Tag: strip

  • Met beelden zonder woorden galmt leven in echo

    Hoe beschrijf je een verhaal dat geen woorden nodig heeft om verteld te worden? Dat enkel en alleen spreekt door beelden. Hooguit een inleidende regel heeft om toch vooraf een sfeer uit te drukken. Maar waarvan de taal beeldend is, of eigenlijk het beeld de taal is, de tekeningen de woorden zijn. Een verhaal dat je dus woord voor woord, plaat voor plaat kunt lezen. Het beeldende verhaal zou zelfs een storyboard voor een film kunnen zijn, zo gedetailleerd is de voortgang van de vertelling in beeld gebracht. Het opnamescript heeft dan nog aanwijzingen nodig voor de regisseur en de cameraman, maar de stemming is gezet en de opstelling vastgesteld, de plaats bepaald.

    De graphic novel, ECHO van Remco Schoppert, is echter meer dan een blauwdruk voor een rolprent. Het is van zichzelf al min of meer een stopmotion film. Want laat de strip de figuratie niet bewegen, hoewel er veel actie is binnen de kaders, het suggereert dynamiek. De lezer, of zeg maar de kijker, voegt al ziende deze levendigheid toe en completeert zo het bevroren beeld. De figuratie heeft geen klanknabootsende woorden nodig, zoals je wel ziet in vooral klassieke comics als Batman en Spiderman: whoosh, vroom, smash, wham. In ECHO spreekt de handeling tussen de lijnen door en voelt de kijker het gedoe en de opschudding aan zijn water.

    Geconcentreerd plaatjes bekijken

    Zo’n verhaal, hoe omschrijf je dat? De woorden waren al onbruikbaar voor de tekenaar, hij kon het zonder doen. De alfabetische taal wisselde hij in voor visuele grammatica. Schoppert kan zo omschrijvend precies beelden dat ik stil val, de pen neerleg zonder te omschrijven. Ik kan wel een redelijke tekening maken, al zeg ik het zelf, maar zo beeldend het beeldverhaal in lijn en vlak uit te leggen is onbegonnen werk. Ik zal mij toch moeten beperken tot een definitie van het beeld in woorden. De tekening was en de taal is nu mijn medium om een verhaal dat zonder woorden is verteld uit te leggen. Zo dat mijn lezers kijkers worden om de grafische roman tot zich te nemen. Dat ik hen kan overhalen ECHO aan te schaffen en het verhaal van Remco Schoppert beeldend te lezen.

    Het is zaak geconcentreerd de plaatjes te bekijken, de strip te volgen. En de gedachten mee te laten gaan in de flow van het verhaal om de idee van de kunstenaar te doorgronden. Niet meteen is deze duidelijk, het is een vertelling voor de lange adem. Om nog eens weer op te pakken en door te nemen, als een koffietafelboek vertrouwend op de afbeeldingen om de aandacht vast te houden. Zoals je een psychologisch getinte film meerdere malen moet bekijken om het plot te begrijpen. Schoppert wijkt meerdere malen van het pad af om terug te grijpen op het verleden. Die overgangen zijn niet meteen waarneembaar en geven de beeldende vertelling een mysterieuze sfeer. De strekking van het verhaal echter is universeel, het gevoel spreekt algemeen aan. Pijnlijke herinneringen en onzekerheid, afscheid en hereniging. Bewondering van zoon tot vader, zoektocht naar bevestiging. Loslaten, opnieuw beginnen.

    Gevoelens en stemmingen

    De biografie van de man in het verhaal is triest en dat uit zich in met neerslag en modder doordrenkte platen. De strip is vrijwel zonder kleur. Enkel het geblokte vest van de hoofdpersoon en met een soort van logo betekende velletjes papier lichten geel op. Het is de kleur van het optimisme dat in de pessimistische druilerigheid van het verhaal als lichtpunt aan het eind van de tunnel dient. Maar geel symboliseert ook voorzichtigheid, een waarschuwing voor naderend onheil. Angstvallig blikt de hoofdpersoon in het verleden, minder behoedzaam gaat hij de toekomst tegemoet. Het verhaal hoef ik hier niet uit de doeken te doen, want de strip spreekt voor zich en moet gezien worden. Dat heeft geen woorden nodig en die zal ik op deze plek dan ook niet geven. Het is een verhaal echter van twijfel en ontzag. De echo van het verleden klinkt weer in het heden en galmt in de toekomst. De eerste en enige zin zet aan het begin de toon van het in 6 delen uiteenvallende verhaal. In mediatermen seizoen 1, 6 afleveringen.

    Het is verleidelijk hier toch kort de sfeer en de verhaallijn neer te zetten, omdat het lot van de man zo aansprekend is. Zo invoelbaar is, hoewel het in leven en werken veraf staat. De beeldende vertelling zit zo goed in de inkt, het verhaal kan zo duidelijk zonder woorden, dat het een gangbaar relaas is met gevoelens en stemmingen die op vrijwel iedereen van toepassing zijn. Het is een verhaal dat zichzelf vertelt. Toch nog maar eens proberen, in de herhaling dus. Een (gefantaseerd?) relaas dat triest begint, over bergen en door dalen gaat – want het is eenzaam aan de top waarvan je diep kunt vallen. Er is geluk en tegenslag, een zoektocht naar bevestiging van zowel de vader in crime als de zoon in quest. Het verleden kan zeer doen, bloedende sporen achterlaten. Maar vergeven is nog geen vergeten. Wat doe je om gehoord te worden door de bureaucratie die je plat walst en de grond instampt. Wat doe je wanneer je bestaan dreigt weg te zakken, de opbouw dreigt te verzakken, te verdwijnen in een moeras van de vooruitgang. Een verlaten pompstation, ooit met vlag en wimpel en veel tromgeroffel geopend, moet wijken voor een betonnen kunstwerk dat de oevers verbindt. Er is protest en een vermeende moord. De tegenstand leidt schipbreuk en waar het start met water eindigt het ook zo. Het einde zal ik hier niet onthullen, want dan is de lol eraf.

