Tag: Rikkert Zuiderveld

  • Want dieren zijn precies als mensen

    Het is fijn wanneer je niet altijd serieus hoeft te zijn. Dat je naast ernstige sonnetten ook rijmpjes op papier kunt zetten. Dat je niet altijd plechtig hoeft te schrijven, maar ook eens zingend uit de band kunt springen om de treurigheid te verdrijven. Luchtig en lichtvoetig, light verse of zoals Drs.P het noemde: plezierdichten. Rikkert Zuiderveld is een woordkunstenaar die  zich van diverse vormen en stijlen binnen de dichtkunst bedient. Die met ernst kan schrijven, maar daarnaast vrolijk de pen kan hanteren. Hij gaat virtuoos om met het woord, is een meester in de taal. Kan makkelijk liedteksten maken als een psalmdichter, maar tovert ook eenvoudig verzen en vergezichten uit de mouw, en bewerkt het papier creatoef met oneliners, limericks, topos en de haiku. Net zo makkelijk. En in elke vorm omzeilt hij een kwinkslag niet, want ook in ernst is de glimlach dichtbij.

    En dan beeldend kunstenaar Marius van Dokkum, hij ziet de humor in de wereld. Ook al probeert de mens zo ingetogen mogelijk met ernst het zijn te leven. De schilder/tekenaar haalt het leven in zijn creaties als het ware onderuit, zaagt figuurlijk de poten onder de stoel vandaan en zet de hoogmoed beeldend te kijk. Maar ook kan hij heel serieus aan realistische portretten werken en ruimtelijke beelden vormen. Zijn beschouwingen van de wereld zijn werkelijk, hij doet er echter wat zout en peper bij om de eigenwaan enigszins te kruiden, de inbeelding uit te beelden en de opgeblazenheid door te prikken.

    De kip of het ei

    Rikkert en Marius vonden elkaar al eens in het genre diergedichten. Een kijk op de wereld door de ogen van de mens op het dier. Echter eerder het dier dat meent mens te zijn, althans zich zo tracht te gedragen. Een samen optrekken van twee fantasten middels geïllustreerde gedichten of tekeningen met ondertitels, waarin dieren net mensen zijn en mensen zich gedragen als zijn het dieren. In een soort van fabels, fabelachtige poëzie, voer Rikkert diverse gedachte en bedachte dieren ten tonele. “Ik ben geen duif en geen parkiet / geen kraai en geen kanariepiet / en ook een ekster ben ik niet, / ik ben gewoonweg kierewiet.” Stel je dat eens voor, maak daar eens een beeld van. Marius bedacht bij de verzen beeldende illustraties. Tekeningen die de woorden tot leven wekken.

    Illustreerde Van Dokkum bij de eerste samenwerking “Door de wolf geverfd” nog ongekleurd de poëzie van Zuiderveld om de woorden te versterken met uitleggende beelden. In de nieuwe uitgave “de rijmelaarse kat” nemen de vrolijk gekleurde tekeningen een meer prominente plaats in. Zijn de rollen omgedraaid en is het dat de gedichten het tekenwerk illustreren. Wat was er eerder de tekening of het vers, de kip of het ei. Daardoor is het echt een kijkboek geworden meer dan dat het een (voor)leesboek is. Of dat het kind zich kan vinden in de tekening, opgaan in de creatie van de kunstenaar die aansluit bij de fantasie. Het kind kan zelf een verhaal bedenken bij de beelden, waar de volwassene de uitleg in de rijmen krijgt. Maar natuurlijk kan de ouder weer kind zijn en zich verkneukelen aan en in de tekeningen. Het hoeft niet altijd zo serieus te zijn.

    Woord en beeld

    De dieren in de Rijmelaarse Kat bevolken een wonderlijke wereld. In hun doen en laten zijn het net mensen. Meneer De Uil van de Fabeltjeskrant wist dat destijds al goed te duiden zittend op zijn boomtak: “Want dieren zijn precies als mensen, met dezelfde mensen-wensen, en dezelfde mensen-streken.” De wereld bekijkend met een knipoog. Want het schijnt allemaal niet zo ernstig als het lijkt, althans in de westerse wereld. Het is een dolle boel daar in het rijk van de gelaarsde kat, het sprookje dat ook al het menszijn op de hak nam. Echter is het land van de rijmelaarse kat surreëel, de fantasie viert er hoogtij. Marius van Dokkum weet dynamiek te brengen op papier, de tekeningen zijn in het platte vlak volop in beweging. Vooral in de grote complexe platen valt er veel te zien en voldoende op te merken. Het zijn waarlijk kijkplaten met oog voor detail zonder het grote geheel uit zicht te laten.

    Waar Rikkert Zuiderveld in taal virtuoos karakters kan neerzetten, zo meesterlijk tekent Marius van Dokkum deze op papier. De dieren hebben allemaal de aard van de werkelijke dierenwereld, maar acteren net iets meer uitvergroot het temperament van de mens. In de tekeningen beleef ik de dierenwereld zoals deze zich in vertaling van de mensenwereld aan de fantasie van Van Dokkum voordoet. In de gedichten herbeleef ik deze beelden in taal. En andersom. Ik lees de verzen, beleef de woorden, en herbeleef deze vrolijke fantasie in beelden, de tekeningen die aan de gedachte vorm geven. Gewone alledaagse voorvallen en gebeurtenissen krijgen woord en beeld: “Een luipaard is geen paard / en hij is ook niet lui. / Hij heeft alleen wel vaak / een slaperige bui.” En dat dan in een letterlijke opvatting uitgebeeld met een wolk in gapende slaap. En er is een apart over dieren die aan sport doen. En mol die verspringt, tennissende konijnen, een varken dat zich schoonspringt, kippen aan het biljart, een wielrennende Klara koe, een zeilende olifant en nog vele splorten meer. Hoe de kangoeroe roeit daarvoor moet zelf maar een “de rijmelaarse kat” aangeschaft worden. “Zwemmen / Alle vissen wilden meedoen, / ook de haring en de schol. / Maar de walvis dook in ’t water, / en toen was het zwembad vol.

    Voorstelling fantaseren

    Door de afbeelding raakt de handeling mijn ogen. Door de gedichten raakt het de taal. Kan ik de gebeurtenis benoemen. Kan ik het begrijpen, gaat de papieren beweging vooraf aan mijn fantasie. Wordt het benoemd nog voor ik er zelf duiding aan kan geven. Dan staat het vast, hoewel het een spel met taal is in combinatie met het getekende. Door het gedicht in relatie te brengen met de afbeelding is de handeling duidelijk. Dat is wel jammer, het maakt de beleving statisch. Ik kan niet zelf een voorstelling fantaseren. Eigenlijk zal ik me als een kind laten voorlezen zonder in het boek te kijken. Dan krijg ik zelf mijn beeld voor ogen en deze kan sterk afwijken van kunstenaars interpretatie. Of ik ben het kind dat plaatjes kijkt en niet kan lezen nog. Echter ben ik de volwassene voor welke beide dingen – het woord en het beeld – zich samenvoegen, zodat ik de fantasie van zowel van Van Dokkum als van Zuiderveld herbeleef. En die fantasie heeft vele uitwassen. Ik kan me voorstellen dat Rikkert weleens schaterlacht bij de taalvondsten die hem invallen. En dat Marius grijnst wanneer hij het potlood grappige lijnen laat tekenen. Het is allemaal niet serieus en met ernst hoeft dat ook niet.

