Waar Jan Snijder vertrekt vanuit de werkelijkheid en haar abstraheert tot gevoel, houdt Sabine Liedtke het zichtbare vast, maar tilt het uit de werkelijkheid naar een geconstrueerde, bijna onwerkelijke wereld. Het zijn de kunstenaars die op dit moment te zien zijn in De Kunsthof te Appingedam. Zij verbeelden niet de werkelijke omgeving; zij bepalen het innerlijk landschap. Het terrein van de emotie geven zij een in hun geest passend beeld. Die beeltenis kan schuren aan de werkelijkheid, maar is nooit de realiteit in zichzelf.
Trekt Jan Snijder met potlood en papier de wereld in, dan schetst hij het zichtbare. In het atelier werkt hij die verbeelde gedachten uit tot een uitdrukking van zijn indruk van dat moment op die plaats. Voor hem heeft die omgeving een plek omdat hij daar, toen en daar, zijn inspiratie opdeed. Vanuit de werkelijkheid dus. Zodoende boetseert Snijder met potlood en penseel het Friese landschap naar zijn hand. Het is het gevoel dat hij heeft bij hetgeen hij ziet, observeert en ondergaat. Die emotie legt Snijder eerst globaal vast in een schets op die plek in dat land. Later wordt die uitgewerkt. Iedere krijtlijn en elke verfstreek geeft de toon, bepaalt de sfeer.


Hoewel autodidact zou Jan Snijder een zoon van Museum Belvédère kunnen zijn. Hij beweegt zich in dezelfde geest: het Friese landschap, wind, water en wad, niet als afbeelding maar als abstract uitgangspunt. Daarin kan ik naadloos meegaan wanneer ik zijn manier van kijken overneem alsof het mijn eigen inzicht is. Dat kijken, daar gaat het bij Jan Snijder in eerste instantie om. Hij ziet, neemt waar, heeft daar een idee bij. In klad neemt hij dat mee naar huis om het in het net uit te voeren. Dat gevoel kan door de gedachte echter vertroebelen, in de tijd door de geest worden bijgeschaafd. Dat is juist wat de abstractie doet: het hoeft niet te kloppen met de zichtbare werkelijkheid als het maar parallel loopt aan de emotie.
Abstractie als herinnering
Abstracte ingevingen bij werkelijke observaties. Zo overdenkt Snijder de omgeving. Hij gebruikt elementen uit het landschap zonder deze in perspectief te zetten. De onderdelen zijn nauwelijks herkenbaar, maar nog wel is de werkelijkheid eruit af te leiden. De uitsnede is tijdloos, zonder plaatsaanduiding, van overal. Het is niet de essentie van de zichtbaarheid, maar het wezenlijke van de emotie daarbij. Iedere vlek, veeg of lijn stuwt mijn blik een nieuwe richting in. Er is veel te zien en genoeg te beleven in het werk van Jan Snijder. Het inspireert tot opnieuw kijken, nog eens kijken. Stilstaan en terugblikken.


De details bouwen met elkaar een ondervonden landschap op, niet naar de waarneming in beeld gebracht, maar als het gevoel bij die plek, die plaats. Daarbij hoef ik niets van de werkelijkheid te herkennen. Er kan een herinnering aan een vorm zijn, zodat ik mijn emotie kan zetten tegen die van Snijder. Mijn beleving is de herbeleving van zijn ervaring. Niet door zijn ogen kijk ik naar wat ik zie, maar door zijn geest beleef ik wat ik ervaar in zijn werk.
Jan Snijder is van de ratio, van het begrip voor het landschap, de natuur. Om daarop grip te krijgen leert hij de kijker zijn werk begrijpen. Niet met uitgesproken dwarse abstractie: in zijn composities is altijd nog de aanleiding tot het beeld te herkennen. Zijn onderzoek kan mijn beoordeling zijn. Hij kijkt voor mij, ik zie hem na.
Een werkelijkheid die niet werkelijk is
Ook Sabine Liedtke beleeft het landschap niet emotieloos. Maar haar gevoel beweegt zich als het ware in tegengestelde richting van dat van Snijder. Zij houdt vast aan het zichtbare, vertaalt dit echter niet in een realiteit. Het is wel werkelijk wat ik zie in haar verbeelding, maar die werkelijkheid is als een folly: een zorgvuldig opgebouwd beeld dat herkenbaar is, maar nergens helemaal werkelijk wordt.


Zoals die beelden van Liedtke zijn te benoemen, laat zij de eindigheid in haar werk doorwerken en zet zij de composities in de eeuwigheid. Het is haar hemel, haar leven na de dood. Uit het nest als kraamkamer vliegt het leven om even later de dood te vinden. Waar het ei het wezen belooft, is de dood nooit ver weg. Schijndood, zacht, kan een wezen zonder leven zijn. De levenloze vogel, dode dingen als afgebroken takjes. Waar ik bij andere, niet met name te noemen kunstenaars, echte takjes als kunst waarneem heeft Sabine Liedtke deze getekend, stuk voor stuk.
De vogel ligt er mooi bij, de snavel toe en de veren gladgestreken alsof afgelegd door de doodgraver. De dood wordt een gaaf antwoord op het leven. Niet mooier dan het is, maar meer toegankelijk door het lijk af te zonderen, afzonderlijk te laten zien. Dat is wat Sabine Liedtke doet: het onderwerp apart zetten, het van de bestaande context halen en het vervolgens uitzonderlijk in het niets in beeld brengen. Isoleren om beter te kijken, om in te kunnen zoomen op het onderwerp. Het vakkundige ontwerp bestuderen en de gedetailleerde uitwerking aanschouwen.
Van voorstelling naar denkbeeld
Echter, in de gemeenschap van de natuur is dan wel het detail te bestuderen; het samenzijn vormt de omgang met elkaar. Bij een hoop takken kun je een afzonderlijke ent oplichten alsof Mikado het spel is. Losse takjes op een rij turven het leven. De natuur schrijft de jaarringen van zich af en weet zodoende hoeveel tijd van zijn er nog is, met het klimaat in gedachten.


Bij de composities van Liedtke meanderen mijn gedachten tussen voorstelling en denkbeeld, van werkelijkheid naar de opvatting daarover. Mijn idee van leven en dood reflecteert in haar werk. Waar Snijder de werkelijkheid door zijn emotie vervormt, past Liedtke het zijnde aan haar concept van die realiteit aan. De werkelijkheid van Jan Snijder is abstract omdat zij een gevoel verbeeldt, maar de werkelijkheid van Sabine Liedtke zweeft daarboven. Het irrealisme schijnt onwerkelijk, maar is in metafoor de ware werkelijkheid.
Een eigen weg
Kortom, het werk van beide kunstenaars is uniek in zichzelf. Zij kunnen wel beïnvloed zijn, gedreven vanuit een andere geest, en zich daardoor hebben laten leiden, maar zij gaan daarmee een eigen weg. Want zowel Jan Snijder als Sabine Liedtke staan in een traditie, zetten sporen in de kunstgeschiedenis. Zij geven een persoonlijke draai aan wat eerder is uitgesproken en afgebeeld. Zij groeien in een eigen stijl en borduren individueel voort op de thema’s landschap en natuur. Hoewel hun werken een realistische basis hebben, draait het uiteindelijk om het gevoel dat zij oproepen.
Tentoonstelling schilderijen van Jan Snijder en tekeningen van Sabine Liedtke bij De Kunsthof, Blankenstein 2 in Appingedam. Van 15 augustus tot en met 4 oktober 2026.
Foto’s © Gerbert Jonkman








































































