Tag: Theo Wolvecamp

  • Een fanboek van verzamelaars voor kunstenaar Theo Wolvecamp

    Verzamelaars zijn belangrijke factoren in de kunstwereld. Zonder verzamelaars zou het bijvoorbeeld welhaast onmogelijk zijn een museum te stichten en in stand te houden. Maar het verzamelen is tevens een belangrijk element voor het welzijn van kunstenaars. Vooral wanneer de betreffende kunstenaar zo bij een bepaalde collectioneur in de smaak valt dat deze hem of haar gaat volgen en uit de verschillende stadia in het oeuvre werk aankoopt. En op een zeker moment zelfs vriendschappelijke betrekkingen aangaat. Kind aan huis wordt, bij wijze van spreken. Regelmatig dan het atelier en tentoonstellingen bezoekt. En het er met de kunstenaar over heeft, omdat smaak en gevoel overeenkomen. De ware verzamelaar gaat echter niet bepalen welk werk er gemaakt gaat worden, maar laat de kunstenaar vrij om een eigen weg te gaan.

    De verzamelaar kan mecenas zijn. Hij of zij kan de kunstenaar financiële zekerheid bieden door werk aan te kopen zonder tussenkomst van een galerie. Het stelt de kunstenaar in staat zich te richten op het creatieve werk, zonder zich zorgen te maken over het brood op de plank. Culturele filantropie is het behoud van de kunst. Van betekenis is de vriendschap die de verzamelaar met de kunstenaar opbouwt. De kunstenaar die via zijn werk door de verzamelaar wordt ontdekt. Van het oeuvre verdwijnt over het algemeen een aanmerkelijk deel in de verzameling. In de vriendschap heeft de verzamelaar een wezenlijk aandeel door de kunstenaar op te merken en verder te helpen, het werk uiteindelijk onder de mensen te brengen via tentoonstellingen van de collectie. Werk te schenken aan musea of in een bijzonder geval rond de collectie zelf een museum op te richten.

    Theo Wolvecamp

    Exoperimenteel in afzondering

    De verzamelaars van het werk van Theo Wolvecamp zijn zover gegaan dat ze de tijd rijp vinden om zijn oeuvre te boekstaven. Daarbij vooral nader op zijn kunstenaarschap en zijn leven als mens in te gaan. Hem voor de eeuwigheid vast te leggen. Zijn werk te tonen, maar niet minder belangrijk, een inkijk in zijn leven te geven. De dialoog tussen de kunstenaar en zijn materiaal. Voor deze uitgave is er natuurlijk al over Wolvecamp geschreven en is zijn werk al onder de mensen gekomen, maar de verzamelaars vinden het belangrijk de vriendschap te benadrukken. De kunst vanuit de hoek van de sympathie voor de kunstenaar te bekijken. Niet dat het daardoor een betere kwaliteit heeft of van meer belang is voor de kunstwereld, maar dat het is opgemerkt en van waarde is door de mens erachter te leren kennen. ‘Zeg me wie je vrienden zijn en ik zeg je wie jij bent.’

    De uitgave “Theo Wolvecamp – experimenteel in afzondering” is een fanboek te noemen. De kunstliefhebbers en -verzamelaars Gerhard Roetgering en Lex Schrama zijn bewonderaars van het werk van Wolvecamp. Door verschillende werken en series van hem aan te kopen konden ze een vriendschap aanknopen. Bij het honderdste geboortejaar van de kunstenaar, in 2025, wilden ze extra aandacht aan hem besteden door middel van het boek. De kunstenaar en zijn kunst, het waarom en hoe. Wie was hij en wat is zijn werk. Hij wordt geschaard bij de CoBrA-groep, maar van kindertekeningen en volkskunst – onder meer kenmerkend voor deze schilders – moest hij niets weten. “Dat is toch waanzin. Daar heb ik nooit in geloofd.” Hij was een individualist die experimenteel met de kunst omging. In zijn stijl van werken spelen vorm en kleur een ondergeschikte rol.

    Theo Wolvecamp

    De afbeelding is het belangrijkste

    Hij hield zich het liefst afzijdig van de kunstwereld, maar ging er bij tijd en wijle toch wel met plezier op in. Hij had het niet graag over zijn eigen werk, maar sprak honderduit over het werk van anderen. In zijn zichzelf opgelegde isolement zijn prachtige werken ontstaan, althans wanneer men interesse heeft in de experimenteel abstracte en over het algemeen non-figuratieve kunst. Roetgering en Schrama hebben dat, en met hen vele anderen. In het boek passeren meerdere bewonderaars de revue. Daarin of daaruit blijkt ook waarom het werk van Wolvecamp verwondert en wordt bewonderd. De speciale plaats die hij in de kunstwereld inneemt.