    De rijmelaarse kat. Teksten Rikkert Zuiderveld, illustraties Marius van Dokkum. Uitgave Art Revisited, 2025.

  • De volksverkakkerlakkerij van Rikkert en Marius

    Ze liggen me voor, ik heb ze gelezen. In tien dagen, zo´n veertig per dag – ik heb het niet geteld. Maar die meer dan vierhonderd diergedichten nodigen uit tot eigen creativiteit. Zal ik het dan zelf eens proberen een trijntje fop op te schrijven? Wel ja, wat zal het, het kan verkeren en ik kan een potje breken.

    Een hippe kikker uit Vledderveen

    ontstemde toen zijn stem verdween.

    Kwaakte niet meer op hoge toon,

    bromt nog schor in een megafoon:

    “Ik zoek een veld in het zuiden

    om mijn leven ruim te duiden.”

    Maar ach nee, laat ik het toch beter over aan de tekstenschrijver pur sang, die zich op velerlei terreinen en rijmelarijen al meermalen heeft bewezen. Nu dan met de uitgave ‘Door de wolf geverfd’, dat in de titel dezelfde schijnbare verspreking heeft als diverse verzen in de bundel deze hebben.

    Gedroomde dichter des vaderlands

    Rikkert Zuiderveld, mijn gedroomde dichter des vaderlands, stelt met deze verzameling weer eens duidelijk vast dat hij bovenaan de ranglijst prijkt van spelers met het Nederlandse woord. Naast serieuze sonnetten en diepzinnige liedteksten, waarvoor hij al eens gelauwerd is, leeft hij zich uit in het lichte vers. De door Peter Knipmeijer bedachte topo heeft in Zuiderveld daarbij een fanatiek luchtige beoefenaar. De diergedichten in ‘de wolf’ verdienen dan ook een gouden plak. Deze zesregelige gedichten hebben de lachers op de hand, maar het is toch telkens Rikkert die het laatste lacht. Herhaaldelijk neemt hij de lezer bij de neus (au) en word ik talig beduveld.

    Door het weglaten van letters of het draaien van lettergrepen moet ik overlezen wat er staat om de samenhang te achterhalen. Er ontstaan nieuwe woorden, scherpzinnige vondsten, Rikkert-uitdrukkingen. Vele ontdek ik in dit werk, een handjevol zijn te noemen: volksverkakkerlakkerij, vogeltrekharmonica, amfibitieus, bodybuildier en mailodrama. Het spel heeft weg van letterkeer, maar is geen anagram naar de letter gezet. De diergedichten nodigen uit tot meermaals lezen om in de duiding door te dringen. Hoewel het eenvoudige rijmelarijen lijken is het zaak aanhoudend de gedachten te concentreren om geen kwinkslag te missen. Vooral die woordvondsten en regelvindingen maken het dichtwerk een genot om te lezen. Het nodigt uit anders naar de moerstaal te kijken, de eigen spraak opnieuw te interpreteren. Creatief te denken kortom.

    Rikkertiaans

    Consequent noemt Zuiderveld de rijmen geen fops, maar diergedichten. Want de echte trijntje fops werden door Kees Stip onder pseudoniem gemaakt. Rikkert geeft aan het begrip een nieuwe draai. Hij luist me er wel in, zoals Stip mij een poets bakte, maar doet dat als taalhaspelaar op zijn Rikkertiaans. Op het Zuiderveld dansen en springen Noachs ark vol dieren rond, die door de dichter bij de horens worden genomen en een menselijke trek krijgen. Want de diergedichten zijn op de keper beschouwd fabelachtige rijmen. De dieren zijn net mensen, en in de laatste regel zit veelal een moraal. Aan die slotregel zit soms geen eind, dat vult de lezer zelf wel aan. Of is een woord uiteen getrokken om een tegendraadse betekenis uit te lokken.

    “Door het toegankelijke taalgebruik is de bundel voor een breed publiek geschikt”, lees ik in een boekbespreking van een collegarecensent *. “De gelaagdheid zit hem vooral in Zuidervelds vermogen de menselijke eigenaardigheden en onhebbelijkheden in diergedichten vast te leggen en zo op luchtige en vermakelijke wijze het menselijk gedrag te becommentariëren en ridiculiseren.“ Had ik het beter kunnen omschrijven? Wat zal het, het kan verkeren en ik kan een potje breken.

    Haast alle dieren in Oostwoud

    doen mee aan speeltuin-onderhoud.

    Het repareren van de schommel

    is een klusje voor de hommel

    en konijnen gaan met stip

    voor het maken van de wip.

    Beschaafd dichter

    Is het sporadisch wel eens op de rand, platvloers en ordinair wordt het nooit. Rikkert Zuiderveld is een beschaafd dichter. Maar ook het spel tussen man en vrouw hoort bij het leven, dus dat hij daarover omfloerst dicht en verbloemend op zinspeelt is om het even. Het is humor met een dubbele bodem, maar vaak ook met een ernstige ondertoon. Hij is het niet die lacht als een boer met kiespijn, dat ben ik omdat hij mij op mijn nummer zet. Rikkert mag evenwel met liefde de boel enigszins opschudden, want de gegrijsde protestzanger heeft nog altijd een scherpe tong:

    De oude vaderlandsche leeuw

    zingt het Wilhelmus eeuw na eeuw

    gewillig mee, maar op 4 mei

    is hij er met zijn hoofd niet bij

    en weet niet waar hij kijken moet

    wanneer men zingt: “Van Duitschen bloed”.

    Humorvolle kijk

    Zo zet de dichter aan tot nadenken, overdenken en doordenken. De diergedichten zijn geen vrijblijvende rijmelarijen. Het zijn lichtvoetige karikaturen, die humoristische illustraties verdienen. In de kunstenaar Marius van Dokkum heeft Zuiderveld een zielsverwant gevonden. Woord en beeld sluiten naadloos op elkaar aan. De tekening bezit eenzelfde humorvolle kijk op het leven als het gedicht dit heeft. Ook in de illustratie krijgt het dier menselijke trekjes en licht daarmee de tekst helder toe. Ik zie het al voor me: Rikkert staat als sneldichter à la Willy Alfredo op het podium, Marius als sneltekenaar aan zijn zijde. ‘Roept u maar!’ klinkt het luid door de microfoon. Een trefwoord vliegt door de zaal en Rikkert schudt zo een kort gedicht uit zijn mouw terwijl Marius daarbij snel een cartoon tekent. Want beide heren zijn door de wol geverfd en weten van aanpakken. In jaren hebben zij ervaring, woord en beeld zijn hen verre van vreemd.

    Een dove kwartel in Berlijn

    kan wel zeker erg dartel zijn.

    Hij zet zijn beste beentje voor

    onder de Brandenburger Tor.

    Blij danst de vogel evenwel

    op hele maat en drie kwart tel.

    Wat dunkt u, lezer, is dit een gedicht uit Rikkerts pen of heeft de recensent zich weer niet bij zijn leest gehouden.

