Tag: recensie

  • Het gouden uur in blauwen en beige

    Het lijkt de blauwe periode van Ingrid Simons. Vrijwel alle composities die bij Galerie MUGA getoond worden hebben deze kleur als hoofdmotief. Het mengt zich met beige, een tussentint van pakweg wit en geel ofwel bruin. Hoewel van menging geen sprake is, blauw en beige vormen niet samen een nieuwe kleur. Naast elkaar gebruikt vormen deze samen een dynamisch bruisende compositie. Alsof de schepper met de hand het gladde oppervlak beroert. Het water komt van schrik in beweging en spiegelt het wezen van degene die het aanraakt. Dat is zoals ik het bekijk, maar zo heeft de kunstenaar het niet bedoelt. Zij beeldt haar emotie van de schemering. De twilight zoals de Engelsen dat zo treffend uitdrukken. Want dat is het, tweelicht, het moment tussen dag naar nacht, licht en donker, het licht wordt opgeslokt door de duisternis.

    Simons echter richt zich niet op het ogenblik waarop de dag zich te ruste legt, maar het moment dat de dag ontwaakt en zichzelf opnieuw uitvindt. Het eerste licht van de dag, madrugada – morgenstond in het Spaans. Dat is dawn, het ochtendgloren wat feitelijk ook een menging is van donker naar licht. Lady of the Dawn van Mike Batt klinkt in mijn gedachte wanneer ik de expositie in MUGA bekijk. Want de wisseling van nacht naar dag en van dag naar nacht zijn de meest mysterieuze dagdelen. Uit de duisternis van de nacht licht de dag op, de vlakken krijgen weer contour. De bomen komen uit het bos naar voren, koeien zichtbaar in de weide, witte wieven dwalen in dauwende nevel over de velden. En kunstlicht dooft. Kunstlicht om de nacht niet aardedonker te laten zijn, want de mens is bang voor het donker. Wanneer er geen hand voor ogen te zien is wil de mens zich omringen met licht in de duisternis.

    Een heftig gebeuren

    Om waarlijk in het donker te zitten moeten grenzen overgestoken worden, dient de stilte gezocht te worden. Waar vind ik deze nog? In Nederland is het alleen donker op Terschelling of in het Lauwersmeer. Want ons land is een van de meest lichtvervuilende landen. Misschien nog op de Marker Wadden en Kootwijkerzand. Maar de duisternis moet je in ons deltaland met een lampje zoeken. Dus die natuurlijke overgang van nacht naar dag is minder helder te beleven, minder dramatisch, minder theatraal. Daarvoor is Simons afgereisd naar Portugal in dit geval. Daar is het licht mediterraan, warmer. Dat vertaalt zich in haar werk met het effect als hierboven omschreven. De koelte van de nacht mengt zich met de warmte van de dag. Dat is in haar beeldtaal een heftig gebeuren. De nacht wordt niet zonder slag of stoot overwonnen, maar de natuur moet zijn beloop hebben. Het is een voortgaande cyclus, synchroon lopend met het grote geheel van het leven.

    Eerder schreef ik over het werk van Simons, dat ‘door de structuur de kijker veronderstelt dat de maker een landschap in beeld heeft gebracht. De inspiratie is ruw op doek gesmeten. In wilde vlagen en brede handgebaren beweegt de verf over het doek van links naar rechts, heen en weer (…). Op deze manier moet de schepper ook die eerste dag gezien hebben. Een abstractie die langzaam een werkelijkheid werd. Woest en ledig kreeg vorm en sfeer.’ En dat is nog steeds de gewaarwording bij de kunst van Ingrid Simons. De sensatie van dat eerste licht, de schepping van een nieuwe wereld. Een gebaar van driftig onstuimige uitdrukking van de emotie opgedaan in het landschap bij dageraad. Het ontwaken van de dag. De nacht verzet zich hevig, maar uiteindelijk overwint de dag. Het gaat er heftig aan toe in die vroege morgenuren.

    Lange banderollen

    Koud vlammende beelden in eenzelfde toonzetting en kleurbeweging zijn op de huid van vazen gebrand. In de bolling van dit keramiek blijft de duisternis bewaard. De donkerte zit in de ziel van het voorwerp als een druppel vocht in droogte. Het is een gebruiksvriendelijke manier om de morgenstond te laten vlammen, het gouden uur te concretiseren. Want denken de schilderijen zich dikwijls nog een landschap, de vazen stoken het vuur van de dag op en veroorlooft de vorm zich geen vergezicht. Echt los gaat Simons op lange banderollen, die zich uitstrekken van de vloer tot het plafond van deze kunstruimte. Zwarte inktstrepen en -vlekken op een witte drager verwezenlijken de sferische stemming. Neergezet tijdens een performance midden tussen de natuur in het gras. Het papier neemt de structuur van de bodem, de grond en het steen aan. De schildering wordt onderdeel van de omgeving en is er uitgenomen. Het is een kopie van de plek, een beschrijving van deze bepaaldelijke plaats.

