Tag: Singer Laren

  • De nieuwe vrouw krijgt gezicht in geuren en kleuren

    Eigenlijk schaam ik me plaatsvervangend diep wanneer ik het door Maaike Rikhof geschreven boek “De Nieuwe Vrouw” lees. Door de hoofdstukken heen krijg ik steeds meer blos op de wangen of eigenlijk schaamrood op de kaken. Wanneer de man ergens excuses voor zou moeten aanbieden dan is het wel voor het door de eeuwen heen klein houden van de vrouw. Sorry zeggen voor de achterstelling, spijt betuigen voor de door de man uitgeschreven rolpatronen van de vrouw. Want wat geeft hem het recht haar zo te koeioneren, eeuwenlang. Natuurlijk, in beginsel is het een religieus getint voorschrift dat de man als hoofd van het gezin aanstelt. Hij was tentslotte de eerste mens en de vrouw kwam daar later bij als zijn gezelschap. En uiteraard is het een volgens natuurwetten uitgemaakte zaak dat de vrouw kinderen baart en groot brengt, en dus niet of nauwelijks tijd en ruimte heeft voor andere dingen dan het huishouden. Maar om haar in die rol  willens en wetens op te sluiten is een mannelijk trekje. Want uit de hiërarchie te treden en een stap terug te doen ten faveure van de vrouw is voor de man geen gemakkelijke opgave.

    De Nieuwe Vrouw, Singer Laren

    Kunsthistoricus Maaike Rikhof dook voor de uitgave “De Nieuwe Vrouw” in de geschiedenis van de emancipatie van de vrouw, en dan met name die van de vrouwelijke kunstenaar. Als gastcurator stelde zij vervolgens een tentoonstelling over dit onderwerp samen voor Singer Laren. In een aantal hoofdstukken en aan de hand van diverse schilderijen, tekeningen en foto’s schetst zij de veranderende rol van de vrouw. Die verandering brengt de vrouw zelf teweeg, want de man is het allemaal wel best zoals het gaat. Het vrouwelijke activisme om zich op te werken uit de ondergeschoven positie lijkt in eerste instantie ten koste te gaan van de hegemonie van de man, zo wordt gedacht en gevreesd. Maar juist is het een uitbreiding van het palet, het geeft een grotere schakering in de samenleving, een welkome kleuring.

    Vrouw geen volwaardig mens

    De maatschappij wordt er levendiger en kleurrijker van, dat de vrouw invloed krijgt. Dan is de schepping juist meer vervolmaakt, want twee helften maken altijd nog één geheel. Maar dat gegeven, die optelsom, moet aan het eind van de 19e eeuw eerst nog indalen bij het mannelijke deel, het zichzelf benoemde sterke geslacht. Lang heeft de man de vrouw achter gesteld en waren volgens hem geëigende mannelijke zaken niet bedoeld voor haar. Het heeft volgens de research van Rikhof de vrouw heel wat bloed, zweet en tranen gekost om zover te komen als dat men nu is. En nog is de vrouw geen volwaardig mens, ook nu in 2022 niet. En moet er nog weleens op de barricades geklommen worden en actie gevoerd om de vrouw gelijkwaardig te maken aan de man.

    De Nieuwe Vrouw, Singer Laren

    Het boek behandeld niet enkel de vrouw als kunstenaar, maar zet haar in het algemeen op een voetstuk. Rikhof somt schrijnende gevallen die algemeen bekend mogen zijn, maar toch weer zo uitgeschreven hard binnen komen. Het is geen wonder dat er op een goed moment, voor de mannelijke gemeenschap echter een kwaad ogenblik, vrouwen zijn opgestaan die de eeuwenlange misstanden niet langer aan konden zien, konden verdragen. Eens moest het gebeuren dat zij in opstand kwamen tegen hun achtergestelde posities en zich steeds meer begaven op traditioneel mannelijke terreinen. Het rommelde aan de vooravond van de 20e eeuw, want de vooruitgang rammelde aan de deur. De door de eeuwen heen vastgeroeste positie van de man wankelde en trilde op de grondvesten. Rikhof beschrijft gedetailleerd de gang van zaken en daarom is het boek een historisch verantwoorde uitgave, veel meer dan dat het een kunstboek of de catalogus bij de tentoonstelling is.