    Tekstschrijver en liedjessmid

    Zal de echte Zuiderveld opstaan en in de lach schieten. Zoals hij, stel ik mij zo voor, aan het haardvuur in de kamer samen met Elly lacht over weer een volgend door hem bedacht rijm. Hij was al een gevierd tekstschrijver, een liedjessmid, een creatief toondichter. Al langer een rammelaar met woorden, een taalbrouwer, een zinsbouwer. Zijn woordspelige bezem veegt de Nederlandse taal schoon. Als Van Dale wacht ik op antwoord tot zijn nieuwe woorden in de volgende uitgave van de dikke staan opgenomen: aanlegstijger, pedrofiel, olifanterlant, krokodildo, handiclap. Een favoriet heb ik niet, maar deze is het citeren meer dan waard. Het heeft alles in zich om een trijntje fop te zijn; een vormvast dierversje van zes regels, iedere versregel heeft vier heffingen, het rijmschema is aabbcc, er wordt een plaatsnaam genoemd en het bevat een ouderwets geformuleerde moraal:

    Een druggebruiker uit Hawaï

    werd opgegeten door een haai

    die hier zo machtig stoned van werd

    dat ik u waarschuw: wees alert,

    gaat u bij uw chinees naar binnen,

    neem geen soep van highevinnen.

    Door de wolf geverfd. Verzameling diergedichten. Rikkert Zuiderveld. Illustraties Marius van Dokkum. Uitgave Ark Media, 2024.

    *Inge Boulonois op Het Vrije Vers

  • Elke dag vers

    tekst Rikkert Zuiderveld

    Hallo Jurjen,

    dank voor je vriendelijke woorden in de recensie van ‘Elke dag vers’.

    hartelijk dank en een goede groet,

    Rikkert.

  • Woorden bloeien in de tuin van Rikkert Zuiderveld

    Elke dag vers, iedere dag een nieuw gedicht, een liedje of een drietal oneliners. Om te lezen, te beleven, te overdenken. Voor Rikkert Zuiderveld betekent dat ook iedere dag een nieuw idee, een andere gedachte. Om te schrijven, te dichten, te bepeinzen. En na lezing te zien dat het goed is. Elke dag is ook hij weer fris en fruitig uitgeslapen taalvaardig, zoals ik, iedere morgen gezond weer op. In de nacht dient de muze zich als een donderslag aan. Altijd in de stilte van de duisternis, want dan is er ruimte vrij gemaakt en staat het leven een paar uur in de wacht. In een flits verschijnt de inspiratie en kunnen de ogen beter niet meer gesloten, stel je voor dat de ingeving vervaagt met de slaap. Echter prent de gedachte zich stevig in en heeft geen houdbaarheidsmoment. Elke morgen blijft het vers, een appeltje voor de dorst.

    Schrikkeljaar: 1 dag om op adem te komen

    De poëzie van Rikkert heeft geen tijd nodig om in te dalen, maar verdient de aandacht wel. De woorden schijnen makkelijk op papier te zijn gekomen, maar eenvoud kent een meervoudig voorwerk. Tijd te bespiegelen, aandacht te filosoferen. Woorden doorstrepen, opnieuw beginnen. Eigenlijk zou ik, zoals geschreven in het voorwoord tot de bundel, een enkel vers per dag moeten lezen. Zo zoals het dichtwerk is ontstaan, iedere dag een vers vers. De bundel heet per slot ‘Elke dag vers’. Maar dan ben ik er het hele jaar 2024 zoet mee. En kan pas in januari 2025 met een beschouwing van de gehele bundel komen. Dus heb ik er bij wijze van spreken een haastklus van gemaakt om veel eerder dan pas na 365 dagen met een bespreking te komen. O, ik bedenk me iets: dit jaar heeft een dag meer. Ach, dan neem ik dus die dag maar even rust om op adem te komen.

    De verzen liggen makkelijk in de gedachte, blijven eenvoudig hangen waardoor ik er meerdere op een dag kan lezen en verwerken. Rikkert Zuiderveld is vanaf zijn begin als artiest een liedjesschrijver. Heeft in de jaren 60 van de vorige eeuw meerdere diepzinnige teksten op papier en de plaat gezet. Dat zijn songs die welhaast meteen zouden moeten kunnen beklijven. Je kunt ze nog eens weer beluisteren, maar daarna zullen ze meegezongen moeten kunnen worden. De cabaret- en kinderliedjes, de liedteksten en plezierdichten in de bundel ‘Elke dag vers’ hebben nog dat vluchtige karakter. Lekker in het gehoor liggend met een kwinkslag, een diepere betekenis. Deze zelfde aanpak van toen hebben de teksten van nu, die dan gedichten worden genoemd, het sonnet, de sonnettine en de sonnettette. In de inleiding worden deze vormen keurig uitgelegd. 

    Hij gluurde door elk sleutelgat / naar alles wat bewoog. / Men vond hem bloedend op de mat, / een sleutel in zijn oog.” en “Wij wassen onze koning graag de oren, / voor heel wat mannen doet hij weinig goeds. / ‘Neem toch de tram, of huur een houten koets, / of blijf maar thuis in uw ivoren toren.’/  / ’t Zijn krokodillentranen die zij huilen: / als zij z’n vrouw zien, willen ze wel ruilen.”

    Nieuwe handzame Bijbelvertaling

    Zuiderveld heeft geen vast publiek, hij schrijft voor iedereen. Alhoewel hij wel met een schuin oog wordt bekeken, want hij zit toch in die besmette christelijke hoek. Wordt daardoor minder serieus genomen, schijnt. Maar wie tijd neemt voor en aandacht schenkt aan zijn werk komt van een koude kermis thuis. Hij heeft voor elk mens die dat nodig heeft een stichtend woord, een fundering om de dag op te bouwen. Hij baseert zijn manier van leven en denken op de Bijbel, maar eigenlijk zouden wij dat allen moeten doen. Het zou de wereld leefbaarder maken, ook wanneer we dat boek niet van kaft tot kaft voor waarheid aannemen. Er staan goede dingen in geschreven, die Zuiderveld in begrijpelijke taal voor ons nu leesbaar maakt. Mijn woorden overdenkend meen ik dat Rikkert een nieuwe handzame Bijbelvertaling heeft gemaakt. De oude teksten die naar onze tijd hertaald en vernieuwd zijn onder de loep genomen en er een eigentijdse draai aan gegeven. Een draai waardoor de boodschap overhoop is gehaald en van meerdere kanten kan worden bekeken. Zo gedraaid dat alle mensen er iets aan hebben, ongeacht waar men in gelooft en voor waarheid aanneemt.

    Al lezend werd ik slimmer dan Poirot, / met Marco Polo vond ik nieuwe landen, / ik reisde met een spannend boek in handen / naar Mars of naar de grotten van Lascaux. /  / En dan het Boek: een glimpje van Gods luister / waardoor ik licht ontdekte. En mijn duister.

