Tag: schilderijen

  • Natuurgebied De Deelen weergegeven in veertig schilderijen

    Om de emotie te doorvoelen die Sjoerd de Vries en Jan Snijder aan de petgaten en langs de rietkragen ervoeren, trok Han Steenbruggen natuurgebied De Deelen in. De plek kort ten noorden van de plaats Heerenveen kent de museumdirecteur tot dan van schilderijen, van een kort bezoek waarbij hij nauwelijks verder kwam dan de dijk en van een boek dat Thom Mercuur in het jaar 2000 samenstelde en uitbracht. Verder was Steenbruggen niet gekomen met het gebied, maar hij wilde toch verder kijken dan dat zijn zicht vanaf de weg kon reiken. Vooral toen Bruno van Dijck en Christiaan Kuitwaard het voornemen hadden om een week en plein air te werken langs de boorden van De Deelen. Voor de sfeer die De Vries en Snijder opriepen in hun werk koos Steenbruggen echter het verkeerde seizoen. Hij was er in het voorjaar, net als Van Dijck en Kuitwaard er in mei 2023 waren. Om de stemming van gele rietkragen en diep zwart water te vatten bleek de herfst het juiste jaargetijde. Het moment dat de natuur zichzelf afbreekt om opnieuw te kunnen beginnen. Zich te ruste legt om in winterslaap te gaan en uitgerust en lentegroen een volgend jaar aan te vangen. Het strijklicht van de lage zon door de maanden waarin de r zit geeft het waterrijke landschap een bijzondere kleur. Tinten die op andere momenten nauwelijks worden gehaald, of het zal de schemer zijn, het ogenblik dat de dag door de nacht breekt en andersom.

    Over zijn beleving op verschillende momenten in het natuurgebied schreef Han Steenbruggen een drietal essays voor het boek met schilderijen van De Deelen. Een veertigtal kunstwerken van Van Dijck en Kuitwaard, plus nog enkele sfeerfoto´s van het gebied en de kunstenaars aan het werk. Deze foto´s in zwartwit om de kleur over te laten en aandacht te geven aan het schilderwerk. Het is bijzonder te ervaren hoe twee kunstenaars op dezelfde plek tot diverse vertalingen van de werkelijkheid komen. Op de eigen manier met enige invloed van de ander heeft het duo boeiende sfeerbeelden gemaakt. Wanneer ik in dezelfde maand van het voorjaar het gebied bezoek zoals zij deden, kan ik hun versies van het landschap zo geografisch en naadloos daarin plaatsen. In latere maanden heeft de natuur zich geïnnoveerd tot een betere versie van zichzelf of de uitvoering juist zo bewerkt dat het amper in de eigen schaduw kan staan. Maar ieder moment heeft schoonheid en stemming. ‘De eeuwigheid duurt ieder ogenblik’, citeer ik Steenbruggen die een schilder die ook dichter was aanhaalt.

    De blik kleeft aan het struikgewas

    Op de plek zelf hebben de kunstenaars in de open lucht gewerkt en geschapen. Van Dijck heeft dan thuis in het atelier nog schetsen uitgewerkt waarbij de herinnering aan het verblijf in het gebied bruikbaar was. Kuitwaard heeft later nog De Deelen op diverse momenten bezocht, maar voor Van Dijck bleek het minder waardevol om vanuit België voortdurend naar het noorden te reizen. Hij had genoeg aan tekeningen en zijn geheugen. Van Dijck heeft dus de natuur gevat vrijwel aan het begin van de cyclus van haar jaarlijkse bestaan. Het gebied schudt zich de kou van de winter af en straalt omfloerst de zomer tegemoet. Er is veel ontluikend groen dat zich fluisterend spiegelt in het water. De omgeving is vooral landschappelijk en horizontaal bekeken, maar deze vlakheid verdiept zich en vindt grond in stil water. Er is geen leven nog van vogels en insecten. De kunstenaar heeft geen oog voor langstrekkende snelle bewegingen. De blik kleeft aan het struikgewas en het kabbelende water. De verfhuid wordt wel bewerkt met de achterkant van het penseel of het zwart van houtskool. Het trekt lijnen door de sfeer, geeft contour aan het gevoel.

    Subtiele verfvegen

    Kuitwaard geeft dan het licht meer ruimte in zijn werk. Het stille water spiegelt de tonen van het voorjaar. Leliebladeren liggen als een school vogels op dat water. Hoewel dit liquide oppervlak zich monumentaal in het portret uitspreidt, het egaal en ongerimpeld over de drager ligt, is de verfhuid kalm in beweging. Kuitwaard weet met subtiele verfvegen dynamiek te brengen in de stille gelatenheid. Het is niet een opvliegende gans die gakkend de stilte doorbreekt, maar de wind die het water doet golven in de vroege ochtend. Vooral dat tijdstip van de dag maakt de stemming, bouwt de sfeer. In latere uren is die magie in werkelijkheid verdwenen, maar voegen de schilders deze in abstractie aan hun werk toe. Kuitwaard is er niet alleen in die maand mei, maar ook nog in september en november. In februari weet hij ook eenzelfde bezieling van het landschap te bereiken. Duidelijk niet in de hardvochtige en te zonlichte zomermaanden. De tijd waarin de mens tot leven komt, maar de natuur in stemming omslaat. Het hoogtepunt van de dag is ook niet het middaguur, wanneer de zon op het hoogste punt staat. Een dag is als een jaar, met eenzelfde afwisseling van seizoenen. De uiterste sfeer is er in de vroege morgen en het begin van de avond, in het voorjaar en het najaar. Bij uitspruiten en afsterven.

    De natuur heeft teruggenomen

    Han Steenbruggen weet in zijn korte verhalen de tendentie van de schilders te schetsen. “Kuitwaard blijkt gevoelig voor milde tonen van strijklicht en schaduwvelden”, schrijft hij. “Zijn atmosferische impressies zijn als dagdromen. Ze koesteren de diepere geheimen van het landschap, zijn vervuld van lichte melancholie, maar dragen nooit de sporen van een zwaar gemoed.” Van Dijck kent een onrustiger natuur vindt Steenbruggen. Hij schildert met lossere toetsen en vegen die structuur vinden dankzij lijnen of krassen. In zijn schilderijen ritselen bladeren en rimpelt water. Maar beide kunstenaars geven vooral de stilte van en in dit gebied een plek. Terwijl op de achtergrond het verkeer over de snelweg raast is serene rust en welkome eenzaamheid in deze natuur ter plaatse te ervaren. Wie De Deelen bezoekt of heeft bezocht zal dit beamen. Dit vredig zwijgen van de ooit door mensenhanden gemaakte omgeving is te doorvoelen in de schilderijen van Bruno van Dijck en Christiaan Kuitwaard. Zij portretteren een gebied waar de natuur weer bezit van heeft genomen nadat de mens het heeft verlaten. De petgaten herinneren nog vaag aan de modderige landarbeid van turfstekers. De natuur heeft teruggenomen wat het eerder is ontnomen. De mens zorgde voor afbraak, de natuur voor herstel. Die gesteldheid is daar nu te vinden, deze toestand is realiteit en zal gewaarborgd moeten worden voor de toekomst. Dus komt de mens weer om de hoek kijken om de natuur een hand te helpen. Zo werken we samen aan een betere wereld.

    Die betere wereld weten Van Dijck en Kuitwaard, en voor hen De Vries en Snijder, nu al vast te leggen. Zij bieden een blik vooruit, behouden de sfeer en fixeren de emotie bij het gebied. Steenbruggen probeert dat in woorden te doen door te proeven van het landschap. Zich erin te begeven, de geest die de kunstenaars in hun werk legden ter plekke aan te voelen. Met een scherp mes kerfde Sjoerd de Vries rietkragen in karton, Jan Snijder veegt het vermoeden van wind en de meewarige stilte in elk schilderij. Steenbruggen spreekt met de boswachter over de toekomst van het gebied. Het boek De Deelen is zo een almanak voor wie het gebied daadwerkelijk intrekt. Een wegwijzer om deze natuur te doorgronden. En zie ik daar het silhouet van Sjoerd de Vries in Kuitwaards’ compositie 22.11.2023? Ik zal het onderzoeken wanneer Museum Belvédère de schilderijen in de zomer van 2025 zal tonen. Dan kan de echte sfeer worden gepakt die het duo in het natuurgebied heeft ervaren. Want het boek, hoewel met een uitstekende vormgeving waarin de werken goed tot uiting komen, is als catalogus best geslaagd maar blijft toch surrogaat voor het bekijken van de ‘echte’ schilderijen. Ik verheug me op de tentoonstelling.