    De Nieuwe Vrouw, Singer Laren

    Gelukkig wordt het alsmaar beter

    De nieuwe vrouw is geëmancipeerd en dat schopt tegen het zere been van hen die niet zitten te wachten op radicale veranderingen in de geijkte man-vrouwverhoudingen. In het begin werd deze nieuwe vrouw gelabeld als een half mannelijk, half vrouwelijk wezen, hard en weinig aantrekkelijk. In de hedendaagse sfeer een wezen dat goed aansluit bij de lhbt groeperingen. Maar natuurlijk is de vrouw vooral vrouw, maar in eerste instantie mens. Maar de ongelijkheid aan de andere helft van de mensheid dat zich gemakshalve man noemt moest fel bestreden worden. De man die zich zag als hoofd van de schepping, voelde zich baas van de wereld. Die uit kan maken wat de andere helft, de vrouwspersonen, wel maar vooral  niet mogen doen. Ze mochten vooral niet werken en al helemaal niet betaald. Geen hogere opleidingen volgen. Wat dus sowieso de vrouwelijke kunstenaars erg belemmerde.

    Eerst werd er vanuit gegaan dat de vrouw geen genie was, dus uit zichzelf niet kon scheppen. Dat ze alleen maar handenarbeid kon verrichten en hoogstens een stilleven kon maken wanneer ze al schilderde, want alleen het veld in was er ook niet bij. En ging dan de deur open van de kunstacademie, dan mochten de vrouwen niet deelnemen aan het tekenen en schilderen naar model. Het is nu amper nog voor te stellen dat de man zich zo bedreigd voelde door de vrouw, dat ze maar mondjesmaat de ruimte kregen zich creatief te ontwikkelen. Maar ook nu nog is de vrouw achtergesteld op de man en moet je in musea haar kunst met een lantaarntje zoeken. Gelukkig wordt het alsmaar beter en blijkt de vrouw soms beter de kunst te begrijpen dan de man, althans met meer fijnheid een onderwerp te benaderen en zich kwetsbaarder op te stellen. Er is een hemelsbreed verschil soms in aanpak en werkwijze. De creativiteit van vrouwen vult het gat in de kunst, waar mannen deze intuïtieve gevoeligheid missen. Maar lang is deze emotie dus de kop ingedrukt, en steekt nu en eerder in volle schoonheid het hoofd boven het maaiveld uit. En de man past er nu wel voor op deze te oogsten en naar eigen goeddunken te consumeren.

    De Nieuwe Vrouw, Singer Laren

    Maaike Rikhof vertelt in geuren en kleuren over die opkomst van de kunst door vrouwen gemaakt, en illustreert haar betoog met een groot aantal kunstwerken. In eerste instantie zijn dat meer de mannen die vrouwen portretteren en vorm geven, maar gaandeweg de chronologie in het boek straalt het werk van vrouwen van de pagina’s af. Is het vrouwelijke kunst. Bestaat vrouwelijke kunst? Natuurlijk niet, net zoals er geen mannelijke kunst bestaat. Het is kunst, maar heeft in handen van de seksen wel een andere benadering. Het vult elkaar aan, zoals al eerder hier gesteld. Natuurlijk heeft de man meer bewegingsvrijheid, omdat deze geen kinderen draagt en baart. Tegenwoordig zijn de rollen in de opvoeding wel enigszins omgedraaid en krijgt de vrouw meer ruimte zich te ontwikkelen. Mijns inziens komt dit dus alleen maar ten goede aan de kunst en de maatschappij als geheel. Rikhof geeft daar theoretisch in het boek, en beeldend in de tentoonstelling, een duidelijk gezicht aan. Zij schetst uitstekend de veranderde beeldvorming, hoewel de kunstenaar nog altijd wordt beoordeeld op het kunnen en de kwaliteit, niet naar geslacht of kleur.

    De Nieuwe Vrouw. Maaike Rikhof. Uitgave bij tentoonstelling in Singer Laren. Waanders Uitgevers, 2022.

