Tag: roman

  • Tergus, een dissociatieve identiteitsstoornis?

    Op de letter is het een flinterdun verhaal, breedvoerig opgeblazen. Zo zodat de lezer, wie dan ook, zich er in en zichzelf kan vinden. Hoewel daar wel enige moeite voor moet worden gedaan. Het schrale gegeven betreft de herinnering. Het terug denken aan een verloren liefde. Want hebben wij niet allen zo een ervaring in het verleden. Dat je iemand ziet of treft waar een dusdanige aantrekkingskracht vanuit gaat dat je er een heel leven aan blijft kleven, figuurlijk gesproken. Daarbij is het verhaal grondig en gedetailleerd uitgedijd met beschouwende overpeinzingen. De gedachten gaan meermalen op de loop over alles en nog wat. Maar het slaat nooit de plank mis, is nergens geneuzel. Het maakt het verhaal zo dik als een deur naar toen, in nu en op de toekomst.

    Adrie Krijgsman

    De hoofdpersoon in het verhaal van dichter, denker en kunstenaar Adrie Krijgsman, Tergus, heeft een dergelijke herinneringsbeleving. Met die heugenis probeert hij na jaren, als man op leeftijd, een kalverliefde opnieuw in zijn leven te brengen. De penvriendin diept hij op uit een stapel zorgvuldig bewaarde brieven, omdat hij op internet eenzelfde naam aantreft. Déjà vu. De dames, twee of één dat maakt Adrie niet volstrekt duidelijk, volgen samen een parallel spoor door zijn leven van nu, vanuit het verleden naar de toekomst, en zullen op de einder in een verdwijnpunt samen komen. Maar voor het zover is onderzoekt Tergus zijn herinneringen van gisteren in de gedachten van vandaag.

    Een boek voor elke dwaas die een vage jeugdliefde najaagt

    De vertelling van de dame en de heer kent vele omwegen en zijsporen. Krijgsman schrijft niet voor de luie, gemakzuchtige lezer lees ik ergens in het boek. Wanneer ik een makkelijk liefdesverhaal wil lezen pak ik er maar een doktersroman bij. Deze roman over de man Tergus is een boek voor elke dwaas die een vage jeugdliefde najaagt. Ik voel me aangesproken en met mij zovele meer, vermoed ik. Want zo’n vage jeugdliefde verschijnt uit de herinnering met het klimmen van de jaren. Het leven overziend, terugkijkend, is hij of zij daar plotseling weer en blijft in gedachten rondspoken.

    Het verhaal gaat bij Neck om naar Den Haag, ofwel mijl op zeven. De gedachten gaan nogal heen en weer. De oplettende lezer zal thema’s terug ‘horen’ komen. Soms blader ik terug, omdat ik dan denk hoe zat het ook alweer, wie was dat dan, wat gebeurde daar toen en daar. Krijgsman merkt zelf op dat het geen lineaire roman is en dat er geen strikt chronologische volgorde inzit. “De tekst is springerig en danst met de allure van een turnster tijdens de vrije oefening.” En ik dans mee en kom een keur aan van alles tegen. Het heet een psycho-filosofisch verhaal te zijn. Maar niet hoogdravend en zeker niet in vaktaal geschreven. Het leest makkelijk weg, hoewel de gedachten amper kunnen afdwalen. Krijgsman houdt de lezer eenvoudigweg bij de les, door verleden en heden af te wisselen met de toekomst. Actuele zaken waartegen hij getergd aanschopt, dat kan op een afstandje als Tergus.

