Tag: Uitgeverij Atlas Contact

  • Het levensverhaal van twee bijzondere heren

    ‘Ik bel je wel als ik dood ben.’ En ik: ‘Als ik niet thuis ben spreek dan wat in op het antwoordapparaat.’ We zeiden het wat nonchalant, alsof het toch niet zou gebeuren en misschien ook om de emoties geen kans te geven.” Het was een mooi begin geweest van Armando’s levensverhaal opgeschreven door Cherry Duyns. Ik lees deze laatste begroeting pas in de ‘Aantekeningen bij het einde’. Het is de manier waarop de heren afscheid van elkaar kunnen nemen, eerder, voor die 1e juli in 2018 toen Duyns een telefoontje uit Potsdam kreeg: ‘Armando ist tot’, met een kwinkslag, altijd met een grap en een grol de ernst doorbrekend.

    Ik bel je wel als ik dood ben” is de titel van een bundel gesprekken met Armando. In 21 gesprekken over een periode van 7 jaar hadden de mannen het over het leven en het verleden. Niet enkel dat van kunstenaar Armando, maar onvermijdelijk ook dat van schrijver Cherry Duyns. En over wat hen bond in de halve eeuw dat ze elkaar gekend hebben: taal, humor, variété, muziek, beeld. “Maar het is toch vooral zijn verhaal, zijn geschiedenis waar ik naar op zoek was, zijn bronnen”, verantwoordt Duyns zich in het voorwoord.

    Cherry Duyns, Armando

    Geschreven in de tegenwoordige tijd

    De door Joke Duyns ruw op schrift gestelde audio, de gesprekken werden op een memorecorder opgenomen, werden door Cherry Duyns uitgewerkt en bevat waardevol materiaal om de beeldend kunstenaar, schrijver en violist Armando beter te leren kennen. Het maakt deel uit van de nagelaten werken van de man achter de schuldige landschappen en al die andere verfschappen, tekeningen en beelden, objecten. gedichten en verhalen. De manier waarop hij in het leven stond en hoe hij naar zichzelf en zijn kunst keek. Geschreven in de tegenwoordige tijd, alsof de lezer deel uitmaakt van de tweespraak. Zo ervaar ik dat ook, op de punt van mijn stoel kom ik tot het diepste wezen van deze bijzondere man. Hij laat dat toe omdat hij een open boek is voor zijn gesprekspartner, vrienden voor het leven.

    De verstandhouding van de levensvrienden komt in het boek ook ruimschoots aan de orde. In een groot aantal dialogen denk ik de samenspraak bekend van ‘Herenleed’ te ontdekken, de on-Nederlandse droge humor. De twee netjes geklede heren die in het televisieprogramma en op het theatertoneel het tot elkaar hadden over het vreemde fenomeen dat leven heet, lief en leed. Serieus, maar altijd met een humoristische ondertoon – absurd veelal, gestut door het woeste voorkomen en de dito uitspraken van dichter Johnny van Doorn. Voordat je het door hebt zakt dergelijke gein in de vergetelheid. De humor linkt aan die van het Britse gezelschap Monty Python en de Amerikaanse rockers van Bonzo Dog Doo Dah Band. Wie kent ze nog.

    Herenleed, Cherry Duyns, Armando

    “Weet je wat somber is? Leuke bloemetjes schilderen”

    Echter is het boek geen biografie of autobiografie waaraan een uitgebreid bronnenonderzoek en interviews met mensen om de persoon heen aan vooraf gaat, waarbij soms ook misverstanden ontstaan en een eigen leven gaan leiden. Het is de kijk van Armando op zijn leven, zijn werk en zijn handelen. Uit de eerste hand. Met een getuige à décharge. Deze geboekstaafde uitspraken van Armando hebben een ernstige boventoon, wanneer het bijvoorbeeld gaat om de oorlogsjaren, met humoristische ondertonen als het zijn eigen werken in de kunst betreft. Want, zegt hij, niemand zit op die flauwekul te wachten.