    De Nieuwe Vrouw, Singer Laren
  • Een aesthetisch avontuur bij Théo van Rysselberghe

    Het is geen normale catalogus, dat boek over de tentoonstelling van het werk van de schilder Théo van Rysselberghe in Singer Laren. Het is eerder een fanboek van een enthousiast bewonderaar en liefhebber van de kunst van deze neo-impressionist. De auteur van verschillende publicaties over deze Belgische kunstenaar Ronald Feltkamp buigt zich niet over het leven van Van Rysselberghe. Hij plaats de kunstenaar niet in de context. Hij wil geen opsomming van gebeurtenissen maken, maar alleen ingaan op de liefde voor het vak en de kundigheid van het schilderen. Feltkamp kiest voor zijn schrijven de tactiek van het kijken en aanvoelen, zodat zijn persoonlijke reactie op de kunstwerken verwoordt is. Als dé kenner van deze schilder is hij bevoegd om zijn onomwonden mening te geven op de kunstwerken. Hij doet hoog op van het werk en is zeker een beste ambassadeur om de schilder te vertegenwoordigen.

    Théo van Rysselberghe, Uitgeverij THOTH, Singer Laren

    Ronald Feltkamp gaat in de uitgave ‘Van Rysselberghe – Schilder van de zon’ een aesthetisch avontuur aan met het schilderwerk. “Uit de overtuiging”, citeer ik hem, “dat een bijzonder kunstenaar zijn typisch eigen denken en voelen ontwikkelt, niet ideeën copiëert, maar die verwerkt tot een geheel eigen visie.” In zijn inleidende opmerking overziet Feltkamp voor de lezer toch in het kort de ontwikkeling die Van Rysselberghe als schilder heeft doorlopen. Van de klassieke techniek via het impressionisme en het neo-impressionisme terug naar de klassieke gladde aanpak maar met neo-impressionistische kleurcombinatie. En dan volgt één van de meerdere loftuitingen die Van Rysselberghe in een apart kunstvakje zetten: “Een ieder kan die technieken doorlopen, maar het gebruik ervan door Van Rysselberghe is uniek.” Dat de schilder werkelijk zo uniek is zal blijken uit de dan volgende teksten, die Feltkamp schrijft bij de in de tentoonstelling en het boek opgenomen schilderijen. En of de schilder werkelijk zo buitengewoon is zal een ieder voor zichzelf uit kunnen maken, de schrijver doet er in elk geval alles aan om de smaak in het voordeel van Van Rysselberghe te doen uitvallen.

    Landschap, portretten, bloemstillevens en naakten

    Dit is dus geen kunsthistorisch verhaal, maar een aesthetisch verhaal”, laat Feltkamp in zijn voorwoord ten overvloede weten. “Een verhaal waar Van Rysselberghe zoveel mogelijk zich zelf presenteert en de tekst als dienend gezien moet worden.” En, inderdaad, in de werken die in het boek zijn opgenomen toont de schilder zich overmatig. Niet iedereen zal van het genre houden waarin de kunstenaar zijn realiteit heeft gezet. Maar niemand kan erom heen dat Van Rysselberghe zijn vakmanschap tot in iedere verfstreek en elke penseelpunt heeft uitgebuit. Wanneer je liefhebber bent van de werkelijkheid zoals deze door de kunstenaar in beeld wordt gebracht, dan is er bij Van Rysselberghe voldoende te halen. Maar hij was geen schilder die zich speciaal toelegde op een enkel genre. Zo kan men bij hem terecht voor het landschap, portretten, bloemstillevens en naakten.

    Théo van Rysselberghe, Uitgeverij THOTH, Singer Laren

    De naakten van Van Rysselberghe zijn echter geen erotische plaatjes, de schilder probeerde niet te verleiden. Het is een lof op de schoonheid van het vrouwelijk lichaam. Zo zette de schilder de dames ook neer, ongedwongen zichzelf. Niet in een begeerlijke pose, maar wel als van een lichaam om lief te hebben zonder agressieve sexuele bijbedoeling. Halfnaakt voor de spiegel zichzelf toiletterend, of op een intiem naaktstrand zich tegoed doend aan het zonlicht. Want zonlicht, de zonnewarmte, dat is een element waar Van Rysselberghe liefhebber van was. Hij liet het veelvuldig toe in zijn schilderijen.

