Tag: Sido Martens

  • Sido Martens zet een punt: ZIEZO

    In de introductie adviseert hij mij de 75 liedjes op zijn album ZIEZO te doseren. Om het beluisteren uit te smeren over een aantal dagdelen verdeeld over een periode van weken, desnoods maanden. Dit om ‘oververmoeidheid van gehoor en overprikkeling van de geest te voorkomen’. Echter ben ik dwars, altijd al geweest, en neem een overdosis – gewoon omdat het zo lekker is – om in een roes te komen waarvan ik niet out ga maar juist heel high wordt. De liedjes van Sido Martens namelijk zijn uitstekend te verdragen, liggen makkelijk in het gehoor. Ik raak daar absoluut niet oververmoeid van en heb mijn cd-speler op repeat gezet zodat de 75 liedjes 150 songs worden en 225 composities.

    De lijst wordt echter geen muzak, het verlaagt zich niet tot behang of arbeidsvitaminen. De liedjes blijven sterk en houden me bij de les. Zelfs door ze vaker te horen en nog eens te beluisteren verdiepen deze zich, raken de ziel van mijn geest. De teksten schijnen eenvoudig, maar roeren de kern van het wezen. Woorden die er niet toe doen zijn weggeschreven, de essentie van het zijn is gebleven. Martens zingt waar het op staat. Hij maakt een punt en zet een punt; achter zijn carrière!?

    Geestig maar veelal stekelig

    Hij is een zingende dichter. De tonen zijn de begeleiding van de woorden. Martens declameert de teksten meer dan dat hij deze op toon zet, met enkele maten ondersteunt hij deze regels. De teksten zijn minder gezangen, doen mij denken aan de psalmen die in het klooster nauwelijks melodie hebben. Daardoor is het accent gelegd op de betekenis en minder op de versiering. Daarom garneert Martens zijn oeuvre met instrumentale verzen, liedjes zonder woorden die echter veel verhaal hebben. Als rustpunten in een gedicht, lege regels om even stil te staan, bij stil te staan. Moment van contemplatie.

    Het zijn puntige teksten, geestig maar veelal stekelig. Over het leven, het zijn, de wereld, de liefde. Spitse composities om een reden. Minimale orkestratie heeft een oorzaak. De arrangementen zijn kort en bondig, want op de ZIEZO compact disc moesten wel 75 nummers komen terwijl er in totaal maar 80 minuten muziek op past. In amper 60 seconden maakt hij zijn punt met weinig omhaal van woorden of zelfs zonder woorden. Een enkele keer heeft hij meer woorden nodig om sterk uit de hoek te komen, dat zij hem vergeven. “Geen eindeloze intro’s, herhalingen of terugkerende refreinen, of soms ook overbodige solo’s, laat staan oneindige fade outs.” Het vrije vers in handen van Sido Martens is ingedikte liedtekst, en zijn al met al misschien wel meer waardevol nog.

    Klein en fijne liedjes

    Voor dit album, dat zijn laatste zal zijn zo veronderstelt Martens zelf, schreef hij 75 nieuwe teksten en maakte 75 nieuwe composities. Vanaf november 2023 peddelde hij bijna elke middag naar zijn oude caravan op een boerencamping in de buurt van Leeuwarden, lees ik op de website van Folkforum. “Daar prutste ik met tekst en frunnikte met akkoorden op mijn oude, gebutste en half versleten Harmony Sovereign gitaar uit de jaren zeventig. Want die wilde ik per se gebruiken, dat is mijn vertrouwde vriend en aloude compagnon. Mijn streven elke middag een liedje te fabriceren en op te nemen lukte grotendeels. Een digitaal opnameapparaatje en een paar microfoons en hup opnemen maar. Kale, sobere versies. (…) Omdat het meer en meer winterde besloot ik de zaak thuis verder af te maken, op de comfortabele zolder van onze doorzonwoning. Ook daar hetzelfde recept: pielen tot het wat werd. Ook veel demootjes beluisterd van nieuwe liedjes die ik eerder dat jaar maakte. Kijken en luisteren of er bruikbare dingen tussen zaten. Al met al na veel gedub en proberen 75 liedjes, muziekjes of nummers, hoe je het maar wilt noemen, opgenomen.” In de caravan zijn de liedjes klein en fijn, op de zolder meer uitgebreid en gearrangeerd met gastmuzikanten.