    Even stil staan

    De emotie vertaalt zich in een rumoerig beeld, alsof de kunstenaar uit de geruisloze stilte wil breken en zich verre houdt van contemplatie en bezinning. De abstractie zindert expressief, de energie krijgt de vrije hand. Het beeld verbergt een diepere laag van ervaren. In een huiveringwekkende atmosfeer ontmoet de dag in deze de nacht. Vooral door het formaat en de meest basale manier van uiten maken deze werken de meeste indruk in deze opstelling. Een drietal kleine werken op de gang luiden het heftige karakter van de tentoonstelling in. De zwarte vegen op papier, besmeurt met witte lijnen, lichten nog geen tip van de sluier op wat de bezoeker in de ruimte daarachter te wachten staat. In deze kleurloze verbeelding is de inspiratie van de schemering ver te zoeken. Het abstraheert een gevoel, concretiseert de gedachte wanneer de ogen gesloten zijn.

    Het wek van Ingrid Simons zou uitnodigen om even stil te staan, om de wind, de stilte en het licht opnieuw te voelen. Te ervaren alsof je dit voor het eerst meemaakt, voeg ik daaraan toe. Als een pas geboren kind de dag proeven, het leven aangaan. Want zo open moet je zijn bij dit werk, zo transparant voedt deze kunst mijn gedachte. Het is een oorspronkelijke emotie. De ontroering van de eerste dag, het eerste uur. De kunstenaar reist de wereld over om deze eerste beleving opnieuw te ervaren, telkens weer. Ze treft ruige en verlaten landschappen om er in schutkleur deel van uit te maken. Uit deze natuurlijke grondslag laat zij haar kunst ontstaan in diverse technieken. Hoe dat werkt daarover heeft ze in eigen beheer een papieren uitleg laten drukken, een handleiding voor haar manier van werken. Daarover zal ik in volgend artikel meer schrijven.

    Madrugada. Schilderijen, tekeningen en keramiek van Ingrid Simons bij Museum Galerie Heerenveen (galerie MUGA), Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Van 19 oktober tot en met 30 november 2025.

  • Joost Bakkers tegenpool van de werkelijkheid

    Het is opmerkelijk merkwaardig, om niet te zeggen een aparte gewaarwording, jezelf te ontmoeten in een tentoonstelling. Figuurlijk gesproken dan wel te verstaan. De eigen idee van beleven bij het vormgeven terug te vinden in het werk dat je ziet. In de tekeningen van Joost Bakker, bij Galerie Getekend eerst gezien, zag ik dat nog niet meteen. Vond ik mezelf nog niet direct, hoewel het werk mij al wel vertrouwd overkwam. Maar toen ik later ander soortgelijke tekeningen van Bakker onderging, tijdens de kunstbeurs Art Noord VII in Museum Belvédère, merkte ik het plots op. Bemerkte opeens dat mijn denkbeeld samenvalt met zijn indruk. Dat de uitdrukking denkelijk eenzelfde oorsprong heeft. Ik erkende dat ik mezelf erin herkende.

    Hoe omschrijf ik een vorm die getekend moet zijn omdat een beschrijving geen recht doet aan het wezen. Vraag ik mij onderwijl af. Toch voel ik mij genoodzaakt dit beeld woorden te geven om het te duiden voor de lezer, die ik daarmee animeer kijker te worden en de weg te zoeken naar de Stationsstraat in Heerenveen om Galerie Getekend te bezoeken. Aldaar is het zijn in het platte vlak waar te nemen, de kunst op papier voor waarheid aan te nemen. Want exposant Joost Bakker rollebolt in de tijd met de waarheid. Hij beleeft er plezier aan de realiteit naar zijn hand te zetten en de werkelijkheid te kantelen. In zijn idee kan de zichtbaarheid ook van achteren naar voren gezien worden, van rechts naar links, binnenstebuiten gekeerd.

    Onnatuurlijk standpunt

    Joost Bakker is een tekenaar die het experiment opzoekt, daar plezier aan beleeft. Hij test de lijn op het vlak, onderzoekt de sfeer en ondergaat de werking van licht in donker. Het potlood ofwel het houtskoolkrijt is zijn wapen om het papier figuurlijk te lijf te gaan. Het is naast de pen om te schrijven ook mijn materiaal de wereld te duiden. Niet op een eendere en zuivere manier als dat Bakker het doet. Mijn scheppen was meer illustratief, maar waar ik mezelf zie in zijn werk is de behandeling van licht tegenover donker, dag versus nacht, polen die elkaar versterken door tegenwerking. Licht dat van meerdere kanten komt kan alleen op papier en onder kunstlicht bestaan. Het vanuit onnatuurlijk standpunt komend licht om schaduw tegenover glans in het donker te brengen. Waar dat licht vandaan komt is onduidelijk, maar het is er. Hoewel het er niet kan zijn, lijkt het toch een werkelijk gegeven. Het doet niet vreemd aan. De manier waarop Bakker het in de tekening verwerkt zo veronderstel ik dat het waar kan zijn. Dat experiment ging ik destijds ook aan, Joost heeft het verder voor mij uitgewerkt. Hij kan het weten.