    Tussendoor trekt een tekening of meerdere daarvan de rode draad door het verhaal, of in dit geval een gele lijn. De spiegeling van een gezicht op het wateroppervlak is het beeldmerk van het verhaal: “In het water zit hij voor eeuwig gevangen, stilte is zijn lot.” De man komt uit het water en verdwijnt erin terug. De zoon leeft nog lang en gelukkig met vrouw en kinderen, maar ondanks de pret knaagt het verleden. Een psychologische thriller van het beste soort. Met uitgewerkte tekeningen, die dynamisch blijven in gedetailleerde uitdrukking. Het is de sfeer hangend tussen lijn en vlak die het verhaal woordloos vertelt. De verhaallijn wordt uitstekend vast gehouden hoewel er meerdere keren ineens over de schouder wordt terug gekeken. Dat vergt aandacht en concentratie, dat maakt opmerkzaam en oplettend.

    Zo gedacht en geschreven, bedenk ik me paradoxaal, heeft geen enkel beeldend kunstwerk woorden nodig. Hoogstens een uitleggende titel of een richting gevend kort commentaar. Van de kunstenaar zelf wel te verstaan. Want deze is de enige die kan oordelen en achtergrond duiden. De recensent behoeft daar niets meer aan toe te voegen. Het verhaal zit al in het beeld besloten. De mond kan dicht, de pen kan neer. Punt.

    ECHO. Remco Schoppert. Graphic novel. Uitgeverij MENLU, 2025.

  • Schilderen voor een betere wereld

    De graphic novel “Een betere wereld” behandelt de laatste 11 jaar van Piet Mondriaan, een kunstenaarsleven. Een dwarsdoorsnede waarin ik zie en lees hoe hij worstelde met zijn overtuiging dat kunst de wereld kan helpen beter worden. Vooral was de kunstschilder van stellige mening dat zijn neoplasticisme, de nieuwe beelding, de mensen aan elkaar kon verbinden om daarmee een leefbaarder aarde te scheppen. Tekenaar Erik de Graaf heeft Mondriaans levensdeel van 30 januari 1933 tot aan zijn sterfdatum 1 februari 1944 uitgetekend in een beeldverhaal. Daarin is het beeld de vertelling en zijn de tekstballonnen de ondertiteling van gebeurtenissen. In een klare lijn en met duidelijke vlakverdeling neemt De Graaf mij mee door die jaren. Het leest en bekijkt als een gefilmde documentaire. De Graaf zoomt in op emoties, maakt de spanning van de naderende oorlog zichtbaar en toont de werklust van de kunstenaar.

    Het is een gedramatiseerd verhaal gebaseerd op de werkelijkheid. Feiten en personages zijn geen fantasie. Elke gelijkenis met bestaande personen of gebeurtenissen berust geenszins op louter toeval. Bijrollen en figuranten zijn als mensen uit de kenniskring van de hoofdrolspeler na te trekken. De dialogen zoals deze zijn verwoord zullen waarschijnlijk niet letterlijk zo hebben geklonken, deze worden door de acteurs volgens het script gespeeld en kunnen zo naar waarheid gesproken zijn. De Graaf heeft zich goed ingelezen in leven en werken van Mondriaan om historisch gezien het juiste spoor te volgen. Na het beeldverhaal is in het boek integraal het essay ‘Toward the true vision of reality’ van Piet Mondriaan afgedrukt. In dit pamflet blikt hij terug op de ontwikkeling die hij als kunstenaar doormaakte. Mondriaans visie op de kunst en een betere wereld wordt toegelicht door Wietse Coppes. Een informatief artikel waarin de figuur Mondriaan is beschreven, zijn opvatting historisch gezien staat uitgelegd, de kunst een nieuwe beelding krijgt, de filosofie achter de abstracte kunst vorm heeft: de kunst als voorbeeld voor de ideale samenleving. Een toegevoegde literatuurlijst zet mij aan om meer te lezen over deze bijzondere kunstenaar, een lijst die tevens als voedingsbodem voor het beeldverhaal zal hebben gediend.

    In vrijheid werken

    Niet alleen is in de tekeningen aandacht besteed aan waarheidsgetrouwe weergaven, ook geeft de inkleuring een reële versie van gemoedstoestanden, emoties zijn letterlijk af te lezen. Zo is de dreiging van en zijn gebeurtenissen in de oorlog op zwarte bladzijden en in grijzen afgedrukt. Het leven is dan wel weer tussendoor in de afgepaste kleuring Mondriaan zo eigen weergegeven. Vrijwel ieder detail in deze strip van Erik de Graaf heeft meer dan een kern van waarheid. De mimiek van de kunstenaar in het bijzonder en die van zijn vrienden vooral spreken boekdelen en tot de verbeelding. De gezichten zijn tot de essentie versimpeld, maar aan de uitdrukkingen is extra zorg besteed. Ook de decors zijn tot op de punt en komma, tot lijn en vlak helder en echt. Ook daar heeft de tekenaar zich op in gekeken en na gelezen om architectuur en attributen naar waarheid en zo natuurgetrouw mogelijk weer te geven. Echter altijd in de klare lijn om al teveel bijkomstigheden en afleidingen in de platen te vermijden. Mondriaan zelf zou stellig blij zijn met een dergelijke uitbeelding van zijn doen en laten. Het is helemaal in de stijl van de grote meester. In het beeldverhaal is uiteraard veel aandacht voor de kunst naast de beslommeringen van de kunstenaar. De Graaf weet Mondriaans composities uitstekend te reproduceren. Niet alleen in de definitieve vorm zoals deze alom bekend zijn, maar tevens in de stadia dat Mondriaan er aan heeft gewerkt.

