Tag: René Korten

  • Spontane expressie en gecontroleerde vormgeving

    Bestaat toeval? Daar zijn de meningen over verdeeld. Voor het geval is een term, dus kan het geen onvoorzien voorval zijn dat het op de een of andere manier een realiteit is. En kan dat toeval dan bestuurd worden, kun je de gelegenheid aangrijpen om het lot anders te beschikken. In geval toeval bestaat kan het in handen van René Korten worden geregisseerd. De kunstenaar doet tijdens zijn schildersleven niet anders dan bij elk volgend werk opnieuw op de bok te klimmen, zijn armen te spreiden om de sfeer te laten vloeien. Zijn baton is een penseel of kwast. De partituur zit in zijn hoofd, zijn gedachte kent de compositie. In het atelier bekijkt hij al werkende in vogelvlucht de compositie dat onder hem op de grond ligt. Flinterdunne lagen verf brengt hij aan op de drager, trekt de materie met kwast, spatel en rakel waarheen hij het wil. Ook laat hij de verf wel vloeien en min of meer een eigen gang gaan, wanneer hij de drager een ietwat kiept. Bij toeval en zonder sturing gaan de druipers een eigen weg, maar wel onder goedkeuring van de maker.

    Het werk van René Korten is veelkleurig en veelzijdig, veelvormig en gevarieerd. Geen enkele compositie is een kopie van het andere, maar een volgende stap in het groeiproces tot een ultieme verbeelding van het leven. Er wordt geen figuratie getoond, het is een abstract gevoel dat beeld krijgt. In een aantal werken is wel een suggestie van landschap en ruimte te onderkennen, maar dan enkel omdat (bij toeval) een horizon het beeld in tweeën deelt: ´land en lucht´ beschouwt meteen de kijker. Maar er is geen specifieke aanleiding in de realistische wereld voor Korten om weer te geven. Althans niet op de manier zoals de kijker deze ervaart. Er wordt een beroep gedaan op het gevoel, de emotie. Het is de ervaring waarop het werk een beroep doet. Niet de ondervinding van herkenbaarheid, maar de beleving van hetgeen zich achter de waarneming beweegt. Een dynamische identificatie van het onderbewustzijn. Want het werk is niet met opzet onvoorzien, maar bij toeval gecontroleerd.

    Evolutie tekent zich evident af

    In het boek “Hide your backbone”, de catalogus bij het oeuvre van de kunstenaar, wordt een kijk gegeven in de opbouw van het werk door de jaren van 2012 tot 2024 – schilderijen en werken op papier. De onervaren kijker zal een veelheid van hetzelfde aantreffen, overvloed aan variatie op het bepaalde thema. Maar wie beter kijkt en de ogen de kost geeft, raakt geoefend in het onderscheiden en ziet de groei – halvelings en stapvoets, maar merkbaar. Korten ontdekt aldoor opnieuw de beeldtaal waarmee hij zijn verhaal wil duiden. Met steeds andere vormen en vlakken, lijnen en grenzen, kleuren en materie. Het is een lust te zien dat het abstracte idioom zoveel diverse uitingsvormen kan hebben, zonder te vervallen in eendere uitdrukking. Wel is er vergelijking in expressie, een Korten is duidelijk een Korten: het oogt, het voelt, het klinkt en het toont als een Korten. Maar het is telkens een ander voorkomen, dat overeenkomt met wat daarvoor gemaakt is.

    In de werken in serie tekent deze evolutie in de manier van werken zich evident af. Hoewel zich er tussen de composities kleine verschillen voordoen, zijn deze variaties op het thema merkbaar. In de grote werken die min of meer solo in de kerngedachte staan experimenteert Korten met kleuren en vormen. Steeds meer verschijnen lijnen in de compositie, afgetrokken schildertape dat het beeld een andere dimensie geeft. Hoewel het vlak plat blijft geven de verflagen de compositie een zichtbare diepte.