    Bevrijd van puntjesdwangbuis

    Feltkamp somt zijn beschrijvingen niet in chronologische volgorde op, maar neemt mij wel mee door de tijd. Ik ga mee op reis en belandt aan kusten waar pijnbomen worden geschilderd en sta tussen de paarden in Marrakesh, kijk uit over de haven van Bologna. Vol bedrijvigheid, maar van een afstand zoals afgebeeld rust uitstralend. Eerst schilderde Van Rysselberghe nog gladjes zijn onderwerpen uit, maar na het zien van de door Georges Seurat ontwikkelde bewerkelijke puntjestechniek ging hij daar helemaal in op. Hij maakte geen platte afbeeldingen zoals Seurat maar bracht diepte in het pointillisme. Feltkamp schrijft daarover: “Velen hebben ‘gepointilleerd’ maar weinigen hebben de echte theorie van het, middels gescheiden opgebrachte kleurpuntjes via optische vermenging in het oog verkregen, effect konsekwent toegepast. (…) De toeschouwer realiseert zich natuurlijk niet hoe een ongelooflijk werk dat geweest is – al die kleine puntjes, duizenden, om zo’n Irma, twee meter hoog, uit de verf te laten verrijzen.” Schilders die de techniek in navolging van Seurat hebben gebezigd, haakten na enkele jaren af omdat ze tureluurs werden van alsmaar die puntjes. Van Rysselberghe echter verfijnde de techniek voor hemzelf door bredere met wit genuanceerde toetsen aan te brengen. Voor hem was het pointillisme een scholing in discipline, zijn latere werk had daardoor een exactere kleurbeheersing. Hij bevrijdde zich vervolgens van het puntjesdwangbuis en bereikte een meer vloeiender beeld.

    Théo van Rysselberghe, Uitgeverij THOTH, Singer Laren

    In zijn landschappen, badende en toiletterende vrouwen, portretten en bloemstillevens wist Van Rysselberghe het moment te vangen. Geen romantische sferen, maar het doorgronden van de plek, de tijd, de mens. Hij zag voortdurend de schoonheid in en van de andere sekse. Beeldde de vrouw gracieus af, gekleed aan de thee rond de tafel in de tuin of bloot op een strandje, naakt slapend op bed. Nergens is hij de paparazzo die vanuit de bosjes iets gadeslaat wat voor zijn ogen niet bestemd is. Hij is niet opdringerig en maakte geen onbescheiden platen. Over zijn schouder mag ik mee kijken en ik verlustig me niet in het beeld maar eerder in de vakkundige beheersing van de techniek. Want “een aestheet proeft de kleuren en verlekkert zich”, schrijft Feltkamp bij de beschouwende bloemstillevens. “De kunsthistoricus of kunsthistorica mag de bloemen benoemen en de periode van schilderen nazoeken.” Dat doet Feltkamp dus niet in dit boek, dat benoemen en nazoeken. Hij gaat uit van zijn eigen indruk. Feltkamp is geen kunsthistoricus maar econoom, en mag daarom vrijmoedig maar niet geheel onpartijdig zijn mening over en aandacht aan het werk geven.

    Van Rysselberghe – Schilder van de zon. Tekst Ronald Feltkamp. Voorwoord Jan Rudolph de Lorm. Publicatie bij de tentoonstelling in Singer Laren. Uitgeverij THOTH / Singer Laren, 2022.

  • Collectie Nardinc Singer Laren: de som der delen

    Kunstmusea bestaan bij de gratie van particuliere verzamelaars. Van hen die uit passie voor de kunst een eigen collectie opbouwen. Uit een dergelijke collectie wordt dan wel eens een museum gesticht. Vooral omdat de verzamelaar de volgens een voor hem en/of haar stramien opgebouwde collectie bijeen wil houden. Bij leven wil de collectioneur er zeker van zijn dat na zijn en/of haar dood de collectie niet zal uiteen vallen en verbrokkelen. Men heeft een leven lang een voorname reeks aan kunst bijeen gebracht dat past in een voorkeur en emotie, dat het jammer is dat deze beleidslijn wordt doorbroken na dat bestaan.

    Ook worden wel delen van verzamelingen aan verschillende musea geschonken. Wanneer de stroming of de stijl aansluit bij de collectie van die bepaalde musea. Een museum kan dus ontstaan uit een verzameling. Daarvan zijn diverse voorbeelden rondom. Het Museum Singer Laren is zo’n voorbeeld. Het is ontstaan uit het bezit van het Amerikaanse echtpaar William Henry Singer jr. en Anna Singer-Brugh. In hun Larense villa De Wilde Zwanen zijn zij meer dan een eeuw geleden begonnen met het verzamelen van kunst. Franse schilders van Barbizon, de Haagse School, Amsterdamse impressionisten en de schilders van Laren.