    Mijlpaal van driekwart eeuw

    Hoewel de zanger ook een begenadigd instrumentalist is, geeft hij op dit album toch de voorkeur aan het vocale vertolken. De muziek is, hoewel op de meeste bewerkingen, een virtuoze ondersteuning. Een bedje klanken waarop de zang zich prettig vleit. Om het aantal van 75 liedjes op een enkele cd te passen zijn de songs bewust in een kaal arrangement gegoten. Minder is meer, zullen we maar zeggen. Met dit album wil Martens ten langen leste een eind aan mijn muzikale carrière breien. “Niet omdat ik geen muziek meer wil gaan maken, maar omdat het toch veel gedoe is”, lees ik op Folkforum. “Ik wil dat zelf, jazeker, ik haal het mezelf op de hals. Komt omdat ik het veel te mooi, te kostbaar en ook gewoon fijn vind met muziek en tekst bezig te zijn. Ook dat het hier en daar gewaardeerd wordt wat ik maak en doe. Heel veel anders kan ik ook niet.

    De cd is echter maar een part van het album. Wel belangrijk want het markeert de 75 jaren dat Martens op deze aarde vertoeft. Dit jaar heeft hij deze mijlpaal van driekwart eeuw behaald. Om dit te vieren is er ZIEZO in de betekenis van klaar en af, gedaan, volbracht, punt er achter. Maar dit laatste deel heeft een open einde, want de muzikale schrijver doet wel de deur dicht maar draait deze niet op slot. De reeks albums heeft een open einde, er kan nog een aflevering aan worden toegevoegd. Voor nu is het ziezo en tot ziens, maar volgend jaar of daarna kan het best hoezo ziezo zijn. Het is afwachten, maar ik zie hoopvol de toekomst tegemoet.

    Haren kwijt maar niet zijn streken

    En eerlijk, dit album is mijn eerste kennismaking met de muzikant Martens als solo-artiest. Al wel ken ik zijn schrijven van boeken, maar mijn muzikale kennis was niet ruimer dan zijn deelname in de band Fungus. Ziezo is voor mij dan ook een inkijk in het oeuvre en de start om meer te horen en te kennen. Pas nu in 2024 smaakt het naar meer en zal ik mijn bord volscheppen met het andere werk van Martens. Het water loopt me bij voorbaat al uit de mond, het fluistert mij in de oren. Overigens op die eerste plaat van Fungus is ook al de virtuositeit van de instrumentalist Sido Martens te horen. Tussen de actueel bewerkte volkswijzen is zijn lied zonder woorden te horen, misschien wel de beste song van de hele plaat. Maar dat was toen, hoewel de man onlangs met vrienden – een reünie van de aloude band zat er niet in – het 50 jaar geleden gelanceerde Kaap’ren Varen voor een eenmalige uitvoering onder het stof vandaan heeft gehaald. Na die mannen met baarden raakte Sido al snel zijn haren kwijt maar niet zijn streken. Hij is een periode uit de running geweest, maar telde wel serieus mee in de rensport – Martens was een gezegend hardloper. Maar bloed kruipt waar het niet kan gaan, de muziek zit hem in de genen, het is zijn DNA. Dus in eigen beheer is een ruime discografie opgebouwd en daarnaast schreef hij nog een aantal boeken vol. En nu kijkt hij dan om en overziet, en ik kijk over zijn schouder mee en leg mijn oor belangstellend te luisteren.