    Der Sprechhund, een vervelende blaffer

    Krijgsman eigent zich mijn gedachten toe, zo zodat ik in zijn spoor wordt meegesleept het verhaal in. Tergus laat me niet los. Hij reageert al nadenkend en peinzend op het eigen zijn en daar zet hij dan de opborrelende hersenspinsels en gedachtenkronkels tegenaan. Want hoe vergaat dat mijzelf bij enige handelingen en activiteiten, meestal altijd heb ik daar wel overdenkingen en bespiegelingen bij. Heb ik er goed aan gedaan of had ik beter zus en zo. Het zijn moet overdacht voordat het leven er vat op krijgt. Ga ik ervan uit dat schrijver en hoofdfiguur een en dezelfde persoon zijn, kan Krijgsman naast de schoenen van Tergus staan en zichzelf bekritiseren. En op de hak nemen in de vorm van der Sprechhund, een vervelende blaffer die al bijtend in de kantlijn acteert en relativeert. Waar kom ik deze drie-eenheid meer tegen. Adrie als de vader, Tergus als de zoon en de hond als geest. Maar wanneer Tergus dan bij de schrijver op de koffie komt sta ik weer zoals vaker in het verhaal op een verkeerd been. Is er sprake van een dissociatieve identiteitsstoornis. Alles kan op papier.

    Door het boek heen namelijk dringt bij mij de gedachte zich op dat Adrie Krijgsman met zijn boek Tergus een autobiografie heeft geschreven. Dat het zijn verhaal is, dat hijzelf die Tergus is. De getergde ziel die maar niet de herinnering op de rit kan krijgen. Steeds gaat hij ten onder in zijn eigen verhaal, maar telkens weer komt hij uit zijn eigen woordgolven naar boven. Hij vist verder dan de zee naar het schier onmogelijke. En ergens went de camera zich van de set af naar de regisseur, die zijn script duidt. Op een filosofisch bedenkelijke manier omschrijft Krijgsman zijn hoofdpersoon, het hoe en waarom hij daarvan en omheen zijn verhaal zet. Het nut van zijn roman. Maar heeft een verhaal een reden nodig, is er anders geen redden meer aan?

    Geen liefdesgeschiedenis van 13 in een dozijn

    “Het is onduidelijk welke koers mijn denkrichting zal gaan volgen, of wat mijn motieven zijn…” De schrijver is zijn eigen keurmeester. Hij rafelt zijn schrijven, scheurt het uiteen om zichzelf voor zichzelf te kunnen uitleggen. Van de strijd om het verhaal te duiden is de lezer getuige. De hersenspinsels worden verantwoord. Als in een film die van de hak op de tak gaat en de kijker in verwarring brengt. De lezer van de roman moet wennen aan de commentaren die de schrijver op zijn eigen schrijven heeft. Van alle kanten wordt de schrijver becommentarieerd. Maar steeds is het de schrijver die deze getergde en kritische figuren podium geeft en in het verhaal invoert. Het is alsof hijzelf zichzelf terecht wijst. Aan zelfkritiek doet in de andere hoedanigheden. Het leidt regelmatig van het verhaal af de filosofische bodemloze put in. Het houdt het verhaal op, maar maakt ook veel duidelijk.

    Adrie Krijgsman

    De schrijver stelt zichzelf vragen en direct ook aan de lezer. Zo ga ik wel meer met aandacht om met het verhaal, omdat ik denk dat mijn visie waardevol is in de loop. Maar het zijn retorische vragen en het verhaal is verre van interactief. Ik heb geen vat op het beloop, ik kan niet een andere weg inslaan want de schrijver heeft al, hoewel hij daar zelf minder zeker van is, de richting bepaald. Krijgsman heeft een speelse geest, een filosofische trant van schrijven. Hij houwt de woorden op het papier zodat ze levende beelden worden. Hij is een lyrisch schrijver, die uiterst gedetailleerd de omgeving en de overdenkingen beschrijft. Met een stijlvolle uitdrukkingsvaardigheid, van zo’n intieme intensiteit dat het voor een liefhebber van taal, van mooie poëtische taal, alleen al daardoor de moeite waard is om ze te lezen. Hoewel het lijkt alsof de woorden hem gemakkelijk uit de pen vloeien, weegt hij ieder woord en elke zin zodat de regels diep overdacht met inhoud op papier staan. Het vergt voor de lezer aandacht om niet van het padje te raken en te tuimelen in het ravijn van de standaard roman. Zo standaard is deze roman niet, geen liefdesgeschiedenis van 13 in een dozijn. Of het zou het strelen van het eigen ego moeten zijn. Krijgsman zit in Tergus, maar door het verhaal in derde persoon te stellen kan hij het van zich af schrijven en hier en daar van commentaar voorzien waarbij een duiveltje nog eens ongezouten daar weer op reageert. Het vlecht zich welhaast onontwarbaar in elkaar, zie daar als lezer maar eens een touw aan vast te knopen.