    Kunstminnend echtpaar

    De werken kregen in 1956 onderdak in het door Anna Singer geopende Singer Museum, ter nagedachtenis aan haar echtgenoot. De geschiedenis herhaalt zich wanneer het kunstminnend echtpaar Jaap en Els Blokker rond 1980 in een Larense villa hun verzameling kunst beginnen. Wanneer Jaap Blokker in 2011 komt te overlijden schenkt Els een 7 tal jaren later de volledige collectie aan Singer Laren, omdat het goed aansluit bij de bestaande collectie waaruit het museum destijds is ontstaan.

    Singer Laren, Collectie Nardinc, Jan Sluijters

    Richtte het echtpaar Singer zich in hun verzamelen vooral op de impressionisten, de Blokkers concentreerden zich op de daaropvolgende avant-garde en dan met name de Nederlandse modernisten. Voor het werk van Jan Sluijters hebben zij bijzondere interesse en leggen relaties met zijn tijdgenoten. De zogenoemde Collectie Nardinc, genoemd naar villa ‘Huize Nardinclant’ die het echtpaar in 1990 betrekt,  heeft een focus op het modernisme in eigen land. Ook Singer Laren richt zich daar meer en meer op om het beeld van de kunst in de eerste helft van de twintigste eeuw compleet te krijgen binnen het museum.

    Heilige grond van Laren

    Het niveau van Nardinc, de collectie van het echtpaar Blokker, is evenwaardig aan het beste van Singer. Zo ontstaat bij samenvoeging een som-der-deleneffect. Volgens museumdirecteur Jan Rudolph de Lorm is het hiermee mogelijk “om de geboorte en bloei van het Nederlands impressionisme en modernisme permanent op het hoogste niveau te tonen. Singer Laren is daarvoor bij uitstek de geschikte plek, omdat veel van de kunstenaars in kwestie op de heilige grond van Laren en Blaricum gewerkt hebben.” De Lorm schrijft dit in het voorwoord ‘Singer en Nardinc, een som der delen’ op het boek dat uitgegeven is bij de tentoonstelling “Sluijters en de modernen”. In deze tentoonstelling wordt eerstens de Collectie Nardinc voor het voetlicht gebracht, later zullen beide collecties gezamenlijk nader worden belicht. Speciaal voor de Nardinc verzameling is aan het bestaande museumgebouw een nieuwe vleugel toegevoegd naar het ontwerp van Bedaux de Brouwer Architecten.

    Singer Laren

    De uitgave van het Singer Laren in samenwerking met Waanders Uitgevers te Zwolle toont en beschrijft de geschonken kunstwerken. De geschiedenis en het tot stand komen, het waarom en hoe, van de verzameling wordt nader omschreven. Het zou allemaal begonnen zijn bij de ontdekking van een onbekende Rembrandt op een Londense rommelmarkt. Het schilderijtje op paneel met een kop van een oude man met baard in een mystieke lichtbundel blijkt door onderzoek van een leerling of navolger van Rembrandt te zijn. Na dit eerste avontuur worden veel tentoonstellingen, musea en veilingen bezocht door het echtpaar Blokker.

    Singer Laren, Collectie Nardinc, Leo Gestel

    De eerste twee kunstwerken waar de verzameling echt mee is gestart zijn een pasteltekening van een jonge vrouw voor de spiegel van Leo Gestel en een sombere aquarel van Suze Robertson. Dit laatste werk wordt al snel weer van de hand gedaan voor lichter en moderner werk. Geeft Jaap de voorkeur aan traditionele en realistische voorstellingen van 18e en 19e eeuwse schilderijen van de Romantische School, Els is op zoek naar meer spanning in de verzameling. Haar passie gaat uit naar de moderne kunst en wil in die richting gericht verzamelen.  Kenmerkend voor veel werken in de collectie zijn de vrolijke en uitbundige onderwerpen, vaak in felle en contrastrijke kleuren. Het gevoel dat een werk opwekt bij deze verzamelaars is een belangrijke graadmeter het te kopen. Het echtpaar Blokker wil vrolijk en enthousiast worden van de kunstwerken die hun leefomgeving zullen verrijken. Door delen van de collectie, hun geliefde kunstwerken, regelmatig uit te lenen aan musea hopen zij dat anderen er evenzo van kunnen genieten.