    Altijd reden vervolgstap te zetten

    Voor het boek is kunstjournalist Hilde van Canneyt met de kunstenaar in gesprek gegaan. In de weerslag daarvan is hij openhartig over zijn kunst en de manier van werken. De methode van arbeiden, het voordenken om tot actie te komen. Echter vrijwel nooit nadenken voor te beginnen. Korten laat het toeval een rol spelen, omdat hij het in bepaalde fases van het schilderij niet precies kan beheersen, niet wil bedwingen. “Daarvoor moet er een soort noodzaak zijn op het moment dat ik de verf zijn eigen gang laat gaan, anders ontglipt het me.” Maar al snel herpakt hij zich en slaat in samenwerking met de compositie een richting in om tot een duidelijke uitspraak te komen. Die helderheid is niet meteen gevonden, de klare lijn en het zuivere vlak heeft niet direct uiting.

    Er kan een nacht slapen overheen gaan voor de punt op de i staat en er een streep onder getrokken is. Want “er is altijd een reden om een vervolgstap te zetten. Dat kan heel intuïtief zijn. (…) Het moeten voor de kijker abstracte vlekken zijn of het moet een voorstelling zijn. Als het er tussenin zit, wordt het een puzzeltje dat ze niet opgelost krijgen.” We moeten dieper, ergens anders naartoe om tot een essentie te komen, vindt Korten. De magie van het handelen komt samen in iets wat een beeld wordt. “Die strijd zit bij mij in alles. Met de jaren durf ik meer risico’s te nemen en kreeg ik vertrouwen dat de dingen ooit klikken, dat vroeg of laat betekenis krijgt en het een sterk beeld wordt.”

    Van een dwarse zijde benaderen

    Vooral waar René Korten in het interview zelf aan het woord is, of de woorden van Van Canneyt in de mond neemt omdat zij op eenzelfde golflengte zit, toont het de kunstenaar achter de kunst. Geeft een reden beter en anders naar het werk te kijken. En waar in het boek anderen de kunstenaar en zijn kunst verklaren krijgen de schilderijen meerwaarde, krijgt de gelaagdheid diepte, komt het tweedimensionale beeld in een mysterieuze ruimte terecht. “Zijn werken stralen een zelfverzekerdheid uit waarbij hij van nature lijkt te vertrouwen op het creatieve proces en zich erdoor laat leiden”, schrijft Frank-Thorsten Moll terecht op. Korten laat tijdens het schilderproces een schijnbaar rommelige nonchalance toe om in een latere fase de controle terug te krijgen: spontane expressie en gecontroleerde vormgeving. Dat proces is een essentieel onderdeel van het werk, zijn kunst is een middel om het onbekende te ontdekken zonder beperking van een voor opgezet plan en een duidelijke bedoeling.

    Rick Vercauteren benadert het werk van René Korten van een dwarse zijde om er nog een andere duidelijke kijk op te krijgen. De abstractie krijgt een werkelijke invalshoek om te bewonderen en op waarde te schatten. “Via zijn verbeelding viert René Korten, in maturiteit gegroeid, in verdichte, verhulde vorm het leven zelf. Zijn zonder uitzondering in maximale vrijheid, spontaan geboren kunstwerken maken metaforisch allerlei tegengestelde facetten in het menselijk bestaan aanschouwelijk. (…) Reflecterend op natuur en cultuur schept René Korten, die naar eigen zeggen conceptueel in series denkt, in zijn atelier dagdagelijks illusionistisch ruimten waarbij regels, indien nodig, als het ware vanzelfsprekend verdampen in ongedwongen expressief en vrij handelen.” In volzinnen gaat de schrijver verder: “In de concrete wording staan formaat, kleur én daadwerkelijk scheppen, tezamen, immers altijd in dienst van het zo spontaan mogelijk geboren laten worden van nieuw, (non)-figuratief werk.”