    De kunstenaar wil in vrijheid kunnen werken om zijn filosofie in beeld te brengen. Hij is van mening dat harmonie in de kunst zal leiden tot een maatschappij met evenwichtige verhoudingen. Deze zienswijze roert de strip aan in een vergeelde proloog, opgetekend eind 1919 in Laren. Door de tekstballonnen zie ik het hem peinzend zeggen, de blik verstopt achter verhullende brillenglazen: “gezondheid en geluk zullen bloeien, er zal geen oorlog en geweld zijn, mensen zullen gelukkiger zijn”. Een welhaast profetische voorspelling, een messiaanse belofte. Maar hoe anders zal het lopen, de tijd heeft het ons geleerd. Hitler komt aan de macht, de tweede wereldoorlog klopt aan de deur en Mondriaan zoekt de vrijheid eerst in Engeland en reist later door naar Amerika. Ondertussen werkt hij gestadig door aan het statement in zijn oeuvre. Echter gaat het hem niet om veel schilderijen te maken, maar om een schilderij goed te maken. En zo volg ik door de tekeningen van De Graaf de worsteling van Mondriaan met het correct in beeld brengen van zijn overtuiging. De schilderijen worden steeds meer uitgekleed – ontdaan van storende elementen – en somber van lijnvoering om het wezenlijke in de kern te raken. Pas in New York voelt hij zich vrij en uitgelaten om meer vrolijk en kleurig werk te maken. Het blijkt naderhand het slotakkoord van de compositie die Piet Mondriaan is getiteld.

    Schildert door aan zijn levenswerk

    De stijl van tekenen, ik noemde al de klare lijn, sluit aan het karakter van de hoofdpersoon. Veel platen zijn zonder woorden, dan gaat het om kijken en aanvoelen. Zien en verstaan zoals de beeldende kunst te benaderen is. Tussen de verhaallijn geven op bepaalde momenten mensen uit de kennissenkring van Piet Mondriaan commentaar. Deze verduidelijken de handelwijze van de kunstenaar, geven ondertiteling aan zijn standpunt en filosofie. Deze getuigenissen uit de eerste hand verduidelijken de mens Mondriaan. Een compositie staat niet zomaar perfect op de drager. Mondriaan wikt en weegt. Plakt tape waar lijnen op zijn werken moeten komen om vooraf te zien wat het resultaat kan en zal zijn. Deze handelingen worden breed uitgemeten in het beeldverhaal, zodat het een kijk in de keuken – het meer dan ordelijke atelier van de schilder geeft. Want zoals de schilderijen van hem in stijl zijn zo is zijn leefomgeving en zijn leven in stijl. Hoewel de man wel een levensgenieter scheen te zijn, die van uitgaan hield. Vooral de muziek en het dansen was een hobby naast het vak. Dat hij een verstokt roker was komt in het verhaal beeldend tot uiting. Het levert hem een vervelende hoest en piepende ademhaling op.

    Maar hij komt tot arbeid, schildert door aan zijn levenswerk. Met vallen en opstaan met enthousiasme en aandrang de wereld beter te maken. Zijn recept is het neoplasticisme dat aansluit op wat daarvoor was aan stijlen en technieken. Hij vindt het niet zijn persoonlijke opvatting maar een gevolg van alle kunst, modern en oud. Zijn manier van uitdrukken is zonder figuratie om de aandacht geheel te kunnen richten op waar het werkelijk om gaat, wat hij werkelijk met zijn werk wil zeggen. “Ik heb geschoven, veranderd, weer overgeschilderd”, laat De Graaf hem begin 1939 in Londen zeggen. “Pas nu voel ik de universele schoonheid, de tijdloosheid. Het evenwicht in de vlakken… kleuren. Ik zou willen dat het met alles om ons heen zo was. Wij kunstenaars kunnen de mens de weg wijzen. Met onze werken tonen hoe evenwicht gevonden wordt tussen tegenstellingen, zodat de wereld zoveel mooier zou zijn.” Mondriaan voelde zich geroepen deze wetenschap in zijn schilderijen uit te dragen.

    Lijnen en vlakken

    Vooralsnog was hij roepende in de woestijn. De wereld van dat moment verviel in dreiging en noodlot, de oorlog brak uit en het evenwicht tussen tegenstellingen was ver te zoeken. Mondriaan kreeg nare dromen en voelde zich onveilig. Hij nam de boot om in New York rust te vinden. Die vrijheid bracht de levenslust terug. Opnieuw zette hij zich aan de aan hemzelf opgelegde missie. De metropool bracht nieuwe inzichten en minder sobere composities. Maar nog altijd bestond zijn wereld uit lijnen en vlakken, primaire kleuren. In het beeldverhaal krijgt zijn filosofie vorm en duidelijkheid. “We zouden het neoplasticisme in alle facetten van de menselijke leefomgeving moeten integreren.” Het zet Erik de Graaf ertoe een architecturale vlakverdeling en sobere maar sprekende kleurstelling te tekenen. Over twee uitklappagina’s krijgt de idee van Mondriaan geheel in stijl beeld. Het is de werkwijze van deze striptekenaar die heel nauwgezet en gedetailleerd werkt, zonder te vervallen in een teveel aan bijzonderheden die het beeld tot zoekplaat dreigen te maken. Het moet meteen duidelijk zijn wat ik zie, waar ik naar kijk, welk verhaal wordt verteld. Aan het slot is Mondriaan ernstig verzwakt en snakt naar adem. Al puffend en hijgend verdwijnt hij in zijn eigen uitgelijnde wereld.

    MONDRIAAN, een betere wereld. Een gedramatiseerd verhaal gebaseerd op het leven van Piet Mondriaan. Scenario en tekeningen Erik de Graaf. Met tekstuele bijdrage van Wietse Coppes.

    Tentoonstelling in Mondriaanhuis Amersfoort naar aanleiding van de graphic novel van Erik de Graaf. De stripauteur eert de beroemde schilder met een kleurrijk verhaal over de laatste bewogen jaren van zijn leven in Parijs, Londen en New York. Nu te zien t/m 13 april 2025.