    De Deelen. Het natuurgebied in 40 schilderijen van Bruno van Dijck & Christiaan Kuitwaard en 3 teksten van Han Steenbruggen. Uitgeverij Wijdemeer, 2024.

  • Het abstraheren van het realistisch herkenbare

    Het is niet dat ze geen realistisch herkenbare schilderijen maakt, maar op de keper beschouwd is Janneke Hengst een abstract schilder. Zij heeft een manier gevonden, zich een stijl toegeëigend, om in haar schilderen de werkelijkheid te versimpelen. Het landschap ligt er natuurlijk zo bij zoals zij het in haar werk portretteert. De bomen, sloten, het kerkje. Maar het zijn de contouren van een stemming. Het gevoel dat Hengst bij die plek had op dat moment of later weer kon oproepen in het atelier. Het moment dat ze deze werkelijkheid heeft vast gelegd. Die sfeer probeert zij in eenvoud over te brengen. Het zicht werd versimpeld, impressief geabstraheerd, maar de essentie is gebleven.

    De plekken die Hengst in haar werk aandoet, die ze als het ware reciteert, kunnen geplaatst worden in het landschap terwijl het bovenal het gevoel is dat de toon aangeeft. Een gedroomde wereld die bij ontwaken geen bedrog blijkt te zijn. De nevel van de morgen trekt op, het moment van de schemer geeft nog niet alle omtrekken weer – de wijdte, de diepte, blijft nog een ogenblik in het bezit van de nacht.

    Met haar werk geschiedenis schrijven

    Dat verdelen van de compositie in vlakken, zonder al te veel details toe te laten, schuurt tegen de schilderijen van Jentsje Popma. Terwijl Jopie Huisman als mentor haar artistieke ontwikkeling aanzienlijk heeft gevormd. Echter staat ze niet in de schaduw bij deze twee Friese grootheden, Janneke Hengst heeft zichzelf met haar persoonlijke stijl in de rij van schilders van het Friese landschap geplaatst. Ze pikt in haar werk de verstilde aanblik van dat vlakke land fijn op. Het voorkomen dat een aanklacht is op de ontwikkeling in de maatschappij. De vooruitgang en de groei van de bevolking noopt tot het omzien naar andere bronnen van energie. Het landschap verhardt zich volgens Hengst, als voorbeeld daarvan noemt ze weilanden boordevol zonnepanelen en enorm hoge windmolens die de vlakte vervuilen. Het punt voordat deze aanwas plaatsvind legt zij vast. Ze bevriest als het ware de schoonheid van het landschap. Laat het nog een moment zo zijn, zodat we er ongehinderd van kunnen genieten

    Janneke Hengst schrijft met haar werk geschiedenis, ze schildert een stilleven zonder het zelf samen te stellen. De eigenschappen zijn voorhanden, deze hoeven niet geschikt te worden. Het karakteristiek van het landschap ontdoet ze echter van kentekens, bijzonderheden laat ze achterwege om het wezen van de omgeving te doorgronden. In die kern is het zo stil als in het hart van de storm, er is geen geluid enkel maar de hartslag van de natuur. Hengst schildert de geest van Friesland, de aard van de provincie als document voor een tijd na hier en nu. De verstilling die ze in het werk heeft gelegd geeft rust. De kleurzetting is levendig, maar overstemt de stemming niet. Het is geen uitbundig vrolijk werk, het zet de toon van beschouwend waarnemen. Een contemplatief beleven, een meditatieve ervaring.

    Twee werken van Wim van der Veer

    Naast dat de schilderijen van Hengst de werkelijkheid versimpelen, abstraheren, brengen het kleurgebruik en de lichtval een surrealistisch element in het werk binnen. Maar om het nu als abstract surrealisme te karakteriseren is een brug te ver. Het is eerder te rangschikken onder meditatief impressionisme of beschouwend romantisch. Hoewel ik geen voorstander ben van vakjes en vergelijkingen, relaties en overeenkomsten, omdat ik van mening ben dat iedere kunstenaar naar eigen inzicht een stijl ontwikkelt die bij hem of haar past. Janneke Hengst laat het pure landschap zien, zoals dat nu nog ervaren kan worden. Zij doet dat in een stijl die de essentie van de omgeving raakt. De natuur is verstild, het beeld is zonder beweging, een monument in de tijd.

    In de solo-expositie van Janneke Hengst in Museum Galerie Heerenveen vind ik twee werken van Wim van der Veer. Deze nestor van de Friese schilderkunst is net zo een persoon die terugkijkt op het ongerepte landschap. Die in zijn kunst, wanneer hij en plein air aan het werk is, om de vooruitgang heen schildert. Hij kijkt achter de tijd van zonnepanelen en windmolens. Hij ziet dit wel, het valt hem wel op, maar heeft er in zijn schilderijen geen kijk op. Ziet de serene rust van wat ooit zichtbaar was langs rietkragen en bospaden, over sloten en landwegen. Nostalgisch realisme zou het genoemd kunnen worden. In deze expositie toont hij twee groene landschappen waarin het oog kan verdwalen. Dat is wat Van der Veer veel doet; de blik in zijn werk laten zwerven. Niet alleen in het landschap, hij zoekt ook inspiratie in de haven of het dorp. Zijn werk sluit goed aan bij dat van Janneke Hengst met eenzelfde hang naar de schoonheid van toen, ooit.

    PUUR. Tentoonstelling schilderijen van Janneke Hengst bij Galerie MUGA, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Gastexposant: Wim van der Veer. 3 november tot en met 29 december 2024.

  • Kwartetteketetten met het oeuvre van Roland Sohier

    Hij brengt ons terug rond de huis-, tuin- en keukentafel. Wij doen voor de verandering eens samen een spel en leggen de mobiele telefoons aan de kant. We hebben het erover met elkaar rond de pot kaarten, want de kunst van Roland Sohier maakt de tongen los. De kunstenaar scherpt onze verzamelwoede op. Fanatiek willen wij zoveel mogelijk kaarten bij elkaar leggen, van medespelers afhandig maken, om strijdlustig bij een viertal te roepen: kwartet! Het kwartetspel is met de bordspellen Mens-erger-je-niet en Ganzenbord hèt gezelschapsspel bij uitstek om offline samen en tegen te werken. Het is ouder dan de weg naar Rome en bestaat al zeker sinds de boekdrukkunst is uitgevonden. Ieder onderwerp kan thema zijn. Zo is er een tal aan diversiteit in het kwartetten. Ieder denkbaar vakgebied, aangelegenheid of affaire kan wel uitgelegd in 48 kaarten, 12 kwartetten. En er komen steeds bij nu de mens weer wil praten met de ander, contact maken zonder scherm. De mobiel gaat uit, de kaarten komen op tafel.

    Send in the clowns

    Voorheen drukte kunstenaar Ronald Sohier zijn recente werk af in een in eigen beheer uitgebracht boekwerkje. Een schrift met een kort overzicht van zijn bezigheden in dat bijna voorbije jaar. Zo geeft hij inmiddels een minder omvangrijke kijk op zijn oeuvre, want zijn kunst moet natuurlijk lijfelijk gezien worden, in het wild en openbaar. De uitgave, met december als maand van verschijning, is slechts een uithangbord voor wat Sohier nog meer aan bijzonders weet te brengen. Vorig jaar vormde een uitzondering op de regel omdat uitgifte in het wereldbeeld zo urgent was dat het net na de zomer verscheen: send in the clowns. En nu heeft hij een andere vorm van afbeelden in serie gekozen, gewoon omdat het kan. Het geeft een inkijk in zijn oeuvre en reikt dit keer verder dan het ene afgelopen jaar. Met het kwartetspel van Sohier krijgt de eigenaar, de kijker en speler, een laagdrempelig totaal inzicht in het werken en de stijl van de kunstenaar. Het is krachtiger dan een oeuvreboek, omdat het spel interactief is: je dient de composities te benoemen om er genoeg van te krijgen.

    Compromitterend

    Sohier heeft zijn spel gekscherend Kwartetteketet genoemd, maar het is zeker een serieuze uitgave hoewel het spel een vrolijk tijdverdrijf vormt. Rond de tafel staat de kunst van Roland Sohier voor de duur van het spel in het middelpunt van de belangstelling. Onder het genot van een borrel en de bijbehorende versnapering is er gezelligheid, vertier en vrolijkheid. Het is echter een kwartetspel voor volwassenen. De beelden kunnen compromitterend zijn, want Sohier windt er geen doekjes om. Kunst verbergt het zeer niet, verbloemt geen waarheid, de schoonheid van het zijn is zichtbaar gemaakt. Dat zijn van Sohier kent een eigen wereld, een persoonlijke beleving. In een beeldtaal die doet denken aan een cartoon, een karikatuur van de werkelijkheid. De figuratie beweegt zich veelal in serie over de bladspiegel. Er is dynamiek in het platte vlak, alsof de figuren zich willen losmaken om de ruimte in te gaan.