    Mogelijkheden verf en drager

    Naast de sferische afdrukken van zijn werk die het boek bezienswaardig laat zijn, maakt de poëtische benadering van Frans Budé op de schilderijen van René Korten de uitgave tot een parel in de boekenkast onder Kunst met een grote k. Pakt Korten het leven al eigenzinnig aan, Budé doet dat nog eens dunnetjes over door het werk eigenwijs te vatten. Eigenlijk is deze kunstzinnige benadering in een spel met woorden een nog betere uitleg van het werk dan enig andere zienswijze dat kan zijn. De vormgeving van het boek vervolmaakt dit overzicht van een dozijn aan werkvlijt. “De kleuren vragen om een voor een / aan te schuiven – als in een droom waarmee / te spelen valt. Terug- en vooruitkijken, houvast / / vinden zomaar in het niets.”

    En ze zijn het er eigenlijk allen wel over eens dat de mogelijkheden van verf en drager tot het uiterste worden gedreven.’, citeer ik mijn eigen woorden uit de bespreking van het boek Furious Balancing. ‘Het schilderij is klaar en af wanneer werk en maker in harmonie zijn met elkaar, maar die uitkomst – dat moment van samenvallen – staat nooit van tevoren vast. De werken zijn landschappen van onze geest. Ze bestaan niet anders dan in mijn onderbewustzijn. Het bewustzijn, die werkelijkheid, manipuleert Korten met zijn schilderijen. In zijn beelden ontstaat een realiteit die geen bestaan kent, irreëel is en toch werkelijk lijkt. Het werk heeft een eigen waarheid in zich. Een waarheid die het midden houdt tussen echt en onecht.

    Hide Your Backbone. René Korten. Schilderijen en werken op papier 2012-2024. Poëzie Frans Budé. Tekst Hilde van Canneyt, Frank-Thorsten Moll, Rick Vercauteren. Publicatie met steun van Het Cultuurfonds, Jaap Harten fonds, Mondriaan Fonds. Uitgave in eigen beheer van de kunstenaar, 2024.

  • In het landschap van Frits ben ik een stomme koning

    Er zijn kunstenaars muzikant. Beperken zich niet slechts tot een enkele kunstuiting, maar wenden meer instrumenten aan om zich te manifesteren. Er zijn muzikanten kunstenaar. Acteurs ontdekken op latere leeftijd dat ze redelijk verdienstelijk schilderen. Dat wisten ze hun hele werkbare leven al, maar lieten het ene het andere verdringen of juist niet. Iedere artiest kan van meerdere markten thuis zijn om een rechtgeaarde kunstenaar te heten. Zich niet richten op één vaardigheid, maar zich geïnspireerd toeleggen op meerdere kunstzinnige vlakken. Niet iedereen met dezelfde kwaliteit, er is nu eenmaal kaf onder het koren. De meest vruchtbare korrels worden op natuurlijke wijze geschift van de grote gemene deler. De echte Kunstenaar die muzikant of acteur is, of schrijver, staat zich daar niet op voor. Het is een gave die gedeeld wordt om niet, gewoon omdat het moet. Een heilig moeten.

    En is een kunstenaar dan muzikant of andersom, want wat is er eerder de kip of het ei, dan zoek ik in beide uitingen een overeenkomst. Is de klank te vinden in het beeld, het beeld in de klank. Of staat de klank lijnrecht tegenover het beeld. Laat de kunstenaar als muzikant andere inspiraties toe. Is de klank een uitvlucht op het beeld. Hoor ik het beeld terug in de muziek, zijn de noten tonen voor de klankkleur van het schilderij, de tekening of het beeldhouwwerk. Vind ik de sfeer van de muziek terug in het gevoel bij het beeld. Is de muzikale compositie een echo van de kunstige creatie. Spiegelen beide uitingen zich of staan deze juist als tegenpolen van elkaar.