    Daar hij hoge eisen aan zichzelf stelde, had hij gerede twijfel aan zijn eigen kunnen. “Het komt van binnen uit en toch gaat het buiten je om.” De schilder zag ertegenop aan een nieuw maagdelijk wit doek te beginnen. Hoe herkenbaar voor de kunstenaar en zijn heilig moeten, zou je zeggen. Wolvecamp schilderde daarom wel oude en door hemzelf afgekeurde werken over. Dan had hij een begin om op verder te gaan. Zo zijn er vele van zijn werken verloren gegaan, maar ook vernietigde hij uit onzekerheid werk; hij trapte dwars door de doeken. Hij experimenteerde met vorm en kleur op verschillende manieren om de realiteit te symboliseren. Versimpelde de werkelijkheid op zijn gevoel in een weloverwogen enkel gebaar, een embleem, een vignet waaraan het zijn te herkennen is. Een gebaar evenwel dat werd herhaald naargelang dat voor de spiegeling van de gedachte noodzakelijk bleek. En die weerslag van het denkbeeld kreeg vorm zonder daaraan een naam te verbinden. De meeste werken van zijn hand bestaan in zichzelf, hebben geen uitleg nodig, zijn ‘compositie’ en ‘zonder titel’. Zo kan de beschouwer onbevangen zien en kijken. “Een goed schilderij hoeft geen gekunstelde titel te hebben. Het moet aanspreken door zijn harmonie en zijn kracht, zijn individualiteit. In feite hoeft de titel helemaal niet. Eerst schilder ik, en dan vind ik de associaties. Als ik er geen vind, noem ik de afbeelding enkel ‘schilderij’ of ‘compositie’. De afbeelding is het belangrijkste.”

    Theo Wolvecamp

    Beeld en gedachte

    In het boek komt de kunstenaar zelf aan het woord. Kan hij zichzelf plaatsen en beelden naast het bestaan van zijn werk. In een tweegesprek wordt summier de biografie van Wolvecamp doorgenomen. Waar hij vandaan komt en wat hem heeft gevormd. Maar vooral hoe hij naar de buitenwereld keek waarin hij zich noodgedwongen zo nu en dan moest bewegen. Door zijn antwoorden op de vragen leert de lezer de kunstenaar kennen en zijn werk begrijpen. Want dit werk heeft niet altijd een gemakkelijke ingang. De materie is psychisch geladen en dat komt niet over wanneer de beschouwer op een andere golflengte zit. Beeld en gedachte dienen op elkaar afgestemd te zijn om de vorm te herkennen.

    “Uitgaande van de materie tracht ik te komen tot een levensexpressie in de vorm van een schilderij dat niet alleen een bouwsel is van kleur en lijnen, maar waarin een spontaan humaan sentiment een overwinning is op de materie en ieder esthetisch begrip”, want wie kan beter de bedoeling uitleggen dan de kunstenaar zelf. Kunsthistorici proberen het in de voortgang van de tijd te plaatsen, maar slaan de plank weleens mis. Verbinden grote woorden en zalvende opmerkingen aan het hoe en waarom. Weten wat de kunstenaar gedacht moet hebben, doorzien zijn beweegredenen. Maar kennen zij de maker van iets uit niets echt? “Mijn werk is het resultaat van een zéér persoonlijk ontstaansproces. Het duurt soms wel negen jaar en tachtig lagen verf voordat een doek klaar is, alvorens ik via de materie het doek een ziel heb gegeven, de mijne.”

    Theo Wolvecamp

    Dierbare vriendschap

    De dierbare vriendschap is liefdevol beschreven. Het is niet vanuit kunsthistorisch perspectief geschreven, maar gezien als vriend, als fan, geïnteresseerd in de mens achter zijn kunst. De tekst in het boek is in opdracht van de samenstellers geschreven, de verzamelaars die een hartelijke band met Wolvecamp hadden. Niet zij schreven echter de onpartijdige teksten; het is een derde die het in perspectief uit monden van vrienden optekent. Dus min of meer als buitenstaander, niet te romantisch, objectief. De uitgave houdt daardoor het midden tussen een biografie en een portret. Het naschrift, ergens verstopt in het slot van het boek, zegt alles:

    “De kunstschilder Theo Wolvecamp overleed op 11 oktober 1992 in Amsterdam. Hij werd 67 jaar oud. Vanaf het eerste uur was hij nauw betrokken bij CoBrA, met o.a. Karel Appel, Constant en Corneille, die in het naoorlogse Parijs als ‘uitgelaten schoolkinderen’, zoals Corneille het noemde, elke schilderkunstige regel aan hun laars lapten. De abstract-expressionist Wolvecamp leefde meer teruggetrokken dan zijn collega’s, schilderde moeizamer en weerbarstiger dan zij, vernietigde ook eigen werk. ‘Je veroorzaakt iets vanuit een vaag idee. Het komt van binnen uit en toch gaat het buiten je om’, zei Wolvecamp in een van de sporadische interviews die hij gaf.”

    Theo Wolvecamp – experimenteel in afzondering. Samenstelling: Gerhard Roetgering en Lex Schrama. Uitgave Van Spijk Art Books, 2025.

    Theo Wolvecamp