Het boek van Rob Kerkhoven kan niet zonder een disclaimer. Of in beter Nederlands een oordeelonthouding, voorwaardelijkheidsverklaring of vrijtekening. Hij wil niet aansprakelijk worden gehouden voor de uitlatingen in het boek. Vreemd is dat wel, want de schrijfsels komen uit zijn pen. Maar het zijn slechts verhalen laat hij in de inleiding weten. Verzonnen verhalen met een kern van waarheid, want waar rook is is vuur. Verhalen met inhoud waarin hij het lijdend voorwerp is, de strekking heeft hij pijnlijk aan de lijve ondervonden. Maar toch moeten we deze met een korreltje zout nemen, zo stelt Kerkhoven. Elke gelijkenis met reële gebeurtenissen en/of bestaande personen of personages berust op louter toeval.
Het is nogal een heikele kwestie die Kerkhoven in de uitgave “Hij doet niks hoor” aansnijdt. Hij begeeft zich op glad ijs en dreigt er doorheen te zakken. Raakt hiermee vele hondenbezitters in de ziel, vandaar dus dan ook die vrijwaring. Niet alleen is hij als de dood voor honden, zoals hij omschrijft in 33 kynofobische vertellingen, ook wordt hij zenuwachtig bij de gedachte dat al die liefhebbers van blaffende, keffende en grommende viervoeters na het lezen van zijn geschrift scheldend bij hem op de stoep kunnen staan. “Ontdek liever de humoristische kant van het leesvoer. Lach erom”, spelt hij mij op de mouw. Jazeker, want ik ben er ook zo één, die eens te vaak op een wandeling tegen tegenliggers roept “hij doet niks hoor”. Na het lezen van het boek hoor ik het me zelf zeggen en probeer me alras te corrigeren.

Hondenbezitter op de hak
Het is een fobie, die angst voor honden. Maar evenzo serieus als elke andere fobie dat is. Ik bijvoorbeeld heb angst voor grote hoogten, zelfs staand op de stoeprand zweet ik al peentjes bij wijze van spreken. Zit die paniek tussen mijn oren of is het een ernstige fobie. Gewoon recht vooruit kijken, houd ik mezelf geruststellend voor, de horizon horizontaal in het vizier houden – vooral niet naar beneden kijken. Of hoogtes mijden, maar dat wil niet altijd even goed lukken. Net als Rob Kerkhoven, die wel probeert uit de spanning van de actieradius van de hond te blijven. Maar dit lukt niet altijd even goed blijkt uit de verhalen in het boek.
Inderdaad, op een meer dan grappige manier neemt hij zijn fobie en in minder bedekte termen de hondenbezitter op de hak. Op diverse mogelijke manieren komen letterlijk pijnlijke en figuurlijk gevoelige ervaringen ter sprake. Uit alles blijkt dat hij geen zwak voor honden heeft, in de zin van zwak vlees en een gewillige geest. Het liefst zal hij hondenbezitters uit het straatbeeld bannen om daarmee de harige viervoeters gelukkigerwijs ook kwijt te zijn. Hij heeft het niet op honden en daarmee zeker ook niet op de bezitters ervan.

Manifest met hamer- en sikkelstukken
Meestal kunnen de keffers en blaffers er niets aan doen, want de baasjes hebben hen met cursussen in gehoorzaamheid zo gevormd en mismaakt. Kerkhoven schrijft uit ervaring, zijn getuigenissen zijn geen verschrijvingen hoewel deze weleens worden aangedikt en opgeblazen. Maar goed, met een fobie tussen de oren lijkt de wereld te bestaan uit extravagant grote, in zijn geval, honden. Van een muis maakt hij een olifant, illustreert zijn angst met de metershoge Mannes in Assen op de omslag van zijn boek. Gelukkig ziet hij de humor wel in van zijn eigen vrees, die voor buitenstaanders waarschijnlijk gechargeerd overkomt.
Nadat hij diverse voorbeelden heeft uitgeschreven en opgetekend, op een filosofische en beschouwelijke eigenwijze wijze heeft uitgewerkt, mijmert Kerkhoven over manieren om de hond van de straat te krijgen. Daarvoor heeft hij een manifest met hamer- en sikkelstukken opgesteld. Daarin wenst hij onder meer de bezitters een exorbitant hoge hondenbelasting op te leggen, het aantal beesten per huishouding te beperken en het uitlaten aan banden te leggen. Muilkorven stimuleren en grote en stinkende hondenrassen ontmoedigen. Hond en baas een bewijs van goed gedrag verplichten, zodat ze wettelijk aangesproken kunnen worden op wangedrag. En er dient vanzelfsprekend streng gehandhaafd te worden.
In het buitenland, met name China en Indonesië, is vlees van de hond mits goed bereidt een delicatesse. Kerkhoven is daarom voorstander om van de hond klapstuk, schenkel, ossenhaas en sukade standaard in het vleesschap van de supermarkt op te nemen. Zo ook hondenworst en -gehakt. Hij gooit er zelfs een recept tegenaan in zijn boek, waardoor ik alras sta te kwijlen zoals mijn hond doet wanneer ik een boterham zit te eten. Hij schrijft een hondencoach voor, want voor iedere scheet die dwars zit is tegenwoordig wel een training te vinden. Al deze soorten van instructeurs somt hij op een geestige manier op. Een glimlach kan ik, zelfs als notoire hondenbezitter, zeker niet onderdrukken.