    Het naakt bijvoorbeeld is een model dat van meerdere kanten is bekeken en in diverse houdingen wordt gelegd. De lijven bewegen zich elastisch over het papier. Maar telkens idit s het lijf van een enkel met name genoemd vrouwspersoon. Om een kwartet te hebben dienen Clara, Eleni, Noemi en Carolina naast elkaar gelegd te worden. En zo werkt het tevens met de schetsen van Humpty Dumpty. De kop van het mannetje wordt van alle kanten belicht als speelse variatie op het strenge kubistische karakter. Zijn de Schilderijen met Meisjes bevolkt door een wervelende orgie aan blote dameslijven, die wederom van alle kante en in diverse poses worden stil gezet. Ze rollen over elkaar, de lichamen gaan in elkaar op en vormen samen een dynamische kluwen van torso’s en ledematen.

    Bloterikken en kopvoeters

    Roland Sohier belicht iedere kant van zijn kunnen, elke ingang van zijn oeuvre krijgt een kans zich te openen in Kwartetteketet. Zo heeft hij ook ruimtelijk werk gemaakt, beelden, raam- en muurschilderingen, installaties. Een tweetal museale presentaties komen voorbij en samengestelde tekeningen op staande reclameborden. En alle in de bekende eigen persoonlijke stijl van deze eigenwijs dwarse kunstenaar. Wat te denken van de vette schilderijen en de vette tekeningen, deze zijn inderdaad cool. Een feest van bloterikken en kopvoeters. Ratatata is een voor het spel in vier delen uiteen vallende wanddecoratie, een gevisualiseerde danse macabre. Niet alleen het zijn, leven, heeft de aandacht van Sohier; ook het was, de dood, krijgt een plek in zijn oeuvre. Maar wel op een relativerende manier en een vrolijk opgeruimde kijk op de dingen. In zijn werk heeft alles een zonnige kant, zelfs de schaduwen worden kleurig ingevuld.

    En dan zijn er om het beeldgenot compleet te maken de zelfportretten in de categorie Selfies. Sohier toont het grimas van Roland. Niet zijn kop is onderwerp, maar de acties die de handen eraan uitvoeren. Het zijn eerder gebaren van een doventolk in een erg uitgesproken taal. Het sluit het kwartet op een wonderlijke manier af en laat zien dat de kunstenaar nergens voor terugdeinst. Alles moet verbeeldt kunnen worden, iedere schaamte is hem vreemd. En dat is nu net de charme van deze kunstenaar die zich beweegt op het snijvlak van het serieuze beelden en het verbeelden met een dikke korrel zout. Op de grens van werkelijke realiteit en irreële abstracte kunst. In een zelf gecreëerd niemandsland is Sohier de koning, keizer en admiraal van zijn sprookjesachtige werelden met grimmige randjes en ongemakkelijke situaties. Degelijk opgeleid aan de Gerrit Rietveld Academie heeft hij de traditionele tekenvaardigheid volkomen losgelaten en is losgegaan op de esthetiek van de schone kunsten. Wie zijn losgebroken figuren wil zien en door de handen laten gaan, koopt zijn kwartetspel. Kwartetteketet is de last post van de kunstwereld. Het herdenkt de schoonheid en gedenkt de inspiratie. Het neemt een vette loop met nep, namaak en vervalsing, dat kunst letterlijk is natuurlijk.

    Roland Sohier’s Kwartetteketet. Kwartetspel met kunstwerken van Roland Sohier. 48 kaarten in 12 categorieën als een soort oeuvre catalogus. Uitgave in eigen beheer in samenwerking met Uitgeverij De Zwaluw, 2024.

  • De zolderschatten van Wim van der Veer: kunst, geen kitsch

    Op de fiets trekt hij er op uit. Of op de brommer wanneer hij verder het landschap in wil. Op de bagagedrager staat een stellage van houten latten om de relatief kleine schilderdoeken te vervoeren. Kwasten, verftubes, schetsvellen en tekenmateriaal gaan in de fietstassen. Zo gaat Wim van der Veer langs Friese wegen. Want Friesland is zijn atelier. Daar doet hij zijn inspiratie op. Daar is hij het liefst aan het werk, in de buitenlucht. In weer en wind gaat Van der Veer op weg, want ieder seizoen en elke dag heeft een eigen sfeer en indruk om uitdrukking aan te geven. Hij zoomt in op details en schildert compact. ‘Haventjes, dorpsgezichten, door bomen omzoomde landweggetjes, eenzame boerderijen, rietomkraagde slootjes en uitgestrekte landschappen onder mooie wolkenpartijen’, schrijft Dirk van Ginkel in het boek Zolderschatten. Dat verschijnt ter gelegenheid van het 85e levensjaar van de kunstenaar.

    Ruimte maken

    Die kleine schilderijen, 35 bij 40 centimeter, en dat tekenwerk – schetsen om de werkelijkheid in de vingers te krijgen – bleven lange tijd opgeslagen en niet zichtbaar in dozen en mappen op de zolder van zijn woonhuis staan en liggen. Enkel was Wim van der Veer bij het grote publiek bekend van zijn grote schilderwerken, die in opdracht werden gemaakt. Maar nu tegen het eind van zijn leven en aan het eind van zijn carrière als kunstenaar, hoewel hij natuurlijk nog jaren mee kan, schoont hij zijn zolder om ruimte te maken. Ruimte in zijn hoofd, plek voor nieuwe dingen en andere inzichten, want Van der Veer is nog voortdurend geïnspireerd bezig. Wim is nog aldoor doende om het Friese landschap af te beelden. In kaart te brengen zou je kunnen stellen, voor de eeuwigheid te bewaren.

    Het is Jan Reinder Adema, en het is Han Steenbruggen, waarvoor Wim van der Veer het zolderluik opent. Zij kunnen kijken in de dozen en de mappen openen. Zij vinden de schatten die voor het oog jarenlang verborgen waren gebleven. Adema presenteert dit tekenwerk en deze vele schilderijen van klein formaat in een verrassende tentoonstelling. Steenbruggen doet een greep uit de dozen en laat havengezichten en enkele landschappen zien in het jaar dat de schilder 80 wordt. Deze schilderijen hing ik destijds als collectiebeheerder aan de wanden van een kamer in de westvleugel van Museum Belvédère. En ik schreef erover: “De expressie buiten gezien wordt in een ferme toets op het doek uitgezet. Zonder overbodige detaillering, direct en spontaan. Zo lijken de schepen (…) groots in beperkte afmeting – monumentaal. Als gezien door een patrijspoort, een venster op de wereld.

    Sfeer pakken

    Nu de schilder dus 85 is, krijgen deze kleine werken opnieuw aandacht. Maar zeker ook de tekeningen, de etsen en aquatint. Voor Wim van der Veer is de tekening de bron van alles. Dat is het begin, de grond waarop een schilderij kan ontstaan. Uit de buitenlucht neemt hij op papier het landschap mee naar het atelier. Maar tekent ook meteen op doek het geziene uit. Het zijn speelse schetsen waarin de scherpe blik van de schilder tot uiting komt. De tekeningen zijn bedoeld als aanloop naar een schilderij, dienen in eerste instantie altijd een doel. Daarom staan er ook wel geschreven aanwijzingen op, zoals het aangeven van kleuren of het pakken van de sfeer. Maar er zijn zeker tekeningen die het predicaat van resultaat verdienen, die al af zijn zogezegd. Ook maakt hij wat hijzelf noemt notities, tekeningen ontstaan tussen de bedrijven door, onderweg.

    De en plein air gemaakte schilderijen hebben een onstuimig karakter en meest ongemengde vaak sombere kleuren. ‘Driest geschilderd, snel opgezet, met een grove penseelstreek en heel veel verf’, schrijft Dirk van Ginkel. ‘Laag over laag, in de wonderlijkste kleuren.’ Van der Veer schijnt zich weinig tijd te geven om een landschap tot in detail uit te werken. Het kenmerkt de spontane aanpak, de speelse benadering van het vak schilderen. Hoewel de schilderijen een klein handzaam formaat hebben, is de verf er monumentaal op geboetseerd. De schilder als beeldhouwer. Het afzonderlijk opvullen van de vlakken omkaderd met geschilderd zwart alsof de schilder met verf en penseel tekent, geeft het beeld een uitzonderlijk aanzicht. In een robuuste toets pakkend getroffen. Het is zo een stapeling van elementen om tot een eenduidige afbeelding te komen. De bouwstenen zijn de losse vlakken die zich puzzelen tot het uiteindelijke beeld. Een eenvoudige opbouw, met een meervoudig resultaat.

