Tag: Susan van den Berg

  • Aimabel man reflecteert arcadische beelden

    Bij het openslaan van het boek Reflecties stap je zo binnen in het atelier van Gosse Koopmans. Want horizontaal over de schutbladen voor en achter is het panorama van zijn werkruimte in de vorige woonplaats afgedrukt. Het is een beeld dat door en rond loopt als in een gesloten cirkel, dus waar ik bij wijze van spreken midden in kan staan om de ruimte te beleven. Het is een vondst van de vormgever daar de tekst over en de afbeeldingen van de schilderijen in te plaatsen. En druk ik mijn neus tegen het papier dan kan ik het pastelkrijt ruiken. Het tekenen van panorama’s is een nieuwe richting in het oeuvre van Koopmans. Zeven jaar geleden in 2015 zette hij zijn eerste meerdelige tekening op. Het interieur van het Dam Jaarsmahûs in Eastermar was onderwerp van uitbeelding. Nu woont Gosse in Warfhuizen en is al meerdere panorama’s verder.

    Nou Nòg Mooier

    Voor het boek is Susan van den Berg in gesprek gegaan met Gosse Koopmans. Voor hem betekende de verhuizing van het Friese naar het Groninger land een nieuw begin. Door omstandigheden moest hij het sfeervolle renteniershuis verlaten en vond werkruimte over de provinciegrens. Doordat het Friese dorp bij de Postcodeloterij in de prijzen was gevallen werden Gosse en zijn vrouw Sharon nog net geen miljonair, maar kregen wel financieel een ruime armslag om daar in de buurprovincie een nieuwe start te maken. Van de vorige eigenaars namen zij het verzamelgebouw met de wervende naam Nou Nòg Mooier over, met een lijstenmakerij, een expositieruimte en cadeauwinkel. Praktijkruimte voor astrologie en coaching kon er komen, en voldoende plek voor een ruim bemeten atelier. Een creatief platform voor kunst en ambacht.

    Gosse Koopmans, Susan van den Berg, Utjouwerij DeRyp

    Het verhaal is te lezen als een biografie. Een levensbeschrijving van de jongen die kunstenaar wilde worden. Hij stamt uit een schilderfamilie en zet dus die lijn van vader op zoon door. Zijn vader echter stimuleert hem niet, want Klaas weet hoeveel moeite het kunstenaarsbestaan kost. Na een afgebroken opleiding tot leraar en een baan in de bakkerij kiest Gosse voor de kunst en de kunstacademie. Na de studie probeert hij op eigen benen te staan en niet hetzelfde pad te gaan als zijn schilderende vader. Gosse wil zichzelf zijn en niet de zoon van. Dus maakt hij eerst geen landschappen zoals Klaas Koopmans dat deed, maar stillevens en portretten.

    Een persoonlijke overwinning

    Zus Anje wil in Earnewâld een permanent podium bieden aan het werk van haar vader en dat van haar broer: Galerie Koopmans. Het is het jaar 2000. Daarmee is het moment rijp voor Gosse om zich toch te richten op het landschap als onderwerp voor zijn schilderijen. “Een persoonlijke overwinning die voelde als een doorbraak”, zegt hij daarover in het boek. De schilder is nu ruim 35 jaar aan het werk en heeft een omvangrijk oeuvre opgebouwd. Hij is voortdurend letterlijk en figuurlijk onderweg in en met zijn kunst. In het werken om zichzelf binnen de hem passende stijl steeds opnieuw uit te vinden, andere terreinen te betreden die voor hem als schilder en tekenaar nog niet ontgonnen zijn. En om ideeën op te doen reist hij naar zijn onderwerpen. Gosse Koopmans is vooral een buitenschilder, en plein air is hij als een vis in het water. Op zichzelf in het atelier is maar zo alleen.

    Gosse Koopmans

    Gosse is een mensenmens en is graag onder de mensen. Maakt makkelijk een praatje met de mensen die de vorderingen achter zijn rug om gadeslaan. Hij zit liever in zijn inspiratie buiten, dan met zijn inspiratie in het atelier binnen. Geen hitte en geen koude, geen wind en geen regen, houdt hem binnen. Ieder moment van de dag en in elk jaargetijde kan men de schilder achter zijn veldezel in de openbare ruimte vinden. Zo heeft hij al veel landschappen geportretteerd, maar zet even zo snel een werkplek op in dorpsstraat of op stadsplein. En zelfs in de hal van het ijsstadion of het café van een museum. Met een losse toets documenteert Gosse de omgeving. Zijn betrokkenheid met de wereld ligt vast in zijn impressies. Het landschap, de plek, geeft herkenning; de mensen daarin blijven altijd onpersoonlijke voorbijgangers. Behalve wanneer het portret karakter moet hebben, dan weet hij deze ook tekenend te vatten.