    Trekt een glimlach rond mijn mond

    Het is net geen light verse, hoewel Rikkert daarvoor ook zijn hand niet omdraait. Hoewel ze wel aan de lichte kant zijn, zonder drempel voor iedereen te begrijpen, verdienen ze een geconcentreerde overdenking. Mijmerend kan ik er een deel van de dag op kauwen, in mijn hoofd herhalen – van gene en de andere kant bekijken. Al heb ik bij lezen de inhoud en de strekking meteen begrepen, toch liggen ze nog na te smeulen door de dag en vlamt het vuurtje eens in de middag weer op. Trekt een glimlach rond mijn mond. Zoals je eigenlijk soms een grap pas na meerdere ogenblikken begrijpt, na een paar uur de clou invalt en je in lachen uitbarst terwijl er op dat moment niets te lachen valt. Rikkerts’ poëzie bezorgt mij binnenpretjes, zo kom ik de dag wel door. 

    Hier proef je zomerwijn, je hoort cicaden, / de bakker bakt croissants en dagvers brood. / Wij komen er wat graag, om half ontbloot / en half verbrand aan zee te liggen braden. /  / Daar wordt gezonnebaad en luigelakt. / Vive la France! Waar heel Holland bakt.”

    Zuiderveld schrijft voor alle mensen

    De teksten maken het leven lichter, omdat de dichter op dat leven en die wereld een prettige blik en liefdevolle kijk heeft. Hij neemt dingen met een korreltje zout en brengt zo smaak aan zijn teksten. Weleens sterk gekruid, maar nooit flauw en smakeloos. Zuiderveld schrijft voor alle mensen, iedereen kan zich wel ergens in een gedicht of liedje vinden. Hij spreekt alle mensen aan op een vriendelijke toon, maar wel met een scherpe tong. Zijn potlood heeft altijd een geslepen punt, zodat hij in duidelijk schrift zijn visie op de wereld kenbaar kan maken. 

    Het midden van ons land kent vele lagen. / Zo kent de ‘Biblebelt’ zijn eigen sfeer / van recht en tucht, gestrengheid in de leer. / Die kan ik – met wat moeite – wel verdragen, /  / behalve als men stug en onverdroten / de halve waarheid zingt op hele noten.”

    Cultiveert de taal tot nieuwe dichtvormen

    Rikkert Zuiderveld is een tuinman, een hovenier. Hij tuiniert in letters. Hij is de gaardenier van de taal. Hij harkt de taaltuin aan, wiedt de woordpercelen en plet de letterzetters. Alles om de taal mooier te maken, de uitspraak weelderig te laten klinken. Hij schoont de taal op, als het ware. Speelt met woorden en geeft een speelse betekenis aan het dichten als spelvorm met letters en leestekens. Hij spit en keert de grondtaal om, hij graaft en legt nieuwe woordbedden aan. Hij cultiveert de taal tot nieuwe dichtvormen. Voor hem bestaat er geen onkruid, alle woorden en uitdrukkingen zijn welkom. Wanneer het maar kracht geeft aan de opbrengst. 

    De wijzen komen veelal uit het oosten, / Tibet en China, India, Japan. / Hun wijsheid tilt ons op een hoger plan, / met woorden die bemoedigen of troosten. /  / De Dalai Lama, Lao-Tse en zo. / En Herman Finkers. Ja, oet Almelo.”

    De ollebollekes staan er fleurig bij

    Het is vruchtbare grond in de tuin van Zuiderveld, daar kweekt de letterman exuberante sonnetten die geuren met kleurrijke sonnettettes. De ollebollekes staan er fleurig bij. De liedteksten laten van zich horen en in de takken van het cabaretgewas kwinkeleren de kinderversjes. En Rikkert ziet dat alles goed is, leunend op zijn hark. Hij beziet zijn werk en weet dat morgen de nieuwe dag zich aandient met oneliners, die hun kopjes uit de koude grond omhoogsteken. De tuinman is tevreden, hij heeft weer een herbarium vol teksten. De woorden liggen te drogen tussen de pagina’s, maar blijven elke dag vers.

    Ik was weer bezig onkruid uit te roeien / en knielde op een bed violen neer. / Door alle distels zag ik nergens meer / de schoonheid die een hart doet openbloeien. /  / Vergeet een mens algauw wat hem bezielt / en zegt geen dank meer, zelfs wanneer hij knielt?

    Zijn werk is poëtisch verantwoord

    Rikkert Zuiderveld is een poëet die een prozaïsch verhaal verkort dichterlijk kan laten klinken. En houdt hij zich dan vast aan rijm en ritme, een rots in de branding zoals God dat ook voor hem is, dan dansen de verzen over de bladzijden en door het boek. Hoor ik hem de liederen zingen zichzelf begeleidend op gitaar, zoals David de psalmen zong onderwijl de lier bespelend. Ik schrijf hier ‘liederen’, want ‘liedjes’ klinkt zo denigrerend. Alsof het meer kitsch is dan kunst wat Zuiderveld doet. In vrijwel elk gedicht gaat hij als een voetballer recht op het doel af zonder de bal af of over te spelen. De aanval is de beste verdediging. Dat is nodig daar hij zichzelf weinig zinnen geeft om de puntjes op de i te zetten, er een puntje aan te zuigen en een punt te maken. Geen vraagtekens, maar uitroeptekens. 

    In deze bundel, die eigenlijk een verzameling van ingevingen en uitdrukkingen is, bedient hij zich niet van het lichte vers. Hij giet zijn gedichten in de vaste vormen die gangbaar zijn in de poëzie. Zijn werk is poëtisch verantwoord. Schijnen uit de losse pols geschud en opgeschreven, maar hebben altijd een diepere gedachte, een filosofisch mijmeren. Zuiderveld gaat niet over één nacht ijs en dicht niet voor de vuist weg. Er zitten wel addertjes onder het gras. Maar hij of zij die op zijn of haar tellen past, met zorg en aandacht de verzen leest, vindt de grond waarop de teksten wortel hebben geschoten.

    Elke dag vers. 365 liedjes, gedichten en meer. Rikkert Zuiderveld. Uitgave Ark Media, 2023.

  • Wielerknecht Henk op koers in het light verse

    Is Henk een brokkenpiloot. Een ongeluksvogel? Je zal het denken, de titel op het omslag van het wielerboekje dat aan hem is opgedragen beschouwend. De k van zijn naam valt, neemt een vlucht. Van de koers? In een ravijn? Henk zelf echter fietst vrolijk berg op in zijn fleurig oranje tricot. Met zijn witte petje steekt hij monter af tegen de bergflank in de achtergrond van zijn rit. In die houding en dat silhouet heeft hij wat weg van Jan Janssen of Joop Zoetemelk. Het is geen luchtfietser die Henk. Hij weet waar hij het over heeft. Hij staat met beide voeten stevig op de pedalen. In een criterium staat hij zijn mannetje en in de tour is hij een uitgelezen knecht. Hij gaat niet voor geel, maar koerst achterin het peloton als een soort van ranglijstduwer. Samen met compagnon en teamgenoot Han blijven ze voor de bezemwagen uit en beleven noemenswaardige avonturen.