  • Reisgids door Neerlands striplandschap

    De catalogus “50 jaar Stripschapprijs” van Museum of Comic Art in Noordwijk aan Zee is een boek die past in de bibliotheekkast onder de titel geschiedenis. De uitgave bij de tentoonstelling leidt de lezer door het Nederlandse striplandschap van 1974 tot 2024. Wie het gelezen heeft is helemaal op de hoogte van het wel en wee, het doen en laten, leven en werken van de vaderlandse striptekenaars. Althans het neusje van de zalm. Door het bezoeken van de tentoonstelling in MoCA kan de lezer die dan kijker is zich vergapen aan originele schetsen en tekeningen. Hoewel de Stripschapprijs ‘slechts’ een halve eeuw bestrijkt zijn dit wel de meest belangrijke jaren dat het beeldverhaal uit de kinderschoenen in volwassenlaarzen terecht is gekomen. Werd er eerst wat minzaam naar het fenomeen gekeken, tegenwoordig is het een volwaardig literair en kunstzinnige uiting.

    Elk jaar vanaf 1974 heeft Het Stripschap een prijs uitgereikt aan de striptekenaar die volgens een jury op dat moment toonaangevend het beeldverhaal vorm gaf. In het eerste jaar is dat een uitgever van oude strips en kan MoCA daarom in de catalogus met Het Stripschap teruggaan in de tijd. Want “in de jaren zestig van de vorige eeuw is de eerste naoorlogse generatie striplezers volwassen geworden en als gevolg hiervan verandert de kijk op het beeldverhaal in Nederland”. Vol weemoed en nostalgie wordt omgekeken en terugverlangd naar de kapiteins, piloten, ridders, detectives en piraten – hoofdpersonen en bijfiguren uit de strips van kort na de oorlog. De herdrukken vinden gretig aftrek en worden verslonden door de fans.

    Het Stripschap

    Het Stripschap zag in 1967 het levenslicht met als doel de acceptatie van het beeldverhaal te bevorderen. Door middel van een tijdschrift en speciale winkels, de stripantiquariaten, krijgt deze vorm van recreatieve media extra aandacht. Door de instelling van een prijs, die tijdens de jaarlijkse Stripdagen wordt uitgereikt, wringt en dwingt de strip zich op een relevante plek in de samenleving. De strip doet ertoe. Vanwege Margreet de Heer, Stripmaker des Vaderlands van 2017 tot 2020, staat het beeldverhaal op de literatuurlijst.

    Door de jaren heen heeft Het Stripschap vele gevestigde namen geëerd met een prijs. Maar na verloop van tijd komen ook jonge talenten boven drijven in de kweekvijver en kan de lezer naar hartenlust vissen vangen, groot en klein. Van iedere striptekenaar of -schrijver wordt in het boek het doopceel gelicht in vlugschrift. En wordt uiteraard het juryrapport aangehaald en uitgelegd. Op deze manier is, zoals geschreven, de catalogus een wegwijzer door stripland. Met talloze afdrukken van door de diverse prijswinnaars gemaakte tekeningen is het naast een reisgids een atlas, een platenboek die het oeuvre van de vertellers in beeld brengt. Eigenlijk een portfolio voor Het Stripschap, daarmee kunnen ze de boer op om hun doel na te streven: de erkenning van het beeldverhaal.

    De stripbladen

    Naast de opsomming van prijswinnaars geeft het boek inzicht op en uitleg van wat er nog meer speelt binnen de grenzen van stripland. Zo komen onder meer de krantenstrip en graphic novels, strips in publiekstijdschriften en de strip voor volwassenen in tekst en beeld aan bod. Een bijzondere periode in de opleving van het beeldverhaal langs de paden van de literatuur vormt het underground tijdperk. De strip wil zich los maken van het kinderlijke imago en richt zich op onderwerpen voor volwassenen. Het vindt zijn oorsprong in de Verenigde Staten en Frankrijk en Nederland pikt er een handvol graan van mee. Er worden tekeningen gemaakt en tijdschriften opgericht die niet bepaald voor een jong publiek bedoeld zijn maar uitsluitend voor de meest gerijpte lezer. “Dit soort strips past uitstekend in de vrijgevochten sfeer van de protestgeneratie van de jaren zestig”, lees ik. Maar zoals die jaren veel beloven en weinig waarmaken, komen de vrijgevochten stripmakers bovengronds en wordt de strip na de eeuwwisseling weer braaf – op een enkele uitspatting na.

    De stripbladen die in de jaren 60 de poten onder de kruk van de Donald Duck proberen door te zagen blijken kweekplaatsen voor nieuw talent. Hoewel de Nederlandse Disneystal en zeker de studio van Marten Toonder zich in deze niet onbetuigd laten. Beide zijn een leerschool voor tekenaars die eerst de meester volgen, later uitvliegen en zelf aan de slag gaan. Het meest bekend van de bladen is de Pep die naast de Sjors een oudere leeftijdsgroep aanspreekt. Later fuseren beide tijdschriften tot Eppo. Vele jonge abonnees hebben ongeduldig iedere week de postbode afgewacht om de nieuwe avonturen van hun striphelden te volgen en te beleven. Ik was daar één van en het Stripschapprijsboek is dan ook een trip down memorylane voor mij. Kreeg ik rode oortjes bij Tante Leny en Titanic, ik voelde me een volwassen lezer met De Vrije Balloen en Eppo. Het Stripschap opent mij echter de ogen, omdat er veel meer is op het gebied van de Nederlandse strip dan ik ooit kon vermoeden.

    Het MoCA

    Met de uitgave door het MoCA, het enige échte stripmuseum van Nederland, krijgt de Stripschapprijs, de belangrijkste stripprijs van Nederland, smoel voor de eeuwigheid. Ook internationaal spreidt het de wieken, want de tekst in het boek kreeg een Engelse vertaling. Het MoCA is sowieso autoriteit op dit gebied, want het bracht eerder standaardwerken uit over het beeldverhaal. Naslagwerken als ‘Covers, adventures in comic art’, ’80 jaar Toonder Studio’s’, ‘Grensverleggers, innovative dutch comic artists’ en ’70 jaar vrolijk weekblad Donald Duck’. En het organiseert daarbij spraakmakende tentoonstellingen. Het museum is derhalve een eldorado voor de stripliefhebber en een paradijs voor creatieve geesten.

    50 jaar Stripschapprijs 1974-2024, the most important dutch comic award! Catalogus bij de tentoonstelling in het Museum of Comic Art te Noordwijk aan Zee, 30 november 2024 tot 18 mei 2025. Uitgave MoCA, november 2024.