    Luistermuziek

    In de nummers op de cd van FRITS, Mute King, verbeeld ik mij het aanschouwelijk vermogen van de muzikale kunstenaars te horen. De songs zijn zodanig gearrangeerd dat ik in de orkestratie van de diverse instrumenten beeltenissen voor ogen krijg. In het landschap van geluiden doemen beelden op, zoals uit de mist figuren verschijnen. Je moet er moeite voor doen, de ogen scherp stellen om door de lage wolken te kijken. Het gehoor aanscherpen om beelden voor ogen te krijgen. De muziek van FRITS is geen behang, het is luistermuziek. Je gaat er voor zitten, niet om het als achtergrond weg te wuiven. Het omgeeft je, het is alsof ik in de studio bij de opnames aanwezig ben. Of dat de band bij mij in de kamer staat te spelen. Zo vriendelijk eigen en herkenbaar persoonlijk is de muziek. Het neemt me op in het landschap van klanken. Over de velden klinkt een gezongen tekst die aandacht verdient om te begrijpen, te vatten en te ervaren.

    Iedere song is een genot om naar te luisteren, door de eenvoud die uit de klanken spreekt. Het heeft een gedragen karakter, een welhaast plechtstatige aard. Na meerdere keren beluisteren beklijft het en kan ik de woorden welhaast meezingen. Hoewel de instrumentatie beperkt is weten de heren daar toch een doorwrocht werk uit te arrangeren. Met hulp van de vierde man bij het oorspronkelijke trio komen andere klanken naar voren, als uit een harmonica of een voorgeprogrammeerd toetsenbord. En weet de toetsenman een aardige staal aan diverse sounds uit zijn keyboard te toveren. Gesteund door een creatieve slagwerker, die niet enkel knap het ritme vasthoudt maar ook virtuoze loops voortbrengt, kabbelt het gitaarspel voort om zo nu en dan in een solo uit te barsten. Maar nergens pakt iemand of iets de boventoon, neemt meer de aandacht dan de rest. Niet dat het klankveld daardoor een stroperige brij wordt, een ondoordringbare kost, de muzikanten weten het geluid namelijk open te houden. Open zoals de kunst van de heren dat aan de oppervlakte is, duiken zij met de muziek de diepte in. En ik laat me met plezier onderdompelen.

    Autonome vormen

    In handen van toetsenist René Korten is zijn afgebeelde compositie onderweg. De compositie als in een schilderij. In de stilstand van het gekaderde linnen of het vel papier is beweging op te merken, een spanning te voelen in de verf. De composities laten zich niet eenvoudig omschrijven. Korten’s schilderijen spreken in hun veelkleurigheid en vormentaal voor zich. Behoeven geen uitleg. Het zijn zelfstandige afbeeldingen, autonome vormen, die buiten de werkelijkheid staan en daardoor zo wonderlijk echt lijken. Uit de verf laat Korten een valse realiteit ontstaan. Het is er niet, want het is natuurlijk alleen maar modder op een doek. Maar het lijkt toch te bestaan, als afbeelding van een onderbewustzijn dat verbanden legt met onbestaanbare elementen en realistische details.

    Daarnaast zijn de geschilderde landschappen van gitarist en bassist Frank Anderson realistisch, geven meer de werkelijkheid weer. Althans een gedachte realiteit, een gedroomde werkelijkheid. Die wel handvaten geeft alsof deze ergens waarheid zijn en op een moment beleefd kunnen worden. Uitgaande van het zijn abstraheert Anderson zijn beelden gaande langs de weg van de kunst. Hij groeit als het ware uit de werkelijkheid in zijn eigen waarheid. De fotorealistische vogelvrienden kunnen zo op hun vlerken vervliegen en verdwijnen in het niets van het kleurenspel. Zo lost mijn gedachte op in het klanklandschap van FRITS, want vocalist, gitarist en slagwerker Paul François weet er in zijn studio een enerverende mix van de afzonderlijke delen van te maken. Op zijn manier is hij ook landschappelijk beeldend, niet in de ruimte van het vlak maar in het vlak van de ruimte. In dat geschapen landschap ben ik graag.