    Mengt zich al eerder het sprookje van Roodkapje en de Wolf zich in de tekst, aan het slot komt deze mare terug en vallen alle lekkernijen op de plaats. Hier blader ik weer terug om herinneringen op te halen. Weet ik nog wat ik gelezen heb, met aandacht. Want hoe zat dat met grootmoeder, waarvan de resten in de tuin worden gevonden. Wie is de wolf, is dat die keffende criticaster of was het Tergus zelf. Want dat keffertje raadde eerder de schrijver aan dat omaatje uit het verhaal te schrijven, wat deed die oude vrouw ertoe namelijk. Kill your darlings.

    Tergus. Roman van Adrie Krijgsman. Uitgegeven bij Brave New Books, 2022.

    Adrie Krijgsman
  • In “Het Lot” wordt noodlot tot beschikking

    Het lot. Staat ons dit te wachten? Het dictaat van de toekomst. Het is voorgeschreven, uitgeschreven en opgeschreven. Opgetekend door de hoogste ambtenaar, dus een serieus pleidooi. Paul Dijkman vond de aantekeningen ergens en stelde daarvan een boek samen. De reconstructie van gebeurtenissen, zoals de ambtenaar ze stilzwijgend had ervaren. Ik las het, mijn ogen gingen over de woorden, mijn blik langs de zinnen. De verhalen, als dictaat gearchiveerd in vier mappen, laten zich als een avonturenroman lezen. Beschrijvend beschreven. Ik lees meer dan dat ik zie. Details, waar ik normaal gesproken overheen kijk of doorheen zie staan in het boek breed en nauwgezet uitgemeten. Op ieder onderdeel let de schrijver zorgvuldig of is het de ambtenaar die het hem heeft voorzegt. Deze grondige beschrijving echter zuigt mij op deze manier binnen in het verhaal. Want het trefzeker omschrijven van de omgeving geeft mij een gevoel dat ik daadwerkelijk onderdeel ben van het verhaal. Figurant in de geschiedschrijving.

    Meerdere kanten en diverse spelers

    Er is een omgeving geschapen met een paradijs, de hel, het oerwoud, en uiterst oost. Daartussen bevindt zich de leegte en de overkant, en onder meer het marktplein en het ambtshuis. Er komt een plaag van kevers waar men zich tegen dient te wapenen. De Hel brandt, vreemdelingen vluchten en bepalen de toekomst van het Paradijs. Een voorraadschuur moet vol. Maar het breekt de burgemeester, die de lijnen uitzet en de noodtoestand afkondigt, allemaal bij de handen af. De boeren bevoorraden de schuur niet voldoende, dat dan maar wordt gevuld met waardeloos materiaal en rottend voedsel. De burgervader raakt overspannen ziek en dreigt van het toneel te verdwijnen. Maar eindigt uiteindelijk in de kerker zoals zijn visioen voorspelt.

    Paul Dijkman
    Horizon, acrylverf op paneel, © Paul Dijkman 2014

    Het verhaal heeft meerdere kanten en diverse spelers van uiteenlopend allooi. Door de hoofdstukken volgt de aandachtige lezer deze op hun zwerftochten langs de omgeving en door het leven. Tegen het eind van het verhaal knopen de losse eindjes en wordt een apotheose verwacht. De burgemeester heeft nachtmerries, visioenen die op het eind bewaarheid worden. Het verhaal gaat dan enigszins als een nachtkaars uit, wanneer je vooraf de tumultueuze aanloop er naartoe beschouwt. Maar heeft een open eind, dus er kan nog eens een deel volgen waarin we zullen weten hoe de afloop zal zijn. “Alle onderzoekingen ten spijt blijft een wonderlijke kwestie onopgelost”. Maar is niet elk verhaal zonder eind, zonder punt, onopgelost. Een leven loopt af, maar is nooit voltooid.