  • Beslissende momenten in leven en werken Joost Swarte beschreven

    Journalist Ward Wijndelts wil geen biograaf zijn. Met ‘Sleutelmomenten’ heeft hij dan ook geen biografie afgeleverd. Een gedetailleerde levensbeschrijving van de persoon Joost Swarte laat hij graag aan anderen over. En hij is benieuwd wat daar uit gaat komen, hij kijkt er nu al naar uit. Met kunstenaar Swarte had Wijndelts lange en diepgaande gesprekken. Ook sprak hij met anderen die bepalend waren en zijn in het leven van de tekenaar. Uit dit bronmateriaal stelde de journalist een leesbaar boek samen die de hoogtepunten en belangrijke gebeurtenissen uit het zijn van Swarte aaneen rijgt. Voorvallen die de ontwikkeling in de levensloop van de tekenaar lieten bepalen, en de plek karakteriseren waar hij uiteindelijk is gekomen: één van de meest succesvolle Nederlandse striptekenaars.

    Alles zat hem mee in zijn leven, lijkt het. Dat schijnt te komen doordat hij aldoor vooral zelfstandig wilde blijven, zijn eigen ding doen en niet aan de leiband van opdrachtgevers lopen. Wil je iets klaar krijgen van Joost Swarte dan kun je hem niet sturen, hij neemt zelf de leiding in hoe het werkt en het werk eruit zal zien. Deze eigenzinnigheid is zijn kracht. Door Swarte te kiezen weet je wat je krijgt. De essentiële ontmoetingen, besluiten en inzichten vormen de rode draad van het boek. Het is het verhaal van Joost Swarte door Joost Swarte zelf vertelt. Ward Wijndelts is slechts de schrijver die de woorden noteert en er nauwelijks een eigen draai aan geeft.

    Op de leestafel en in de bibliotheek

    Voorbestemd om zijn vader op te volgen in de dameskledingzaak en het modemagazijn raakte hij als kleuter in de ban van strips als Kuifje en Donald Duck. De eerste hoofdstukken in ‘Sleutelmomenten’, derhalve het rammelen aan het sleutelbos, behandelen wel de eerste schreden van de jonge Joost in het leven. Het is de grond waarop hij staat, de bodem waaruit zijn talent kon opbloeien. Maar voordat Wijndelts de sleutel in het slot steekt geeft hij een verantwoording over hoe het zo gekomen is, waarom het boek ‘Sleutelmomenten, over Joost Swarte’ op de leestafel en in de bibliotheek moest liggen. Daarna draait hij de sleutel om en gaat de tekenaar los over zijn leven, en somt de cruciale momenten op die beslissend waren en de sleutel boden om het eigen leven en werken te begrijpen.

    Zoals Swarte het leven beeldend kan beschrijven zo beschrijft Wijndelts beeldend zijn belangstelling voor de tekenaar. Hij doet dit door uit te leggen wat er op de ansichtkaart boven zijn bureau is afgedrukt. Zonder dat ik de tekening daarop heb gezien kan ik me de plaat indenken bij deze nauwgezette beschrijving. Eigenlijk is het boek een ode aan de tekenaar, want de schrijver laat niet onverlet zijn waardering voor Swarte te uiten. “Zo zorgvuldig gemaakt, zo ambachtelijk afgewerkt.” Vakmanschap is meesterschap vindt Wijndelts, er lijkt niet zoets te bestaan als een mindere Joost Swarte.

    Extreem heldere beeldtaal

    Het oeuvre van Joost Swarte zou je één grote parodie op de werkelijkheid kunnen noemen”, weet de journalist, “waarin hij ons het menselijk tekort toont. (…) En door het er zo in te wrijven relativeert Joost Swarte onze mislukkingen ook.” Ik ken het werk van Swarte, maar het boek dat Wijndelts aan hem weidde laat me anders naar het werk kijken, het beter te begrijpen. Hij houdt mij een spiegel voor waarin ik mijn evenbeeld zie opdoemen, recht voor de raap en niet omwonden en gemaskeerd zoals andere stripmakers wel doen. Je hoeft bij Swarte niet twee keer te kijken – hoewel dart wel verstandig is om elke lijn en ieder vlak te doorzien – het is vrijwel meteen duidelijk waar het over gaat en welk doel het dient. Het kan zelfs veelal zonder woorden gaan, want het beeld neemt de spraak waar. De enkele tekening is een cartoon, een humoristische plaat die het serieuze leven op scherp zet. Swarte tekent met een glimlach – ik schater om zijn vondsten en mijn uitvergroot onhandig geklungel.

    Zijn beeldtaal is helder, extreem helder zelfs, maar er zit (…) altijd een twist aan. Een ironische of relativerende laag, een doordenkertje, een spel.” De tekeningen van Swarte onderhouden mij niet alleen plezierig, ik verwonder me over het duidelijke en inzichtelijke werk, het zet me aan het denken over mijn eigen zijn. Dat zijn is algemeen, maar spreekt mij persoonlijk aan. Dat is de kracht van de held met potlood en kroontjespen. Hij illustreert niet, hij tekent, dat is de kern – het kloppende hart. Daarnaast uit hij zich ook via typografie, de kapitale letters en grote woorden in zijn werk zijn met zorg geïnkt. Industriële vormgeving en architectuur zijn grote liefdes in te zetten om de kunst met het leven te verbinden.

