Tag: Tresoar

  • Levensthema in de kern geraakt door haiku Jan Loman

    In zijn kunstzinnige uitingen zocht Jan Loman de essentie van het landschap, vooral in zijn haiku raakte de kunstenaar de kern. Tijdens zijn leven bouwde hij aan een verrassend veelzijdig oeuvre. Een oeuvre met een sterk autonome waarde en telkens het vermogen om mens en landschap te doorgronden en met elkaar te verbinden, bodem te geven. In de uitgave “Grensoverschrijdend” blijkt dat eens te meer duidelijk. Het belicht niet de beeldende kunst, maar bevat zijn poëzie in de vorm van de haiku dat tevens een beeldende uitdrukking heeft. In het boek, uitgegeven door Tresoar, heeft Gerhild van Rooij als Lomankenner een aantal van deze 17 lettergreep gedichten samengebracht. Vijftien jaar na het overlijden van de man in 2006 is het een eerbetoon aan deze bijzondere Friese kunstenaar, die op velerlei gebieden het relatief vlakke landschap van Friesland geïnspireerd kon vastleggen en uitdrukken. De uitgave sluit aan bij een tentoonstelling destijds in Tresoar te Leeuwarden en Galerie Bloemrijk Vertrouwen te Aldtsjerk.

    Over de grens van tijd en ruimte

    Door het weglaten van alle overbodige ruis raakt Loman de kern, komt het werk tot de essentie, en spreekt daarom eigentijds aan, blijft actueel. De tijd haalt het werk niet in, het blijft er altijd een stap op voor hoewel de maker inmiddels uit de tijd is. Zijn multidisciplinaire beeldende, literaire werk en vormgeving is derhalve grensoverschrijdend. Het komt over de grens van tijd en ruimte, blikt de toekomst in en heeft aldus eeuwigheidswaarde. Nog steeds is de wezenlijkheid van zijn poëzie van deze tijd, het is modern ook al vergeelt het papier en vervaagt het schrift. Het zet de lezer vast op de plek, met beide benen op de grond, door met enkele steekhoudende woorden het wezen te raken, to the point.

    De haiku is de meest beknopte vorm van poëzie, waarin toch evenveel wordt gezegd als in bijvoorbeeld een sonnet is geschreven. Het is een Japanse vinding en omvat grote levensvragen maar let ook op de details van de kleine dingen in het leven. Japanners zijn meesters in het vereenvoudigen van het complexe zijn. Zij raken met een paar woorden en een enkele lijn bulls-eye, een schot in de roos, waar wij een omhaal aan verhaal nodig hebben. Die kracht van dat korte gedicht heeft Jan Loman doorgezet in zijn kunst. De weinige woorden die hij nodig had om precies dat te omschrijven waar het volgens hem om ging, vertalen zich in de mindere lijnen en vlakken die zijn schilderijen en tekeningen kenmerken. Het zijn welhaast logo’s van het leven. Merktekens van het landschap. Dat landschap was Lomans’ meest belangrijke inspiratiebron. Zonder het te schrijven vulde hij dit in, door elementen weg te laten vulde hij dit aan.

    Grensoverschrijdend / Grinskrusend

    Het door Tresoar uitgegeven “Grensoverschrijdend, de haiku van Jan Loman” is niet afhankelijk van de tentoonstelling onder dezelfde titel in 2021. Deze is immers al voorbij en afgelopen. Het boekwerk kan zelfstandig de toekomst in. Het heeft een bijzondere opmaak met rafelrand langs de omslag. Blauwe bladen waarop de zakelijke informatie staat, zoals het voorwoord van Bert Looper, een beknopte biografie door Gerhild van Rooij en de noten bij en de variaties op de poëzie, waardevolle gegevens. De diverse traceerbare haiku verzameld en vertaald door kunstenaar, auteur en curator Van Rooij staan op witte pagina’s daartussen. Iedere blanke pagina heeft een horizontale doorlopende lijn, daar boven in de lucht staat het originele gedicht en eronder op de grond de Friese vertaling. “het koolmeesje laat / in de besneeuwde struik een / zwart twijgje achter — it blokfinkje lit / yn de besnijde strûk in / swart twiichje efter”. De biografische gegevens zijn kort en bondig, even essentieel als het werk van Loman dat is. Meer spitst Van Rooij zich toe op zijn kunst en dan in het bijzonder de literaire composities.

