar de vragen zijn steekhoudend en doen er zeker toe. De schrijver geeft overigens geen duidelijk afgepaste antwoorden. De dieren denken het te weten, maar de lezer blijft veelal in het ongewisse en moet dieper in de gelaagde verhalen duiken om een waarheid te bevestigen.

    Die dieren zijn net mensen

    In de filosofie van Toon Tellegen zweeft de waarheid niet boven de werkelijkheid. Maar kun je wel in gedachten hoog boven de realiteit vliegen om de feiten te overzien. De dieren kijken in hun onnozelheid van onder op het zijn, maar spreken er over alsof ze het van boven bekijken. Ze maken de levensvragen beschouwelijk, handzaam en laagdrempelig. Ze spreken hun ongecompliceerde gedachten aan elkaar uit om meer te weten te komen van het bestaan en het doel, de zin van het leven: waar gaan we eigenlijk heen.

    De verhalen in het boek zijn niet alle nieuw. Voor mij wel. De oude verschenen in eerdere uitgaven. Tellegen vulde het aantal voor deze uitgave aan met enkele onlangs geschreven  vertellingen. De filosofische vraagstukken ontroeren in handen van dieren. Door hun onlogische logica zetten de dieren de mensen aan het denken. En soms kan ik een omfloerste lach niet onderdrukken. Die dieren zijn net mensen. Met al hun belachelijke gedachten, ideeën en standpunten. Toon Tellegen houdt ons een spiegel voor. Een lachspiegel waarin we ons zijn vervormd weerzien.

    De verbeeldingen uit ons dagelijks leven projecteert Tellegen op de dieren in zijn verhalen. De eekhoorn en de mier gaan in het eerste verhaal naar de verte, de toekomst. Ze lopen urenlang door naar die verte en stuiten op een muur, kunnen niet verder. De mier klimt op de muur en ziet niets. Kijkt hij in het hiernamaals? Er zijn mensen die menen dat daar inderdaad niets is. En dan de vraag van de krekel aan de schildpad. Is hij er wel zeker van dat hij de schildpad is. Je bent wat je doet, of is dat niet het wezen van het zijn. En de mier kan alles denken. Zich alles indenken en uitdenken. Denken heeft geen geheimen. Verder doordenken dan tot oneindig. Overdenken, toedenken. Maar iemand wegdenken kan ze niet. De neushoorn en het nijlpaard, beide willen het eerst aan de beurt zijn in de winkel van de sprinkhaan. Ze voeren allerlei redenen aan om maar aan te geven dat deze voor de ander eerst aan de beurt is. “Mijn wil bestond eerder dan ik. Die hing al in de lucht toen er nog niks bestond, de hele wereld niet, de zon niet, het was nog helemaal donker en koud en stil, maar mijn wil om vandaag hier in de winkel van de sprinkhaan iets te kopen, die zweefde al rond.” Zijn wij alle niet zo kleinzielig om haantje de voorste te zijn, op de eerste rij te staan, te denken dat het nu onze beurt is.

    Een veruurdag vieren

    Toon Tellegen bedenkt wonderlijke dingen, filosofeert zich een punthoofd. Geeft oplossingen voor onbestaande vraagstukken. Deze zijn echter wel heel werkelijk, wanneer je er goed bij nadenkt, het overdenkt. Er peinzend induikt. Wat te denken van de verjaardag van de eendagsvlieg. Hij heeft maar één enkele dag in zijn leven, dus kan hij slechts een veruurdag vieren. Logisch toch? De krekel is zo nieuwsgierig naar hoe zijn gevoel eruitziet dat hij zich binnenste buiten keert. En wat is de waarde van de tor. Hij is iets waard. Niet helemaal niets. En schrijft het op de muur. “Dat ben ik, dacht hij. Dat moet ik nooit vergeten.” Kun je de grootte van iets afmeten. Wat is groot en wat is klein. Verjaardagen zijn klein, want duren nooit langer dan een dag. Verdriet is groot, onherbergzaam en koud en stil. Maar het kan ook klein zijn, zo weg te blazen. De struisvogel steekt zijn kop in de grond en droomt ergens anders te zijn. Wat zal ik dat graag wensen, me ergens voor afsluiten en menen op een andere plek te zijn dan daar waar ik ben en niet wil zijn.