    Undergroundstrip

    Joost Swarte legt voor zichzelf de lat hoog en springt er vervolgens moeiteloos overheen. Met vallen en opstaan is hij op dat peil gekomen, een hink-stap-sprong. Toeval naast talent speelt daarin mee. Maar of de genotuleerde sleutelmomenten slechts toevallig de kunstenaar de weg in het leven wezen valt te bezien. Volgens hemzelf is naast het lot ook de devotie, de nieuwsgierigheid en de discipline cruciaal. En die kwalificaties bezit hij, dat blijkt uit zijn werk. Hij leert het bouwen door de blokjes van Lego en construeren met Meccano, hij bouwt zichzelf een Atoomstad. In zijn jonge jaren leent hij de bibliotheek leeg en koopt meer boeken dan zijn beurs aankan. Hij wil alles weten over kunst, strips en zoekt geestverwanten. Vindt aansluiting in het futurisme en het surrealisme. Het eerste werk dat hij publiekelijk toont laat trekken van de popart zien, maar daarin blijft hij niet hangen. Hij wil zo goed worden dat hij binnen de discipline van het tekenen een serieuze rol speelt. Dus gaat hij natekenen en overtekenen, zoals een schilder oude meesters gebruikt om vorm en kleur in de vingers te krijgen. Smurfen, Robbedoes en Kwabbernoot, Marsipulami, Lucky Luke en Kuifje.

    Hij ontdekt de undergroundstrip via bladen als Hitweek en Aloha. De brutaliteit van de tegencultuur spreekt hem aan. Later zal hij zelf vrijmoedig tekenen in bijvoorbeeld Tante Leny Presenteert, Cocktail Comix en Modern Papier. Maar voordat het zover is zijn er nog vele horden te nemen en sloten te openen. Ward Wijndelts zet de momenten zoals eerder geschreven beeldend op schrift. Hij weet de toevalligheden in het talent van Joost Swarte duidelijk in woorden af te tekenen. De niet aflatende honger van Joost naar het heldere en begrijpelijke, het betere kijken. Nieuwsgierig om het leven te duiden en te documenteren. Swarte leest zich in in het te duiden onderwerp, zo zodat wat hij tekent klopt met de werkelijkheid. Hoewel hij met humor de spot drijft maakt hij geen spotprenten. Hij is een cabaretier die niet de persoon op de hak neemt om hem of haar pootje te lichten, maar omschrijft wel met humor en een kwinkslag waar het op staat. Niet het woord is zijn wapen, maar de klare lijn.

    Een leerzaam boek

    Ook wil Swarte zijn eigen gedachte de ruimte geven om niet in een format te vervallen. Hij wil steeds iets nieuws bedenken en geen dingen herhalen. “Schetsen brengt je hersenen in beweging”, zegt hij daarover. “Je krijgt een idee en door de schets zie je ineens wat het beeld gaat doen. En dan kom je weer op een nieuw idee.” Hij zal niet op een computer gaan tekenen, want het handwerk kost tijd die hij nodig heeft om na te denken. “Bij het tot stand komen van een grote tekening moet ik duizenden besluiten nemen. Ik heb er dus geen baat bij om het proces efficiënter in te richten. Bovendien creëer ik met handwerk originele tekeningen, die ik kan verkopen.” Jawel, want dat ook is Joost Swarte, een handelsman. Hij weet zichzelf en zijn werk goed op de markt te zetten en aan de man te brengen. Op die manier heeft hij een heel kunstzinnig imperium opgebouwd met een duidelijke en persoonlijke look en feel. Het gaat de wereld over, want beelden zeggen meer dan woorden. Hoewel Swarte het verhaal dat hij met en in zijn tekeningen wil vertellen ook belangrijk vindt.

    Het is een leerzaam boek, ‘Sleutelmomenten’. Een inkijk in het leven van de tekenaar. Met een uitgesproken mening en een ondubbelzinnige kijk op het vak. Zijn werk laat niets aan het toeval over met een aangeboren dosis talent. Schept vrijheid in zijn hoofd om de ruimte te hebben vrijmoedig te creëren. Dubbelzinnig, dat zijn de tekeningen wel. Want mensen moeten nadenken, krijgen de ruimte om te overdenken. Swarte houdt van detail, maar laat onderdelen die van minder belang zijn voor de essentie van de gebeurtenis weg. In feite maakt Joost Swarte interactieve tekeningen, de kijker kan deze naar eigen inzicht invullen en aanvullen. Er zelf mee spelen, de blik laten dwalen en zichzelf ontdekken. Hoewel Swarte de blik wel enigszins de juiste richting instuurt.

    Ward Wijndelts verantwoordt tot slot zijn schrijfwerk waarvan de tekenaar de basis vorm: “Dit werk pretendeert niets meer te zijn dan een beschrijving van de visie van Joost op zijn leven en kunstenaarschap.” Het is derhalve geen boek over, maar een boek van en met. Joost Swarte gaf de tekst aan en gaf het boek vorm. Wijndelts is slechts de boodschapper.

    Sleutelmomenten. Over Joost Swarte. Tekst Ward Wijndelts. Beelden Joost Swarte. DAS MAG Uitgevers, november 2024.

  • Eliane gaat door, gelukkig maar

    Geeft ze uit verlegenheid zichzelf bloot. Nee, natuurlijk niet. Wie zou dat doen? Je gaat toch niet uit de kleren van schaamte. Alleen wanneer je een statement wilt maken, er een punt mee wil zetten op de i. Zij is vervult van zichzelf en kan daarom dan al haar kleren van zich afgooien. Ben je verlegen met jezelf, heb je schaamte over en om het eigenste ik, dan trek je juist een dikke jas aan en kruipt terug in een hoekje of je schulp. Maar Eliane Gerrits niet. Zij treedt open en bloot voor het voetlicht, want ze heeft niets te verbergen. Ze zet zichzelf graag als metafoor op een voetstuk. Gebruikt haar lichaam om een punt te maken, haar gedachten over de wereld kenbaar te maken.

    Zonder schaamte

    Maar is ze zichzelf in haar tekeningen? Ze lijkt als twee druppels water op die malle ledenpoppen met lange neus, grote oren en fors brilmontuur, en altijd die ontwapenende glimlach om de mond. Trekt ze een lange jurk behangen met kunstwerken gehaald van de wanden voor me aan of hijst zich in een glitterpak als Rhinestone Cowboy of staat ze gekleed in een groene gieter op een wiebelig krukje te shinen. Maar over het algemeen is ze bloot. Bloot alleen omdat ze dan geen kleren hoeft te bedenken, schrijft Kie Ellens in zijn lijvige voorwoord aan het naar verhouding dun vormgegeven boekje. Hij doet over Eliane en haar kunst veel uit de doeken in die tekst. Over het waarom en hoe van haar tegendraadse tekenstijl en handschrift. Het is zonder schaamte dat zij mij deelgenoot maakt van haar lichaam, haar ik en ego. En mij nodigt in haar zijn, in haar gedachtewereld.