    Haiku als handtekening in de lucht

    De relatie tussen landschap en verbeelding is in Friesland hecht en intiem, volgens Bert Looper. Sinds in de 19e eeuw het landschap kenmerk werd van de Friese identiteit hebben kunstenaars zich erdoor laten inspireren. Jan Loman heeft in beeld en tekst de verbinding mens-landschap tot zijn levensthema gekozen. Hij bracht het in beeld of onder woorden. Niet alleen literair uitte zich dit thema, maar vooral ook in schilderijen, tekeningen, aquarellen en tijdelijke monumentale wandschilderingen. Grafiek in allerlei vorm en uitdrukking werd gecombineerd met talig werk. Bijzonder zijn de unieke collages in hotprinttechniek van vlieseline en inkt op zuurvrij karton. Door zijn of mede dankzij zijn iconische logo voor de Waddenvereniging blijft Jan Loman letterlijk en figuurlijk in beeld. In taal en teken vatte hij in een oogwenk als het ware het totaal van de wereld samen. Tekens lopen als een rode draad door het werk van Loman, stelt Gerhild van Rooij in haar bijdrage aan de uitgave. “Het zijn ook de tekens die Loman inspireren tot een haiku: een bloem in de sneeuw, een leilinde in het land, een paal op het strand, een slagschaduw en veel meer.”

    De kracht en de breekbaarheid samen maken dat het werk van Loman leeft, denkt Van Rooij, niet alleen bij vrienden maar bij steeds weer nieuwe lezers en beschouwers. Alsof hij zijn haiku als handtekening in de lucht laat hangen en hij in enkele gebaren het leven wil samenballen, of nog altijd samenbalt en bij de kern blijft. “de zonnewering / voert langzaam late zebra’s / over de wanden — de sinneblinen / fuorje têd lette sebra’s / oer alle wanden”. De originele haiku van Loman, door hem geschreven in de Nederlandse taal, behouden de eenvoudige kracht en spreken simpel aan in het Fries vertaald. Gerhild van Rooij heeft daar, met advies en redactie van Pieter Duijff, serieus werk van gemaakt. De essentie van het moment, het verbinden van locaties, sferen en tijdsperioden, blijven fier overeind in de Friese taal. En geven misschien nog wel meer stemming en emotie aan de haiku. Waar Loman een ode aan Friesland brengt, de provincie waar hij is geboren en opgegroeid, dicht Van Rooij middels onderzoek en beschrijving lof toe aan deze mens en kunstenaar. “Door Jan Loman, door de tentoonstellingen en de haiku beseffen we hoe intiem en daardoor breekbaar de relatie tussen mens en landschap is”, besluit Bert Looper zijn voorwoord. “Een zeer actueel thema.

    Grensoverschrijdend, de haiku van Jan Loman / Grinskrusend, de haiku fan Jan Loman. Tweetalige uitgave als eerbetoon aan Jan Loman (1918-2006). Voorwoord Bert Looper. Inleiding en vertaling Gerhild van Rooij. Uitgave Tresoar Leeuwarden, najaar 2021.

  • De ruige bolsters met blanke pit van de Friese rock’n’roll

    Rock’n’Roll in Friesland” is geen zwartboek van de muziek. Integendeel. Hoewel het kaft van de tegelformaat grote uitgave wel die kleur heeft, zwart. Dit zwart past bij het in de uitgave aangelichte genre in de muziek, dat wel, de schijnbaar duistere kant van een populaire stijl. In de volksmond het karikatuur van de losbandige en tegendraadse muzikant. Deze die de randen van het toelaatbare opzoekt. Het moet botsen en stoten. Een afzetten tegen een gevestigde orde. Maar niets is minder waar. Het is de buitenkant die door conservatief publiek is aangedikt. Publiek dat van een afstandje de blik afwendt en niets wil weten van deze muziekstroming die is opgekomen in een tijd dat alles anders had gemoeten. Ondertussen is het een klassieke vorm van de hedendaagse muziek. Doorstaat alle vooroordelen en tegenwerpingen.