    De zinnen rangschikken tot dynamische vlugschriften

    De humor van een Gerrie Knetemann loert aan de meet. Ligt als een adder onder het gras in de berm. U merkt wel beste lezer, mijn kennis van het wielerlandschap heeft het millennium niet gehaald. Ik ben blijven steken tussen de spaken van die klassieke legendarische renners. De wielergoden die tot de verbeelding spreken en door de toekomst zijn ingehaald. De humor van die roemruchte Kneet hebben Henk en Han geërfd. Althans wordt hen toegedicht door een twaalftal poëten die lichtvoetig uit hun woorden komen. De zinnen rangschikken tot dynamische vlugschriften. Met de snelheid van een afdaling vervliegen de korte gedichten in de tijd. Daarom hebben twee dichtende wielerfanaten deze verzameld en tot een handzaam boekje samengesteld.

    Schermafdruk van Google Maps

    Deze vederlichte verzen die Henk toejuichen langs de lijn zijn in techniek een vervolg op de door dichter Peter Knipmeijer bedachte topo’s. Met die in een keurslijf gegoten dichtvorm zijn de beoefenaars vrij zich in woorden over de aardbol te bewegen. Een voorbeeld? Welnu, van liedjessmid Rikkert Zuiderveld dan een exemplaar: “In ’t Ouwehandse dierenparadijs / zijn alle dieren danig van de wijs. / Zelfs op de apenrots staan zij te wenen / en klinkt het oude lied ‘Waarvoor, waa RHENEN’.” Het is de bedoeling namelijk dat de topo inhoud heeft en relateert aan een plaats, rivier of landstreek op de wereldkaart. Die plaats, in dit geval Rhenen waar het dierenpark is gevestigd – met een schermafdruk van Google Maps, vormt fonetisch het slot van het vierregelig gedicht. Die plaats verliest daarmee de topografische betekenis en gaat op in het plezierdicht.

    image

    Verzameld topo-werk

    Want dat is wat het is, een lolletje tussendoor, een afleiding voor de serieuze dichter. Zich zwoegend in het zweet des aanschijns om een creatief resultaat te bereiken omdat de uitgever smacht een nieuwe bundel uit te brengen of het maandblad regelmatig een actueel gedicht verlangt en het weekblad in een bijlage het politieke landschap in rijm op de korrel wil nemen. Tussen al die serieuze verwachtingen is het een verademing eens een frivoliteit te dichten. Dat kon al in de vorm van het lichte vers, light verse, en bijvoorbeeld het ollekebolleke of de limerick. Maar nu is daar de topo bij gekomen. En meteen al na de lancering heeft deze vorm een vlucht genomen. Kon er al vrij snel een bundel worden samengesteld met verzameld topo-werk.

    De topo heeft als medium het platform Facebook om gepubliceerd te worden. Maar de social media zijn vluchtig, dus is een geprinte uitgave een middel om de topo vast te houden en niet te laten verdampen op het internet. Nu is er een tweede boekwerkje, dat als onderwerp of thema de Tour de France heeft. In de bundel zijn zogenoemde vervolgtopo’s opgenomen, omdat de ene dichter op de andere reageert. Zo ontstaat er als het ware een sliert opeenvolgende korte gedichten. Een soort van langgerekt peloton dat door haarspeld bochten en over passen slingert. Versnelt in de afdaling en traag peddelt bij de klim.

    De leukste bloemlezing uit 200 verzen

    Henk en Han ervaren de vervelende situaties van het renner zijn aan den lijve. De onhebbelijkheden die het fietsen over lange afstanden met zich meebrengt. De harde kont, de blauwe ballen, de stijve benen, het ergerlijke publiek. Het plassen onderweg, om de diarree maar niet te noemen. De stoelgang is een bijzonder probleem in de rondgang. Het wordt breed uitgemeten en gedetailleerd beschreven in “Tour de Henk”.

    Door het boekje worden in 150 topo’s de ritten van de Tour gevolgd. Van de eerste tot de laatste etappe. En de rustdagen krijgen ook hun plaats. Als de schrijvende pers achter op de motor laveer ik door het peloton. Maar blijf haken achterin de ploeg waar ploeggenoten Henk en Han zich van hun beste kant laten zien. Wat zal ik graag verslag doen van de gebeurtenissen op het parcours. Over Henk die in de 3e etappe snoeihard valt en tijdens de tweede rustdag bezoek krijgt van een bus vol schrijvers. Maar daarvoor ligt die praktische uitgave dus voor. Die gekocht en gelezen moet worden. De leukste bloemlezing uit 200 verzen van een groep enthousiaste plezierdichters. De topo werkt aanstekelijk, het is een verslaving en kan nog wereldwijd doorgaan.

    Een eerste plaats is snel gedeeld

    Toch kan ik het niet laten een enkel dicht te citeren, een vers omfloerst te declameren. Want het zijn alle pareltjes waar de zwijnen wel pap van lusten. En na de tour zijn er de rondjes om de kerk. Dus kunnen de plezierdichters deze thema-topo alom vervolgen geven. En weer val ik terug op de nestor in het peloton, Zuiderveld, die zijn etappe onlangs bij het Nederlands Kampioenschap Light Verse dichten won. Niet dat hij naast zijn schoenen kan lopen, want de rest bewegen zich tevens dynamisch in de kopgroep en koersen voor het jagende peloton uit. Een eerste plaats is snel gedeeld. ‘Maar wat een gezever, kom eens tot een punt’, hoor ik u hardop denken. ‘Al die bla-bla en dat gezwets komt jouw artikel niet ten goede.’ Okay dan, een topo in etappe 4: “Soms dromen Henk en Han van het verleden. / De tijd dat ze nog koppelkoersen reden: / ‘In Frankrijk had men destijds nog bezwaren / omdat men dacht dat wij een koppe LOIRE’.” En om af te kicken van de tourtopo-doping een kunststukje heet van de naald: “Een goed gevoerde wielerbroek is fijn / als middel tegen zak- en zadelpijn, / al heb je na wat jaren geen probleem meer / dan is je hele achterwerk van z EEM LEER.”

    Tour de Henk. de Tour de France in 150 topo’s. Remko Koplamp & Maarten van Petersen e.v.a. Uitgave in eigen beheer bij Brave New Books, 2023.

  • Een levensverhaal in paars vinyl

    Het is een lied van symbolen, dat weet ik nu. Een zachte stem voert mij zingend naar tuinen tussen sneeuwwitte bloemen en kelken vol licht. De zon verwarmt en ik word gekust door de regen. Het schijnt een liefdeslied op het leven. De stem houdt van het leven, maar ziet ook valkuilen in dat zijn. Die hobbels op de weg hoor ik niet in het lied. Toen niet, in 1968. Maar nu wel, in 2022. De stem zingt mij nu wel de stadia van het leven, die ik toen ik jong was – een tiener nog – niet doorzag. Nu ik ouder geworden ben en het leven heb gezien, doorleefd, wordt mij veel duidelijk in het lied. Misschien dat Elly Nieman, getrouwd Zuiderveld, daarom nu pas het laatste couplet “De achtste tuin” aan het lied “De zeven tuinen” kon schrijven.

    André van der Weide van NoorderLicht Project graaft het lied op en krijgt van platenmaatschappij Universal toestemming het bij te schaven en uit te brengen. Dan daagt hij Elly Nieman uit om een ‘Achtste tuin’ tekst te schrijven en haar bijna dood ervaring blijkt daarvoor een goede voedingsbodem, de juiste inspiratie. Van der Weide maakt vervolgens in de trant van de oude melodie een nieuw arrangement met andere instrumenten om de weemoed in klank te verbeelden.