    Gosse Koopmans, Susan van den Berg, Utjouwerij DeRyp

    Kijken, opmerken, zien

    Het boek toont meer dan honderd werken en geeft Koopmans’ reflectie op de schepping weer. De natuur, de elementen, daar heeft hij zo zijn gedachten over en kan er bevlogen van vertellen. Geestdriftig legt hij die passie vast in realistische werken naar de werkelijkheid geschilderd. Dat ongrijpbare gevoel dat hij bij het landschap of de omgeving waar hij is heeft, probeert Gosse toch op doek te zetten. Zo zodat ik in de doorsnee impressie een onalledaagse sfeer proef. Gosse Koopmans kijkt met het kunstenaarsoog en ziet die stemming boven de horizon, die ik pas zie op zijn schilderij terwijl ik het daar in de ruimte niet heb opgemerkt. Zo leert Koopmans mij kijken, opmerken, zien.

    Gosse Koopmans, Susan van den Berg, Utjouwerij DeRyp

    Vooral in de werken waar de natuur vrij spel heeft, en de mens op de achtergrond blijft of zelfs helemaal buiten beeld is, gaat Koopmans helemaal los. Daar klinkt zijn liefde voor het Friese en nu Groningse platteland groots in door. Maar ook schuwt hij de mens niet, want het is zijn werkmateriaal – op het strand, in de winkelstraat, schaatsers op het ijs, bezoekers in het café, gasten op de bruiloft. Maar toch ga ik voor de einder, het vlakke land met de hoge lucht zo typerend ongemoeid door Koopmans in olieverf vastgelegd. Het wad, het meer, de polder, de sloot. Beschouwende indrukken.

    Het leven is tijdelijk, kunst is voor de eeuwigheid

    Het imposante karakter en grootse formaat van de panorama’s komen in het boek minder goed tot uiting. Deze uit meerdere vellen bestaande tekeningen komen tot vol recht aan de wanden van een museum of andere tentoonstellingsruimte. Met een map vol dik papier stapt Gosse dan de lege ruimte in. En puzzelt zich de beeltenis terug op de vloer om deze vervolgens aan de wand te prikken. Ik weet het, want ik was erbij toen één van de kabinetten in Museum Belvédère atelier werd. Zelfs heb ik nog, evenwel onherkenbaar, het boek gehaald op een foto waarop ik doende ben met het bevestigen van dat panorama. De losse papieren kunnen mogelijk ook wel zonder het geheel. Ieder vel is een schilderij op zich. Dat gaat goed bij een interieur of het atelier, maar bij de oude beuk of de boom van Ton mist de koper van het detail toch node de rest. Dan wordt het onderdeel welhaast een abstract element. Ook heel opvallend, want Koopmans is een beste tekenaar.

    Gosse Koopmans, Susan van den Berg, Utjouwerij DeRyp

    Reflecties, het is een mooi boek om fijn door te bladeren. De tekst maakt het beeld van de schilder helder. Van den Berg heeft een fijne manier van schrijven en raakt het Friese karakter van de schilder. ‘Gosse tekent en schildert om vast te leggen wat indruk maakt’, schrijft ze, ‘om te delen wat van waarde is en om te conserveren wat anders weer verdwijnt. De vergankelijkheid houd je niet tegen. Het leven is tijdelijk, maar kunst is voor de eeuwigheid’. Gosse heeft zijn enthousiasme weten over te brengen op de journaliste en deze laat het doorklinken in de tekst voor het boek. Uit de reproducties blijkt zijn begeestering. Gretig beschouwd hij zijn omgeving en fanatiek legt hij deze vast. Dat hij een scherpe blik heeft, vorsend de dingen opneemt, blijkt uit zijn zelfportret uit 2020. Streng en donker blikt hij mij aan, speurend naar mijn wezen. Terwijl de man juist vrolijk en met lichte oogopslag de wereld toelacht. Als kunstenaar is hij zichzelf, serieus en vastberaden zijn verhaal uitbeeldend. Buiten de vierkante meter van zijn werkplek gaat dat masker af. Beide kanten gaan goed samen in de mens Gosse Koopmans. Een aimabele man met arcadische beelden.