    Rock’n’roll geen nostalgie

    Nergens op de vele bladzijden die het boek dik is vind ik dan ook maar iets terug van een verzameling negatieve voorbeelden, als zou de uitspraak die begint met ‘sex en drugs’ bevestigd worden. Er blijken nauwelijks romantische zijden aan de levensverhalen van de rockers die staan beschreven in het boek. Rock’n’roll schijnt geen romantiek te zijn, al is de rocker wel een gevoelig mens. De ruige bolster is de buitenkant, het beest op het podium. De blanke pit lees ik tussen de regels door, wanneer de interviewer dieper graaft in het zijn van die mens. Ook is rock’n’roll geen nostalgie, het is geen verleden maar heden. Wel kijken de rockers terug op hun leven. Maar zien niet om in weemoed, zijn trots op wat ze gedaan hebben en kijken vooruit op wat er nog kan. Een enkeling heeft wel spijt, omdat door de fanatieke levensstijl aan andere belangrijke zaken niet is toe gekomen.

    Het is hard werken om aan een top te komen, de dalen zijn diep en liggen vol stenen. De top is eenzaam, de val in het dal pijnlijk. Maar rock’n’roll is een manier van leven. De scherpe kanten worden niet bot, de tijd erodeert het leven niet. Er is niets of weinig anders dan dat te doen, een zijn als muzikant, het is een opdracht. Een gave, een talent. Rock, dat is ofwel dat zijn de zwarte bloedcellen die rollen in de aderen. De muzikant leeft ervan, hij is het. Hij, want de rocker is vooral van het mannelijk geslacht. Pas tegen de eeuwwisseling wagen dames zich op dit hellend vlak.

    rock'n'roll, Friesland, Robert Wielenga, Uitgeverij Louise, Tresoar

    Zoveel wordt mij wel duidelijk wanneer ik de gesprekken met de tweeënveertig Friese rockers lees. Het boek is een kroniek van deze dwarse stroming in de muziek. Ik noem het geen bijbel, daar in Friesland vooralsnog geen heiland is opgestaan die de rock tot religie heeft verheven. Maar bijna zou je het wel een heilig boek kunnen noemen waarin de canon van de Friese rock’n’roll wordt bezongen.

    Geboren inspirator

    Rock’n’Roll in Friesland” vertelt dus tweeënveertig levensverhalen van evenzovele Friese rockers. Samensteller Robert Wielinga verhaalt in een inleiding tot de gesprekken over de aanleiding om dit boek te laten verschijnen. Zijn toevallige ontmoeting op een antiekmarkt in Leeuwarden met een oude rocker geeft de doorslag. Wielinga, met de fotocamera voortdurend in de aanslag steeds op zoek naar verrassende beelden, wil de ooit succesvolle muzikant maar al te graag portretteren. Daar slaat hij op aan, want al pratende over oude herinneringen en het leven in muzikale hoogtijdagen vraagt Wielinga zich af hoe het die andere rockers zal zijn vergaan. Hij wil weten waar ze nu staan, hoe het met ze gaat, waar kijken ze met trots op terug en waar hebben ze spijt van. Om dat te weten te komen gaat Wielinga niet zelf op pad, maar als gedreven organisator en geboren inspirator zet hij een groep specialisten aan het werk om vanuit hun vakgebied antwoorden te krijgen op zijn vragen. Het zijn namelijk niet de minste Friese journalisten, schrijvers en fotografen die hij voor zijn karretje weet te spannen.

    rock'n'roll, Friesland, Robert Wielenga, Uitgeverij Louise, Tresoar

    Als samensteller en eindredacteur van het boek kiest Wielinga ervoor de rock’n’roll in Friesland tussen 1960 en 2000 een gezicht te geven, de lezer die jaren opnieuw te laten beleven. Want dat is het, een belevenis. De verhalen slepen je mee in die wereld. Al lezend waan ik me die fan in dat publiek, die hangt aan de lippen van deze ster waarvan ik alle ins en outs wil weten. Fanatiek knip ik de platen uit de muziekbladen en sla ze op in mijn plakboek. Jawel, ook ik deed dat toen. Vooral in de jaren 60 van de vorige eeuw, wanneer de rockers voor mij god zijn en de rock’n’roll een religie is. Toch wel. Op de knieën ging ik, danste los op de ruige muziek, in vervoering als luidruchtige meditatie. De verhalen in het boek laten die tijden herleven voor mij. Maar de goden blijken normale mensen te zijn. De religie een levensstijl. Buiten de muziek om echter is de levenswandel meestal verre van gewoon. Ook dat zijn is rock’n’roll. Het zit in het doen en laten, het weten en het geweten. De rocker is rock’n’roll. Hoewel het genre in de loop van de tijd onder druk van de commercie voor een breed publiek braver is geworden, blijft de rocker ruig en onaangepast in het diepst van zijn gedachten. Niet willens en wetens overigens. Het is een bewust onbewuste manier van leven. De rocker verliest in de loop van de tijd wel zijn haren maar niet zijn streken.