    De collectie weerspiegelt het enthousiasme en de passie waarmee Jaap en Els Blokker hebben verzameld. Conservator Roby Boes: “Een verscheidenheid aan uitbundige voorstellingen die zijn geschilderd vanuit het gevoel, met felle kleuren en losse penseeltoetsen, waar het schilderplezier van de doeken afspat. De schoonheid en lichtheid van het leven komen in allerlei facetten voorbij: van stralende luministische landschappen, fleurige bloemenpracht en swingende expressieve danseressen tot krachtige, kleurrijke portretten.” De verzameling is dan ook een lust voor het oog. Het boek daarbij is een feest om door te nemen. Geïnformeerd door de interessante en speelse teksten en geanimeerd door de vele reproducties van werken uit de collectie. De uitgave is een visitekaartje om de werken live in het museum te gaan bekijken.

    Het modernisme van Jan Sluijters en zijn tijdgenoten wordt in het boek toegelicht door kunsthistoricus Caroline Roodenburg-Schadd. Aan de hand van hoogtepunten uit de Collectie Nardinc beschrijft zij de ontwikkeling van het Nederlands modernisme. De kern van de collectie vormen de ruim veertig werken van Sluijters. Daarnaast maken de meer dan zeventig werken van tijdgenoten het plaatje van het modernisme binnen onze landsgrenzen vrijwel compleet. Het geeft echter geen representatief kunsthistorisch beeld, want bijvoorbeeld het abstracte spoor van het modernisme is niet gevolgd. Roodenburg schrijft in haar verhaal over de tentoonstellingen en de kunstenaarsverenigingen. Het is een verkort maar desondanks toch gedetailleerd inzicht in de kunstgeschiedenis van de eerste helft van de 20e eeuw.

    Ook voor het boek geldt dat het geheel meer is dan de som der delen. Dat 1 + 1 meer is dan twee en 2 + 2 als uitkomst 5 heeft. Want de door de conservatoren Boes en haar collega Anne van Lienden opgestelde teksten over de kunstenaars in en hun werken uit de Collectie Nardinc maakt van de uitgave een bijzonder naslagwerk. Van Else Berg tot Carel Willink via Toon Kelder, en van Charley Toorop terug naar Johan van Hell langs Charlotte van Pallandt. Omdat de collectie bijzondere aandacht heeft voor Jan Sluijters wordt zijn werk op meerdere vlakken aangestipt, namelijk de tijd in Parijs, het landschap, als portrettist, het naakt en de abstractie.

    Singer Laren, Collectie Nardinc, Jan Sluijters

    Henk van Os tot slot schreef een essay over “Avond” (voor de werkstaking) van de nestor van het Nederlandse modernisme Jan Toorop. Het schilderij, in de stijl van het pointillisme maar met een vrijere stippeltechniek, heeft een dramatische voorstelling als onderwerp. Het beeld van een echtpaar dat in bittere armoede de gevolgen vreest van een op handen zijnde mijnwerkersstaking is meelijwekkend. Hoewel Toorop het paar plaatste in een magistraal avondlicht staat de wanhoop de figuren zichtbaar tot aan de lippen. Het is een sleutelwerk in de Collectie Nardinc en dus nu in het Singer Laren.

    Sluijters en de modernen, publicatie ter gelegenheid van de gelijknamige tentoonstelling in Museum Singer Laren. Waanders Uitgevers, 2022.

    Singer Laren, Collectie Nardinc, Jan Sluijters, Waanders

  • De ontdekking van het heden in het museum van nu

    In “de ontdekking van het heden” vind ik het nu van de kunst terug. Het nu zoals de kunstenaars van De Stijl tot ZERO dat moeten hebben ondervonden. Nu kleurt dat toen nog de dag van vandaag. Die hedendaagse kunstenaars van toen en later in tentoonstelling en boek opgenomen zochten en zoeken ieder naar de tegenwoordige tijd. Het heden dat nu gisteren is. Om de wereld vorm te kunnen geven door en in hun beleving. De kunst niet in beeld te brengen naar de dan heersende waarden en normen, maar te vormen aan de hand van eigen beschouwing en gedachte werkwijze. Het heden is vooral de 20e eeuw, waarin veel overhoop moet en gaat in de kunst die geschiedenis schrijft. Het oude bekende wordt uit het atelier verbannen, de realiteit hoeft niet meer zo nodig worden nagejaagd en afgebeeld. De kunstenaar als documentalist van de historie bestaat niet meer. Hij documenteert de werkelijkheid die naar eigen hand gevormd en vervormd is. De realiteit is daarin met gevoel vast gelegd, vormt een eenheid met de maker. Kan een opstap zijn de omgeving te verkennen om er naderhand een versimpelde weergave van te kunnen geven.

