Tag: tentoonstelling

  • Roland Sohier ontknoopt als Maria de verwarring

    …gelukkig hebben we de foto’s nog. Was het een slotscène? Waren wij toeschouwer van de apotheose, het hoogtepunt, de ontknoping van wat de kunst van Roland Sohier voor de mensheid betekent? Het resultaat van een leven lang aanschoppen tegen de menselijke toestand? Heeft de kunstenaar zich door de jaren heen met zijn werk in teveel bochten gedraaid, zodat de kunst complex, chaotisch en verwarrend is geworden, letterlijk in de knoop geraakt? Dat een laatste expositie de ingewikkelde gewaarwording moest ontwarren. “Ontknopen is geen daad van kracht, maar van aandacht: het vraagt tijd, geduld en de bereidheid om niet meteen te begrijpen,” lees ik op de website van Galerie Larik, waar de fysieke ontknoping plaatsvond.

    Die expositie daar is nu gedaan, maar gelukkig heb ik de foto’s nog. En het is fijn dat ik het schetsboekje behorend bij de tentoonstelling door de kunstenaar kreeg toegestuurd. Want het moment mag dan voorbij zijn, de essentie is met boekje en foto’s bewaard gebleven. De knoop is daar in allerlei vormen nog aanwezig. De vraag blijft of de expositie werkelijk een ontknoping was, of dat dit voorzichtig trekken aan de uiteinden een stevige ruk in de juiste richting teweeg heeft gebracht. En blijft Sohier ageren, want de knoop beseft niet meteen dat hij is ontwart; dan blijft de verwarring.

    Een knoop in het aardse bestaan

    Op zijn website schrijft kunstenaar Roland Sohier dat hij zijn licht laat schijnen over ‘de menselijke toestand’. Zonder letterlijk te willen zijn, levert dat werk op dat getuigt van dreigend ongemak en onrust in deze tijden van verwarring. Die vita activa van de mens heeft dus de voortdurende, niet aflatende aandacht van Sohier. Het maakt zijn arbeiden, werken en handelen interessant. Op een cartooneske manier neemt hij de hoogmoed op de hak. Al diverse onderwerpen passeerden bij hem de revue, een parade die de show meermaals en op diverse plekken stal. Zijn belachelijke tekeningen en absurde schilderijen leggen een knoop in het aardse bestaan. De spanning die zijn composities in gang zetten, legt een knoop in mijn maag. Wat zie ik, en wat moet ik ermee? Ondanks de weerzin die zijn werk wel oproept door de uitgesproken aversie voor de menselijke arrogantie, blijven het vette tekeningen die iets betekenen en die ik daarom gezien moet hebben.

    Een leven lang tegen de pedanterie van het zijn schoppen, knopen maken en ontwarren, en toch geen ontknoping – alleen steeds nieuwe manieren om in de knoop te raken. Sohier is een nestor in de kunst die zijn sporen heeft verdiend. Maar hij is nog lang niet opgebrand en heeft nog voldoende stof voor beelden. De situatie in de wereld noopt hem telkens met jeugdige brutaliteit het zijn dat hem minder aanstaat, pootje te lichten. Ondanks dat hij in de groei van zijn oeuvre een duidelijk eigen stijl heeft ontwikkeld, weet hij steeds weer opnieuw te verrassen. De ontknoping zet geen punt achter zijn carrière, maar opent een deur die een ander heeft dichtgedaan.

    De menselijke toestand strikken

    Het schetsboekje, dat voor mij als herinnering aan de tentoonstelling op tafel ligt, heeft een zwarte kaft zonder opdruk, zonder verwijzing of aanduiding van herkomst. Zo onpersoonlijk als een naamloze agenda. De titel, de drager van bedoeling en intentie, is van minder belang. Het schrift kan rubriekloos in mijn bibliotheek verdwijnen. Het gaat om de inhoud; het gaat over knopen. Het toont allerlei knopen, van schootsteek tot vissersknoop, van paardenknoop tot wurgsteek, en van dubbele paalsteek tot molenaarsknoop. Het geeft voorbeelden, zodat ik zelf een Gordiaanse knoop kan leggen, een Windsor-knoop in mijn stropdas kan draaien, of mijzelf kan opknopen. Het legt verbanden tussen knopen uit diverse windstreken om de wereld en de menselijke toestand te strikken en samen te vlechten, en zo strak aan te trekken alsof het een Shibari-harnas betreft.

    Ook neemt Sohier een loopje met de knoop, zoals hij het zijn niet serieus neemt. Want de knoop kent veel betekenissen in diverse hoedanigheden. Er kan iets mee worden gesloten, het kan een verbinding zijn. Het kan een triggerpoint zijn, een nodium, een vertex. Het kan een snelheid aanduiden, een punt in de goederenstroom, en het kan een achternaam zijn. Is het een metafoor en neemt het plaats in een uitdrukking, dan staat het symbool voor een toestand: in je oren knopen, de eindjes aan elkaar knopen. Sohier geeft beeld aan nietsigheden die van levensbelang zijn voor het reilen en zeilen. De knoop geeft vastigheid, legt een verband en vervlecht de wereld.

    Met kunst knopen ontwarren

    Het schetsboekje is eveneens een herinnering voor de kunstenaar zelf, om nog eens na te gaan hoe hij tot dit thema is gekomen, wat er door zijn hoofd is gegaan en waar hij door bevlogen inspiratie uitdrukking aan heeft gegeven. Het is geen catalogus bij de tentoonstelling, maar het heeft wel dezelfde zwartgallige inslag. Galerie Larik namelijk was door Sohier veranderd in een donkere grot door vellen papier zwart te bewerken en als behang aan de muren te plakken. Aan dat gegeven geeft hij verantwoording achterin het boekje, want hij zag licht aan het eind van de tunnel. De begrafenis van paus Franciscus was voor hem de trigger tot verbeelden. In die processie kwam een wonderdadig genadebeeld naar voren met als titel “Maria die de knopen ontwart”. Het symboliseert haar vermogen om tussen God en de mensen te komen, en de complexiteit en moeilijkheden van ons leven te ontknopen.

    Niet dat Roland zich Maria meent, maar hij zag in deze toewijding wel een actueel thema. In het licht van de huidige situatie in de wereld probeert hij met zijn kunst knopen te ontwarren. De Maria zie ik in de tekening terug in het schrift, en bespeur ik in schildering op foto’s van het gebeuren. Er valt veel te ontwarren, maar sommige dingen krijgen geen oplossing. De metro in Washington en in Kuala Lumpur blijft een chaotische plattegrond. En ik probeer, net als vroeger, een kop en schotel tussen mijn handen te knopen, de eagle pose voor de spiegel na het douchen aan te nemen. Ik begrijp niets van de indian rope trick, maar heb dan ook geen slangenbezweerdersfluit. Gelukkig heb ik het schetsboekje nog, dan kan ik de verschillende knopen er eens op naslaan. Knopen die gezien moeten zijn, omdat ze iets betekenen.

    De Ontknoping. Moleskine schetsboekje van Roland Sohier. Met gedicht van Astrid Lampe en titelpagina door Johan Lubbers. Uitgebracht in eigen beheer, winter 2025.

    Roland Sohier, Galerie Larik, De Ontknoping

  • Drents Museum groot in Microkosmos

    De mens heeft altijd gejaagd en verzameld, nog vóór hij begreep waarom. Wat ooit noodzaak was, werd later verlangen. Ooit joeg de mens op dieren en verzamelde hij wat de natuur bood; later verschoof de jacht naar objecten en werd verzamelen een manier van kijken. Van overleven naar bezitten, van noodzaak naar betekenis. In jagen als actieve gerichtheid en verzamelen als behoud en ordening verenigt de moderne mens beide in de figuur van de collectioneur – een houding die haar vroegste, tastbare vorm vindt in de Wunderkammer. Een dergelijk kunst- en rariteitenkabinet is een wereld in het klein, een microkosmos. Een aantal eeuwen geleden had iedere zichzelf respecterende, meer dan gemiddeld vermogende familie een dergelijke verzameling. Die werd aangelegd tijdens reizen naar vooral het Oosten en de binnenlanden van Afrika. Maar ook in Europa was genoeg te ontdekken om als rariteit te verzamelen. Echter na de 19e eeuw raakte de wonderkamer enigszins uit de gratie en ontstonden uit dergelijke bonte verzamelingen oudheidkamers en musea.

    Drents Museum, Microkosmos, Wunderkammer, rariteitenkabinet

    Het Drents Museum, ooit ontstaan om archeologische en historische vondsten te bewaren en te tonen, besteedt aandacht aan het fenomeen Wunderkammer in een soort van afscheidstentoonstelling voor de scheidende museumdirecteur Harry Tupan. Kunsthistoricus Tupan is een verzamelaar en heeft in zijn museumtijd de collectie op alle deelgebieden fors uitgebreid: “Een levenslange zoektocht naar schoonheid en verwondering. (…) Ik doe heel veel vanuit mijn gevoel”. Als hartstochtelijk en gepassioneerd collectioneur met een fijne neus voor bijzondere voorwerpen en kunstobjecten zit je in een museum uiteraard op een droomplek. Er is een ruimte tot je beschikking waar al het verworven materiaal kan worden opgeslagen en, belangrijker, aan publiek kan worden getoond. Hoewel de inhoud van een Wunderkammer vroeger alleen geopend werd voor familie en vrienden, tegenwoordig is een museum laagdrempelig en voor iedereen toegankelijk.