    rock'n'roll, Friesland, Robert Wielenga, Uitgeverij Louise, Tresoar

    De bovenlaag rockers in Friesland worden in het boek ruimschoots aan het woord gelaten. De beau monde, want het zijn vooral de bekende namen die stem krijgen. De elite van dit wereldje. Zoals de gekozen interviewers niet de minste zijn, zijn de geselecteerde geïnterviewden dat zeker ook niet. Hoewel het dus in de eerste plaats om de muziek gaat, komen de geschiedenissen van de ondervraagden ruimschoots aan bod. De lezer komt veel te weten over die wereldlijke muziekstroming in deze provinciale omstreken. Maar dat is niet het enige facet, om met rode oortjes de avonturen op en achter de bühne te lezen. Zeker zo lezenswaardig is de weg die naar het podium leidt, de achtergrond van de mens die niet anders kan dan voor het voetlicht te treden met gitaar, keyboard of drumstel. Zijn of haar gevoelens en ervaringen bij en in het leven uit in liedjes die met luide stem ten gehore worden gebracht. De beschrijvingen van de muzikanten zijn zo levensecht weergegeven alsof ikzelf die vragensteller ben en de geïnterviewde mij het hele hebben en houden voorlegt.

    Muzyk is as boerekoal

    Door de verhalen klinkt voortdurend de zin en de wil om muziek te maken. Hoewel het leven weleens al dan niet noodgedwongen een andere wending neemt, komt men toch steeds weer terug op het actief bezig zijn met de muziek als kunstvorm. Muziek als één van de grootste liefdes in het leven. Het geeft vrijheid en ontspanning. Het is een fantastisch avontuur. Maar ook is het afzien, de berg is hoog en je bent niet zomaar aan de top als je daar al ooit jou vlag kunt planten. “Muzyk is as boerekoal”, laat gitarist/zanger Eric Ennema freelance tekstschrijver Nynke van der Zee weten terwijl fotograaf Maartje Roos hem karakteristiek portretteert, “der moat earst in pear jier froast oerhinne. Pas ast echt wat te fertellen hast, wurdt it ynteressant.”

    rock'n'roll, Friesland, Robert Wielenga, Uitgeverij Louise, Tresoar

    Het boek is in vijf hoofdstukken verdeeld. Vier decennia en een apart deel voor de Friestalige rockers. Iedere tijdspanne van tien jaar wordt ingeleid door een historische kijk op die periode. Journalist en onder meer oud-hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant Rimmer Mulder is in de geschiedenis gedoken van Friesland en van de wereld op dat moment. Het geeft een interessant beeld van welvaart en maatschappij, waarin de gesproken rockers tegen de stroom inzwommen of waartegen enkelen zich in en door de muziek verzetten. En daarna blijkt in de gesprekken dat rock’n’roll niet alleen ruig dwars en zwart leer is, maar ook wel de meer zachte kant van de muziek laat zien als in folk of de melancholische blues.

    Na een serie besproken muzikanten, zij die boven het maaiveld uitsteken in de polder en het kale duin van Friesland – kwamen boven drijven op het Friese meer, is het woord aan de man die het mogelijk heeft gemaakt dat hun muziek niet op de zolderkamer of tussen de coulissen blijft hangen maar onder de mensen komt. Iedere periode heeft zo een eigen voorvechter die zich met hart en ziel inzet voor de goede muzikale zaak. De muzikant zelf komt aan deze randvoorwaarden niet toe, daarvoor zijn er de mogelijkmakers. Net als de beeldend kunstenaar een galerie nodig heeft om de kunst te verkopen. Zo heeft de muzikant producers, platenbazen, programmeurs en impresario’s nodig om de muziek aan de mens te brengen.

