Tag: Rick Vercauteren

  • Gedachten zoeken woorden om te kunnen bestaan, een beeld zoekt vorm om gezien te kunnen worden

    De lijn is zijn houvast, zijn steun en toeverlaat. In de tekening waarvan de lijn de grondtoon is voelt hij zich geborgen. Daarin verborgen sluit Hans Klein Hofmeijer zichzelf bij wijze van spreken af van de buitenwereld. In zijn veilige binnenwereld is de tekening een verbeelding van zijn, zijn wezen. Het klinkt als een paradox, maar zijn uiting geeft inzicht in wie hij als kunstenaar is. Hij zoekt zekerheid. Dat uit zich in fantasieën, want de werkelijkheid is niet heilig. In een bedachte vorm kan Klein Hofmeijer dan schuilen. Hij verschuilt zich tussen de lijnen in het vlak. Niet zichtbaar als een herkenbaar zelfportret, want dan zou hij zich al te veel openbaren.

    Wie goed naar zijn werken kijkt ziet de geest daarin ronddwalen, zoekend naar beschutting om zichzelf bijeen te houden, zich te herbergen om het zijn in onderkomens vast te zetten. Wie serieus zijn composities bekijkt merkt de zoektocht van een kunstenaar die zichzelf maar nauwelijks kan vinden. En die met moeite een onderdak in zijn kunst weet te ontdekken. Iedere poging om een nieuw bewijs van het zijn weer te geven mondt uit in een volgende inspanning te speuren naar de ultieme schuilplaats voor de ziel. Ieder experiment heeft de bezieling, maar reikt nog niet aan het definitieve onderkomen. Klein Hofmeijer blijft puzzelen, maar zal telkens het laatste stukje missen. De zichzelf opgelegde opgave blijft een mysterie, het zijn is een raadsel.

    Het slakkenhuis

    Klein Hofmeijer houdt zich in zijn kunst bezig met het wezen van alle dingen en met het leven. Geschreven teksten bij de tekeningen geven een filosofische contemplatie weer. De kunstenaar bekijkt, beleeft en beschouwt zijn wezen. Woorden dat te uiten zijn niet genoeg en vullen tekeningen aan, maar het getekende is vaak niet voldoende uitdrukking te geven aan de woorden. Woord en beeld zijn een eenheid. De titel is het werk wanneer ik de ogen sluit. Het nabeeld op mijn netvlies geeft daaraan uitdrukking. In zijn zoektocht naar de ultieme verbeelding van wat nauwelijks te verbeelden is beloopt hij diverse trajecten, schreef ik in mijn beschouwing van The Blue Drawings, een eerdere uitgave in eigen beheer van Klein Hofmeijer.

    Dit nieuwe werk uit de bloemlezing vindt de oorsprong in het waterrijke Zeeland, waar slakken en schelpen inspirerende huizen zijn om in te schuilen. Daar aan de oever van de onpeilbare bruisende waterdiepte vindt Klein Hofmeijer op het strand de beschutting voor de gedachte. Weer een divers traject in zijn streven een vinger te krijgen achter de uiterste voorstelling. In het slakkenhuis is zijn vorm voor geborgen verborgenheid te vinden, zijn diepste wezen kan daarin schuilend verschuilen, opgesloten wegkruipen. Die vorm is zijn uitdrukking om het mij te verbeelden. Echter niet sec een cilindervormig hoopje, maar een dynamische cirkelvorm die erupereert, uitbarst in een harige wolk zoekend naar houvast in de omgeving. Een wirwar aan lijnen is in orde, als de tentakels van een zeeanemoon die een prooi betasten. Want zo wil Klein Hofmeijer mijn geest bevoelen, terwijl uit het schelphuis kruipend hij de wereld probeert te (be)grijpen.

    Dwarsdoorsnede

    Het muzengekras in het muzenverblijf schuurt aan mijn kennis, ik herken niet meteen wat ik zie maar de titel zet me in het juiste spoor. Zo is er summier uitleg van de abstracte inhoud. Ik onderscheid de bedoeling en raak gaandeweg ervaren in het kijken. Mijn denken schuilt in de bedachte omhulsels, mijn weten vindt plek in de behuizingen. De tekeningen zijn gezet op gebruikt papier met rafelranden, op de keerzijde van gescheurde nota’s, notities uit een tijd voor nu. Deze documenten reïncarneren in de kunst van Klein Hofmeijer. Het is geen recycling of hergebruik, want de vellen krijgen een nieuw leven, een oprechte betekenis. De idee krijgt een fantasievolle uitbeelding, de gedachte herlichaamt op papier. Daarin schuilt de kunstenaar, zoals de dichter zich verbergt in de poëzie. En daarin kan ik voor de duur van mijn aandachtige blik op bezoek zijn, aan tafel bijschuiven en de kunstenaar ontmoeten.

    Mijn ogen en geest hebben een aangename tijd met het beleven van een bloemlezing uit de werken op papier 2022-2023. Het is een dwarsdoorsnede uit de stranduren in Zeeland, het verblijf in het atelier aan de oever van de Westerschelde met uitzicht op de Noordzee. Er is namelijk meer om de rede in te laten vluchten. Het getoonde werk in het boek is een representatieve selectie en verbeelden fraai het zoeken naar een onderkomen om de gedachte bijeen te houden, vast te zetten en te herbergen in de tekening. Zijn dat eerst scheerlijnen om geschoorde ruimtes vast te leggen, want hoe veilig is het onder de lijnen. Maar dat bij elkaar houden en bijeen zijn is een statisch gegeven op den duur. Dus breekt de kunstenaar uit zijn huis om dynamisch te bewegen als een golfslak. Een niet bestaand object dat de vorm vindt in een bestaand wezen. In dat slakkenhuis kan Klein Hofmeijer nog altijd kruipen wanneer de buitenwereld te dreigend is voor zijn scheppend wezen.

