Tag: topo

  • Wielerknecht Henk op koers in het light verse

    Is Henk een brokkenpiloot. Een ongeluksvogel? Je zal het denken, de titel op het omslag van het wielerboekje dat aan hem is opgedragen beschouwend. De k van zijn naam valt, neemt een vlucht. Van de koers? In een ravijn? Henk zelf echter fietst vrolijk berg op in zijn fleurig oranje tricot. Met zijn witte petje steekt hij monter af tegen de bergflank in de achtergrond van zijn rit. In die houding en dat silhouet heeft hij wat weg van Jan Janssen of Joop Zoetemelk. Het is geen luchtfietser die Henk. Hij weet waar hij het over heeft. Hij staat met beide voeten stevig op de pedalen. In een criterium staat hij zijn mannetje en in de tour is hij een uitgelezen knecht. Hij gaat niet voor geel, maar koerst achterin het peloton als een soort van ranglijstduwer. Samen met compagnon en teamgenoot Han blijven ze voor de bezemwagen uit en beleven noemenswaardige avonturen.

    De zinnen rangschikken tot dynamische vlugschriften

    De humor van een Gerrie Knetemann loert aan de meet. Ligt als een adder onder het gras in de berm. U merkt wel beste lezer, mijn kennis van het wielerlandschap heeft het millennium niet gehaald. Ik ben blijven steken tussen de spaken van die klassieke legendarische renners. De wielergoden die tot de verbeelding spreken en door de toekomst zijn ingehaald. De humor van die roemruchte Kneet hebben Henk en Han geërfd. Althans wordt hen toegedicht door een twaalftal poëten die lichtvoetig uit hun woorden komen. De zinnen rangschikken tot dynamische vlugschriften. Met de snelheid van een afdaling vervliegen de korte gedichten in de tijd. Daarom hebben twee dichtende wielerfanaten deze verzameld en tot een handzaam boekje samengesteld.

    Schermafdruk van Google Maps

    Deze vederlichte verzen die Henk toejuichen langs de lijn zijn in techniek een vervolg op de door dichter Peter Knipmeijer bedachte topo’s. Met die in een keurslijf gegoten dichtvorm zijn de beoefenaars vrij zich in woorden over de aardbol te bewegen. Een voorbeeld? Welnu, van liedjessmid Rikkert Zuiderveld dan een exemplaar: “In ’t Ouwehandse dierenparadijs / zijn alle dieren danig van de wijs. / Zelfs op de apenrots staan zij te wenen / en klinkt het oude lied ‘Waarvoor, waa RHENEN’.” Het is de bedoeling namelijk dat de topo inhoud heeft en relateert aan een plaats, rivier of landstreek op de wereldkaart. Die plaats, in dit geval Rhenen waar het dierenpark is gevestigd – met een schermafdruk van Google Maps, vormt fonetisch het slot van het vierregelig gedicht. Die plaats verliest daarmee de topografische betekenis en gaat op in het plezierdicht.

    image

    Verzameld topo-werk

    Want dat is wat het is, een lolletje tussendoor, een afleiding voor de serieuze dichter. Zich zwoegend in het zweet des aanschijns om een creatief resultaat te bereiken omdat de uitgever smacht een nieuwe bundel uit te brengen of het maandblad regelmatig een actueel gedicht verlangt en het weekblad in een bijlage het politieke landschap in rijm op de korrel wil nemen. Tussen al die serieuze verwachtingen is het een verademing eens een frivoliteit te dichten. Dat kon al in de vorm van het lichte vers, light verse, en bijvoorbeeld het ollekebolleke of de limerick. Maar nu is daar de topo bij gekomen. En meteen al na de lancering heeft deze vorm een vlucht genomen. Kon er al vrij snel een bundel worden samengesteld met verzameld topo-werk.