    Cabinet of curiosities

    Het rariteitenkabinet is de voorloper van het museum. In die wereld waarin objecten en attributen van overal en nergens, die weinig overeenkomsten met elkaar schijnen te hebben, zijn samengebracht draait het vooral om verwondering – steeds opnieuw keert dat woord terug, schoonheid en het zonderling bijzondere van de vertoning. Het Drents Museum heeft in het bestaan meerdere van dergelijke eigenaardige tentoonstellingen georganiseerd. Het museum beschouwt deze Microkosmos als één groot kunstwerk waarin traditionele objecten uit de Wunderkammer praktijk samengevoegd worden met wonderlijke hedendaagse kunstwerken. Want het cabinet of curiosities staat weer volop in de belangstelling. Meer dan de gangbare tentoonstellingen van beeldende kunst is de verwonderkamer een belevenis op zich, daarom niet verwonderlijk dat moderne jagers en verzamelaars, hedendaagse kunstenaars, er heil in zien het onder de aandacht te brengen.

    Drents Museum, Microkosmos, Wunderkammer, rariteitenkabinet

    In het museum kan de bezoeker zich vergapen aan de opstellingen en uitstallingen, waarin de objecten zich merkwaardig genoeg natuurlijk tot elkaar verhouden. Onder de titel Microkosmos is het museum als een zoekplaat om al die schoonheid te ontdekken. De verrassend vormgegeven catalogus kan daarbij een reisgids zijn. Achtergronden van de bijzondere verzamelstukken worden gegeven, verzamelaars komen aan het woord, kunstenaars geven uitleg over hun werk en de geschiedenis van de Wunderkammer wordt belicht. De uitgave is een waar verzamelobject en een welkom naslagwerk wanneer de kabinetten van de tentoonstelling straks zijn uitgeruimd. Het Drents Museum, altijd op zoek naar de verwondering, heeft onder leiding van Harry Tupan meerdere van dergelijke bijzondere tentoonstellingen georganiseerd, en daarbij meerdere passende catalogi uitgegeven als rariteiten in de boekenkast, zoals Viva la Frida!

    Historische verzamelingen

    In de begeleidende publicatie wordt dat instinct expliciet benoemd: “Noem het menselijk instinct, noem het een drang of soms een verslaving, het zit in de menselijke natuur om te bewaren. Om te overleven, te herinneren, uit persoonlijke fascinatie of als middel om jezelf mee te presenteren naar de buitenwereld.” Lees ik als inleiding op een hoofdstuk in het boek. “Deze individuele bewaardrang was het startpunt van verzamelingen en uitzonderlijke ‘collecties’. Als instellingen gaan verzamelen, wordt er nieuwe invulling gegeven aan die drijfveer. Kennis vergaren, onderzoeken en vergelijken, maar ook financiële motieven spelen een rol.” Niet alleen het rariteitenkabinet en later het historisch museum is een middel om de wereld te ontdekken, ook in het kunstmuseum kan een tot dan onbekende nieuwe wereld worden aangetroffen. De objecten hebben een verhaal, een boodschap die nu kritisch benadert zal worden. De historische verzamelingen zijn in het verleden niet altijd op een manier verworven die een schoonheidsprijs verdient. Verzamelen is immers onlosmakelijk verbonden met commercie en handel. Maar het is geschiedenis en toont hoe men destijds de wereld bekeek en zich dacht de schoonheid ervan te mogen toeëigenen. De medaille heeft twee zijden. Er is de verwondering over de verzameling en over de manier van verwerven. De verzamelaars van toen hebben heel wat uit te leggen en excuses te maken.

    Drents Museum, Microkosmos, Wunderkammer, rariteitenkabinet

    Het boek beschrijft en de tentoonstelling toont een keur aan verzamelingen, waarbij Tupan hoopt “dat monden van mensen gaan openvallen doordat we het onbekende naar binnen hebben gehaald”. Microkosmos laat natuurlijk objecten en kunstwerken van anderen zien, maar deze wereld in een Wunderkammer is toch vooral de omgeving waarin Harry Tupan graag verkeert. Er is in de uitgave dan ook ruim aandacht voor Tupan, die na ruim 45 jaar verbonden te zijn geweest aan het Drents Museum in september 2025 met pensioen is gegaan. Daarnaast komen verzamelaars aan het woord die hem fascineren als mens, hoe ze eruit zien, zoals ze zich gedragen en zoals ze doen. Dat weerspiegelt zich in hun collecties vindt Tupan. “Eigenlijk is die collectie hun spiegel, ze zijn het.” Ze hebben de behoefte om hun wereld te ordenen en betekenis te geven aan dingen, gedreven door verwondering en nieuwsgierigheid.

    Bewondering en verbazing

    Verder komt uiteraard het verzamelen zelf aan bod, de opbouw en inrichting van de rariteitenkabinetten door de eeuwen heen. Daarin spiegelt zich tevens de eigenaar, en reflecteert de wereld en de maatschappij in de tijd dat de Wunderkammer is ontstaan. Iedere uitstalling heeft een eigen historische waarde, de persoonlijke beleving van degene die het heeft samengesteld. Vooral het vervreemdende en het exotische trok en trekt nog altijd de aandacht. Het is fascinerend te zien wat men zoal belangrijk vond om te verzamelen.

    Drents Museum, Microkosmos, Wunderkammer, rariteitenkabinet

    Behalve het oproepen van bewondering en verbazing droegen de rariteitenkabinetten ook bij aan kennisvermeerdering en praktische toepassing. Het waren niet slechts bonte collecties bijeengebracht van over verre grenzen, maar deze bevatten tevens talloze meestal merkwaardige verhaallijnen. Het schijnt dat alles wat bij wijze van spreken los en vast zat werd verzameld. Van de kleinste schelp tot de grootste krokodil en alles wat daar als artificialia en naturalia tussen zit. De inhoud van een dergelijk kabinet, dat inderdaad begint als kast met laden en bij uitbreiding van de collectie uitgroeit tot een volgestopte ruimte, is een verzameling objecten die niets met elkaar te maken lijken te hebben. Echter zijn de voorwerpen met zorg uitgekozen: voor wat ze waard zijn, voor de herinnering die ze bij zich dragen, of wat ze voor de toekomst of het verleden betekenen. Voor de verzamelaar heeft het een persoonlijke betekenis. De buitenstaander kan zich er kostelijk mee vermaken.

    Kunstenaar is ontdekkingsreiziger

    De Wunderkammer staat opnieuw in de belangstelling en hedendaagse kunstenaars houden zich er op een moderne manier mee bezig. De klassieke Wunderkammer gaat over exclusiviteit, tegenwoordig juist over inclusiviteit. Pronkte men eertijds met zeldzame voorwerpen, nu worden kunstobjecten gemaakt van alledaagse materialen. Zo verschuift de aandacht maar blijft de verwondering het toverwoord. Het weerspiegelt een diepgewortelde menselijke fascinatie voor verzamelen, ordenen en bewaren. Het is niet slechts een etalage van exotische curiosa, maar een kritisch podium waarin vragen over duurzaamheid, kennis en macht worden gesteld. Een spiegel van de tijd waarin we leven. De kunstenaar is ontdekkingsreiziger en vindt andere manieren om met bestaande materialen nieuwe verhalen te vertellen. De Wunderkammer is volwassen geworden. De jagers en verzamelaars uit het verleden zijn in het heden nog altijd op zoek naar rariteiten om collecties aan te leggen. De wereld verwondert zich.

    Microkosmos, de wereld in een Wunderkammer. Publicatie ter gelegenheid van de gelijknamige tentoonstelling in het Drents Museum. Van 7 september 2025 tot en met 1 maart 2026. Waanders Uitgevers / Drents Museum, 2025.

    Drents Museum, Microkosmos, Wunderkammer, rariteitenkabinet
    Drents Museum, Microkosmos, Wunderkammer, rariteitenkabinet
  • Griendenvangst-serie hoogtepunt oeuvre Joensen-Mikines

    Om een andere reden was ik in Museum Belvédère. Maar omdat ik er toch was liep ik nog snel door de hoofdtentoonstelling in de oostvleugel. Een korte blik kon nog net voor sluitingstijd op die dinsdagmiddag. Door de landschappen en zee-schilderijen welke ik op mijn ronde zag kreeg ik een eilandgevoel, maar niet meer dan dat. Gecomponeerd met impressionistische tonen laten ze welhaast expressionistisch het licht en de ruimte van in dit geval de Faeröer Eilanden zien. Ze linken losjes aan het werk van Noord-Nederlandse landschapschilders die in de collectie van dit museum zijn vertegenwoordigd. Maar waar mijn oog op viel en wat mijn blik onwillekeurig vasthield waren de dynamische indrukken van de traditionele griendenvangst. Laat ik de andere schilderijen in het oeuvre aan mij voorbij gaan, deze bloederige en wonderbaarlijke visvangst zal beschreven zijn.

    Always the sea

    Waar hebben we het over. Ik bezocht op de valreep de eerste solotentoonstelling in Nederland van Sámal Joensen-Mikines. Met als titel “Always the sea” is de zee een belangrijke inspiratiebron voor deze op de Faeröer Eilanden geboren schilder. Hij is zonder twijfel de kunstenaar die de Faeröer op de kaart van de moderne schilderkunst heeft gezet. Naast de zee als onderwerp waren tevens bijzondere en gangbare momenten op de eilanden een bron en de stille landschappen die de ruigheid van de omgeving tot in de kleinste penseelstreek vastleggen. Wat door al deze werken heen voelbaar is, is een constante spanning tussen mens en natuur, tussen kwetsbaarheid en kracht, tussen ritueel en persoonlijke ervaring. Zijn schilderijen zijn nooit alleen maar illustratief of gedocumenteerd; ze zijn reflecties op het leven zelf, op de stilte en het geweld, op de schoonheid en het onverbiddelijke karakter van een eilandgemeenschap die haar lot deelt met de zee en de wind.