    Een teken van leven

    Maar hij kan zich tevens statisch bewegen, dynamisch de stilstand aandrijven. Dan moet er eerst een golfslakachtig onderkomen worden vorm gegeven. Daartoe doet de kunstenaar diverse pogingen, die alle van hoogwaardige kwaliteit zijn. Hij zag dat het goed was, maar het kon beter en was nog niet best. In de pogingen groeit Klein Hofmeijer zichtbaar in zijn gefantaseerde wereld. De uitdrukking verfijnd zich en komt langzaam aan richting een Mij beeld, een abstract zelfportret verbeeldt een realistisch weergegeven slakkenhuis waaruit de geïnspireerde geest explodeert. Het is opgesloten maar moet uitweg hebben zich te openbaren.

    In de bloemlezing geeft kunsthistoricus Rick Vercauteren woorden aan de verbeeldingen. Uitleg aan de uitdrukking. Hij beschouwt de bijeen-houdingen, de her-bergingen, de onder-komens en vast-zettingen. Het schrijft het mysterie van deze kunstvorm als inspirerend kunnen echter niet kapot. De magie wordt meer diepzinnig doordat Vercauteren het werk van Klein Hofmeijer in de tijd en de ontwikkeling zet. Hoe hij daar op het strand van Dishoek een schuilplaats vindt om te verbeelden, zichzelf beziet in het diepzwarte water en groeit in zijn werk. Het boekje is een bewijs van zijn, een teken van leven, een proeve van bekwaamheid. Een wezenlijke verklaring. Opgeluisterd met de golven van de zee vastgelegd door fotograaf Dolph Kessler. Onder dat bruisende oppervlak heeft meer plaats dan bovenwater vermoed wordt. Het is een metafoor om de gedachte in te dompelen, het wezen onder te laten duiken. Het slakkenhuis heeft wonderwel de vorm van een golf. Het kromt zich om voort te bewegen. Zo buigt Klein Hofmeijer zich naar zijn geest om door te gaan op het pad in de kunst dat hij is ingeslagen. En ik reis met hem mee.

    Een bloemlezing uit de werken op papier 2022-2023. Hans Klein Hofmeijer. De stranduren, met een beschouwing over bijeen-houdingen, her-bergingen, onder-komens, vast-zettingen door Rick Vercauteren. Uitgave in eigen beheer van de kunstenaar, 2025.

  • Beeldmerk van zijn, geheel en al Ton Slits

    Zie ik een werk van Ton Slits, is het alsof ik in de spiegel kijk. Zie ik mezelf, althans mijn reactie in mijn brein op waar ik naar kijk. Vooral veel schilderijen in zijn oeuvre lijken zelfportretten in de zin van dat ik daarop ben afgebeeld. Niet in het bijzonder mijn individuele persoon, eerder de letterlijke kijker die figuurlijk zichzelf ziet. Geen traditioneel portret als het beeld van een gezicht met ogen, neus en mond, een uitdrukking. Maar wel een fysieke wezenlijkheid; de abstractie van lijnen en cirkels geven werkelijk een realiteit aan. De werkelijkheid die achter dat tastbare portret schuilt. Of eigenlijk in dat portret huist, en profil of en face. Het beeldt de emotie uit en af die mijn geest ondergaat wanneer ik een kunstwerk beschouw. Ofwel in klare taal zijn het de signalen die de hersenzenuwen afgeven om mijn ogen te focussen, mijn mond van verbazing te openen, mijn voeten te verzetten om hetgeen ik zie van dichtbij te benaderen. Het zijn hersensignalen die Slits in verf heeft gedigitaliseerd. Ik zie mijn gedachte geschilderd op doek. Oorzaak en gevolg, het kunstwerk en mijn reactie.

    Blader ik het boek “Geheel en al – Voll und ganz” door zie ik meer dan alleen cirkels verbonden door lijnen. Mijn neuronen zijn volop in beweging wanneer ik de illustraties bij de teksten bekijk. Gedachtenpatronen krijgen beeld, mijn hersenkronkels hebben figuur. Op meerdere manieren probeert Slits een vinger achter het bestaan te krijgen. Zelfs door het zijn te breken, het te doorboren om het te bevatten. De kaft en meerdere bladen in het boek zijn geperforeerd met gaten in verschillende maten. Het geeft een wondere kijk op de dingen die in het boek aan de orde komen om het werk en de ideeën van Slits te duiden. Anderen doen dat voor hem, hij licht zichzelf toe. In de veertig jaren die de uitgave als oeuvre op rij zet heeft de kunstenaar naar eigen zeggen telkens weer de nietigheid van ons bestaan tegenover de onmetelijke grootsheid van het heelal verbeeld. “Verkennend, beweeg ik in picturale zin nadrukkelijk tussen overzicht en inzicht.”

    Persoonlijke kijk op zijn leven en werk

    Grootmoedig en geïnspireerd is hij steeds benieuwd naar de ‘volgende laag’, een nieuwe ontdekking. Dat verklaart de gaten, het geeft letterlijk en figuurlijk lucht aan zijn bestaan. Door ieder gat ontdekt hij het ontstaan van het bestaan, zijn wezen. De leegte, want het gat is niets, vult Slits op met nieuwe inzichten die het zijn toelichten. Het niets wordt iets en heeft aantrekkingskracht. Het gat verleidt en absorbeert mijn aandacht, zoals het zwarte gat in het heelal alles opslokt wat in de buurt komt. Het geeft een veranderende kijk en anders-soortige beleving van perspectief en ruimte. “Alsof ik boven de wereld zweef en naar beneden kijk of op de rug lig en naar boven kijk naar een onmetelijke ruimte.