    Kleurenhoutdruk als inlegvel

    De cd, het schijfje met gat in het midden, is gestoken in een plastic hoesje geplakt op de binnenkant van de omslag van het boek. In dat boek verantwoordt Martens deze uitgave en zijn alle teksten van de liederen afgedrukt. Verder tonen foto’s details van de instrumenten die Martens bespeelt en stelt hij zijn medestrijders in de muziek voor. De opgebouwde serie lp-, cd-, single-, cassette- en boekuitgaven krijgen aandacht. En er wordt interesse gewekt voor de maker van de kleurenhoutdruk dat als inlegvel bij het boek meegaat, de kers op de taart. Beeldend kunstenaar Siemen Dijkstra maakte speciaal voor ZIEZO een ontwerp en drukte deze in een oplage van 75 stuks af: de onzichtbare zanger. Tot overmaat van informatie staan achterin het boek enkele QR-codes om de kennis nog uit te breiden of op te halen. Zo kunnen onder meer gemiste tv- en radio-uitzendingen nog eens worden bekeken en beluisterd.

    En terwijl een ieder in deze periode het oor te luisteren legt om deze of gene Top 1000 te horen, want ieder zichzelf respecterende radiozender heeft wel een verzameling all-time classics aangelegd, zet ik weer en nog eens de cd behorende bij ZIEZO op. Om de 75 songs van Sido Martens te beluisteren. Een muzikale staalkaart van het kunnen van deze vreemde eend in de bijt van de Nederlandse popmuziek. Vreemd, omdat hij zich niet wenste te conformeren aan de mores, zijn eigen ding wilde blijven doen. Zo heeft hij eigenwijs en onafhankelijk een persoonlijk repertoire opgebouwd, zijn eigen The Real Book.

    Nu telt hij de knopen aan de jas van zijn leven. Hij is alles behalve verzadigd en staart niet vanachter de geraniums inspiratieloos uit het raam. “Maar de tijd knaagt. Roest zit altijd op plekken die je niet ziet. Hooi broeit van binnen naar buiten. Het lekt meestal waar je niet zoekt”, aldus bespiegelt Martens het zijn in een voorwoord, het leven, zijn bestaan. “Beetje spelen blijf ik doen, af en toe optreden ook best leuk.” Een kunstenaar met pensioen is een dode kunstenaar. Het heilig moeten houdt het vuur brandend. De geest in de fles moet eruit. Hoezo ziezo?

    ZIEZO. Sido Martens. Boek, cd & houtdruk. Uitgave in eigen beheer (Ren Pen Produxies), 2024.

  • Sido Martens vertelt geen zwamverhalen over Fungus

    Wil je als artiest of band je leven en zijn laten beschrijven, dan staan er rijen journalisten te trappelen om dat voor jou te gaan doen. Ze duiken maar al te graag in het verleden. Spreken met plezier diverse mensen om jou biografie uit de tweede hand samen te stellen. Want er zijn genoeg getuigen van jou wezen en handelen te vinden, en deze willen daar graag een boekje over open doen. Ook kan een fanatieke fan of een gedreven groupie worden ingehuurd om een gekleurd beeld te geven. De popgroep Fungus zat er niet op te wachten, op die beschrijving van opkomst, succes en afgang. Een vermelding op Wikipedia en in de Muziekencyclopedie leek genoeg. Toch is er een groepsbiografie gekomen, en wel een beschrijving van het wel en wee uit de eerste hand. Geen interpretaties of aannames dus, maar een ongekleurd verhaal van iemand die het dichtst bij het vuur zit – een muzikant in het heetst van de strijd. Ik lees in Fungus het verhaal van gitarist en mandolinespeler Sido Martens. Over zijn ervaringen als lid van folkrockgroep Fungus, of zoals hij het zelf noemt “mijn jaren als zwam”.