    Wim van der Veer is schilder

    Nadat Wim van Jentsje Popma de oude etspers van Hendrik Werkman krijgt begint hij te experimenteren met grafische technieken. Met het etsen en de aquatint moet hij, in weerwil van zijn expressieve handschrift bij het tekenen en schilderen, meer bedachtzaam werken. Echter blijkt hij geen graficus te zijn en stopt ermee. Het experiment intrigeert hem wel, het maken, maar het drukken in oplage – een kenmerk van grafiek – heeft minder zijn belangstelling. Steeds dezelfde handeling doen voor eenzelfde resultaat ziet hij niet zitten. Wim van der Veer is schilder.

    Het werk van Wim van der Veer laat een Friesland uit voorbije tijden zien, is Dirk van Ginkel van mening. Het boek geeft van dat Friesland vele voorbeelden in een groot aantal afbeeldingen. Maar ook Frankrijk is onderwerp van zijn werk. Mens en dier zijn in zijn robuuste schetsmatige stijl op papier en doek gezet. Maar telkens komt hij toch terug naar huis, terug naar Friesland. Het weidse landschap, de hoge luchten, de kleine havens, het heeft zijn aandacht. Hij treedt in zijn vroege werk het leven tegemoet met het penseel in de aanslag. ‘In een caleidoscopische werveling van kleuren en penseelstreken wordt de wereld, zoals die toen beleefd werd door Van der Veer, gevangen.’

    Emotie van de schilder

    Het latere werk laat zich karakteriseren als een rustige en enigszins afstandelijke waarneming van het landschap. ‘Het is een wereld waar het leven goed is en overzichtelijk en waarin de maker een tevreden mens lijkt.’ Het is de emotie van de schilder die zichtbaar in het werk is opgetekend. Hij schildert wat hij ziet in een lichtelijk naïeve stijl. Maar juist dat ongekunstelde maakt het werk zo aantrekkelijk. Het zijn alle stillevens van een verlopen wereld, een omgeving die wij kunnen kennen van toen. Met name door het eenvoudige en vlotte handschrift, de spontane en impulsieve penseelvoering, heeft de kunst van Wim van der Veer een breed publiek. Vooral doordat de dozen en mappen van zolder geopend zijn wordt eens te meer duidelijk dat ook Wim van der Veer het geheugen van Friesland is.

    Wim van der Veer zolderschatten. Dirk van Ginkel. Uitgave verschenen ter gelegenheid van de 85e verjaardag van Wim van der Veer en exposities in Galerie Jan Reinder Adema in Damwâld en De Schierstins in Veenwouden. Uitjouwerij De Ryp, 2024.

  • Langs de vloedlijn van Astrid Nobel is de cirkel rond

    Een visser gooit de hengel uit, de vislijn suist, het aas plast in het water. De visser staart naar de deinende dobber in de wiegende golven. Meditatie, concentratie. Hopend op een kracht uit de diepte om een kring op het water te laten. De drijver verdwijnt, beet! Dat ben ik, die visser. De jutter op zoek naar aangespoelde spullen langs het strand. Hij komt thuis met een zak vol bijzonder afval uit de zee. Lege schelpen, door stroming afgekloven botjes, stukjes touw. Het afval van de wereld heeft hij laten liggen. Zonder reden. Dat ben ik, die jutter. Zo voel ik mij. Wanneer ik Afslag BLV binnenstap en mij in die ruimte tussen de werken van Astrid Nobel begeef. Zij exposeert daar op verzoek van curator Albert Oost.

    Oost, zelf een veelzijdig creatief kunstenaar, jut het kunstlandschap af en vist er interessant werk uit. Eerst vond dat een plaats in zijn eigen galerie melklokaal. Nu al enkele jaren krijgt het onder de vlag van Museum Belvédère aandacht. Voor de dependance richt hij zijn pijlen op jonge kunstenaars, om hen een steun in de rug te geven en een duw richting de grote podia. Ditmaal kreeg dus Astrid Nobel deze opstap aangeboden. En deze kunstenaar zet met verve hiermee een vierde stap, daar ze al eerder haar werk solo presenteerde in Groningen en Amsterdam en in 2019 al de aandacht van Oost had voor zijn melklokaal.

    Pigmenten uit fossiele botten

    In Afslag BLV nu sta ik langs de waterkant, aan de vloedlijn. Overzie de golven die eendere en overeenkomende vormen maken. Op en neer, heen en weer. Hypnotiserend. Op de stilte van de diepte maakt het oppervlak beweging. Op de stilte van het doek maakt de materie leven. Die materie waarmee Nobel haar schilderijen opbouwt bestaat uit natuurlijke materialen. Pigmenten haalt zij uit fossiele botten, aangespoeld op het strand. Met zeewater en caseïne aangelengd zet ze kleuren op de met gesso geprepareerde drager. In een ander geval maalt Nobel kleur fijn uit schelpen, walvisbot en vissenwervels. Stampt ze zeezand en ijzerpoeder. Filtert stookolie. Zij hergebruikt de verloren schatten van de zee.

    Het natuurlijke materiaal geeft de composities een vervreemdende inhoud. De schelpen worden niet ingeplakt om er een herinnering van de zonvakantie van te fröbelen, zoals te vinden in de plaatselijke souvenirwinkel op de boulevard. Met het gebruik van zee gerelateerde materie geeft Astrid Nobel aandacht aan zowel de ernst van de klimaatcrisis als de kracht en schoonheid van de levende natuur. Het herinnert haar aan hoe het kan zijn, maar lang op alle plekken niet meer is. Deze diepere bodem in het stille water valt niet meteen te doorgronden. Het verhaal achter de werken gaat mee op een begeleidend papier. De tekst opent de ogen en verruimt de blik. Geeft een nieuwe kijk op de beeltenissen. Hoewel de werken bij nadere beschouwing zelf al “een verwantschap met en aandacht voor ander leven” prijsgeven.

    Tot de horizon zweven

    Op het droge staar ik over het water daar aan de zee, het Noordzeestrand. Beschouw de bewegingen van het aankomende en aflopende water, verdwijn gefocust in het niets van de eindeloze golven, de eeuwige einder. Bij het werk van Astrid Nobel heb ik eenzelfde ervaring. Het gevoel tot de horizon te kunnen zweven en niet te weten wat daarna is. Loopt het rond door of val ik van het plat af. Van een afstand kijk ik, maar wordt in de ruimte opgenomen. Dat is de kracht van de kunstenaar. Maar ook de werking van de composities zelf. Dat het mij in zich opneemt, mijn gevoel overneemt. Dat ik verdrink in de golven. Ik moet worstelen om weer boven te komen. Hoewel ik misschien onder zou willen blijven.

    Het wateroppervlak kan ook het karakter van een sterrenhemel krijgen. In een kolkende spiraal van lichtpunten bereikt het werk neerwaarts een hoogtepunt. In de eerste ruimtes van Afslag BLV heeft de kleur van het strand de overhand, terwijl de laatste zaal het blauw van de zee geeft. De overgang van land naar water is karakteristiek “Zandhonger”. Een imposant dubbeldoek waarin golven zich spiegelen, of eigenlijk de ribbels op het strand reflecteren in de deining van de zee. Het zand lekt, het verwatert. Het water houdt huis en neemt van het land. Het is niet meteen duidelijk dat deze vormgeving betekent dat de golfslag de vijand is. Maar bij nadere intensieve beschouwing, een serieuze inleving in de beeltenis, weet je wat ik zie.

    Vloedlijn door de afslag

    Naast de golfbewegingen is de cirkel van levensbelang voor het werk van Nobel. De cirkel als bron van cultuur, waar het water de grond geeft aan voortgang en ontwikkeling. Die cirkel staat ook voor de levenwekkende zon overdag en tevens het schijnsel van de maan ´s nachts. Voor de kunstenaar is de cirkel het universum, waarin het leven rond is. De levenscyclus na het eind een nieuw begin vindt. Dat uit de dood een volgend leven opstaat. Dit indenkend is er hoop voor opwarming en afkoeling, voor verschijning en verdwijning, kortom voor de klimaatcrisis. Zal de wereld zichzelf kunnen oprichten na de aanval van haar bewoners. Ondertussen houdt Nobel de veranderingen en afwijkingen aan de vloedlijn in de gaten. Geeft daar voor ons beeld aan. Door gevonden materialen te verwerken, die in zichzelf al rijke ervaring en kennis met zich dragen. Dit gevoel en weten zet zij aan tegen geleerde conclusies, plaatselijke historie en de eigen belevingen.