    De topo heeft als medium het platform Facebook om gepubliceerd te worden. Maar de social media zijn vluchtig, dus is een geprinte uitgave een middel om de topo vast te houden en niet te laten verdampen op het internet. Nu is er een tweede boekwerkje, dat als onderwerp of thema de Tour de France heeft. In de bundel zijn zogenoemde vervolgtopo’s opgenomen, omdat de ene dichter op de andere reageert. Zo ontstaat er als het ware een sliert opeenvolgende korte gedichten. Een soort van langgerekt peloton dat door haarspeld bochten en over passen slingert. Versnelt in de afdaling en traag peddelt bij de klim.

    De leukste bloemlezing uit 200 verzen

    Henk en Han ervaren de vervelende situaties van het renner zijn aan den lijve. De onhebbelijkheden die het fietsen over lange afstanden met zich meebrengt. De harde kont, de blauwe ballen, de stijve benen, het ergerlijke publiek. Het plassen onderweg, om de diarree maar niet te noemen. De stoelgang is een bijzonder probleem in de rondgang. Het wordt breed uitgemeten en gedetailleerd beschreven in “Tour de Henk”.

    Door het boekje worden in 150 topo’s de ritten van de Tour gevolgd. Van de eerste tot de laatste etappe. En de rustdagen krijgen ook hun plaats. Als de schrijvende pers achter op de motor laveer ik door het peloton. Maar blijf haken achterin de ploeg waar ploeggenoten Henk en Han zich van hun beste kant laten zien. Wat zal ik graag verslag doen van de gebeurtenissen op het parcours. Over Henk die in de 3e etappe snoeihard valt en tijdens de tweede rustdag bezoek krijgt van een bus vol schrijvers. Maar daarvoor ligt die praktische uitgave dus voor. Die gekocht en gelezen moet worden. De leukste bloemlezing uit 200 verzen van een groep enthousiaste plezierdichters. De topo werkt aanstekelijk, het is een verslaving en kan nog wereldwijd doorgaan.

    Een eerste plaats is snel gedeeld

    Toch kan ik het niet laten een enkel dicht te citeren, een vers omfloerst te declameren. Want het zijn alle pareltjes waar de zwijnen wel pap van lusten. En na de tour zijn er de rondjes om de kerk. Dus kunnen de plezierdichters deze thema-topo alom vervolgen geven. En weer val ik terug op de nestor in het peloton, Zuiderveld, die zijn etappe onlangs bij het Nederlands Kampioenschap Light Verse dichten won. Niet dat hij naast zijn schoenen kan lopen, want de rest bewegen zich tevens dynamisch in de kopgroep en koersen voor het jagende peloton uit. Een eerste plaats is snel gedeeld. ‘Maar wat een gezever, kom eens tot een punt’, hoor ik u hardop denken. ‘Al die bla-bla en dat gezwets komt jouw artikel niet ten goede.’ Okay dan, een topo in etappe 4: “Soms dromen Henk en Han van het verleden. / De tijd dat ze nog koppelkoersen reden: / ‘In Frankrijk had men destijds nog bezwaren / omdat men dacht dat wij een koppe LOIRE’.” En om af te kicken van de tourtopo-doping een kunststukje heet van de naald: “Een goed gevoerde wielerbroek is fijn / als middel tegen zak- en zadelpijn, / al heb je na wat jaren geen probleem meer / dan is je hele achterwerk van z EEM LEER.”

    Tour de Henk. de Tour de France in 150 topo’s. Remko Koplamp & Maarten van Petersen e.v.a. Uitgave in eigen beheer bij Brave New Books, 2023.