    Kommetjes van Himalayaklei

    Martens is geen getuige, maar juist ervaringsdeskundige. Hij schrijft geen verhalen waar de tijdgeest een dikke, zoete laag nostalgische overdrijving op heeft achtergelaten. “Meer een weergave van de soms turbulente gevoelens gedurende mijn muzikaal volwassen worden, want dat deed ik bij Fungus.” Het is dan ook een boek over Sido Martens zelf, meer dan dat het een biografie van de band Fungus is. De groei van langharige jongeman voor wie de hele muziekscene nog een onontgonnen wereld is. Tot een man die zijn wilde haren verloor en zijn weg in de muziek heeft gevonden, op eigen kracht. Fungus was door hun gebruik van instrumenten met een stekker niet van de geitenwollensokkengeneratie. Folk bleek namelijk “voorbehouden aan baardige types op gezondheidssandalen die linksdraaiende yoghurt aten uit door Nepalezen geboetseerde kommetjes van Himalayaklei”. Meteen al op de eerste pagina’s in het boek relativeert Martens deze beweging, waarvan hij zelf een aantal jaren onderdeel uitmaakte. Op zijn eigenwijze en humoristische manier van schrijven laat hij weinig heel van de ingedutte sfeer. Alles moet akoestisch, elektrisch versterkte instrumenten zijn verdacht – daarmee pleeg je heiligschennis. Het is daarom opmerkelijk dat Fungus op een goed moment wel de moed heeft om de gitaar in te pluggen. In het jaar 1974 draagt de groep met Martens een steentje bij aan de vaderlandse popgeschiedenis.

    Sido Martens, Fungus, Ren Pen Produxies

    Met de song “Kaap’ren Varen”, een Top-40 hitje volgens Sido, is de toon gezet. Wel elektrisch versterkte volksmuziek, maar “geen band van gehaktstaven en hamburgers bij benzinestations tijdens met bier overgoten autoritten huiswaarts”. Drinkgelagen en orgiën gingen aan deze muzikanten voorbij. Geen groupies, geen goed gevulde kleedkamers. Geen seks en drugs, en zeker geen rock’n roll. De mannen waren vooral bezig met muziek, en in de brave folkscene was geen plek voor ontluisterend en onzedelijk gedrag. “We deden wat we leuk vonden. (…) Er zat geen groter plan achter dan ‘gewoon’ op onze manier muziek maken en uitvoeren, compleet met al onze beperkingen en mogelijkheden.” Fungus was een vriendenclubje dat lol heeft in wat ze doen, zonder een hitnotering in gedachten te hebben. Het overkwam hen, zoals het optreden tijdens Pinkpop hen overkwam en een korte tour naar Engeland waar drie optredens van uitvielen. In navolging van wat er overzee gebeurde binnen de suffe folk, namelijk het versterken van de akoestische instrumenten door groepen als Fairport Convention en Steeleye Span, ging Fungus dat hier ook doen. Het was een gat in de markt en sloeg in eerste instantie aan als ontheiliging en nieuwlichterij.

    Sido Martens, Fungus, Ren Pen Produxies

    Sido, een verlegen onzekere jongen – een twijfelkont, heeft de tijd van zijn leven. De twee jaar dat hij deelneemt aan Fungus, zwam is, vormt hem in de muziek en in zijn bestaan. Het is de springplank om op eigen kracht en met eigen middelen verder te gaan. Het boek “Fungus, mijn jaren als zwam” is vooral het verhaal van Sido Martens. Zijn ervaringen met en in de band, en later solo als muzikant, componist, schrijver en producer. Het boek is ook te zien als plakboek, want het is rijkelijk geïllustreerd met foto’s, posters en krantenknipsels. Interessante toevoeging zijn de QR-codes. Door het boek heen staan er diverse van afgedrukt, waarachter een link zit naar filmpjes van Fungus tijdens Pinkpop en Nederpopzien bijvoorbeeld. Prachtige opnamen, een welkome aanvulling op de toch al luchtige tekst.