    Naast de landschappen en zeegezichten, waar de ruime stilte de boventoon voert, spat de rumoerige levendigheid van de griendenvangst-serie af, waarop ik in de tentoonstelling stuitte. Het zette meteen mijn beschouwing op scherp. Het bloed spettert in het rond, de composities kleuren rood. Het is een dynamisch spel van lijven en lichamen, dier en mens in een strijd op leven en dood. De vissen worden in het nauw gedreven en kunnen geen kant op, ze worden bij bosjes afgeslacht.

    Hoewel het een traditionele visvangst betreft is het bij de beesten af. Het openbare abattoir, de natuurlijke slachtplaats, is expressief door Mikines afgebeeld, verbeeld. Je ruikt als het ware angstzweet, hoort gegil door bloedvergieten, voelt geweld en proeft sfeer. Waar Mikines in het verstilde werk impressionistisch overtuigt, zet hij in deze serie expressionistisch krachtig zijn handtekening.

    Griendenvangst

    Waar gaat het over. De griendenvangst is een traditie op de Faeröer voor de eilandbewoners om te overleven. Het ritueel begint vaak onopvallend, met een melding langs de kust en een lichte onrust in het dorp. Op zee vormt zich een langzame beweging: boten die geen haast hebben, maar doelgericht varen. In het water tekenen zich de donkere lichamen af, grienden die dicht bij elkaar blijven, zoals ze dat altijd doen. Hun vertrouwen in de groep wordt hun leidraad richting land. De baai opent zich als een natuurlijke kom. Het water wordt stiller, ondieper, en de zee lijkt haar ruimte langzaam prijs te geven.

    Wat daar gebeurt is geen jacht in de gebruikelijke zin, maar een handeling die zwaar leunt op gewoonte en collectief geheugen. Mensen werken samen, zwijgzaam, met een ernst die verraadt dat dit meer is dan voedsel alleen. Wanneer het voorbij is, keert de rust terug. De zee sluit zich weer, de baai draagt de sporen nog even met zich mee. Het vlees wordt verdeeld, zonder handel of winst, van hand tot hand. Voor sommigen is het een noodzakelijk ritueel, voor anderen een hard en pijnlijk schouwspel. Zo blijft de griendenvangst bestaan: als een plek waar traditie, natuur en morele twijfel elkaar raken.

    Het geweld van de jacht

    In deze serie komt alles samen wat Mikines drijft tot schilderen: de gemeenschap, die zich buigt onder de wetten van overleven; de kwetsbaarheid van leven; en de brute kracht van de natuur. De mensen verdwijnen in de massa. De grienden verdwijnen mee, lossen op in een abstracte verbeelding die werkelijkheid is. De kleuren in deze serie dragen de emotie op een bijna fysieke manier. Het bloedrode water contrasteert scherp met het loodgrijs van de zee en het donkerblauw van de lucht. Het dwingt mij om stil te staan bij het gewicht van de gebeurtenis die is afgebeeld. Het geweld van de jacht wordt niet verheerlijkt, niet geromantiseerd. Mikines’ penseelstreek, ruw en soms onverwacht in felheid, versterkt een gevoel van afkeer en tegelijk heeft het een bepaalde schoonheid. Het magnetiseert mijn blik, steeds moet ik terug kijken, telkens houdt het mijn aandacht. Ik zal nog eens terug gaan, weer zien. Nog eens de tentoonstelling bezoeken. Zolang het kan.

    Wat Mikines’ werk zo aantrekkelijk maakt, is de manier waarop hij het individuele en het collectieve tegelijk laat zien. Zijn mensen zijn geen helden, de grienden geen symbolen; alles is onderdeel van een groter geheel, alles staat met elkaar in verbinding. Het is geen verhaal, geen verslag, geen beschrijving van een ritueel; het is een ervaring die ik meeneem, me laat voelen wat het betekent te leven in een wereld waarin de natuur groter is dan de mens, en waarin traditie en overleven onlosmakelijk verbonden zijn. Dan kijk ik nog even om de hoek naar de stille baai, het verstilde landschap. En zie ik de schilder model staan voor zijn inspiratie. Voel ik zijn fascinatie voor dat water, voor dit land, voor deze natuur. Begrijpelijk.

    Sámal Joensen-Mikines, Always the sea. Tentoonstelling Museum Belvédère, Oranje Nassaulaan 12 in Heerenveen-Oranjewoud. Tot 8 februari 2026.

  • De Deelen volgens Kuitwaard en Van Dijck

    Dacht ik in het boek het silhouet van Sjoerd de Vries in een werk van Christiaan Kuitwaard te ontdekken (Zie “Natuurgebied De Deelen weergegeven in veertig schilderijen). Een schaduw mijmerend de moerasbosjes en petgaten beschouwend. In de tentoonstelling op dit moment bij Museum Belvédère waart de geest van wijlen Sjoerd inderdaad voelbaar door Christiaans schilderijen en daarbij de werken van Bruno van Dijck. Het boek was er eerder dan de tentoonstelling. Echter met het bezoeken, bezien en bewerken van de inspiratie, bron van bezieling, is het allemaal begonnen. Nadat Kuitwaard en Van Dijck elkaar tijdens een eerdere presentatie in Belvédère ontmoetten en het klikte qua leven en werken. De overeenkomst komt tot uiting op de omslag van het boek met geschilderde impressies van het natuurgebied. De werken lopen naadloos in elkaar over, dragen eenzelfde karakter en bezitten een eendere sfeer.

    Die uitgave is een handzaam in harde kaft gevat boekje, niet groter in afmeting dan de werken zelf. De inhoud besprak ik een half jaar geleden en was bijzonder benieuwd naar de latere presentatie in het museum. Om de werken in het echt te zien, de verf te kunnen ruiken, de penseeltoets en krijtstreep te kunnen aanvoelen, de sfeer te proeven, het gevoel te krijgen die de mannen in De Deelen hadden. Want ze zijn ter plaatse gegaan om de stemming te ervaren die Sjoerd dus voor hen had, en Evert en Jelle en Willem hadden. En de bron waaruit nu nog Jan Snijder put. Niet dat ik de karakteristieke rietkragen zal ontdekken, die Sjoerd bij leven en welzijn in boekomslagen heeft gekrast. Of de paling opmerk waarvan Evert het vel gebruikte om te beelden. Ik zie niet de dauw over de velden, de nevel tussen de struiken, de witte wieven van Willem. Ieder mens, en in dit geval elke kunstenaar, die het gebied in trekt heeft daarvan een andere beleving.

    Broeders in de kunst

    Voor de tekst in het boek ging Han Steenbruggen naar het natuurgebied dat hij voordien enkel kende van het werk van de Deelenschilders en het boek dat Thom Mercuur ooit samenstelde over De Deelen. Hij dompelde zich in het licht van voorjaar en najaar, dat strijklicht dat de vegetatie welhaast van onderen belicht alsof het spelers op een toneel zijn, voor het voetlicht. Vooral dat vroege en late schijnsel is in dit gebied belangrijk. Het maakt en breekt de sfeer. Meest in dageraad en schemer, lente en herfst, tekent de natuur het leven langs de rietkragen en tussen de struiken. Is het boek nog opgedeeld naar kunstenaar, in de tentoonstelling worden de werken in relatie tot elkaar getoond. Vallen de overeenkomsten en tegenstellingen in benadering van de werkelijkheid beter op. Het een kan in het ander schuiven, maar valt er niet als blauwdruk overheen.

    De broeders in de kunst Bruno en Christiaan waren daar in De Deelen in het voorjaar van 2023 voor een week, deden en plein air inspiratie op langs boorden, in velden en op plassen. Bruno nam zijn bevindingen mee naar het atelier in Zoersel bij Antwerpen, maar Christiaan ging vanuit zijn werkplek in Oldeberkoop nog vaker terug op andere tijdstippen van het jaar en momenten van de dag. Want mei bleek toch niet de geëigende maand te zijn om de stemming van gele rietkragen en diep zwart water te vatten. Daarvoor was de herfst het juiste jaargetijde. Het moment dat de natuur zichzelf afbreekt om opnieuw te kunnen beginnen. Zich te ruste legt om in winterslaap te gaan en uitgerust en lentegroen een volgend jaar aan te vangen. Het strijklicht van de lage zon door de maanden waarin de r zit geeft het waterrijke landschap een bijzondere kleur en uniek karakter. Tinten die op andere momenten nauwelijks worden gehaald, of het zal de schemer zijn, het ogenblik dat de dag door de nacht breekt en andersom.

    Vertalingen van de werkelijkheid

    Over zijn beleving op verschillende momenten in het natuurgebied schreef Han Steenbruggen een drietal essays voor het boek met schilderijen van De Deelen. De publicatie, simpelweg als “De Deelen” betiteld, bevat een veertigtal kunstwerken van Van Dijck en Kuitwaard, plus nog enkele sfeerfoto´s van het gebied en de kunstenaars aan het werk. De tentoonstelling is een ruime keuze uit deze serie. In beelden vatten de schilders de werkelijkheid samen, in teksten recapituleert de schrijver zijn bevindingen. In de tentoonstelling zijn die beeldende bewoordingen niet verwerkt, de catalogus dient als leidraad en richtsnoer. Wegwijzer om het gebied eens te bezoeken en de plekken die de kunstenaars visueel beschrijven te ontdekken.