    rock'n'roll, Friesland, Robert Wielenga, Uitgeverij Louise, Tresoar

    Niet elk muzikaal leven gaat echter over rozen. Die rozen blijken namelijk dan weer veelal vlijmscherpe dorens te hebben. Maar alle tegenslagen ten spijt wordt het bijltje er dan wel niet bij neer gegooid of de gitaar aan de wilgen gehangen, de handdoek in de ring geworpen. De rocker is een doorzetter. Ook al is er nauwelijks publiek voor zijn aaneengeregen noten. Het bloed kruipt nog altijd waar het niet gaan kan, de oude liefde vlamt op bij deze oude rockers wanneer de passie ter sprake komt. Algauw dus is na muzikale magere jaren het ware ambacht weer opgepakt en moddert men verder langs ’s heren wegen. Want vaak is niet het optreden heilig, maar is het samen spelen, improviseren en repeteren het hoogste goed. Ideeën uitproberen, nieuwe songs maken, stukken in de week zetten, dat is het spel zoals het gespeeld moet worden. Daar zit de kracht, de rest is bijzaak. Maar wel belangrijk, want de muziek moet gehoord worden. Het boek “Rock’n’Roll in Friesland” is daarbij, bij het gehoord worden, een onmisbare catalogus. Een uitgave die niet mag ontbreken in de boekenkast van de liefhebber.

    Rock’n’Roll in Friesland, 1960-1999, levensverhalen van 42 Friese rockers. Samenstelling en eindredactie Robert Wielinga. Uitgeverij Louise in samenwerking met Tresoar, 2021.

    rock'n'roll, Friesland, Robert Wielenga, Uitgeverij Louise, Tresoar

  • Literaire diversiteit in dichtbundel Godwits

    Ze treffen elkaar onder de vlag en wimpel van het project “Kening fan de Greide”. Althans, ontmoeten de ander daar en er blijkt overeenstemming. Eensgezindheid in eenzelfde vakgebied, zonder grenzen. Want kunst kan niet worden ingeperkt, niet in een vakje worden gestopt. Het is vrij als een vogel: de grutto zwevend boven het weiland.

    Ze komen samen, de vier dichters – twee uit Portugal en twee van Friesland. De letters hebben ze gemeen, de woorden wisselen sterk, maar de emotie die ze in de zinnen leggen corresponderen. Ze voelen elkaar aan in gedachte, woord en daad. Er ontstaat een wisselwerking. Daarmee gaan ze aan de slag. En niet alleen in woorden, maar dus ook in daden door onder meer samenwerking met musici. Er volgen repetities, optredens en het vertalen van elkaars dichtregels en tekstdichten.

    Biodiversiteit

    Het project “Kening fan de Greide” wil de biodiversiteit van natuur en cultuur bevorderen, als een manier om de mensen attent en bewust te maken van het landschap in verschillende geografische gebieden. En aandacht vragen voor de invloed daarbij van diversiteit op milieu en de taal. Want de grutto heeft ons veel te vertellen over de trektochten boven het continent. Reisverhalen die niet mogen vervliegen; de vogel heeft het op vele plekken moeilijk, dreigt te verdwijnen en heeft bescherming nodig. Het project wordt door het Friese Tresoar gepromoot en krijgt steun van de culturele vereniging Pantalassa in Portugal. Want ook op het Iberisch schiereiland heeft de grutto het niet makkelijk.

    Literaire diversiteit

    In het project van de dichters, dat leidt tot de poëtische bundel “Godwits”, is er sprake van een literaire diversiteit. Een dichterlijke vrijheid in het benaderen van omgeving, natuur en emotie. Er is duidelijk een verschil in aanpak van de letterkunde. Dat is logisch, want ’s lands wijs ’s lands eer. Houden de Friezen Elmar Kuiper en Jan Kleefstra het klein en teder, de Portugezen Raquel Lima en Nuno Piteira gaan de barricades op en zingen strijdliederen. Want dat is het, het Portugees is een taal die zingt. Ik ken het niet, ik weet niet wat er staat, welke de betekenis is. Maar met fonetisch lezen dansen de woorden over het papier. Het leest fijn weg, zoals een muzikale compositie aangenaam kan klinken. De woorden spelen met de tongval zonder dat je de zingeving hoeft te kennen.