    Er loopt een stukje vloedlijn door de afslag. Schelpen zijn aangespoeld. Botten geven teken van leven dat eens was. Het is een puntdicht, een poëtisch éénregelige zin, geschreven in enkele beelden. Een eenvoudige installatie passend bij het karakter van de tentoonstelling. Een vormgeving die tot nadenken stemt. Tot overdenken maant. Wanneer de volgens zijn vertrokken, weggejaagd of door ziekte gedood, heerst er stilte. Een oorverdovende stilte tekent de atmosfeer. Het water staat ons aan de lippen. Het zand glipt ons tussen de vingers.

    Stilte na de Stern. Tentoonstelling schilderijen en installatie van Astrid Nobel. Te zien van 9 juni tot en met 18 augustus 2024 in Afslag BLV, Minckelersstraat 11, Heerenveen.

  • Monotone stilte in essentie gekleurd

    Black is more exciting for the process, the composition becomes more divined.” Las ik onlangs in een boek om te bespreken. Kunstenaar Albrecht Genin, zo stond daarin afgedrukt, was bij leven van mening dat kleur het ontstaan van een afbeelding beperkt. Zwart legt de basis voor concentratie op de compositie, kleur leidt af van de abstractie van het beeld. En dan zie ik op een volgend moment het werk van Marijke Pieters in Museum Galerie Heerenveen. Ik ken haar composities als experimenteel expressieve uitbeelding van rafelig papier en gescheurd karton door plastic draad bijeengehouden. In het voorbijgaan beweegt het op een zachte bries. En later verbeeldt zij de natuur die Louis le Roy in zijn kathedraal laat groeien en bloeien. Ook Pieters lijkt te wensen net als wat Genin wil: zwart een goddelijke plek in haar composities laten innemen. Inderdaad zou daarin kleur afdoen aan kracht en de welsprekendheid geen recht doen. Dat was zo, maar is die stelling houdbaar gebleven en gebleken? Een nadere beschouwing is hier op de plaats.

    Experimenteert met nieuwe vormen

    Nu heeft dan namelijk wel de kleur intrede gedaan in het werk van Marijke Pieters. Jawel, ik weet maar al te goed dat een kunstenaar blijft groeien in het proces van werken. Dat moet ook zo zijn wil het interessant blijven. De kunstenaar experimenteert met nieuwe vormen en andere uitingen. Dus deze omkeer van Pieters heeft daar zeker mee te maken. Het geeft mij geen afkeer, het verwondert me om vervolgens in bewondering langs het werk te gaan. Verwondering omdat Pieters in het experiment de abstractie op heeft gezocht waar ze voorheen dicht bij de werkelijkheid bleef. Bewondering omdat ze het aandurft daarin een andere weg in te slaan en toch bij zichzelf blijft.

    Het is kiezen, of eigenlijk niet kiezen, tussen realiteit en abstract. Tussen de werkelijkheid en een sterk aftreksel daarvan. De natuur blijft uitgangspunt van Marijke Pieters. Maar het veelvormige en meervoudige karakter, de ecokathedraal zo eigen, is verdwenen en versimpeld tot een eenvormige expressie. Monotoon, echter niet saai of vervelend. Een enkele toon zonder nuance kleurt het zwart, dat vervaagt in deze klankkleur. Het accent ligt op de sfeer, er is weinig aandacht besteed aan de uitdrukking. De figuratie is een gestalte van een landschap, zoals een gedaante als schimmige vorm uit een mist kan opduiken. Het landschap van de kwelders en de wadden, het hoge land van Fryslân. De stilte, die in beeld wordt gebroken door de kleur, trilt boven het beeld. Deze kleur is bij Pieters echter nergens helder, maar altijd ingetogen en kalm. Alsof zij het serene van het zwart nauwelijks wil aantasten. De concentratie in contemplatie wil behouden, maar toch afleiding zoekt door een toon te zetten.

    Onderscheiden gedacht

    In werkelijkheid hoeft de compositie geen landschap te zijn, hoewel dit wel het uitgangspunt lijkt van de abstractie. Een horizontale lijn gezet maakt sowieso onmiskenbaar een vergezicht. Ook Pieters brengt een horizon in, waaronder het beeld zich afspeelt. Het beeld van de stilte in wat een landschap schijnt. De lijn kapt dan de figuratie af, de einder betekent het eind van het zicht. Boven de lijn is wat lucht kan zijn strak en effen gekleurd. Deze toonkleur weerklinkt in de geborstelde zetting, een uitgeveegd zwart, een vage contour. Een geul graaft zich door het land, een sloot kronkelt in perspectief. Het is ontegenzeggelijk een landschap, hoewel het dat misschien helemaal niet wil zijn.

    Anders gezien, onderscheiden gedacht, kunnen de composities vensters zijn op een buitenwereld. Het uni gekleurde rolgordijn is half dicht gedraaid, zodat er nog een gedeelte van het panorama zichtbaar blijft. Zo bekeken klopt het dat het beeld van boven is afgeknipt en is de strak rode, blauwe of oranje lucht (en al de schakeringen daartussen) niets anders dan de stof van het neer gelaten gordijn. Maar dat is een benadering van de uitdrukkingen die geheel aan mij is toe te schrijven. Het werk geeft mij dat idee, deze inbeelding.

    Geen maakbare wereld

    Met de op handzaam formaat gepenseelde composities wil Marijke Pieters een heikel punt kenbaar maken. Het beeld is een volgend hoofdstuk in haar verhaal dat ook al aandacht had bij de inspiratie opgedaan in de ecokathedraal. De kunstenaar verlangt naar een wereld die even stilstaat. Waarin de voetstap van de mens een moment niet zichtbaar is. Waar de natuur een eigen gang gaat en ongemoeid wordt gelaten. Geen maakbare wereld, maar een natuurlijk proces doet de wereld ontstaan. Daarom is er geen mens te zien in de werken van Pieters. Er is enkel land, water en lucht. De elementen waarover de kunstenaar haar blik laat gaan en naar gemoed en stemming inkleurt. Gezien de onderliggende gedachte is het geen vrolijke tentoonstelling. Want het is triest gesteld met het landschap.

    Pieters zet een pas op de plaats en doet een stap terug. Legt een vinger op de zere plek, maar drukt de puist niet uit tot bloedens toe. Ze lijkt de schoonheid van de omgeving vast te leggen. Maar naar mijn idee is het een verstillende rust, een bestorven kalmte, waar levende natuur zou moeten zijn. Met haar composities brengt ze een mysterieuze sfeer in, alsof het de stilte voor een storm is. Een opwinding die door kleur aan de kleurloze omgeving te geven strak wordt aangedraaid. Het zwart is verheven, maar vergrijst in hemelse kleuren. De kleur geeft spanning aan het proces dat met zwart is aangezet. Het leidt zeker niet af van de abstractie, die juist meer helder wordt door deze toevoeging. Wat Albrecht Genin als mening heeft geuit wordt door Marijke Pieters bestreden met sterke argumenten.

    Essentieel gekleurd. Composities van Marijke Pieters bij Museum Galerie Heerenveen, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Van 12 mei tot en met 30 juni 2024.

  • Hut in het bos als wijkplaats in de natuur

    Een wondere wereld is het, die ik binnenga in Museum Galerie Heerenveen, op dit moment. Een mysterieus bos betreed ik, een magisch woud. Maar is het wel een boomgaard dat ik zie, een veld met oprijzend gewas. Ik kijk in de donkerte van de duisternis, de nachtelijke uren waarin de betovering van het onzichtbare op een hoogtepunt is. Want er is niets te zien achter de stakerige boomstammen, zo zolang het niet wordt aangelicht. Zo zolang er geen lichtpunt is die de omgeving waarneembaar maakt. Rob Regeer ontsteekt daarom een licht op dat schijnt vanuit een verborgen bron in zijn donkere werken. Is dit het heldere licht van een volle maan of de jager met zaklamp op zoek naar een prooi, jongelui die gedropt zijn en verbeten een uitweg zoeken. Het geeft althans een onwerkelijke sfeer, zet een surrealistische werkelijkheid.