    Ton Slits weet vijf auteurs uit Nederland, Duitsland en België te strikken om vanuit verschillende invalshoeken een persoonlijke kijk op zijn leven en werk te geven. Het geeft de lezer, naast het kijken naar de foto’s, een dwarsdoorsnede van de kunstenaar en zijn kunst. Om de schepper achter de scheppingen te kennen, de creator te doorgronden, de creaties te begrijpen. De achtergrond van zijn wezen is van belang om het zijn op de voorgrond te krijgen. De beelden die hij door de jaren heen heeft opgedaan beklijven dubbelzinnig in zijn werk. Voor hem duidelijk, voor de beschouwer een zoektocht. Slits neemt mij mee bij zijn zoekend scherpen van de zintuigen, zijn nieuwsgierigheid naar en het oog hebben voor het nog niet zichtbare – het achterliggende en het onderliggende – probeert hij mij te wijzen. Hij maakt openingen en doorkijken om mij de getransformeerde realiteit te duiden. Stilteplekken noemt Arno Kramer de gaten. “Afwezigheid maakt aanwezigheid.

    Het boek laat de groei zien van zijn kunst. Natuurlijk is hij in het begin op zoek naar de betere voorstelling van zijn eigenheid. Voordat hij de vorm in de vingers heeft probeert en onderzoekt Slits landschappen, luchten, bomen, takken en wortelstelsels. Figuratief en abstract. Ook dan al in dat vroege stadium ontdekt hij in de natuur dat alles met elkaar verbonden is, zichtbaar en onzichtbaar. Overal lopen lijnen en vormen zich relaties. Alom zijn lijnen tussen modellen te trekken om nieuwe patronen en constellaties te laten ontstaan. Configuraties als sterrenbeelden van het bestaan. Bezie de hemel en ken de aarde, bekijk Slits werk en weet het leven.

    De koppen en het brein

    De inspiratie lijkt verwarring te brengen, het leven en de natuur kunnen wanordelijk zijn. In zijn werk bezweert Slits die chaos door regelmatige constructies te bouwen. Regelmatig komen onregelmatige vormen terug. Wat het hoofd van een mens lijkt staat figuurlijk onder druk van prikkels, invloeden van buitenaf. Ook wordt het denkbeeld, de gedachtevorm, wel omgeven door letters en cijfers. Als duiding van een mening, de stelling gespijkerd. “Zoals bekend wordt het interpreteren van een beeld pas mogelijk door de context die het beeld zelf aanlevert”, schrijft Frank-Thorsten Moll. “Een woord in een schilderij wordt om die reden normaal gesproken begrepen als de eenvoudigste sleutel voor het werk.” Wie de taal van het beeld niet meteen begrijpt krijgt woorden aangereikt om de deur tot begrip te openen. Maar ook dan kan het werk nog onbegrijpelijk lijken, onaantastbaar, niet te vatten.

    Naast de koppen en het brein uit Ton Slits zich in meerdere beeldende onderwerpen en uitgewerkte thema’s. Constructief zet hij zijn creaties op de drager, of hangt deze als bij installaties aan het plafond of plakt ze tegen de wand. Het nauwgezet tekenen van grote en kleine geometrische patronen én het spontaan opbrengen van lagen verf wisselen elkaar contrastrijk en speels af, lees ik in de bijdrage van Rick Vercauteren. Vercauteren beschrijft de ontwikkeling in het werk van Ton Slits, duidt zijn voortgang van een traditionele schilderstijl via de beeldmerken van het leven naar een spel met het zijn. Daarbij keren de cirkels en gaten, de relaties en lagen, voortdurend terug als een rode draad door het oeuvre. Het samengaan van de klassieke schilderkunst en details genomen uit een nieuw medium als het videospel geeft Slits de eigenheid waarnaar hij zocht.

    Geheel en al – Voll und ganz” toont flagrant de persoonlijkheid van Ton Slits in de kunst. Het ontwerp van de uitgave is even authentiek als zijn tekenen en schilderen dat zijn, het knippen en plakken van beelden uit het leven dat is. De kunstenaar plakt een vignet op het bestaan, geeft het een kenmerk waardoor het zijn herkenbaar is. Meestal duidelijk sprekend en anderszins nodigt het uit dieper in de materie te duiken. Het eenvoudige kijken wordt op de proef gesteld omdat een eerste vluchtige blik geen uitkomst biedt. Past hij in de nieuwe figuratie? Heeft hij gekeken naar de neo-metafysische kunst? Wel is meteen duidelijk dat hij op een eenzame plaats staat, een eigen vakje heeft. Het is geheel en al Ton Slits.

    Geheel en al – Voll und ganz. Ton Slits. 1984 – 2024. Teksten: Ton Slits, Peter Pluijmen, Arno Kramer, Vera Hilger, Frank-Thorsten Moll, Rick Vercauteren. Uitgave in eigen beheer, 2024.

  • Spontane expressie en gecontroleerde vormgeving

    Bestaat toeval? Daar zijn de meningen over verdeeld. Voor het geval is een term, dus kan het geen onvoorzien voorval zijn dat het op de een of andere manier een realiteit is. En kan dat toeval dan bestuurd worden, kun je de gelegenheid aangrijpen om het lot anders te beschikken. In geval toeval bestaat kan het in handen van René Korten worden geregisseerd. De kunstenaar doet tijdens zijn schildersleven niet anders dan bij elk volgend werk opnieuw op de bok te klimmen, zijn armen te spreiden om de sfeer te laten vloeien. Zijn baton is een penseel of kwast. De partituur zit in zijn hoofd, zijn gedachte kent de compositie. In het atelier bekijkt hij al werkende in vogelvlucht de compositie dat onder hem op de grond ligt. Flinterdunne lagen verf brengt hij aan op de drager, trekt de materie met kwast, spatel en rakel waarheen hij het wil. Ook laat hij de verf wel vloeien en min of meer een eigen gang gaan, wanneer hij de drager een ietwat kiept. Bij toeval en zonder sturing gaan de druipers een eigen weg, maar wel onder goedkeuring van de maker.