    Gosse Koopmans. Reflecties. Teksten Susan van den Berg. Uitgave Utjouwerij DeRyp, 2021.

    Gosse Koopmans, Susan van den Berg, Utjouwerij DeRyp
  • Een leven voor én van de kunst

    Donderdag 30 september hoopt kunstenaar Jentsje Popma 100 jaar te worden. Daar diverse mensen uit de Friese kunstwereld van mening zijn dat al te lang wordt gewacht om de éminence grise een overzichtstentoonstelling in het Fries Museum te geven, wordt met dit eeuwfeest extra aandacht aan Popma gegeven. In de zomer is er een tentoonstelling in de Grote Kerk Leeuwarden, terwijl in het najaar in de Radboudkerk van Jorwert een verkooptentoonstelling met werken van Popma zal plaats vinden. En er is een boek, Jentsje Popma kunstenaar met een missie. In dat boek veel voorbeelden uit zijn omvangrijke oeuvre. Een tweetal schrijvers gaan in op leven en werken van de eeuweling. Na een rijk kunstenaarsleven legde Popma zijn palet en penselen zes jaar geleden aan de kant. Hij doneerde zijn atelier, materiaal en kunstwerken aan de Stifting Nijkleaster met de intentie de realisatie van een fysiek kloostergebouw midden op het Friese platteland. Met de bouw van dat gebouw waar stilte, bezinning en verbinding de centrale noties zullen zijn is dit jaar begonnen.  

    Ruimtelijke werken onder de slopershamer

    Popma deelt met Nijkleaster het verlangen naar een plek waar mensen die in geestelijke spanningen verkeren tot rust en bezinning kunnen komen. Hoewel de kunstenaar niet uit een religieus nest komt, hij liet zich op latere leeftijd dopen, waren godsdienstige thema’s leidraad in zijn werk. De kunstenaar is een zachtaardig mens, maar staat wel op tegen onrecht gedaan aan de kunst en zijn werk. Diverse van zijn ruimtelijke werken, in opdracht gemaakt veelal via de 1%regeling, gingen onder de slopershamer omdat gebouwen zijn verkocht en een andere eigenaar en bestemming kregen. Ingezonden stukken naar kranten van zijn hand logen er dan ook niet om, tot aan de rechter heeft hij zijn gelijk gehaald. Een goed voorbeeld daarvan is het reliëf in chamotteklei, nu aan de gevel van de Bisschop Müller Stichting destijds gemaakt voor de Katholieke Nijverheidsschool voor meisjes in Leeuwarden. Het Anker wordt gezien als een afspiegeling van de levensloop van Jentsje Popma. De keramische wandsculptuur werd in 1965 door hem aangebracht en in 1990 door hem gerestaureerd. Eigenhandig redde hij het werk maar amper van de slopershamer. Het was zo beschadigd dat hij een nieuwe versie maakte. Nog wel herkenbaar, maar volgens zijn door de tijd gewijzigde opvattingen.

    Jentsje Popma, het Anker, Katholieke Nijverheidsschool voor meisjes

    Jentsje Popma is klassiek geschoold en eigenlijk in zijn hele oeuvre dat ook gebleven. Met twee kunstdiploma’s op zak verliet hij in een tijd dat er stevige veranderingen optraden in de kunst van de academie. Hij had geleerd dat kunst dienend moet zijn, niet autonoom. Maar de tijdgeest is zijn tegenstander, oprukkend modernisme zet zijn klassieke en traditionele vorm van kunstenaarschap als achterhaald en ouderwets aan de kant. Maar de kunstenaar houdt vast aan zijn eigen principes. Hij blijft geliefd onder vakbroeders en -zusters om zijn ruimhartigheid en inlevingsvermogen. Niet in de laatste plaats omdat hij werk koopt van beginnende kunstenaars, collega’s waar nodig met materiaal helpt, zijn atelier uitleent en bemiddelt bij instanties. Hij betrekt collega-kunstenaars bij monumentaal werk en speelt opdrachten door. Popma ondersteunt nieuwe initiatieven.

    Biografische inzichten

    Zowel historicus Erik Betten als freelance tekstschrijver Susan van den Berg gaan in het boek in op leven en werk van de kunstenaar. Betten beschrijft het vanuit maatschappelijk perspectief en artistieke context. De verschillende aspecten van Popma’s werk worden behandeld door Van den Berg. Maar beide aspecten kunnen niet los staan van biografische inzichten, dus stippen de auteurs de levensloop aan en kan de lezer in de twee hoofdstukken dezelfde voorvallen in lijn tegenkomen. De derde tekst is die van emeritus predikant Jan Henk Hamoen. Hij is eindredacteur van het boek en beschrijft in zijn bijdrage de bijzondere band tussen Popma en Nijkleaster.