    Het is bijzonder te ervaren hoe twee kunstenaars op dezelfde plek tot diverse vertalingen van de werkelijkheid komen. En toch zo goed op elkaar inspelen en aansluiten. In de eigen stijl en op de persoonlijke manier met enige invloed van de ander heeft het duo boeiende sfeerbeelden gemaakt. De omgeving is vooral landschappelijk en horizontaal bekeken, maar deze vlakheid verdiept zich en vindt grond in stil water. Er is geen leven nog van vogels en insecten. De kunstenaars hebben geen oog voor langstrekkende snelle bewegingen van opvliegende ganzen en zoemende bijen. De blik kleeft aan het struikgewas en het kabbelende water. De tijd is op het meest sprekende en karakteristieke moment stil gezet, bevroren en geportretteerd. De verfhuid is wel bewerkt met de achterkant van het penseel of het zwart van houtskool om beweging te suggereren. Het trekt lijnen door de sfeer, geeft contour aan het gevoel.

    Kalm in beweging

    Kuitwaard geeft dan het licht ruimte in zijn werk, waar Van Dijck zich richt op beweging. Het stille water spiegelt de tonen van het voorjaar. Leliebladeren liggen als een school vogels op dat water. Hoewel dit liquide oppervlak zich monumentaal in het portret uitspreidt, het egaal en ongerimpeld over de drager ligt, is de verfhuid kalm in beweging. Met subtiele verfvegen weten de schilders dynamiek te brengen in de stille gelatenheid. Het is niet een opvliegende gans die gakkend de stilte doorbreekt, maar de wind die het water doet golven in de vroege ochtend. Vooral dat tijdstip van de dag maakt de stemming, bouwt de sfeer. In latere uren is die magie in werkelijkheid verdwenen, maar voegen de schilders deze in abstractie aan hun werk toe.

    De mannen zijn er niet tijdens de hardvochtige en te zonlichte zomermaanden. De tijd waarin de mens tot leven komt, maar de natuur in stemming omslaat. Het hoogtepunt van de dag is ook niet het middaguur, wanneer de zon op het hoogste punt staat en elk contrast vervaagt. Een dag is als een jaar, met eenzelfde afwisseling van seizoenen. De uiterste sfeer is er in de vroege morgen en het begin van de avond, in het voorjaar en het najaar. Bij uitspruiten en afsterven. De bloei is daarentegen hoewel in schoonheid op het toppunt het minst tot de verbeelding sprekend.

    Sereen landschap

    De kunstenaars geven vooral de stilte van en in dit gebied een plek. In de schilderijen ritselen bladeren en rimpelt water. Terwijl op de achtergrond het verkeer over de snelweg raast is serene rust en welkome eenzaamheid in deze natuur ter plaatse te ervaren. Wie De Deelen bezoekt of heeft bezocht zal dit beamen. Dit vredig zwijgen van de ooit door mensenhanden gemaakte omgeving is te doorvoelen in de schilderijen van Bruno van Dijck en Christiaan Kuitwaard. Zij portretteren een gebied waar de natuur weer bezit van heeft genomen nadat de mens het heeft verlaten. De petgaten herinneren nog vaag aan de modderige landarbeid van turfstekers. De natuur heeft teruggenomen wat het eerder is ontnomen.

    Waar Kuitwaard de rust figureert en de kalmte vorm geeft in een sereen landschap, daar vat Van Dijck het moment op detail en bemerkt het wateroppervlak een zojuist opgevlogen eend. Die beweging valt nog af te lezen in de geschilderde impressies, hoewel de sfeer alweer rust ademt. Kuitwaard is een bedaarde schilder die gelaten en beheerst de omgeving met zijn penseel beschouwt. Van Dijck heeft een wildere toets, berustend expressief. De composities zijn spontaan overdacht, immers de schetsen van ter plaatse gemaakte inbeeldingen zijn de grondslag voor de uitwerking. In de verftoets moet later de eerder ervaren sfeer opnieuw worden opgeroepen. De tijd heeft het beeld getekend, de herinnering kan andere gedachten de ruimte geven. Daarom geeft Van Dijck in zijn werk de abstracte emotie een plek, waar Kuitwaard de realiteit vorm geeft. Zo sluit het werk op elkaar aan. Is het ene complementair aan het andere. Richt de Vlaming zich op het detail, waar de Fries het grote geheel ziet. “De Deelen” is een geschilderd document van een bijzonder landschap.

    De Deelen. Christiaan Kuitwaard & Bruno van Dijck. Schilderijen van een natuurgebied. Tentoonstelling bij Museum Belvédère, Oranje Nassaulaan 12 in Heerenveen – Oranjewoud. Van 28 juni tot en met 21 september 2025.

  • Soulmates: het gevoel van thuiskomen

    Intussen is duidelijk dat particuliere verzamelaars een essentiële schakel zijn in de kunstsector”, schrijft Henri Swagemakers in het boek dat zijn collectie fotografie als onderwerp heeft. Het boek is de catalogus bij een tentoonstelling van deze deelcollectie in Stedelijk Museum Breda: Soulmates. Er kan worden gesteld dat zonder verzamelaars musea nauwelijks bestaansrecht hebben. Musea zelf hebben amper financiële middelen om het hoofd qua uitbreiding van de aangelegde verzameling te kunnen bekostigen. Men is aangewezen op fondsen, sponsoren èn verzamelaars. Niet alleen particulieren verzamelen, ook bedrijven en instellingen als banken leggen een kunstcollectie aan. Ook worden er musea gesticht om een verzameling onderdak te bieden, daarvan bestaan in Nederland diverse voorbeelden. Swagemakers zegt over de verzamelaar als schakel: “Voor galeries om te verkopen, voor kunstenaars om geld voor hun werk te ontvangen en bekendheid te verkrijgen, voor musea als bron van bruiklenen voor tentoonstellingen en om al dan niet door schenkingen en legaten hun collecties te versterken.

    Kunstbeleving een visueel gebeuren

    Op de planning van musea worden het tonen van verzamelingen meermaals ingevoegd. Dat is een goede zaak, zodat onderdelen van de collecties niet ongezien in kluizen verdwijnen. Dat de kunst kan bekeken worden en zichtbaar blijft, want de kunstenaars hebben hun werk voor het licht gemaakt – niet voor de duisternis van het depot. Het is een kwestie die meerdere malen op het bordje bij Swagemakers terecht komt: “Vind je het niet jammer dat niemand anders het door jou gekochte werk nog te zien krijgt?” Maar hij dient van repliek door te stellen dat musea per jaar 4 procent van hun bezit tonen. Het kan zelfs zo zijn dat sommige stukken nooit meer worden geselecteerd om publiekelijk te laten zien, omdat deze in geen enkele opstelling passen. Swagemakers vindt het overigens een vreemde vraag, die nooit gesteld wordt aan een rekeninghouder met een groot financieel bezit: “Vind je het niet jammer dat je zo veel geld hebt waar je niets mee doet?” Geld hoeft niet gedeeld te worden met derden, kunst kennelijk wel.

    Voor oud-advocaat Henri Swagemakers is kunstbeleving in de eerste plaats een visueel gebeuren. Het zien optimaliseert de beleving, het hebben maakt die ervaring mogelijk. Hij is een liefhebber die zich graag omgeeft met kunst en daar de financiële middelen voor heeft. Hij koopt voornamelijk werk van jonge kunstenaars die nog niet in de belangstelling staan, nog niet bekend zijn als zodanig. Het voordeel daarvan is dat deze nog niet aan de prijs zijn, en hij helpt door de aankoop de kunstenaars op weg. Veelal blijkt later dat zijn aanschaf een goede keuze was, omdat het werk in waarde is vermeerderd en de kunstenaar naam heeft gemaakt. Echter van een belegging is bij Swagemakers geen sprake, hij koopt kunst omdat hij een liefhebber is. Wat in zijn collectie komt blijft daar, hij verkoopt nauwelijks door. “Het verwerven van kunst is vooral emotie”, vindt hij. “De beslissing iets te kopen maakt het spannend. Het werk moet me iets doen, het mag mooi of bizar zijn of wat dan ook. Het werk moet een gevoel oproepen, daar gaat het om.

    Swagemakers Collection

    De werken in ‘Soulmates’ roepen een gevoel op, niet enkel bij Swagemakers als bezitter maar ook bij mij als toeschouwer. De fotografie in de Swagemakers Collection heeft voornamelijk het menselijk figuur als onderwerp. De verschijning van de mens op de gevoelige plaat is daarin een rode draad. De scenes zijn samengesteld in de studio of op een plek in de buitenruimte waar het kunstfoto’s betreft. Maar ook zijn er gedocumenteerde platen bij die onderweg zijn geschoten in binnen- en buitenland, waarbij het toeval door de lens is gestuurd. In het analoge tijdperk kunnen afdrukken tijdens het proces of achteraf geretoucheerd worden, dit betreft dus het klassieke handwerk. Bij de digitale fotografie worden foto’s bewerkt op de computer en daarna geprint, tot op de pixel precies kan gewerkt en aangepast worden. Als het ware wordt de fotograaf een schilder en is de werkelijkheid getransformeerd tot fantasie. Hoe de uitwerking van AI ofwel kunstmatige intelligentie op de kunstfotografie zal zijn valt af te wachten. De kunstenaar vindt wel weer een weg daarin en zal het naar zijn of haar hand kunnen zetten, hoewel het computersysteem menselijke vaardigheden nabootst: aanleren, redeneren, anticiperen en plannen om zichzelf automatisch bij te sturen.