    Weerklank veranderingen in de wereld

    In “de ontdekking van het heden” vind ik strijdbare kunstenaars. Opstandelingen in de kunst, die het willen hervormen, reformeren. Zij staan op tegen gevestigde ordes, omdat zij daarin hun gevoel niet kwijt kunnen. Ze willen vernieuwen, alsmaar weer. Totdat een isme tot het bot is uitgebeend en het tijd is en er gelegenheid komt voor weer een nieuwe stroming. Zo ontstaan interessante uitwassen met eigen manifest, ideologie en spelregels. Niet langer hoeft de zichtbare werkelijkheid te worden afgebeeld. Want de ruimtelijke realiteit is in schoonheid op papier en doek nooit te evenaren. De wereld van de emotie, het gevoel, de gedachte – de geestelijke wereld moet vorm hebben in verf, krijt of grafiet. Of andere in de kunst tot dan wezensvreemde grondstoffen. De kunst is een weerklank van de veranderingen in de wereld, en soms is het zelfs voorloper, voortrekker, lijstduwer.

    In “de ontdekking van het heden” is dat nu niet ons vandaag. Deze ontdekking is een openbaring van de kunststromingen die zich in rap tempo opvolgen in het heden van voornamelijk de vorige eeuw. Een nieuwe beelding voor een nieuwe tijd. Veel ismen schoppen tegen heilige kunsthuisjes. Het is een komen en gaan, als het eb en de vloed in het zijn van de zee. De 20e eeuw is niet alleen in de kunst een tijd van experiment. Op velerlei gebied worden nieuwe werkwijzen, stijlen en technieken uitgevonden. Maar vooral in de kunsten, van beeldend tot schrift en van theater tot muziek, reageren artiesten op het gangbare en op elkaar.

    Parels in kunststromingen

    In “de ontdekking van het heden” laten twee musea, Singer Laren en Het Noordbrabants Museum, zien wat er zoal aan kunst is verzameld. Want deze musea bestaan bij de gratie van de verzamelaar, hun collecties zijn er door opgebouwd. Maar de ontdekking toont het heden van een onbekend blijvende verzamelaar die zijn kunstbezit heeft ondergebracht in een stichting. Voor de directie was de veelzijdige verzameling een ontdekking, waarvan dus delen in de tentoonstellingen onder de titel als van de catalogusuitgave publiekelijk te zien zijn. De collectie omvat meer dan 600 werken, waarin bij wijze van spreken het neusje van de zalm in de moderne en hedendaagse kunst is opgenomen. Parels die de diverse kunststromingen uitstekend kunnen vertegenwoordigen. En waardoor een welhaast complete inkijk kan worden gegeven van het experiment in de kunst. De stroomversnelling en wie dat teweeg hebben gebracht.

    In “de ontdekking van het heden”, het boek, komen vernieuwingen beeldend tot uiting. Het is daarom een prachtig kunstgeschiedenisboek. Critici kunnen ageren dat de hele range van kunstuitingen is verzameld en de verzamelaar zich niet toespitst op een enkele stroming of zelfs een specifieke kunstenaar. Maar voor de musea, als verzamelplaats van kunst, is het een welkome aanvulling, omdat deze aldus van iedere stroming en elke tijd iets kunnen laten zien. En daarbij kan het verhaal van begin tot eind een vertelling zijn, zoals deze uitgave in de serie kunstboeken van Waanders Uitgevers al laat zien.