    Achterklap, overspel, dictatuur en anarchie

    Er kruisen diverse personages met de eigen onhebbelijkheden de omgeving. Ze botsen, liggen met elkaar overhoop of gaan samen een eindje op. Losbandige goudzoekers blazen het klif op om ezels vol kostbaarheid te vinden. De armoedzaaiers leven dan als god in Frankrijk langs het Ezelspad. De dierenvriend klieft het oerwoud en raakt geestesziek. Hij praat met beesten en de koe, de kippen en het varken zeggen filosofische zinnen terug. Hij krijgt onderdak bij het rijke gezin van de loco-burgemeester. Door een verkeerde keuze in de liefde wordt hij op gepaste wijze het huis uit gepest. Zijn gastheer houdt ook van dieren, maar dan andersom: dood en opgezet.

    Paul Dijkman
    Door het bos, olieverf op doek, © Paul Dijkman 2015

    Het laat zich lezen als een parabel, de kroniek van ons samenzijn op deze aarde. Een sprookje voor volwassenen. In de verhaallijnen lees ik de maatschappij van nu, hier en vandaag. Want het is geen fabeltje. Door de gedetailleerde beschrijvingen wordt veel duidelijk van achterklap, overspel, dictatuur en anarchie. Zoals regels in het echte leven zijn uitgeschreven, de samenhang van de maatschappij is, grenzen zijn getrokken en verbanden gelegd. Controle, zinnelijkheid, liefde. Schertsend schetst Dijkman een geestige tragikomedie. In iedere situatie en door elk gedoe kijk ik in een spiegel. Niet ver van mijn bed rolt het spel zich uit, verwordt een ideaal tot waanidee. De kevers komen terug en de cirkel lijkt rond. Is dit ons lot?

    “Het Dictaat van de Toekomst of Het Lot” van Paul Dijkman. Uitgeverij Singulier, 2020. Volledig herziene heruitgave van Het Lot bij Uitgeverij IJzer, 2007.

  • Boxgeur, een kruidig beschreven tournee

    Boxgeur. Hoe ruikt zo’n vintage ogende Fender kast. Dat vraag ik me af. In de muziekwinkel vol gitaren, trommels, keyboards en andere bandbenodigdheden hangt altijd zo’n niet thuis te brengen penetrante geur. Van rubber, hout en metaal samen, een mix van geuren, denk ik. Maar aan een box met ingebouwde versterker had ik nog nooit specifiek geroken. Ik ben nooit vanachter mijn drumstel gestapt om er eens plat voor te gaan wanneer de gitarist even niet kijkt. En maar inhaleren. Dat was mijn gedachte. Maar gaandeweg het boek van Vincent van Warmerdam kom ik tot een ander inzicht. Het omslag van de paperback toont een geopende gitaarkoffer, het zet mij op een verkeerd been. Stom, want ik zie de babyfoto in het deksel over het hoofd. De box die is bedoeld is het omheinde speelveld van de peuter, de afgebakende leefwereld van de ouder. Het nageslacht ruikt kruidig.

    Grote vrouwen

    Is de verhaallijn in het boek eerst één van dolle pret, leve de lol en na ons de zondvloed. Alle wereldse genoegens worden tot op de bodem genoten. Maar allengs vermengt het echte leven zich met de woorden, worden de daden meer serieus. Er is een baby met een omgangsregeling, een vriend wordt doodziek door aids, een geliefde verlaat het toneel en wordt als vermist op gegeven.

    Het boek draait in drie delen om de grote vrouwen in het leven van de hoofdpersoon. Eigenlijk is al het andere bijzaak. De verhalen lezen glad weg, de woorden stromen verkwikkend binnen; Van Warmerdam heeft een fijne hand van schrijven. Door gedetailleerd de bezigheden van de hoofdpersoon en de ervaringen in de bijrollen uit te pluizen voel ik me als lezer dikwijls een voyeur. Dat begint al goed wanneer ik het boek open en binnenval in de slaapkamer waar hèt op dat moment net plaats had. Maar het samenzijn wordt plastisch beschreven, het is nergens vulgair – ook niet wellustig, het hoort bij het leven. En zeker zo losbandig in de tijd voor de aidsepidemie. Op meerdere plekken in het boek sluipt de tijdgeest binnen, wordt het verhaal in de geschiedenis gezet. In Amerika en Canada is het dan nog van alle tijden, terug in Holland wint Criquiellion in 1984 het WK wielrennen. In China staan de studenten op de barricades.