    Vervoer per ‘volwassen’ bus

    De hoofdstukken die de diverse jaren in onderdelen behandelen worden afgesloten met de agenda van dat betreffende jaar. Een archief zoals een verstokt fan deze aanlegt. Sido is onderdeel van het gebeuren, maar zeker ook fan. Praktiserend liefhebber. In zijn boek volg ik door de verhalen de groep tijdens optredens en bij het opnemen van albums. De diverse songs worden uitgebreid besproken, wat een heldere kijk in de keuken geeft. Na de eerste titelloze LP groeit de groep, wordt professioneler in muziekinstallatie en vervoer per ‘volwassen’ bus. Maar een mooie Fender Broadcaster moet Sido wegens gebrek aan geld aan zijn neus voorbij laten gaan. “Een echte rock & roller had desnoods zijn moeder verkocht om zo’n gitaar te hebben…”.

    Sido Martens, Fungus, Ren Pen Produxies

    Op een gegeven moment is het voor Sido op. Hij blijkt niet opgewassen tegen het wereldje op en rond de bühne van een popgroep. Hij kondigt aan te willen stoppen met de band. Maar er liggen nog afspraken voor concerten en televisieoptredens, en er wordt nog een tweede LP opgenomen. “De verkering was uit, maar we bleven elkaar ontmoeten.” Sido voelt weinig begrip voor zijn situatie daar waar het het vele reizen, het tekort aan rust en de inzet qua tijd om zijn aandeel te leveren aan de band. De roem eist zijn tol. En Martens redeneert zijn status van ster kapot. De verhalen krijgen een persoonlijke tint en worden zelfs intiem wanneer Sido zijn tweede natuur beschrijft. Hij weekt los van de groep en zoekt een eigen weg verder. Dat gaat hem goed af. Hij voelt solo de artistieke vrijheid, alleen is hij eigen baas en dat werkt goed en maakt productief.

    Drie variaties

    In eigen beheer brengt hij een groot aantal platen, cd’s en boeken uit. De uitgebreide catalogus van zijn werk achter in het boek afgedrukt bewijst dat. Het geheel wordt afgesloten met ingezonden brieven van na aan de groep staande mensen, die hun eigen licht over de gang van zaken laten schijnen. Toch een inkleuring van het frivole en dartele geschrift. Bij het boek ingesloten vind ik een affiche die aangeeft dat de Fungus lp uit is. En, dat is bijzonder, een cd waarop Sido Martens drie variaties van de song “Kaap’ren varen” heeft opgenomen. Frisse arrangementen die het toch wat stoffige imago van het lied anno 2021 een actuele sfeer inblazen.

    Sido Martens, Fungus, Ren Pen Produxies

    Het boek leest lekker weg, is licht verteerbaar, want Martens’ verteltrant zingt zoals zijn songs dat doen. Het zijn prettige en bij tijd en wijle humoristische verhalen om te lezen. Hij filosofeert een eind weg en relativeert zichzelf van het voetstuk af. Sido kan zijn gedachten eenvoudig op papier zetten, zodat ik als lezer hem op de voet kan volgen. De schrijver overdenkt voor hij gaat schrijven, maar soms lijkt het ook alsof Martens meteen zijn bespiegelingen opschrijft. Hij telt niet eerst tot tien, maar geeft direct en zonder omhaal van woorden zijn gevoel en beleving weer. Het is een bijzondere schrijfstijl, zo markant als Fungus dat in de eerste jaren van het bestaan was. De Martens van nu is allang niet meer de Sido van Fungus, maar in dit boek laat hij die jaren 70 nog eenmaal tot leven komen.

    “Fungus, mijn jaren als zwam”, Sido Martens. Uitgave: Ren Pen Produxies, 2021.