    Het werk van René Korten is veelkleurig en veelzijdig, veelvormig en gevarieerd. Geen enkele compositie is een kopie van het andere, maar een volgende stap in het groeiproces tot een ultieme verbeelding van het leven. Er wordt geen figuratie getoond, het is een abstract gevoel dat beeld krijgt. In een aantal werken is wel een suggestie van landschap en ruimte te onderkennen, maar dan enkel omdat (bij toeval) een horizon het beeld in tweeën deelt: ´land en lucht´ beschouwt meteen de kijker. Maar er is geen specifieke aanleiding in de realistische wereld voor Korten om weer te geven. Althans niet op de manier zoals de kijker deze ervaart. Er wordt een beroep gedaan op het gevoel, de emotie. Het is de ervaring waarop het werk een beroep doet. Niet de ondervinding van herkenbaarheid, maar de beleving van hetgeen zich achter de waarneming beweegt. Een dynamische identificatie van het onderbewustzijn. Want het werk is niet met opzet onvoorzien, maar bij toeval gecontroleerd.

    Evolutie tekent zich evident af

    In het boek “Hide your backbone”, de catalogus bij het oeuvre van de kunstenaar, wordt een kijk gegeven in de opbouw van het werk door de jaren van 2012 tot 2024 – schilderijen en werken op papier. De onervaren kijker zal een veelheid van hetzelfde aantreffen, overvloed aan variatie op het bepaalde thema. Maar wie beter kijkt en de ogen de kost geeft, raakt geoefend in het onderscheiden en ziet de groei – halvelings en stapvoets, maar merkbaar. Korten ontdekt aldoor opnieuw de beeldtaal waarmee hij zijn verhaal wil duiden. Met steeds andere vormen en vlakken, lijnen en grenzen, kleuren en materie. Het is een lust te zien dat het abstracte idioom zoveel diverse uitingsvormen kan hebben, zonder te vervallen in eendere uitdrukking. Wel is er vergelijking in expressie, een Korten is duidelijk een Korten: het oogt, het voelt, het klinkt en het toont als een Korten. Maar het is telkens een ander voorkomen, dat overeenkomt met wat daarvoor gemaakt is.

    In de werken in serie tekent deze evolutie in de manier van werken zich evident af. Hoewel zich er tussen de composities kleine verschillen voordoen, zijn deze variaties op het thema merkbaar. In de grote werken die min of meer solo in de kerngedachte staan experimenteert Korten met kleuren en vormen. Steeds meer verschijnen lijnen in de compositie, afgetrokken schildertape dat het beeld een andere dimensie geeft. Hoewel het vlak plat blijft geven de verflagen de compositie een zichtbare diepte.

    Altijd reden vervolgstap te zetten

    Voor het boek is kunstjournalist Hilde van Canneyt met de kunstenaar in gesprek gegaan. In de weerslag daarvan is hij openhartig over zijn kunst en de manier van werken. De methode van arbeiden, het voordenken om tot actie te komen. Echter vrijwel nooit nadenken voor te beginnen. Korten laat het toeval een rol spelen, omdat hij het in bepaalde fases van het schilderij niet precies kan beheersen, niet wil bedwingen. “Daarvoor moet er een soort noodzaak zijn op het moment dat ik de verf zijn eigen gang laat gaan, anders ontglipt het me.” Maar al snel herpakt hij zich en slaat in samenwerking met de compositie een richting in om tot een duidelijke uitspraak te komen. Die helderheid is niet meteen gevonden, de klare lijn en het zuivere vlak heeft niet direct uiting.

    Er kan een nacht slapen overheen gaan voor de punt op de i staat en er een streep onder getrokken is. Want “er is altijd een reden om een vervolgstap te zetten. Dat kan heel intuïtief zijn. (…) Het moeten voor de kijker abstracte vlekken zijn of het moet een voorstelling zijn. Als het er tussenin zit, wordt het een puzzeltje dat ze niet opgelost krijgen.” We moeten dieper, ergens anders naartoe om tot een essentie te komen, vindt Korten. De magie van het handelen komt samen in iets wat een beeld wordt. “Die strijd zit bij mij in alles. Met de jaren durf ik meer risico’s te nemen en kreeg ik vertrouwen dat de dingen ooit klikken, dat vroeg of laat betekenis krijgt en het een sterk beeld wordt.”

    Van een dwarse zijde benaderen

    Vooral waar René Korten in het interview zelf aan het woord is, of de woorden van Van Canneyt in de mond neemt omdat zij op eenzelfde golflengte zit, toont het de kunstenaar achter de kunst. Geeft een reden beter en anders naar het werk te kijken. En waar in het boek anderen de kunstenaar en zijn kunst verklaren krijgen de schilderijen meerwaarde, krijgt de gelaagdheid diepte, komt het tweedimensionale beeld in een mysterieuze ruimte terecht. “Zijn werken stralen een zelfverzekerdheid uit waarbij hij van nature lijkt te vertrouwen op het creatieve proces en zich erdoor laat leiden”, schrijft Frank-Thorsten Moll terecht op. Korten laat tijdens het schilderproces een schijnbaar rommelige nonchalance toe om in een latere fase de controle terug te krijgen: spontane expressie en gecontroleerde vormgeving. Dat proces is een essentieel onderdeel van het werk, zijn kunst is een middel om het onbekende te ontdekken zonder beperking van een voor opgezet plan en een duidelijke bedoeling.