Bijtgrage exemplaren
Als een ware vertegenwoordiger in hondenrijwielen, jazeker die bestaan want voor de hondenfan is niets te gek, prijst Kerkhoven hondenkoetsjes, -buggy’s, -rollators en -kinderwagens aan. Je loopt voor gek met je hond in een karretje, maar dat is de bedoeling. Kerkhoven somt de voordelen op, maar zijn eigen baat hierbij is dat de hond van de straat is en minder makkelijk hem kan belagen. “De een loopt je omver, de volgende springt zonder enige reden tegen je op, de derde besnuffelt je kruis, een vierde draait almaar om je heen of besluipt je op slinkse wijze van achteren, weer een ander kan niet tegen handen-in-je-zak en dan zijn er ook nog de allergevaarlijkste, de bijtgrage exemplaren.” Het veelgeprezen hondenfluitje werkt voor geen meter; de dieren rennen niet jankend weg zoals de fabrikant voorspelt maar komen zelfs dolenthousiast op de fluiter aan.
Niet enkel vaart Kerkhoven dus uit naar de hondenbezitter om hen omfloerst de huid vol te schelden (de uitvaart is overigens tevens een item in zijn boek), ook probeert hij andere manieren aan te geven bij hen roet in het eten te gooien. Naast zijn eigen ervaringen, vervelende ontmoetingen en angstig treffen geeft hij oplossingen om van de kynofobie af te komen. Vooreerst is dat het uitbannen van de hond, zodat de fobist op geen enkele manier meer in aanraking kan komen met de viervoeter. Is de aanleiding verbannen en op zijn best om zeep geholpen, kan de term kynofobie uit het woordenboek worden geschrapt. Geen hond, geen angst. De stoornis is verholpen, de verstoring opgelost. Maar met zo’n groot aantal honden op de vierkante kilometer is dat geen eenvoudige zaak, laat staan dat de baasjes zover te krijgen zijn dat ze hun harige vrienden willen afstaan.

Adellijke hondennamen
Daarom is Kerkhoven voorstander van een ontmoedigingsbeleid. Voor hem is een hond al de vijand, zoals de wolf dat voor schapen is. Nederland is te klein voor de duizenden honden die aangelijnd dan wel los rondrennen in bossen, op paden, langs sloten en over straat. Hij wil paal en perk stellen. Vrijwel op het eind van zijn 33-delige tirade moet hem iets beschamends van het hart, komt hij uit de kast figuurlijk gesproken. Heel lang geleden namelijk bezat hij zelf een keeshond, een jeugdzonde. Uiteraard volgt er een hondennamen top 10 die in de trant van Rob Kerkhoven niet gespeend is van enige humoristische nonsens. Hij wil, hoewel bij hoog en bij laag tegenstander van de canis is een compleet hondenboek afleveren waar zelfs de hondenbezitter mee uit de voeten kan. Een top 10 van historische en van adellijke hondennamen dan nog, een top 10 voor wanneer je twee honden hebt en een top 10 voor criminele, zeer agressieve bijtgrage monsters. Napoleon, Cerberus, Laurel en Hardy, Mini en Maxi, Osama, Trump – ik hoor het de baasjes nog niet roepen wanneer de hond(en) de tegengestelde richting op rent. Misschien nog wel Augurk, Stinkie of Pisbak. O ja, dan is er nog een topsporter hondennamen top 10, culturele hondennamen, onnozele, melige, stomste en meest vergezochte hondennamen. De duim van Kerkhoven is dik en er wordt gelukkig veel aan gezogen.
Tot slot somt Rob enkele manieren op om toch een onbekende hond veilig te benaderen, want hij weet ook wel dat deze dieren never nooit niet uit het straatbeeld zullen verdwijnen zijn tenlasteleggingen ten spijt. Het zijn steekhoudende adviezen die hij uit monden van diverse hondenbaasjes optekende. Raadgevingen waar de kynofoob iets mee kan, hoewel het mijden en doodrijden … eh … doodzwijgen de voorkeur van Kerkhoven heeft.

Het is een vermakelijk boek dat “Hij doet niks hoor”, met een serieuze ondertoon. De bangheid schrijft Kerkhoven van zich af. En wat werkt beter tegen angst en vrees dan een stuk humor. Door belachelijk te maken kun je relativeren en van een olifant een muis maken. Met een lach is de traan vergeten. De opgeblazen bibberatie wordt grinnikend doorgeprikt. Maar ik loop wel een straatje extra om met de hond wanneer ik het silhouet van Rob Kerkhoven gewaar wordt. De stuipen zijn hem op het lijf afgetekend wanneer ik zijn schrijven mag geloven. Daar wil ik geen steentje aan bijdragen. “Hij doet niks hoor”, hoor ik Emma zeggen. Daar ben ik niet zo zeker van gezien zijn manifest tegen de hond maar vooral anti de hondenbezitter. Het maakt mij robofoop. Ik ga hem voortaan uit de weg. Stel je voor dat hij me omver loopt, zonder enige reden tegen me opspringt, mijn kruis besnuffelt, om mij heen draait en op slinkse wijze van achteren besluipt. Ik durf er niet aan te denken. Ik haal mijn handen uit de zakken en wuif hem vriendelijk gedag. Vaarwel en tot ziens.
Hij doet niks hoor. Kynofobische verhalen. Rob Kerkhoven. Uitgave Boek-scout, 2024.