    Buiten grenzen plaatsen

    Waarom haal ik de beeldende kunst van Korten en Anderson bij deze muzikale uiting? Welnu, om te schetsen dat beide richtingen in sound samenvallen. De muziek van FRITS is beeldend, zoals een kunstenaar dat enkel kan laten beleven. Want diep in zijn hart is François ook nog telkens de beeldenaar die hij was toen de heren elkaar op de Tilburgse kunstacademie troffen en besloten ook in de muziek tot figuratie te komen. Past die muziek in een hokje? Is kunst sowieso op de plek in een vak? Voor de beschouwer is het daarmee meer eenvoudig te verstaan en te begrijpen, wanneer de kunstzinnige uiting ergens onder geschaard kan worden. Dat je kunt zeggen het is expressionisme of kubisme, het is rock of jazz. In dit geval behoudt ik me het recht voor zowel de kunst van de heren als de muziek van de groep buiten grenzen te plaatsen. Het verdient een eigenzinnig adres in het landschap van het uiten.

    Bij de figuratieve muziek is de beeldende kunst terug te vinden op de cd-hoes van Mute King. Niet een werk van Korten of Anderson zelf, hoewel dat best stemmig op de plek zou zijn geweest. De groep heeft kunstenaar Arno Kramer verzocht zijn gedachten over de muziek te laten gaan en met een passende illustratie te komen. De beeltenis is niet de vlag waaronder het werk gaat. De tekening is een autonome vertaling van de inhoud. Het behoeft geen uitleg, zoals geen enkel kunstbeeld op zichzelf toelichting nodig heeft. Je moet het ondergaan, woordloos ervaren, stil luisteren en genieten. De stomme koning zijn in het landschap van FRITS.

    FRITS, mute king. Frank Anderson, Paul François, René Korten (& Ruud Verploegen). Hoestekening Arno Kramer. Eigen uitgave, 2023.

  • Het toeval geeft de doorslag in Kunstlokaal No.8

    Eigenlijk berust de kunst op toeval. Maar toeval bestaat niet. Toeval is een gestuurde samenloop van omstandigheden. Een gevolg van een oorzaak die we niet zien. Een gebeurtenis die we als mens schijnbaar niet in de hand hebben. Toeval is een illusie. Dat is natuurkundig gezien. Natuurkunstig evenwel is het kunstwerk een illusie. Het is een beeld van wat we zien of voelen. Een replica van de werkelijkheid. Bij toeval gelijkend aan het kijken en het tasten, het begrijpen. Toevallig spreekt het aan, heeft het een verhaal. Zoals de realiteit kan worden overgebracht in woorden, echter beter aanspreekt in beelden. Maar ojee, onvoorzien dwaal ik af van het toeval. Dat had ik eerstens niet voorzien, toevallig.

    Niet bij toeval is het tweetal, nu te zien bij Kunstlokaal No.8, samengebracht in een duo-tentoonstelling. Maar het lot verbindt hen wel. Want zowel bij Marco Arwert als bij René Korten bestaan hun kunststukken uit toevalligheden. Zit bij de één het avontuur in blinddruk op papier, de ander laat het gebeuren met verf op doek. Maar beide kunstenaars sturen de samenloop van omstandigheden, zetten het toeval naar hun hand omdat zij de oorzaak weten en daarom het gevolg kunnen overzien. Die bijzonderheid brengt hen samen in deze omgeving en laat hen gelijktijdig het werk presenteren. Dat maakt ook dat zij in de ogen van galeriehouder Marcel Prins een twee-eenheid kunnen zijn om de 71e tentoonstelling op rij alhier te kunnen bemensen.