    Het thema van zijn werk is de tragiek van de mens en vooral de ellende van de oorlog. Het lijkt zijn werk somber te maken. “Weet je wat somber is? Leuke bloemetjes schilderen.” Die oorlog is tevens een voortdurend terugkerend gespreksonderwerp. Het heeft diepe indruk gemaakt op Armando. “In de oorlog zie je een gecomprimeerde realiteit, een samengebalde werkelijkheid. Alles is heviger dan in het normale leven, wat we dan normaal noemen.” En die werkelijkheid moet een uitweg hebben, vindt beeld op doek en in brons. Paradoxaal houdt Armando zelf niet van dit werk, hij waardeert het wel maar vindt het rotzooi. Het geeft echter zin aan het zinloze bestaan.

    Arfmando

    Talloze bijzondere uitspraken

    En een rode draad door de gesprekken is ook het voorval in de laatste weken van die oorlog. In april 1945 heeft Armando een onverhoedse ontmoeting met een Nederlandse SS-er. Het is hij of ik. Duyns probeert uit Armando te trekken wat er is gebeurd en hoe hij daarin staat. Steeds steekt het de kop op in de vragen en de antwoorden. Uiteindelijk laat de kunstenaar de nonchalance over de gebeurtenis varen en heeft het erover. Hij schreef het van zich af in een boek, eerder, wanneer het een beschrijving is in de hij-vorm, de tweede persoon.

    Er zijn talloze bijzondere uitspraken, zo beschreven dat de dialogen eenvoudig doorlezen. Zijn blik op het leven stemt tot nadenken, houdt de aandacht vast en laat het boek vrijwel in één adem uitlezen. Armando lijkt wereldvreemd, maar is dat allesbehalve. Hij heeft een eigen kijk op het leven, zijn leven, zijn kunst, zijn zijn. Dat leven is niet zo bijzonder en die kunst al helemaal niet, vindt hij. “De inspiratie komt je gewoon aanwaaien. Ik heb er geen verklaring voor. Af en toe zie ik dingen van mezelf of lees ik wat ik geschreven heb en dan denk ik: dat ik tot zulke mooie dingen in staat ben. Sommige dingen moeten gehoorzaam gemaakt worden. Ik heb niks te beslissen, dat wordt voor me gedaan. En wie dat doet? Weet ik veel, het interesseert me ook geen ene moer. Hoofdzaak is dat het komt. Dat het er is.

    Armando

    Niet snel tevreden over zijn werk

    Armando praat zelden over schilderkunst, maar doet dat in deze gesprekken met grote regelmaat omdat Duyns hem daarover bevraagt. “Ik ben niet zo’n kunstenaar die voortdurend over zijn eigen werk praat. Ik weet er ook weinig over te zeggen. Je moet vertrouwen hebben. Je mag wel twijfelen, dat doe ik nu nog, maar op een zeker moment weet je het. (…) Ik ben bescheiden, ik ben geen opschepper. Soms vind ik mezelf te bescheiden. Ik kan een grote smoel opzetten, ik kan brutaal zijn en alles zeggen wat ik wil maar ik zal mezelf niet zo gauw op de voorgrond plaatsen. Ik zal mezelf niet gauw ergens op voor laten staan.

    Hij is niet snel tevreden over zijn werk, want als je tevreden bent is het afgelopen. Er komt altijd twijfel, het volgende schilderij moet beter worden. Er dienen zich dingen aan en die moeten worden gemaakt. Hij maakt veel schetsen, kijkt voortdurend om zich heen of er iets bruikbaars te zien is. Hij geniet niet zoals anderen gewoon domweg kunnen genieten, het is een functioneel genieten. “Altijd op zoek, ook als je naar buiten kijkt. Veel en lang nadenken. Ik heb nooit gehad dat ik voor een leeg doek zat en dacht: wat zal ik vandaag eens gaan schilderen. Maar ik schilder pas als het zich aan mij opdringt. Als dat niet het geval is, kan ik het niet. Soms moet ik het meteen maken; als ik dan een dag wacht is het avontuur er niet meer. Het moet een avontuur zijn anders is het routinewerk en dat is volkomen oninteressant. Soms wordt een schilderij beter dan ik had verzonnen, omdat het groter is. De schetsjes teken ik gewoon met balpen. Het is altijd anders als je het op een hele andere schaal in verf gaat uitvoeren. Maar als je het uitvoert: niet zeiken, durven, je moet durven.