    Conservator Marjolein van de Ven is trots een selectie van de bijzondere fotoverzameling in Stedelijk Museum Breda te kunnen tonen. Zij verhaalt in haar voorwoord in het boek over haar bezoek aan Swagemakers en op welke manier de verzameling van schilderijen en tekeningen tot stand is gekomen. De nadruk kwam pas later op de fotografie te liggen, wanneer kunstenaars dit medium steeds vaker in hun werk gebruiken. Daarnaar gaat in eerste instantie de interesse van Swagemakers uit, maar al snel komen ook de traditionele fotografen bij hem in beeld. “Intussen is het medium niet meer weg te denken en omvat zijn collectie fotografisch werk in uiteenlopende stijlen en technieken van circa zeventig kunstenaars”. De grenzen vervagen tussen genres. Met name eigent de mode-industrie zich steeds meer de beelden van de kunst en de kunstfotografie toe.

    Bijzondere fotoverzameling

    In het boek bladerend maak ik een reis door de collectie van Henri Swagemakers. Ben ik onderweg langs de weg van de werkelijkheid die zich aldus voordoet en zoals gezegd kunstzinnig is gecomponeerd. Door een eigenzinnig standpunt in die realiteit te kiezen kan dat zijn worden vervormd tot een beeld dat boven de waarheid zweeft. Dat ik mijn fantasie moet focussen om de voorstelling te begrijpen. Achter de zichtbare echtheid schuilt dikwijls een verborgen verbeelding. De werkelijkheid speelt een spel op het wereldtoneel, het theater van de inbeelding. De fotograaf stelt scherp op het visioen in de coulissen om daar zijn of haar verhaal mee te doen. Wat ik zie is niet het oogmerk, maar wat ik voel is het objectief. De fotograaf probeert mijn emotie te kietelen om wat ik ervaar anders te beleven, mijn hongerende ogen de kost te geven en mijn dorstige blik te laven.

    Kunstwerken zijn als soulmates

    Ook de opkomst van digitale media en de kneedbaarheid van de fotografie door de snelle technologische ontwikkelingen gaat niet aan Swagemakers voorbij”, schrijft Van de Ven en  noemt enkele voorbeelden daarvan op. Deze maken zichtbaar dat de verzamelaar “volgt wat er in de kunstscene gebeurt en met zijn aankopen inspeelt op de ontwikkelingen waar hij affiniteit bij voelt. (…) Tijdens het maken van keuzes vertrouwt hij sterk op zijn intuïtie.” Met elk werk voelt Swagemakers een sterke verwantschap of aantrekkingskracht en in elk werk herkent hij iets van zichzelf. De kunstwerken zijn als soulmates, het voelt voor de verzamelaar als thuiskomen, samenkomen in de ziel. “De werken uit mijn collectie zijn in de loop der jaren door mij als het ware ontdekt en daarna uitgekozen”, voegt Swagemakers toe. “Zo heb ik (…) bereikt dat ik me kan omgeven met kunstwerken die ik fantastisch vind.

    Het boek toont naast enkele zaaloverzichten van de tentoonstelling op een aantal bladzijden nog thumbnails van andere werken uit de collectie, waar onder meer het Schuilnest van M.C. Escher en het Zelfportret van Jan Mankes het meest opvallend zijn. En nog een aanbeveling tot slot: “Ik hoop dat elke lezer van deze publicatie, maar vooral ook elke bezoeker van de tentoonstelling zich de ogen uitkijkt en geniet zoals ik geniet van het resultaat van mijn gesprokkel!” Want kunst hoort niet in mappen opgeborgen en achter gesloten deuren in depots te schuilen, kunst moet gezien en beleefd worden. Met “Soulmates” doet Stedelijk Museum Breda een verwoede poging en draagt Swagemakers daartoe een steen bij. Kijken dus! En genieten!

    Soulmates – Swagemakers Collection. Tekst Marjolein van de Ven, Henri Swagemakers. Catalogus bij tentoonstelling fotografie in Stedelijk Museum Breda (t/m 16 maart 2025). Uitgave VanSpijk [photo] Artbooks, 2024.

  • Verdwalen in monumentale tekenkunst bij Museum MORE

    Hantsjes op ‘e rêch”, zei ik tegen mijn zoontje van 6 wanneer wij een warenhuis of museum bezochten. Hij was een jonge onderzoeker en keek het liefst met zijn handen. “Handjes op de rug”. Kijken met de ogen, niet met de handen. Dat is sowieso een voorwaarde bij kunst in een museum, of werken op een andere plek tijdens een tentoonstelling. Hoewel ik net als mijn zoon toen, hij is nu 37 en houdt zijn handen thuis, soms wel graag wil voelen. Vooral langs de rondingen van een beeldhouwwerk. Maar ook de huid van een schilderij. Om te weten op welke manier iets tot stand is gekomen. Om de structuur van de inspiratie te ondergaan, de emotie van het scheppen te doorvoelen. Meer te kennen dan alleen het beeld te zien. Een vinger achter de oorzaak te krijgen, het waarom van het bestaan van het kunstwerk te bevatten. Het devies is echter alleen kijken, aanraken niet. En kan ik mijn aandrift niet bedwingen en beweegt mijn vinger naar het werk, dan hoor ik “hântsjes op ‘e rêch!”. Ofwel wijst mij een suppoost terecht: “meneer, wilt u niet aan de werken komen”.

    In de tentoonstelling “Size Matters” in Museum MORE is het zeker af te raden de monumentale tekeningen aan te raken. Al zou ik ze wel willen bevoelen om te onderzoeken waarmee ik te maken heb. De tekeningen zijn zo groot dat deze mijn blik in zich opnemen. Bezit nemen van mijn ervaring. De afgebeelde ruimte kan ik bijna fysiek betreden en er met de ogen in rondlopen. Bij sommige installaties is dit ook daadwerkelijk mogelijk en wordt ik geconfronteerd met evenbeelden, nabeelden en oerbeelden. De werken nemen compromisloos de ruimte in en eisen mijn aandacht op. Van tekeningen op meterslang papier of doek tot video-animatie en ruimtevullende installaties. Doordat ik door de grootte onderdeel wordt van het kunstwerk, het mij opneemt als speler in het geheel, zal ik mijn omgeving willen gaan aanraken. De huid van de getekende mensen, de bast van planten, de structuur van gebouwen, de pels van dieren. De museale afmetingen, het gedetailleerde karakter, de massale afbeeldingen – deze komen hard binnen, veelal mede door het onderwerp dat ze aansnijden.

    Geen snelle ontwerpen op schetspapier

    Het maken van een tekening is al langer een autonome kunstvorm. Was het tekenen eerder een schetsen voordat het resultaat, de schildering bijvoorbeeld, in beeld werd gebracht; tegenwoordig is het een volwaardige op zichzelf staande uiting. Het materiaal leent zich ertoe om groot formaat dragers te ‘beschrijven’. Met potlood en krijt kunnen fragmenten en onderdelen tot in finesse worden uitgelicht. De tekening is geen schets, maar een tot op de kleinste bouwsteen uitgewerkte afbeelding. Doordat er zo fijn gewerkt kan worden heeft de tekening wel de uitstraling van een fotografisch beeld. En dat zal ik dan willen voelen, het doorgronden, er kennis van nemen.

    Geen snelle ontwerpen op schetspapier om de grootte, breedte en hoogte van het voornemen, de begeestering in de vingers te krijgen. Maar op de vierkante centimeter miniem en beduidend uitgewerkte inspiraties. Met actuele onderwerpen die op deze manier sterk aanspreken. Voor een deel is de fotografie aanleiding, vormen foto’s het startpunt om een thema te peilen en te ontrafelen. Kunnen bestaande indrukken onderdeel zijn van een fantastische en futuristische uitdrukking. Het is kunst om in te verdwalen, om jezelf in te verliezen.

    Potlood en krijt basis handmatig werken

    De catalogus bij de tentoonstelling geeft inzicht in de achtergronden van de werken en de inspiraties van de makers ervan. Het laat op handzaam formaat de monumentale werken zien. Voor de echte beleving is het zaak de tentoonstelling in het museum te bezoeken. Dan kan ik effectief en wezenlijk onderdeel uitmaken van de werken. Kan ik mij er tussen begeven en me erdoor laten overweldigen. Deze kunst, tot en met 2 februari 2025 getoond in de zalen van Museum MORE, geeft een bijzondere ervaring wanneer het live wordt meegemaakt. Door in de ruimten te zijn overkomt mij de ruimte van de tekening. En krijg ik oog voor de uitzonderlijke aard van dit fenomeen in de kunst.

    Was de tekenkunst eerder intiem, niet met de bedoeling openbaar te maken maar op te bergen in ladekasten, een medium dat de beschouwer het dichtst bij de kunstenaar brengt. Tegenwoordig zijn in de tekeningen nog aldoor de persoonlijke gedachten en het handschrift er het meest in vergelijking met andere uitingen in te herkennen. Dat wist het grote formaat waarop gewerkt is niet uit. Nog altijd is het potlood en het krijt de basis om handmatig te werken. En zelfs wordt de materie wel met de vingers tot een beeltenis gevormd. In de tekening zit de kunstenaar, omdat er niets tussen hem/haar en de drager staat. “Een tekening is de meest directe vertaling van het hoofd via de hand”, schrijft cultuurjournalist Edo Dijksterhuis in zijn essay in de catalogus. “Een tekening kan de essentie van de gedachte waarop hij is gebaseerd benaderen maar nooit helemaal omvatten. (…) Kunstenaars blijven vooral kunst maken omdat ze telkens net niet te pakken krijgen wat hen voor ogen staat. En die worsteling is in geen medium zo zichtbaar als in tekenkunst. Een tekening laat zich lezen als een logboek van handelingen.” Dat logboek wil ik lezen, met de vingers langs de regels gaan, het schrift aanvoelen. De handelingen meten en doorzien.