    Jentsje Popma, de Dreiging

    Het leven van Popma staat in het teken van de kunst. Ooit had hij als droom meesterschilder te worden. Ik en de andere lezers met mij mogen uitmaken of hij dit inderdaad geworden is. Aan de hand van het boek blader ik door zijn oeuvre, waarvan het betere beste is opgenomen. Geen gemakkelijke keuze om uit een rijk werkbaar leven de meest aansprekende voorbeelden te selecteren. Tekeningen, beelden en reliëfs, ramen en schilderijen. Popma is een veelzijdig kunstenaar. Naast werken in het atelier geeft hij les aan kunstacademie Minerva en maakt daarvoor eigen lesmateriaal. Daarin blijft hij trouw aan zijn academische principes. Op een klassieke manier met anatomische kennis naar schildermodellen te werken. Zijn portretten ademen dan ook een nuchtere werkwijze van waarnemen en weergeven, observeren en registreren. Wat zijn geestesoog ziet daarvan maakt hij een visuele vertaling. Op latere leeftijd mengt Popma elementen van impressionisme met het expressionisme, maar zijn werk blijft altijd gekoppeld aan de realiteit. Abstract wordt het nooit, de figuratie wordt versimpeld. Naast zijn ruimtelijke werk en de glaskunst is hij altijd blijven schilderen. In de reeks van portretten en naakten vallen de landschappen het meest op.

    Productielandschappen

    In 1985 stopt hij met lesgeven en een jaar later voltooid hij zijn laatste kunstwerk in de openbare ruimte: Piet Paaltjens in Leeuwarden. Hoewel de restauratie van Anker in 1990 zijn echte laatste ruimtelijke werk is, hij maakt noodgedwongen een heel nieuw werk naar de oude tekening. Daarna is hij definitief vrij schilderend kunstenaar. En profileert zich gaandeweg als voorvechter van milieu- en landschapsbescherming. Door middel van landschapschilderijen drukt hij dit uit. Van den Berg noemt het ‘schuldige’ landschappen. In het door hemzelf als ‘productielandschap’ betitelde werken zie ik geen stinkende sloten of verloederde natuurtaferelen, maar toegankelijke landschappen in frisse kleuren. Het is de omgeving zoals het was, maar gaandeweg uit beeld verdwijnt wanneer er niets aan behoud wordt gedaan. Popma ziet zijn werk niet als eerbetoon aan de natuur, maar als een aanklacht: Gods schepping is bezoedeld geraakt.

    Jentsje Popma, Piet Paaltjens

    De kunstenaar haalt zijn voldoening uit wat hij heeft bereikt en gedaan: “Een overzichtstentoonstelling hoeft voor mij niet, omdat ik zo oud geworden ben. Als ik kom te overlijden, dan weten ze over tien jaar niet meer wie Jentsje Popma is.” Ik trek dat in twijfel, want de herwaardering voor zijn werk neemt serieuze vormen aan. Het is een omvangrijk oeuvre wat hij zal nalaten. Zeker te rekenen tot de parels van de Friese kunsthistorie. Naast andere grote namen zal zijn naam niet vergeten worden. Ook al niet dankzij dit boek dat tot stand kwam met steun van Stifting Nijkleaster. Ik eindig met de laatste woorden van voorzitter Alex Riemersma: “Dat de lezer en kijker van dit boek en de tentoonstelling (opnieuw) getroffen wordt door zijn kunst en geraakt wordt door de gemeenschappelijke missie van Jentsje Popma en van Nijkleaster.

    Jentsje Popma, kunstenaar met een missie. Tekstbijdragen van Erik Betten, Susan van den Berg en Jan Henk Hamoen. Inleiding van Alex Riemersma. Uitgave Noordboek, 2021.