    En soms praat ik net als de eekhoorn met de dingen in mijn kamer. Vooral nadat ik dit boek van Toon Tellegen en Thé Tjong-Khing heb gelezen en bekeken. Ik leg het voor me op tafel en richt mijn woord tot het boek. Stel de vragen die de dieren elkaar stellen, het boek geeft me de antwoorden. Zoals op iedere pot een deksel past, zo sluit elk antwoord de vraag af. Misschien niet altijd even bevredigend, is het een dooddoener. Nadenkend, in de diepte overdenkend, kan ik de vraagstelling wegdenken en me het antwoord indenken. Tellegen schrijft waarheden als koeien. Thé tekent er een levendige verbeelding bij. En ik zak nog dieper weg in mijn fauteuil. Is het een foute uil?

    Waar gaan we eigenlijk heen. Tekst Toon Tellegen. Illustraties Thé Tjong-Khing. Uitgave Em. Querido’s Uitgeverij, 2023.

  • Een leven vol kunst, een leven voor kunst

    Biograaf en vriend Johan Huizinga had al vrijwel meteen na de dood van Jan Veth een complete biografie van de kunstenaar geschreven. Dit boek vormde voor de schrijvers van de rijk geïllustreerde uitgave “Het oog van Jan Veth” een goede voedingsbodem. Deze uitgave is verschenen ter gelegenheid van de eerste grote overzichtstentoonstelling in het Dordrechts Museum rondom deze in Dordrecht geboren schilder en kunstcriticus. Huizinga stelde zijn levensbeschrijving op in de waan van zijn tijd. In de Nederlandse spelling van de jaren 20 van de vorige eeuw. En zijn kijk, kennis en vriendschap kleurde het taalgebruik. Maar door gebruik te maken van de brieven en andere geschriften, en de verhalen uit de eerste hand van Jan Veth zelf en van zijn vrouw Anna Dirks, ligt er een compleet naslagwerk om op voort te bouwen.

    Bij de herdruk van Johan Huizinga’s standaardwerk heeft Anton van der Lem een lijvige toelichting gevoegd. Deze uitgave van Querido Facto geeft nog een meer compleet beeld op leven en werk van de bijzondere Jan Veth. De portrettist en criticus die als voortrekker en gangmaker gezien mag worden. Voortrekker in de zin van het leggen van emotie in sprekende portretten zonder de gelijkenis uit het oog te verliezen. Gangmaker is Veth als criticus van kunst en kunstenaars. Hoewel hij dus zelf kunstenaar was en zichzelf ook onder de eigen loep van kritiek legde. Altijd was er de vrees dat zijn werk niet goed genoeg zou zijn, terwijl het rondom zeer werd gewaardeerd. En nog.

    Hij had er oog voor

    Veth vond zelf dat hij een natuur vol tegenstrijdigheden had. “Dat is mijn zwakheid en mijn kracht (…) veelzijdigheid van sympathieën en het vermogen om in velerlei dingen op te gaan.” Die veelzijdigheid maakte in hem het vermogen los tot scherp observeren en maakte hem tot een centrale figuur in de kunstwereld van zijn tijd. Hij had er oog voor. Maar die veelzijdigheid leidde volgens achterkleindochter Fusien Bijl de Vroe ook tot een innerlijke strijd, veroorzaakt door disharmonie tussen het schrijven en het schilderen. “Als kunstenaar was zijn werk eerder traditioneel dan vernieuwend, maar als schrijver zette hij zich in voor de erkenning van nieuwe richtingen”, schrijft zij in haar inbreng aan ‘Het oog van Jan Veth’.