    In dat lied van toen doorloopt Elly als jonge vrouw zes tuinen. Van baby en peuter tot meisje, alles is vrede en liefde – pais en vree, er zijn geheimen natuurlijk en er is bekoring en verleiding. Aan die verzoeking toe te geven geeft spijt achteraf, het is het Bijbelse onderscheid en inzicht tussen goed en kwaad. Het verkeerde pad in lopen geeft heimwee, maar je had wel plezier op dat moment. De kater is berouw. En terwijl je die andere tuinen zo kon binnen wandelen, want je was die dag zo vrolijk, weerhoudt een loodgrijze muur jou de laatste tuin binnen te gaan. “Ik kan er wel heen, maar mijn angst is te groot, want achter die muur wacht de tuin van de dood.

    Elly Nieman, Rikkert Zuiderveld

    Op zoek gegaan naar de waarheid

    Elly Nieman schreef het lied nog voor haar bekering. In haar tienerjaren had ze zich, nadat een vriendinnetje plotseling was overleden, afgekeerd van het geloof. Ze verwarde de kerk met God toen en verzoende zich ermee nooit in de hemel te zullen komen. Nadat zij Rikkert Zuiderveld had ontmoet en met hem een relatie aanging, is ze samen met hem op zoek gegaan naar de waarheid en maakt kennis met verschillende religies. In die tijd schreef ze dit lied, van die zeven tuinen. Waarvan het eind zich in figuurlijke nevelen hult. Het enige dat daaraan zeker en vast is – klaar en helder is de dood, het einde, een streep onder het leven. Uit niets spreekt dat er nog iets anders dan de dood na die muur zal zijn.

    In het lied proeft Elly aan het leven, ze doet zich als de Grietje van Hans tegoed aan het zoet en het zacht. Daarna eet ze van het leven en gaat door de tijd als christelijk bloemenkind, hippie van God. Dansend en zingend door de tijd. Nu ze heeft gesmuld van het leven is het goed zich te bezinnen, terug te kijken op wat nog moet worden afgerond. Eén van die onvoltooide zaken is het lied “De zeven tuinen”. Toen destijds was het af, klaar. Het haalde het album “Een ander land”. Ik zocht de plaat op en draaide de elpee op mijn platenspeler. Een heerlijk gekraak duidt erop dat ik de plaat ooit grijs heb gedraaid. Vooral het lied “Vreemde vogels” komt uit mijn herinnering nog weleens vrolijk boven drijven. De stem van Elly is door dat zwarte vinyl zacht en breekbaar, de muziek dromerig. Ik zweef met haar zo door de tuinen en beland met beide benen op de grond bij die muur, die loodgrijze muur van angst. Het duidde een periode, net als die andere songs van dat album. Hoewel er enkele gedateerd zijn, zijn andere tijdloos. De tuinen is daar één van. Vooral nu het is voltooid.

    Elly Nieman, Rikkert Zuiderveld

    Vleugels van vuur

    Want die achtste tuin is het gebied na de dood, de eeuwige jachtvelden, het hiernamaals. Met de dood is het leven wel eindig, maar nog niet klaar. De zevende tuin is de tuin van de dood, maar de achtste tuin is de tuin van de hemel. Toen Elly het lied schreef was ze niet zo zeker van dat leven na de dood. Nu is ze dat wel en kan er over schrijven en vol lof van zingen. In dat laatste couplet, dat eigenlijk de vervolmaking van het lied is maar een eigen arrangement heeft, omschrijft ze haar bijna dood ervaring. Iemand voert haar mee op vleugels van vuur hoog over de muur naar de tuin die nog moet komen. Maar eigenlijk vliegt ze over die tuin en belandt in de achtste tuin. Daar mag ze even gluren en ziet zilveren vogels en vliegende vissen, regenboogbeken en koepels van glas. Ze hoort engelenstemmen, fonteinen van woorden en zoete akkoorden. Maar ze mag er niet blijven, hoewel de verleiding groot is.

    Het album “De acht tuinen” is een collectors item, een object voor de verzamelaar. Hoeveel plaatjes ervan geperst zijn weet ik niet, maar het is stellig geen grote oplage. De beide liedjes zijn geperst in paars vinyl en dat is niet zomaar omdat het een vrolijke tint is. De kleur paars namelijk staat religieus symbool voor boete, inkeer en vergeving. Op kant A van het 45 toeren plaatje vind ik het eerste lied terug, het hiernumaals. Even breekbaar gezongen als toen in de jaren 60 van de vorige eeuw. Geen wonder, het is hetzelfde lied, enkel enigszins digitaal bijgeschaafd. Op kant B staat de voltooiing of eigenlijk de voleinding, het besluit, de slotscène, het hiernamaals. De stem van Elly is hoorbaar doorleefd, het zacht dromerige is versleten. Maar het is geen afgesleten stem, de klank is nog voortdurend helder.

    En de opmaak van de kleurige hoes waarin het plaatje zit is precies zoals ik me Elly Zuiderveld, geboren Nieman, voorstel. De jonge meid zit in een wit gewaad met een krans in het haar tussen de bloemen onder een regenboog. En wanneer de hekken opengaan van de schijnbaar achtste tuin danst ze kinderen met ballonnen aan hun hand tegemoet. Ze is zichtbaar ouder geworden, maar straalt nog steeds. Vlinders dartelen om hen heen, duiven vliegen in de lucht en vissen, ichthustekens: Jezus Christus, Zoon van God. De hoes en de plaat daarin verbeelden eigenlijk het leven van Elly Zuiderveld-Nieman. Het is een testament bijna. Daarin geeft ze haar hoop weg aan een ieder die het wil hebben.

    De acht tuinen. Elly Zuiderveld-Nieman. Single in klaphoes. Uitgave NoorderLicht Music Publishing, 2021. Verschenen bij Noorderlicht Project, december 2022.

    Elly Nieman, Rikkert Zuiderveld
  • Gedichten dateren als jaarringen de tijd

    Hij geeft het in zijn eerste sonnet “Aan de lezer” als woord vooraf al aan, dat de vrije vogel zich in een keurslijf heeft gestoken. Dat hij daarmee moet voldoen aan strenge wetten die zomaar kunnen gaan knellen. De dwangbuis van het dichten, echter niet een strak driedelig pak om zijn vrije geest te temmen. In de nieuwe bundel “Sonnetten bij de tijd” schaart Rikkert Zuiderveld zich ongedacht en niet gewild bij de grote dichters van onze en verleden tijd door serieuze poëzie van dood en leven, liefde en nostalgie in de maat van het klinkdicht, een veertienregelig metrum, te gieten – of beter te dwingen.