  • Het plezierdicht is een variatie rijker: de topo

    Het is dikwijls zo. Dat iets eenvoudiger lijkt dan dat het is. Dat het makkelijker is een sinterklaasgedicht te rijmen, dan poëzie te schrijven. Maar hoe zit ik niet te zweten om bij een cadeau de juiste woorden te vinden. Woorden die grammaticaal correct passen in zinnen die toch nog wel ergens op slaan. Want de boodschap moet toch wel overkomen. Niet in een of ander Bargoens of fout dialect opgesteld, maar steekhoudend de ontvanger tot uitpakken verleidend. Het kan scherts zijn. Iemand anoniem op de hak nemend, want de ondertekening is toch altijd de bekende Sint en Piet. Maar komt de lezer niet goed uit de door de gever gebralde woorden, dan gaat deze laatste er zich mee bemoeien en geeft de ware Sint zich prijs.

    Het plezierdichten lijkt meer eenvoudig dan dat het in werkelijkheid is. Het schijnt zo makkelijk geschreven, ex-tempore. In het light verse zijn diverse vormen te onderscheiden. Maar altijd gaan ze net een sport hoger dan die 5 december rijmelarij. Want dat kan een ieder beoefenen. Iedere analfabeet zoals dat heet. Zolang het maar over het geschenk gaat, sprekend loopt en zingend rijmt. Maar van een versvoet of een metrum heeft de amateur in deze nog nooit gehoord. Wanneer het op het oog goed lijkt en op het gehoor juist klinkt krijgt het dichtwerk een voldoende. Maar de echte poëet wil toch een treetje hoger, een stapje meer. Deze wenst een format waarbinnen het schrijven gepast en gemeten kan worden. Deze wil een uitdaging.

    Peter Knipmeijer, topo, google maps, kompas

    Geografische aanduiding op Google Maps

    Het light verse dus of in beter Nederlands het lichte vers kent verschillende verschijningsvormen. Onlangs is aan de reeks van limerick tot ollebolleke een nieuw fenomeen toegevoegd. De topo. Bedacht door dichter Peter Knipmeijer. Een dichtvorm die toegesneden is op de moderne technologie van het internet. Het onderwerp van het vierregelig gepaard rijmende gedicht is een plek op de wereldkaart. Ofwel een geografische aanduiding op Google Maps of een soortgelijke app of site. Deze screenshot vormt dan het laatste woord of een gedeelte van de slotzin van het gedicht. Het verliest echter de eigenlijke aardrijkskundige betekenis en is niet enkel een bijwoordelijke bepaling van plaats. In het beste geval heeft het vers een link met de omgeving van het gekozen dorp, de stad of de streek. Het metrum tot slot is de jambische parameter.

    Op reis door Duitse gewesten ontdekte Knipmeijer een groot aantal met eigenaardige namen benoemde dorpen. Als plezierdichter was hij van mening dat deze namen schreeuwden om een bijpassend vers. Dus vond hij tussen neus en lippen door een versvorm die aansloot op zijn idee. Deze noemde hij de topo. Of #topo in vaktaal. Een aantal mededichters raakte enthousiast door het eenvoudige maar lastige rijmschema. En nog steeds dijt de groep van beoefenaars van dit vrije vers uit. De resultaten zijn vooral te vinden op de sociale media. Van de eerste lichting topo’s liet Knipmeijer een bundel samenstellen. Zijn productiviteit en dat van de andere dichters ligt hoog. Er kan en zal zo wel een tweede of derde bundel volgen. Er zijn namelijk geografische aanduidingen in overvloed. De ene nog poëtischer dan de andere. Onderwerpen in ruime mate voorhanden.

    Peter Knipmeijer, topo

    Godfried Bomans overtreffen

    Hoewel Peter Knipmeijer de bedenker is van deze versvorm, vindt hij dat de eer naar Godfried Bomans gaat. Deze schrijver heeft zonder het te weten een prototopo geschreven. Aan het slot van een limerick, we schrijven het jaar 1961, bediende hij zich van een topografische woordspeling die model kan staan voor de moderne topo. Als schrijver kan ik volgens voorstel van Knipmeijer de uitdaging aangaan om Bomans te overtreffen. Hijzelf en een dertiental met hem deden dat. Maar liever geniet ik gewoon van de diverse spitsvondigheden en flauwe woordgrappen die in de bundel TOPO de revue passeren.