    Armando

    Door het boek leer ik de mens Armando kennen

    Er zijn schilderijen die zich aan hem opdringen. Die geschilderd moeten worden. Hij gehoorzaamd gewillig aan die drang, is van nature lui maar verschrikkelijk vlijtig. “Ik heb haast als ik schilder, ik ben altijd ongeduldig. Ik wil weten hoe het afloopt, hoe het eruitziet wat ik in mijn hoofd heb. Ik kan niet zeggen ik ga volgende week weer verder. Dat kan ik niet. (…) Ik doe iets met verf en dat lijkt op een landschap of op een bos. Het is niet zo dat ik de natuur naschilder. Eigenlijk heet elk schilderij: verf. Het is verf en soms is het een kop en soms is het een landschap.

    Door het boek leer ik de mens Armando kennen, weet ik beter wie de man achter dat abstracte oeuvre is. Hoewel hij het zelf niet abstract vond wat hij maakte, het is een emotionele verwerking van zijn herinneringen. Maar ik raak ook bekend met de mens Cherry Duyns. Al is hij de vraagsteller, zijn leven sijpelt toch ook door de regels. Vooral in de korte verhalen door de gesprekken heen die, hoewel gerelateerd aan zijn levensvriend, veel over hemzelf zeggen omdat dit zijn verleden is. Herkenbaar in mijn leven, terwijl het toch compleet andere werelden zijn. Dat maakt het boek bijzonder leesbaar, omdat je er jezelf in kunt vinden. Het blijft niet die grote kunstenaar op dat voetstuk, Armando schoffelt dat beeld maar al te gretig omver. Hij zag zijn levensvriend niet als leerling, de buitenwereld dacht echter wel dat Armando de leermeester was. Duyns keek niet op tegen Armando. Fysiek is het juist andersom. Maar ze stonden op gelijke voet, op eenzelfde eenzame hoogte. Veel gemeen, veel raakvlakken. Twee zielen met vrijwel dezelfde gedachte. De gesprekken maken dat eens te meer duidelijk.

    Ik lees voor: “Vandaag wens ik mijn oudste vriend geluk. Ze zeggen dat hij tachtig jaar is geworden, maar dat lijkt mij kwaadsprekerij. Want niet zo lang geleden nog liep ik in zijn schaduw mee. We floten en aten koek. Ik was negentien. Hij vierendertig. Niet zo lang geleden.” En ik citeer: “Und jetzt wird gesagt mein ältester Freund sei Tod. Er sei gestorben. Aber dass kommt mir wie üble Nachrede vor. Denn es ist gar nicht lange her, da lief ich noch in seinem Schatten mit. Wir pfiffen fröliche Melodien und assen Kuchen. Ich war neunzehn. Er vierunddreissig. Gar nicht so lange her.”

    ‘Ik bel je wel als ik dood ben’ Gesprekken met Armando. Cherry Duyns. Uitgeverij Atlas Contact, 2023.