    Deze gedichtenbundel is een samenraapsel van gedichten die hij door de tijd heeft geschreven over de tijd: leeftijd, de tand en de geest des tijds, de verleden tijd, de actualiteit en de toekomende tijd. Met vooruitziende blik voorbij de waan van de dag, maar evengoed over de schouder terug kijkend. Niet chronologisch van kaft tot kaft opgenomen, maar op alfabetische volgorde van de titel. Het opschrift dat in een enkel woord het vers omvat. Zo valt de voortschrijdende tijd niet na te lezen, maar komen er momenten willekeurig naar voren. Vele kennen geen tijd, blijven actueel of bij de tijd. Andere zijn op een specifiek ogenblik geschreven en zetten daarmee dat tijdstip even stil.

    Rikkert Zuiderveld

    Ondanks het figuurlijke korset, de letterlijke belemmering, weet Zuiderveld zich vrij en ongebonden te verwoorden. Met een scherpe blik beschouwt hij de wereld, slijpt de messen en doopt zijn pen in vitriool. Maar de dichter zal geen bittere woorden of boosaardige zinnen die bijtend rijmen dichten. Hij blijft omfloerst zijn gedachten spuien, waarbij er meerdere addertjes onder het gras zich roeren. Met diepzinnige overpeinzingen die kant en wal raken brengt hij de maatschappij en de mensen daarin voor het beklaagdenbankje. Er is veel te klagen, maar niet zo dat het negatieve ervan afspat. Rikkert Zuiderveld is een liedjesschrijver, geen cabaretier die met venijnige grappen deuren van heilige huisjes intrapt. Met zachte woorden fluistert hij harde standpunten, die al lezende zich steeds doordringender van het papier schreeuwen. Heb je naaste lief is het devies, en tot op zekere hoogte volgt hij dat advies. Het woord uit een hoger plan is de leidraad, dus zullen zijn zinnen altijd bedekt venijnig zijn.

    Kijk en schrift transparant

    Hoewel de onderwerpen wel zwaar op de hand kunnen zijn, want niets meer serieus dan oorlog en vrede, is de beschrijvende blik van Zuiderveld dat nooit. Met een lichte toets maakt hij het leven luchtig hoe somber dit ook kan zijn. De achtergrond of voedingsbodem van liedjesschrijver, waarbij de teksten op zijn mooist makkelijk mee te zingen zijn, helpt hem adem te blijven halen ook al beneemt de actualiteit hem dat meerdere malen. Dat wegschrijven van al te serieuze zaken zet hem niet in de rij van rijmelarijen. Zijn kijk en schrift blijft transparant, waarin de tegencultuur van bloemenkinderen weerklinkt: vrijheid, spontaniteit, creativiteit en plezier. Met een dikke streep eronder en een vet uitroepteken erachter van de goede god.

    Rikkert Zuiderveld

    Het is niet allemaal pais en vree, maar door de woorden van Zuiderveld licht de wereld iets op, moet deze oppassen niet te gaan stralen. Wordt negativiteit positief omgebogen. Is de vluchteling als gast ontvangen, de asielzoeker krijgt onderdak. Hij legt troostend een vinger op de zere wond en kan het daarna venijnig open krabben. Geen enkel onderwerp blijft voor deze dichter verborgen, elk thema krijgt een ode, een lofdicht. Maar niet zo dat het zich op de borst mag kloppen, op een voetstuk gaat. Zuiderveld blijft in zijn zinnen met beide benen op de grond, onder de mensen, hij spreekt een ieder aan. Daarom staat zijn dichtwerk zonder drempel in de belangstelling, voor elk begrijpelijke taal.

    Een vertaalslag

    Zijn sonnet is een kort verhaal, in veertien regels afgerond. Met een duidelijk plot, een onverwachte wending en een verrassend slot. Nergens gaat Zuiderveld te ver in zijn gedichten, hoewel hij in gedachten toch weleens over grenzen zou willen gaan. Is zijn wens de vader van de gedachte? Gelooft Rikkert iets omdat hij wil dat het zo is. Of is de wens de moeder van de teleurstelling. Verwacht Zuiderveld weinig van anderen om niet gefrustreerd te raken. Hij verwacht juist veel, ziet het goede in de mens en krijgt daarmee voldoende terug om mee te leven. Zijn hand doet echter veelal niet wat zijn geest wil, er zit een vertaalslag tussen. Scherpe kanten krijgen op schrift ronde hoeken, de soep wordt niet zo heet gegeten als het is opgediend. Want “Wanneer ga je te ver? Er zijn toch grenzen / die afgesproken zijn of gedicteerd. / Dan blijf je even stilstaan, of passeert / bewust die lijn, gemaakt voor bange mensen.”

    Rikkert Zuiderveld

    Rikkert Zuiderveld kan wat mij betreft een tijdlang dichter des vaderlands zijn. Ik benoemde hem al eens bij het lezen van de eerdere bundel “Kleine vergezichten” het geweten van Nederland. Het geheugen, de ziel van mijn bestaan. Hij kiest de woorden zorgvuldig, overdacht. Maar het schijnt hem zo gemakkelijk af te gaan, alsof hij de muze zelf is, zijn eigen inspiratie. Hij is begeesterd door een andere geestdrift, een bezieling van een heilige ziel begiftigd zijn gedachten. Had hij een halve eeuw geleden al dat scherpe mes dat in zwak vlees sneed, die botte bijl waarmee hij normen en waarden omver hakte. Nu is de liedjessmid op leeftijd en werd een cynisch dichter, of nee, een woordkunstenaar met ironische toon. Bezonnen, bij zinnen. Ernstig, evenwichtig, kalm en koel.

    Hoewel goedmoedig niet goedhartig, want uitwassen, kwalen en misstanden probeert hij nog altijd te ontregelen. Dat doet hij met zachte hand, met milde woorden en een kalm gemoed. Maar onder die mantel der liefde steekt een Kaïn die tot Abel werd, een Esau die Jacob is en Johannes die Jezus doopt. Die Jezus die de tempel schoonveegt en ontdoet van kooplui en geldhandelaars, zoals Rikkert de taal ontdoet van harde woorden en vloekende zinnen.

    Een troostende arm

    Rikkert is geen god, maar kan dit in het diepst van zijn gedachten wel zijn. Hij haalt herinneringen op, voorvallen die door de tijd uit het geheugen dreigen te verdwijnen. Maar ook ziet hij in het nu en geeft zingende regels aan zaken die morgen uit de actualiteit verdwenen zijn. Een blik in de toekomst geeft Zuiderveld voorspellende gaven. Maar die troon wil hij niet bestijgen: “Ik hoor bij de eenvoudigen van geest / en ik ben nooit een hoogvlieger geweest.”

    Bescheidenheid siert de mens. Want zijn vogelview, zijn blik op de wereld van boven om de tijd geen kans te geven de aarde te verstoffen, maakt hem wel tot helder licht en slimmerik. Ik lees een bemoedigend woord, ik voel een troostende arm om mijn schouder en ik heb het beeld van een zachtmoedig mens. Maar deze mens kan ook uit zijn slof schieten wanneer het sprookjesland, de prinsjesdag en het Binnenhofse Bos woorden van afkeur verdienen. Hij is een liedjessmid, een woordenwever en de protestzanger in hem is nog lang niet dood. Er blijft altijd iets te protesteren, tegen te ageren, maar zijn tijd heeft geleerd dat dit beter beklijft met minder harde woorden en een zachte menselijkheid. Radertjes in de tijd.