    Het zijn er welgeteld 95 stuks die door de ballotage in de bundel terecht zijn gekomen. Ze lezen makkelijk weg, voor de vuist zoals dat klinkt. Hebben een begrijpelijk slotwoord waarvan ik de duiding in een enkele gedachte begrijp. Maar er zijn erbij die ik een paar maal moet lezen voordat het kwartje valt. En er zijn erbij die te flauw en afgetrokken zijn voor woorden. Met het grote aantal plaatsnamen die er op de aarde zijn lijkt de inspiratie schier onuitputtelijk. Vooral wanneer diverse dichters een eigen vers op eenzelfde plaatsnaam maken. Bekeken vanuit een ander standpunt.

    Peter Knipmeijer, topo, google maps

    Schreeuwt om geciteerd te worden

    Je zou de topo een omgekeerde limerick kunnen noemen. Maar in de limerick behoudt de plaatsnaam de geografische betekenis. Terwijl in de topo deze dat juist verliest en de woordelijke dan wel letterlijke betekenis van het woord krijgt. Het is aanlokkelijk om op deze plek te strooien met voorbeelden. Want de ene topo is nog lyrischer en geestiger dan de andere. Het schreeuwt om geciteerd te worden. Echter zonder de screenshot, zodat eigenlijk de bal naast het doel geschoten wordt. Maar toch, het zij te proberen. Ik lepel een tweetal op van de meester hemzelf. “Ik was laatst in een eethuis hier aan zee / Bestelde zacht gegaarde tongfilet / Die obers daar, die moesten mij wel haten! / Ik kreeg geen vis, ik kreeg alleen Margraten.” “Mijn buurman, Canadees, spreekt enkel Frans / En Frans voelt zich daardoor nu heel wat mans / Zelfs boven Jan maar dat is niet zo gek / Want Jan is een enorme Jan Québec.”

    Op Facebook worden de topo’s veelvuldig gepost. Het digitale platform is een mooie manier om de verzen de wereld in te krijgen. Knipmeijer zelf als godfather van het genre roert zich er. Maar bijvoorbeeld ook de meer serieus geachte Rikkert Zuiderveld leeft zich uit in het vrije vers, het plezierdichten. Hij weet sublieme topo’s op schrift te stellen, maar was er te laat enthousiast mee om de gedrukte bundel te halen. Maar wie weet staat hij in een volgende druk met “De Haagse euj, de Vlaamse zachte g, / het Mokums aai, de scherpe Grunn’ger t, / dat alles heeft zijn eigen logica. / Maar eentje hoor je noot: de Drentsche Aa.” Maar voor de bundel had Knipmeijer zich daar al over gebogen, dat mag de pret echter niet drukken: “In Tilburg woont mijn tante Desiree / Zij heeft zo’n hele mooie zachte g / In Assen woont mijn tante Agatha / Zij heeft een niet te harden Drentsche Aa.”

    En ik dacht stoutmoedig toen ik de topo’s op internet zag, dit genre in een handomdraai wel aan te kunnen. Had ik in het verleden immers weleens een haiku geschreven en me gemeten met een ollebolleke. Maar niet op de hoogte zijnde van de regels en voorschriften, werd ik terecht schoolmeesterlijk terecht gewezen. Maar na het lezen van Knipmeijer’s bundel wil ik dan nog een poging wagen:

    In Friesland daar is de eend het haasje / De jager noemt dit ferdivedaasje / De jonge kuikens vinden er de dood / Omdat de onverlaat de

    Peter Knipmeijer, topo, google maps, Jurjen K. van der Hoek

    Topo, Peter Knipmeijer e.a. Uitgeverij Trojka (Brave New Books), 2023.

    Peter Knipmeijer, topo, google maps, kompas, globe