  • Na lezing van Blauwe Hanen ben ik er één

    Het is niet eenvoudig in de geest van de dichter te komen. Ik lees de nieuwe bundel van Elmar Kuiper van voor naar achter en terug en nog een keer. Langzaam beginnen de woorden mij betekenis te geven. Het is als een surrealistisch schilderij waarvan de beelden tijd nodig hebben bij mij in te dalen. De woorden zweven boven de werkelijkheid. De gedichten zijn niet abstract, maar kunnen wel in metaforische zinnen wonderlijk normale ervaringen duiden. Want hoe kan een woord, hoe kan een combinatie van woorden abstract zijn. De haan is een mannelijke kip of staat bovenop de kerktoren. Verandert pas van betekenis en inhoud wanneer er een bijvoeglijk naamwoord aan is toegevoegd: blauwe haan. Sommige woorden hebben dan wel een dubbele betekenis, het maakt de Nederlandse taal minder eenvoudig voor de buitenlander. Die haan kan namelijk heel goed ook het slagstuk in een pistool zijn. Ik kan haantje de voorste willen zijn of de gebraden haan uithangen. In elk geval laat ik bij het lezen van onderhavige bundel poëzie Elmars haan koning kraaien.

    Elmar Kuiper, Atlas Contact

    Met de titel van het boek en de beeldende omslag zet de dichter mij meteen al op het verkeerde been, dat achteraf best wel het goede zal kunnen zijn. De woorden van realisme worden in abstracte zinnen gegoten, in de zin van andere in betekenis onverwachte woorden voor eenzelfde strekking. Ik dien me er een beeld bij te vormen wil de bedoeling tot mij komen. Maar dat beeld kan wel heel goed een andere vorm hebben dan in beginsel bedoeld is. Is de blauwe haan een geheelonthouder of ergert hij zich blauw terwijl hij rood aanloopt, zoals de letters op het omslag van de dichtbundel.

    In de geest van de dichter kruipen

    Onderwijl het lezen zie ik Elmar in gedachten, mijn gedachten, in het Friese gras liggen levend in zijn jeugd, een strootje tussen de tanden mijmerend over wat komen gaat. De verleden tijd toen alles nog op orde leek, alles vanzelfsprekend scheen. En concentreer ik mij op de woorden dan word ik deze jongen die daar in het gras ligt denkend aan toen, toen geluk heel gewoon was.

    Maar moet je dan wel in de geest van de dichter proberen te kruipen? Wil je een verhaal begrijpen dan vereenzelvig je je met de hoofdpersoon. Je maakt figuurlijk aan de lijve mee wat de schrijver heeft geschreven. Ga je zo op in het verhaal dan gaat het over jezelf, is het jouw verhaal. Dan ga je op avontuur buiten jezelf bij jezelf. Ben je letterlijk van de wereld zolang als dat je leest. Is het boek uit, het verhaal klaar, dan sta je weer met beide benen op de grond. Is het verhaal een herinnering.

    Om een gedicht tot me te nemen stel ik mij de ploeterende dichter voor, de poëet die met het zweet op het voorhoofd al nagels bijtend dat probeert te verwoorden wat zijn geest ziet. En is het daar, staat het op papier, lees ik het en zwoeg me positief door de woorden. Ik lees en ik ben die hij is. In de korte spanningsboog van dat ene gedicht. Langer hoeft mijn aandacht niet te zijn. Maar in die enkele regels ga ik diep door het denkbeeldige stof. De dichter is diep in zichzelf gegaan om in een paar zinnen een compleet verhaal te vertellen. Poëzie is ingedikte proza. Het gedicht is de essentie van het verhaal.

    Als in een abstract kunstwerk

    Zo lig ik in het hoge gras van mijn bed te filosoferen. Ondertussen de bundel “blauwe hanen” doorbladerend houd ik het boekje open op de bladzijden die me aanspreken. Die meteen na eerste lezing in mijn hoofd blijven spelen. Het zijn vluchtige bewerkingen die nog even naklinken in mijn gedachten maar al snel plaats maken voor de dagelijkse inspiraties. De gedichten die niet meteen duidelijk zijn en nadere aandacht verdienen, ik lees ze nog eens weer. Ik weeg de woorden, streep betekenissen tegen elkaar weg. Dan opeens, als een donderslag bij heldere hemel – waar komt het vandaan, het is er plotseling, doorzie ik de gedachte en doorvoel de bedoeling van de kunstenaar. Als in een abstract kunstwerk, bij toverslag zie ik er iets in en wordt het beeld de mijne – mijn blik.