    Niet alleen de tegenstelling licht en donker trekt hem aan, ook onderzoekt hij volumes in zijn werk en dus tegenstellingen. Met het licht dat schaduwen werpt is het soms dat groottes gescheurd lijken en wijdtes uiteen vallen. De schaduw tilt het beeld als het ware in de derde dimensie, hoewel ik nog steeds naar een plat vlak kijk. Een vierkant In perspectief, waarvan een hoek is afgesneden, geeft de indruk van een toegankelijke omheining. Terwijl het toch maar enkele lijnen op papier zijn. Niet meer in de realiteit en niet minder in de abstractie. Het volume is kortom magisch. Er schijnt hoogte, breedte en diepte te zijn hoewel deze er helemaal niet is. Kunst is een betoverend mysterie. Want natuurlijk bestaat licht en donker ook niet op papier, is het slechts wit en zwart – de tinten waarin alle kleuren completeren. Daarmee te spelen is voor Joost Bakker een uitdaging, zoals dat voor elke andere kunstenaar zo zou moeten zijn. Het plat wordt ruimtelijk, het zicht van de kijker is voor de gek gehouden, de ogen bedrogen.

    Handgetekende animaties

    Meest simpele vormen krijgen een meervoudige uitdrukking door met de natuurlijke wetmatigheid een loopje te nemen. De aard van dingen zoals Bakker deze portretteert is niet oorspronkelijk, omdat het niet kan bestaan. Hij stoeit met de waarheid en wint het van de vaste regel. Zijn regelmaat past niet in de norm, kan echter wel als normaal worden beschouwd. Joost Bakker dolt met de lijn in het vlak. Het is geen klare lijn, maar wel zo duidelijk dat deze het vlak schijnbaar van het papier optilt de ruimte in. De tekening komt blijkbaar los van de drager en zweeft voor het ogenblik.

    Niet enkel statisch verwerkt de kunstenaar de lijn in de tekening, maar gebruikt het tevens dynamisch in handgetekende animaties. Deze letterlijk levende tekeningen tonen bijvoorbeeld een bewegende lijn die figuurlijk vormen maakt in het voorbijgaan, of cirkels spuwt vanuit een middenstip, of twee stippen zijn die elkaar ontmoeten. Nuveraerdich is de vlek die zich in de vorm meest gelijkend op een vis in projectie voortbeweegt. Tot stand gekomen door de kop steeds opnieuw te tekenen en de staart uit te gummen. Dit uitschrijvend doorbreek ik als het ware de betovering, maak ik echter de intensief tijdrovende werkwijze enigszins duidelijk. In een vierkant namelijk zwemt de visvorm zich een weg, stuitert tegen de rand en vliegt er weleens overheen om vanuit de binnenwereld in een buitenaardse ruimte te belanden. Maar telkens ook weer terugschiet naar de veilige plek binnen het kader. Het is een loslaten en terug pakken. Afstand nemen en toenadering zoeken. De vorm voelt zich als een vis in het water, maar wil ook weleens buiten de lijntjes kleuren om dan toch weer op de schreden terug te keren. Joost Bakker voelt zich fijn in en bij dit thema. Kan daarmee niet enkel in de statische tekening uit de voeten, dus onderzoekt het gegeven in een zogenoemde stopmotion film. Het blijft onder de aandacht van de beschouwer omdat het in onverwachte beweging is.

    Om in de niet zo ervaren blik van sommige bezoekers tegemoet te komen heeft Bakker naast de enigszins minimalistische en abstracte tekeningen een realistisch beeld gehangen. Ik vroeg hem bij de opening van de tentoonstelling waarom hij een doosje Zwaluwlucifers heeft geportretteerd, exact volgens het model in de keukenlade maar dan sterk uitvergroot. Om dus het in de kunst ongeoefende zicht te vriend te houden voor zijn meer tot de verbeelding sprekende werk vormde zijn antwoord. Als complementaire tegenstelling. De Säkerhets Tandstickor beslaat met een aan gene zijde afgebrande lucifer, other each, een tweeluik. Niet de rode zwavelkop is ontstoken, maar het houtje is zwart geblakerd. In eenvoud elkaars tegenpool als de aard van een magneet. Joost mag het weten, hij is een duiveltje in het doosje en heeft me met zijn werk te pakken waar ik bij sta. Ik onderga het lijdzaam, want het werk heeft een magnetische aantrekkingskracht. En …, vind ik mezelf erin. Dat schept een band.

    Resolution. Tentoonstelling werken op papier en levende tekeningen van Joost Bakker bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. Van 7 september tot en met 2 november 2025.