    Zeven gitaristen

    Het verhaal reist eerst mee met de drummer die zingt, het zusje de bassiste en de gitarist met geleende loopjes en blueslicks. Musketiers voor een hoger doel. De muziek doet het goed in het college-rockcircuit, ergens laat het zich omschrijven: European new wave midway between punk and chanson, linked with vaudeville and folk music. Hoor ik dat? In een zaal zit ik wanneer de band onderdeel wordt van een optreden dat uitmondt in een met alcohol doordrenkte versie van “It’s all over now”. En dat is knap, om in woorden muziek te laten klinken. Vincent doet het.

    Vijf jaar later zijn het zeven gitaristen die onder meer in de Trans Siberië Express stappen, een jarige Mongool toezingen en de oversteek maken in een verouderd propellervliegtuig vol met militairen: gitaren en kalasjnikovs. Deze tournee is een beproeving, krankzinnig. “Voor een Amerikaan is een vreemdeling een lotgenoot, geen bedreiging. In Rusland zijn we altijd buitenstaanders gebleven.”

    Spelen op de achterbank

    “Boxgeur” beschrijft nauwgezet de belevenissen achter de schermen, de ritten tussen de bühnes. Er wordt minder gespeeld dan dat men onderweg is. Repetities vinden op de achterbank plaats. “Van spelen op de achterbank word je niet beter. Pas als je voor publiek staat, raak je je angst kwijt, je gaat spelen in de letterlijke zin. Niet wat je ingestudeerd hebt; je gaat improviseren, variëren, experimenteren. Ik verlang naar die spanning, de kick van het optreden, en ik mis de opluchting en de sexy roes na afloop.” Voor EMI gaan ze de studio in, maar het is niet hun muziek dat op tape komt. Ze spelen op festivals. De hoofdpersoon duikt meerdere malen het bed in met andere standjes. “Nooit is er een geliefde. Altijd ben ik naar haar op zoek en nooit is zij dezelfde. Dat is geen ontrouw, want ik ben van niemand.”

    De schrijver neemt me gemakkelijk mee en ik geef me eenvoudig over. Ik laat me meeslepen in het verhaal, zit op de achterbank van de auto. Sta backstage en heb een oortje in om de Spotify playlist te beluisteren op mijn mobiel. Want het verhaal is doorweven met verwijzingen naar muziek van die tijd, het geeft “boxgeur” een extra dimensie. Vincent weet de grote lijnen te volgen en makkelijk in detail af te wijken. Met humor, soms zelfs tot in het absurde.

    Tweederangs band

    Eerst reis ik mee naar het land van de onbegrensde mogelijkheden. Ik ben getuige van onderlinge strijd, een creatief liefdesleven, ziekte, tegenslag en minder hoor ik het repertoire van de band on stage. Het is intrigerend zo de weg te volgen van een tweederangs band, die toch maar is gevraagd voor podia overzee. “Reizen stemt nederig. (…) Wanneer je reist, is het goed om te bedenken dat je bestemming al bestond voordat je aankomt.” Op meerdere plekken en in diverse situaties is de hoofdpersoon filosofisch van aard. Naast de vele uitspattingen geeft dit het verhaal een dromerige ondertoon. Goede gesprekken onderweg, dialogen die ergens over gaan. De schrijver praat met zichzelf in de ander. In het nu, maar ook makkelijk teruggrijpend naar toen en thuis. Er zijn verschillende lijnen in het verhaal, die naar eenzelfde plot leiden: happy together. Maar het maakt het boek niet verwarrend. Ik ga zo mee een zijweg in en vindt dan snel opnieuw aansluiting op de hoofdweg. Ik ben toeschouwer, maar kruip ook wel in de geest van de hoofdrolspeler. Sta ik aan de zijlijn, zorgt Vincent ervoor dat ik middelpunt van actie ben. Zo leest het.

    “Soms is het alsof het echte leven achter mijn rug plaatsvindt. Alsof ik er buiten gehouden wordt. Ze willen het mij besparen.”

    BOXGEUR, literaire roman van Vincent van Warmerdam. Uitgeverij de Geus, 2020.