    Waarheid op een ander niveau

    In “de ontdekking van het heden” vind ik vooral de abstract werkende kunstenaars. Want vanuit dat standpunt wordt de kunst geobserveerd en kan de waarheid van diverse zijden worden beschouwd. De ene stroming reageert op een voorgaande analyse van hoe een mening op gevoel kan worden verbeeld. Want vaak lijkt een beeltenis klinisch en afstandelijk benaderd, maar heeft het stille water een diepe grond. Het moet mogelijk zijn om de waarheid op een ander niveau te zetten, zodat het geen halve waarheid wordt maar het hele verhaal blijft vertellen. Zo dachten de kubisten het onderwerp van alle kanten te bekijken, het voor en achter en opzij in een enkel beeld te laten zien. De surrealisten zagen een hogere sfeer, een laag boven de werkelijkheid waardoor deze zich deed hervormen. De constructivisten bouwden als architecten in het platte vlak hum composities. Leden van De Stijl zagen alleen nog maar orde in de omgeving met lijnen en vlakken. En dan de Cobra, die in eerste instantie aan de haal ging met kindertekeningen of althans het naïef beelden zonder vooroordelen. De Zero-groep liet alles los, voor hen was niets meer belangrijk dan het monochroom, de beweging en het licht. En zo stapelen de meningen hoe kunst te maken zich op. Alles heeft een plek en krijgt de aandacht. Nu terug kijkend is het een ontdekking voor het oog die beweging in de voortgang te zien.

    In “de ontdekking van het heden” laat de kunstverzameling van de JK Art Foundation, de stichting van de collectioneur, onmiskenbaar zien dat de ontwikkelingen van toen naklinken in de kunst vandaag de dag. De experimenten kleuren nog voortdurend onze wereld. Deze uitvindingen in de kunst, want dat zijn het natuurlijk, de vondsten en ideeën van het verleden blijken waardevol in het heden. De kunst van tegenwoordig heeft er een rijke schakering aan mogelijkheden door gekregen. De collectie van de Foundation is als een les in kunstgeschiedenis. Met het boek open geslagen in de hand, wanneer de tentoonstellingen zijn afgelopen, kan ik de historie (her)beleven. Want mag de verzameling enigszins eenkennig zijn door enkel de moderne kunst in de vorm van de nonfiguratie te duiden, het geeft desondanks een goed beeld van de evolutie van het beelden in het platte vlak.

    Illustratie van de geschiedenis

    In “de ontdekking van het heden”, de tentoonstelling, vind ik de smaak van de verzamelaar terug. Deze is breed op het gebied van wat moderne kunst wordt genoemd. Zo is er dus een goed overzicht te geven. Er is niet verzameld op een stroming of enkele specifieke kunstenaars. Zo lijkt de verzameling als los zand uiteen te vallen, omdat er een grote diversiteit aan kunstwerken in aanwezig is. Maar juist niet, want het kan uitstekend dienen als illustratie van de geschiedenis der schone kunsten. Alle facetten van die moderne en moderniserende kunst komen er in naar voren. De musea mogen blij zijn dat zij deze ontdekkingen in bruikleen mogen nemen.

    singer laren, noord-brabants museum, waanders

    In “de ontdekking van het heden”, het boek, lees ik enkele essays waarin Edo Dijksterhuis de kunst langs de tijdlijn van de geschiedenis heeft uitgezet. Gebeurtenissen van belang worden belicht vanuit het zicht van enkele bijzondere voorbeelden in die kunst. Kunstwerken worden gerelateerd aan feiten en voorvallen. Want kunst staat niet los van politiek, religie en wereldmacht. Het is onderdeel van de waarheid. Alleen kan het de werkelijkheid op een andere manier laten zien en kenbaar maken. Door die bril leer ik anders kijken, beter zien. De kunstenaars waarvan werk verzameld is en een plek kregen in de tentoonstelling hebben ieder een korte biografie toegemeten gekregen. In enkele zinnen heeft Charlotte Hoitsma het leven en werken punctueel toegelicht. Met een werk als illustratie. Zo zijn als het ware in kortschrift de meest belangrijke kunstenaars en stromingen van de 20e eeuw opgetekend. Want de ontdekte maar onbekend blijvende verzamelaar heeft een scherp oog en een fijne neus voor wat interessante ontwikkelingen zijn binnen de kunst. Niet met voorkeur voor het gangbare werk, maar het meest representatieve in een oeuvre. Naar zijn smaak. En op gevoel. Zo is een nagenoeg compleet beeld opgebouwd, waaruit musea het verhaal van de kunst zichtbaar kunnen vertellen.

    De ontdekking van het heden. Picasso, Dalí, Mondriaan, Klee, Brancusi, Miró, Daniëls. Boek verschenen ter gelegenheid van de tentoonstelling in Singer Laren en Het Noordbrabants Museum. Waanders Uitgevers, 2021.

    singer laren, noord-brabants museum, waanders