    Tresoar, grutto, dichtbundel

    De teksten zijn door het viertal naar hun eigen taal vertaalt, of zeg je in dit geval hertaalt. In elk geval is het Engels als tussentaal gebruikt om de juiste intonatie, dictie en significatie te behouden. Want in de andere taal is het niet eenvoudig de juiste woorden met dezelfde strekking te vinden. Uitdrukkingen kunnen soms net andere waarden hebben. Vooral in de poëzie is het noodzaak die juiste zinnen te formuleren om niets van de bedoeling in betekenis kwijt te raken. Of dat gelukt is kan ik niet beoordelen, omdat ik dus die vreemde taal niet machtig ben. Ik kan de verzen in de Friese overzetting met aandacht lezen, er de oorspronkelijke woorden fonetisch tegenaan zetten. En ik voel de stemming klinken, het humeur tonen. De letters zijn noten op de balk, houden langer aan of galmen na. En andersom weet ik niet of het breekbare van de Friese poëzie doorkomt in het Portugees. Want Frysk mag dan een groffe taal zijn, deze dichters hanteren het bij tijd en wijle minzaam en mild. Het Portugees is daarnaast de wolf in schaapskleren, want die poëten lijken hun kritische omgang met mens en maatschappij te verbloemen in een dynamische woordendans.

    Verscheidenheid in taaluitdrukking

    Het omslag van de bundel “Godwits”, dat is Engels voor grutto in het meervoud, is een beeldende vertaling van het fenomeen dat zich erin afspeelt wanneer ik het boekje opensla. Twee vogelvlerken over elkaar geplaatst, waarbij de transparante zwarte variant de witte vleugel in spiegelbeeld bedekt. Niet overschaduwt, want het een is niet meer belangrijk dan het andere. Het is een bijzonder project, de uitwisseling van poëzie om de verscheidenheid in woordspeling en taaluitdrukking te duiden. Om te zien hoe die ander in deze landstreek van verderop de emotie en de omgeving een beeld in woorden geeft. Door de teksten van Kuiper en Kleefstra vliegt nog weleens een vogel die kan worden gedetermineerd als grutto. Die gevleugelde vrienden vind ik niet terug bij Lima en Piteira, hoewel er valt te lezen dat zij de symboliek van de koning van het weiland als metafoor gebruiken in hun zwierige verzen.

    Tresoar, grutto, dichtbundel

    Mijn gedachten verdwalen nog eens tussen de regels door. De beeldspraak is retorisch, maar beschrijft een waarheid die onomstotelijk vaststaat in de zienswijze van die dichters in dat andere land. Ik neem het aan als mijn blik, want de grenzen vervagen. Zoals de vogels over het continent vliegen zonder beletsel, trekken mensen van hier naar daar – vervliegen gedachten, meningen en woordenwisselingen boven landsgrenzen.

    Uit de bloemlezing van de vele gedichten, die de dichters deden dichten tijdens hun ontmoetingen, is “Godwits” dus als bundel ontstaan. Als weerslag van een uitdaging. De dichters nodigden zichzelf en elkaar uit de grenzen van het woord in vertaling te verkennen. De betekenis en bedoeling van elkaars poëzie uit te wisselen, om uiteindelijk versies van gedichten op papier te krijgen die trouw blijven aan de eerste gedachte en de oorspronkelijke strekking. Door het verschil in taal is de betekenis niet een-op-een, bedekt de ene versie niet naadloos de andere. Maar er is wel een afdoende poging gedaan dit te bereiken. Net als het project diversiteit in natuur en cultuur voor ogen heeft, zo is het doel van de bundel om de taalkundige en culturele verscheidenheid te behouden. “As in fûneminteel ûnderdiel fan de beskerming fan de minslike soart, yn gearhing mei oare soarten, dy’t njonken inoar libje yn itselde ecosysteem.” Mooier kan ik het niet zeggen, of toch…

    Godwits, Portugese en Friese poëzie van Raquel Lima, Elmar Kuiper, Nuno Piteira en Jan Kleefstra. Eigen uitgave met steun van Tresoar, 2019.

    Tresoar, grutto, dichtbundel