    Yin en yang

    In dat decor spelen oranje stippen een bijrol waar een eenzaam huis de dubieuze hoofdrol krijgt toegeschreven. Die oplichtende punten lijken vuurvliegjes, die het licht van de dag aten om het uit te spuwen in de nacht. Het daglicht klinkt zo door in de nachtelijke duisternis. Yin en yang. Maar het blijken geen puntjes te zijn, maar putjes in de compositie. Wie het werk tot op armlengte nadert ontdekt dat de schildering eigenlijk een reliëf is. De materie ligt dik op het doek. De stammen verheffen zich waarin de putjes verf zich verlagen. De vuurvliegjes blijken kleine klankschalen. Het licht echoot zo geluidloos door het bomenbos.

    Die hoogdruk in de verflaag geeft de sfeer een werkelijk voelbare diepte. Het is geen geschilderd perspectief, maar een opgelegde tastbare derde dimensie. Regeer laat overigens geen vergezicht zien, de omgeving is plat tweedimensionaal weergegeven. Er is geen doorkijk naar een einder. Maar door te werken in beeldverhoging en met zichtverlaging wordt een natuurlijke ruimte gecreëerd. Een vierde dimensie is gemaakt door kleurspeling en lichtverhouding. In deze ruimte komt alles samen, voert het gevoel de boventoon. Is de werkelijkheid abstract, versimpeld de realiteit. In de derde worden vragen gesteld die in de vierde dimensie lijken beantwoord.

    Leeg en onwerkelijk

    Regeer maakt niet zomaar ondefinieerbare platen van de realiteit. De kunstenaar wil mijn verbeelding prikkelen door ongerijmde voorstellingen te maken. Mij op een verkeerd been zetten zodat ik ga nadenken over wat ik zie. Mij ga bezinnen op de actualiteit. Maar eerlijk gezegd zie ik het wereldnieuws en de huidige problemen in het ecosysteem niet terug in zijn betrekkelijke schoonheid. De hut in het bos schept vooral een unheimisch gevoel, maar misschien is dat juist ook wel het moment van bezinnen. Nadenken over hoe leeg en onwerkelijk de werkelijkheid straks zal zijn, wanneer wij niets doen aan de afbraak van de natuur door ons toedoen. Want het bos van Regeer is ontbladerd, zelfs kijk ik wel dwars door stammen heen. De afbraak heeft hij in zijn schilderijen ingezet. En daarin huist de mens in  een gezellig aangelichte sfeer in een huisje midden in het bos. Als een Bijbelse Noach, van God verlaten maar toch zo dicht bij het antwoord op de vraag.

    Regeer verheerlijkt deze verlatenheid door de intieme toevlucht, het huiselijke asiel, meermalen in 24-delig tableau te plaatsen. Voortdurend hetzelfde huis van onder gezien, in een gewijzigde kleurstelling en een helder tot duister licht. De aldoor veranderende weersomstandigheid ter plaatse. Een eenvoudige opzet die zich telkens herhaalt, een weerklinkende sfeer. Diezelfde optrek komt terug in andere hoedanigheid met een meer uitgewerkte omgeving. Maar aldoor blijft het vreemde en vage gevoel. Het is wel een wijkplaats, maar je weet niet wat je kunt verwachten van de inhoud. Wat daarbinnen achter dat verlichte venster zich afspeelt blijft de vraag. Zo stelt Regeer in zijn werk vragen die onbeantwoord blijven. De oplossing moet ik zelf aangeven. Zo zoals dat meestal werkt in en door een kunstwerk. De beschouwer geeft bescheid.

    Ruimtelijke bouwwerken

    Een apart onderdeel in deze opstelling bij Museum Galerie Heerenveen is het plateau met ruimtelijke bouwwerken in MDF. Op klein formaat zijn deze huizen modellen van hutten en kappellen. Onderkomens belangrijk in de omgeving van Kellerjoch in Oostenrijk. Voor Regeer ter inspiratie een geliefde plek. In de bergen en door de bossen. Om de sfeer raak te treffen was het voor hem niet genoeg enkel de omgeving weer te geven op het geschilderde vlak, maar wilde hij ook de ruimte in. Daarvan is het dorp de weerslag. Zijn dorp, het Regeer. Aldus wordt de bezoeker van deze kunstruimte de wereld van Rob Regeer in getrokken. Ervaart de schoonheid die niet schijnt te kloppen. De verbeelding krijgt er de ruimte zich te uiten. Het werk ontroerd op een onbestemde manier. Het past esthetisch juist, maar achter die luister klinkt een duister geluid. Het gebeelde mysterie is onheilspellend.

    Expositie “Into the Woods”. Schilderijen en ruimtelijk werk van Rob Regeer bij Museum Galerie Heerenveen (MUGA), Minckelersstraat 11 in Heerenveen. 24 maart tot en met 5 mei 2024.

  • Van aangezicht tot aangezicht: toeschouwer én deelnemer

    Het staat er. In Exodus 33 vers 11. De Heer sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht. Exodus is het tweede Bijbelboek en beschrijft de uittocht uit Egypte. Het Israëlitische volk leefde in ballingschap onder een streng bewind van de farao. Ze waren er relatief gelukkig, maar God had voor het volk een andere lotsbestemming. Onder aanvoering van de als leider aangestelde profeet Mozes vingen de mensen een voettocht van veertig jaren aan naar het land van belofte. Dat is waar Exodus over gaat: huis en haard verlaten naar onbekende streken. Vertrouwende dat alles goed zal komen. De uittocht is een nieuwe start in de geschiedenis.

    Van aangezicht tot aangezicht. Het is een Bijbelse uitdrukking. Met aangezicht wordt de menselijke kant van God bedoeld. Je kunt Hem aankijken en Hij kijkt niet langs je heen. Gaat met ons mee, kijkt ons aan en knikt ons vriendelijk en soms streng toe. Echter slechts drie personen in de Bijbel hebben Gods’ aangezicht ooit gezien. Hebben Hem in de ogen gekeken. En Hij keek terug. De genoemde Mozes, later de profeet Elia en in het Nieuwe Testament Gods’ vriendelijk aangezicht Jezus. Want wanneer je dat aangezicht ziet ben je een grens over gestoken: “want geen mens zal Mij zien en leven”.

    Recht in het gezicht

    Het onlangs uitgegeven boek met schilderijen van Egbert Modderman en gedichten van Pieter Jan Kruizinga is getiteld “Van aangezicht tot aangezicht”. Niet het aangezicht van God wordt daarin verbeeld en omschreven, maar wel het aangezicht van niet nader genoemde mensen uit de Bijbel. Of althans wiens doen en laten volgens de poëtische beschrijvingen best van Genesis tot de Openbaringen van Johannes daarin een plaats hadden kunnen hebben. Enkele kennen we bij naam, maar de meeste zijn niet gekend.

    Van aangezicht tot aangezicht is buiten de gemeenschap het meest intieme moment in de ontmoeting met de mens. Een mens. Je kijkt hem of haar aan. Recht in het gezicht. Onder vier ogen zeggen we ook wel eens. Aan de gelaatsuitdrukking kun je iemands emotie aflezen, in elk geval wanneer je er oog voor hebt. Je moet de taal kennen om een gezicht te lezen. De uitdrukking is universeel. Wereldwijd heeft vreugde en verdriet eenzelfde uiting in mimiek.

    Ze trekken mij in het beeld

    De mensen in het boek, de figuren die Modderman heeft geschilderd, kijken meestentijds van de bladzijde af mij recht in het gezicht. Met priemende ogen staren ze mij aan. Van aangezicht tot aangezicht. Ze trekken mij in het beeld, ik ben deelnemer. Meestal is het een gelaten blik, een berusting in de hen opgelegde handeling. In oogcontact vragen ze zich de zin van het leven af. Die gelatenheid straalt ook van het lichaam wanneer ze contact hebben met andere figuren in hetzelfde beeld. Dan ben ik toeschouwer en sta op een afstandje te kijken. Ik voel me indringer, daar er een intieme activiteit gaande is.

    Innig verbonden samenzijn wordt door Modderman in beeld gebracht. Aan de hand van Bijbelse vertellingen schildert de kunstenaar herkenbare gevoelens. Het zijn emotionele waarden die hij in beeld brengt. Veelal is dat gebrokenheid, eindigheid en de kwetsbaarheid van het leven. In een Bijbelse entourage blijft de thematiek actueel. Want het gevoel dat van de gezichten is af te lezen is herkenbaar, in te vullen in het zijn van vandaag de dag.