    Jenstje Popma, Uitgeverij Noordboek
    Jentsje Popma, zelfportret

  • Hanny Korevaar, een vergeten kunstenaar

    Eigenlijk is ze in de verkeerde tijd geboren, zou je kunnen zeggen. Of leeft en werkt in een voor haar metier onmogelijke tijd. In een tijd dat het geen pas geeft dat een vrouw kiest voor het beroep van zelfstandig werkend kunstenaar. De kunstwereld was altijd al een jongensclub, een mannenvereniging, en is dat eigenlijk nog steeds. Hoewel, in onze tegenwoordige tijd is het bijna hip wanneer je als vrouw de kunstwereld bestormd met jou kunnen. Althans wordt er vooral door sommige meiden vreemd opgekeken wanneer een museum eens geen kunst van vrouwen laat zien. In de tijd van Hanny Korevaar, haar bloei is in de eerste helft van de vorige eeuw, ligt dat anders. De vrouw wordt terzijde geschoven waar de man op de voorgrond is geplaatst. Maar toch heeft de vrouw een hele eigen kijk op en inbreng aan de kunst, ook in die tijd en nu nog. Maar de musea kiezen voor kwaliteit en niet omdat de persoon man of vrouw is. Dat zij gezegd en is geschreven.

    Biografie en beschrijving

    Hanny Korevaar trouwt met een kunstenaar en beide echtelieden stuwen elkaar op tot een hoger plan in kunnen en kunst. Maar komt Armand Bouten boven drijven, terwijl Hanny nauwelijks boven het maaiveld uitsteekt. Terwijl de manier van werken en de uitstraling van het werk hoegenaamd dezelfde is. Bekijk ik in het boek, met biografie en beschrijving van Hanny Korevaar door Susan van den Berg geschreven en samengesteld na gedegen en uitgebreid onderzoek, de schilderingen en vergelijk deze bijvoorbeeld op internet met die van haar man dan verbaas ik me over de overeenkomst. Een Korevaar kan een Bouten zijn en andersom, de verwarring ligt op de loer. Maar het feit dat Armand een man is en Hanny een vrouw maakt  het onderscheid. De man wordt in en door zijn werk gewaardeerd en geprezen, terwijl de vrouw in dit geval wordt weggezet als demonisch en verre van talentvol. Maar met dezelfde manier van werken en uitdrukking. Maar Korevaar sluit daarnaast door haar manier van werken en de wijze van uitbeelding ook niet aan op haar tijdgenoten. Het opzienbarende werk krijgt weinig waardering, want van een vrouw wordt zachtzinnigheid verwacht terwijl voor de ‘griezelige voorstellingen zeer weinig vakkundigheid vereischt is om ze te maken’.

    Hanny Korevaar, Museum Belvédère

    Korevaar heeft tijdens haar leven geen solotentoonstelling, lees ik in het boek. Steeds is ze onderdeel van een groep of deelt de aandacht met haar man Armand. Haar werk wordt wel gezien, maar in het begin nauwelijks tot niet gewaardeerd. De mening van Jan Voskuil waarmee het boek begint spreekt daarin bijzonder aan: “Het geheel blijkt gedurfd en zeker voor een vrouw – van wie men nu eenmaal volgens de traditie het teedere verwacht! – buitengewoon sterk van vorm en kleur.” Want dat is het precies, de werken van Korevaar schreeuwen zich mannelijk van de doeken. Geen tederheid, geen lieflijke plaatjes. Er is wel eens een stilleven, maar deze heeft dezelfde robuuste kracht als de portretten.

    Hanny Korevaar, Museum Belvédère

    Onorthodoxe ideeën

    In de schilderijen is een verlangen naar sociaal leven, naar een gezin, kinderen. In tegenstelling tot het leven dat Hanny leeft. Veel reizen, veel van de wereld zien, een drang naar vrijheid, maar op de rand van een bestaan in armoede. De omgeving die ze in verf op doek vastlegt is er een van weemoed naar een beter leven. In de stillevens is al die hang naar dat wellicht onbereikbare aanwezig. De bloemen zijn robuust aangezet, hoewel de sfeer klassiek is. Maar of het werk autobiografisch is valt niet te zeggen. De gezichten van mensen in portret en groepsportret is ‘afschrikwekkend’. Met blikken die gelaten zijn, niet vrolijk de wereld inkijkend. Het kleurgebruik is vooruitstrevend zoals de vormentaal dat is. In wanorde zo lijkt het, wanstaltig en mismaakt – het demonische in de mens, maar het is veel meer een uiting van een gekwetste ziel. Een individu dat leeft aan de zelfkant, zelfbewust en ontdaan van een burgermansleven. Heftige kleuren, de gezichten als tronies, de vormen met dikke omlijningen aangezet. De burgerman vindt het maar niks. “Zij (Hanny en Armand) voelden zich thuis bij de verschoppelingen van de samenleving. Daar werden hun onorthodoxe ideeën niet met argwaan of hoongelach ontvangen. Integendeel, in het buitengebied was er ruimte voor experiment en expressie”, schrijft Van den Berg.