    Eliane Gerrits

    De deur van de kamer, toch een vertrek waar je niet een ieder zomaar toelaat, staat bij Eliane wagenwijd open. Die kamer noem ik niet voor niets vertrek, want veelal wenst het gastmens dat het bezoek vertrekt omdat hij/zij het liefst op zichzelf is, bij haar eigenste ik. Me, myself and I. Maar Eliane gooit alles open en ik mag zolang blijven als ik wil. Althans voor zolang ik blader door haar nieuwste uitgave: Eliane gaat door. Haar levensverhaal in beeld te boek gesteld. Ze tekent haar leven uit middels haar lijf – van voor naar achter en van links naar rechts, van boven tot onder.

    Unieke eigen stijl

    Een vorige uitgave, de vrije Eliane, kreeg ik ook al om niet toegestuurd en besprak ik na inzage ervan te hebben gehad. Door kenners werd ik daarna terecht terechtgewezen op mijn kortzichtige kijk. Namelijk struikelde ik over haar techniek waarin ze in mijn ogen tekort schoot. Maar dat schijnbaar onbeholpen gekrabbel is haar unieke eigen stijl en daarin uit ze zich letterlijk naar de figuur. Met die duidelijke lijn haalt ze het karakter en de inborst van het menszijn pijnlijk onderuit waar zij dat noodzakelijk acht.

    Eliane Gerrits

    Ik reageerde toen dan ook enigszins onnodig verbolgen op de geuite kritiek: ’…even voorlezen en doorlezen, niet uit de context halen: “Ze lijkt geen moeite te hebben een goeie tekening te maken. Ik kom ze in het boekje meerdere keren tegen. Hoewel ze in technisch opzicht tekortschiet, overtreft de kunst om verhalen te zien in alles en het verbeelden daarvan dit ruimschoots.” ‘(einde citaat). Maar het stond er wel en wat had ik er eigenlijk mee willen bedoelen was de berisping. Daarom bond ik snel in en doorzag op tijd dat het technische aspect een stijl is. Niet een niet kunnen, maar een aangemeten handschrift. Een manier van tekenen waar zij heer en meester over is, las ik nog in een reactie, technische perfectie zelfs in de ‘mindere’ tekeningen. Dus riep ik op papier vertwijfeld uit: Misschien stuurt Eliane Gerrits me nog eens een nieuwe gebundelde uitgave van haar tekeningen, dan kan ik ze weer waarderen met ander inzicht. En zo is dus gebeurd.

    Kijkplaten

    Haar variant van de klare lijn zet tegen de zakelijk reine tekening van de bedenker van die stijl, Joost Swarte, een speels levendige schets neer. De platen zijn uiterst gedetailleerd, vooral waar het de eigen woonruimte of de buitenruimte in haar binnenstad betreft. Zij geeft zich letterlijk bloot in haar werk, en figuurlijk gezien is zij zeker naakt. De tekeningen lijken rap schetsmatig opgezet, dat is de stijl die ze hanteert. Maar er is veel te zien binnen de kaders. Het zijn kijkplaten. Zoekplaten om het zijn achter het wezen te herkennen. Maar het is niet altijd dat wat ik denk te zien. De tekeningen hebben een dubbele bodem. In die gelaagdheid zet ze mij dan graag op het verkeerde been.

    Eliane Gerrits

    Het is er altijd vrolijkheid en plezier tussen de vier muren waarin ik een inkijk krijg. De naakte figuurtjes, alle kleine Eliane’s, dansen en springen door de kamer. Het is alsof haar gedachten beeld hebben gekregen. Niet de gedachte van één enkel moment, maar opeenvolgende en navolgende momenten. De tekeningen zijn geen bevroren ogenblikken, er is beweging, het leven en zijn binnen de kaders is dynamisch. Ieder figuurtje heeft een eigen houding en uitdrukking. Ook langs de wanden zie ik ze verschijnen in lijsten en op getekende foto’s.

    De wereld beschouwen

    Het is sowieso een tumultueus geheel, die binnenruimte van Eliane. Zo zal het in haar bovenkamer ook een drukte van belang zijn neem ik aan, gedachten schieten heen en weer en af en aan, af en toe. Er hangt langs de wanden in een galeriepresentatie een overvloed aan kunstwerken. Van plint tot plafond is de muur bedekt in de hoge kamer van het herenhuis dat met de bewoning van Eliane een damesdomein is geworden. Door grote ramen heeft ze zicht op de buitenruimte die ze met levend verkeer al meerdere malen heeft vastgelegd. Een enkele keer portretteert ze zichzelf dan gekleed, al werkende aan een tekening, maar meestal zit ze bloot de wereld te beschouwen.

    Wanneer ze werkt is ze minder in zichzelf gekeerd en buigt ze zich over inspiraties die beeld zullen hebben. Is ze vrij van dat heilig moeten gooit ze alles van zich af om verlost van iedere storing in de eigen fantasie op te gaan. Dan kan ze peinzen, het zijn overdenken. Die filosofie omzetten in speelse tekeningen. Ze tekent wat ze allemaal meemaakt en wat er in haar gedachten omgaat. Ze maakt mij deelgenoot daarvan door in realisme de abstracte denkwijze voor mij uit te tekenen.

    Eliane Gerrits

    Cartoons van haar leven waarin en waarmee ze zichzelf meermalen op de hak neemt. Ze heeft haarzelf niet zo hoog zitten en kan daardoor bloot door het stripschap gaan. Ze heeft geen gene, haar lichaam is haar tempel, haar lijf het hoogste goed. Hoewel de tekeningen vermakelijk zijn is er ook nog iets van te leren. Eliane houdt mij een spiegel voor. In haar tekeningen kijk ik eigenlijk naar mezelf. Hoewel ze zich als vrouw afbeeldt is ze in uitdrukking onzijdig en kan ik mezelf vinden in haar doen en laten.