    Kuiper beschrijft zijn gedachtewereld, dicht zijn herinneringsbeeld. Die is uiteraard niet universeel, maar schurkt wel tegen het algemene aan. De dichter heeft de kracht zich in de lezer in te leven, waar de lezer de macht moet hebben zich in de dichter te verplaatsen. Hij speelt met woorden, dolt met betekenissen en danst met de regels van het spel. Een kort verhaal zet hij om in dichtwerk. Het lijkt een short story maar is een long poem. Het omschrijft niet in ellenlange hoofdzinnen met slingerende bijzinnen welke weg het personage moet gaan om van proloog tot epiloog te komen. Maar heeft ook niet de kleurige uiteenzetting van het zijn en handelen op detail. In nauwelijks meer dan een halve pagina moet de toon gezet zijn en een afronding gemaakt. Het lijkt een onmogelijke stijl die nog eens weer in het ‘gewone’ gedicht is uitgewerkt. Dan vallen alle schillen weg en blijft de kern over. Sprankelend en glanzend. En dat behoeft dan niet altijd in rijm of volgens de regels van de algemene poëzie te zijn, als het maar woorden tot beelden brengt in de gedachte van de lezer. Dat het speelt met de realiteit, in betekenis zweeft boven de werkelijkheid. Ik moet mij figuurlijk uitrekken om het letterlijk te vatten.

    Tweemaal daags een gedicht

    In zijn gedichten leeft Elmar Kuiper zijn leven nog eens opnieuw. Daar ruggelings gelegen tussen de grashalmen kauwt hij op een strootje. Het zijn trekt als een film aan hem voorbij. Hij zet er de herinneringen stil en geeft het woorden. Herinneringen die aanspreken, mij roepen en de betekenis influisteren. Alsof het geheimen betreffen. De mysterieuze verzen dansen aan mij voorbij, de beeldspraak komt spelenderwijs bij mij binnen. Onberedeneerd zet Kuiper woorden op papier die intuïtief hout snijden. Hij beeldhouwt de gedachten in woorden. Kleit zijn wortels tot zinnen. Hij spit het verleden om voor vruchtbare grond waarop de toekomst kan groeien. Hij herinnert, observeert en denkt zich het zijne ervan door een achterdeurtje te vinden om uit het hersenspinsel te ontsnappen.

    En waar hij een uitweg heeft gevonden zoek ik een ingang. Is die eenmaal gevonden dan stuit ik telkens weer op een doodlopend pad om uiteindelijk het doel te bereiken: het doorzien van de metafoor blauwe hanen. Veelal zijn het notities om belevenissen te omschrijven, handleidingen om uit het geestelijke doolhof te komen. De gedichten lijken therapeutische ingevingen om het verleden af te kunnen schudden en vol goede moed de toekomst in te gaan. De bundel krijg ik als recept voorgeschoteld om met mijn verleden in het reine te komen, te genezen van de wonden uit vroeger tijd. Tweemaal daags een gedicht. En om af te wennen start ik de kuur eens opnieuw en pas het naar behoefte aan. En wanneer dan het medicijn aanslaat lees ik met plezier de hele bundel nog eens van voor tot achter. Wordt het medicijn een drug, een geestverruimend middel.

    Wanneer de gedichten blijven hangen heeft de dichter zijn doel bereikt. De blauwe hanen hebben zich geëtst in mijn gedachten. Ik blijf er aan denken, omdat eens de meest abstracte woordspelingen mij overkomen als realistische aanhalingen. De eerste haan kraait en ik verwacht de tweede onderwijl tastend in het duister naar de derde, maar er is licht aan het eind van de tunnel. “blauwe hanen / schokken licht (…) blauwe hanen / luisteren loom (…) blauwe hanen / tokken zacht / en rekken hun halzen zo uit tot ze / gemakkelijk bij de sterren kunnen” Ik ben een blauwe haan.

    Blauwe hanen. Gedichten van Elmar Kuiper. Uitgeverij Atlas Contact, 2023.

    Elmar Kuiper, Atlas Contact