    Sido Martens, Fungus, Ren Pen Produxies
  • Herinneringen opschrijven om het verleden niet te vergeten in het heden

    Om het verleden maar niet kwijt te raken. De herinneringen niet te laten wegzakken in het moeras van het niet meer weten. Het zal je maar gebeuren dat je niets van vroeger meer terug kunt halen in je gedachten. Dat overkomt mensen, daar is een naam voor. Dat je weet dat het goed was en opwindend, maar dat het deksel op de schoenendoos vol beelden en woorden zo vastzit als een huis. Je kunt er niet meer bij, het is afgesloten -voorbij, over en uit. Sido Martens stelt daarom zijn verleden op schrift, omdat hij dit nu nog naar het heden kan halen. Gewoon om het voor zichzelf vast te leggen en te bewaren. Maar niet alleen dat, hij vindt zijn eigen geschiedenis zo belangrijk om het te boek te stellen. Want het blijkt zeker zo interessant voor mij om het te lezen, stel ik vast na lezing van de uitgave. Althans in de schrijfstijl die Martens hanteert. Dat is een lyrisch verhalen met veel oog voor detail. Kleinigheden die onbenullig lijken, maar het verhaal wel aantrekkelijker maken en meer inhoud geven. In “de Weemoeder” dompelt Sido Martens zich nog een keer onder in het lauwwarme badwater van zijn jeugd in de hoop zichzelf er niet definitief mee weg te spoelen, lees ik op de achterkant van het omslag. Zelf betitelt hij het als autobiografische fictie. Wat is werkelijkheid en welke is de fantasie. Waar ligt de grens, de lezer mag deze zelf zoeken en zijn pas tonen om in de illusie te verdwalen.

    Een souffleur

    Het boek vangt aan met een filosofisch getinte inleiding. Over brandende vragen in het leven, die nodig geblust moeten worden. Hij geeft er zijn eigen antwoorden op, want die heeft de schrijver paraat. Ik als lezer kan meegaan in die zienswijze, maar er ook mijn eigen tegenaan zetten of het als aanleiding zien om een mening te vormen. De vragen komen op door de herinneringen die zijn komen boven drijven omdat ernaar gevist is. Maar die vissen moeten eerst geschrapt en van kop en staart ontdaan, de graat eruit geritst. Dan zijn het hapklare brokken, maar pas wanneer ik het boek heb dicht geslagen. – het verhaal gelezen is. Bij wijze van spreken. ‘Er moet toch ergens een souffleur zitten die het script in handen heeft, een gebruiksaanwijzing voor het leven’, verzucht de schrijver.

    Op een korte afstand kijkt hij naar zichzelf, zijn bezigheden en ervaringen. Hij stijgt boven zichzelf uit en schrijft over ‘de jongen’ en over ‘hij’, terwijl het voortdurend over hemzelf en zijn eigen herinneringen gaat. Slechts een paar keer in het boek zijn er bladzijden waarin de ik-figuur wordt opgevoerd. Dit zijn de meest emotionele delen van ‘de Weemoeder’. Dan legt de jongen de invloed van de gebeurtenissen uit zijn jeugd op het zijn in het heden van de man bloot.

    Onopvallend opvallend

    Alsof ik geen naam mocht hebben misschien”, vraagt hij zich af. Dat hij niet bij naam wordt aangesproken, maar ‘de jongen’ is. Hij denkt tekort te schieten, niet te voldoen aan verwachtingen. Volgens moeder is zijn enige kwaliteit van brood stront te kunnen maken. Wat hem in zijn verleden overkomt is herkenbaar voor de lezer die van dezelfde generatie is als de schrijver. Hoe hij leeft en wat hij beleeft is kenmerkend voor de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw. Soms lijkt het net alsof ik mijn eigen herinneringen zit op te halen. Het is zo treffend, typisch en typerend. Zijn verhaal kan op veel plekken de mijne zijn. Meanderende zinnen in zwierige teksten laten mij verdwalen in het eigen toen en destijds. Naar de jongen die ik was, ooit. Onopvallend opvallend.

    Hij doorleeft al de dingen die een jongen van zijn leeftijd in die tijd onderging; stoeien met buurtkinderen, donderjagen met vriendjes, een eerste verliefdheid, amandelen knippen, kerstbomen fikken op oudjaarsavond en nog veel meer. Voetballen, honkbal, korfbal, kaatsen. Maar het sporten in een team lukt niet erg. “Te veel sociale druk, te vaak te angstig en te voorzichtig.” De jongen is een dromer, ligt graag in het hoge gras en kijkt naar de wolken. Hij voelt zich buitenstaander. Hoort eigenlijk nergens bij, alleen bij zichzelf.