    Rick Vercauteren benadert het werk van René Korten van een dwarse zijde om er nog een andere duidelijke kijk op te krijgen. De abstractie krijgt een werkelijke invalshoek om te bewonderen en op waarde te schatten. “Via zijn verbeelding viert René Korten, in maturiteit gegroeid, in verdichte, verhulde vorm het leven zelf. Zijn zonder uitzondering in maximale vrijheid, spontaan geboren kunstwerken maken metaforisch allerlei tegengestelde facetten in het menselijk bestaan aanschouwelijk. (…) Reflecterend op natuur en cultuur schept René Korten, die naar eigen zeggen conceptueel in series denkt, in zijn atelier dagdagelijks illusionistisch ruimten waarbij regels, indien nodig, als het ware vanzelfsprekend verdampen in ongedwongen expressief en vrij handelen.” In volzinnen gaat de schrijver verder: “In de concrete wording staan formaat, kleur én daadwerkelijk scheppen, tezamen, immers altijd in dienst van het zo spontaan mogelijk geboren laten worden van nieuw, (non)-figuratief werk.”

    Mogelijkheden verf en drager

    Naast de sferische afdrukken van zijn werk die het boek bezienswaardig laat zijn, maakt de poëtische benadering van Frans Budé op de schilderijen van René Korten de uitgave tot een parel in de boekenkast onder Kunst met een grote k. Pakt Korten het leven al eigenzinnig aan, Budé doet dat nog eens dunnetjes over door het werk eigenwijs te vatten. Eigenlijk is deze kunstzinnige benadering in een spel met woorden een nog betere uitleg van het werk dan enig andere zienswijze dat kan zijn. De vormgeving van het boek vervolmaakt dit overzicht van een dozijn aan werkvlijt. “De kleuren vragen om een voor een / aan te schuiven – als in een droom waarmee / te spelen valt. Terug- en vooruitkijken, houvast / / vinden zomaar in het niets.”

    En ze zijn het er eigenlijk allen wel over eens dat de mogelijkheden van verf en drager tot het uiterste worden gedreven.’, citeer ik mijn eigen woorden uit de bespreking van het boek Furious Balancing. ‘Het schilderij is klaar en af wanneer werk en maker in harmonie zijn met elkaar, maar die uitkomst – dat moment van samenvallen – staat nooit van tevoren vast. De werken zijn landschappen van onze geest. Ze bestaan niet anders dan in mijn onderbewustzijn. Het bewustzijn, die werkelijkheid, manipuleert Korten met zijn schilderijen. In zijn beelden ontstaat een realiteit die geen bestaan kent, irreëel is en toch werkelijk lijkt. Het werk heeft een eigen waarheid in zich. Een waarheid die het midden houdt tussen echt en onecht.

    Hide Your Backbone. René Korten. Schilderijen en werken op papier 2012-2024. Poëzie Frans Budé. Tekst Hilde van Canneyt, Frank-Thorsten Moll, Rick Vercauteren. Publicatie met steun van Het Cultuurfonds, Jaap Harten fonds, Mondriaan Fonds. Uitgave in eigen beheer van de kunstenaar, 2024.

  • In vergeestelijkt blauw bevraagt Hans Klein Hofmeijer het denken

    In de map The Blue Drawings presenteert Hans Klein Hofmeijer zijn werken met het coloriet blauw. Blauw is de kleur van duidelijke communicatie, loyaliteit, vertrouwen, wijsheid en (spirituele) wilskracht. Bij Klein Hofmeijer is het kleur die het denken in beeld kan brengen. Hij combineert zijn tekeningen in potlood, houtskool en aquarel met hand geschreven teksten. Woorden  die door denken en peinzen uit zijn brein ontspruiten. Niet als verduidelijking van het getekende, maar als eenheid met de compositie. Het schrift bevraagt het leven, zoals het beeld de beschouwer raadpleegt. “Wie ben je als niemand kijkt.” De kunstenaar schrijft brieven aan zichzelf, waaruit de beschouwer een logboek van het kunstwerk kan lezen. Het zijn de rafelranden van zijn denken, het denken, mijn denken. Klein Hofmeijer onderzoekt het denken en de gedachte, geeft beeld aan dat wat niet beeldend uit te drukken is. Hij maakt filosofische beelden, hij houdt zich in zijn kunst bezig met het wezen van alle dingen en het leven. Door die bespiegelingen al redenerend op papier vast te leggen. Daarbij zijn woorden niet genoeg en vullen tekeningen deze aan, en andersom. In die zoektocht naar de ultieme verbeelding van wat nauwelijks te verbeelden is beloopt hij diverse trajecten. De voorlopige uitkomst is een eigenzinnig Wit bloedend Blauw. Een abstracte beeltenis van het stromende denken. Want denken is niet te temmen. Die Gedanken sind frei.

    Hans Klein Hofmeijer, The Blue Drawings

    Het werk van Hans Klein Hofmeijer heeft enige verduidelijking nodig, maar hoewel de uitleg in de hierboven genoemde map welkom is staat het een objectief kijken in de weg. De map, enkele losse gevouwen vellen op groot formaat gestoken in een omslag met gerafelde rand, is een weerslag van de gedachten die kunstenaar zelf en schrijvende beschouwers daarvan hebben. Deze laatste concretiseren en verklaren zijn blauwe kunst. Deze werken van Klein Hofmeijer lijken weinig spontaan, maar juist sterk beredeneerd voordat het tot uiting komt. En de indruk achteraf wordt ook nog eens geïnterpreteerd en gemotiveerd. Kapot verduidelijkt, geïnterpreteerd en gemotiveerd lijkt het wel. Het bedachtzaam kijken geeft een filosofische beschrijving. Het is geen makkelijk toegankelijk werk, daarom valt die verheldering wel op de plaats. Maar een afbeelding kan ook te ver uitgerafeld worden. Te veel begrijpelijk verklaard waardoor het mysterie van de kunst als inspirerend kunnen verdwijnt.