    Dichter bij de finesses van de tekening

    Een groep van 28 kunstenaars uit binnen- en buitenland hebben de samenstellers van de tentoonstelling aangetrokken om hun werken te laten zien. In de catalogus lichten artistiek directeur Maite van Dijk en senior conservator Marieke Jooren het idee om een grote tentoonstelling te maken over hedendaagse monumentale tekenkunst toe. De kunstenaars zelf laten zich citeren omtrent hun liefde voor tekenen. “Wat ik zie, wordt pas echt wanneer de lijn van mijn pen het heeft verkend; alles wat ik tegenkom wordt gevat in de lijnen die ik teken”, is opgetekend uit een gesprek met Anne Muntges. “Het werken op groot formaat brengt me dichter bij de finesses van de tekening.” Andere tekenaars voelen ook dat het is alsof ze binnen een zelfgeschapen wereld stappen en daarin meteen elk detail kunnen doorgronden. Door zo dicht op het werk te zitten kan de essentie van het onderwerp worden verkent en onthult. “Een groot formaat heeft als voordeel dat je objecten op ware grootte kunt tekenen”, vindt Levi van Veluw. “Het lijkt alsof je door een venster kijkt naar een andere dimensie. (…) In een tekening is alles mogelijk, er zijn geen natuurwetten. Het grote formaat helpt om de illusie van het getekende tafereel te verwezenlijken.

    Fysieke ‘opponent’

    Niet alleen maar wel veelal werken de kunstenaars zonder toevoeging van kleuren in hun werken. Door zwarten en grijzen op de witte drager aan te brengen krijgt de tekening een vervreemdend karakter. Dan is er geen afleiding door kleur. Het staat buiten de werkelijkheid, maar maakt er toch onderdeel van uit. Worden kleuren aan de tekening toegevoegd komt het beeld terug in de realiteit, maar spiegelt zich in een surrealiteit. Wat ik zie lijkt werkelijkheid, maar is fantasie – een gedachte met de waarheid als basis. De grens tussen werkelijkheid en verbeelding vervaagt. Raquel Maulwurf: “Ik teken met houtskool, één van de oudste kunstenaarsmaterialen. Dankzij verkoold (dus vernietigd) hout kan ik hele werelden tot leven brengen: creatie uit destructie. De reductie tot zwart-wit stript het beeld van overbodige franje.

    De tekening wordt door de grootte een fysieke ‘opponent’ voor zowel de maker als de beschouwer”, dwaal ik in de microscopische verwondering van Hans de Wit. “Lichaam en geest raken overrompeld.” Het op afstand kunnen overzien van het geheel en het van dichtbij ervaren van motieven, detaillering en structuren zijn in zijn werk essentieel, “net als de tegenstrijdige gevoelens van bijvoorbeeld aantrekking en afkeer. Hierbij speelt ook het manipuleren van de natuurlijke schaal van de motieven een rol.” Die manipulatie van de blik, het oog om te dolen, zie ik terug in de meeste van de andere werken. Het is een bijzondere ervaring de monumentale tekenkunst live bij Museum MORE en later thuis via de catalogus “Size Matters” te bekijken. In de tentoonstelling houd ik krampachtig mijn handen op de rug en laat mijn blik verdwalen in de getekende verhalen.

    Size Matters. Monumentale tekenkunst nu. Monumental drawing now. Voorwoord Maite van Dijk. Teksten Marieke Jooren, Edo Dijksterhuis. Uitgave WBOOKS Zwolle in samenwerking met Museum MORE Gorssel, 2024.

  • Golven als metafoor voor ruimtelijke vrijheid

    Een fenomeen dat groter is dan de mens zelf. Datgene wat niet in een enkele oogopslag is te bevatten. Waardoor jij je als mens klein voelt, verloren bijna. In de ruimte van het grootse zijn. Bij dat overweldigende gevoel, die overdonderende ervaring, valt het gemoed stil, staat mijn wezen perplex. Je zou in aanbidding willen neervallen, maar ik houd mijn rug recht – ik word gezien. Echter deze devotie overkomt Angeline Lips niet, integendeel. “Het gaat over gevoel van vrijheid in kleur, licht en reflecties in vlekken en vegen.” Zij geeft beeld aan autonome gedachten door de golven van de zee en de toppen van bergen te schilderen, want daar gaat mijn contemplatie in de eerste regels over. Haar werk laat de zee zien en de bergen bekijken, maar haar schilderijen en etsen gaan niet over die zee en deze bergen. Het gaat niet over je klein en nietig voelen aan de rand van de branding en langs berghellingen.

    Bewegingen in een watervlakte

    Het gaat over het gevoel bij die plek, over de imponerende ervaring van de ruimte. Dat zet Lips om in verfstreken en kleurvlekken. In grote schildergebaren passend bij het onderwerp, maar ook op klein formaat wanneer het thema minder meer verlangt. Ik zie daarin wel de zee en de golven, maar de vegen vertegenwoordigen een andere waarde die verder gaat dan de werkelijkheid. Deze lijken op bewegingen in een watervlakte, stilte van versteende flanken, maar zijn een metafoor, een beeldmerk om vrijheid en ruimte uit te drukken. De indruk van natuurlijke speelruimte geeft op doek en papier een los van de werkelijkheid gezongen sfeer. Het herbergt de ruimtelijkheid waarin Lips zich verliest, maar waarin ze zich tegelijk terugvindt. Daarmee zij het zelfportretten, de kunstenaar heeft het gevoel gefigureerd. Iets wat zij diep van binnen ervaart, zoals ik ondervindt bij het zien van de werken. Een onbestemd gevoel van positieve verlatenheid, optimistische eenzaamheid.

    Fysiek zijn het beschilderde doeken en is het gekleurd papier, maar intrinsiek is het veel meer dan dat. Zichtbaar schijnt het de werkelijkheid, ik denk die zee en bergen te zien, maar voelbaar zijn de werken abstracte composities. “Ze schildert niet zozeer de zee”, schrijft auteur, curator en kunstconsultant Alex de Vries in de inleiding van de mij voorliggende catalogus, “maar verbindt zich met de zee, met haar beleving ervan.” De verfhuid is dus de drager van het gevoel, de ervaring. Het is echter geen verhalende kunst, er is geen diepere betekenis dan het uitdrukken van emotie. Het zijn eerder dichterlijke verbeeldingen. Poëtische afdrukken van indrukken over weidse en ruimtelijke vrijheid.

    Met geen penseel te verbeelden

    Dat overweldigende gevoel van wanneer je op het strand staand over de branding uitziet op die schier oneindige vlakte van de zee. Ergens ver weg is de einder, maar je weet niet wat daarna is en komt. Je hebt een vermoeden, de vrijheid lonkt. Die verbijsterende ontroering bij de aanblik van tot in de wolken oprijzende rotsblokken. Het is met geen pen te beschrijven, met geen penseel te verbeelden. Tussen de regels die de verhalenverteller er over schrijft door en in de verfstreken die de kunstschilder er van beeldt staat die emotie te lezen en te zien. Niet in de werkelijkheid, maar in het naschilderen van de getroffen zijn daarbij. Het vastleggen van de sensatie op het moment. Enkel de dichter kan in beeldende poëzie dat gevoel weergeven. In woorden kan de poëet de stemming vatten. Het is Lips gelukt om als de dichter woorden schrijft de verf in een poëtisch beeld te schilderen. De composities rijmen in vormgeving en uitdrukking. De stilte en zuiverheid van het machtige natuurgeweld ervaar ik in haar werk. Ik ervaar de vrijheid om er stil van te worden.

    In de uitgave “Making Waves”, als catalogus bij een tentoonstelling van Angeline Lips in Galerie Lange Hezel 46 te Nijmegen, schrijft Alex de Vries dat haar werk meer is dan stemmingsbeeld en juist een poëtisch karakter heeft zo ik zelf al ervoer tijdens het doorbladeren en beschouwen. “Ze zijn niet, zoals proza in de literatuur, beschrijvend van aard en schilderkunstig dus niet afbeeldend. Ze kennen als gedichten een beeldspraak die aan het denken voorafgaat en iets in de geest veroorzaakt waar we rationeel geen greep op hebben.” Geen grip heb ik op deze grootsheid die Lips uitwerkt. Ongrijpbaar is de weidsheid die zij buiten de kaders van het schilderij laat treden. Met haar werk zet ze mijn gedachten in beweging. Ga ik nadenken over haar gevoel van vrijheid, dat deze aansluit bij mijn ervaring wanneer ik de stranden en hellingen zie, tuur naar de einder en opkijk tot de hemel. Waves like mountains, bergen als golven. Making waves, terwijl zij de verf roert en beroert. Ze maakt golven die mij overspoelen, ik verdrink in haar verfschappen.

    Making Waves. Angeline Lips. Uitgave bij gelegenheid van de tentoonstelling in Galerie Lange Hezel 46 te Nijmegen van 31 augustus t/m 22 september 2024. Uitgeverij De Zwaluw, 2024.