    Ritmisch geordende reliëfs

    Het toeval wil dat het blinddrukken zoals Marco Arwert dat hanteert gemaakt lijkt te zijn voor slechtziende mensen. Door de traditionele techniek, en één van de oudste manieren van drukken, ontstaat reliëf in het papier. Op de plekken waar gedrukt is kun je met de ogen dicht de figuratie voelen. Niet daar zit bij Arwert de ongedwongen belevenis, deze komt voor bij het drukken van de nul of de punt van de schrijfmachine. Bij een analoge typemachine, dus niet elektrisch aangedreven, kan de gebruiker bepalen welke mate van druk wordt uitgeoefend op de toetsen. Is er (te) hard aangeslagen dan kan het karakter aan de typearm door het papier slaan. In geval van de nul en de punt ontstaat er dan een gaatje in het papier. Het toeval geeft de doorslag. Een welgemikt schot kan die gebeurtenis op dat moment in die tel sturen, touché.

    Effect van smeren

    De bladspiegels, met punten in een raamwerk of rijen nullen in kolommen, lijken zo uit een boekwerk gescheurd. De taal als beeld. Een onleesbaar letterschrift om te zien, maar leesbaar door te voelen. Als kunstwerk is dat ongepast, niet doen, dan zal het papier beduimeld raken. Dus zal ik met de ogen de ritmisch geordende reliëfs betasten. En zien dat de stemming wel een landkaart vormt, een stramien waarbij de doorslag de figuratie maakt. En houdt Arwert de schrijfmachine dan voor gezien en links liggen, drukt hij een lijnenspel als beeldverhoging. Een landschap in stijl. En perst hij dan een cirkel op papier, lijkt het alsof een druppel in water valt. Toeval?

    Het zal voor René Korten een verrassing zijn dat uit zijn verfstreken bij toeval een begrijpbare vorm ontstaat. Ofwel een beeld dat houvast biedt aan de ogenblik er iets, een tastbaar begrip, van te maken, in te zien. Niet met een plan, maar intuïtief smeert en strijkt Korten eerder opgebrachte plakken verf uit met een spatel. Door te variëren in druk, duur en positie van het strijkmes ontstaan vlakken die ruimte laten voor bestaande onderschildering. Hij werkt nat in nat en schuift kleuren over elkaar in een transparant spel. De getrokken vlakken krijgen het karakter van een landschap. Naast het trekken van de verf, laat Korten de met water aangelengde materie zich ook wel driftig een eigen weg zoeken op de drager. Maar telkens blijft het effect van smeren aanwezig. De compositie lijkt telkens onderweg. In de stilstand van het gekaderde linnen of het vel papier is voortdurend beweging op te merken, een spanning aangebracht.

    De composities laten zich niet eenvoudig omschrijven. Deze schilderijen spreken in hun veelkleurigheid en vormentaal voor zich. Behoeven geen uitleg. Het zijn zelfstandige afbeeldingen, autonome vormen, die buiten de werkelijkheid staan en daardoor zo wonderlijk echt lijken. Voor René Korten is het toeval een vreemdeling en een compagnon. In zijn werk balanceert hij op het snijvlak van de realiteit en een abstracte weerslag daarvan. Het is deze smalle rand waar vanaf de kunstenaar makkelijk kan vallen. Geestdriftig houdt hij zich staande, maar niet onbesuisd of ondoordacht. René Korten beeldt niet af, maar hij beeldt uit.

    Manipuleren

    De kunstenaar kan een realistisch effect in het abstracte beeld manipuleren door over en langs de vlekken zorgvuldig geplaatste lijnen en vlakken aan te brengen, zelfs plantaardige figuraties. Want in onze simpele opvatting verlangen wij ons een voorstelling te kunnen vormen. Proberen wij een vinger te krijgen achter het ondoorgrondelijke, trachten het geheimenis begrijpelijk te maken. Voor onszelf. Het bedrieglijke, de leugen tot waarheid te laten worden. Uit de verf laat Korten een valse realiteit ontstaan. Het is er niet, want het is natuurlijk alleen maar modder op een doek. Maar het lijkt toch te bestaan, als afbeelding van een onderbewustzijn dat verbanden legt met onbestaanbare elementen en realistische details. Toevallig wel.

    Punctueel – Vloeiend. Werken van Marco Arwert en René Korten bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega-Schurega. Te zien van 7 tot en met 30 juni 2024.