    Mijn vingers glijden tastend langs het woord, / alsof ik blind ben. Zo ben ik geboren: / om tekens te ontcijferen, te horen / hoe lippen prevelen. Ik rijg een koord / / van kralen, letters, raadsels, zwarte inkt. / Ze vragen: grijp ons vast, breng ons tot leven! / Of staan wij hier ten dode opgeschreven? / Maak ons een woord dat duizendtalig klinkt. / / Ik heb geproefd, getast, gekust, gekeken, / een stamelend begin. Wat is gezegd / is maar een woord, een klank die weer verdwaalt / / totdat het vlees wordt en het zacht gaat spreken / en zich verlegen aan mijn lippen legt / en zegt: mijn kind, ik heb naar u getaald.

    Sonnetten bij de tijd. Rikkert Zuiderveld. Gedichtenbundel. Een uitgave in samenwerking met de EO. Uitgeverij Ark Media (Royal Jongbloed Publishing), 2022.

    Rikkert Zuiderveld, Sonnetten bij de tijd

  • Zuiderveld verbreedt mijn perspectief

    Soms zou ik wensen dat ik zijn woorden de mijne kon maken. Omdat hij precies dat verwoordt wat ik denk. Hij legt mij de woorden om mijn gevoel te omschrijven in de mond. Het lijken mijn gedachten die ik van papier lees. Ik zou het dus precies zo kunnen zeggen, maar Rikkert Zuiderveld was mij stappen voor. Hij legt in korte gedichten en kleine vergezichten de vinger op mijn zere plekken. Dat wat ik niet onder woorden kan brengen, neemt hij van mij over en voor mij waar. De smart van deze tijd is universeel. Mijn gedachten zijn zijn woorden. En andersom. In zijn woorden vind ik mijn gedachten terug.

    In de bundel “Kleine vergezichten” zijn de kleine gedichten verzameld, die eerder werden gepubliceerd in het blad Visie van de EO. De Evangelische Omroep waar Zuiderveld en zijn vrouw Elly Nieman werden ingelijfd toen ze vanuit de hippiecultuur het licht zagen en in de Heer kwamen. Niet iedereen was daar zo van gecharmeerd, vooral de progressieven onder ons vonden het maar een vreemde carrière switch. Maar het echtpaar Zuiderveld-Nieman danste vrolijk door het Nederlandse muzieklandschap en hebben zich tot de dag van vandaag staande gehouden zonder het zicht op God kwijt te raken. Na verloop van tijd zijn ze geaccepteerd en is Rikkert het geweten van Nederland geworden. Het geweten dat er een hoger iemand is die op deemoedige manier deze wereld laat leven. Er zijn veel vragen aan die Vader in de hemel, Rikkert heeft ook wel zo zijn twijfels en op dagen een minder groot geloof. Maar telkens weer wordt hij aan zijn lange grijze haren bij de les getrokken. Vindt hij in zijn woorden de weg terug.

    Het evangelie ligt niet dik bovenop de 6-regelige verzen. De dichter slaat mij niet met God en gebod om de oren. Maar de geest en de bezieling van waaruit de inspiratie stroomt ademen door de woorden. Woorden van hoop, woorden van weten, woorden van troost. Rikkert Zuiderveld is een tekstdichter waarvan de gerijmde regels meestentijds in liedjes op muziek werden gezet. Het pad van protestlied heeft hij daarin eigenlijk nooit verlaten. Eerst in de jaren 60 van de vorige eeuw, toen alles nog rozengeur en maneschijn scheen. Maar niets bleek minder waar. In zijn liedjes schopte hij wel tegen schenen en zat als een vreemde vogel te zingen op de trottoirband. Gaandeweg is dat gebleven, het zich keren en afzetten tegen de algemene waarden en normen, die niet de zijne zijn ingegeven door de waarheid in dit leven. 

    Ik ben fan

    Samen, Elly en Rikkert, fleurden zij kerkdiensten en samenkomsten op en nog kleuren zij het landschap van het protestantse geloof. Na al die jaren minder gejaagd, een theatertour als afscheid moest door de coronapandemie voortijdig worden afgebroken. Maar ik heb de cd en dvd nog, dus verwarm mij aan teksten en muziek uit decennia aan optredens. En soms pak ik nog weleens een oude elpee uit de kast, om de geliefde klanken en zeker in mindere mate de teksten vanaf mijn platenspeler te horen. Jazeker, ik ben fan. Maar dat kleurt mijn kijk niet. Ik blijf objectief. Maar het geeft je altijd wel een blij gevoel, dat werk van Zuiderveld en Nieman, ook al lijkt het buiten nog zo donker. Even blij als toen ze hippiekinderen waren, welhaast een leven lang geleden. Dat stempel hebben ze gehouden. En nog krijg ik het warm vanbinnen, wanneer ik dan nu de teksten in de nieuwe bundel lees en op me in laat werken.

    Rikkert Zuiderveld

    De korte gedichten lezen makkelijk door. Het is geen zware poëtische kost, maar het zijn ook geen lichtvoetige rijmelarijen. In eenvoudige taal is de waarheid zoals Rikkert deze ervaart omschreven. Gedichten die je wel vaker dan één keer moet lezen om de woorden te laten landen. Andere heb ik meteen door en passen eenvoudig in mijn emotie. Ze sluiten meer dan eens aan bij mijn gedachte en gevoel. Als tekstdichter moesten de woorden van Zuiderveld in zijn liedjes ook meteen vallen, want een vers komt maar eenmaal langs – hoogstens laat een refrein zich nogmaals klinken. Dus de strekking moet bij het beluisteren duidelijk zijn. Want je kunt het niet meteen nog eens over horen, terwijl op papier je snel nog eens kunt over lezen. Die vaardigheid van ter zake verwoorden echoot door in de gedichten. De kunst om snel aan te spreken, in enkele woorden en zinnen het doel van het gedicht te vatten. Niet meteen is het raak in de eerste vier regels, maar de afsluitende twee regels maken het dan duidelijk. De bezieling ligt er steeds dik bovenop. Het plezier van leven, het genot in het geloof. Met humor weet Rikkert zijn zienswijze te omschrijven. Vaak relativeert een kwinkslag grote onderwerpen als strijd en vrijheid, liefde en de omgang met God.

    Het lijkt me niet eenvoudig om een zo groot aantal verzen in een enkele bundel evenwichtig bij elkaar te brengen. Het kan een opsomming in de tijd zijn of een rangschikking naar thema. Zuiderveld koos voor een alfabetische volgorde op titel. Een beste keus, want zo blijft ieder vers even belangrijk en is er geen sprake van de eerste en de laatste in rangorde. Bij het lezen van de bundel schreef ik meerdere paginanummers op, om de woorden daarvan nog eens weer door te nemen. Deze schenen mij meer aan te spreken, maar staken er niet boven het maaiveld uit. Ik zou ze willen citeren hier, naspreken, Rikkert’s woorden in mijn mond nemen. Maar ik doe het niet, want de andere lezers van deze bundel moeten er hun eigen heil en zegen in vinden. Ik heb er voldoende gevonden.

    “Kleine vergezichten”, korte gedichten van Rikkert Zuiderveld. Uitgave Ark Media, 2021.

    Rikkert Zuiderveld