    Ze kijkt dwars door mijn gemoed heen

    Een prachtig tot meer dan de verbeelding sprekende plaat is bijvoorbeeld de hoogzwangere Maria die de deur wordt gewezen. Voor haar en haar man Jozef is geen plaats, in geen enkele herberg. De vrouw die Maria kan zijn kijkt mij met een vragende blik aan. Niet angstig, niet vertwijfeld. Ze kijkt dwars door mijn gemoed heen. Met ogen die mij doen smelten en meteen mijn deur voor het echtpaar laten openzetten. En zo zijn er meerdere platen die op het gevoel werken. In ”zorg voor de zieken” de vrienden die een vriend op handen dragen. De gevangene die mij doordringend aankijkt, geketend aan medebroeders die berustend in slaap zijn gevallen. De mannen die een witte kist ten grave dragen. Door de trieste blik van de begeleidende dame krijg ik tranen in mijn ogen.

    Het is een prachtig boek om door te bladeren, maar echt vrolijk word je er niet van. De kunstenaar Modderman is een meester in het vastleggen en uitdrukken van gevoelens. De portretten richten zich enkel op het figuur. Er is geen achtergrond en er zijn enkel attributen wanneer dat strikt noodzakelijk is. Het draait in de schilderijen om de lichaamshouding en gelaatsuitdrukking. De mens vertelt het verhaal. De gezichten spreken woordloos boekdelen. Van aangezicht tot aangezicht is letterlijk oogverblindend.

    Peinzend overdenken

    De poëzie van de Groningse dichter Pieter Jan Kruizinga staat niet los van de schilderijen. Het is geen onderschrift die het beeld uitlegt. Het beeld is ook geen illustratie van het gedicht. Woord en beeld vormen een uitdagende eenheid. De combinatie daagt mij uit tot een contemplatief beschouwen. Peinzend overdenken. Beide kunstvormen zijn fijngevoelig opgezet en uitgewerkt. Niet weekhartig of teergevoelig, maar wel ontvankelijk en ontroerend. In vloeiende zinnen en met een sensitieve woordkeus komen de gedichten aangenaam bij mij binnen. De taal is wel rauw omdat het omschrijft waar het op staat, maar drukt veelal rouw en droefenis uit. De treurigheid van het leven, omdat het eindig is, afscheid nemen, gebroken raken. In de woorden lees ik dan nog meer vreugde dan dat ik deze in de beelden zie.

    Kruizinga weet de oude verhalen in eigentijdse gedichten om te zetten. Poëzie die je niet in de koude kleren gaat zitten. De omschreven emotie is een-op-een in mijn zijn in te passen. Heel herkenbaar, in te voelen en te beleven. Ervaringen die een leven tekenen. Hoewel woord en beeld een eenheid vormen, is de taal en het teken heel goed afzonderlijk te beschouwen. Op de letter zou je het gedicht apart van het schilderij lezen, en de plaat niet naast de poëzie zetten. Je zoekt anders een overeenkomst. Maar het een illustreert niet het ander. Onafhankelijke elementen. Die echter wel heel goed samen kunnen optrekken. Leden zijn van één lichaam.

    Van aangezicht tot aangezicht. Egbert Modderman, schilderijen. Peter Jan Kruizinga, gedichten. Uitgave Ark Media, onderdeel van Jongbloed Christelijke Media, 2023.

  • Wiebelende pudding en verbeterde records bij Afslag BLV

    Misschien is het wel gedaan met dat orthodoxe schilderen. Dat rechtzinnig penseel en verf hanteren. Dat klodderen op een stuk linnen. Dat modderen met materie om de realiteit te kopiëren of juist een nieuwe werkelijkheid te maken. Dat trouw vasthouden aan de klassieke gulden snede om een compositie esthetisch op te zetten.

    Worden Rembrandt, Van Gogh en Mondriaan aan de kant geschoven als niet meer van deze tijd zijnde? En natuurlijk zijn deze meesters allang uit de tijd gegaan, maar hun werk wordt nog steeds alom  gewaardeerd en gerespecteerd. Misschien moeten we Appel, De Kooning en Corneille wel afschrijven als niet meer ter zake doend. Is het vakwerk van Armando en de  meesterlijke arbeid van Marlene Dumas en Maaike Schoorel klassieke actualiteit.

    Want dat gepruts met pigment en doek is zo te saai in de gestreste wereld van vandaag en morgen. Is dat zo? Zo te? Dat overdenk ik achterover leunend in de loungebank bij de solotentoonstelling van Dinnis van Dijken. Afslag BLV geeft hem de ruimte om zijn visie op en filosofie over de schilderkunst te ventileren. Het zwarte leer van het meubel omarmt me en ik beschouw de kunst om mij heen. En inderdaad merk ik geen klassiek bewerkte doeken op. Zie ik geen romantische landschappen en dromerige stillevens, geen idyllische portretten. Zelfs zie ik geen kleurrijke abstracten en veelzijdige composities zonder titels. Wat ik vanaf de gezellige bank en vanuit mijn luie houding zie doet mij bijkans van verbazing opspringen.

    Dat het anders kan

    De omhaal van woorden die ik lees op het bij de tentoonstelling horende informatieblad wordt in het opgehangen werk in eenvoud verbeeld, merk ik op. Met humor en ernst verhaalt het werk in eigentijdse thematiek over de hedendaagse wereld. De wereld waarin alle tastbare zichtbaarheid snel moet kunnen indalen. De (jonge) mens van deze tijd heeft geen twee ogenblikken tijd lang bij een illustratie stil te staan. Is niet meteen het beeld duidelijk en herkenbaar dan wordt deze snel geswipet. Verder, het volgende. Deze wereld is van de snelle blik, hoewel een slow movie verbazend veel kijkers trekt. Maar dat zijn bij wijze van spreken kijkers van de oude stempel die de snelheid van heden ten dage beu zijn, meer dan. Zij vermaken zich met de simpele eenvoud en geven handenvol geld uit aan de Van Goghs, Appels en Armandos. Omdat ze het klassieke beeld niet kunnen loslaten, want vroeger was alles beter. Dinnis van Dijken ziet dat anders en draaft met zijn tijd mee. Probeert zelfs in de kopgroep te blijven om het peloton achter zich te laten. Hij wil de massa laten zien dat het anders kan, dat de schilderkunst een hernieuwde plaats kan vinden binnen een maatschappij “die wordt bepaald door het vermogen van memes om de tijdgeest van ons onrustige tijdperk, met zijn wereldwijde politieke omwentelingen en nooit eindigende crises, in te kapselen.” En of het hem lukt de schilderkunst als drager van betekenis verder te ontwikkelen om met een hernieuwde blik te kijken kan een ieder die zijn werk ziet zelf bepalen.

    One hit wonder

    Het werk spreekt niet altijd een duidelijke taal om het te kunnen verklaren. Wat dat betreft gaat het voorbij aan de snelle blik. Heeft het meer dan enkele ogenblikken nodig om begrijpelijk te zijn. Het is geen snelle hap, maar moet goed gekauwd en nog eens herkauwd worden om verteerbaar te zijn. Zoals het goede schilderkunst betaamt. Dat het geen vluggertje is, maar tijd krijgt om in te dalen. Daarom, zou je kunnen zeggen, bevindt het werk van Dinnis van Dijken zich op de grens van oud naar nieuw. In het niemandsland, op het grensgebied. Het laat wat was niet los, want het verleden maakt toch het heden. En tegelijk kijkt het vooruit, naar dat wat komen gaat. In de toekomst. Het maakt zich los en loopt vooruit, tegelijk kijkt het over de schouder terug. Misschien slaat het op de driesprong een verkeerde weg in die dood loopt op den duur. Is Van Dijken geen blijvertje, maar een eendagsvlieg, een one hit wonder.

    Slap that Jello and watch it Wobble

    Voor nu kijk ik mijn ogen uit. Verwonder me over de frisse wind die door deze kunstruimte waait. De kunstenaar lijkt door de opgehangen werken meer een tekenaar dan een schilder. Hij tekent met verf in klare lijnen de beeltenis, zwart op wit. Dit beeld heeft een humoristische ondertoon waar de boventoon van onderzoek overheerst. Hij (her)gebruikt wel cartoons zoals Roy Lichtenstein dat deed in de popartperiode, maar dan anders. Het bevestigt dat zijn werk op het scherpst van de snede in het heden terugziet op het verleden. Van Dijken slaat een eigen weg in wanneer hij timescores als kunstwerken opzet. Ouders zijn trots wanneer de kinderen de eigen records verbeteren, dan verschijnt er een lachende emoticon in de lijst. En wanneer het minder gaat het tegenovergestelde. Net als de uitgeschreven recepten voor broodjes in de serie “Sharing is Caring” wordt het doodnormale tot kunst verheven. Want de wereld van nu is niet elitair, er zijn geen hoge drempels meer door de sociale media waarop iedere scheet die dwars zit op een plankje wordt vast gespijkerd. Is dat het voorland van de nieuwe kunst? De roosters van het spel zeeslag, battleship, krijgt een eigen canvas. Bij het schilderij waarop enkel een kruis staat afgebeeld glimlach ik wanneer ik de titel lees: Here we are.