    Hanny Korevaar, Museum Belvédère

    Met grote ogen en meest grijnzende monden lijken het meer grimassen of maskers dan de uitdrukking van een man, vrouw of kind. Het kunnen heel goed zelfportretten zijn gezien de thematiek van het eigen werkelijke leven. De geportretteerden kijken deemoedig het leven in. Zij laten de wereld zoals die voor hen is lijdzaam over zich heen komen. Zo lijkt het in de zetting van het nachtleven, aan de bar, in de huiskamer. De schilderijen zijn cartoonesk, als een cynische blik in de wereld van het gelukkig samenzijn. Of het theatrale groepsgevoel, de zichzelf aangeprate vriendschap, de gekochte liefde. Een gelukkige omgeving die voor Korevaar schijnbaar niet is weggelegd. Alleen de handeling, de actie is een beweging van de samenhang als in een gelukkig gezin. In deze tweedeling ziet de toeschouwer in eerste instantie de lelijkheid, en kan daar maar met moeite doorheen prikken. Het werk wordt daarom dus meteen maar afgedaan als niet terzake doende in de kunst. Er wordt aan voorbij gekeken en de waarde is er niet van in gezien toen. Pas nu wanneer Susan van den Berg haar research heeft afgerond en vastgelegd in een boek, de schilderijen een podium hebben in één van de kabinetten van Museum Belvédère, komt er belangstelling voor dit bijzondere werk.

    Hanny Korevaar, Museum Belvédère

    Van den Berg gaat voor zover mogelijk en het onderzoek dat toelaat, dieper in op leven en werk van deze vergeten kunstenaar. In losse punten is haar biografie opgesteld en zijn tentoonstellingen opgesomd. Het verhaal vertelt de levensloop, de reizen, de plekken waar kunst ontstaat, de verborgen bloei, het plotseling neerleggen van het penseel, de neerwaartse spiraal in werk en leven. Het boek kan als catalogus bij de tentoonstelling in Belvédère worden gezien, maar heeft zeker kracht als zelfstandige uitgave en naslagwerk.

    Hanny Korevaar, Museum Belvédère

    Demonisch en zwoel

    Er is weinig bekend over dit kunstenaarsechtpaar. Toch weet Van den Berg voldoende interessante documentatie op te diepen om een lang verhaal kort te maken. Geïllustreerd met veel kleurige voorbeelden van haar werk en zwartwit foto’s waarop de kunstenaar zelf is afgebeeld. Het titelloze boek niet anders dan de naam van de vrouw – Hanny Korevaar – beschrijft een relatief korte periode van eigen bloei in de kunst. Een groei in de persoonlijke beeldtaal, die op het laatst schuurt tegen de abstractie. Maar steeds blijft de werkelijkheid van de goot aanwezig, veelal toch in realiteit en later in sfeer. De manier waarop de vormen op doek zijn gezet, de gebruikte kleuren. Het ademt alle een sfeer van begeerte en angst, perversiteit. De hang naar het onbereikbare. “Haar werk is demonisch en zwoel”, merkt een recensent in haar tijd op. “De sombere zijde van de wereld en de gedachten tot model gekozen.” Wonderlijk werk dat zeker boeit maar ook vragen oproept.

    Hanny Korevaar, Museum Belvédère

    Antwoorden worden in het leven van Korevaar maar nauwelijks gevonden, zo blijkt uit de research van Van den Berg. In de korte tijd van haar kunstenaarschap komt ze tot een geheel eigen vorm van expressionisme. Een opvallende eenling met een onstuimige stijl. Van den Berg roept in haar boek op tot meer waardering voor deze vrouwelijke kunstenaar. Het werk verdient het. “Nu is het tijd voor Hanny Korevaar. Niet als ‘vrouw in de kunst’ of als wederhelft van een inmiddels bekende schilder, maar als autonoom kunstenares met een eigen signatuur.”

    “Hanny Korevaar”, kunstenares en kosmopoliet. Tekst Susan van den Berg. Uitgave Ars et Animatio, 2019. Verschenen bij tentoonstelling in Museum Belvédère, 2021.

    Hanny Korevaar, Museum Belvédère
    Hanny Korevaar, Museum Belvédère