  • Rappe registraties van meegemaakte momenten

    Het is eigenaardig, om niet te zeggen vreemd, om nu de ruimten van Afslag BLV binnen te lopen. Daar in die dependance van Museum Belvédère worden doorgaans al dwarse verbanden getoond, maar dit keer is de uitstalling wel erg tegendraads. Afslag heeft een eigen programmering die afwijkt van hetgeen in de hoofdvestiging wordt getoond. Het is met recht een afslag van geëffende paden. En kan dienen als opstap voor het ‘echte’ werk. Afslag BLV biedt doorgaans ruimte aan jonge talentvolle kunstenaars, meest uit de noordelijke provincies maar er piept ook weleens een kunstenaar van elders tussendoor. Wanneer ze ooit bekeken zijn in de Afslag kan het zo maar zijn dat deze later nog eens gezien kan worden in Belvédère. Vooral is het een podium voor kunstenaars die onlangs aan een academie zijn afgestudeerd, of in het laatste jaar daarvan zitten en hiermee kunnen proeven aan het publiekelijk tonen van hun werk. 

    Tot 18 november valt in Afslag BLV het werk van Klaske Bootsma te zien. En het is een eigenaardige, zo niet vreemde opstelling, ik schreef dat al hierboven. In de eerste plaats hangen alle werken aan de wanden onder ooghoogte, zodat ik op de kleine schilderijen neerkijk en bijna door de knieën moet om deze op waarde te schatten. Een tweetal composities hangt hoger en is qua formaat groter en meer opvallend. Zelfportretten die genoeg hebben aan haar voorletter of een vaag beeld van het gezicht. Het frontaal afgebeelde gelaat confronteert me met een spiegelbeeld, een reflectie van de kunstenaar, toevallig ook met een K. 

    Metafoor op het leven

    Op de grond zijn een groot aantal tekeningen uitgelegd, dat bevreemdt nog het meest. Nauwelijks geordend lijken ze klaar te liggen aan de wanden geprikt te worden. Maar ze zijn daar zo bedoelt gedropt schijnbaar voor het oprapen, als installatie van aan het leven ontvallen momenten. Deze tekeningen schetsen in eenvoud het zijn met een keur aan inspiratie. Snelle registraties van ingevingen bij geziene momenten van zijn. De expositie is nog niet klaar, lijkt het. Het staat symbool voor, het is een metafoor op het leven dat nog geleefd wordt. En alle geziene dingen in dat leven zijn het waard af te beelden. Bootsma doet dit dan ook. Allerlei onderwerpen, handelingen en voorvallen passeren de revue. Heeft zij met de schilderingen nog een abstracte hand van werken, de tekeningen vallen op door een schetsmatige versimpeling. 

    Klaske Bootsma is als schilder onlangs afgestudeerd en wordt met deze expositie in Afslag BLV meteen in het diepe gegooid, hoewel ze hiervoor ook al enige ervaring in het exposeren heeft. Haar kunst moet uit de veilige omgeving van het klaslokaal, uit de intieme sfeer van het atelier, de wereld in. Het gaat onder de mensen en iedereen vindt er wat van. Op de academie was opbouwende kritiek op het maakproces om verder te komen en te groeien in de eigen kijk op kunst. Dit scheppen na de studie is een schetsmatige en directe manier van werken, schrijft Bootsma op het blad bij de tentoonstelling. Ook lees ik daar haar motivatie: “Schilderen is voor mij een manier om mijn hoofd leeg te maken.” Want door waarnemingen, in de morgen de ogen openen en de hele wakkere dag observeren, raken de gedachten op den duur overvol. Met deze belevingen gaat ze aan het werk: “Wat me aanspreekt, vertaal ik direct in beelden. (…) Tijdens het maken van mijn werk denk ik ook na over mijn waarde als kunstenaar en hoe ik mezelf in mijn werk plaats. Dit beïnvloedt de keuzes die ik maak, soms schilder ik letterlijk mijn gedachten of vragen op het doek.” 

    Snel handschrift, rappe beoordeling

    Tijdens mijn rondgang door de ruimten van Afslag BLV denk ik na over de waarde van Klaske Bootsma als kunstenaar en hoe ik haar kan plaatsen in de bonte kleurwaaier van de kunst. Ze zal haar plek weten te vinden, door Academie Minerva en het Frank Mohr Instituut in vruchtbare aarde gezaaid zal ze opbloeien en de kunstwereld verrijken. Maar voor nu is de persoonlijke vorm nog niet gevonden en lijken de verschillende materialen en diverse formaten geen eenheid te vormen. Ze experimenteert nog volop en dat brengt een speels aspect in haar werk. Je ziet haar worstelen met het materiaal en de zeggingskracht. Wel onderzoekt zij op welke manier de door haar aangewende uiteenlopende elementen elkaar beïnvloeden, elkaar aanspreken en in gemeenschap werken. En hoe de beschouwer daarop reageert.

    De expressie volgt op een impressie. Iedere indruk leidt tot een uitdrukking. Vandaar ook dat de bladen op de grond gelegd tal van onderwerpen en thema’s hebben. De krabbels zijn dikwijls niet meer dan een snel handschrift, een rappe beoordeling van het ervaren moment in beeldende vorm. Hierin blijft ze bij zichzelf waar zij in de schilderijen nog wordt beïnvloed door stijlen en werken van andere kunstenaars. “It’s true” lees ik ergens tussen grimassen en lichaamshoudingen. Het is waar, geen fantasie, geen bedachte waarheid. Echter door een gefantaseerd idee los te laten op de werkelijkheid ontstaat een nieuwe realiteit – een andere wereld. Dit in Afslag is de wereld, het zijn van Klaske Bootsma. Wen er maar aan! En ik lees een paar stappen verder “can you please turn off the lights, it’s better if these things happen at night”. En daar heeft het museum waarbij afslag onderdak vindt zich aan gehouden. De spotlichten van de ruimten zijn uitgelaten, waardoor de dingen van Bootsma zich letterlijk in het half-schemer tonen. Het zet de sfeer van het in aanbouw zijn figuurlijk in het licht. Ik ontdek tussen de papieren geen verwachte notitie ‘under construction’. Maar de kunst van Klaske Bootsma is naar mijn mening in ontwikkeling, er wordt nog getimmerd aan het bouwwerk. Er zijn losse eindjes, maar die zullen gaandeweg geknoopt worden Waar ze terecht zal komen en hoe dit gaat rijpen valt af te wachten. Ze streeft ernaar het maakproces zo transparant mogelijk te houden, zowel visueel als conceptueel, dus dat zit wel goed. Want uit de knop ontvouwt zich over het algemeen een kleurige bloem. 

    11:37. Tentoonstelling schilderijen en tekeningen van Klaske Bootsma bij Afslag BLV, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. 1 september t/m 17 november 2024.

  • Compensatie voor de werkelijke werkelijkheid

    Het lijkt als heeft een kind speelgoed na een dag van zonnige vrolijkheid in de tuin laten slingeren. Rondom op het grasveld en in de borders was plek van spel tussen struiken en bloemen. Het is dan in de avond plaats van en voor achteloos achterlaten. Zo lijkt het, en naar het motto van Arie van Geest is dat zo. Alles lijkt op wat het is, daar gaat het hier over. Maar niet het kind in hem heeft na een aangenaam verpozen de speeltjes laten rondzwerven, de kunstenaar heeft deze op cruciale posities in stelling gebracht, als stelde hij een stilleven samen, om er de bespiegeling van het zijn mee te maken. De composities als weerslag van deze opstellingen lijken een sprookje te verbeelden, echter is het pure werkelijkheid vermomt als speelse fantasie. Deze afgebeelde realiteit doet zich omfloerst voor, de figuren spelen een serieuze rol in het drama dat is gezet in zonnige tinten: always look at the bright side of life, zoiets. Het toneel is de realiteit waarop de gemaskeerde werkelijkheid de toeschouwer geen rad voor ogen draait maar een spiegel voorhoudt. Het is surrealisme te noemen, maar het is veel meer dan dat. Het heeft het kenmerk van een gelijkenis; verhalen die aanschouwelijk maken wat is.

    Daar zit de crux

    Diverse acteurs in het spel hebben zich versluierd met een waarheid, zij geven een gelaagde betekenis aan de taferelen. Van Geest schreef het script en interpreteert de werkelijkheid. Laat dit zien, laat het spelen, zoals hij ziet dat het zich voordoet. Van Geest is de werkelijke werkelijkheid ermee op het spoor. Hij toont het niet als de harde waarheid, maar verpakt een en ander in een vrolijk omhulsel, een cadeauverpakking. Zo lijkt het. Maar pas op, er zit altijd een adder onder het gras. Alles is zoals het lijkt, maar ondertussen… En daar zit de crux, in die verspreking van de lijfspreuk. Daar sist het beest vals tussen de grassen. Alles lijkt op wat het is. Het lijkt er op, het is het niet. De figuren spelen een spel. Dit symbool van het leven, de metafoor van het zijn, is het leven zelf niet. De verfilmde moord is niet de ware doodslag zelf. Het spiegelbeeld ben ik niet, het lijkt op mij. Alles lijkt op wat het is, maar het bevindt zich in een andere werkelijkheid.