    Hans Klein Hofmeijer, The Blue Drawings

    Sterk beschouwend en elkaar inhoudelijk aanvullend

    Het project op zich is uiterst interessant. De vormgeving van de weerslag daarvan is minstens zo overdacht. Het grote formaat heeft de vorm van een lijvig cahier. In een driedubbel gevouwen grijs omslag van 350 grams handgeschept Zaansch Bord steken een aantal dubbelgevouwen stevige bladen van 62 bij 41 centimeter. De randen van het omslag zijn gerafeld, passend aan de artistiek gevoelvol uitgebeelde rafelranden in het denken van de kunstenaar. Want in de kunst van Klein Hofmeijer is het denken een belangrijk ding. De publicatie is in eigen beheer uitgegeven en kent tekstuele bijdragen van journalist, schrijver en copywriter Annelies Vanbelle en redacteur, publicist en kunsthistoricus Rick Vercauteren. In deze artikelen proberen zij het onderhavige werk van Klein Hofmeijer te omschrijven en te verklaren. Sterk beschouwend en elkaar inhoudelijk aanvullend gaan zij nader in op de filosofische, kunsthistorische en spirituele aspecten van het mysterieuze coloriet blauw in het oeuvre van Hans Klein Hofmeijer.

    In haar essay stelt Vanbelle vragen, zoekt antwoorden. Maar retorisch bevinden zich deze in de gedachte van de kunstenaar. Komen tot uiting in de werken. Deze kunnen door de kijker worden onderzocht, bevraagt. Het werk respondeert. Niet altijd even duidelijk en scherp gearticuleerd. Fluisterend soms of stilzwijgend mimisch. Daarom verduidelijkt Vanbelle in haar eigen woorden het werk. Gaat zij in het denken van Klein Hofmeijer zitten en ziet van daaruit grond en reden. “Het gaat niet om mijn denken, maar om hét denken”, zegt de kunstenaar zelf. “Ik zoek een universele dimensie.” Dat perspectief helt erg over naar de filosofische redenatie van het leven. De werken van Klein Hofmeijer kunnen daarom het meest gemakkelijk diepzinnig worden gerationaliseerd. Grote denkers als Kant en Descartes zullen eenvoudig toegang kunnen hebben in deze manier van kunst scheppen.

    Hans Klein Hofmeijer, The Blue Drawings

    De kunstenaar zoekt door zijn werk naar antwoorden op levensvragen. Het denken, overdenken en nadenken, staat daarbij voorop. Voordat het werk op papier ontstaat is de gedachte, het bedenken, de eerste stap naar vormgeving. In zijn werk probeert hij die opstap, dus het denken over en aan, zichtbaar te maken. Door zijn tekeningen kijk ik als het ware in zijn hoofd. Krijg ik inzicht in zijn gedachtewereld, zijn denken kan ik de mijne maken. Maar dan moet ik wel bedachtzaam kijken en scherpzinnig zien. “Het lijkt niet alsof deze tekeningen verlossing brengen.”, schrijft Annelies Vanbelle, “Ze zuchten, onder het tasten en betrachten; ze smeken, om verlichting en vertroosting.” De kunstenaar smeekt, de beschouwer zucht.

    Volgens Vanbelle begint iedere tekening met een intuïtieve aanzet, een energiepunt, een niet-weten. Is dat niet hetzelfde met het kijken ernaar, het beschouwen. Ontmoet ik de tekeningen in de map, dan is mijn eerste gedachte een niet-weten. Eerst kijk ik, dan lees ik, en vervolgens doorzie ik. Denk ik te doorzien, objectief nog te kunnen kijken. Begrijpend lezen, aanvoelend kijken.

    Hans Klein Hofmeijer, The Blue Drawings

    Alleen maar kijken, zien en verwonderen

    Hans Klein Hofmeijer tekent in wat hij noemt vergeestelijkt blauwe inkt op vergeelde dragers. Het papier is hergebruikt en draagt sporen van eerdere levens. Daarop floreert het blauw. De kleur kan als geen andere tint het denken verbeelden. “Mijn vulpen draait rond, mijn hand stuurt het beeld in een bepaalde richting. Achteraf lijkt het soms of ik de tekening voor het eerst zie. Ik word in dat unieke aha-moment verrast door mijn eigen werk. En dan vraag ik me af: klopt het met mijn initiële intentie?” Is het geworden wat hij heeft bedoelt, wat hij wilde zeggen en ermee bereiken. Alleen Klein Hofmeijer kan daar het antwoord op geven. Ik kan alleen maar kijken, zien en mij verwonderen. Vermoeden wat zijn streven is, was. Hij verwerkt teksten in zijn  tekeningen. Leesbaar, maar ook wel onnavolgbaar. Zelf zegt hij daarover: “Ze maken me weer alert voor een bepaalde ervaring, een gevoel, een herinnering – ze zijn een herbevestiging van bepaalde inzichten of vaststellingen. Ik hoed me daarnaast wel om te veel woorden te geven aan mijn werk, te nauwgezet toe te lichten hoe ik te werk ga.” Want weet ik hoe en wat, dan vervliegt de poëzie en de mystiek. Dan kan ik me minder verwonderen. Is het antwoord gegeven terwijl ik een retorische vraag stelde. Want ik wil geen feedback, geen reactie. Ik wil zelf een uitweg vinden, een weerwoord geven.

    In zijn werk bevraagt Klein Hofmeijer niet alleen de drager, het vel papier waarop hij zijn denken uitzet, ook onderzoekt hij de randen. De gedachte gaat verder dan de begrenzing van het blad. Het overstijgt de dimensie van het zijn, het wezen. In het denken overvleugelt hij zichzelf. “Ik denk, dus ik ben.” Dat denken vindt een beeld op papier. “Ik schrijf, dus ik blijf.”