    Ook ik heb weleens van die vunzige gedachten of gewoon ingevingen die eigenlijk niet horen. Dat doe je niet, fluistert het engeltje op mijn schouder. Maar het duiveltje op de andere schouder roept: ja natuurlijk doen, wat geeft het. Het geeft ruimte, opluchting. Eliane leeft mij die ruimte in haar werk voor. In dit vrije werk gaat ze door met de doldrieste kijk op het leven, dat zijn neemt ze niet zo nauw en met een korrel zout. Haar werk in opdracht is minder uit de losse pols, maar in dit vrije werk is ze haar eigen opdrachtgever en kan ze mij alle hoeken van haar kamer laten zien. Wanneer ik het boekje dicht doe zijn mijn gedachten dan ook beurs geslagen.

    Eliane gaat door. Tekeningen van Eliane Gerrits. Met een tekst van Kie Ellens. Uitgeverij de Zwaluw, 2022.

  • Eliane Gerrits vliegt als een vrije vogel door haar wereld

    Ze heeft een lange staat van dienst. Al. Wanneer ik haar werk online ontdek. Ze duikt op bij mijn vrienden op Facebook. En krijg ik daar geen genoeg van het werk, bezoek ik haar website voor een uitgebreide portfolio. “I draw” is haar enige biografie. Eliane Gerrits is illustrator. Academisch geschoold. Tekent onder meer voor NRC, heeft een lange lijst aan opdrachtgevers, illustreert boeken, geeft workshops tekenen en tekent live cartoons tijdens bedrijfsevenementen. Allemaal op bestelling, tekenen naar de lijnen van een ander.

    Nog, na al die jaren van het hanteren van potlood en pen – maar vooral het gum, schrijft ze vertwijfeld: “wat is goeie tekeningen maken moeilijk!”. Je weet het als je er één ziet, geeft ze zelf het antwoord. Want ik reageer op haar wanhoop met de vraag wat een goede tekening is. Het contact is gelegd.

    Schetsen van het leven

    Haar uitgave bij De Zwaluw is niet voor niets getiteld “de Vrije Eliane”. In dit rijk geïllustreerde boekje is ze haar eigen opdrachtgever. Kan te werk gaan zoals zij zelf wil. Er zijn geen richtlijnen of kaders meer, er is alleen haar eigen kritisch oog.

    De tekeningen van Gerrits zijn schetsen van het leven. Zijn telkens treffende registraties van haar omgeving, die daardoor de mijne is geworden. Zij opent deuren die ik gesloten wil houden, om het muffe eens lekker te laten doortochten. Het privédomein, mijn ik, het haar, ze laat binnen kijken. Waarom zo angstvallig, gooi die deuren open lijkt ze te zeggen. Laat de wereld binnen, er is zoveel te bekijken want dit ben ik.

    In dit werk, naar eigen maatstaf en goeddunken opgezet, geeft Eliane zich letterlijk bloot. Haar getekende alter ego is niet gekleed en beschouwt de wereld zonder gêne. Ze is niet zo bescheiden zichzelf te becommentariëren. Haalt haar ik niet omhoog, geen op de borstklopperij, maar juist rekenschap gevend van eigen tekortkomingen. In een wereld die uitkijkt op de krioelende mierenhoop van de grote stad die Amsterdam is, haar woonplaats. De metropool waar alles schijnt te gebeuren en waar dat alles vastgelegd moet worden.

    Eliane Gerrits, De Zwaluw

    Geen klare lijn maar wel duidelijke taal

    Met zelfspot toont ze haar eigen wereld, een hoge kamer met kasten vol boeken, huizenhoge ramen en legio kunst aan de muur. Een badkamer vol was, spuitbussen en opmaakpotjes, waar zij vol vermoeide moed is neergestreken op het toilet – een slipje op de enkels. Dat is een uitzonderlijk detail, want overal op elke tekening zie ik geen kledingstuk aan haar naakte figuur. Hoewel ze in een enkel werk, waar ze spiegelt in een raam tegen een duistere stad, in trui achter haar laptop zit. Ik vraag mezelf af: ben ik binnen en zie haar spiegelbeeld als het mijne of sta ik buiten en gluur haar kamer in – Eliane kijkt verstoord op van haar werk.

    Uiterst gedetailleerd schetst ze de gebeurtenis. Kijkplaten zijn het, er valt veel te zien. Het is er druk tussen de kaders, geen klare lijn maar wel duidelijke taal. Wanneer ik met het boek op de knieën de tijd neem de bladzijden door te bladeren, de pennenstreken te volgen, de situatie in ogenschouw te nemen, ontdek ik een wereld van herkenning. Een overvolle winkelstraat, de zwijgende meerderheid in de bus, een overmatig groen en vrolijk park. En overal verschijnt haar figuur bloot in beeld. Ze legt de onnodige ballast af en blijft bij haar basis. Op platen is haar ego zelfs in duplo, triplo, quadrupel of zelfs multipel. In het park verschijnt de blote Eliane overal waar je ze niet verwacht: tel eens hoeveel lijfjes je ziet.

    Eliane Gerrits

    De vrije Eliane is niets verhullend, alles komt open en bloot voor de dag en het voetlicht. Met een glimlach, een grimlach en hier en daar hoor ik een schaterlach. Ze lijkt geen moeite te hebben een goeie tekening te maken. Ik kom ze in het boekje meerdere keren tegen. Hoewel ze in technisch opzicht tekortschiet overtreft de kunst om verhalen te zien in alles en het verbeelden daarvan dit ruimschoots. De ingekleurde zelfportretten in het hart stralen me toe. Door het kaft kan ik haar trekken volop leren kennen. Een ironische blik, de wereld vrolijk inkijkend. De Vrije Eliane, vrij als een vogel in haar eigen opdrachten.

    Monografie “De Vrije Eliane”, tekeningen van Eliane Gerrits met een voorwoord van Alex de Vries. Uitgeverij De Zwaluw, 2020.

    Eliane Gerrits, De Zwaluw