    Gedroomde omgeving

    Het is een gespiegelde omgeving, parallel aan de werkelijkheid. Het bespiegelt en laat mij nadenken, beschouwen. In de stripfiguren, hebbedingen en speelpopjes van de rommelmarkt zie ik een eigen wereld afgespiegeld. Dan moet ik daar wel oog voor hebben, zal de compositie mijn blik vangen en krijg ik inzicht in een onwerkelijk lijkend zijn dat als kern de werkelijkheid draagt. Arie van Geest speelt in een deel van de opvoering zelf mee, voor de rest vereenzelvigd hij zich met de poppenspelers. Vooral Alice in Wonderland staat voor hem gelijk met zijn visie op het zijn. Deze gedroomde omgeving, waar het verhaal invalt door een hol, reflecteert het leven. In mijn stoutste dromen zal ik kibbelen met konijnen, eenden en dodo´s. Met Bambi dartelen, Pinokkio niet geloven en Dopey en Grumpy bijlichten. Beelden en poppen gevonden in het leven staan figuurlijk voor dat leven.

    Ik zal in die tuin van Arie van Geest zijn, rond het Franse zomerverblijf met atelier. Die beleving kan ik hebben door de tentoonstelling in Museum Galerie Heerenveen te ervaren. Daar kan ik bij wijze van spreken met de schilder dolen door weelderige vegetatie en mijn blik over kleurrijke borders laten gaan. Ik kan mij daar bij gedachte bevinden doordat in de schilderijen planten en bloemen haarscherp zijn afgebeeld, fotografisch echt. Van Geest is een schilder maar schijnt een tekenaar. De vormen die blad en beeld maken zijn omkaderd met fijne lijnen. Planten zijn botanisch herkenbaar op de Latijnse naam. Zo zou Van Geest een fijnschilder zijn die zichtbaar werkelijke schilderijen maakt. Maar rondom die subtiele echtheid dwaalt een andere werkelijkheid in gevoel en beleving.

    Kunst en kitsch

    In boek en katern “The Broken Promised Land” verklaart Wouter Welling, kunstcriticus en conservator hedendaagse kunst bij Nationaal Museum van Wereldculturen, de kunst van Arie van Geest nader. Hij licht een tip van de sluier op, verduidelijkt de werkwijze en ontrafelt het mysterie. Eigenlijk is dat jammer, want daardoor stap ik niet onbevooroordeeld de ruimte van MUGA binnen, kan ik niet objectief kijken. Maar goed, zo krijg ik wel oog voor de emblemen van het menszijn, zinnebeelden van de werkelijkheid. De catalogus is als een gids in en door de niet-maakbare wereld van Arie van Geest. Het spoor van Welling te volgen navigeert mij door deze wonderlijke tuin. Door de schilderijen is de wereld imaginair. Althans zijn de figuren denkbeeldig, de tuin is niet bedacht. Het is een decor dat voortdurend terugkomt en herkenning geeft, alsof ik die omgeving ken, er een déjà vu beleef. Alles kan in het beelduniversum van Arie van Geest worden opgenomen wanneer het past, schrijft Welling. “High culture en low culture, kunst en kitsch, outsider art, literatuur en songteksten. En natuurlijk zijn eigen leven, zijn dromen en de mensen in zijn directe omgeving. Zijn leven is het prisma waarin het licht van buiten wordt opgenomen, gebroken en teruggekaatst op doek of papier.” Hij is het middelpunt van zijn wereld, die verdacht veel op de onze lijkt.

    De desillusie van de werkelijkheid wordt, gezien door de spiegel van Alice, een illusie. Een andere werkelijkheid, een persoonlijke beleving, geen afspiegeling. Het is een bespiegeling, voor Van Geest werkt het als zelfreflectie en in zijn plaats kan ik mij er in spiegelen. In dat contemplatieve, dat beschouwende, rekent de schilder af met zichzelf, zoekt en vindt zichzelf, het eigen ik. De schilderijen zijn op te vatten als zelfportretten daarom. Niet fysiek, maar qua emotie. Dat gegeven projecteert hij in zijn werk, zodat zijn ego mijn ik wordt. In zijn wereld herken ik mijn zijn. Hoewel het een zijn weergeeft tussen droom en werkelijkheid, een laminale fase vannacht waarin gister voorbij en morgen nog onduidelijk is. Het werk van Van Geest is als de slaap, een tussenzijn, een in-between van wat is en wat lijkt. Een allegorie op het leven. “Een wereld van associaties en vermoede betekenis”, citeer ik Welling volmondig. “Het schilderij is en blijft een illusoir vlak, een imaginaire nooduitgang. Het is compensatie voor de werkelijke werkelijkheid…” Het onzichtbare zichtbaar maken door middel van de werkelijkheid, dat is het.

    Alles lijkt op wat het is. Schilderijen van Arie van Geest bij Museum Galerie Heerenveen, Minckelersstraat 11 in Heerenveen. Van 8 september tot en met 20 oktober 2024. Uitgave The Broken Promised Land. Arie van Geest. Tekst Wouter Welling. Van Spijk / Rekafa Publishers, Livingstone Editions, 2016/2024.

  • Oorden klinken door zaagsneden in monochrome landschappen

    Je loopt er zo aan voorbij. Het is onderdeel van het leven, aan je gewoon en nauwelijks meer opmerkelijk. Tenminste wanneer het niet de aandacht krijgt die het verdient in een galerie of museum. Want in een tentoonstelling word je ertoe bepaald, trekt de blik er onwillekeurig naartoe. Dan staat het buiten jou dagelijkse zijn, neemt het een aparte uitzonderlijke plaats in. Dan is het iets, terwijl het normaal gesproken niets is. Dat is de kracht van de kunstenaar, namelijk, om van niets iets te maken. En dat is het vermogen van kunst, om het alledaagse bijzonder te laten zijn. De kunstenaar leert ons anders kijken, om een spreekwoordelijk hoekje zien. Het kunstwerk kan alles als onderwerp hebben en hoeft geen bekwame bedreven deskundigheid uit te stralen. Het is de kunst om de realiteit te vervalsen, een kopie van de waarheid maken en toch origineel blijven. Iets te maken van niets. Het oog te trekken naar om een blik te werpen op en anders te kijken in de wereld van de schone en beeldende kunsten. Kunst is een reflectie van leven, een spiegel waarin het zijn bestaansrecht heeft.

    Geen tekst nodig

    Je kijkt er zo langs heen. Ware het niet dat de eenkleurige tegels onderdeel zijn van een tentoonstelling in Kunstlokaal No.8 op dit moment. De monochrome composities hebben geen betekenis, deze bestaan. De vlakken die in licht reliëf op een paneel zijn gelegen kunnen maar nauwelijks onder woorden worden gebracht. De techniek kan besproken, de kleur onderscheiden, de strekking behandeld. “Het is bescheiden van formaat, toch straalt het in zijn meditatieve rust een monumentale natuur uit.” Dat laat het vierkante boekje bij de expositie lezen over het werk van Takashi Suzuki. En daar valt weinig meer aan toe te voegen dan dat uit het minimalistische werk eens te meer blijkt dat kunst geen grenzen kent. Niet hangt aan een bepaalde streek of specifiek land. Het spreekt een taal die ieder kan verstaan, verklankt het woord, mits men er open voor staat en het aan wil horen. De Japanner Suzuki brengt zijn werk niet onder woorden, het heeft namelijk geen tekst nodig. Het is de universele stilte die beeld heeft gekregen als wereldwijd landschap. De Oosterse mystiek waarin alles is losgelaten en enkel een contemplatief zijn de boventoon voert. Gewoon niets zijn, de gedachte leeg maken om genereus te kunnen leven.

    Place to be

    Kunstlokaal No.8 laat het werk van Monique Kwist aansluiten op deze meditatieve rust. Hoewel haar werk minder de stilte van de Japanse alpen heeft en meer de drukte van het Hollandse damrak, straalt het toch een uitgebalanceerde kalmte uit. De ruimtelijke objecten hebben door speels gestructureerde zaagsneden het profiel en het silhouet van architectuur. Subtiel volgen de lijnen de skyline van de eens bezochte oorden en plaatsen. Maar deze gelaagde afbeelding van de werkelijkheid krijgt pas vorm nadat Kwist de structuren in hout heeft gebruikt als stempels om een afdruk te maken op en in vellen papier. De vormen lijken afvaldelen uit een werkplaats voor houtbewerking. Het is echter meer dan overtollig materiaal, geen paria’s van het proces, verworpen, weggegooid. Het onbruikbare wordt in handen van de kunstenaar bruikbaar, door haar vingers tot zichtbaar element met een verhaal. Een persoonlijk souvenir dat algemeen aan kan spreken. “Ze voegt de delen samen als in een nieuwe landschappelijke en culturele taal”, spreekt het eerder aangehaalde boekje voor mij, “een verklanken van haar eigen plek, haar ‘place to be’.”

    In het oog springend

    Kort en bondig gezegd. Een tegel aan de wand en een stuk afvalhout op de vloer. Het wordt aan de kant geschopt of voorbij gekeken zolang de waarde er niet van is ingezien. De kunstenaar verheft het ongeziene voorwerp tot gewichtig object. Hergebruikt onze blik op onbemerkte dingen, recyclet echter de zienswijze en niet het voorwerp op zich. Dat ding blijft het eigen karakter houden, maar krijgt een gewijzigde aard door de kunst toegezegd en aangemeten. In deze paradox wordt het onopvallende opvallend, het onbeduidende duidt een diepere laag van betekenis. In de samenhang oord en klank is dat onmiskenbaar afgetekend. Het werk is in Kunstlokaal No.8, en overal in het oog springend.

    Tentoonstelling “oord en klank”, werken van Monique Kwist en Takashi Suzuki bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega-Schurega. Van 31 augustus tot en met 22 september 2024.