    Welhaast poëtisch beschrijft Martens de dingen om de jongen heen. De herinneringen blijken veelal rooskleurig te zijn. Maar dat kan zijn omdat hij over de waarheid fantaseert, het verhaal met zijn verbeelding aandikt en mooier maakt dan dat het in werkelijkheid was. De tijd kleurt het verleden. In elk geval leest het speels, wanneer Sido zijn regels componeert als tekstdichter. Ik lees over “oude dagen die verdwijnen om weg te kwijnen onder dekens van vergetelheid”.

    Sido Martens, Ren Pen Producties, levensverhalen

    Het boek is opgebouwd uit een reeks los van elkaar staande essays die als een doorlopende vertelling kunnen worden gelezen. Martens deelt deze korte verhalen beeldend in, al lezende zie ik het geschrevene zo voor mijn ogen gebeuren of althans in gedachten afspelen. Het boek kan zo een filmscript zijn over de lotgevallen van de jongen die geen naam mocht hebben. Er is weinig dialoog, maar een wereld aan handelingen en beschreven ervaringen. Dus een film met weinig tekst. Maar de indrukken zijn aanschouwelijk geplaatst, figuratief en expressief omschreven. Met een detaillering die weleens overbodig lijkt, maar daardoor zo schilderachtig is.

    Het sterven van vader

    Het verhaal lijkt wel van de hak op de tak te gaan, maar gedachten kunnen nu eenmaal alle kanten op schieten. De ene herinnering roept weer een andere op. En moet op dat moment daar beleefd worden om via een omweg terug te komen op het onderwerp zelf. Die afslag kan ook een uitleg zijn of bij een beschreven personage of voorval passen. Even van het pad af om snel op de rechte weg terug te komen.

    Steeds komt het sterven van vader, op te vroege leeftijd, door de verhalen heen naar voren. Zijn dood wordt al in het begin aangekondigd. Al voor het ooit zover is. De vader maakt dan ook indruk op de jongen. De vader drinkt, dus de jongen wijst alcohol af. De vader is bars, maakt ruzie met de moeder. En dan bakt hij nog eenmaal oliebollen, zoals hij altijd deed. Er hangt een kerststal op zolder. Geloven doet de jongen net als de rest van de familie niet, maar tijdens de kerst zoekt de jongen naar een soort van troost, een houvast en doet hij aan bidden. En dan komt de schrijver tot een droom, dat hij in het graf van zijn ouders ligt. ‘In nergensland, zwevend tussen zijn en niet zijn, ijlend over de balustrade van hier en namaals’. De herinneringen aan vader komen boven. Steeds vaker mengt de ik-figuur zich in het verhaal en raakt de jongen meer op de achtergrond. De gedachten van nu komen in de plaats van de herinneringen van toen.

    De jongen doet vakantiewerk, doet op school een klas nog eens over en gaat zich interesseren voor muziek. Zijn haar groeit tot over zijn kraag, hij wordt van school getrapt. Speelt gitaar, op een podium de blues, op de camping voor de tent. Welhaast in het slot van de memoires worden enkele bladzijden ingenomen door een keur aan popsongs, doorregen met enkele klassieke stukken. Bij iedere compositie is een gevoel dan wel emotie aangegeven. Het is een muzikale beschrijving van de ik-persoon. De ik-persoon, die net als de jongen, een dromer is, een laatbloeier, een buitenstaander. Op bongo’s mag hij dan spelen met een band aan het eind van de wereld, in Delfzijl. Deze plaats staat ook model voor de afsluiting van het boek. Het is geschreven op de dienstregeling in de wachtruimte van de bus: ‘van hier alleen nog maar terug’.

    Boek ‘de Weemoeder’, reeks korte levensverhalen van Sido Martens. Uitgave Ren Pen Producties, 2020.

    Sido Martens, Ren Pen Producties, levensverhalen