    Jan Veth

    Het boek volgt leven en werken van Jan Veth nauwgezet. Diverse bijdragen van verschillende auteurs overlappen elkaar wel biografisch gezien vanuit van elkaar afwijkende standpunten. Het maakt de levensbeschrijving van deze kunstenaar meer dan compleet. Door de diverse kanten van de persoon in de teksten te belichten maken deze het boek uiterst lezenswaardig. De uitgave is geïllustreerd met een voorname keuze uit het grote oeuvre, voorbeelden van zijn kunnen in de kunst. Zijn kunst die, hoewel welhaast fotografisch werkelijk lijkt, nooit de stemming in het karakter van mens en landschap uit het oog verliest.

    De schilder is veel van huis

    Niet alleen het boek van Johan Huizinga vormt fundament om in de nieuwe uitgave op voort te bouwen. Ook de brieven van Jan Veth aan zijn geliefde Anna Dirks is vruchtbare bodem. Dit brievenarchief, correspondentie met vrienden en collega’s en de hartstochtelijke briefwisseling tussen Jan en Anna, was voor Huizinga al aanleiding om een uitvoerige biografie op te stellen. De schilder is veel van huis, soms weken, zelfs maanden achtereen. Om reden dat hij zijn opdrachtgevers niet naar zijn atelier laat komen, maar ze thuis in hun eigen vertrouwde omgeving portretteert. Met zijn Anna houdt hij dagelijks contact via brieven waarin zij de gang van zaken thuis rapporteert en hij gedetailleerd de opzet en uitwerking van schilderijen beschrijft. Uiteraard zijn deze geschriften nu interessante documenten om het leven en de werkwijze van deze kunstenaar te achterhalen.

    Jan Veth

    Zijn generatie wilde zich losmaken van oude waarden in de schilderkunst. Veth’s werk was echter eerder traditioneel dan vernieuwend. Als schrijver zette hij zich in voor de erkenning van nieuwe richtingen. De kunstenaar zelf wist niet welke richting hij als schilder wilde opgaan. Eerst koos hij naar de natuur te werken, in het landschap. Om in de voetsporen van de grote meesters van de Haagse School te treden. Maar later werd zijn professie toch het portret. Trefzeker maar stemmig wist hij de figuren op doek te zetten. In de opdrachten zocht hij een eigen van de gangbare ethiek afwijkende uitbeelding. Hij wilde niet werken volgens een vaste formule – varieerde daarom compositie, houding, formaat en wijze van uitvoering naar de aard van zijn model.

    Jan Veth vond zelf dat schrijven over kunst een taak was die vooral hem toekwam, omdat alleen kunstenaars goed zouden kunnen oordelen over kunst. De combinatie van kritiek en praktijk was voor hem en zijn tijdgenoten een absolute vereiste. Zijn soms niet milde maar juist messcherpe kritieken werden in vele kranten en tijdschriften afgedrukt. Hij zette zich in voor een breed kunstbegrip voor de in zijn tijd hedendaagse kunst, maar streefde ook naar een herwaardering van de kunst uit het verleden. Hij schreef boeken, onder meer over Rembrandt – ‘niet bedoeld voor de koks maar voor de gasten’.

    Jan Veth

    Gedurende zijn hele leven heeft Jan Veth oog gehad voor het publieke belang van kunst, cultuur en erfgoed”, schrijft Annemiek Rens in het hoofdstuk Kunst voor de samenleving. “Met zijn enorme kennis van allerhande onderwerpen en zijn onafhankelijke positie als kunstcriticus, was hij in staat om zaken scherp te zien en met heldere oplossingen te komen.” Veth speelde een niet te onderschatten rol in de kunstwereld rond 1900. “Hij leerde zijn tijdgenoten om eigentijdse kunst te gaan waarderen en oude kunst te gaan hérwaarderen.

    Het oog van Jan Veth, schilder en criticus rond 1900. Diverse auteurs. Publicatie bij de tentoonstelling in het Dordrechts Museum. Uitgave Waanders Uitgevers in samenwerking met Dordrechts Museum, 2023.

    Leven en werk van Jan Veth, Johan Huizinga. Toegelicht door Anton van der Lem. Uitgave Querido Facto, 2022.