    Het werk waaraan de tentoonstelling de titel ‘Slap that Jello and watch it Wobble’ dankt toont het vrijwel enige gekleurde schilderij in deze ophanging. Een rode gelatinepudding in een witte vorm siert in olieverf het linnen. Trilpudding noemde ik dat zoete toetje vroeger, omdat de substantie begint te bibberen wanneer je het aansnijdt. In geval van Dinnis slaat hij ertegen en begint het te wiebelen. Achter het tweedimensionale beeld van het dessert bevindt zich in het schilderij een speaker. Met de mobiele telefoon kan de bezoeker deze luidspreker activeren om muziek van een playlist op Sonos of Spotify te beluisteren. Dat doe ik dan ook en zak daarbij terug in de behaaglijkheid van de bank. Zet mijn oren open voor muziek van onder meer Thomas Azier, Israel Nash en Chris Smither. Op de klanken van Det går over droom ik weg naar de neopop in de kunst. De smaak van een pitabroodje komt in mijn mond. Wat een heerlijke tentoonstelling daar in Afslag BLV!

    Slap that Jello and watch it Wobble. Schilderijen van Dinnis van Dijken bij Afslag BLV, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Van 3 december 2023 tot en met 18 februari 2024.

  • De wereld in beweging bij Galerie Noord

    Het schijnt een complete chaos. Een volslagen desorganisatie. Alsof de totale atmosfeer is ontploft en er overal delen rondslingeren. De dirigent heeft zijn bok verlaten, het orkest rotzooit maar wat aan zonder zijn leiding. De noten vliegen in het rond. De kok roert in een pan groentesoep, de ingrediënten mengen zich onwillekeurig. Maar het resultaat smaakt. Het is de wanorde die ik denk te zien, omdat ik niet goed kijk. De schijnbare disharmonie is echter wel degelijk door Anneke Wilbrink in haar werk gestructureerd. Zij is het die mij eigenzinnige en koppige beelden voorschotelt. Mij een omgeving toont die boven de werkelijkheid zweeft, maar niet surrealistisch is. Het complexe van los schijnende onderdelen leidt door haar handen niet tot verwarring. Het is een paradox, de potpourri smaakt naar meer. De wanorde schept schoonheid.

    Een gelaagd landschap

    Want kijk ik goed en beter naar haar werk in Galerie Noord zie ik een netwerk waarlangs details zich bewegen. De soepgroenten volgen de pollepel als het ware. Er is een gelaagd landschap te beschouwen. Een smakelijke soep gebrouwen. De vlakken en lijnen zijn op elkaar afgestemd, de kleuren klinken zuiver. De zwevende noten vormen in de kakafonie van geluid toch een melodie. De chaos is gecoördineerd, de wanorde is in orde.

    image

    De schilderijen van Anneke Wilbrink zijn overigens bedroevend actuele composities, helemaal van deze tijd. De aarde ligt op dit moment juist zo werkelijk als zij dit weergeeft uit elkaar. De globe is een rotte appel, een beurse kool. Helemaal van haar oorsprong afgedreven, los van de basis gezongen. Een knullige knoeiboel gemaakt van de eens schone schepping. Die teringzooi mag dan als inspiratie dienen, de kunstenaar wil daar een positieve levendigheid tegenover zetten. In het samenspel van vlakken, lijnen en kleuren in Wilbrink’s werk is geen zekere maar een ware eenheid te herkennen. 

    Structuur is in evenwicht

    De warboel ademt tegenstellingen die in de natuur bestaan. Die ons natuurlijk schijnen en normaal overkomen. Wij herkennen ze niet als zodanig, omdat we wel zien maar niet kijken. Wel waarnemen maar niet beseffen. Door de manier van werken is een afgemeten ruimte ontstaan, een grootte die amper verder reikt dan de einder van mijn kijkzicht. In gedachten baan ik me een weg door de jungle van vlakken en lijnen. Wanneer ik in totaliteit de details beschouw gaat er een wereld voor me open. De ene actie in het schilderij volgt de andere op, lijkt tegengesteld maar vult elkaar synchroon aan. De structuur is in evenwicht, het is een genot dit te beschouwen. Zoals de groentesoep zalig smaakt. De troebele melodie prachtig klinkt. 

    image

    Anneke Wilbrink beeldt in haar werk de disharmonie van de huidige wereld van zich af. Het is haar manier om met de individuele onmacht met betrekking tot menselijk onrecht, aardse vervuiling, landelijke vernietiging, destructie van het leven en eindigheid van de wereld om te kunnen gaan. Ze heeft geen antwoorden op vragen. Verwerkt haar onvermogen in vermogen er iets aan te doen. Een steentje bij te dragen met haar kunst. Als kunstenaar kan ze haar zorg in beelden wereldkundig maken. De mensen tonen dat er in de wanorde en ontreddering eenheid gevonden kan worden. Dat in de drukte en het lawaai rustpunten zijn.

    Uitzien naar de toekomst

    Een huis om in te schuilen. Een boot om te verdwijnen. Een huis als een strandwachterswoning, op de uitkijk naar betere tijden. In te springen zodra de lucht opklaart, de zee aanzwelt in het getij. De boot waarin je kunt vertrekken naar verre horizonnen, nieuwe werelden. Voor de één kan dat recreatie zijn om tot rust te komen op het water, een aangenaam verpozen. Voor de ander is dat het recreëren van een nieuw leven aan de overzijde van dat water. Voor deze ene is de boot het rustpunt. Voor die andere is de boot het middel dat rustpunt te bereiken.

    image

    Het is Anneke Wilbrink onmogelijk gezien de huidige wereldse warboel nog een poëtisch landschap te schilderen. Een idyllische omgeving te verbeelden, een romantisch plaatje te maken. Deze doet zich namelijk nergens nog voor is haar mening, alles is vertrapt, verpest en geschonden. Niet enkel de zichtbare werkelijkheid, maar ook de abstracte realiteit, hult zich in een smerige nevel. Ze wil daarom geen sfeer scheppen die van gisteren is. Zij wil uitzien naar de toekomst door vandaag de schoonheid van de wereld een stukje meer zichtbaar te maken. 

    Ondanks haar gevoel voor esthetiek, de verbeelding van licht en hoop in haar schilderijen, is er wel disharmonie en destructie, rauwheid en donkerte in te zien. Voor die tegenstelling loopt ze niet weg, dat moet getoond worden. Maar het is geen vertoning geworden die kant noch wal raakt. Er is eenheid gevonden in veelheid. De zichtbare werkelijkheid vermengt met het abstracte gevoel bij het waarneembare. De emotie lijkt aan gruzelementen, maar ligt dik boven op de verbeelding. Kijkend buiten in het landschap schieten mij allerlei gedachten door het hoofd. Sluit ik mijn ogen dan projecteren zich diverse ongeziene beelden op mijn oogleden. De werkelijkheid maakt gevoelens los die droombeelden scheppen. Dt is waar ik naar kijk wanneer ik de schilderijen van Anneke Wilbrink zie.

    image

    Eigenlijk hebben de beelden geen woorden nodig. De beeltenis kan voor zichzelf spreken en zegt meer dan duizend woorden. Daarom is er een denkbeeldige grens tussen het beeld en de omschrijving. Een scheidslijn die spraak aan de kant en buiten beeld zet. De kunst van Wilbrink is nauwelijks in woorden te vatten, het beeld is zichtbaar duidelijk genoeg. Hoewel het al een complete chaos lijkt schept het verhaal erbij nog meer verwarring. Het verdient geen uitleg, dan verdwijnt de magie. Het is te mooi om waar te zijn en daarom is het kunst, een afbeelding van de werkelijkheid waarin het zichtbare en het voelbare welhaast een hoorbare ruimte creëert. Eens geproefd, smaakt het naar meer. Kijk beter, zie werkelijk.

    Floating World. Tentoonstelling schilderijen van Anneke Wilbrink bij Galerie Noord, Nieuwstad 6 in Groningen. Te zien 25 november tot en met 21 december 2023.