    In het artikel “Over blauw” legt Rick Vercauteren het blauwe oeuvre op tafel. Als een rode draad door de laatste twintig jaren. En werkt zich door de tinten die daaraan vooraf gingen. Er zijn in de tekst verwijzingen naar werken die zijn opgenomen in andere publicaties. Die dus niet op deze plek kunnen worden beschouwd. Het is een gemis, omdat die publicaties mij niet bekend zijn en ik dus geen vergelijksmateriaal heb. Maar goed, ik doe het dan maar met dat wat wel in deze publicatie is opgenomen. En dat geeft al denkelijk meer dan genoeg reden tot beschouwen. Het bespreken en benoemen van eerder werk geeft een gedetailleerde wegenkaart. Ik kan de paden stapvoets volgen, de straten bewandelen, die Klein Hofmeijer gegaan is om daar te komen waar hij in The Blue Drawings is. Het is in deze de eindbestemming. Het voert hem van hier verder met het denk-blauw en het schrijf-blauw om de onzichtbare, innerlijke processen te verbeelden, duidelijk te maken.

    The Blue Drawings. Hans Klein Hofmeijer. Een haat-liefdeverhouding met het denken. Teksten Annelies Vanbelle, Rick Vercauteren. Uitgave in eigen beheer, 2022.

    Hans Klein Hofmeijer, The Blue Drawings
  • Ieder werk is een ontdekkingsreis, een avontuur

    Het is alsof haar gedachten in scherven op het linnen zijn stuk gevallen. Alsof de stukken inspiratie bij elkaar geraapt moeten om tot een afgewogen compositie te komen. Maar afgewogen, in balans, lijkt het werk van Bep Scheeren nauwelijks. Het schijnt een ratjetoe, een potpourri van ingevingen en uitdrukkingen. Nergens is het beeld afgemaakt of er volgt een nieuwe afdruk van gedachten. In de uitgave “Bep Scheeren – Uit vele bronnen” maak ik voor het eerst kennis met het letterlijk veelzijdige werk. Figuurlijk heeft het al de elementen van het zijn in zich. Het warrelt mij voor ogen dit dwarse werk. Het boek geeft een overzicht van haar kunst over een periode van 10 jaar, de evolutie in beelden van 2011 tot 2022.

    Bep Scheeren

    Kunsthistoricus Rick Vercauteren haalt in zijn tekstuele bijdrage aan het boek de uitspraak ‘altijd schilderen wat jezelf wilt’ van Scheeren aan. Een uitspraak die haar werk volledig karakteriseert. Want dat is wat ze doet, datgene schilderen wat haar hart ingeeft. Niet beïnvloedt door wat mensen door de bank genomen graag zien op een schilderij. In elk geval esthetisch verantwoord, schoonheid uitstralend, aangenaam om naar te kijken. Dat alles heeft de kunst van Bep Scheeren op het eerste gezicht niet. In haar eigen woorden heeft ze schijt aan het inlossen van verwachtingen van anderen. In het werk bepaalt ze haar eigen koers, komt ze voor zichzelf op en zoekt een uitweg in de warboel die de tegenwoordige maatschappij is en de huidige wereld laat zien. Daardoor kan het niet aangenaam en behaaglijk zijn, plezierig om te ondergaan, want de tijd is daar niet naar. Het gebroken en in duigen gevallen zijn krijgt beeld in dit werk.

    Bep Scheeren

    Letterlijk naar de werkelijkheid

    Als in een collage zijn onderling aan elkaar verschillende elementen bijeen gebracht. Vercauteren noemt deze werkwijze het hervormen, misvormen, omvormen en vervormen van de schepping. Deformeren, transfigureren en transformeren meer dan dat het construeren is. Ze werkt ‘nooit of te nimmer direct naar de natuur of (…) letterlijk naar de werkelijkheid. Ze beeldt, juist extreem ver weg blijvend van begrippen als idealisme of realisme, bewust niets bestaands af.’ Het is jammer dat zij dan wel eenduidige titels aan de werken geeft zodat ik toch aan een bestaande situatie ga denken, terwijl het een abstracte handeling betreft. Het duwt de beeltenis een onomkeerbare richting in.

    De kunstenaar bepaalt met het geven van een titel aan het werk welke dat is. Mijn gedachten kleven er aan vast en ik wil de naamgeving in het werk terug zien, zoek de strekking ervan. Althans doe ik moeite daarmee het werk te doorzien. Maar het staat een objectief zien in de weg. Natuurlijk zal ik de titel kunnen voorbij zien voordat ik naar het werk kijk, maar dat is hetzelfde als met de ondertitels van een televisiefilm – je ogen trekken er als vanzelf naartoe ook al kun je de spraak op beeld verstaan. Die titel staat de vrijmoedige beleving van het werk in de weg. Want het is geen realiteit wat ik zie, ik heb niet meteen houvast aan het beeld dus ga ik in mezelf op zoek naar de betekenis. Mijn emotie zet ik tegen het gevoel van de kunstenaar, die het leven in haar werken abstraheert.

    Bep Scheeren

    De wereld ligt aan stukken

    De mensbeelden, figuratieve beeltenissen, zijn incompleet, onaf en onvolmaakt. Maar hoewel details in het onderwerp – als daar al sprake van is in de breking van kleur, vlak en lijn – afgesneden, omgebogen en verkort zijn loopt de inspiratie en het idee klaar door het werk. Hoewel in voorstelling de werken over het algemeen compact ogen, ondoordringbaar lijken, is met inlevingsvermogen het abstracte karakter te doorzien. Het oog moet wennen, de blik zich aanpassen. Het verdient goedkeurende tijd om niet meteen afkeurend te waarderen.

    Volgens Vercauteren wijkt Scheeren in haar schilderkunstige intenties radicaal af van de vertrouwde scheppingen van artistieke aard. Het is geen realiteit wat ik zie, geen werkelijk stilleven of landschap, geen bestaand interieur of herkenbaar portret. Maar het is wel de werkelijkheid door de ogen van Scheeren, naar haar idee samengesteld. Niet dat het in haar gedachten een warboel is. De wereld ligt aan stukken, maar kan nog wel duidelijkheid geven want ‘vanuit het aller-diepste wezen van haar kunstenaarschap wenst ze entiteiten en gedaanten – doelbewust en gedreven – een andere betekenis en nieuwe lading te geven.’ Ze overstijgt ermee de werkelijkheid en in die vlucht naar het bovenwezelijk zijn, de aantrekkelijke artistieke dynamiek, volg ik haar graag. De personen in mijn wereld transformeren in de figuren van haar zijn. Ze wijken af van wat mij denkbaar lijkt, maar maken het onmogelijk schijnende mogelijk. Het verhaal kent hiaten, maar is af in handen van Scheeren. Want niet alles hoeft vertelt om de boodschap duidelijk te krijgen.

    Bep Scheeren

    De wereld is een wirwar

    Ernst en luim komen beide voor in het werk van Bep Scheeren geeft Vercauteren aan. De hilarische en ironische effecten zijn naar mijn mening niet van de lucht. Ze dekken met een grimlach de diepere betekenis en gelaagde inhoud toe, want er is meer tussen de hemel en de aarde, het sublieme en het wezen, dan voor mogelijk gehouden. Scheeren combineert onverwacht en verbindt verrassend, waardoor het toch wel ernstige oeuvre een vrijmoedig grappige lading heeft. De ernst wordt weggelachen als het ware. Als een boer die kiespijn heeft?

    In verschillende werken zie ik zelfportretten, vooral die frontaal zijn zoals het werk dat de titel aan het boek geeft. En uiteraard zijn het natuurlijk alle portretten van haar eigenste ik, zoals een kunstenaar in al het werk aanwezig is wat hij of zij maakt als het goed is, het zijn stukjes van hem- en haarzelf – kindjes? In elk geval de erfenis die aan de wereld wordt nagelaten. Het gelaat heeft een min of meer afwezige blik. In zichzelf gekeerd op zoek naar een eigen waarheid, die stukje bij beetje wordt geopenbaard en op doek verschijnt. Ook de andere gezichten die minder eigen zijn en meer de ander toont hebben zo een blik van de afwezendheid in het zijn. De gedachte die zweeft boven de handeling.

    De wereld is een wirwar’, meent Bep Scheeren, ‘het zorgt bij velen voor een onzeker gevoel. Mensen voelen zich vaak opgesloten en hebben last van schuldgevoelens. De lol in het leven en de zorgeloosheid lijken soms erg ver weg.’ Het leven wat je leeft is in haar optiek altijd rijp voor reflectie en overpeinzing. Daarvoor gebruikt zij de kunst: Schilderen is voor haar een bijzonder rijk medium waarvan ze na zoveel jaren nog altijd geniet. Haar werk is soms letterlijk gelaagd omdat er onder een compositie vaak vele andere zitten, vormen die ze radicaal heeft hernomen en kleuren die volledig zijn overwerkt. Haar uitspraak ‘Ieder werk is voor mij een ontdekkingsreis, een avontuur’ zal ik een-op-een kunnen overnemen. Want dat is het, haar werk, wanneer ik ernaar kijk, een avontuur, een ontdekkingsreis.

    Bep Scheeren

    Onvoorspelbaar het leven

    Publicist Frank Budé gaf bij geselecteerde schilderijen een poëtische bijdrage. Is dat gedicht een illustratie van het kunstwerk of werkt het andersom. Geeft het geschilderde beeld aan de tekst of beschrijft de poëzie beeldend het schilderij. Het op het beeld geïnspireerde gedicht schetst mij haarfijn de beeltenis. Het verduidelijkt eigenlijk het schilderij. Dat kan tegendraads werken omdat het eenzelfde effect geeft als de titel, ik kijk niet meer objectief. Maar de subjectieve woorden vormen een persoonlijk kunstwerk naast dat waarvan het is afgeleid, uit is voort gekomen. Het is de opvatting van de dichter die hij kreeg bij het werk van Scheeren. Maar wonderwel heeft hij mijn woorden in zijn mond genomen, mijn idee bij dat specifieke werk uitgeschreven. Ik had het beeld zelf graag zo verwoordt. De woorden zweven boven het beeld zoals de visuele verbeeldingskracht is los gemaakt van het verstand en de logica. Mijn onderbewustzijn is zo in staat onthullende en suggestieve voorstellingen te duiden.

    Aan de hand van zorgvuldig geselecteerde afbeeldingen probeert Bep Scheeren in dit boek inzichtelijk te maken wat er qua artistieke ontwikkeling is gebeurd in haar atelier gedurende het laatste decennium. Aan haar hand laat ik me graag meevoeren in die ontwikkeling en lees in een subtiel opgebouwd en vlot geschreven artikel van Rick Vercauteren over de belangrijkste thema’s in haar inmiddels sterk doorgegroeid en verdiept oeuvre. Maar Frans Budé geeft me de woorden om het werk persoonlijk te duiden: ‘Onvoorspelbaar het leven – voorspoed en tegenslag / wisselen geregeld van plaats, lopen wedijverend / het miezerige duister in of het verhelderende licht.’

    Uit vele bronnen / Aus vielen Quellen, Bep Scheeren 2011-2022. Tekst Rick Vercauteren, poëzie Frans Budé. Uitgave Van Spijk Art Books, 2022.

    Bep Scheeren